Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

[Graphic in PDF & Word format]


RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE

NL

C/05/251

Luxemburg, 6 oktober 2005

12803/05 (Presse 251)

PERSMEDEDELING

2680e zitting van de Raad
Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Vervoer
Luxemburg, 6 oktober 2005

Voorzitter de heer Alistair Darling
Minister van Verkeer van het Verenigd Koninkrijk

Voornaamste resultaten van de Raadszitting
De Raad stemde unaniem in met een algemene oriëntatie inzake communautaire voorschriften waarmee beoogd wordt luchtreizigers met verminderde mobiliteit te beschermen tegen discriminatie en ervoor te zorgen dat zij passende bijstand krijgen.
De Raad nam zonder debat de volgende teksten aan:
  • een richtlijn betreffende het verhogen van de veiligheid van havens;
  • een richtlijn betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen inzake herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing;
  • een gemeenschappelijk standpunt tot verlenging van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/694/GBVB betreffende aanvullende maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY)

INHOUD1

DEELNEMERS 5

BESPROKEN PUNTEN

LANDTRANSPORT 7

– Toegang tot de markt voor passagiersvervoer per spoor 7

LUCHTVAART 7

– Luchtvaart EU-VS 7

– Beleid inzake externe betrekkingen met andere derde landen 8

– Rechten van gehandicapte luchtreizigers en luchtreizigers met beperkte mobiliteit 8

DIVERSEN 9

– Ministeriële Conferentie "Life-long learning for Road Safety" in Verona 9

– Impact van de stijging van de brandstofprijzen op het wegvervoer 9

– Luchtvaartveiligheid na de recente ongevallen 10

– Veiligheid van de burgerluchtvaart 10

– Herziene richtsnoeren voor staatssteun in de luchtvaartsector 10

– GALILEO-programma 10

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

Veiligheid van havens * 11

EXTERNE BETREKKINGEN

Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië - Bevriezing van tegoeden 11

HANDELSBELEID

Antidumping - China en India - Polyethyleentereftalaat; magnesiabriketten 11

INTERNE MARKT

Voertuigen - Recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing 12

LANDBOUW

Tabak - Gemeenschappelijke marktordening 12

VISSERIJ

Verzamelen van visserijgegevens 12

EU/Comoren - Protocol over de tonijnvisserij * 12

MILIEU

Afval van de winningsindustrieën 13

TRANSPARANTIE

Toegang van het publiek tot documenten 13

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Renaat LANDUYT minister van Mobiliteit

Tsjechische Republiek

mevrouw Daniela KOVALČÍKOVÁ vice-minister van Verkeer, departement Wetgeving, Strategie en EU-zaken

Denemarken:

de heer Flemming HANSEN minister van Verkeer en Energie

Duitsland:

de heer Manfred STOLPE Minister van Verkeer en Bouw- en Woonbeleid

Estland:

de heer Tiit NABER plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Griekenland:

de heer Mihail-Georgios LIAPIS minister van Verkeer

Spanje:

mevrouw Magdalena ÁLVAREZ ARZA minister van Opbouw

Frankrijk:

de heer Dominique PERBEN minister van Verkeer, Infrastructuur, Toerisme en Maritieme Zaken

Ierland:

de heer Martin CULLEN minister van Verkeer

Italië:

de heer Pietro LUNARDI minister van Infrastructuurvoorzieningen en Vervoer

Cyprus

de heer Haris THRASSOU minister van Communicatie en Openbare Werken

Letland:

de heer Vigo LEGZDIŅŠ staatssecretaris, ministerie van Verkeer

Litouwen:

de heer Petras Povilas ČĖSNA minister van Verkeer

Luxemburg:

de heer Lucien LUX minister van Milieubeheer, minister van Vervoer

Hongarije

de heer Egon DIENES-OEHM permanent vertegenwoordiger

Malta

de heer Jesmond MUGLIETT minister van Stadsontwikkeling en Wegen

Nederland:

de heer Henne SCHUWER plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Oostenrijk:

de heer Helmut KUKACKA staatssecretaris van Verkeer, Innovatie en Technologie

Polen:

de heer Krzysztof OPAWSKI minister van Infrastructuur

Portugal

mevrouw Ana Paula VITORINO staatssecretaris van Vervoer

Slovenië:

de heer Janez BOŽIČ minister van Vervoer

Slowakije:

de heer Juraj NOCIAR plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Finland

mevrouw Susanna HUOVINEN minister van Verkeer

Zweden:

de heer Jonas BJELFVENSTAM Staatssecretaris bij het Ministerie van Industrie, Werkgelegenheid en Verkeer

Verenigd Koninkrijk:

de heer Alistar DARLING minister van Verkeer en minister voor Schotland

de heer Stephen LADYMAN onderminister van Verkeer

Commissie:

de heer Jacques BARROT vice-voorzitter

De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:

Bulgarije

de heer Peter MUTAFCHIEV minister van Verkeer

Roemenië:

de heer Septimiu BUZASU staatssecretaris, ministerie van Verkeer, Bouw en Toerisme

BESPROKEN PUNTEN

LANDTRANSPORT

  • Toegang tot de markt voor passagiersvervoer per spoor

De Raad wisselde van gedachten over het voorstel inzake markttoegang voor het internationaal passagiersvervoer per spoor (voorstel inzake toegang tot de spoorwegmarkt) en het verband met het herziene voorstel voor een verordening betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg (voorstel inzake de openbare-dienstverplichting). De Raad droeg het Comité van permanente vertegenwoordigers op om zich in het licht van de resultaten van deze gedachtewisseling over zowel het voorstel inzake toegang tot de spoorwegmarkt als de relevante aspecten van het voorstel inzake openbare-dienstverplichting te buigen, om de Raad in staat te stellen indien mogelijk tijdens de decemberzitting een politiek akkoord te bereiken over zijn gemeenschappelijk standpunt over het voorstel inzake toegang tot de spoorwegmarkt.

De Commissie had het voorstel inzake toegang tot de spoorwegmarkt ingediend op 8 maart 2004[1] met het oog op de openstelling in 2010 van de markt voor internationaal passagiersvervoer, met inbegrip van cabotage - dit wil zeggen het vervoer per internationale trein van passagiers die binnen één en dezelfde lidstaat in- en uitstappen.

De Commissie heeft op 20 juli 2005 het voorstel inzake openbare-dienstverplichting aangenomen in het licht van de toenemende concurrentie op de markt voor openbaar vervoer. De Commissie stelt een nieuw regelgevingskader voor waarmee wordt beoogd het verlenen van exclusieve rechten en het verstrekken van compensaties in ruil voor openbare-dienstverplichtingen transparanter te maken. Het huidige voorstel is een herziening van twee eerdere Commissievoorstellen over hetzelfde onderwerp, een eerste voorstel van 2000 en een gewijzigd voorstel van 2004.

Volgens een grote meerderheid van lidstaten zou het openstellen van de markt voor internationaal passagiersvervoer mede zorgen voor aantrekkelijker en meer concurrentiële diensten. Voorts was er brede steun voor het beginsel van de beperking van het recht op toegang ter vrijwaring van de openbare diensten.

LUCHTVAART

  • Luchtvaart EU-VS

De Commissie lichtte de Raad in over de huidige stand van zaken in het kader van haar informele contacten met de regering van de Verenigde Staten, waarna een aantal delegatie het woord namen.

De voorzitter vatte de resultaten van de gedachtewisseling als volgt samen:

"De Raad stelt met voldoening vast dat de Commissie vooruitgang heeft geboekt in de informele besprekingen met de Verenigde Staten.

De ministers erkenden weliswaar dat succes niet kan worden gegarandeerd, maar steunden toch unaniem een spoedige hervatting van de formele onderhandelingen, omdat huns inziens de voorwaarden voor vorderingen in de richting van een tot ruim wederzijds voordeel strekkende overeenkomst met de VS thans vervuld zijn. Die overeenkomst zou gefaseerd kunnen zijn, mits de partijen zich ertoe verbinden dat een volledige overeenkomst het einddoel is, en moet beide partijen werkelijk tot voordeel strekken. De Commissie kreeg de volledige steun van de Raad en het voorzitterschap zal dringend nauw gaan samenwerken met de Commissie om tot een resultaat te komen."

  • Beleid inzake externe betrekkingen met andere derde landen

De Raad nam nota van de toelichting door de vice-voorzitter van de Commissie, Jacques Barrot, over de recentste ontwikkelingen in het externe luchtvaartbeleid van de Gemeenschap, en met name over de vorderingen met China en Rusland, maar ook met de buurlanden en het lopende proces van de afstemming van de bilaterale overeenkomsten van de lidstaten op het Gemeenschapsrecht.

  • Rechten van gehandicapte luchtreizigers en luchtreizigers met beperkte mobiliteit

Tijdens het openbare debat bereikte de Raad, in afwachting van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing, met eenparigheid van stemmen overeenstemming over een algemene oriëntatie met betrekking tot het voorstel voor een verordening inzake de rechten van gehandicapten en personen met verminderde mobiliteit die per vliegtuig reizen.

Het voorstel, dat in februari 2005 door de Commissie is aangenomen, is een onderdeel van het algemene beleid ter verbetering van de passagiersrechten in de Europese Unie. Het verbiedt dat luchtvaartmaatschappijen, hun agenten en touroperators op grond van handicap of verminderde mobiliteit weigeren een vlucht te boeken of weigeren gehandicapten of personen met verminderde mobiliteit op een vliegtuig toe te laten. Voorts verleent het gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit recht op gratis speciale bijstand op luchthavens en in het vliegtuig.

De kernpunten van de door de Raad gewijzigde ontwerp-verordening zijn:

  • Gehandicapten en personen met verminderde mobiliteit mag het luchtvervoer niet worden geweigerd op grond van hun handicap of verminderde mobiliteit, behalve indien voor een dergelijke weigering wettelijk vastgelegde veiligheidsredenen kunnen worden aangevoerd of het fysiek onmogelijk is deze personen te laten instappen, bijvoorbeeld wegens de afmetingen van vliegtuigdeuren. Indien de betrokkenen niet mochten instappen, krijgen zij de gelegenheid om zonder bijkomende kosten een andere vlucht te boeken; indien dit niet mogelijk is, wordt hen de terugbetaling van hun ticket aangeboden.
  • Gehandicapten en personen met een beperkte mobiliteit zal op luchthavens en aan boord van vliegtuigen bijstand worden verleend indien zij de luchtvaartmaatschappij een redelijke tijd van tevoren op de hoogte brengen van hun specifieke behoeften. Ook als zij dit niet hebben gedaan, moet de luchthaven alles in het werk stellen om bijstand te verlenen.
  • Het moeilijkst was het om tot overeenstemming te komen over de vraag wie verantwoordelijk is voor het verlenen van bijstand aan gehandicapten en personen met een verminderde mobiliteit op luchthavens. De Raad is uiteindelijk overeengekomen dat de algehele verantwoordelijkheid voor het verlenen van deze bijstand berust bij de luchthavenbeheerders, die de bijstand zelf kunnen verlenen of in het kader van deze verantwoordelijkheid een of meer partijen, zoals luchtvervoerders, contractueel kunnen inschakelen om deze bijstand te verlenen. De luchthavenbeheerders kunnen de kosten van deze bijstand verhalen op de luchtvaartmaatschappijen. Bijstand in het vliegtuig valt onder de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappijen.
  • Op luchthavens met een jaarlijks verkeer van 150.000 commerciële passagiersbewegingen of meer stelt de luchthavenbeheerder in samenwerking met de luchtvervoerders en de organisaties die gehandicapten en personen met verminderde mobiliteit vertegenwoordigen, kwaliteitsnormen vast voor de in de verordening vermelde bijstand en bepaalt hij welke middelen nodig zijn om aan deze normen te voldoen. Bij het vaststellen van deze normen wordt rekening gehouden met internationaal erkende beleidsstrategieën en gedragscodes om het vervoer van gehandicapten en personen met verminderde mobiliteit te vergemakkelijken.
  • Een gehandicapte of een persoon met verminderde mobiliteit die oordeelt dat deze verordening is overtreden, dient dit onder de aandacht te brengen van de luchthavenbeheerder of de betrokken luchtvaartmaatschappij, naargelang van het geval. Indien de gehandicapte of de persoon met verminderde mobiliteit langs deze weg geen genoegdoening kan krijgen, kan hij/zij een klacht indienen bij de door de desbetreffende lidstaat voor dat doel aangewezen instantie(s).

DIVERSEN

  • Ministeriële Conferentie "Life-long learning for Road Safety" in Verona

De Raad heeft nota genomen van de informatie van de Italiaanse delegatie over de volgende conferentie van de ministers van Vervoer van de EU "Life-long learning for Road Safety" ("Levenslang leren met het oog op verkeersveiligheid"), die op 4 en 5 november 2005 in Verona zal worden gehouden. De derde conferentie in Verona zal zich beraden over levenslang leren met het oog op verkeersveiligheid als instrument ter verbetering van de doeltreffendheid van het gedrag van weggebruikers, programma's, maatregelen en vooral resultaten. De besprekingen van de ministers zullen vier gebieden bestrijken: levenslang leren met het oog op verkeersveiligheid door de volgende generatie, door de huidige weggebruikers en door zwakkere weggebruikers, en de verdeling van de taken die moeten worden verricht om ervoor te zorgen dat meer belang aan verkeersveiligheid wordt gehecht.

  • Impact van de stijging van de brandstofprijzen op het wegvervoer

De Raad heeft nota genomen van de nota van de Franse delegatie betreffende de impact van de stijging van de brandstofprijzen op het wegvervoer. Teneinde een ontwrichting van de Europese markt en concurrentieverstoringen te voorkomen, roept Frankrijk de Commissie op om voorstellen te doen inzake:

  • een meer geharmoniseerde aanpak van de cabotage om uit te sluiten dat de lidstaten Verordening (EEG) nr. 3118/93 op verschillende manieren interpreteren;

  • de mogelijke opneming van prijsherzieningsclausules in vervoersovereenkomsten, zodat rekening kan worden gehouden met schommelingen in de brandstofprijzen, en

  • de onderlinge afstemming van het niveau van accijnzen op dieselbrandstof voor bedrijfsvoertuigen, teneinde eerlijke en billijke omstandigheden voor communautaire vervoersondernemingen te creëren.

Vice-voorzitter van de Commissie Jacques Barrot reikte in zijn antwoord de volgende informatie aan:

  • de Commissie is bezig met de opstelling van een voorstel betreffende de accijnzen die gelden voor professionele gebruikers van dieselbrandstof, waarbij minimum- en maximumtarieven worden ingesteld;

  • de Commissiediensten beraden zich momenteel over een mogelijk voorstel voor een verordening betreffende de opneming van prijsherzieningsclausules in vervoersovereenkomsten, teneinde rekening te houden met schommelingen in de brandstofprijs;
  • er vindt overleg plaats over de wijze waarop in de gehele Europese Unie een markt voor schone voertuigen kan worden gecreëerd.
  • Luchtvaartveiligheid na de recente ongevallen

Vice-voorzitter van de Commissie Jacques Barrot verstrekte de Raad informatie over de jongste ontwikkelingen ter verbetering van de luchtvaartveiligheid na de ongevallen van afgelopen zomer.

  • Veiligheid van de burgerluchtvaart

De Raad nam nota van de informatie van vice-voorzitter van de Commissie Jacques Barrot over de doeltreffendheid van Verordening (EG) nr. 2320/02 inzake de beveiliging van de burgerluchtvaart, die is aangenomen ingevolge de gebeurtenissen van 11 september 2001. Naar aanleiding van het jaarlijks verslag over de uitvoering van die verordening heeft de Commissie op 22 september voorgesteld de verordening te herzien. De nieuwe verordening strekt ertoe de wettelijke voorschriften verder te verduidelijken, te vereenvoudigen en te harmoniseren teneinde de algemene beveiliging in de burgerluchtvaart te verbeteren. De verordening zou met name de communautaire bevoegdheid uitbreiden tot veiligheidsmaatregelen tijdens de vlucht en tot het luchtverkeer vanuit derde landen.

  • Herziene richtsnoeren voor staatssteun in de luchtvaartsector

De Raad nam nota van de informatie van vice-voorzitter van de Commissie Jacques Barrot over de herziene richtsnoeren voor staatssteun in de luchtvaartsector die door de Commissie op 6 september 2005 werden aangenomen. Na een grootschalige openbare raadpleging heeft de Commissie nieuwe regels vastgesteld, die de voorwaarden bepalen voor de toekenning van aanloopsteun aan luchtvaartmaatschappijen voor het exploiteren van nieuwe routes vanaf regionale luchthavens. De Commissie verklaarde voornemens te zijn een gelijke behandeling te garanderen van openbare en particuliere luchthavens en ervoor te zorgen dat luchtvaartmaatschappijen die steun ontvangen, niet onrechtmatig worden bevoordeeld. Deze richtsnoeren dienen de luchthavens en de lidstaten tevens tot leidraad voor wat betreft de financiering van luchthavens door de overheid.

  • GALILEO-programma

De Raad nam nota van de informatie van het voorzitterschap en van vice-voorzitter van de Commissie Jacques Barrot over de jongste ontwikkelingen met betrekking tot dit programma.

OVERIGE GOEDGEKEURDE PUNTEN

VERVOER

Veiligheid van havens *

De Raad nam een richtlijn aan betreffende het verhogen van de veiligheid van havens ten aanzien van dreiging van veiligheidsincidenten (3629/05, 11461/1/05 ADD 1).

De richtlijn vormt een aanvulling op de veiligheidsmaatregelen die zijn ingesteld bij Verordening (EG) nr. 725/2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten [2], aangezien zij ervoor zorgt dat de volledige haven onder een beveiligingsregeling valt. Teneinde maximale veiligheid te realiseren voor maritieme en havenindustrieën moeten maatregelen worden ingevoerd die van toepassing zijn op elke haven binnen de door de lidstaten vastgestelde grenzen, waardoor er tevens voor wordt gezorgd dat de verhoogde veiligheid in de gebieden met havenactiviteit ten goede komt aan uit hoofde van Verordening (EG) nr. 725/2004 genomen veiligheidsmaatregelen. Deze maatregelen dienen van toepassing te zijn op al die havens waarin één of meer onder voornoemde verordening vallende havenfaciliteiten zijn gesitueerd.

De lidstaten krijgen vanaf de inwerkingtreding van de richtlijn 18 maanden de tijd om aan de bepalingen ervan te voldoen.

EXTERNE BETREKKINGEN

Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië - Bevriezing van tegoeden

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt aangenomen waarbij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/694/GBVB met 12 maanden wordt verlengd en waarbij de lijst wordt gewijzigd van personen aan wie economische sancties zijn opgelegd wegens hun inbeschuldigingstelling door het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) (12130/05).

Naar aanleiding van de overbrenging van de heer Sredoje Lukic naar de detentiefaciliteiten van het ICTY is zijn naam van de lijst geschrapt.

HANDELSBELEID

Antidumping - China en India - Polyethyleentereftalaat; magnesiabriketten

De Raad nam de volgende verordeningen aan:

  • een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2603/2000 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van polyethyleentereftalaat uit, onder meer, India (12110/05);
  • een verordening houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2604/2000 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van polyethyleentereftalaat (PET) van oorsprong uit, onder meer, India (12184/05);
  • een verordening tot instelling van een definitief antidumpingrecht en definitieve inning van het voorlopige recht op de invoer van magnesiabriketten uit de Volksrepubliek China (12246/05).

INTERNE MARKT

Voertuigen - Recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing

De Raad heeft een richtlijn aangenomen betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen inzake herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en mogelijke nuttige toepassing (3634/2/05 REV 2).

Deze richtlijn stelt de administratieve en technische bepalingen vast voor de typegoedkeuring van bepaalde categorieën voertuigen, om te garanderen dat de onderdelen en materialen ervan hergebruikt, gerecycleerd en nuttig toegepast kunnen worden voor de in de richtlijn bepaalde minimumpercentages.

Ingevolge de bepalingen van deze richtlijn zijn fabrikanten verplicht nieuwe gegevens in het kader van de typegoedkeuring te verstrekken. Richtlijn 70/156/EEG, die de lijst vaststelt van alle gegevens die voor typegoedkeuring moeten worden ingediend, zal dienovereenkomstig worden aangepast.

De lidstaten zullen de nodige bepalingen moeten aannemen om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk binnen een jaar na de inwerkingtreding ervan.

LANDBOUW

Tabak - Gemeenschappelijke marktordening

De Raad heeft naar aanleiding van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van 2004 een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2075/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak (10646/05).

De bij Verordening (EEG) nr. 2075/92 vastgestelde premieregeling en regeling voor de beheersing van de productie van tabak zijn na de oogst 2005 niet langer van toepassing. Een aantal artikelen van de verordening wordt hierdoor overbodig en wordt ter wille van de juridische duidelijkheid en doorzichtigheid geschrapt.

VISSERIJ

Verzamelen van visserijgegevens

De Raad heeft een beschikking aangenomen tot wijziging van Beschikking 2000/439/EG betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven van de lidstaten voor het verzamelen van gegevens, alsmede in de financiering van studies en modelprojecten ter ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid (11527/05).

De referentieperiode bestrijkt de uitvoeringsperiode van 2001 tot en met 2006 en het financieel referentiebedrag beloopt 164,5 miljoen euro.

EU/Comoren - Protocol over de tonijnvisserij *

De Raad heeft een verordening aangenomen betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor de tonijnvisserij en de financiële tegenprestatie, als bedoeld in de overeenkomst met de Comoren inzake de visserij voor de kust van de Comoren, voor de periode van 2005 tot en met 2010 (11448/05, 11449/1/05 ADD 1).

Het protocol werd geparafeerd in november 2004 om ononderbroken visserijactiviteiten van communautaire vaartuigen in de visserijzone van de Comoren te garanderen. Het is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf 1 januari 2005.

De in het protocol bepaalde vangstmogelijkheden worden toegekend aan vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen (40 vaartuigen uit Spanje, Frankrijk en Italië) en vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug (17 vaartuigen uit Spanje en Portugal). De overeenkomst heeft betrekking op een jaarlijkse vangst van 6000 ton tonijn in de wateren van de Comoren.

De EU zal een financiële bijdrage betalen van 2 340 000 euro voor de volledige periode van zes jaar.

MILIEU

Afval van de winningsindustrieën

De Raad heeft besloten niet alle amendementen goed te keuren die het Europees Parlement in tweede lezing heeft aangenomen op het voorstel voor een richtlijn betreffende het beheer van afval van de winningsindustrieën, en bijgevolg het bemiddelingscomité bijeen te roepen.

TRANSPARANTIE

Toegang van het publiek tot documenten

De Raad nam de volgende teksten aan:

  • het antwoord op confirmatief verzoek 37/c/02/05 (12021/05);
  • het antwoord op confirmatief verzoek 38/c/01/05 van mevrouw Béatrice Gorez; de Finse delegatie stemde tegen (12029/1/05 REV 1).


[1] Dit voorstel is een onderdeel van het derde spoorwegpakket, dat drie andere voorstellen bevat, namelijk het voorstel voor een verordening betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het internationale treinverkeer, het voorstel voor een verordening inzake de kwaliteitseisen voor diensten op het gebied van goederenvervoer per spoor en het voorstel voor een richtlijn inzake de Europese certificering van het treinpersoneel. Het Europees Parlement heeft op 28 september 2005 zijn advies in eerste lezing uitgebracht over het voorstel inzake toegang tot de spoorwegmarkt en de drie andere bestanddelen van het derde spoorwegpakket.

[2] PB L 129 van 29.4.2004, blz. 6.


Side Bar