Navigation path

Left navigation

Additional tools

2494e zitting van de Raad - LANDBOUW EN VISSERIJ - Brussel, 17-18 maart 2003

European Council - PRES/03/76   17/03/2003

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

C/03/76

Brussel, 17-18 maart 2003 7425/03 (Presse 76)

2494e zitting van de Raad - LANDBOUW EN VISSERIJ - Brussel, 17-18 maart 2003

Voorzitter: de heer Georgios DRYS, Minister van Landbouw van de Helleense Republiek

INHOUD (1)

DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

LANDBOUW 5

HERVORMING VAN HET GLB: EEN BELEIDSPERSPECTIEF OP LANGE TERMIJN VOOR DUURZAME LANDBOUW - Conclusies van het voorzitterschap 5

WERELDHANDELSORGANISATIE (WTO) - NADERE BEPALINGEN VOOR ONDERHANDELINGEN OVER LANDBOUW 6

STAATSSTEUN - ITALIAANS VERZOEK 6

VOEDSELVEILIGHEID 7

cOMITOLOGIEPROCEDURE - pesticiden * 7

BSE 8

DIVERSEN 9

     Frans initiatief voor Afrika 9

     Visserij - Herstelmaatregelen voor kabeljauw 9

     Visserij - Gevolgen van de stijging van de brandstofprijzen voor de situatie van de vissers 10

     Voedselveiligheid 11

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

LANDBOUW

  • Wijn uit Argentinië III

  • Toevoegingsmiddelen voor diervoeding * - Openbaar debat III

  • Genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders * - Openbaar debat III

MILIEU

  • Traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's)* - Openbaar debat III

  • Dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt - Openbaar debat III

  • Handel in broeikasgasemissierechten * - Openbaar debat III

DOUANE-UNIE

  • Overeenkomst van Kyoto III

onderzoek

  • Communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie - Openbare beraadslaging III

zeevervoer

  • Veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen * - Openbare beraadslaging III

  • Specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen * - Openbare beraadslaging III

  • Verbod op organische tinverbindingen op schepen * - Openbare beraadslaging III

luchtvervoer

  • Pakket betreffende het "gemeenschappelijk Europees luchtruim" * - Openbare beraadslaging III

  • Compensatie en bijstand aan luchtreizigers * - Openbare beraadslaging III

externe betrekkingen

  • EU-Oekraïne Voorbereiding van de 6e Samenwerkingsraad III

  • EU-Moldavië Voorbereiding van de 5e Samenwerkingsraad III

handelspolitiek

  • EU-Vietnam Bestrijding van fraude bij de handel in schoeisel III

transparantie

  • Toegang van het publiek tot documenten van de Raad III

GERECHT VAN EERSTE AANLEG VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

  • Benoeming III

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

mevrouw Annemie NEYTS-UYTTENBROEK

minister, toegevoegd aan de minister voor Buitenlandse zaken, belast met landbouw

de heer José HAPPART minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden (Waals Gewest)
Denemarken:
mevrouw Marian FISCHER BOELminister van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij
de heer Poul OTTOSEN staatssecretaris, minister van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij
Duitsland:
mevrouw Renate KÜNASTminister van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw

de heer Alexander MÜLLER

staatssecretaris, ministerie van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw
Griekenland:
de heer Georgios DRYSminister van Landbouw
de heer KORAKASsecretaris-generaal, ministerie van landbouw
Spanje:
de heer Miguel ARIAS CAÑETE minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
Frankrijk:
de heer Hervé GAYMARDminister van Landbouw, Voedselzaken, Visserij en Plattelandszaken
Ierland:
de heer Joe WALSHminister van Landbouw en Voedselvoorziening
Italië:
de heer Giovanni ALEMANNOminister van Land- en Bosbouw
Luxemburg:
de heer Fernand BODENminister van Land- en Wijnbouw en Plattelandsontwikkeling
Nederland:
de heer Cees VEERMANminister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
de heer Jan ODINKstaatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Oostenrijk:
de heer Joseph PRÖLLminister van Land- en Bosbouw, Milieubeheer en Waterhuishouding
Portugal:
de heer Armando SEVINATE PINTOminister van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij
Finland:
de heer Jari KOSKINENminister van Land- en Bosbouw
Zweden:
mevrouw Ann-Christin NYKVISTminister van Landbouw, Voedselzaken en Visserij
Verenigd Koninkrijk:
Lord WHITTYstaatssecretaris van Milieubeheer, Voedselvoorziening en Plattelandszaken
de heer Ross FINNIEminister van Milieubeheer en Plattelandsontwikkeling (Schotse regering)
de heer Michael GERMANvice-eerste-minister en minister van Economische Ontwikkeling (Welsche Assemblee)
* * *
Commissie:
de heer Franz FISCHLERlid
de heer DAVID BYRNElid

BESPROKEN PUNTEN

LANDBOUW

HERVORMING VAN HET GLB: EEN BELEIDSPERSPECTIEF OP LANGE TERMIJN VOOR DUURZAME LANDBOUW - Conclusies van het voorzitterschap

Op basis van een vragenlijst van het voorzitterschap hield de Raad een politieke bespreking over vijf van de negen Commissievoorstellen voor de hervorming van het GLB.

Hoewel niet kan worden overgegaan tot een algemene beoordeling zolang alle voorstellen nog niet zijn geëvalueerd, was het toch mogelijk om in de Raad een aantal brede tendensen te onderkennen. Deze moeten tijdens de behandeling van de voorgestelde horizontale verordening opnieuw worden besproken, met name wat betreft rijst, durumtarwe en granen.

Wat de zuivelsector betreft, hadden de delegaties uiteenlopende standpunten inzake het door de Commissie voorgestelde maatregelenpakket en de daaraan gekoppelde tijdschema's.

Wat de rijstsector betreft, is de Raad eenparig van oordeel dat de hervorming van de sector essentieel is. De rijstproducerende lidstaten zijn echter fel gekant tegen de Commissievoorstellen want zij zijn van mening dat de maatregelen in hun huidige vorm onvoldoende zijn om de levensvatbaarheid van de sector te waarborgen.

Op het gebied van de graansector zijn verscheidene delegaties van oordeel dat de marktsituatie geen afwijking van de in Agenda 2000 bereikte overeenkomst rechtvaardigt. Voor veel delegaties staat het compensatievraagstuk centraal in de lopende onderhandelingen. De voorstellen voor rogge kunnen door bepaalde delegaties niet worden aanvaard zolang zij niet vergezeld gaan van andere maatregelen om het effect ervan te verzachten of om de maatregel aan specifieke omstandigheden aan te passen.

Tot slot verzocht één delegatie om garanties voor de financiering van mediterrane producten die niet opgenomen zijn in het huidige, door de Commissie voorgestelde pakket.

Wat de plattelandsontwikkeling betreft, was er in de Raad overeenstemming over de doelstellingen van het voorstel en werd er vooruitgang geboekt in de richting van een overeenkomst over de inhoud van vele maatregelen. Niettemin is een meerderheid van de delegaties van oordeel dat de waarde van deze exercitie aanzienlijk vermindert door het gebrek aan aanvullende financiering voor de tweede pijler vóór 2007 en door de beperkte financiering na die datum in vergelijking met de doelstellingen die de Commissie in haar mededeling van juli 2002 had aangekondigd.

WERELDHANDELSORGANISATIE (WTO) - NADERE BEPALINGEN VOOR ONDERHANDELINGEN OVER LANDBOUW

De Raad nam nota van de informatie en opmerkingen van Commissielid Fischler over de meest recente ontwikkelingen in de WTO-besprekingen over landbouw, met name betreffende het eerste ontwerp van de heer Harbinson over de nadere bepalingen.

Commissielid Fischler, die er nota van had genomen dat het eerste ontwerp van de heer Harbinson nog niet op voldoende steun bij de WTO kon rekenen, benadrukte dat het bestaande document tekortkomingen vertoont op het gebied van exportkredieten en steunmaatregelen voor voedsel. Hij onderstreepte dat het ontwerp met betrekking tot de beperking van de preferentiële behandeling in het nadeel zou werken zowel van de geïndustrialiseerde landen die in een hervormingsproces betrokken zijn als van vele ontwikkelingslanden. Hij verduidelijkte dat het zeer moeilijk zou zijn om de termijn van 31 maart te halen, omdat er nog technische besprekingen nodig zijn op zes kerngebieden, namelijk exportkredieten, voedselhulp, strategische producten, administratie van de quota, andere doelstellingen dan die op handelsgebied, preferentiële behandeling (douanepreferenties) voor ontwikkelingslanden. Hij benadrukte tevens dat de Europese Gemeenschap vóór de ministeriële bijeenkomst in Cancun op 10-14 september 2003 druk moet blijven uitoefenen op de WTO.

Er zij gememoreerd dat de Raad op 20 februari, vóór de vijfde ministeriële zitting in Cancun, ook een grondige bespreking heeft gehouden over de meest recente ontwikkelingen in de onderhandelingen over een nieuwe landbouwovereenkomst binnen de WTO (doc. 6160/03).

STAATSSTEUN - ITALIAANS VERZOEK

De Raad besloot om tijdens de volgende zitting op 7-8 april terug te komen op de beschikking betreffende het verzoek van de Italiaanse regering om nationale steun te verlenen teneinde de financiële insolventie te compenseren van bij coöperaties aangesloten landbouwproducenten die vóór 1993 op hun eigen producten garanties gaven.

Een gedeelte van deze steun (€ 118.785.086, 79) zou worden verleend krachtens de Italiaanse nationale wetgeving, en het resterende gedeelte (€ 80.165.000) zou worden verleend krachtens de regionale wetgeving van Sicilië.

Er zij gememoreerd dat de Italiaanse delegatie bij de Raad een verzoek heeft ingediend om toestemming voor het verlenen van nationale steun uit hoofde van artikel 88, lid 2, derde alinea van het Verdrag. Deze zou bestaan in toepassing van de Italiaanse nationale en regionale wetgeving, waarin wordt bepaald dat de Italiaanse staat de verplichtingen overneemt die voortvloeien uit hoofdelijk door leden van landbouwcoöperaties aan de coöperatie verstrekte garanties wanneer de coöperatie zich in kennelijke staat van insolventie bevindt.

VOEDSELVEILIGHEID

cOMITOLOGIEPROCEDURE - pesticiden *

De Raad bereikte op basis van een compromis van het voorzitterschap, waaraan de Raad zijn goedkeuring hechtte, overeenstemming over de beschikking betreffende de niet-opneming van aldicarb in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten. De beschikking werd met gekwalificeerde meerderheid aangenomen via de schriftelijke procedure. De Duitse, de Zweedse en de Luxemburgse delegaties stemden tegen. De Oostenrijkse delegatie onthield zich.

Er zij gememoreerd dat het oorspronkelijke voorstel voor een beschikking betrekking had op de niet-opneming van aldicarb in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten binnen een periode van zes maanden en met een uiterste termijn die niet meer dan achttien maanden bedraagt.

Richtlijn 91/414/EEG van de Raad voorziet thans in een kader voor de toelating en het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, met inbegrip van een programma dat moet worden uitgevoerd over een periode van twaalf jaar - tot 2003 - voor het geleidelijk onderzoeken van de werkzame stoffen in de op markt zijnde pesticiden, met het oog op hun opneming in bijlage I van deze richtlijn.

Op grond van de huidige EU-wetgeving legt de kennisgever van een product informatie voor aan de Commissie. Dan wordt een lidstaat aangesteld als rapporteur om een beoordelingsverslag in te dienen bij het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid over de verstrekte informatie. Het Permanent Comité heeft op 18 oktober 2002 geen gunstig advies gegeven, omdat was gebleken dat aldicarb in zijn huidige korrelvorm een groot risico inhoudt, met name voor kleine vogels en aardwormen. De door de kennisgever verstrekte wetenschappelijke beoordeling werd onvoldoende geacht om uit te maken of onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden gewasbeschermingsmiddelen die de betrokken werkzame stof bevatten al dan niet in het algemeen voldoen aan de in de richtlijn neergelegde vereisten.

Overeenkomstig de comitologievoorschriften, is het dossier op 17 december aan de Raad toegezonden opdat hij binnen drie maanden een beschikking met gekwalificeerde meerderheid neemt.

De belangrijkste wijzigingen van dit compromis ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel zijn:

    - de opneming van een afwijking waardoor acht lidstaten aldicarb mogen gebruiken tot 2007 (in plaats van de 18 maanden na de aanneming van de beschikking zoals in het oorspronkelijke voorstel stond);

    - dit gebruik moet worden gemotiveerd en is uitsluitend bedoeld voor essentiële doeleinden en belangrijke gewassen (bijvoorbeeld suikerbieten, citrusvruchten, aardappelen, knoflook, uien);

    - het gebruik van deze stof mag geen schade toebrengen aan de menselijke of diergezondheid;

    - de lidstaten die deze stof gebruiken, moeten uitzien naar alternatieven;

    - de betrokken lidstaten moeten uiterlijk op 31/12/2004 bij de Commissie een verslag indienen betreffende de uitvoering van deze voorwaarden en met opgave van schattingen over de gebruikte hoeveelheden aldicarb.

Aldicarb is een systemisch pesticide dat wordt gebruikt ter beheersing van nematoden in de bodem, alsook van insecten en mijten op verscheidene gewassen. Het is erg oplosbaar in water en verspreidt zich zeer gemakkelijk in de bodem. Het wordt voornamelijk via biologische afbraak en hydrolyse afgebroken en blijft nog weken tot zelfs maanden aanwezig. Het is vaak aangetroffen als contaminant in grondwater. 2(2)

BSE

De Raad nam nota van het situatieverslag van de Commissievertegenwoordiger betreffende boviene spongiforme encefalopathie (BSE) en overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE).

Met betrekking tot de BSE-cijfers verklaarde Commissielid Byrne dat in 2002 meer dan 10 miljoen tests waren uitgevoerd op vee - een verhoging van 10% ten opzichte van 2001 - en dat het totale aantal gevallen stabiel is gebleven. Hij wees erop dat het aantal positieve gevallen bij geteste dieren verhoudingsgewijs met 22% naar beneden is gegaan. Met betrekking tot scrapie werden in 2002 meer dan 360.000 test uitgevoerd op schapen en geiten. Wat betreft gespecificeerd risicomateriaal, herinnerde hij eraan dat een voorstel om ileum toe te voegen aan de lijst van gespecificeerd risicomateriaal in februari het technisch akkoord heeft gekregen van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Hij bracht de Raad op de hoogte van de uitvoering, uiterlijk in mei, van de nieuwe verordening inzake dierlijke bijproducten en bracht hulde aan de Wetenschappelijke Stuurgroep die wordt vervangen door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.

Commissielid Byrne bracht de Raad tevens op de hoogte van het nieuwe Commissievoorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 999/2001 waardoor de huidige overgangsregelingen tot 1 juli 2005 van kracht kan blijven teneinde de verspreiding van BSE en de besmetting van de voedselketen te voorkomen. Hij sprak de wens uit dat dit voorstel spoedig wordt aangenomen.

Deze maatregelen omvatten met name het verbod op het gebruik van vlees- en beendermeel in diervoeder, het verwijderen van gespecificeerd risicomateriaal uit de voedselketen, het verbod op bepaalde slachtmethoden en op het voederen van verwerkte dierlijke eiwitten aan dieren die worden gehouden om als voedsel te dienen, alsook uitvoerbeperkingen ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk en Portugal. Er wordt voorgesteld om deze huidige bepalingen te verlengen tot 2005 aangezien de besprekingen over het indelen van landen volgens hun BSE-status nog aan de gang zijn in de internationale fora.

DIVERSEN

  • Frans initiatief voor Afrika

De Raad nam nota van de mededeling van de Franse delegatie over de economische initiatieven die deze delegatie in een ruim kader ten behoeve van Afrika aanbeveelt, alsook van de reacties van de Commissievertegenwoordiger op deze kwestie.

In aansluiting op de Frans-Afrikaanse top van 20-21 februari 2003 in Parijs, attendeerde de Franse delegatie de Raad en de Commissie op de dringende noodzaak om op communautair niveau een initiatief ten behoeve van de Afrikaanse landen bezuiden de Sahara te nemen. Dit initiatief bestaat uit een preferentiële behandeling voor de handel, maatregelen ter bescherming van de producenten tegen schommelingen van de grondstoffenprijzen en een moratorium op alle vormen van uitvoersteun met betrekking tot voor de regio bestemde landbouwproducten. De Franse delegatie beveelt aan dat deze initiatieven worden overgenomen door multilaterale organen zoals de WTO en de G8, onder leiding en met ondersteuning van de Unie.

Commissielid Fischler was ingenomen met het voorstel van de Franse delegatie, verklaarde dat zijn instelling het nauwkeurig zou onderzoeken en verzocht de Franse delegatie om actief met de Commissie samen te werken bij de behandeling van deze aangelegenheid. Hij wees de Raad erop dat de Europese Gemeenschap steeds een leidinggevende rol heeft gespeeld in het streven om het aandeel van de ontwikkelingslanden in de internationale handel te bevorderen, en benadrukte dat alle ontwikkelde landen in die richting moeten werken. Hij gaf echter aan dat de geografische reikwijdte van de betrokken landen - Afrika bezuiden de Sahara - eerst gedefinieerd moet worden.

  • Visserij - Herstelmaatregelen voor kabeljauw

De Deense delegatie attendeerde de Raad en de Commissie op de situatie van het kabeljauwherstel in samenhang met een verklaring van de Raad die is afgelegd tijdens de zitting van december (16-20 december 2002) en met betrekking tot de tijdelijke maatregelen die zijn aangenomen in het kader van bijlage XVII van Verordening (EG) nr. 2341/2002 van de Raad inzake TAC's en quota voor 2003. In de verklaring van de Raad is bepaald dat de Commissie uiterlijk op 15 februari 2003 verdere elementen moet presenteren met het oog op een besluit, dat vóór 31 maart 2003 door de Raad moet worden genomen, zodat het op 1 juli 2003 in werking kan treden. Met de steun van de Zweeds en de Duitse delegaties verzocht de Deense delegatie de Commissie om spoedig een voorstel in te dienen betreffende het beheer van de herstelbestanden voor kabeljauw en heek, dat de huidige voorlopige maatregelen zou kunnen vervangen, en verzocht het voorzitterschap en de Commissie om actief werk te maken van een herstelplan op lange termijn. De Belgische delegatie uitte haar bezorgdheid over de definitie van het aantal dagen op zee in het kader van bijlage XVII van de verordening betreffende TAC's en quota voor 2003, aangezien vele vissers verscheidene dagen op zee doorbrengen alvorens op de visgronden aan te komen.

Commissielid Fischler verklaarde dat zijn diensten zich thans bezighouden met de aanpassing van de tijdelijke maatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden enerzijds, en een voorstel voor herstelbestanden van kabeljauw en heek anderzijds. Hij wees erop dat er overleg heeft plaatsgevonden tussen de Commissie en de lidstaten teneinde de maatregelen tot beperking van de inspanning op korte termijn, alsmede het Commissievoorstel voor herstel op lange termijn, aan te passen. Begin februari en op 10-11 maart heeft er ook overleg plaatsgevonden tussen de Commissie en de belanghebbenden om een nieuwe langetermijnaanpak voor het kabeljauwherstel te bepalen op basis van beperkingen van de visserij-inspanning. Wat betreft de aanpassing van de huidige bepalingen, bracht hij drie mogelijke wijzigingen in de huidige regelingen naar voren:

    - de definitie van het aantal dagen op zee moet op een meer flexibele manier worden gestructureerd:

    - het aantal dagen op zee zou kunnen worden overgedragen op grotere vissersvaartuigen;

    - het aantal dagen op zee tijdens een noodsituatie zoals zeer slechte weersomstandigheden of onverwachte gebeurtenissen waardoor de vissers niet konden werken, zouden niet in aanmerking worden genomen.

Wat betreft het langetermijnvoorstel voor de herstelbestanden van kabeljauw en heek, verklaarde hij dat dit voorstel uiterlijk begin mei ingediend zou kunnen worden.

  • Visserij - Gevolgen van de stijging van de brandstofprijzen voor de situatie van de vissers

De Franse delegatie, ondersteund door de Spaanse en de Griekse delegatie wees de Raad en de Commissie op de stijgende prijzen voor door vissers gebruikte brandstof en op de gevolgen die de prijsstijgingen voor de visserijsector in Frankrijk hebben. De Franse delegatie wees erop dat deze voortdurend stijgende brandstofprijzen tot gevolg zouden kunnen hebben dat Franse vissers niet uitvaren als de brandstofprijzen een bepaalde drempel (38 cent/liter) zouden overschrijden. Rekening houdend met de groeiende bezorgdheid in de visserijsector, verzocht de Franse delegatie om een initiatief op communautair niveau om dit probleem aan te pakken. De Spaanse delegatie benadrukte de noodzaak om zowel de landbouwsector als de visserijsector te steunen en uitte haar bezorgdheid over het stijgend aantal verzoeken om staatssteun.

Commissielid Fischler, die zich bewust was van de sterk schommelende brandstofprijzen, benadrukte de noodzaak van een samenhangende en globale aanpak en waarschuwde dat het verlenen van steun om de prijsstijgingen te compenseren noodzakelijkerwijze door de Commissie zorgvuldig onderzocht moet worden om ervoor te zorgen dat eventuele gevallen van concurrentievervalsing worden opgespoord. Hij wees erop dat een communautaire aanpak effect op alle sectoren moet sorteren en dat hij zou nagaan welke soort maatregelen nodig zouden kunnen zijn. Hij verklaarde dat hij deze zaak spoedig bij de Commissie zou aankaarten.

  • Voedselveiligheid

Aviaire influenza (klassieke vogelpest) in Nederland

De Nederlandse delegatie attendeerde de Raad en de Commissie op de huidige situatie in Nederland betreffende de verspreiding van aviaire influenza aldaar (doc. 7437/03). De Belgische delegatie verklaarde dat België strenge maatregelen had genomen ten aanzien van de invoer uit Nederland van pluimvee en broedeieren en dat verdachte boerderijen aan de Nederlandse grens op preventieve basis waren geruimd. De Belgische delegatie wees erop dat er tot nu toe nog geen enkel geval van aviaire influenza in België was gemeld en uitte de wens dat de Commissie haar beschikking van 12 maart 2003 betreffende beschermende maatregelen intrekt met betrekking tot het sterke vermoeden van aviaire influenza in België (PB L 69 van 13.03.2003).

Commissielid Byrne was ingenomen met de inspanningen van de Nederlandse en de Belgische delegatie en benadrukte het hoge besmettingsrisico dat aviaire influenza, een besmettelijke ziekte van pluimvee, inhoudt. Hij wees erop dat meer dan 150 besmette, verdachte of pluimveeboerderijen die gevaar lopen in Nederland reeds waren geruimd om de verspreiding van de infectie spoedig een halt toe te roepen. Hij vermeldde de thans onderzochte mogelijkheid om vaccinatie te gebruiken. Hij gaf aan dat de oorsprong van het uitbreken van de ziekte naar alle waarschijnlijkheid bij wildwatervogels ligt. Hij drong aan op het overzicht van het speciale monitoringprogramma voor pluimvee en wilde vogels waarmee in 2002 een aanvang is gemaakt en dat door de Commissie gecofinancierd wordt, zodat de Commissie een nieuw voorstel betreffende de beheersing van de ziekte kan opstellen. Hij wees erop dat de bestaande bepalingen betreffende het uitbreken van de ziekte slechts geleidelijk, na een volledig en nauwgezet onderzoek van de situatie, kunnen worden opgeheven.

Illegaal gebruik van nitrofuranen in Portugal

De Portugese delegatie maakte de Raad en de Commissie opmerkzaam op de meest recente ontwikkelingen na de ontdekking van het illegale gebruik van nitrofuranen (antibiotica) bij pluimvee, kalkoenen en kwartels op pluimveebedrijven in Portugal (doc. 7464/03). Eind oktober 2002 heeft het Portugese nationale referentielaboratorium systematisch en op vrijwillige basis een nieuwe, meer gevoelige analysemethode ingevoerd voor de opsporing van het door furaltadon geproduceerde metaboliet (AMOZ). De resultaten van de uitgevoerde analyses die de Portugese autoriteiten onder ogen krijgen, zijn positief en tonen de aanwezigheid van residuen aan, in het bijzonder in pluimveevlees. De Portugese autoriteiten hebben een actieplan opgesteld. Zij hebben verscheidene bedrijven in het land gesloten en bereiden nu het bevel voor om een grote hoeveelheid pluimvee te laten slachten indien de tests de aanwezigheid van het antibioticum bevestigen. Er is tevens een onderzoek ingesteld naar het gebruik van en de handel in dit antibioticum. Het gebruik van nitrofuranen, waarvan wordt verondersteld dat zij het risico van kanker bij mensen verhogen, is sinds 1994 in de EU verboden 3(3). Monsters uit de geïsoleerde bedrijven zijn voor onderzoek naar laboratoria in Frankrijk, Duitsland en Nederland gezonden. De Spaanse delegatie uitte haar bezorgdheid over deze zaak.

Commissielid Byrne benadrukte dat de ontdekking van het illegale gebruik van nitrofuranen in Portugal de doeltreffendheid van het communautaire systeem voor de controle op residuen aantoont. Hij verzocht de lidstaten om in hun plannen voor de controle op residuen voor 2003 controles op nitrofuranen op te nemen en benadrukte de noodzaak van een gelijke aanpak, zonder onderscheid, van alle voedselveiligheidskwesties, ongeacht of het om in de Gemeenschap geproduceerde dan wel uit derde landen geïmporteerde producten gaat.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

LANDBOUW

Wijn uit Argentinië

De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid - de Italiaanse delegatie stemde tegen - een verordening aangenomen houdende machtiging tot het aanbieden en leveren voor rechtstreekse menselijke consumptie van bepaalde uit Argentinië ingevoerde wijnen waarop oenologische procédés zijn toegepast waarin niet is voorzien in de verordening houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (doc. 5484/1/03 REV 1). Deze verordening voorziet in een tijdelijke afwijking, die geldt totdat de EG en Argentinië een akkoord over oenologische procédés en geografische aanduidingen hebben bereikt; voor in Argentinië geproduceerde wijnen die appelzuur bevatten evenwel geldt deze afwijking uiterlijk tot 30 september 2003. Deze machtiging heeft ook betrekking op wijnen die na 1 januari 2001 uit Argentinië in de Gemeenschap - veelal in Duitsland - zijn ingevoerd. Indien er voor 30 september 2003 geen overeenstemming is bereikt, kan de afwijking worden verlengd. Appelzuur is een zuur dat van nature voorkomt in appels en bittere vruchten (4) en dat wijn zoet en fruitig doet smaken.

Toevoegingsmiddelen voor diervoeding * - Openbaar debat

De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid - de Oostenrijkse delegatie stemde tegen - een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld met het oog op de aanneming van een verordening betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (doc. 15776/02 + 6715/03 ADD 1). Met dit voorstel wordt beoogd de bestaande regels voor het verlenen van vergunning voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding te vereenvoudigen, een duidelijk onderscheid te maken tussen de risicobeoordeling (door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EAVV)), enerzijds, en het risicobeheer (Commissie en de lidstaten) anderzijds. In de verordening worden voorschriften vastgesteld voor de uitfasering van als groeibevorderaar gebruikte antibiotica, wordt het gebruik van stoffen met coccidiostatische werking als toevoegingsmiddelen voor diervoeding gehandhaafd en wordt de bestaande EU-regelgeving betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding versterkt. Overeenkomstig de medebeslissingsprocedure zal het gemeenschappelijk standpunt voor een tweede lezing aan het Europees Parlement worden toegezonden.

Genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders * - Openbaar debat

De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid - de Luxemburgse, de Oostenrijkse en de Britse delegatie stemden tegen - een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld met het oog op de aanneming van een verordening inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoerders. Dit voorstel heeft ten doel een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mens, van diergezondheid, van het milieu en van de belangen van de consumenten te waarborgen met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, en daarbij een goede werking van de interne markt te verzekeren; tevens worden in deze verordening duidelijke en doorzichtige communautaire procedures ingevoerd voor de beoordeling van, het leveren van vergunningen voor, en het houden van toezicht op genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, alsook een systeem voor de etikettering van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Overeenkomstig de medebeslissingsprocedure zal het gemeenschappelijk standpunt voor een tweede lezing aan het Europees Parlement worden toegezonden.

MILIEU

Traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's)* - Openbaar debat

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld betreffende het voorstel voor een verordening betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders (doc. 15798/02 + doc. 6903/03 ADD 1). De Luxemburgse, de Nederlandse, de Britse en de Deense delegatie konden het gemeenschappelijk standpunt niet steunen. Overeenkomstig de medebeslissingsprocedure zal het gemeenschappelijk standpunt voor een tweede lezing aan het Europees Parlement worden toegezonden.

Met de voorgestelde verordening wordt beoogd Richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu op bepaalde onderdelen te wijzigen. Doel is een kader in te voeren voor de traceerbaarheid van producten die geheel of gedeeltelijk uit GGO's bestaan en voor de traceerbaarheid van met GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders, zulks teneinde een nauwkeurige etikettering, toezicht op de effecten op het milieu, en in voorkomend geval de volksgezondheid, te vergemakkelijken. Voorts heeft zij ten doel de uitvoering van passende risicobeheersingsmaatregelen te vergemakkelijken, met name het uit de markt nemen van producten (voor meer details zie onze mededeling aan de pers doc. 15101/02).

Dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt - Openbaar debat

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld betreffende een voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (doc. 5240/03). Overeenkomstig de medebeslissingsprocedure wordt het gemeenschappelijk standpunt voor een tweede lezing aan het Europees Parlement toegezonden.

Met het voorstel wordt beoogd de bijlagen van Richtlijn 86/609/EG die betrekking hebben op de algemene verzorging en de huisvesting van dieren, in overeenstemming te brengen met de laatste wetenschappelijke en technische ontwikkelingen en de resultaten van het onderzoek op de betrokken gebieden. Deze gebieden zijn onder andere het testen van de veiligheid van geneesmiddelen en levensmiddelen, het diagnosticeren en behandelen van ziekten en de bescherming van het natuurlijke milieu in het belang van de gezondheid en het welzijn van mens en dier.

Richtlijn 86/609/EG inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuurlijksrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt is het instrument tot uitvoering van de overeenkomst van de Raad van Europa voor de bescherming van gewervelde dieren die voor experimenten en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (ETS 123 van 18 maart 1986).

De Raad van Europa heeft een "Protocol tot wijziging " van de overeenkomst ter ondertekening en bekrachtiging opengesteld, waarmee de invoering wordt beoogd van een vereenvoudigde procedure tot wijziging van de bepalingen in de overeenkomst betreffende de huisvesting en algemene verzorging van dieren, die in de plaats zou komen van de tot dusver toegepaste, langdurige procedure waarvoor de bekrachtiging door alle partijen vereist is. Hierdoor zou de overeenkomst steeds volledig in overeenstemming kunnen blijven met de laatste ontwikkelingen van wetenschap en kennis betreffende het welzijn van dieren in laboratoria.

Teneinde de huidige Richtlijn 86/609/EG in overeenstemming te brengen met het "Wijzigingsprotocol" behelst de voorgestelde richtlijn dat in plaats van dat de volledige medebeslissingsprocedure Raad-Parlement wordt doorlopen, een regelgevend comité wordt ingeschakeld. Het comité dient te worden opgericht overeenkomstig Besluit 99/468/EG tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden. Zo zouden wijzigingen in de bijlage bij Richtlijn 86/609/EG inzake de omstandigheden bij de huisvesting en algemene verzorging van dieren flexibeler en soepeler kunnen worden ingevoerd.

Volgens het gemeenschappelijk standpunt van de Raad wordt in de tekst van het voorstel de standaardformulering met betrekking tot de comitologieprocedure opgenomen.

Handel in broeikasgasemissierechten * - Openbaar debat

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld betreffende het voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (doc. 15792/02). Overeenkomstig de medebeslissingsprocedure zal het gemeenschappelijk standpunt voor een tweede lezing aan het Europees Parlement worden toegezonden.

Met de voorgestelde richtlijn wordt de invoering beoogd van een milieubeschermingsinstrument dat de uitstoot van broeikasgassen op een kosteneffectieve wijze moet terugdringen, hetgeen de Unie in staat moet stellen haar verplichtingen uit hoofde van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatveranderingen van het Kyoto-Protocol te voldoen. Terwijl gestreefd wordt naar een vermindering van de totale broeikasgasemissies wordt in de richtlijn eveneens beoogd de passende werking van de interne markt te verzekeren en eventuele concurrentieverstoringen die uit de invoering van afzonderlijke nationale regelingen voor de handel zouden kunnen voortvloeien, te voorkomen. De eerste fase van de voorgestelde regeling betreft de periode tussen 2005 en 2007. Deze gaat vooraf aan de eerste fase van verplichtingen uit hoofde van het Kyotoprotocol, van 2008 tot 2012, die overeenkomt met de tweede fase van de regeling.

Volgens de handelsregeling kunnen de lidstaten aan exploitanten in bepaalde sectoren een vergunning voor broeikasgasemissies verlenen. Deze vergunningen houden dan de verplichting in te beschikken over "emissierechten", die de feitelijke broeikasgasemissies van deze exploitanten moeten dekken. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de toekenning van deze vergunningen, die desgewenst tussen ondernemingen kunnen worden verhandeld. Door de handel in emissierechten is het voor individuele ondernemingen mogelijk meer broeikasgassen uit te stoten dan in een oorspronkelijke toewijzing is bepaald, mits zij een andere onderneming kunnen vinden die minder heeft uitgestoten dan is vergund en die bereid is zijn "reserverechten" te verkopen. Stoten ondernemingen meer uit dan volgens hun vergunning is toegestaan, dan zullen sancties worden opgelegd (zie voor meer details onze mededeling aan de pers 15101/02).

DOUANE-UNIE

Overeenkomst van Kyoto

De Raad keurde het besluit goed betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Protocol tot wijziging van de Internationale Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures (Overeenkomst van Kyoto) (doc. 6071/03).

Wanneer de beginselen van de herziene Overeenkomst van Kyoto worden uitgevoerd zal dit aanzienlijke en meetbare resultaten opleveren doordat de doeltreffendheid en de efficiency van de douaneadministraties worden opgevoerd, en daarmee het economisch concurrentievermogen van de landen. Dit zal tevens een aanmoediging vormen voor investeringen en de ontwikkeling van de industrie, terwijl ook de deelneming van het midden- en kleinbedrijf aan de internationale handel erdoor kan toenemen.

onderzoek

Communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie - Openbare beraadslaging

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld met het oog op de aanneming van een beschikking betreffende de productie en de ontwikkeling van een communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie (doc. 14089/02 + ADD 1).

Het algemene doel van deze ontwerp-beschikking van het Europees Parlement en de Raad is het handhaven en verbeteren van het communautair statistisch informatiesysteem over wetenschap, technologie en innovatie, teneinde het communautair beleid te ondersteunen en te volgen.

De Raad heeft in het gemeenschappelijk standpunt alle amendementen van het EP verwerkt, met uitzondering van het amendement inzake samenwerking en overleg met de Groep van Helsinki; het amendement inzake samenwerking met de OESO en andere internationale organisaties is naar de inhoud, maar niet naar de letter overgenomen; de comitéprocedure is gewijzigd in een regelgevingsprocedure.

zeevervoer

Veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen * - Openbare beraadslaging

De Raad heeft een richtlijn aangenomen houdende wijziging van Richtlijn 98/18/EG van de Raad inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen (doc. 3678/02).

Richtlijn 98/18/EG van de Raad van 17 maart 1998 voert een uniform niveau van veiligheid van mensenlevens en eigendommen in op nieuwe en bestaande passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen die voor binnenlandse reizen worden gebruikt, en stelt procedures vast voor onderhandelingen op internationaal niveau over de harmonisatie van de regels voor passagiersschepen die voor internationale reizen worden gebruikt.

De wijzigingsrichtlijn voorziet met name in stabiliteitsvereisten voor alsook het uit de vaart nemen van ro-ro-passagiersschepen, alsmede veiligheidseisen ten aanzien van personen met verminderde mobiliteit.

Specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen * - Openbare beraadslaging

De Raad heeft een richtlijn aangenomen betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen (doc. 3679/02).

Deze richtlijn heeft tot doel een uniform niveau van specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen vast te stellen, die in geval van beschadiging door aanvaring het overlevingsvermogen van dit type vaartuigen moeten verbeteren en in een hoog veiligheidsniveau voor de passagiers en de bemanning moeten voorzien. Deze richtlijn is van toepassing op alle ro-ro-passagiersschepen, ongeacht de vlag die zij voeren, die een geregelde dienst van of naar een haven in een lidstaat onderhouden voor internationale reizen.

Verbod op organische tinverbindingen op schepen * - Openbare beraadslaging

De Raad heeft een verordening aangenomen houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen (doc. 3674/02).

Doel van deze verordening is het beperken of wegnemen van schadelijke gevolgen voor het mariene milieu en de volksgezondheid van organische tinverbindingen die fungeren als actieve biociden in aangroeiwerende systemen gebruikt op schepen die de vlag voeren of onder het gezag opereren van een lidstaat, alsook op schepen die, ongeacht de vlag die zij voeren, naar en van havens in de lidstaten varen.

Gememoreerd zij dat de Raad op 6 december 2002 een politiek akkoord heeft bereikt om alle amendementen in eerste lezing van het Europees Parlement goed te keuren.

luchtvervoer

Pakket betreffende het "gemeenschappelijk Europees luchtruim" * - Openbare beraadslaging

De Raad heeft gemeenschappelijke standpunten vastgesteld met het oog op de aanneming van een

  • verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim ("de kaderverordening") (doc. 15851/02);

  • verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim ("de luchtruimverordening") (doc. 15852/02);

  • verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim ("de dienstverleningsverordening") (doc. 15853/02);

  • verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer ("de interoperabiliteitsverordening") (doc. 15854/02).

In zijn motivering (doc. 15851/02 ADD 1) is de Raad van oordeel dat de tekst van dit gemeenschappelijk standpunt over het pakket betreffende het gemeenschappelijk Europees luchtruim passend en evenwichtig is. Met betrekking tot de door het Europees Parlement in eerste lezing ingediende amendementen, merkt de Raad op dat veruit de meeste van deze amendementen qua bedoeling en qua betekenis nagenoeg overeenkomen met de corresponderende bepalingen in het gemeenschappelijk standpunt. Derhalve is de Raad van oordeel dat de teksten van het gemeenschappelijk standpunt over het geheel genomen het door deze amendementen nagestreefde doel weerspiegelen.

Tot slot wenst de Raad te onderstrepen dat het door hem bereikte akkoord met betrekking tot civiel-militaire samenwerking, dat in zijn huidige vorm voor alle betrokkenen in de lidstaten aanvaardbaar is, het resultaat is van veel en hard werk op dit zeer moeilijke gebied.

Gememoreerd zij dat het initiatief inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim tot doel heeft de huidige veiligheidsnormen aan te scherpen en de algehele doeltreffendheid voor het algemeen luchtverkeer in Europa te vergroten, de capaciteit te optimaliseren, opdat wordt voorzien in de behoeften van alle gebruikers van het luchtruim en de vertragingen tot een minimum worden teruggebracht. In dit verband zijn de hoofddoelstellingen van de vier verordeningen de volgende: 1) de veiligheid verbeteren en verhogen, 2) een meer geïntegreerd functionerend luchtruim ondersteunen in de context van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, 3) gemeenschappelijke voorschriften invoeren met betrekking tot het veilig en efficiënt verrichten van luchtvaartnavigatiediensten in de Gemeenschap, en 4) de interoperabiliteit verzekeren van de verschillende systemen, onderdelen en desbetreffende procedures van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer.

Compensatie en bijstand aan luchtreizigers * - Openbare beraadslaging

De Raad heeft een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld met het oog op de aanneming van een verordening tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten (doc. 15855/02).

De Raad heeft een aantal wijzigingen in het voorstel van de Commissie aangebracht die zowel op de inhoud als op de vorm betrekking hebben. Wat de formele wijzigingen betreft, heeft de Raad ernaar gestreefd de teksten eenvoudiger en begrijpelijker te maken. De Raad heeft de tekst ingrijpend herschikt om met name de logische opbouw ervan te verbeteren.

De Raad is van oordeel dat de tekst van dit gemeenschappelijk standpunt over de ontwerp-verordening passend en evenwichtig is. De Raad merkt op dat een groot aantal amendementen van het Parlement werden opgenomen in de tekst van het gemeenschappelijk standpunt, en is in het algemeen van oordeel dat het gemeenschappelijk standpunt grotendeels beantwoordt aan het door de amendementen nagestreefde doel.

externe betrekkingen

EU-Oekraïne Voorbereiding van de 6e Samenwerkingsraad

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het standpunt van de EU voor de 6e Samenwerkingsraad met Oekraïne, die op 18 maart 2003 zal plaatsvinden (zie Mededeling aan de pers, doc. 7412/03 Presse 75).

EU-Moldavië Voorbereiding van de 5e Samenwerkingsraad

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan het standpunt van de EU voor de 5e Samenwerkingsraad met Moldavië, die op 18 maart 2003 zal plaatsvinden (zie Mededeling aan de pers, doc. 7432/03 Presse 80).

handelspolitiek

EU-Vietnam Bestrijding van fraude bij de handel in schoeisel

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Socialistische Republiek Vietnam tot wijziging van het Memorandum van Overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Regering van Vietnam ter bestrijding van fraude bij de handel in schoeisel. Dit besluit heeft tot doel, het Memorandum van Overeenstemming met nog eens twee jaar te prolongeren, dat wil zeggen tot eind 2004 (doc. 5330/03).

transparantie

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan een antwoord op het confirmatief verzoek van de heer Oliver Henniges (de Deense, de Finse en de Zweedse delegatie stemden tegen).

(doc. 6449/03)

GERECHT VAN EERSTE AANLEG VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Benoeming

De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten hebben een besluit aangenomen houdende benoeming, overeenkomstig de aanstelling van de Portugese regering, van mevrouw Maria Eugénia Martins de Nazaré Ribeiro tot lid van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen, ter vervanging van de heer Rui Manuel Moura Ramos, voor de verdere duur van diens mandaat, d.w.z. tot en met 31 augustus 2004 (doc. 7032/1/03 REV 1).

________________________

(1) ?Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens.?De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad HYPERLINK "http://register.consilium.europa.eu/scripts/utfregisterDir/WebDriver.exe?MIval=advanced&MIlang=EN&fc=REGAISEN&srm=5&ssf=&mt=128&md=100"http://consilium.europa.eu.?Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.

(2)2 Voor meer informatie zie: http://www.who.int/water_sanitation_health/GDWQ/Chemicals/aldicarbsum.htm http://www.inra.fr/agritox/fiches/224biblio.html and http://www.inra.fr/agritox/fiches/224rpa.htmlVoor alternatieven voor aldicard als pesticide: http://www.defra.gov.uk/environment/pesticidestax/24.htm

(3)3 Volledige informatie is tevens beschikbaar op: http://ec.europa.eu/food/fs/rc/scfcah/ah_aw/rap06_en.pdf

(4) Voor verdere informatie: http://195.68.24.130/UNIPEXINS/FRA/htm/cata_alimentaire/gammes/bartek.htm http://www.foodtv.com/terms/tt-r2/0,4474,3908,00.html


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website