Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

C/02/314

Luxemburg, 21 oktober 2002 12943/02 (Presse 314)

2458e zitting van de Raad - EXTERNE BETREKKINGEN - Luxemburg, 21 oktober 2002

Voorzitter: de heer Per Stig MØLLER, Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Denemarken

Over de 2459e zitting Algemene Zaken is een aparte persmededeling gepubliceerd.

INHOUD (1)

DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

MIDDEN-OOSTEN 5

WESTELIJKE BALKAN - Conclusies van de Raad 6

PROCES VAN KIMBERLEY - verklaring van de Raad 9

BETREKKINGEN MET RUSLAND 9

IRAN: MENSENRECHTEN - Conclusies van de Raad 10

INDONESIË: FOLLOW-UP VAN DE TERREURAANSLAG OP BALI - Conclusies van de Raad 12

IVOORKUST - Verklaring van de Raad 15

EVDB 16

DIVERSEN

     Internationale gedragscode ter voorkoming van de proliferatie van ballistische raketten (ICOC) 16

     Noord-Korea - KEDO 16

     Betrekkingen EU-Afrika 16

GEBEURTENISSEN IN DE MARGE VAN DE RAAD

     Conferentie over de Noordelijke Dimensie 17

     Associatieraad met Israël 17

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

Externe Betrekkingen

  • Wit-Rusland - Verklaring van de Raad I

  • Albanië - Stabilisatie- en Associatieovereenkomst II

  • Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) - Benoeming van een nieuwe speciale vertegenwoordiger van de EU II

  • Transitoverkeer door Oostenrijk uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) III

  • Handvuurwapens / Zuidoost-Europa III

  • Jaarverslag van de EU over de mensenrechten III

  • Birma/Myanmar - Gemeenschappelijk standpunt en conclusies van de Raad III

  • Rwanda - Gemeenschappelijk standpunt V

  • Democratische Republiek Congo - Gemeenschappelijk standpunt V

  • Mexico - Oorsprongsregels VI

  • Landen van Midden- en Oost-Europa/Cyprus/Malta - Diensten van de informatiemaatschappij VI

  • Betrekkingen met Rusland VI

  • Europese Economische Ruimte VI

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Louis MICHELvice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
Denemarken:
de heer Per Stig MØLLERminister van Buitenlandse Zaken
de heer Bertel HAARDERminister van Vluchtelingen- en Immigrantenzaken en Integratie, tevens minister zonder portefeuille (minister van Europese Zaken)
de heer Friis Arne PETERSENstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Duitsland:
de heer Günter PLEUGERStaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Griekenland:
de heer George PAPANDREOUminister van Buitenlandse Zaken
de heer Anastasios GIANNITSISonderminister van Buitenlandse Zaken
Spanje:
mevrouw Ana PALACIO VALLELERSUNDIminister van Buitenlandse Zaken
de heer Ramón DE MIGUEL Y EGEAstaatssecretaris van Europese Zaken
Frankrijk:
Mevrouw Noëlle LENOIRminister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, belast met Europese Zaken
Ierland:
de heer Brian COWENminister van Buitenlandse Zaken
Italië:
de heer Roberto ANTONIONEstaatssecretaris voor Buitenlandse Zaken
Luxemburg:
mevrouw Lydie POLFERminister van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel
Nederland:
de heer Jaap de HOOP SCHEFFERminister van Buitenlandse Zaken
de heer Atzo NICOLAÏstaatssecretaris voor Europese Zaken
Oostenrijk:
mevrouw Benita FERRERO-WALDNERminister van Buitenlandse Zaken
Portugal:
de heer António MARTINS DA CRUZminister van Buitenlandse Zaken en van de Portugese gemeenschappen
de heer Carlos COSTA NEVESstaatssecretaris van Europese Zaken
Finland:
de heer Erkki TUOMIOJAminister van Buitenlandse Zaken
de heer Jari VILÉNminister van Buitenlandse Handel
Zweden:
mevrouw Anna LINDHminister van Buitenlandse Zaken
Verenigd Koninkrijk:
de heer Peter HAINonderminister van Europese Zaken
* * *
Commissie:
de heer Christopher PATTEN

lid

* * *

Secretariaat-generaal van de Raad:
de heer Javier SOLANAsecretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

BESPROKEN PUNTEN

MIDDEN-OOSTEN

De ministers verklaarden geschokt te zijn door de terroristische aanslag in de buurt van Hadera in het noorden van Israël en veroordeelden deze aanslag. Op basis van een presentatie door hoge vertegenwoordiger Solana namen zij nota van de situatie in het Midden-Oosten, waaronder de besprekingen van het Kwartet over het draaiboek dat leidt tot een definitieve, rechtvaardige en alomvattende regeling waarbij in 2005 twee staten in vrede en veiligheid naast elkaar bestaan. Zij toonden zich bezorgd over de humanitaire situatie, alsook over het nederzettingenbeleid in de bezette gebieden.

WESTELIJKE BALKAN - Conclusies van de Raad

"ALBANIË

De Raad heeft de Commissie gemachtigd onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst met Albanië te openen en verzoekt Albanië de nodige maatregelen te nemen om voldoende capaciteit op te bouwen om uitvoering aan de overeenkomst te kunnen geven. Parallel met die onderhandelingen zullen verdere bijeenkomsten van de Adviserende Task Force (ATF) worden gehouden om aan te zetten tot verdere hervormingen.

BOSNIË EN HERZEGOVINA

De Raad neemt nota van de uitslag van de verkiezingen van 5 oktober 2002, die door de Bosnische autoriteiten efficiënt waren georganiseerd. De opkomst bij de verkiezingen was teleurstellend. De Raad herhaalt dat rechtvaardigheid, welvaart en een hechtere Europese integratie slechts via daadkrachtige hervormingen kunnen worden verwezenlijkt, zoals uiteengezet in het Stabilisatie- en Associatieproces, en roept op om snel nieuwe regeringen te vormen die zich hiervoor willen inzetten. De Raad herhaalt de toezegging van de EU om actief samen te werken met de nieuwe autoriteiten, zodat vooruitgang kan worden geboekt.

FEDERALE REPUBLIEK JOEGOSLAVIË (FRJ)

De Raad betreurt dat de opkomst voor de verkiezingen van 13 oktober 2002 in Servië niet groot genoeg was om een nieuwe president te kunnen kiezen en roept alle politieke partijen op ervoor te zorgen dat het verdere verloop van de verkiezing van een nieuwe president voor Servië de democratische stabiliteit in een periode van hervorming niet in gevaar brengt.

De Raad is ingenomen met het vreedzame en regelmatige verloop van de parlementsverkiezingen in Montenegro. Hij verwacht dat er snel een regering wordt gevormd die zich ten volle wil inzetten voor de uitvoering van het hervormingsprogramma van Montenegro.

De Raad roept de Servische, de Montenegrijnse en de federale autoriteiten op de tekst van het constitutionele handvest te voltooien. Hij roept alle partijen op zich van hun verantwoordelijkheid te kwijten, zodat de FRJ tot de Raad van Europa kan toetreden.

FRJ/KOSOVO

De Raad roept de kiezers van alle gemeenschappen in Kosovo op deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen op 26 oktober 2002 en deze kans op een goede vertegenwoordiging van hun belangen aan te grijpen, om op die manier blijk te geven van hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de totstandbrenging van een multi-etnische en tolerante samenleving. De Raad merkt op dat verdere bevordering van de verzoening tussen de bevolkingsgroepen nodig is en dat, overeenkomstig Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad, moet worden gezorgd voor een veilige omgeving voor alle Kosovaren.

VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIË (FYROM)

De Raad is ingenomen met het akkoord betreffende de vorming van de nieuwe regering in Skopje. Hij moedigt de nieuwe regering aan prioriteit te geven aan de volledige uitvoering van de kaderovereenkomst van Ohrid en aan het stabilisatie- en associatieproces. De Raad hoopt op een nauwe en vruchtbare samenwerking. De Raad verwacht dat de volkstelling van 1-15 november 2002 overeenkomstig de internationale normen zal verlopen.

SAMENWERKING MET HET INTERNATIONAAL TRIBUNAAL VOOR VOORMALIG JOEGOSLAVIË (ICTY)

De Raad bevestigt dat samenwerking met het tribunaal een verplichting is voor alle landen en partijen in de regio, ongeacht hun respectieve binnenlandse wettelijke bepalingen. Niet ten volle met het ICTY samenwerken zou verdere toenadering tot de Europese Unie ernstig in gevaar brengen.

Onder verwijzing naar zijn conclusies van 30 september 2002 moedigt de Raad Kroatië sterk aan om zijn volledige medewerking te verlenen aan het Internationaal Tribunaal voor Oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië (ICTY). De Raad memoreert dat eerbiediging van de beginselen van het internationale recht een wezenlijk element is van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Kroatië.

CONFERENTIE VAN LONDEN OVER GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT

De Raad ziet georganiseerde criminaliteit als een van de ernstigste bedreigingen voor de stabiliteit, de welvaart en de vooruitgang in Zuidoost-Europa, met gevolgen die in heel Europa voelbaar zijn. De Raad staat daarom volledig achter het initiatief van de conferentie van Londen van 25 november 2002 over georganiseerde criminaliteit in Zuidoost-Europa, waarin de EU een leidinggevende rol zal spelen. De volle inzet van de landen van Zuidoost-Europa is essentieel voor het welslagen van deze onderneming."

PROCES VAN KIMBERLEY - verklaring van de Raad

De Raad besprak de in het kader van het proces van Kimberley geleverde inspanningen om een certificering voor de internationale handel in ruwe diamant in te voeren en nam de volgende verklaring aan:

"De Raad spreekt opnieuw zijn volledige steun uit voor de inspanningen van de internationale gemeenschap om de relatie tussen conflictdiamanten en de financiering van gewapende conflicten te doorbreken.

De Raad zal zijn volledige steun verlenen aan de start van een doeltreffend certificeringssysteem in het kader van het Kimberleyproces dat de essentiële elementen behelst van een internationaal systeem voor de certificering van ruwe diamanten. Hij kijkt in dit verband uit naar de vergadering van het Kimberleyproces in Interlaken, Zwitserland, op 5 november 2002.

Zodra het certificeringssysteem in het kader van het Kimberleyproces is goedgekeurd, moet ervoor gezorgd worden dat het onverwijld en volledig wordt toegepast. De Raad zal daartoe de nodige stappen ondernemen.".

BETREKKINGEN MET RUSLAND

De Raad maakte de balans op van de voorbereidingen van de Top EU-Rusland die 11 november 2002 in Kopenhagen wordt gehouden. Tijdens deze Top zal naar verwachting vooral de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen Rusland en de EU na vijf jaar worden geëvalueerd en zal ook "het nieuwe gelaat van Europa", inclusief de uitbreiding van de EU en internationale aangelegenheden, aan de orde komen.

IRAN: MENSENRECHTEN - Conclusies van de Raad

    "1. Ter verbetering van de situatie van de mensenrechten in Iran en herinnerend aan zijn conclusies van 17 juni inzake steun voor het hervormingsproces, heeft de Raad een bespreking gewijd aan een initiatief om een dialoog tussen de EU en Iran over de mensenrechten tot stand te brengen overeenkomstig de EU-richtsnoeren inzake de mensenrechtendialoog van 13 december 2001.

    2. De Raad beklemtoont dat deze dialoog volgens hem een uitgelezen kans is om de situatie op het gebied van de eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in Iran op concrete punten te verbeteren. Hij is ingenomen met het feit dat Iran zich tijdens een verkennende missie van EU-deskundigen aan Iran van 30 september tot en met 1 oktober 2002 akkoord heeft verklaard met het principe dat beide partijen zonder voorafgaande voorwaarden een dialoog zullen aangaan, dat in deze dialoog alle mensenrechten kunnen worden besproken, dat elke partij de dialoog te allen tijde kan stopzetten en dat realistische en concrete benchmarks voor de evaluatie van de vooruitgang moeten worden vastgesteld. Daarom stemt hij ermee in een dergelijke dialoog aan te gaan op basis van de procedures, het tijdschema, de gesprekspartners en de benchmarks die tijdens de EU-verkenningsmissie naar Iran zijn besproken.

    3. De Raad blijft bezorgd over de situatie van de mensenrechten in Iran, onder andere over schendingen van burgerrechten en politieke rechten, met name de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging, en over de stelselmatige discriminatie van vrouwen en meisjes, en van minderheden. De EU heeft haar bezorgdheid over deze problemen uitgesproken en zal dat blijven doen. De Raad verwacht dat vastberaden wordt voortgewerkt aan de grondige hervorming van het rechtsbestel en aan de handhaving van de rechtsstaat, en verwacht dat de samenwerking wordt uitgebreid tot de bevoegde thematische rapporteurs en werkgroepen van de VN. De Raad memoreert tevens het vaste standpunt dat hij van oudsher inneemt tegen de toepassing van de doodstraf en van bijzonder wrede vormen van executie zoals steniging, en het belang dat hij hecht aan de voorkoming en afschaffing van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende vormen van behandeling of bestraffing.

    4. De Raad brengt in herinnering dat met de dialoog concrete vorderingen op het terrein worden beoogd en komt overeen de resultaten van de dialoog regelmatig te evalueren. In de benchmarks voor de evaluatie van de dialoog tussen de EU en Iran zal worden verwezen naar alle bovengenoemde terreinen die de EU zorgen baren, alsmede naar, onder meer, de ondertekening, de bekrachtiging en de uitvoering door Iran van internationale mensenrechteninstrumenten, samenwerking bij de internationale procedures en mechanismen inzake mensenrechten, openheid, toegang en transparantie, discriminatie en het gevangeniswezen.

    5. De Raad stemt ermee in dat de eerste bijeenkomst uit hoofde van de dialoog vóór eind 2002 zal plaatsvinden in Teheran, zulks volgens het schema en de modaliteiten die in onderling overleg zijn overeengekomen, en zal handelen over discriminatie en voorkoming van foltering, alsmede over andere mensenrechtenvraagstukken, die onder meer in het kader van internationale mensen-rechteninstrumenten, normen en mechanismen van belang zijn.

    6. De Raad bevestigt voorts zijn principiële standpunt dat het aangaan van een dialoog de indiening van een resolutie in de Derde Commissie van de Algemene Vergadering of in de Commissie voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties onverlet laat. Hij komt overeen dat de EU tijdens de 57e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties haar grote bezorgdheid zal uitspreken over de ernstige schendingen van de mensenrechten in Iran en het gebrek aan vorderingen op een aantal cruciale terreinen.

De EU zal op deze kwestie terugkomen in het licht van de ontwikkelingen inzake de mensenrechtendialoog."

INDONESIË: FOLLOW-UP VAN DE TERREURAANSLAG OP BALI - Conclusies van de Raad

De Raad nam de volgende conclusies aan:

    "1. De Raad veroordeelt ten scherpste de terreuraanslagen die op 12 oktober 2002 op Bali (Indonesië) zijn gepleegd. Hij spreekt zijn diepste medeleven uit en betuigt zijn deelneming tegenover de regeringen en volkeren en tegenover de slachtoffers en hun families die onder deze aanslag geleden hebben.

    2. De EU blijft strijden tegen het terrorisme en tegen eenieder die, waar ook ter wereld, met gewelddadige aanslagen en terreur anderen zijn wil probeert op te leggen. De Raad erkent dat de strijd tegen het terrorisme een werk van lange adem is. De uitdaging waarvoor het terrorisme ons stelt, is van een mondiale dimensie, en het antwoord van de internationale gemeenschap moet dus ook mondiaal zijn. In dit verband zal de EU haar rol in de internationale gemeenschap om regionale conflicten te voorkomen of te beheersen, blijven versterken. De Raad blijft vastbesloten om de uitvoerders, organisatoren en financiers van terroristische daden voor de rechter te brengen, en degenen die zulke personen verbergen, ondersteunen of onderdak geven, ter verantwoording te roepen.

    3. De Raad bevestigt vastbesloten te zijn om een volwaardige rol te spelen in die strijd en daarbij alle voor terrorismebestrijding beschikbare instrumenten in te zetten. Het is van vitaal belang dat de resoluties van de VN-Veiligheidsraad aangaande terrorismebestrijding, met name Resolutie 1373, overal ter wereld volledig uitgevoerd worden. De Raad herhaalt dat de strijd tegen het terrorisme moet worden gevoerd met volledige inachtneming van de rechtsstaat en het internationaal recht, daaronder begrepen de mensenrechten.

    4. In overeenstemming met Resolutie 1438 van de VN-Veiligheidsraad, het EU-actieplan van september 2001 en de conclusies van de Raad van 22 juli 2002 over extern optreden van de EU tegen terrorisme, zal de EU

       €? op alle niveaus nauw samenwerken met de regering van Indonesië zodat niets onverlet wordt gelaten om de daders van de aanslag te vinden en voor de rechter te brengen. De EU biedt in dat verband haar volledige steun aan en is bereid met de Indonesische autoriteiten samen te werken om de daders van die afgrijselijke misdaad, alsmede de anderen die verantwoordelijk zijn voor de wrede terreurdaden op Bali, voor de rechter te brengen;

       €? de politieke dialoog met Indonesië verruimen tot alle aspecten van antiterrorisme, terrorismebestrijding en de uitvoering van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad. Daartoe zal een trojka op hoog niveau in de nabije toekomst een bezoek brengen aan Indonesië, op basis van nadere informatie uit een voorbereidend verslag van de EU-missiehoofden in Jakarta, om uiting te geven aan de gemeenschappelijke vastberaden-heid om iedere terroristische dreiging kordaat aan te pakken. Voorts draagt de Raad zijn bevoegde instanties op de laatste hand te leggen aan hun evaluatie van de terroristische dreiging in Indonesië en te zorgen voor de follow-up van de praktische aanbevelingen, onder meer in de geregelde trojkacontacten met Indonesië op het niveau van de deskundigen inzake terrorismebestrijding;

       €? haar samenwerking met Indonesië met betrekking tot antiterrorismemaatregelen intensiveren. In het bijzonder neemt de Raad nota van het voornemen van de Commissie om Indonesië aan te merken als pionierland voor bijstand bij de uitvoering van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad. Hij neemt er tevens nota van dat de Commissie de vaststelling van specifieke projecten in het kader van de bijstand van de Gemeenschap aan Indonesië, met name in de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme, wil bespoedigen door snel deskundigen ter plaatse te sturen;

       €? op andere terreinen die relevant zijn voor de terrorismebestrijding, zoals goed bestuur, rechtsstaat en grensbewaking, de EU-bijstand aan Indonesië en andere delen van Zuidoost-Azië bespoedigen.

    5. De Raad neemt met bezorgdheid nota van de terroristische dreiging tegen Zuidoost-Azië. Het verheugt de Europese Unie dat de samenwerking inzake antiterrorisme in ASEAN-verband na 11 september 2001 versterkt is. In die context roept de EU de Indonesische autoriteiten op in de strijd tegen het terrorisme samen te werken met de ASEAN-landen en hun veiligheids-systeem te versterken. De EU blijft er bij de ASEAN-landen op aandringen hun samen-werking op dat gebied verder te intensiveren, en acht het noodzakelijk dat de reeks activiteiten waarover overeenstemming was bereikt in het ASEM-samenwerkingsprogramma voor terrorismebestrijding van Kopenhagen van september 2002, uitgevoerd worden. Dit onder-werp zal ook hoog op de agenda staan van de komende ministeriële bijeenkomst EU-ASEAN begin 2003."

Voorts kwam de Raad overeen dat een trojka-delegatie op hoog niveau ook een bezoek moet brengen aan Australië om met de Australische autoriteiten te bespreken hoe de samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding, bilateraal en met Indonesië, kan worden verbeterd.

Tot slot vroeg de Raad zijn voorbereidende instanties te bezien hoe de uitwisseling van gegevens over terroristische dreigingen tussen de delegaties kan worden verbeterd.

IVOORKUST - Verklaring van de Raad

De Raad werd door het voorzitterschap en de Franse delegatie op de hoogte gebracht van de laatste ontwikkelingen in Ivoorkust, met name de wapenstilstand die de regering en de rebellen op 17 oktober hebben ondertekend. Hij nam tevens nota van het voornemen van de Commissie om te bestuderen hoe de bemiddeling via het snellereactiemechanisme en het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) financieel kunnen worden ondersteund. Vervolgens nam de Raad de volgende verklaring aan:

"De Europese Unie veroordeelt nogmaals het geweld dat tegen een wettige regering in Ivoorkust is uitgeoefend en betreurt de verliezen aan mensenlevens waar dat toe heeft geleid. Zij wijst andermaal op de grote waarde die zij hecht aan de beginselen van de Afrikaanse Unie, die een veroordeling inhouden van ieder gebruik van geweld om politieke veranderingen teweeg te brengen.

De Europese Unie verheugt zich over de ondertekening van het akkoord tussen de opstandelingen en de bemiddelaar van de ECOWAS tot staking van de vijandelijkheden. Zij brengt hulde aan president Laurent Gbagbo, die voorrang heeft gegeven aan een politieke oplossing, en verzekert hem van haar volledige steun om op die weg voort te gaan tot het conflict beëindigd is. Ten slotte prijst zij de bemiddelaars van de ECOWAS voor hun volharding.

De Europese Unie verwacht van de Ivoriaanse autoriteiten dat zij alle nodige maatregelen nemen om de spanningen te verminderen, zodat er onderhandelingen kunnen plaatsvinden.

De Europese Unie verzekert de ECOWAS van haar steun en moedigt haar aan, alles in het werk te stellen opdat de onderhandelingen onder zo goed mogelijke omstandigheden worden afgesloten.

De Europese Unie vraagt met aandrang, de mensenrechten te eerbiedigen en de fysieke veiligheid van alle onderdanen en ingezetenen van Ivoorkust te waarborgen. Zij onderstreept dat het belangrijk is dat stabiliteit en sociaal-economische ontwikkeling terugkeren in Ivoorkust, in het belang van het land en de gehele regio. Zij roept de regering van Ivoorkust op, haar beleid van nationale verzoening vastberaden voort te zetten.

De Europese Unie herinnert de landen in de regio eraan dat illegaal verkeer van wapens en munitie moet worden belet, en benadrukt dat zij haar steun zal geven aan ieder initiatief van de buurlanden ter versterking van de samenwerking en de economische ontwikkeling op regionale basis."

EVDB

Tijdens het diner wisselden de ministers van gedachten over de stand van de betrekkingen tussen de EU en de NAVO.

DIVERSEN

  • Internationale gedragscode ter voorkoming van de proliferatie van ballistische raketten (ICOC)

    De Nederlandse minister herinnerde eraan dat de Conferentie over de Internationale gedragscode ter voorkoming van de proliferatie van ballistische raketten (ICOC) op 25 en 26 november in Den Haag wordt gehouden en beklemtoonde hoezeer het van belang is dat de conferentie een succes is en dat zoveel mogelijk landen de gedragscode onderschrijven.

  • Noord-Korea - KEDO

    De Raad wisselde kort van gedachten over de recente berichten dat Noord-Korea toegeeft dat het een geheim kernwapenprogramma aan het ontwikkelen is, alsmede over de gevolgen daarvan voor de KEDO (Organisatie voor energieontwikkeling op het Koreaanse schiereiland) en de rol van de EU daarin. De Raad kwam overeen tijdens zijn volgende zitting op dit punt terug te komen op basis van uitvoeriger informatie.

  • Betrekkingen EU-Afrika

    Tijdens het diner bespraken de ministers de betrekkingen tussen de EU en Afrika, met het oog op de ministeriële bijeenkomst van de EU en de SADC in Maputo (7 en 8 november 2002) en de Top EU-Afrika in Lissabon (5 april 2003).

GEBEURTENISSEN IN DE MARGE VAN DE RAAD

  • Conferentie over de Noordelijke Dimensie

    De derde conferentie van de ministers van Buitelandse Zaken over de Noordelijke Dimensie heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2002. Aan deze conferentie werd deelgenomen door de 15 lidstaten van de Europese Unie, de Commissie en de zeven partnerlanden (Estland, IJsland, Letland, Litouwen, Noorwegen, Polen en de Russische Federatie). De conclusies van het voorzitterschap staan in de aparte persmededeling nr. 13377/02 (Presse 331).

  • Associatieraad met Israël

    De derde zitting van de Associatieraad EU-Israël heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2002. (Zie aparte persmededeling nr. 13329/02 (Presse 329)).

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

Externe Betrekkingen

Wit-Rusland - Verklaring van de Raad

De Raad nam de volgende verklaring over Wit-Rusland en zijn betrekkingen met de OVSE aan:

    "1. De Raad van de EU heeft tijdens de zitting van 21 oktober 2002 zijn ernstige bezorgdheid geuit over de situatie in verband met de democratie en de mensenrechten in Wit-Rusland, en de volgende verklaring aangenomen:

    2. De EU memoreert de conclusies van de Raad van 15 september 1997 en herhaalt nogmaals te hopen dat Wit-Rusland zich onder de democratische landen van Europa wil scharen, niet het minst omdat Wit-Rusland na de uitbreiding van de EU een buurland zal worden.

    3. De EU beklemtoont dat het belangrijk is dat alle Europese staten de mensenrechten en menselijke vrijheden eerbiedigen, zoals deze zijn gewaarborgd bij het VN-handvest en vastgelegd in de slotakte van Helsinki. De adviserende en toezichthoudende groep (AMG) van de OVSE in Minsk heeft in Wit-Rusland een essentiële taak te vervullen, namelijk de regering van Wit-Rusland en de civiele samenleving bijstaan bij het bevorderen van de democratische instellingen en het naleven van de andere OVSE-verplichtingen, alsook toezien op en verslag uitbrengen over dit proces.

    4. De EU heeft het Portugese voorzitterschap van de OVSE consequent gesteund in zijn pogingen om de impasse met betrekking tot de AMG in Minsk te doorbreken. Zij is van mening dat het voorzitterschap reeds blijk heeft gegeven van grote soepelheid bij het zoeken naar een oplossing voor de problemen waartoe de behandeling van de AMG door Wit-Rusland aanleiding heeft gegeven. De EU kan niet akkoord gaan met het standpunt van Wit-Rusland dat de AMG formeel moet worden ontbonden vóór de onderhandelingen over een nieuwe OVSE-aanwezigheid kunnen beginnen. Zij steunt het standpunt van het voorzitterschap dat het mandaat van de AMG uit 1997 onverkort van kracht blijft tot er in de Permanente Raad van de OVSE een consensus is om het mandaat te wijzigen dan wel te vervangen.

    5. De EU nam nota van de verbintenis die minister van Buitenlandse Zaken Khvostov in september is aangegaan om onderhandelingen te openen zodat de adviserende en toezicht-houdende groep haar werkzaamheden kan voortzetten. De EU doet een beroep op de Wit-Russische autoriteiten om onmiddellijk zinvolle en resultaatgerichte onderhandelingen te beginnen. Voorts verzoekt de EU de regering van Wit-Rusland de accreditering van het resterende lid van de diplomatieke staf van de missie onmiddellijk te verlengen tot na 29 oktober 2002, dan wel de accreditering uit te breiden tot een vervanger, dit om discontinuïteit in de activiteiten van de missie te voorkomen.

    6. Mocht de regering van Wit-Rusland nalaten om vóór 29 oktober 2002 in te stemmen met dit verzoek, dan zal dit niet alleen ernstige gevolgen hebben voor de betrekkingen met de OVSE, maar ook voor de ontwikkeling van de betrekkingen tussen Wit-Rusland en de EU. De EU blijft zich ernstige zorgen maken over het gebrek aan vooruitgang bij de democratische hervorming en de toenemende verslechtering van de individuele vrijheden en het recht op vrije meningsuiting in Wit-Rusland; zou de adviserende en toezichthoudende groep bovendien haar werkzaamheden niet kunnen voortzetten, dan zal de EU worden verplicht haar betrekkingen met Wit-Rusland opnieuw te bezien en verdere specifieke maatregelen te overwegen. Wordt er anderzijds wel een adequate oplossing gevonden, waardoor de adviserende en toezichthoudende groep haar werkzaamheden op zinvolle en duurzame wijze kan voortzetten, dan zou de EU hierin een nieuw uitgangspunt kunnen zien voor besprekingen over de verbetering van haar betrekkingen met Wit-Rusland.

    7. De EU verklaart zich bereid er in nauwe samenwerking met het voorzitterschap voor te willen zorgen dat de OVSE kan bijdragen aan de ontwikkeling van een echte democratie, en het volledige respect voor de mensenrechten in Wit-Rusland, dit mede via actieve aanwezigheid van de OVSE.

    8. De Raad van de EU zal de ontwikkeling van de situatie in Wit-Rusland bezien tijdens zijn zitting op 18/19 november 2002.".

Albanië - Stabilisatie- en Associatieovereenkomst

De Raad machtigde de Commissie om te onderhandelen over een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst met Albanië (zie ook de Raadsconclusies over de Westelijke Balkan op blz. 6).

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) - Benoeming van een nieuwe speciale vertegenwoordiger van de EU

De Raad nam een gemeenschappelijk optreden aan betreffende de benoeming van een nieuwe speciale vertegenwoordiger van de EU in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Ingevolge het besluit van de Raad van 30 september 2002 zal de heer Alexis Brouhns de heer Alain Le Roy vanaf 1 november 2002 vervangen als speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Skopje. De speciale vertegenwoordiger van de EU heeft tot taak nauwe contacten te leggen en te onderhouden met de regering van de FYROM en de andere partijen die bij het politieke proces betrokken zijn, alsook om advies en bevorderingsmaatregelen van de Europese Unie voor het politieke proces aan te bieden. (doc. 12734/02)

Transitoverkeer door Oostenrijk uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM)

De Raad besloot tot ondertekening, namens de Gemeenschap, tot voorlopige toepassing van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) inzake de toepassing van het ecopuntensysteem (transitorechten) op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM). De overeenkomst zal op voorlopige basis worden toegepast vanaf 1 januari 2002 (doc. 11919/02).

De EG en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) hadden op 29 april 1997 een vervoersovereenkomst gesloten, die op 28 november 1997 in werking is getreden. Deze overeenkomst voorzag in een latere overeenkomst betreffende de wijze van berekening en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor beheer en controle van de ecopunten.

Handvuurwapens / Zuidoost-Europa

De Raad nam een besluit aan tot uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 2002/589/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Zuidoost-Europa. Uit hoofde van dit gemeenschappelijk optreden is de EU voornemens om zich in een regionaal kader via internationale organisaties, programma's en agentschappen alsmede regionale overeenkomsten te beijveren om eventueel bijstand te verlenen aan landen die verzoeken om steun bij de beheersing en de vernietiging van overtollige wapens.

Uit hoofde van het uitvoeringsbesluit, dat voorziet in een bedrag van 200.000 euro, zal de EU bijdragen aan het in Belgrado gevestigde regionaal uitwisselingscentrum voor Zuidoost-Europa inzake de beperking van het aantal handvuurwapens, dat onder auspiciën van het UNDP en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa is opgericht. (doc. 13015/02)

Jaarverslag van de EU over de mensenrechten

De Raad nam het Jaarverslag van de EU over de mensenrechten 2002 aan (1 juli 2001 - 30 juni 2002). Dit document, het vierde in de reeks, geeft een algemeen overzicht van het beleid van de EU inzake mensenrechten. De externe betrekkingen en de internationale rol van de EU staan centraal, maar er is ook een onderdeel gewijd aan de mensenrechten in de EU zelf. (doc. 12747/1/02)

Birma/Myanmar - Gemeenschappelijk standpunt en conclusies van de Raad

De Raad nam een gemeenschappelijk standpunt aan houdende wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 96/635/GBVB wegens de veranderingen in de samenstelling van de regering in Birma/Myanmar, en houdende verlenging ervan met nog eens zes maanden. Het gemeenschappelijk standpunt bevat beperkende maatregelen tegen een aantal personen (visumverbod, bevriezing van tegoeden). (doc. 12890/02)

De Raad nam de volgende conclusies aan:

"De EU dringt sinds lange tijd aan op het herstel van de democratie, nationale verzoening en de bescherming van de mensenrechten in Birma/Myanmar. De EU blijft de ontwikkelingen in het land op de voet volgen en de Raad heeft krachtige steun uitgesproken voor de inspanningen van Sri Razali, de speciale gezant van de secretaris-generaal van de VN.

De EU heeft zich ingenomen getoond met de opheffing van het huisarrest van Aung San Suu Kyi begin mei 2002. De EU heeft ook nota genomen van het feit dat vervolgens een aantal politieke gevangenen werden vrijgelaten, en enkele beperkingen op politieke activiteiten in het land zijn versoepeld. De Raad vindt het echter teleurstellend dat deze veelbelovende eerste stappen geen breder politiek proces op gang hebben gebracht. De Europese Unie nam met grote bezorgdheid kennis van de berichten over recente, politiek gemotiveerde detenties en arrestaties in Birma/Myanmar, waaronder de detentie van verscheidene studenten in augustus en, onlangs nog, van dertig mensen in de laatste week van september. De EU roept de autoriteiten van Birma/Myanmar op om onmiddellijk de arrestatie en detentie van mensen op politieke gronden stop te zetten. De Raad meent dat het politieke proces geen uitstel meer verdraagt indien het de autoriteiten van Birma/Myanmar ernst is met hun beweerde streven naar nationale verzoening, eerbiediging van de mensenrechten en overgang naar een civiel bestuur. Het gebrek aan voortgang doet twijfel rijzen over de duurzaamheid van het huidige proces en leidt ertoe dat de bevolking van Birma/Myanmar nog meer menselijk leed wordt aangedaan.

Daarom benadrukte de Raad dat de regering van Birma/Myanmar onverwijld met de oppositie een wezenlijke dialoog moet aangaan die tot een vreedzame politieke overgang en nationale verzoening leidt. Bij die dialoog moeten uiteindelijk alle relevante politieke actoren worden betrokken, en hij moet uitmonden in het herstel van een echte en legitieme democratische regering in Birma/Myanmar, die voor volledige internationale steun in aanmerking zou komen.

De Raad gaf uiting aan zijn grote bezorgdheid over de voortdurende schendingen van de mensenrechten in Birma/Myanmar en sprak opnieuw zijn steun uit voor de speciale rapporteur van de VN over de mensenrechtensituatie, Paolo Sergio Pinheiro. De Raad drong aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen, waarbij in het bijzonder voorrang moet worden gegeven aan ouderen en zieken. De Raad verzocht de autoriteiten ook samen te werken met het ICRC met het oog op verbetering van de omstandigheden in de gevangenissen van het land. De Raad herhaalde zijn oproep tot opheffing van alle beperkingen op de vrijheid van vereniging en van meningsuiting, met inbegrip van vrije media. De Raad was diep bezorgd over het buitensporige leed van etnische minderheden, vrouwen en kinderen, en van binnenlandse ontheemden, ook in gebieden waar geen staakt-het-vuren is, door de voortdurende en systematische schendingen van de burgerlijke, politieke, sociale en culturele rechten, waarbij verkrachtingen niet worden geschuwd.

De Raad drong er bij de autoriteiten op aan om de praktijk van gedwongen arbeid uit te roeien en spoorde de regering aan om samen te werken met de verbindingsofficier van de IAO op dit gebied.

De Raad drong er bij de autoriteiten ook op aan om drugsproductie en drugshandel krachtig te bestrijden.

De Raad toonde zich uiterst bezorgd over de humanitaire situatie in Birma/Myanmar en drong er bij de autoriteiten op aan om ervoor te zorgen dat de humanitaire bijstand de meest kwetsbare bevolkingsgroepen bereikt. De Raad onderstreepte met name de noodzaak om, in samenwerking met alle betrokkenen, waaronder de NLD, dringend de HIV/AIDS-epidemie aan te pakken, die in Birma/Myanmar snel om zich heen grijpt. In dit verband legt de Commissie de laatste hand aan haar programma van 5 miljoen euro voor hulp bij de bestrijding van HIV/AIDS in het land. Indien de Birmese autoriteiten de uitvoering van het programma op passende wijze faciliteren, dan zullen de Commissie en de lidstaten van de EU overwegen verdere bijstand te verlenen aan de Birmese bevolking.

De Raad sprak zijn bezorgdheid uit over de snel verslechterende economische situatie in het land, en de eerste aanwijzingen van sociale onrust die vooral zijn oorsprong vindt in het onvermogen om te voorzien in de basisbehoeften van bepaalde bevolkingsgroepen. De Raad spoorde de Birmese autoriteiten aan om in te gaan op de uitnodiging van de internationale financiële instellingen om een uitgebreide dialoog over macro-economische hervormingen aan te gaan.

De Raad spoorde Birma/Myanmar ook aan spoedig toe te treden tot de acht VN-verdragen ter bestrijding van het terrorisme, waarbij het nog geen partij is, alsmede om het verdrag inzake chemische wapens (CWC), het verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC) en het verdrag van Palermo tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad te ratificeren.

De Raad besloot het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake Birma/Myanmar nogmaals met zes maanden te verlengen en nauwlettend te blijven toezien op de ontwikkeling van de politieke situatie in het land. De Raad zal zowel op positieve als op negatieve ontwikkelingen in Birma/Myanmar op aangepaste wijze blijven reageren."

Rwanda - Gemeenschappelijk standpunt

In het licht van de ontwikkelingen vanaf november 2001 heeft de Raad een nieuw gemeenschappelijk standpunt aangenomen en zijn gemeenschappelijk standpunt van 19 november 2001 (2001/799/GBVB) ingetrokken. Doel is het aanmoedigen, stimuleren en ondersteunen van de Rwandese regering in het proces van herstel na de genocide, bevordering van nationale verzoening, wederopbouw, armoedebestrijding en ontwikkeling, bescherming en bevordering van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, alsook in het proces van overgang naar de democratie. (doc. 13021/02)

Democratische Republiek Congo - Gemeenschappelijk standpunt

De Raad nam een gemeenschappelijk standpunt aan om het wapenembargo dat op 7 april 1993 was opgelegd, te wijzigen teneinde bepaalde uitzonderingen mogelijk te maken met het oog op de uitvoering van de staakt-het-vuren-overeenkomst van Lusaka en het vredesproces in de Democratische Republiek Congo. (doc. 12923/02)

Mexico - Oorsprongsregels

De Raad nam een besluit aan betreffende een communautair standpunt in de Gezamenlijke Raad EU-Mexico ten aanzien van bijlage III bij Besluit Nr. 2/2000 van de Gezamenlijke Raad EU-Mexico van 23 maart 2000, die betrekking heeft op de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking. In bijlage III worden de oorsprongsregels vastgesteld voor de producten van oorsprong uit het grondgebied van de partijen.

Landen van Midden- en Oost-Europa/Cyprus/Malta - Diensten van de informatiemaatschappij

De Raad nam onderhandelingsrichtsnoeren aan voor overeenkomsten met de bovengenoemde landen tot invoering van een regeling voor informatie-uitwisseling op het gebied van de technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij.

Betrekkingen met Rusland

De Raad stelde het standpunt van de Europese Unie vast voor de 7e vergadering van het Samenwerkingscomité EU-Rusland (Brussel, 23 oktober 2002).

Europese Economische Ruimte

De Raad stelde het standpunt van de Europese Unie vast voor de 18e zitting van de EER-Raad (Luxemburg, 22 oktober 2002).

(Zie ook persmededeling EER 1609/02 (Presse 330))

________________________

(1) ?Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens.?De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad HYPERLINK "http://register.consilium.europa.eu/scripts/utfregisterDir/WebDriver.exe?MIval=advanced&MIlang=EN&fc=REGAISEN&srm=5&ssf=&mt=128&md=100"http://consilium.europa.eu.?Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.


Side Bar