Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

C/04/25

Brussel, 26 januari 2004

5518/04 (Presse 25)

2558e zitting van de Raad - Algemene Zaken - Brussel, 26 januari 2004

Voorzitter:

de heer Brian COWEN

Minister van Buitenlandse Zaken van Ierland

    * Voor de 2559e zitting van de Raad Externe betrekkingen is er een aparte mededeling aan de pers (doc. 5519/04 Presse 26)

INHOUD 1

DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

werkprogramma van de raad voor 2004 Openbaar debat 6

vorderingen in de OVERIGE samenstellingen van de raad 6

STATUUT VAN DE LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT 6

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

    Politiemissie van de EU in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (operatie "Proxima") 7

Externe betrekkingen

    Europese veiligheidsstrategie - Conclusies van de Raad 7

    Speciale vertegenwoordiger van de EU in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 7

    Sudan - Versterking van het wapenembargo* 8

    Ontwikkelingssamenwerking - Gendergelijkheid - Openbare beraadslaging 8

    Betrekkingen met het Middellandse-Zeegebied - Prioriteiten van het voorzitterschap 8

    Betrekkingen met Rusland - Gemeenschappelijk strategie van de EU 9

    Betrekkingen met Oekraïne - Gemeenschappelijke strategie van de EU 9

    Betrekkingen met Mexico - Aanpassing van overeenkomsten - Oorsprongsregels 9

    Europese Economische Ruimte - Wijziging van voorschriften en bepalingen 9

    Conflictpreventie - Conclusies van de Raad 9

    Afrika - Preventie, beheersing en oplossing van conflicten* - Conclusies van de Raad 10

    Zuidoost-Azië - Commissiemededeling - Conclusies van de Raad 11

VERVOER

    Compensatie voor instapweigering aan luchtreizigers* - Openbare beraadslaging 15

ENERGIE

    Bevordering van warmtekrachtkoppeling - Openbare beraadslaging 15

MILIEU

    Uitstoot van broeikasgassen - Openbare beraadslaging 15

    Verpakking en verpakkingsafval* - Openbare beraadslaging 16

werkgelegenheid en sociaal beleid

    Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels* - Openbare beraadslaging 16

    "Civic participation" van Europese burgers 17

VISSERIJ

    Visserijovereenkomst tussen de EG en Ivoorkust 17

TRANSPARANTIE

    Openbare debatten 17

      1 €? Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens.

      €? De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad

       http://consilium.europa.eu

      €? Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ok verkrijgbaar bij de Persdienst

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Louis MICHELvice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
Denemarken:
de heer Friis Arne PETERSENpermanent vertegenwoordiger
Duitsland:
de heer Joschka FISCHERminister van Buitenlandse Zaken en plaatsvervangend Bondskanselier
Griekenland:
de heer Anastasios GIANNITSISonderminister van Buitenlandse Zaken
Spanje:
mevrouw Ana PALACIOminister van Buitenlandse Zaken
Frankrijk:
mevrouw Noëlle LENOIR

minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, belast met Europese Zaken

Ierland:
de heer Brian COWENminister van Buitenlandse Zaken
de heer Dick ROCHEonderminister toegevoegd aan het ministerie van Algemene Zaken en het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Europese Zaken
Italië:
de heer Roberto ANTONIONEstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Luxemburg:
mevrouw Lydie POLFERvice-minister-president, minister van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel, minister van Ambtenarenzaken en Bestuurlijke Hervormingen
Nederland:
de heer Bernard BOTminister van Buitenlandse Zaken
Oostenrijk:
mevrouw Benita FERRERO-WALDNERminister van Buitenlandse Zaken
Portugal:
mevrouw Teresa GOUVEIAminister van Buitenlandse Zaken en van de Portugese Gemeenschappen
Finland:
de heer Eikka KOSONENpermanent vertegenwoordiger
Zweden:
mevrouw Laila FREIVALDSminister van Buitenlandse Zaken
Verenigd Koninkrijk:
de heer Jack STRAWminister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

* * *

Commissie:
de heer Christopher PATTENlid
de heer Poul NIELSONlid
* * *
Secretariaat-generaal van de Raad:
de heer Javier SOLANAsecretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:

Tsjechië:

de heer Cyril SVOBODAvice-minister-president en minister van Buitenlandse Zaken
Estland:
mevrouw Kriistina OJULANDminister van Buitenlandse Zaken
Cyprus:
de heer George IACOVOUminister van Buitenlandse Zaken
Letland:
mevrouw Sandra KALNIETEminister van Buitenlandse Zaken
Litouwen:
de heer Rytis MARTIKONISvice-staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met EU-aangelegenheden
Hongarije:
De heer László KOVÁCSminister van Buitenlandse Zaken
Malta:
de heer Joe BORGminister van Buitenlandse Zaken
Polen:
de heer Wodzimierz CIMOSZEWICZminister van Buitenlandse Zaken
Slowakije:
de heer Eduard KUKANminister van Buitenlandse Zaken
Slovenië:
de heer Dimitrij RUPELminister van Buitenlandse Zaken

BESPROKEN PUNTEN

    NOOT: De toetredende landen (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië) sluiten zich aan bij de conclusies over de Europese veiligheidsstrategie, inzake de preventie, beheersing en oplossing van conflicten in Afrika, conflictpreventie en Zuidoost-Azië.

werkprogramma van de raad voor 2004 Openbaar debat

De Raad heeft een openbaar debat gehouden over het door het komende Ierse en Nederlandse voorzitterschap ingediende werkprogramma voor 2004. Het debat was in het bijzonder toegespitst op de Europese veiligheidsstrategie en op conflictpreventie, met name in Afrika.

In het programma worden de uitdagingen voor 2004 beschreven, en het doel ervan is voort te bouwen op het werk van het Griekse en het Italiaanse voorzitterschap in 2003 op het gebied van economische hervorming, justitie en binnenlandse zaken, alsmede externe betrekkingen. Er zal dit jaar een nieuw Europees Parlement worden verkozen en een nieuwe Commissie aantreden, en derhalve worden in het programma prioriteiten en accenten aangegeven in het wetgevingsprogramma, opdat binnen de kortere beschikbare tijd toch de doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt, waaronder het welslagen van de uitbreiding van de EU op 1 mei a.s.

Stand van de besprekingen in andere raadsformaties

De Raad heeft nota genomen van een voortgangsverslag van het voorzitterschap over de lopende werkzaamheden in de andere Raadsformaties, sinds het laatste verslag van 8 december. (5428/04)

In het verslag van het voorzitterschap wordt gewezen op het belang van de besprekingen in de diverse Raadsformaties in het proces van de voorbereiding van de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in Brussel op 25 en 26 maart 2004. Het verslag beklemtoont ook dat in het licht van de verkiezingen voor het Europees Parlement van 1013 juni tijdig besluiten moeten worden genomen op wetgevingsgebied.

In het verslag worden tevens de resultaten benadrukt van de zitting van de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie van 5 december, de zitting van de Raad Landbouw en Visserij van 17, 18 en 19 december, de zitting van de Raad Milieu van 22 december 2003 en de zitting van de Raad Economische en Financiële Zaken van 20 januari 2004.

STATUUT VAN DE LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT

De Raad heeft een ontwerp-besluit besproken van het Europees Parlement houdende aanneming van het statuut van de leden van het Europees Parlement. De Raadsvoorzitter concludeerde dat hij het Europees Parlement zou meedelen dat er in dit stadium binnen de Raad geen gekwalificeerde meerderheid bestaat voor een politiek akkoord over de tekst.

In juni 2003 had de Raad al verklaard niet te kunnen instemmen met het door het Parlement goedgekeurde ontwerp-statuut, en in december heeft het Parlement een aantal wijzigingen voorgesteld. Om het statuut te kunnen aannemen, heeft het Parlement een advies van de Commissie en de instemming van de Raad met gekwalificeerde meerderheid nodig. Over de regels en voorwaarden betreffende de belastingregeling voor de leden moet door de Raad met eenparigheid van stemmen worden beslist.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID

Politiemissie van de EU in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (operatie "Proxima")

De Raad nam een gemeenschappelijk optreden aan tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2003/681/GBVB inzake de politiemissie van de Europese Unie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (EUPOL "Proxima") (5453/04).

Uit hoofde van het gewijzigde gemeenschappelijk optreden zal voor 2004 maximaal 6555 miljoen euro aan dagvergoedingen voor missiepersoneel worden gefinancierd uit de Gemeenschapsbegroting. Operatie "Proxima" is op 15 december 2003 van start gegaan.

Externe betrekkingen

Europese veiligheidsstrategie - Conclusies van de Raad

De Raad nam onderstaande conclusies aan:

"De Raad is verheugd over de plannen van het voorzitterschap om werk te maken van de uitvoering van de Europese veiligheidsstrategie op basis van de conclusies van de Europese Raad in december 2003. De werkzaamheden op dit gebied zullen worden toegespitst op de vier terreinen die volgens de Europese Raad prioriteit verdienen:

    een effectief multilateraal stelsel met de VN in het middelpunt;

    terrorismebestrijding;

    een strategie tegenover het Midden-Oosten; en

    een alomvattend beleid inzake Bosnië en Herzegovina.

De Raad herinnerde aan de gezamenlijke verklaring EU-VN van 24 september 2003 en verheugde zich tevens over de komende vergadering tussen het voorzitterschap en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, waarop de samenwerking EU-VN en de steun van de EU aan een effectief multilateraal stelsel zullen worden besproken."

Speciale vertegenwoordiger van de EU in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

In aansluiting op een in november bereikt politiek akkoord, nam de Raad een gemeenschappelijk optreden aan houdende benoeming van de heer Søren JESSEN-PETERSEN tot nieuwe speciale vertegenwoordiger van de EU in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, ter vervanging van de heer Alexis BROUHNS (5365/04). De heer JESSEN-PETERSEN zal op 1 februari 2004 aantreden.

Sudan - Versterking van het wapenembargo*

De Raad nam een verordening aan die ertoe strekt het sinds 1994 van kracht zijnde embargo op de levering van wapens, munitie en militaire uitrusting aan Sudan te versterken, gezien de aanhoudende burgeroorlog aldaar (5405/04 + 5404/04 ADD 1).

De verordening vormt een aanvulling op een op 9 januari door de Raad aangenomen gemeenschappelijk standpunt betreffende de technische en financiële bijstand die onder de bevoegdheid van de Gemeenschap valt.

Het gemeenschappelijk standpunt en de verordening strekken ertoe de in het kader van het embargo bestaande maatregelen te bevestigen en uit te breiden tot technische bijstand met betrekking tot wapens, alsook tot financiële bijstand voor wapenleveringen. Uitzonderingen om humanitaire redenen en ten behoeve van mijnopruimingsoperaties worden echter toegestaan.

Ontwikkelingssamenwerking - Gendergelijkheid - Openbare beraadslaging

De Raad bereikte een politiek akkoord over een ontwerp-verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in het kader van de communautaire beleidsvormen, strategieën en maatregelen voor ontwikkelingssamenwerking (11923/03 + 16168/03). Tijdens een komende zitting zal een gemeenschappelijk standpunt worden vastgesteld dat in het kader van de medebeslissingsprocedure voor tweede lezing aan het Parlement zal worden toegezonden.

De ontwerp-verordening voorziet in financiële bijstand en knowhow van de Gemeenschap om de gendergelijkheid in het kader van alle beleidsvormen en acties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in ontwikkelingslanden te bevorderen.

Betrekkingen met het Middellandse-Zeegebied - Prioriteiten van het voorzitterschap

De Raad nam nota van de prioriteiten van het voorzitterschap voor de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie van de EU inzake het Middellandse-Zeegebied (5313/04).

Het voorzitterschap is voornemens de betrekkingen te bevorderen door de aandacht te concentreren op politieke en veiligheidsaspecten, alsook op economische, financiële, sociale, culturele en humane aspecten van het partnerschap. De prioriteiten van het voorzitterschap omvatten:

    een eerste vergadering van de consultatieve Europees-mediterrane parlementaire vergadering tijdens de eerste helft van 2004,

    steun aan de Commissie bij haar inspanningen om te zorgen voor snelle vooruitgang inzake ontwerp-actieplannen in het kader van het "nieuwe nabuurschap"-beleid van de EU,

    werkzaamheden betreffende onopgeloste kwesties in verband met de oprichting van een Europees-mediterrane stichting.

Betrekkingen met Rusland - Gemeenschappelijke strategie van de EU

De Raad nam nota van het werkplan van het voorzitterschap betreffende de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie van de EU voor Rusland (5376/04).

Twee belangrijke prioriteiten zijn de uitbreiding van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland naar de nieuwe EU-lidstaten vanaf 1 mei, alsook een beoordelingsverslag van alle aspecten van de EU-betrekkingen met Rusland.

Betrekkingen met Oekraïne - Gemeenschappelijke strategie van de EU

De Raad nam nota van het werkplan van het voorzitterschap betreffende de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie van de EU voor Oekraïne (5378/04).

Het werkplan is gebaseerd op de belangrijkste doelstellingen van de gemeenschappelijke strategie die door de Europese Raad van Helsinki in december 1999 is aangenomen.

Betrekkingen met Mexico - Aanpassing van overeenkomsten - Oorsprongsregels

De Raad nam een besluit aan waarbij de Commissie wordt gemachtigd om met Mexico onderhandelingen te openen over de aanpassing van de overeenkomst tussen de EU en Mexico inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking, de overeenkomst betreffende de wederzijdse erkenning en bescherming van de benamingen van gedistilleerde dranken, alsook van andere overeengekomen bepalingen. De aanpassingen hebben ten doel rekening te houden met de uitbreiding van de EU op 1 mei.

De Raad nam tevens een besluit aan betreffende het standpunt dat ten aanzien van oorsprongsregels moet worden ingenomen in de Gemengde Commissie EU-Mexico (5241/04).

Europese Economische Ruimte - Wijziging van voorschriften en bepalingen

De Raad keurde een ontwerp-besluit goed tot wijziging van bepalingen uit hoofde van de EU-EVA- Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER), voor wat betreft technische voorschriften, normen, keuring en certificatie, audiovisuele diensten en telecommunicatiediensten (5178/04). Het ontwerp-besluit zal ter aanneming aan het Gemengd Comité van de EER worden toegezonden.

Conflictpreventie - Conclusies van de Raad

De Raad nam onderstaande conclusies aan:

"De Raad onderstreept zijn wil om een actief EU-conflictpreventiebeleid te voeren. De ontwikkeling van het GBVB en het EVDB is een belangrijk onderdeel van de conflictpreventiedoelstellingen van het door de Europese Raad van Göteborg van juni 2001 goedgekeurde EU-programma voor de preventie van gewelddadige conflicten.

De Raad constateert dat het voorzitterschap ideeën voorstelt die gericht zijn op versterking van de EU-aanpak van conflictpreventie, hetgeen onder meer blijkt uit een sterkere aandacht voor vroegtijdige waarschuwing die in tijdig preventief optreden resulteert en voor strategieën voor conflictpreventie op langere termijn met behulp van alle instrumenten die de EU ter beschikking staan.

De Raad neemt nota van het voornemen van het voorzitterschap om de Europese Raad in juni 2004 een verslag voor te leggen over de uitvoering van het EU-programma voor de preventie van gewelddadige conflicten."

Afrika - Preventie, beheersing en oplossing van conflicten* - Conclusies van de Raad

De Raad nam een gemeenschappelijk standpunt aan dat ertoe strekt de preventie, beheersing en oplossing van gewelddadige conflicten in Afrika te ondersteunen door de Afrikaanse vermogens en actiemiddelen op dit gebied te versterken (5267/04 + 5268/04).

Het gemeenschappelijk standpunt ondersteunt de vredeshandhaving in Afrika door regelmatige evaluatie van potentiële gewelddadige conflicten mogelijk te maken en beleidskeuzes voor een prompt optreden aan te reiken.

De Raad nam tevens onderstaande conclusies aan:

"De Raad heeft een herzien gemeenschappelijk standpunt over de preventie, beheersing en oplossing van conflicten in Afrika aangenomen. De aanneming van dit gemeenschappelijk standpunt getuigt van het belang dat de Europese Unie aan haar betrekkingen met Afrika hecht. De EU beschouwt Afrika als een belangrijke strategische partner en is vastbesloten Afrika en zijn regionale organisaties te helpen, onder meer bij de ontwikkeling van een breed conflictpreventiebeleid. De Raad benadrukt de noodzaak van een verschuiving van crisisbeheersing, waarbij de klemtoon op bestaande of dreigende crisissituaties ligt, naar conflictpreventie in de zin van vredesopbouw op lange termijn. Dit vergt een geïntegreerde aanpak, met gebruikmaking van alle instrumenten van de EU op het gebied van extern optreden, teneinde alomvattende preventiestrategieën te formuleren.

Steun voor en verbetering van het vredeshandhavingsvermogen van Afrika, het regelmatig evalueren van potentiële gewelddadige conflicten in Afrika, en het aanreiken van beleidskeuzes voor een vroegtijdig optreden vormen de hoekstenen van het gemeenschappelijk standpunt.

De Raad constateerde dat er twee jaar na de aanneming van het gemeenschappelijk standpunt vooruitgang is geboekt op de meeste gebieden in verband met conflictpreventie in Afrika, al moet er nog veel worden gedaan. De Raad was met name ingenomen met de vooruitgang die de afgelopen twee jaar door de Afrikaanse Unie is geboekt bij de totstandbrenging van een continentale structuur voor vrede en veiligheid en de bekrachtiging van het Protocol inzake de oprichting van de Vredes- en Veiligheidsraad. De Vredes- en Veiligheidsraad zal het vermogen van Afrika tot preventie, regeling en oplossing van conflicten versterken en de Afrikaanse eigen inbreng en solidariteit bevorderen. Een positieve en steeds grotere rol wordt gespeeld door subregionale organisaties in Afrika. In dit verband is de Raad tevens ingenomen met de oprichting van een vredesfaciliteit ter ondersteuning van Afrikaanse vredeshandhavingsoperaties, waardoor de Afrikaanse mogelijkheden om de vrede in Afrika te herstellen aanmerkelijk zullen toenemen.

De Raad sprak zijn waardering uit voor de nauwe samenwerking en coördinatie tussen de EU en de VN inzake crisissen in Afrika, en is vastbesloten hierop voort te bouwen. Een specifiek voorbeeld van deze geslaagde samenwerking was de operatie Artemis, een door de EU geleide troepenmacht onder VN-mandaat, die in juni 2003 in de Democratische Republiek Congo werd ingezet. De EU is bereid voort te bouwen op deze succesvolle operatie.

De Raad wees erop dat de follow-upwerkzaamheden betreffende het herziene gemeenschappelijk standpunt moeten stoelen op de lopende uitvoering van het EU-programma van juni 2001 voor de preventie van gewelddadige conflicten. In dit verband zal het bijzonder belangrijk zijn om na te gaan hoe de Unie beter op pas uitgebroken crises kan reageren."

Zuidoost-Azië - Commissiemededeling - Conclusies van de Raad

De Raad nam onderstaande conclusies aan:

    "1) De Raad verwelkomt de Commissiemededeling "Een nieuw partnerschap met Zuidoost-Azië". Overeenkomstig de conclusies van de ministeriële bijeenkomst ASEAN-EU van januari 2003 erkent de Raad dat de economische, politieke en strategische ontwikkelingen in Zuidoost-Azië een intensivering van het langdurige partnerschap van de Unie met deze regio nodig maken. Derhalve is de Raad het volledig eens met de in de Commissiemededeling geformuleerde doelstellingen, en verbindt hij zich om waar passend met de Commissie samen te werken bij de verwezenlijking ervan, vooral op de gebieden waarop de Raad bevoegd is. De Unie zou daarbij een verbetering moeten nastreven van het bestaande kader van de betrekkingen met Zuidoost-Azië, en van de substantie van deze betrekkingen.

    2) De Raad herinnert aan zijn conclusies uit 2001 met betrekking tot de Commissiemededeling over de globale strategie ten aanzien van Azië, "Een strategisch kader voor versterkt partnerschap Europa-Azië"; de Raad wijst erop dat in die mededeling sprake is van de noodzaak "het hier gepresenteerde kader in onze subregionale en landenstrategieën [...] verder uit te bouwen en uit te werken". De Raad beschouwt de onderhavige mededeling over Zuidoost-Azië als een dergelijke subregionale landenstrategie.

    3) De Raad is verheugd dat zich ten aanzien van Zuidoost-Azië een breed georiënteerde en moderne agenda begint af te tekenen; de Raad geeft brede steun aan de zes strategische prioriteiten die in de mededeling worden beschreven:

     steun voor regionale stabiliteit en bestrijding van het terrorisme;

     bevordering van mensenrechten, democratische beginselen en goed bestuur;

     integratie van kwesties op het gebied van justitie en binnenlandse zaken in andere sectoren;

       een nieuwe dynamiek geven aan de betrekkingen op het gebied van regionale handel en investeringen;

     verdere steun voor de ontwikkeling van minder welvarende landen;

     intensivering van de dialoog en de samenwerking op specifieke beleidsterreinen.

    In aanvulling op deze zes prioriteiten benadrukt de Raad dat het belangrijk is de proliferatie in de regio van massavernietigingswapens (MVW) en de overbrengingsmiddelen daarvoor te bestrijden.

    4) De Raad bevestigt dat de EU wezenlijk belang heeft bij een stabiel en democratisch Zuidoost-Azië. Ook bevestigt de Raad opnieuw dat de EU de territoriale integriteit van de landen in Zuidoost-Azië steunt. Derhalve dringt de Raad aan op specifieke en actieve aandacht voor de bevordering van vrede en veiligheid in de regio, en voor conflictpreventie. De Raad is verheugd over de stabiliserende en conflictvoorkomende werking van subregionale organisaties zoals de Mekong River Commission. Zoals gesteld in de Strategie van de EU ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens vormt de verbetering van de regionale stabiliteit en veiligheid ook de beste aanpak voor het probleem van de proliferatie van massavernietigingswapens.

    5) De Raad verwelkomt de verklaring van ASEAN Concord II (Bali Concord II), die op 9 oktober 2003 door de negende ASEAN-top is aangenomen, alsook het plan van deze organisatie om uiterlijk in 2020 een ASEAN-Gemeenschap te verwezenlijken, die moet rusten op drie pijlers, namelijk de "ASEAN-Gemeenschap voor Veiligheid", de "Economische ASEAN-Gemeenschap" en de "Sociale en Culturele ASEAN-Gemeenschap". De Raad benadrukt dat dit ambitieuze plannen zijn en is bereid om, samen met de Commissie, deze inspanningen voor integratie te ondersteunen, onder meer door de Europese ervaring op dit gebied ter beschikking te stellen aan ASEAN, en met name aan het ASEAN-secretariaat.

    6) De Raad steunt de oproep van de Commissie om de betrekkingen met Zuidoost-Azië over de gehele linie opnieuw in balans te brengen door de mogelijkheid te bieden bilaterale overeenkomsten te sluiten met geïnteresseerde landen, en bevestigt daarbij opnieuw dat het integratieproces binnen ASEAN de onverkorte steun van de EU geniet.

    7) De Raad benadrukt dat de EU de regionale samenwerking bij terrorismebestrijding wil steunen en uitbreiden en daartoe haar ervaring op het gebied van terrorismebestrijding ter beschikking stelt. De EU is bereid te overwegen steun te geven aan elk land in de regio dat bereid is mee te werken bij de uitvoering van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad en de relevante VN-overeenkomsten. De EU roept haar partners in Zuidoost-Azië op het terrorisme te bestrijden met een alomvattende strategie die kwesties van politieke, socio-economische, en financiële governance omvat. De Raad herinnert aan de gezamenlijke verklaring over samenwerking ter bestrijding van terrorisme, die in januari 2003 door de 14e ministeriële bijeenkomst ASEAN-EU is aangenomen, en benadrukt dat de bepalingen van deze verklaring moeten worden uitgevoerd zonder dat in de betrokken landen afbreuk wordt gedaan aan de eerbiediging van de mensenrechten en de vreedzame politieke oppositie.

    8) De Raad benadrukt dat de EU moet streven naar een geïntegreerde aanpak van haar externe betrekkingen met Zuidoost-Azië, waarin handels- en investeringskwesties inherent gekoppeld worden aan punten als goed bestuur, mensenrechten, armoedebestrijding en de rechtsstaat. In dit verband wijst de Raad op de opneming van de 'essentieel element'-clausule in de samenwerkingsovereenkomsten van de Unie met Cambodja, Laos en Vietnam; de Raad roept de Commissie op deze clausule ten volle te benutten ter bevordering van de samenwerking inzake mensenrechten, in aanvulling op de dialoog hierover, en te zorgen dat zij wordt opgenomen in nieuwe overeenkomsten die mogelijkerwijs met landen uit deze regio zullen worden gesloten. De Raad benadrukt dat de civiele maatschappij in de regio ondersteuning en versterking behoeft.

    9) De Raad wijst erop dat hij het Internationale Strafhof een belangrijke organisatie acht, en roept de Zuidoost-Aziatische landen die nog niet tot het Statuut van Rome zijn toegetreden, op dit zo snel mogelijk te doen. De EU is bereid om haar ervaring op dit gebied met haar Zuidoost-Aziatische partners te delen.

    10) De Raad waardeert het vooral dat deze rijpere betrekkingen met Zuidoost-Azië kwesties omvatten op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, zoals de bestrijding van georganiseerde misdaad, mensensmokkel, het witwassen van geld, vervalsingen, drugs en illegale immigratie. In dat verband herinnert de Raad aan het nadrukkelijk verzoek van de Europese Raad van Sevilla van juni 2002, dat in elke toekomstige overeenkomst met een derde land "een clausule wordt opgenomen over het gezamenlijk beheer van de migratiestromen, en over de verplichte overname in het geval van illegale immigratie". De Raad verzoekt dan ook met nadruk om in bilaterale overeenkomsten met landen in Zuidoost-Azië toereikende bepalingen op te nemen inzake migratiestromen en overname.

    11) De Raad benadrukt, overeenkomstig de Raadsconclusies van 17 november 2003, voornemens te zijn een non-proliferatie-element in de betrekkingen van de EU met Zuidoost-Azië op te nemen.

    12) De Raad is het erover eens dat Zuidoost-Azië een steeds dynamischer groeimotor zal worden in de wereldeconomie, en erkent derhalve dat het in het belang van de Unie is nauwere handels-betrekkingen met de regio aan te knopen en er meer te investeren. De Raad is ingenomen met het in het nieuwe partnerschap vervatte idee om, krachtens de samenwerkingsovereenkomst van 1980 tussen de lidstaten van de EG en die van de ASEAN, handelsaangelegenheden te behandelen in het kader van een voorgesteld handelsactieplan, het Trans-Regional EU-ASEAN Trade Initiative (TREATI).

    13) De Raad merkt op dat voldoende vooruitgang bij de uitvoering van het voorgestelde handelsactieplan TREATI, en het aantonen van wederzijdse economische belangen de weg zouden kunnen vrijmaken voor een vrijhandelsovereenkomst met ASEAN. De Raad benadrukt dat het engagement ten aanzien van TREATI dateert van vóór de vijfde ministeriële conferentie van de WTO in Cancún, en losstaat van het resultaat van de WTO-besprekingen. Voorts verzoekt de Raad de Commissie om, zodra ASEAN verdere belangrijke stappen zal hebben gezet in de richting van economische integratie, de implicaties van een alomvattende en ambitieuze vrijhandelsovereenkomst met ASEAN te bestuderen, en daarbij de nodige aandacht te schenken aan economische voordelen in het kader van het multilaterale en regionale EU-handelsbeleid, alsmede aan de vraag of ASEAN een dergelijke overeenkomst kan aangaan.

    14) De Raad benadrukt dat het multilaterale stelsel voor de EU de belangrijkste prioriteit dient te blijven om de globalisering in toom te houden en de doelstellingen van het EU-handelsbeleid te verwezenlijken. Derhalve benadrukt de Raad dat het belangrijk is de WTO-onderhandelingen weer goed op gang te brengen en, door verdere opening van de markt en versterking van de multilaterale regelgeving, het multilaterale stelsel te stimuleren. De EU en ASEAN moeten dan ook hun krachten bundelen om op alle onderdelen van de ontwikkelingsagenda van Doha daadwerkelijk vooruitgang te boeken, om zodoende evenwichtige onderhandelingsresultaten te behalen die alle lidstaten tot voordeel strekken.

    15) De Raad is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om, door betere meerjarige strategische programmering, de kwaliteit en tijdige verlening van buitenlandse hulp door de EU aan Zuidoost-Azië te verbeteren. In dit verband verwelkomt de Raad de invoering van 'twinning'-regelingen in de samenwerking met Zuidoost-Azië. De lidstaten streven ernaar de deelname van hun eigen instellingen aan deze regelingen te vergemakkelijken.

    16) Ook is de Raad ingenomen met de invoering van het beginsel van trilaterale samenwerking bij armoedebestrijding. Dit kan een doeltreffend middel zijn om de ontwikkelingskloof tussen de armere en rijkere landen van Zuidoost-Azië te overbruggen, en regionale solidariteit te bevorderen, overeenkomstig het Initiative for ASEAN Integration (IAI). De Raad benadrukt dat de EU in het kader van de EU-samenwerkingsovereenkomsten streeft naar ontwikkeling in Oost-Timor en Papoea-Nieuw Guinea.

    17)  De Raad roept op tot een intensievere EU-ASEAN-dialoog op de gebieden van milieu (vooral de bescherming van tropische regenwouden), technologie en onderwijs.

    18) De Raad is het erover eens dat, gegeven de diversiteit van Zuidoost-Azië, de dialoog en de samenwerking van de EU met deze regio in een flexibel kader moeten worden geplaatst. De Raad merkt op dat de overeenkomst tussen de EG en de ASEAN van 1980, alsmede fora zoals ASEM en ARF en de bilaterale betrekkingen momenteel een nuttig platform bieden voor dialoog en samenwerking, maar dat het nieuwe partnerschap dringende aanbevelingen bevat om de agenda's voor elk van deze fora te rationaliseren en specifieker te maken. De Raad hoopt dat het ARF zijn aandacht zal verleggen van vertrouwenwekkende maatregelen naar preventieve diplomatie en uiteindelijk naar conflictoplossing, en zodoende vrede en veiligheid in de regio op doeltreffender wijze zal kunnen bevorderen. De Raad is verheugd over het gezamenlijk voorzitterschap van de EU en Cambodja van de ARF-ISG (Inter-sessional Group Meeting -tussentijdse bijeenkomst van de groep) in 2004-2005.

    19) De Raad is ingenomen met het feit dat er in Zuidoost-Azië recentelijk vier nieuwe Commissie- delegaties zijn geopend; dit zal bijdragen tot versterking van de betrekkingen met de regio en de betrokken landen, en de uitvoering van het nieuwe partnerschap versoepelen.

    20) De Raad is ten zeerste verheugd over het feit dat de Commissiemededeling een nieuwe zichtbaarheidsstrategie bevat, en zegt de Commissie zijn medewerking toe in de zin die de Commissie in haar mededeling schetst. De Commissie dient de Raad nauw te betrekken bij de uitvoering van deze strategie en hem op de hoogte te houden van de belangrijkste fasen die momenteel worden voorzien. De Raad stelt voor het bewustzijn ten aanzien van de Europese Unie alsook de zichtbaarheid van de EU in Zuidoost-Azië met behulp van deze strategie te versterken. De Raad stelt voor deze strategie, vooral met het oog op haar praktische uitvoering, onder de aandacht van de Zuidoost-Aziatische partners te brengen en met hen te bespreken.

    21) De Raad wijst erop dat de globale strategie inzake Azië/de Stille Oceaan moet worden herzien wanneer dit nodig is, maar uiterlijk in 2004. De Raad komt overeen de mededeling inzake een nieuw partnerschap met Zuidoost-Azië te herzien zodra dit nodig is."

VERVOER

Compensatie voor instapweigering aan luchtreizigers* - Openbare beraadslaging

Conform een gezamenlijke tekst waarover in het bemiddelingscomité overeenstemming is bereikt met het Europees Parlement, nam de Raad een verordening aan tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten (PE-CONS 3676/03 + 15632/03 ADD 1). De Ierse en de Britse delegatie stemden tegen en de Duitse delegatie onthield zich.

Deze verordening strekt ertoe Verordening (EEG) nr. 295/91 te actualiseren, met name door een uitbreiding van de rechten van de passagiers in geval van instapweigering of annulering van de vlucht, en door bijstand aan de luchtreizigers. Zij treedt in werking twaalf maanden na haar bekendmaking in het Publicatieblad, die tijdens de komende weken zal plaatsvinden.

ENERGIE

Bevordering van warmtekrachtkoppeling - Openbare beraadslaging

De Raad stemde in met alle amendementen die het Europees Parlement in tweede lezing heeft aangenomen met betrekking tot de richtlijn inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte (16164/03). Derhalve is het besluit aangenomen zoals het door de Raad in overeenstemming met het Europees Parlement is gewijzigd.

Het voorstel vormt een belangrijk onderdeel van de strategie van de EU op het gebied van energie-efficiëntie en energiebesparing en inzake de beperking van de CO2-uitstoot. Het is er tevens op gericht de continuïteit van de energievoorziening te verbeteren. Het bevat een regelgevingskader voor de stimulering en de ontwikkeling van de gelijktijdige opwekking in één proces van warmte en elektriciteit en/of mechanische energie.

Het nieuwe wetgevingsbesluit bevat bepalingen over het elektriciteitsnet en de tarieven, alsook over de definitie van de elektriciteit-warmteratio en warmtekrachtkoppelingseenheden. Middels de invoering van geharmoniseerde bepalingen in de gehele Gemeenschap wordt met deze richtlijn beoogd een aantal bestaande verschillen, die inhouden dat sommige lidstaten reeds steunprogramma's en doelstellingen hebben voor warmtekrachtkoppeling terwijl andere nog steeds geen bepalingen hebben over elektriciteitsproductie uit warmtekrachtkoppeling, weg te werken.

MILIEU

Uitstoot van broeikasgassen - Openbare beraadslaging

De Raad nam een beschikking aan van het Europees Parlement en de Raad betreffende een bewakingssysteem voor de uitstoot van broeikasgassen in de Gemeenschap en de uitvoering van het Protocol van Kyoto inzake klimaatverandering (PE-CONS 3685/03).

Doel van de beschikking is de Gemeenschap en de lidstaten in staat te stellen beter te voldoen aan hun monitoring-, beoordelings-, registratie- en rapportageplichten uit hoofde van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) (1) en het Protocol van Kyoto (2), die er beide op gericht zijn de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot stabiele niveaus.

Deze beschikking zal Beschikking 93/389/EEG van de Raad (3) vervangen.

Verpakking en verpakkingsafval* - Openbare beraadslaging

De Raad nam met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een richtlijn aan van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval, nadat hierover in het bemiddelingscomité overeenstemming was bereikt met het Europees Parlement (PE CONS 3697/03 + 5304/04 ADD 1 + ADD 2).

De Oostenrijkse en de Nederlandse delegatie stemden tegen de richtlijn.

Deze richtlijn wijzigt Richtlijn 94/62/EG waarin nationale maatregelen betreffende het beheer van verpakkingen en verpakkingsafval werden geharmoniseerd om de effecten daarvan op het milieu te voorkomen of te verminderen en tegelijkertijd de werking van de interne markt te waarborgen. De amendementen hebben betrekking op nieuwe streefcijfers voor terugwinning en recycling voor nog eens een periode van vijf jaar; materiaalspecifieke streefcijfers voor de recycling van bepaalde verpakkingsafvalmaterialen; de definities van mechanische, chemische en materiaalrecycling; en de verduidelijking van de definitie van "verpakking".

werkgelegenheid en sociaal beleid

Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels* - Openbare beraadslaging

De Raad stelde een gemeenschappelijk standpunt vast inzake een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (15577/03 + ADD 1 + 5240/04 + ADD 1)

Het gemeenschappelijk standpunt zal in het kader van de medebeslissingsprocedure aan het Europees Parlement worden toegezonden, zodat dit zijn aanbeveling in tweede lezing kan aannemen.

Door de verordening zullen de nationale socialezekerheidsstelsels worden gecoördineerd, teneinde de hinderpalen voor het vrije verkeer van personen weg te werken. Doel is de Europese burgers in staat te stellen zich vrij in de Gemeenschap te bewegen voor studie-, vrijetijds- of beroepsdoeleinden, zonder dat zij hun socialezekerheidsrechten- en bescherming verliezen.

De verordening zal de thans geldende voorschriften van Verordening (EG) nr. 1408/71 vervangen door eenvoudigere, geactualiseerde voorschriften.

"Civic participation" van Europese burgers

De Raad nam een Raadsbesluit aan tot instelling van een communautair actieprogramma om financiële steun te verlenen aan organisaties die werkzaam zijn op het gebied van het actief Europees burgerschap, en om "civic participation" te bevorderen (16294/03).

Doel van het besluit is de Europese burgers dichter bij de EU-instellingen te brengen en de contacten tussen burgers uit verschillende landen te intensiveren, met name door middel van jumelageprojecten.

VISSERIJ

Visserijovereenkomst tussen de EG en Ivoorkust

De Raad nam met eenparigheid van stemmen de verordening aan inzake de verlenging voor de periode van een jaar, van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004, van het visserijprotocol tussen de Gemeenschap en de Republiek Ivoorkust (13970/03 + 13950/03).

Deze overeenkomst voorziet in de toewijzing aan drie lidstaten - Frankrijk, Spanje en Portugal - van vergunningen voor demersale visserij en tonijnvisserij voor de kust van Ivoorkust. Indien de vergunningaanvragen van bovengenoemde lidstaten betrekking hebben op een kleinere hoeveelheid dan er mag worden gevangen, kunnen andere lidstaten een vergunning aanvragen.

De EG zal voor de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 een totale financiële tegenprestatie van 957.500 € betalen, waarvan 275.000 € als financiële compensatie die uiterlijk op 31 december 2003 moet worden betaald.

De overige 71% van de financiële bijdrage (682.500 €) zal bestemd worden voor doelgerichte acties om de visserijsector in Ivoorkust tot ontwikkeling te brengen (ontwikkeling van wetenschappelijke en technische programma's, toezicht, institutionele steunverlening aan de visserijdiensten voor het formuleren van een ontwikkelingsbeleid en strategie voor de visserij en de aquacultuur, studiebeurzen, stages enz.).

TRANSPARANTIE

Openbare debatten

De Raad keurde een lijst van punten goed waarover het voorzitterschap openbare debatten wil houden tijdens de Raadszittingen in de eerste helft van 2004, alsook een lijst van de belangrijkste wetgevingsvoorstellen waarop de medebeslissingsprocedure tussen het Parlement en de Raad van toepassing is en waarover de Raad openbare debatten kan houden (5229/1/04 + 5294/04). (5229/1/04 + 5294/04)

________________________

(1)Goedgekeurd bij Besluit 94/69/EG van de Raad (PB L 33 van 7.2.1994, blz. 11).

(2)Goedgekeurd bij Beschikking 2002/358/EG van de Raad (PB L 130 van 15.5.2002, blz. 1).

(3)PB L 167 van 9.7.1993, blz. 31.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website