Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

C/01/141

7833/01 (Presse 141)

(OR. en)

2342e zitting van de Raad

- ALGEMENE ZAKEN -

Luxemburg, 9 april 2001

Voorzitter:

mevrouw Anna LINDH

minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

WESTELIJKE BALKAN - CONCLUSIES VAN DE RAAD 5

    - Verarmd uranium 7

VREDESPROCES IN HET MIDDEN-OOSTEN 8

TRANS-ATLANTISCHE BETREKKINGEN 8

BIRMA/MYANMAR - CONCLUSIES VAN DE RAAD 9

VREDESPROCES IN NAGORNO-KARABACH - CONCLUSIES VAN DE RAAD 10

VOORZITTER VAN HET MILITAIR COMITE (CEUMC) 10

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM 11

UITBREIDING - CONCLUSIES VAN DE RAAD 11

INTEGRATIE VAN MILIEUOVERWEGINGEN IN HET EXTERNE BELEID 12

INTERNATIONALE SAMENWERKING IN DE ENERGIESECTOR - NIEUWE RICHTSNOEREN VOOR HET MEERJARENPROGRAMMA - 1998-2002, SYNERGY 13

MINISTERIËLE VERGADERING INZAKE DE NOORDELIJKE DIMENSIE 14

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGENI

  • Richtsnoeren voor een EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing - conclusies van de Raad I

  • Westelijke Balkan - Stabilisatie- en Associatieproces I

  • Interimovereenkomst met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië I

  • Activiteiten van de Waarnemersmissie van de Europese Unie - Overeenkomst met de Federale Republiek Joegoslavië II

  • Benoeming van het hoofd van de Waarnemersmissie van de Europese Unie (EUMM) II

  • Samenwerkingsraad EU-Rusland II

  • MAPE - Conclusies van de Raad II

  • EU - Samenwerkingsraad van de Golf III

  • Colombia: vredesproces - conclusies van de Raad III

  • Fiji-eilanden - overleg krachtens artikel 96 van de partnerschapsovereenkomst ACS-EG III

  • Mededingingsprocedures voor overeenkomsten inzake diensten van de programma's Phare en Tacis: Speciaal verslag nr. 16/2000 van de Rekenkamer - Conclusies van de Raad IV

  • Betrekkingen met bepaalde landen in het Middellandse-Zeegebied V

  • Alomvattend Kernstopverdrag - Bijdrage van de Europese Unie V

  • Associatie met Roemenië en Slovenië - uitvoeringsvoorschriften voor overheidssteun VI

INTERNE MARKT

  • Auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij VI

BEGROTING

  • Wijziging van het Financieel Reglement VII

BENOEMING

  • Comité van de Regio's VII

_________________

Voor meer informatie: tel. 285 8704, 285 6423 of 285 7459

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Louis MICHELvice-eerste-minister en minister van Buitenlandse Zaken
mevrouw Annemie NEYTSstaatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken
Denemarken:
de heer Mogens LYKKETOFTminister van Buitenlandse Zaken
de heer Friis Arne PETERSENstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Duitsland:
de heer Joschka FISCHERminister van Buitenlandse Zaken en plaatsvervanger van de bondskanselier
de heer Christoph ZÖPELstaatsminister van Buitenlandse Zaken
Griekenland:
de heer George PAPANDREOUminister van Buitenlandse Zaken
mevrouw Elissavet PAPAZOÏonderminister van Buitenlandse Zaken
Spanje:
de heer Josep PIQUÉ I CAMPSminister van Buitenlandse Zaken
Frankrijk:
de heer Hubert VEDRINEminister van Buitenlandse Zaken
Ierland:
de heer Brian COWENminister van Buitenlandse Zaken
Italië:
de heer Umberto RANIERIstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Luxemburg:
mevrouw Lydie POLFERvice-minister-president, minister van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel
Nederland:
de heer Jozias VAN AARTSENminister van Buitenlandse Zaken
Oostenrijk:
mevrouw Benita FERRERO-WALDNERminister van Buitenlandse Zaken
Portugal:
de heer Jaime GAMAminister van Buitenlandse Zaken
mevrouw Teresa MOURAstaatssecretaris van Europese Zaken
Finland:
de heer Erkki TUOMIOJAminister van Buitenlandse Zaken
de heer Kimmo SASIminister van Buitenlandse Handel en Europese Aangelegenheden
Zweden:
mevrouw Anna LINDHminister van Buitenlandse Zaken
de heer Hans DAHLGRENstaatssecretaris, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken
Verenigd Koninkrijk:
de heer Robin COOKstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken
* * *

Commissie:

de heer Christopher PATTENlid
de heer Günter VERHEUGENlid
* * *

Secretariaat-generaal van de Raad:

de heer Javier SOLANAsecretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

WESTELIJKE BALKAN - CONCLUSIES VAN DE RAAD

Ter gelegenheid van de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM), herhaalde de Raad zijn steun voor de regering van de FYROM, de territoriale integriteit van het land binnen zijn internationaal erkende grenzen en de proportionele benadering die de regering van de FYROM heeft gevolgd in haar reactie op extremistisch geweld. In het kader van het stabilisatie- en associatieproces toonde Raad zich verheugd over het besluit van de regering van de FYROM om onder leiding van president Trajkovski een institutioneel mechanisme voor een versterkte dialoog te vormen, waarbinnen een Europa-comité van alle partijen is ingesteld. Dat comité zou een positieve bijdrage moeten leveren tot de hervorming en de dialoog door alle etnische gemeenschappen te doen beseffen dat zij politiek en economisch belang hebben bij de ontwikkeling van het land. De Raad toonde zich verheugd over de aanwezigheid van een brede scala van politieke krachten van de FYROM bij de ondertekening van de overeenkomst als teken van hun betrokkenheid bij deze doelstellingen. De Raad was ook verheugd over de informatie over de agenda en het tijdschema voor de versterkte dialoog, en over de wil uiterlijk juni de eerste tastbare resultaten te behalen.

De Raad loofde de intensieve diplomatieke inspanningen van hoge vertegenwoordiger SOLANA alsmede de bijdrage van de Commissie en verzocht hem de besprekingen van het Europa-comité van alle partijen van nabij te volgen in nauwe samenwerking met het voorzitterschap en de Commissie. Hij verzocht de regering en alle democratisch gekozen politieke vertegenwoordigers samen te streven naar verdere consolidatie van een waarlijk multi-etnische samenleving in de FYROM als onderdeel van de vorderingen van het land op de weg naar Europa binnen het stabilisatie- en associatieproces. De EU herhaalde bereid te zijn praktische en financiële steun voor dat proces te verstrekken en de regering van de FYROM bij te staan bij de coördinatie van de activiteiten van de internationale gemeenschap.

Wat betreft de parlementsverkiezingen in Montenegro op 22 april sprak de Raad de verwachting uit dat de regering van Montenegro de democratische beginselen ten volle zal toepassen, zodat de verkiezingscampagne en de verkiezingen eerlijk en ordelijk onder inachtneming van de OVSE-normen kunnen verlopen. In dit verband herhaalde de Raad dat een evenwichtige en objectieve verslaggeving bij alle staatsmedia in Montenegro, in het bijzonder de belangrijkste televisiestations, vereist is. Hij drong er andermaal bij de autoriteiten in Belgrado en Podgorica op aan overeenstemming te bereiken over een open en democratisch proces in een algemeen federaal kader, teneinde voor de betrekkingen tussen de onderdelen van de federatie nieuwe grondwettelijke regelingen overeen te komen die voor alle partijen aanvaardbaar zijn. Unilaterale initiatieven op dit gebied zouden ernstige consequenties kunnen hebben voor de stabiliteit in de hele regio.

De Raad was ingenomen met de recente arrestatie van Slobodan Milosevic. Milosevic dient rekenschap af te leggen voor al zijn daden. De Raad was tevens ingenomen met de arrestatie en overbrenging naar Den Haag van een persoon die door het ICTY beschuldigd is van oorlogmisdaden. De Raad sprak andermaal zijn vertrouwen uit in de bereidheid van de autoriteiten van de FRJ/Servië om dit proces voort te zetten en volledig met het ICTY samen te werken. De Raad riep de autoriteiten van de FRJ/Servië op hun hervormingen voort te zetten en herhaalde dat de EU bereid is om de inspanningen van de FRJ om de democratie te versterken en de verbintenissen van Zagreb uit te voeren, zowel politiek als financieel te blijven steunen.

De Raad was verheugd over de vooruitgang in de dialoog tussen de autoriteiten van FRJ/Servië en de vertegenwoordigers van de etnische Albanezen over de situatie in Zuidoost-Servië. Hij nam met name nota van de consensus die zich aftekent over de modaliteiten voor het opzetten van multi-etnische locale politiekorpsen in het gebied. Hij riep op tot strikte inachtneming van het staakt-het-vuren en tot zeer spoedige vrijlating van de gijzelaars, alsmede andere maatregelen die het wederzijds vertrouwen kunnen versterken.

De Raad veroordeelde de recente gewelddadige aanvallen van extreem-nationalistische groepen in Mostar op vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap en sprak zijn volledige steun uit voor hoge vertegenwoordiger Petritsch en voor de maatregelen die hij heeft aangekondigd.

De Raad toonde zich zeer verheugd over het bezoek van de EU-trojka van de ministers van justitie en binnenlandse zaken aan Belgrado en Sarajevo en de gemeenschappelijke verklaring die op 28 maart in Sarajevo is aangenomen door de EU, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, de voormalige Republiek Macedonië en de federale Republiek Joegoslavië als een belangrijke verdere stap na de top in Zagreb over regionale samenwerking, met name op het gebied van asiel, immigratie en smokkel.

* * *

  • Verarmd uranium

De Raad hield op basis van wetenschappelijk bewijsmateriaal dat was verzameld door diverse internationale organisaties een gedachtewisseling over het vraagstuk van munitie die verarmd uranium bevat. De voorzitter vatte deze gedachtewisseling als volgt samen:

    €? De Raad neemt akte van het werk dat verscheidene internationale organisaties (UNEP, WHO, NAVO, ad hoc groep deskundigen bij de Commissie) hebben verricht inzake de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu van blootstelling aan verarmd uranium in munitie die in de Balkans werd gebruikt.

    €? Deze gedetailleerde en objectieve studies bevatten geen wetenschappelijk bewijsmateriaal dat een verband legt tussen het gebruik van verarmd uranium en ziekten die voorkomen onder de bevolking of bij de militairen die in gevechtszones hebben gediend.

    €? Er blijken zich evenwel gezondheids- en milieuproblemen in die regio voor te doen en de Raad dient dan ook eventuele verdere onderzoeken van nabij te volgen en de kwestie indien nodig later opnieuw te behandelen.

    €? De Commissie pakt reeds enkele van de milieuproblemen in de regio's aan via thans lopende projecten. De Raad moedigt de Commissie aan om in de landenstrategieën voor alle landen in de Westelijke Balkan rekening te houden met de bevindingen uit de rapporten over verarmd uranium en met de algemene situatie op het gebied van milieu- en gezondheidskwesties.

VREDESPROCES IN HET MIDDEN-OOSTEN

Tijdens de lunch werden de ministers door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, de heer Solana, op de hoogte gebracht van zijn recente contacten ter plaatse en in Athene met vertegenwoordigers van de partijen in de regio. De ministers hielden een constructieve en positieve discussie ter voorbereiding van een verslag aan de Europese Raad in Göteborg over de wijze waarop de Europese Unie een grotere rol kan spelen bij het bevorderen van de hervatting van het vredesproces.

TRANS-ATLANTISCHE BETREKKINGEN

De Raad hoorde een uiteenzetting van Commissielid PATTEN aan over de mededeling van de Commissie inzake de intensivering van de trans-Atlantische betrekkingen en hield een oriënterend debat over de in deze mededeling behandelde kwesties.

De Raad was het in grote lijnen eens met het beginsel van de door de Commissie voorgestelde strategische thema's en voegde daar milieu/klimaatverandering als essentieel thema aan toe. Hij was het ermee eens dat de doeltreffendheid van de trans-Atlantische dialoog bij het bevorderen van de samenwerking tussen de EU en de VS en bij het oplossen van geschillen de fundamentele prioriteit moet blijven. Hieraan moet op het hoogste niveau regelmatig aandacht worden besteed.

De Raad kwam overeen om in de zitting op 14 mei hierop terug te komen en conclusies dienaangaande aan te nemen.

De Commissie heeft de volgende thema's genoemd: nieuwe uitdagingen op het gebied van veiligheid, globalisering en het multilaterale handelsstelsel, bestrijding van de misdaad en vooral van de georganiseerde misdaad, energie - voorbereiding op de toekomst, consumentenbescherming, in het bijzonder voedselveiligheid, macro-economische kwesties, armoedebestrijding in ontwikkelingslanden, en de e-economie.

BIRMA/MYANMAR - CONCLUSIES VAN DE RAAD

De Raad heeft de geldigheidsduur van zijn gemeenschappelijk standpunt met betrekking tot Birma/Myanmar met zes maanden verlengd. Op die manier geeft hij uiting aan zijn tevredenheid over de eerste contacten die hebben plaatsgevonden tussen de Nationale Raad voor Vrede en Ontwikkeling (SPDC) en mevrouw Aung San Suu Kyi, secretaris-generaal van de Nationale Liga voor Democratie (NLD). Terzelfder tijd neemt hij er akte van dat er vooralsnog geen werkelijke vooruitgang is geboekt ten aanzien van de doelstellingen als genoemd in het gemeenschappelijk standpunt en dat met name de situatie van de mensenrechten in Birma/Myanmar uiterst zorgwekkend blijft.

De Raad hoopt oprecht dat de contacten tussen de SPDC en de NLD spoedig gevolgd worden door concrete stappen die nationale verzoening, democratie en eerbiediging van de mensenrechten van de gehele bevolking van Birma/Myanmar dichterbij zullen brengen. Hij onderstreept dat de Unie bereid is dergelijke ontwikkelingen te steunen.

De Raad bevestigt zijn steun aan de inspanningen van de speciale gezant van de secretaris-generaal van de VN, de heer Tan Sri Razali Ismail. Hij toont zich tevens verheugd over de contacten die onlangs tot stand zijn gebracht tussen de regering van Birma/Myanmar en de speciale rapporteur van de Verenigde Naties over de mensenrechten, de heer Sergio Pinheiro, en hoopt dat de doelstellingen van diens mandaat verwezenlijkt zullen kunnen worden tijdens toekomstige bezoeken.

De Raad is ingenomen met de steun van de Commissie aan de WGO-missie ter beoordeling van de behoeften in Birma/Myanmar; hierdoor kan een scherper beeld worden verkregen van de dramatische HIV/AIDS-problemen waarmee het land heeft af te rekenen en kan eventueel te gelegener tijd bijstand door de EU worden overwogen.

De Raad benadrukt zijn steun aan de resolutie van de algemene IAO-conferentie van november 2000 en beklemtoont dat de autoriteiten in Birma/Myanmar volledig met de IAO moeten samenwerken om dwangarbeid op controleerbare wijze definitief af te schaffen.

De Raad is ingenomen met de resultaten van de tweede Trojka-missie naar Rangoon/Yangon in januari 2001 en stemt ermee in dat er te zijner tijd nog een Trojka-missie naar Rangoon/Yangon kan worden gezonden om de in het gemeenschappelijk standpunt omschreven doelstellingen na te streven.

De Raad komt overeen om de situatie in Birma/Myanmar nauwlettend te blijven volgen en benadrukt bereid te zijn het gemeenschappelijk standpunt opnieuw te bezien indien de ontwikkelingen in Birma/Myanmar daartoe aanleiding geven.

VREDESPROCES IN NAGORNO-KARABACH - CONCLUSIES VAN DE RAAD

De Europese Unie is verheugd over de gesprekken tussen president Kocharian van Armenië en president Aliyev van Azerbeidzjan in Key West, Florida, van 3-6 april 2001 en hun afspraak elkaar in juni opnieuw te ontmoeten. Zij moedigt hen aan hun dialoog voort te zetten.

De Unie ondersteunt ten volle de inspanningen van de co-voorzitters van de OVSE-Groep van Minsk - Frankrijk, de Verenigde Staten en de Russische Federatie - om de twee presidenten te helpen bij het vinden van een oplossing.

Het recente bezoek van de EU-Trojka aan de zuidelijke Kaukasus heeft laten zien hoeveel belang de Unie hecht aan een vreedzame en stabiele ontwikkeling van dit gebied. Een politieke oplossing van het conflict in Nagorno-Karabach zou ongetwijfeld de samenwerking van de EU met Armenië en Azerbeidzjan bevorderen. Derhalve bevestigt de Unie opnieuw dat zij bereid is om concrete vooruitgang te ondersteunen.

VOORZITTER VAN HET MILITAIR COMITE (CEUMC)

De Raad nam een besluit aan waarbij generaal Gustav Hägglund, geboren op 6 september 1938 in Viborg, Finland, wordt benoemd tot voorzitter van het Militair Comité van de Europese Unie voor een periode van drie jaar.

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN STOCKHOLM

De Raad nam akte van een document van het voorzitterschap met de opdrachten voor de volgende bijeenkomsten van de Europese Raden (Göteborg, Laken en Barcelona) en met een overzicht van de operationele conclusies per onderwerp.

De Raad dient in zijn verschillende samenstellingen het werk voort te zetten dat nodig is om de opdrachten van de Europese Raad van Stockholm tot een goed einde te brengen. Van zijn kant zal de Raad Algemene Zaken coördinerend blijven optreden teneinde te garanderen dat alle verbintenissen worden nageleefd binnen het overeengekomen tijdsbestek en dat de bijeenkomst van de Europese Raad in het volgende voorjaar in Barcelona onder de best mogelijke omstandigheden en voortbouwend op de ervaring van Stockholm zal worden voorbereid.

UITBREIDING - CONCLUSIES VAN DE RAAD

De Raad is ingenomen met de vooruitgang die sinds zijn conclusies over de uitbreiding van 4 december 2000 in de toetredingsonderhandelingen is geboekt, en die tot uiting komt in de informatieve nota van de Commissie over de vorderingen bij de toetredingsonderhandelingen. De Raad stelt met tevredenheid vast dat er goede resultaten zijn bereikt, in het bijzonder tijdens de recente vergaderingen van de Toetredingsconferenties op plaatsvervangersniveau.

De Raad benadrukt zijn vastbeslotenheid om met de volledige steun van de Commissie vooruitgang te blijven boeken in het onderhandelingsproces overeenkomstig de onderhandelingsstrategie, inclusief het routeschema, die de Europese Raad in Nice in zijn conclusies heeft vastgelegd. De Raad herhaalt dat de Europese Raad in Göteborg de vorderingen zal beoordelen die met de toepassing van de strategie zijn gemaakt, teneinde de nodige richtsnoeren te geven om het toetredingsproces tot een goed einde te brengen.

De Raad tekent aan dat, overeenkomstig het door de Europese Raad te Nice herbevestigde beginsel van differentiatie, de kandidaat-lidstaten worden beoordeeld op hun eigen merites. Dit biedt een inhaalmogelijkheid en geeft de landen die het best zijn voorbereid, de mogelijkheid om sneller vooruitgang te boeken. De Raad benadrukt dat het voor de kandidaat-lidstaten van belang is dat zij energiek blijven werken aan hun voorbereidingen op het lidmaatschap en dat zij snel en volledig reageren op de gemeenschappelijke standpunten van de Unie in de onderhandelingen.

De Raad is ingenomen met de informatieve nota van de Commissie over het vrije verkeer van werknemers, die een nuttige basis is gebleken voor de debatten over de mogelijke opties op dit gebied. De Raad hoopt binnenkort van de Commissie ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten te ontvangen waarmee de Unie zo spoedig mogelijk, overeenkomstig het "routeschema", haar standpunt kan vaststellen. De Raad zal dit vraagstuk tijdens zijn zitting van 14 mei bespreken.

De Raad is ook ingenomen met de indiening door de Commissie van haar informatieve nota over Wegvervoer en hoopt zo spoedig mogelijk de nota over veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden te ontvangen. Deze zouden een waardevolle basis moeten vormen voor verdere vooruitgang, met inbegrip van beginselen en richtsnoeren op deze punten.

INTEGRATIE VAN MILIEUOVERWEGINGEN IN HET EXTERNE BELEID

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een ontwerp-verslag aan de Europese Raad betreffende de integratie van milieuoverwegingen in de aspecten van het externe beleid die onder de bevoegdheid van de Raad Algemene Zaken vallen, en besliste dit door te sturen naar de Europese Raad van Göteborg in juni.

Dit verslag is het laatste van de "sectoriële verslagen" waarom de Europese Raden van Cardiff en Keulen de diverse Raden heeft verzocht met de bedoeling dat de milieuoverwegingen worden geïntegreerd in de diverse beleidsterreinen van de EU.

Dit verslag is een eerste stap in het proces waarbij een integratiestrategie voor de Raad Algemene Zaken wordt opgezet, en het geeft een overzicht van de vraagstukken, de bestaande instrumenten, de behaalde resultaten en het werk dat nog moet worden verricht om een alomvattende strategie op te stellen, inclusief tijdschema's en indicatoren, teneinde uitvoering te geven aan de integratie van milieuoverwegingen en duurzame ontwikkeling in het externe beleid dat onder de bevoegdheid van de Raad Algemene Zaken valt.

INTERNATIONALE SAMENWERKING IN DE ENERGIESECTOR - NIEUWE RICHTSNOEREN VOOR HET MEERJARENPROGRAMMA - 1998-2002, SYNERGY

De Raad nam een besluit aan tot vaststelling van de nieuwe richtsnoeren betreffende het meerjarenprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in de energiesector (1998-2002), SYNERGY, voortvloeiend uit het meerjarenkaderprogramma voor acties in de energiesector en begeleidende maatregelen.

In deze richtsnoeren wordt ondermeer een drempel van € 250.000 als het minimumbedrag van de communautaire medefinanciering per project vastgesteld.

Bij de aanneming van deze richtsnoeren nam de Raad akte van een verklaring waarin de Commissie beklemtoonde dat een hogere drempel - € 400.000 - het mogelijk zou hebben gemaakt het aantal projecten van te geringe omvang te verkleinen en hierdoor de programma's doeltreffender te maken.

* * *

MINISTERIËLE VERGADERING INZAKE DE NOORDELIJKE DIMENSIE

De lidstaten van de Europese Unie, de Commissie, de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger en de zeven partnerlanden (Estland, IJsland, Letland, Litouwen, Noorwegen, Polen en de Russische Federatie) kwamen samen met waarnemers bijeen om na te gaan welke vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het Actieplan voor de Noordelijke dimensie voor de periode 2000-2003, om politieke richtsnoeren te verstrekken en verdere maatregelen uit te stippelen om het initiatief inzake de Noordelijke dimensie tot ontplooiing te brengen. Voor de discussie werd uitgegaan van werkdocumenten van het voorzitterschap en de Commissie. Verscheidene deelnemers lieten schriftelijke bijdragen rondgaan.

CONCLUSIES VAN HET VOORZITTERSCHAP:

De deelnemers verheugden zich over de vooruitgang op de drie terreinen van het Actieplan inzake de Noordelijke dimensie waaraan extra aandacht is besteed door de Europese Raad in Feira: milieu, waaronder nucleaire veiligheid, bestrijding van de internationale criminaliteit, en Kaliningrad. Er was ruime overeenstemming over dat het werk op deze gebieden moet worden voortgezet zoals aangegeven in de documenten van het voorzitterschap en de Commissie. Beklemtoond werd dat er ook op andere gebieden van het Actieplan en in enkele nieuwe, aan het Actieplan verwante, sectoren spoed moet worden gezet achter de uitvoering.

Het voorstel om een "Milieupartnerschap inzake de Noordelijke dimensie" in te stellen teneinde bepaalde uitdagingen op het gebied van het milieu en de energie-efficiëntie aan te pakken, vond weerklank. Het werd beschouwd als een goede manier om financiële middelen vrij te maken en te combineren en synergieën tot stand te brengen wanneer de omstandigheden zich lenen voor investeringen. De bevoegde internationale financiële instellingen en de Commissie werden opgeroepen om de besprekingen met belangstellende partners voort te zetten en een voorstel voor bedoelde faciliteit op te stellen.

Het initiatief om een "Actieplan voor de Noordelijke e-dimensie" (NeDAP) op te zetten, waarmee de Raad van de Oostzeestaten (CBSS) in nauwe samenwerking met de Commissie is gekomen, werd als een veelbelovende nieuwe ontwikkeling van de Noordelijke dimensie beschouwd.

Het vooruitzicht van een spoedige uitbreiding van de EU wekt bij het bedrijfsleven de verwachting dat de regeringen spoed zullen zetten achter de hervorming van de regelgeving en vergroot de institutionele en juridische voorspelbaarheid die nodig is voor een dynamische economische ontwikkeling in de regio van de Noordelijke dimensie. Het "Handelsforum van Tallinn" heeft aan de Commissie voorgesteld een rechtstreekse dialoog met de zakenwereld in de regio aan te knopen over onderwerpen die te maken hebben met de verwezenlijking van de programma's voor de Noordelijke dimensie. De Conferentie moedigde een dergelijke dialoog aan.

Nieuwe modellen voor samenwerking tussen lidstaten en niet-lidstaten halen de banden tussen de landen in Noord-Europa nauwer aan. Regionale instanties zoals de Raad van de Oostzeestaten en de Raad voor het Europees-Arctische Barentszee-gebied bevorderen gemeenschappelijke waarden, de harmonisatie van de regelgevende kaders en de coördinatie van het optreden. Dat de Commissie vorig najaar deelnam aan de ministeriële bijeenkomst van de Arctische Raad was een teken dat het "arctische venster" openstaat. De Raad van de Oostzeestaten, de Raad voor het Europees-Arctische Barentszee-gebied en de Arctische Raad hebben interessante voorstellen ingediend voor hun verdere bijdrage aan de Noordelijke dimensie. Ook de toegenomen samenwerking betreffende noordelijke kwesties met de Verenigde Staten en Canada werd gunstig onthaald.

Algemeen werd erkend dat de procedures voor de financiële instrumenten van de EU nog meer moeten worden vereenvoudigd en op elkaar afgestemd teneinde de interoperabiliteit te vergroten en gecombineerde financiering tussen de Unie, IFI's en andere actoren te vergemakkelijken. Het raakvlak tussen PHARE en TACIS werd met name genoemd.

De Noordelijke dimensie (ND) is een vast onderdeel geworden van de beleidsvorming binnen de EU en in de partnerlanden. De Commissie heeft een "ND-knooppunt" en een website opgericht. Er wordt thans een netwerk gevormd van contactpunten tussen de deelnemende landen, instellingen en organisaties. De deelnemers waren voorstander van doorzichtigheid en consolidatie van de procedures om het ND-Actieplan uit te voeren. De Commissie en de Raad zullen elk jaar voortgangsverslagen aan de Europese Raad voorleggen. Afwisselend op het niveau van de ministers en dat van de hoge ambtenaren, dienen er jaarlijks conferenties over de Noordelijke dimensie te worden georganiseerd die de nodige politieke richtsnoeren verstrekken. Tevens dient er op gezette tijden een "ND-forum" plaats te vinden waarbij onder meer de zakenwereld en de civiele samenleving sterk vertegenwoordigd zijn.

* * *ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGEN

Richtsnoeren voor een EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing - conclusies van de Raad

Dat foltering moet worden bestreden is een overtuiging waaraan door alle lidstaten van de EU sterk wordt vastgehouden. De bestrijding van foltering is tevens een prioriteit van het mensenrechtenbeleid van de EU. De EU is vastbesloten haar internationale activiteiten op te voeren om alle vormen van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing overal ter wereld te voorkomen en uit te bannen.

Daartoe is de EU interne richtsnoeren (1) betreffende de uitvoering van haar beleid ter bestrijding van foltering overeengekomen, naar het succesvolle voorbeeld van de in 1998 opgestelde richtsnoeren inzake de doodstraf. De richtsnoeren inzake foltering zullen de EU een operationeel werktuig verschaffen om in de contacten met derde landen en in multilaterale mensenrechtenfora te gebruiken ter ondersteuning en intensivering van het aanhoudende streven om foltering, een afschuwelijke schending van de mensenrechten, overal ter wereld te voorkomen en uit te bannen.

Westelijke Balkan - Stabilisatie- en Associatieproces

De Raad heeft een toetsingsmechanisme goedgekeurd met betrekking tot het Stabilisatie- en Associatieproces voor de landen van Zuidoost-Europa.

Het toetsingsmechanisme voorziet in een beoordeling van de inachtneming van de in 1997 door de Raad vastgestelde criteria en van de vorderingen van elk land bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het Stabilisatie- en Associatieproces (SA-proces), onder andere van de mogelijke bijdrage van de instrumenten van het SA-proces tot de verwezenlijking van deze doelstellingen.

Voorts dient rekening te worden gehouden met de tijdens de Top van Zagreb van 24 november 2000 gemaakte afspraken. Een beoordeling van de mate waarin de Stabilisatie- en Associatielanden de in Zagreb gemaakte afspraken nakomen, met name wat betreft intensievere regionale samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, bijvoorbeeld asiel en immigratie, zal daarom ook deel van de toetsing uitmaken.

Interimovereenkomst met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

De Raad heeft een besluit aangenomen inzake de sluiting van de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

Deze overeenkomst maakt het mogelijk dat de handels- en de handelsgerelateerde aangelegenheden van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst op 1 juni 2001 van kracht worden zonder dat er hoeft te worden gewacht op de formele bekrachtiging door de nationale parlementen van de EU-lidstaten.

De gunstigere handelsconcessies die aan de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geboden worden door Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2563/2000 van de Raad, zullen parallel aan de Interimovereenkomst van kracht blijven. De betrekkingen op het gebied van het inlandvervoer zullen ook in de toekomst worden bestreken door de huidige vervoersovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, die sedert november 1997 van kracht is.

Activiteiten van de Waarnemersmissie van de Europese Unie - Overeenkomst met de Federale Republiek Joegoslavië

De Raad heeft een besluit aangenomen tot sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) betreffende de activiteiten van de Waarnemersmissie van de Europese Unie (EUMM) in de FRJ.

Benoeming van het hoofd van de Waarnemersmissie van de Europese Unie (EUMM)

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende de benoeming van ambassadeur Antóin MAC UNFRAIDH (Ierland) tot hoofd van de Waarnemersmissie van de Europese Unie (EUMM).

Samenwerkingsraad EU-Rusland

De Raad heeft het EU-standpunt vastgesteld met het oog op de vierde Samenwerkingsraad EU-Rusland, die zal plaatsvinden op 10 april 2001 (zie Persmededeling 7834/01 Presse 142).

MAPE - Conclusies van de Raad

Sedert 1997 heeft de WEU/MAPE met haar advies en opleidingsactiviteiten aan het opzetten van een levensvatbare politiedienst in Albanië bijgedragen. De missie heeft aanzienlijke resultaten bereikt, die door de Albanese autoriteiten worden gewaardeerd en erkend. Door haar aanwezigheid in Albanië heeft de MAPE ook steun verleend aan de inspanningen van de internationale gemeenschap om de veiligheid en stabiliteit in de regio te herstellen. Vanaf 1999 heeft de Raad de uitvoering toevertrouwd aan de WEU op basis van artikel J.4, lid 2, (nu 17) van het VEU met gedeeltelijke financiering door de EU. De EU waardeert en erkent de inspanningen van de WEU en de MAPE en van de deskundigen die van deze missie deel hebben uitgemaakt.

De EU is overeengekomen om de rechtstreekse verantwoordelijkheid voor een programma van advies, opleiding en institutionele opbouw voor de Albanese politie op zich te nemen. Vanaf 1 juni 2001 zal de EG hieraan uitvoering geven door middel van een samenwerkingsproject - uit hoofde van het communautair bijstandsprogramma voor de Westelijke Balkan - dat de opvolger zal zijn van de MAPE, en aldus de noodzakelijke continuïteit tussen de MAPE-activiteiten en de start van een specifiek programma zal waarborgen.

EU - Samenwerkingsraad van de Golf

De Raad heeft een aantal documenten goedgekeurd in verband met de voorbereiding van de 11e Gezamenlijke Raad/ministeriële bijeenkomst EU-GCC (Manama, Bahrein, 23 april 2001).

Op de ontwerp-agenda van de bijeenkomst staan onder meer de volgende punten:

    - uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst

    - besprekingen over een vrijhandelsovereenkomst

    - gedachtewisseling over ontwikkelingen in de twee regio's

    - gedachtewisseling over politieke vraagstukken van gemeenschappelijk belang, massavernietigingswapens, mensenrechten, het vredesproces in het Midden-Oosten, Irak, Iran, Afghanistan.

Colombia: vredesproces - conclusies van de Raad

De Europese Unie bevestigt haar steun aan het vredesproces in Colombia, zoals zij eerder verklaard heeft in de conclusies van de Raad van 9 oktober 2000 en in de verklaring van de EU van 24 oktober 2000. De Unie neemt er nota van dat de vredesonderhandelingen met de FARC en het ELN gevorderd zijn en steunt de inspanningen om het vredesproces tot een overheidsbeleid te maken. De Unie neemt ook nota van de aanhoudende pogingen van de Colombiaanse regering om de paramilitaire activiteiten te bestrijden en dringt erop aan die pogingen te intensiveren.

De Europese Unie is ingenomen met het recente besluit van de onderhandelende partijen om de internationale gemeenschap te betrekken bij de bevordering van en het toezicht op het vredesproces. De Unie steunt de beslissingen van individuele lidstaten, daartoe verzocht door de onderhandelende partijen, om directer aan het vredesproces deel te nemen. De Unie verzoekt de Commissie en de lidstaten hun ontwikkelingssamenwerking aan te wenden om het vredesproces verder te stimuleren, met inbegrip van de vredesonderhandelingen en de vooruitgang daarvan. Eerbiediging van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht is een voorwaarde voor vorderingen in het vredesproces en een grondslag voor steun van de EU. De Europese Unie herhaalt haar oproep tot alle gewapende groepen die gijzelaars vasthouden om deze onverwijld vrij te laten.

Fiji-eilanden - overleg krachtens artikel 96 van de partnerschapsovereenkomst ACS-EG

De Raad heeft een besluit aangenomen tot afsluiting van het te Brussel op 19 oktober 2000 gehouden overleg met de Republiek der Fiji-eilanden krachtens artikel 96 van de partnerschapsovereenkomst ACS-EG.

De Europese Unie heeft de staatsgreep van 19 mei 2000 veroordeeld en haar ernstige verontrusting uitgesproken over de politieke gebeurtenissen die zich sindsdien in Fiji hebben voorgedaan Zij betreurt de afzetting van President Ratu Sir Kamisese Mara, de gijzelneming en ongrondwettelijke vervanging van de democratisch verkozen regering en de herroeping van de grondwet van 1997.

De Europese Unie heeft besloten het overleg in het kader van artikel 96 van de partnerschapsovereenkomst ACS-EG af te sluiten. Rekening houdend met het feit dat de gebeurtenissen in Fiji een over het algemeen gunstiger wending hebben genomen dan zich in oktober 2000 liet aanzien, heeft de Unie besloten de volgende passende maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 96, lid 2, sub c), van de overeenkomst:

    - kennisgeving van de toewijzing uit het 9e EOF zal plaatsvinden nadat vrije en eerlijke verkiezingen hebben plaatsgevonden en een rechtsgeldige regering is aangetreden;

    - nieuwe programma's en projecten uit hoofde van de nationale indicatieve programma's van het zesde, zevende en achtste EOF zullen worden gefinancierd en uitgevoerd nadat er vrije en eerlijke verkiezingen hebben plaatsgevonden en een wettige regering is aangetreden.

De lopende projecten zullen volgens plan worden uitgevoerd, met inachtneming van het beginsel van neutraliteit van de communautaire hulp gedurende de verkiezingsperiode.

Daarenboven zullen de bijdragen aan regionale projecten, humanitaire acties, handelssamenwerking en handelspreferenties onverminderd doorgaan, zodat de economische belangen van de bevolking van Fiji niet worden geschaad.

De Unie is ook bereid Fiji te assisteren bij de terugkeer naar de democratie.

Nadat vrije en eerlijke verkiezingen hebben plaatsgevonden en een wettige regering is aangetreden onder voorwaarden waarin de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat worden nageleefd, zullen bovenstaande maatregelen worden ingetrokken. De Unie zal dit besluit in ieder geval binnen zes maanden opnieuw bezien.

De Europese Unie zal de gebeurtenissen in Fiji op de voet blijven volgen, vooral wat betreft de handhaving van de openbare orde, de verkiezingscampagne, de vorming van een wettige regering en de berechting van George Speight en zijn medestanders.

De Europese Unie wil er nogmaals op wijzen dat zij de dialoog met Fiji wenst voort te zetten op basis van de partnerschapsovereenkomst ACS-EG.

Mededingingsprocedures voor overeenkomsten inzake diensten van de programma's Phare en Tacis: Speciaal verslag nr. 16/2000 van de Rekenkamer - Conclusies van de Raad

    1. De Raad heeft het speciaal verslag over de mededingingsprocedures voor overeenkomsten inzake diensten van de programma's Phare en Tacis bestudeerd en nota genomen van de opmerkingen en aanbevelingen van de Rekenkamer en van de antwoorden van de Commissie.

    2. De Raad is bezorgd over praktijken die in sommige gevallen hebben geleid tot beperkte mededinging, gebrekkige informatieverstrekking, mogelijke belangenverstrengeling, onsamenhangende beoordelingspraktijken en tekortkomingen bij het beheer van dossiers.

    3. Op basis van het verslag van de Rekenkamer en van de antwoorden van de Commissie erkent de Raad dat de Commissie veel van de aanbevelingen van de Rekenkamer in praktijk heeft gebracht. Zij heeft bijvoorbeeld gezorgd voor de invoering van geharmoniseerde en vereenvoudigde beheersystemen en handleidingen; verder heeft zij voorzien in een website waarop alle informatie openbaar wordt gemaakt, alsmede in de opleiding van personeel.

    4. De Raad is van mening dat de Commissie vooral dient toe te zien op de personeelssituatie en de financiële controle. Dit is in het bijzonder van belang in het licht van de sterkere decentralisering van het beheer van het Phare-programma en in mindere mate van het Tacis-programma. Hiertoe zal het nieuwe Financieel Reglement - dat momenteel wordt herzien - als basis dienen.

    5. De Raad verzoekt de Commissie om het verslag van de Rekenkamer ook in de toekomst ter harte te nemen en zo de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de mededingingsprocedures voor overeenkomsten inzake diensten van de programma's Phare en Tacis nog verder te verbeteren, alsmede om de Raad vóór het einde van het jaar te informeren over de maatregelen die zij hiertoe getroffen heeft. De Raad is zich echter bewust van het feit dat verbeteringen, vooral op het gebied van overheidsopdrachten, nauw samenhangen met de bepalingen van een herzien Financieel Reglement.

Betrekkingen met bepaalde landen in het Middellandse-Zeegebied

De Raad heeft een verordening aangenomen betreffende de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten en referentiehoeveelheden voor producten die voor preferenties in aanmerking komen op grond van overeenkomsten met bepaalde landen in het Middellandse-Zeegebied.

De verordening strekt ertoe de bepalingen betreffende de tariefcontingenten en de referentiehoeveelheden te herzien en te vereenvoudigen en in één verordening bijeen te brengen. Het voorstel houdt rekening met de nieuwe preferentiële tariefconcessies die zijn opgenomen in de op 22 december 2000 gesloten landbouwovereenkomst met Tunesië (drie nieuwe tariefcontingenten en wijzigingen van de bestaande bepalingen).

Alomvattend Kernstopverdrag - Bijdrage van de Europese Unie

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende uitvoering van Gemeenschappelijk Standpunt 1999/533/GBVB inzake de bijdrage van de Europese Unie tot de bevordering van de spoedige inwerkingtreding van het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT).

Het besluit houdt in dat de Europese Unie alle staten aanmoedigt het verdrag onverwijld te ondertekenen en te bekrachtigen.

Te dien einde richt de Europese Unie haar aanmoedigingen tot:

    - in de eerste plaats, de staten genoemd in de lijst van de 44 staten wier ondertekening en bekrachtiging noodzakelijk is voor de inwerkingtreding van het CTBT;

    - de staten die het CTBT ondertekend, maar niet bekrachtigd hebben, in het bijzonder de staten die stations van het Internationaal Toezichtsysteem (IMS) zullen huisvesten;

    - de staten die het verdrag niet ondertekend hebben, in het bijzonder de staten die IMS-stations zullen huisvesten.

Associatie met Roemenië en Slovenië - uitvoeringsvoorschriften voor overheidssteun

De Raad heeft twee besluiten aangenomen betreffende het standpunt van de Gemeenschap in respectievelijk de Associatieraad EU-Roemenië en de Associatieraad EU-Slovenië, betreffende de goedkeuring van de nodige voorschriften voor de toepassing van de bepalingen inzake overheidssteun in de Europa-overenkomsten met Roemenië en Slovenië.

INTERNE MARKT

Auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij

Na de goedkeuring door de Raad van alle amendementen die het Europees Parlement in tweede lezing heeft voorgesteld is de richtlijn betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij geacht te zijn aangenomen in de versie van het aldus gewijzigde gemeenschappelijk standpunt, overeenkomstig artikel 251, lid 3, van het EG-Verdrag.

Met de ontwerp-richtlijn wordt de instelling binnen de interne markt van een geharmoniseerd en passend juridisch kader beoogd voor het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. Doel is met name de harmonisering van het reproductierecht, het recht van mededeling, het recht van beschikbaarstelling voor het publiek en het distributierecht van de werken. De aanneming van deze richtlijn is overigens voorwaarde voor de toetreding van de Gemeenschap en haar lidstaten tot het WIPO-Verdrag inzake auteursrecht (WCT) en tot het Verdrag van de WIPO inzake uitvoeringen en fonogrammen (WPPT), beide gesloten in december 1996.

De richtlijn is gebaseerd op het beginsel van het streven naar een rechtvaardig evenwicht tussen de belangen van de houders van de rechten (de eigenaren van auteursrechten en naburige rechten), enerzijds, en de belangen van andere partijen (internetproviders, consumenten, producenten van apparatuur, bibliotheken, uitgevers en anderen die voor uitzonderingen op de rechten in de lidstaten in aanmerking komen) anderzijds, door met name rekening te houden met de door de nieuwe technologieën geboden mogelijkheden. In het voorstel is bepaald dat de lidstaten de auteurs exclusieve rechten dienen te verlenen met betrekking tot de reproductie van hun werken, alsook ten aanzien van de mededeling en distributie ervan aan het publiek.

De richtlijn bevat niettemin een lijst met facultatieve uitzonderingen op deze rechten. Deze uitzonderingen kunnen gelden in bepaalde bijzondere gevallen waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van werken of ander materiaal en de wettige belangen van de rechthebbenden niet onredelijk worden geschaad. Deze vrijstellingen of beperkingen kunnen met name gelden voor de reproductie voor particulier of niet-commercieel gebruik, voor het gebruik bij wijze van illustratie in onderwijsverband of bij wetenschappelijk onderzoek, voor het gebruik ten behoeve van gehandicapten, voor door openbare bibliotheken uitgevoerde specifieke reproducties, voor opnamen van uitzendingen van sociale instellingen, enz. In beginsel kunnen de houders van de rechten in een aantal van deze gevallen voor een billijke compensatie in aanmerking komen.

De houders van de rechten mogen hun werken op doelmatige wijze beschermen door technische maatregelen om elk onwettig gebruik te voorkomen. Indien de houders van de rechten evenwel niet eigener beweging maatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat personen die voor bepaalde uitzonderingen in aanmerking komen, toegang hebben tot hun beschermde werken, kunnen de lidstaten passende maatregelen nemen om de gebruiker in de gelegenheid te stellen deze uitzonderingen te benutten.

BEGROTING

Wijziging van het Financieel Reglement

De Raad heeft een verordening aangenomen tot wijziging van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen tot scheiding van de functie van interne audit en de functie van financiële controle vooraf.

Overeenkomstig deze nieuwe verordening wordt er in het Financieel Reglement een nieuw artikel 24 bis ingevoegd dat bepaalt dat de Commissie een interne auditor benoemt die onafhankelijk is van de financiële controleur. Hij wordt benoemd onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de financiële controleur gelden, en heeft voor de uitoefening van zijn functies recht op dezelfde informatie als de financiële controleur. Voor hem gelden, ter waarborging van zijn onafhankelijkheid, dezelfde bijzondere regels en maatregelen als die welke voor de financiële controleur gelden.

BENOEMING

Comité van de Regio's

De Raad heeft een besluit aangenomen waarbij de heer L.E. VAN DER SAR wordt benoemd tot plaatsvervangend lid in het Comité van de Regio's ter vervanging van de heer D.C. DEKKER voor de verdere duur van diens ambtstermijn, d.w.z. tot en met 25 januari 2002.

________________________

(1) De volledige tekst van deze richtsnoeren is te vinden op de website van de Raad http://consilium.europa.eu/Newsroom.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website