Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

C/01/110

6933/01 (Presse 110)

(OR. en)

2338e zitting van de Raad

- ALGEMENE ZAKEN -

Brussel, 19 maart 2001

Voorzitter:

mevrouw Anna LINDH

minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Zweden

INHOUD

DEELNEMERS 

BESPROKEN PUNTEN

6-EXTERNE BETREKKINGEN PAGEREF _Toc510428181 \h 6-INTERNE ASPECTEN - FOLLOW-UP VAN LISSABON PAGEREF _Toc510428182 \h 7VREDESPROCES IN HET MIDDEN-OOSTEN PAGEREF _Toc510428183 \h 9EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID - CIVIELE ASPECTEN VAN CRISISBEHEERSING PAGEREF _Toc510428184 \h 9WESTELIJKE BALKAN - CONCLUSIES PAGEREF _Toc510428185 \h 10MENSENRECHTEN-CONCLUSIES PAGEREF _Toc510428186 \h 14MENSENRECHTEN/CHINA - CONCLUSIES PAGEREF _Toc510428187 \h 15TOEGANG VAN HET PUBLIEK TOT DOCUMENTEN PAGEREF _Toc510428188 \h 17DIVERSEN PAGEREF _Toc510428189 \h 17-CABINDA PAGEREF _Toc510428190 \h 17ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTENEXTERNE BETREKKINGEN PAGEREF _Toc510428191 \h I--Ethiopië en Eritrea - wapenembargo PAGEREF _Toc510428192 \h I--EU-Zuid-Korea - Kaderovereenkomst voor handel en samenwerking PAGEREF _Toc510428193 \h I--Betrekkingen van de EU met Australië, Canada en Nieuw-Zeeland PAGEREF _Toc510428194 \h I--EU-Andorra - veterinaire vraagstukken PAGEREF _Toc510428195 \h IIBETREKKINGEN MET DE GEASSOCIEERDE LMOE PAGEREF _Toc510428196 \h II--Deelneming van de kandidaat-lidstaten aan het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving PAGEREF _Toc510428197 \h II--Bulgarije - oorsprongsregels PAGEREF _Toc510428198 \h II--Roemenië PAGEREF _Toc510428199 \h III--?Vaststelling van het standpunt van de Europese Unie voor de 7e zitting van de Associatieraad op 19 maart 2001 PAGEREF _Toc510428200 \h III--?Deelname aan het financieringsinstrument van de Gemeenschap voor het milieu (LIFE) PAGEREF _Toc510428201 \h IIIEVA-LANDEN PAGEREF _Toc510428202 \h III--EU-Zwitserland - direct verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche PAGEREF _Toc510428203 \h III--Noorwegen - Tariefcontingenten in 1995 voor bepaalde verwerkte landbouwproducten PAGEREF _Toc510428204 \h IVINTERNATIONALE DOUANEVERDRAGEN PAGEREF _Toc510428205 \h IV--Verdrag houdende instelling van de internationale douaneraad PAGEREF _Toc510428206 \h IVBELASTINGEN PAGEREF _Toc510428207 \h IV--Zesde BTW-richtlijn - verzoek om afwijking PAGEREF _Toc510428208 \h IV--?Oostenrijk PAGEREF _Toc510428209 \h IV--?Spanje PAGEREF _Toc510428210 \h IV--?Italië PAGEREF _Toc510428211 \h IVEUROPESE UNIE PAGEREF _Toc510428212 \h V--Vorderingen van de Europese Unie in 2000 PAGEREF _Toc510428213 \h V--Reglement van orde van de Raad PAGEREF _Toc510428214 \h V--Beveiligingsvoorschriften van de Raad PAGEREF _Toc510428215 \h VTRANSPARANTIE PAGEREF _Toc510428216 \h VI--Aan het publiek ter beschikking gestelde documenten PAGEREF _Toc510428217 \h VI--Toegang van het publiek tot Raadsdocumenten PAGEREF _Toc510428218 \h VII

_________________

Voor meer informatie: tel. 02-285.64.23, 02-285.87.04, 02-285.81.11

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België :

de heer Louis MICHELvice-eerste-minister en minister van Buitenlandse Zaken
mevrouw Annemie NEYTSstaatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken
Denemarken :
de heer Mogens LYKKETOFTminister van Buitenlandse Zaken
de heer Friis Arne PETERSENstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Duitsland:
de heer Joschka FISCHERminister van Buitenlandse Zaken en plaatsvervanger van de bondskanselier
de heer Christoph ZÖPELstaatsminister van Buitenlandse Zaken
Griekenland:
de heer George PAPANDREOUminister van Buitenlandse Zaken
mevrouw Elissavet PAPAZOÏonderminister van Buitenlandse Zaken
Spanje
de heer Josep PIQUÉ I CAMPSminister van Buitenlandse Zaken
de heer Ramon DE MIGUEL Y EGEAstaatssecretaris van Europese Zaken
Frankrijk :
de heer Hubert VEDRINEminister van Buitenlandse Zaken
Ierland :
de heer Denis O'LEARYambassadeur, permanent vertegenwoordiger
Italië :
de heer Umberto RANIERIstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Luxemburg :
mevrouw Lydie POLFERvice-minister-president, minister van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel
Nederland :
de heer Jozias VAN AARTSENminister van Buitenlandse Zaken
de heer Dirk BENSCHOPstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Oostenrijk :
mevrouw Benita FERRERO-WALDNERminister van Buitenlandse Zaken
Portugal :
de heer Jaime GAMAminister van Buitenlandse Zaken
mevrouw Teresa MOURAstaatssecretaris van Europese Zaken
Finland :
de heer Kimmo SASIminister van Buitenlandse Handel en Europese Aangelegenheden
Zweden :
mevrouw Anna LINDHminister van Buitenlandse Zaken
de heer Hans DAHLGRENstaatssecretaris, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken
Verenigd Koninkrijk:
de heer Keith VAZonderminister van Europese Zaken, ministerie van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

* * *

Commissie :

de heer Romano PRODIvoorzitter
de heer Chris PATTENlid

* * *

Secretariaat-generaal van de Raad:

de heer Javier SOLANAsecretaris generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

VOORBEREIDING VAN DE EUROPESE RAAD IN STOCKHOLM, 23-24 MAART 2001

De Raad werd door het voorzitterschap geïnformeerd over de organisatie van de werkzaamheden en de tijdens de Europese Raad van Stockholm te bespreken inhoudelijke zaken op het gebied van zowel externe betrekkingen als interne aangelegenheden (1) om de Raad in staat te stellen om zijn taak voor de algehele coördinatie en de voorbereiding van de Europese Raad te vervullen.

- EXTERNE BETREKKINGEN

    Het belangrijkste punt te Stockholm in verband met de externe betrekkingen is de ontmoeting met president POETIN tijdens de lunch. 's Avonds zullen het voorzitterschap en de SG/HV tijdens het diner van de Europese Raad verslag uitbrengen over de besprekingen die de ministers van Buitenlandse Zaken eerder die dag hebben gevoerd over de situatie in de Westelijke Balkan. Tevens zullen het Midden-Oosten en Korea worden besproken.

    De besprekingen met president POETIN zullen toegespitst zijn op de economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Rusland. Essentiële elementen in deze betrekkingen worden gevormd door de uitvoering van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, de gemeenschappelijke strategie van de EU en het concept noordelijke dimensie.

    President POETIN zal naar verwachting uiteenzetten hoe Rusland de economische betrekkingen met de EU ziet en wat de stand van de economische hervormingen in Rusland is.

    Kernproblemen die naar verwachting ter sprake zullen komen:

      - Rusland en de WTO: de stand van de aanpassing van Rusland aan de WTO-eisen en een mogelijk toekomstig lidmaatschap,

      - handel tussen de EU en Rusland, een spoedige oplossing voor nog aanslepende handelsgeschillen, om een beter klimaat voor handel en investeringen in Rusland te bevorderen,

      - aanvullende financiering door internationale financiële instellingen, mogelijke leningen van de EIB voor specifieke projecten op milieugebied.

    Minister van Buitenlandse Zaken IVANOV zal de lunch met de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU bijwonen. Hier zal vooral worden gesproken over de betrekkingen tussen de EU en Rusland en actuele kwesties op de internationale agenda, met inbegrip van de Westelijke Balkan.

- INTERNE ASPECTEN - FOLLOW-UP VAN LISSABON

    Wat betreft de opdrachten van de Europese Raad van Lissabon, die zijn aangevuld op de bijeenkomsten te Feira en Nice, heeft de Raad het werk geëvalueerd dat sinds Nice door de Commissie en de verschillende Raadsformaties is verricht met betrekking tot de algemene strategie om de Unie in de komende tien jaar te maken tot "de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang".

    Het voorzitterschap nam nota van de opmerkingen van de voorzitter van de Commissie en de ministers over de diverse kwesties en verbond zich ertoe aan de voorzitter van de Europese Raad verslag uit te brengen.

    De eerste werksessie van de Europese Raad zal op vrijdag 23 maart om 09.30 uur beginnen met een gedachtewisseling met mevrouw FONTAINE, voorzitter van het Europees Parlement, over de belangrijkste te bespreken punten.

    Na deze bijeenkomst is er om circa 10.30 uur een eerste rondvraag over de globale richtsnoeren voor het economisch beleid voor 2001, openstelling van de markten in sleutelsectoren, de behoefte aan betere regelgeving, nieuwe technologieën waaronder eEuropa en biotechnologie, risicokapitaal en financiële markten, overheidsopdrachten, overheidssteun, ondernemingsbeleid, de rol van de internationale handel bij het bereiken van ons strategisch doel.

's Middags hervatten wij de besprekingen omstreeks 15.00 uur met als belangrijkste punt de modernisering van het Europees sociaal model en de demografische veranderingen. Naar verwachting zal onder meer gesproken worden over: verhoging van het aanbod van arbeidskrachten en ontwikkeling, profiteren van de grootste arbeidsreserve van de Unie door verbetering van de kansen voor vrouwen en ouderen om op de arbeidsmarkt te komen en te blijven, hoe veilige en duurzame pensioenstelsels kunnen worden gewaarborgd, hoe de uitvoering van de in Nice overeengekomen Europese sociale agenda moet worden gewaarborgd, benchmarking op basis van indicatoren op het gebied van de sociale insluiting, kinderopvang en de kwaliteit van het werk, maatregelen inzake vaardigheden en mobiliteit, alsmede een strategie voor duurzame ontwikkeling.

Op zaterdagochtend begint om 9.45 uur de werksessie om de conclusies van het voorzitterschap goed te keuren.

VREDESPROCES IN HET MIDDEN-OOSTEN

Tijdens de lunch luisterden de ministers naar een verslag van het voorzitterschap over de resultaten van de recente trojkamissie naar Israël, de Palestijnse gebieden en Egypte. Zij kwamen overeen de besprekingen over het Midden-Oosten tijdens de Europese Raad in Stockholm te vervolgen.

EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID - CIVIELE ASPECTEN VAN CRISISBEHEERSING

De Raad maakte de balans op van de lopende besprekingen in overeenstemming met het mandaat van de Europese Raad van Nice, namelijk dat het Zweedse voorzitterschap in samenwerking met de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger verder moet werken aan de civiele aspecten van crisisbeheersing, waaronder de ontwikkeling van het vermogen om politieoperaties te plannen en uit te voeren, en een oproep voor vrijwillige bijdragen voor de politie (doelstelling van Feira: vóór 2003 tot 5000 politiefunctionarissen voor internationale missies, waarvan tot 1000 binnen 30 dagen moeten worden aangewezen en ingezet).

De Raad nam nota van de gemaakte vorderingen en herinnerde aan het belang van parallelle vooruitgang op civiel en militair gebied bij de crisisbeheersing door de EU.

De Raad sprak zijn krachtige steun uit voor het proces in verband met het "Verzoek om bijdragen" en voor de politieconferentie die hiertoe op 10 mei 2001 in Brussel wordt gehouden. Dit en de lopende besprekingen over de ontwikkeling van een professioneel vermogen van de EU om politieoperaties te plannen en uit te voeren vormen belangrijke stappen bij de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de politie die in Feira zijn overeengekomen.

De besprekingen worden ook voortgezet op andere prioritaire gebieden: versterking van de rechtsstaat, burgerlijk bestuur en civiele bescherming, alsmede samenwerking met internationale organisaties en derde landen, waardoor de verbintenis van de Unie tot civiele crisisbeheersing als een sleutelelement van het EVDB bevestigd wordt.

WESTELIJKE BALKAN - CONCLUSIES

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (2)

De Raad sprak zijn grote bezorgdheid uit over de escalatie van het geweld in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Hij sprak andermaal een sterke veroordeling uit van de pogingen van de extremistische etnische Albanezen om FYROM en de regio te destabiliseren. De EU zal steun aan opstandelingen niet tolereren. Politieke eisen moeten op vreedzame wijze en conform de democratische beginselen kenbaar gemaakt worden. Hij drong er bij de etnische Albanese extremisten op aan om onmiddellijk een eind te maken aan alle gewelddadige aanvallen.

De Raad verklaarde opnieuw sterk te hechten aan de onschendbaarheid van de internationaal erkende grenzen in de regio en de soevereiniteit en territoriale integriteit van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als één multi-etnische staat. Hij was ingenomen met de acties die KFOR reeds ondernomen heeft en spoorde de KFOR-troepen aan deze acties met kracht te vervolgen.

De Raad sprak zijn steun uit voor de democratische verkozen regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en moedigde haar aan om de binnenlandse hervormingen, met name de verbetering van de interetnische betrekkingen voort te zetten. Hij is verheugd over de verklaring die op 18 maart in het Parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is afgelegd, waarin alle politieke partijen zich van extremistische acties en etnische onverdraagzaamheid distantiëren.

De Raad luisterde naar het verslag over de wijze waarop de bijstand van de Gemeenschap nog meer wordt toegespitst op de bevordering van de interetnische betrekkingen en de verbetering van de grensbewaking. De Raad verzocht de Hoge vertegenwoordiger en de Commissie om onverwijld de voorstellen in het non-paper van het voorzitterschap te bestuderen, en daarover verslag uit te brengen aan de Raad.

De Raad toonde zich verheugd over het komende bezoek van de Hoge vertegenwoordiger met het voorzitterschap en de Commissie aan Skopje, dat gevolgd zal worden door een bezoek van de ministeriële trojka, waarmee de EU op hoog niveau haar steun betuigt aan de regering van FYROM.

De Raad onderstreepte dat de stabilisatie- en associatieovereenkomst met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, die ondertekend zal worden tijdens de Raad Algemene Zaken van april in Luxemburg, een kader vormt voor de verdere steun van de EU aan de integratie van FYROM in Europese structuren.

Zuid-Servië

De Raad nam met voldoening kennis van de ondertekening van de staakt-het-vuren-overeenkomst door de FRJ/Servische en etnisch Albanese vertegenwoordigers die een belangrijke stap betekent naar een politieke oplossing. Hij benadrukte dat de partijen de overeenkomsten strikt moeten naleven. Bij wijze van volgende stap doet de Raad een beroep op de partijen om zo spoedig mogelijk rechtstreekse onderhandelingen te openen en verdere vertrouwenwekkende maatregelen uit te voeren om de spanningen in het gebied te verminderen. De Raad liet zich positief uit over het besluit van de NAVO om een gecontroleerde terugkeer in fasen van FRJ-troepen in de grondveiligheidszone toe te staan met het uiteindelijke doel deze zone op te heffen.

De Raad herinnerde aan zijn conclusies van 26 februari (Raad Algemene Zaken) om de aanwezigheid van de EUMM in Zuidoost-Servië te vergroten, op voorwaarde dat hun veiligheid gewaarborgd is, en toonde zich ingenomen met de toezeggingen van de NAVO met betrekking tot de veiligheidsregelingen voor het EUMM-personeel. Hij nam er nota van dat de staakt-het-vuren-overeenkomst van 12 maart de partijen ertoe verbindt de veiligheid van internationaal personeel te waarborgen. Hij steunde de door de EUMM genomen initiatieven om de veiligheid van de leden van haar missie optimaal te waarborgen. In het licht van deze ontwikkelingen sprak de Raad zijn waardering uit voor het besluit van Hoge vertegenwoordiger Solana om de aanwezigheid van EUMM-waarnemers in Zuidoost-Servië op basis van het bestaande mandaat uit te breiden. De Raad zal de veiligheidssituatie regelmatig bespreken.

De Raad was verheugd over het interimverslag van Hoge vertegenwoordiger Solana inzake verdere actie van de EU met betrekking tot Zuidoost-Servië en verzocht hem zijn werkzaamheden betreffende een EU-strategie voor dit gebied in samenwerking met het voorzitterschap en de Commissie, voort te zetten.

Bosnië-Herzegovina

De Raad besprak de situatie in Bosnië-Herzegovina. Hij ondersteunde ten zeerste de inzet van de Hoge Vertegenwoordiger Wolfgang Petritsch voor de uitvoering van de akkoorden van Dayton/ Parijs. De Europese Unie is vastbesloten zich op lange termijn voor Bosnië-Herzegovina te blijven inzetten.

De Raad was ingenomen met de vorming van een nieuwe federale regering en met de benoeming van de heer Bozidar Matic tot voorzitter van de ministerraad. De nieuwe regering van Bosnië-Herzegovina krijgt de volle steun van de EU bij het nakomen van de in Dayton/Parijs aangegane verplichtingen - met name zoals die zijn uitgewerkt tijdens de ministeriële Vredesimplementatieraad van 25 mei 2000. Hij benadrukte ook dat de in de leidraad van de EU omschreven maatregelen dringend moeten worden uitgevoerd zodat kan worden overgegaan naar het volgende stadium van het stabilisatie- en associatieproces, namelijk een haalbaarheidsstudie.

De Raad memoreerde dat de burgers en volkeren van Bosnië-Herzegovina alleen in het kader van een eengemaakte staat toenadering tot Europa kunnen zoeken. In dit verband veroordeelde de Raad de recente eenzijdige initiatieven van het zogenaamde Kroatische nationaal congres van Bosnië-Herzegovina om af te wijken van de bepalingen van de akkoorden van Dayton/Parijs. De Raad riep het Kroatische bevolkingsdeel van Bosnië-Herzegovina op om op alle niveaus hun belangen te verdedigen binnen het kader van de wettelijke instellingen van hun land. Hij benadrukte ook de cruciale rol van de buurlanden in de totstandbrenging van een stabiel en multi-etnisch Bosnië-Herzegovina.

De Raad herinnerde aan de rol van het stabiliteitspact en de instrumenten die het in het leven heeft geroepen voor de totstandbrenging van regionale stabiliteit.

De Raad sprak opnieuw de steun van de EU uit voor het besluit van de Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië om het Kroatische lid van het Presidentschap van Bosnië-Herzegovina, de heer Ante Jelavic, en andere personen uit hun openbare ambten en hun functies in de HDZ te ontzetten.

De Raad spoorde Hoge Vertegenwoordiger Petritsch ertoe aan na te gaan hoe de huidige internationale civiele uitvoeringsstructuren in Bosnië-Herzegovina functioneren en voorstellen te doen om die structuren te stroomlijnen met het oog op een zo efficiënt mogelijke coördinatie van alle internationale actoren.

De Commissie nam nota van de wens van de Raad om erop toe te zien dat de bijstand van de Gemeenschap een bijdrage blijft leveren aan een open en moderne economie en de nationale elementen die een obstakel vormen voor economische hervormingen en voor de toenadering van Bosnië-Herzegovina tot de EU, blijft marginaliseren.

o

o o

De Raad nam met voldoening kennis van de ontmoeting die op 15 maart jl. in Wenen plaatsvond tussen de minister van Buitenlandse Zaken van de FRJ, de heer Svilanovic, en zijn Albanese collega, de heer Milo, van hun gezamenlijke toezegging om hun bilaterale betrekkingen te ontwikkelen, en hun oproep tot gematigdheid in het belang van de regionale stabiliteit.

De Raad toonde zich ingenomen met de vorderingen die in de hele regio worden geboekt bij het ter verantwoording roepen van personen wegens machtsmisbruik en strafbare feiten die onder bescherming van vorige ondemocratische regimes zijn gepleegd. De naleving van de politieke en economische voorwaarden die de EU stelt is van wezenlijk belang voor ieder land van de regio en omvat ook de volledige samenwerking met het Internationaal Oorlogstribunaal voor het Voormalige Joegoslavië (ICTY).

MENSENRECHTEN-CONCLUSIES

    1. De Raad bevestigde de conclusies van de Raad van 10 december 1998, die de steun hebben gekregen van de Europese Raad van Wenen en waarin gewezen werd op het belang van de mensenrechten als een hoeksteen van het externe beleid van de Europese Unie en op een aantal wegen om het mensenrechtenbeleid van de EU verder te versterken.

    2. De Raad maakte de balans op van de huidige initiatieven, met name de voorbereiding van de richtsnoeren voor een EU-beleid tegen foltering, die kracht zullen bijzetten aan de EU-acties gericht op het uitroeien van deze afschuwelijke schending van de mensenrechten. Deze richtsnoeren vormen een aanvulling op de reeds bestaande richtsnoeren inzake de doodstraf, en verschaffen de EU een nieuw instrument dat zij in haar betrekkingen met derde landen kan aanwenden.

    3. De Raad nam er voorts nota van dat de Commissie een mededeling inzake EU-bijstand en -waarneming bij verkiezingen heeft voorbereid, waarover de Raad binnenkort conclusies zal aannemen. Zowel deze mededeling als de door de Commissie aangekondigde mededelingen betreffende de mensenrechten en democratisering en betreffende conflictpreventie zullen worden ingebracht op de op 28 en 29 mei 2001 te beleggen conferentie over de EU en de mensenrechten in het kader van conflictpreventie en -oplossing. Het initiatief tot deze conferentie is uitgegaan van het voorzitterschap, dat hiermee de dialoog met het Europees Parlement en met de civiele maatschappij wil versterken en de samenhang en transparantie van het EU-mensenrechtenbeleid wil vergroten.

    4. De Raad herinnerde aan de wil van de EU om een actieve rol te spelen in multilaterale mensenrechtenfora zoals de Commissie voor de rechten van de mens (CHR), waarvan de zevenenvijftigste zitting op 19 maart 2001 van start gaat. De EU zal deze gelegenheid aangrijpen om een groot aantal landengerichte en thematische initiatieven op tafel te leggen, onder meer betreffende de doodstraf, de rechten van het kind, en de mensenrechtensituatie in Iran, Irak, de Democratische Republiek Congo, Soedan, Oost-Timor, Colombia, Birma/ Myanmar, Tsjetsjenië (Russische Federatie) en de Israëlische nederzettingen in de bezette Arabische gebiedsdelen. Tot besluit merkte de Raad op dat de EU deze initiatieven in nauwe coördinatie en samenwerking met andere deelnemers aan de zitting van de CHR zal presenteren, teneinde zodoende bij te dragen tot het welslagen van deze zitting.

MENSENRECHTEN/CHINA - CONCLUSIES

    1. Overeenkomstig zijn conclusies van 22 januari 2001 over de dialoog EU-China over de mensenrechten, heeft de Raad, aan de vooravond van de 57e zitting van de mensenrechtencommissie van de VN, de mensenrechtensituatie in China bestudeerd.

    2. De Raad is ingenomen met het besluit van de Volksrepubliek China van 28 februari om het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESCR), dat vooruitzicht biedt op een betere eerbiediging van de economische, sociale en culturele rechten in China, te bekrachtigen. De Raad is echter bezorgd over het voornemen van China om een verklaring bij artikel 8, lid 1, onder a), van het verdrag af te leggen luidens welke de Chinese wetgeving voorrang heeft op het artikel van het verdrag waardoor het recht van eenieder vakverenigingen op te richten en zich aan te sluiten bij de vakvereniging van zijn keuze om een vakbond op te zetten wordt gegarandeerd. De Raad wijst erop dat China zijn wetgeving in overeenstemming moet brengen met de beginselen van het verdrag, inclusief die van artikel 8, lid 1, onder a).

    3. De Raad ziet uit naar de bekrachtiging door China van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).

4. Tevens is de Raad ingenomen met het door China geuite voornemen om nauwer samen te werken met de mensenrechtenmechanismen van de VN, met name door de uitvoering van het met de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten overeengekomen memorandum van overeenstemming en via bezoeken van de speciale rapporteurs en werkgroepen.

    5. Tegelijkertijd blijft de Raad zorgelijk gestemd over het gebrek aan respect voor de fundamentele vrijheden in China, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en van vereniging, de voortdurende schendingen van de mensenrechten van pro-democratie-activisten, voorstanders van vrije vakbonden en volgelingen van andere bewegingen zoals de Falun Gong, alsmede het veelvuldige gebruik van de doodstraf. Ook is de Raad bezorgd over de beperkende maatregelen tegen niet-officiële godsdienstige groeperingen en over het gebrek aan godsdienstige en culturele rechten in Tibet en Xinjiang.

      6. De Raad is van oordeel dat de mensenrechtendialoog met China, die diepgaande debatten over zorgwekkende aangelegenheden inhoudt en aangevuld wordt door technische samenwerking en studiebijeenkomsten op lange termijn zal bijdragen aan het hervormingsproces en de bevordering van de rechtsstaat in China, alsmede aan een nog nauwere samenwerking met de mensenrechtenmechanismen van de VN. Deze mensenrechtendialoog is echter alleen een aanvaardbare optie indien er in het veld voldoende vorderingen worden gemaakt en tot uitdrukking gebracht. De Raad heeft besloten de resultaten van de dialoog regelmatig te evalueren.

      7. De Raad heeft besloten dat de Unie in de Mensenrechtencommissie van de VN uiting zal geven aan haar bezorgdheid over de ernstige schendingen van de mensenrechten in China en er bij China op aan zal dringen verdere stappen te ondernemen om de situatie in het veld te verbeteren. Deze stappen omvatten de bekrachtiging en de volledige uitvoering van het IVBPR en het ICESCR en de daartoe vereiste aanpassing van de nationale wetgeving, de nauwere samenwerking met de mensenrechtenmechanismen van de VN, de beperking van de toepassing van de doodstraf met het oog op afschaffing ervan, de hervorming van het systeem van de administratieve detentie, de eerbiediging van de mensenrechten van alle gevangenen, dus ook het recht niet te worden gemarteld, de eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting, godsdienst en geloof en het recht van vereniging en de eerbiediging van de culturele rechten en godsdienstvrijheden in Tibet en Xinjiang.

    8. De Raad nam nota van het besluit van de VS om tijdens de 57e zitting van de VN-Commissie voor de rechten van de mens een ontwerp-resolutie over de mensenrechten in China in te dienen, die aandachtig zal worden bestudeerd. De Raad heeft besloten dat de EU onderstaande benadering moet aannemen en bekendmaken:

      - indien de resolutie ter stemming wordt gebracht, zullen de EU-leden van de Commissie vóór aanneming ervan stemmen, maar de EU zal de resolutie over China niet ondersteunen,

      - de EU-leden van de Commissie zullen, indien er een motie wordt ingediend om geen actie te ondernemen, tegenstemmen, en de EU zal de overige Commissieleden actief aansporen hetzelfde te doen omdat zij van mening is dat het niet ondernemen van actie in wezen strijdig is met de geest van dialoog.

TOEGANG VAN HET PUBLIEK TOT DOCUMENTEN

Tijdens de lunch werden de ministers door het voorzitterschap ingelicht over de stand van zaken met betrekking tot het voorstel inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Zij namen in het bijzonder nota van de vooruitgang die tijdens de informele discussies met het Europees Parlement is geboekt.

De werkzaamheden terzake zullen in de bevoegde Raadsinstanties worden voortgezet.

DIVERSEN

  • CABINDA

De ministers beluisterden tijdens de lunch een verslag van de heer GAMA, de Portugese minister van Buitenlandse Zaken, over de ontvoering van acht Portugese onderdanen in de Angolese provincie Cabinda. Zij gaven uiting aan hun bezorgdheid over de humanitaire situatie van de Portugese gijzelaars, veroordeelden in krachtige termen de ontvoering van deze personen en deden een beroep op de daders alle gijzelaars onmiddellijk vrij te laten. Zij wezen erop dat de EU dergelijke praktijken veroordeelt en dat het van belang dat is de beginselen van het humanitaire recht strikt worden nageleefd.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)

EXTERNE BETREKKINGEN

Ethiopië en Eritrea - wapenembargo

De Raad nam een verlenging aan van Gemeenschappelijk Standpunt 1999/206/GBVB voor wat betreft het embargo op wapens bestemd voor Eritrea en Ethiopië, zodat dit aansluit op Resolutie 1298(2000) van de VN-Veiligheidsraad.

EU-Zuid-Korea - Kaderovereenkomst voor handel en samenwerking

De Raad nam een besluit aan houdende goedkeuring van de kaderovereenkomst voor handel en samenwerking tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds. Deze overeenkomst is in oktober 1996 in Luxemburg ondertekend, en kan thans na bekrachtiging door alle lidstaten en het positief advies van het Europees Parlement, worden gesloten.

Betrekkingen van de EU met Australië, Canada en Nieuw-Zeeland

De Raad nam drie besluiten aan van de Raad die betrekking hebben op Australië, Canada en Nieuw-Zeeland, en waarbij het standpunt van de Gemeenschap wordt vastgesteld betreffende besluiten van de betrokken Gemengde Commissie inzake wijziging van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie, computerapparatuur en radiozenders, elektromagnetische compatibiliteit, beveiliging van elektrisch materieel, pleziervaartuigen bij de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en deze landen.

Doel van deze besluiten is actualisering van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie, computerapparatuur en radiozenders van de respectieve overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning, zodat nieuwe communautaire wetgeving in de vorm van Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit in het toepassingsgebied daarvan worden opgenomen.

EU-Andorra - veterinaire vraagstukken

De Raad bereikte namens de EG een akkoord inzake een ontwerp-besluit van het Gemengd Comité EG-Andorra tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van het Protocol inzake veterinaire vraagstukken bij de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Prinsdom Andorra, die op 15 mei 1997 in Brussel werd ondertekend.

Het ontwerp-besluit behelst bepalingen inzake rampenplannen voor mond- en klauwzeer en voor een aantal andere ziekten van lijst A van het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten (OIE). De ontwerptekst geeft regels voor de handel in honden en katten, pluimvee en broedeieren, vlees van pluimvee, zuivelproducten, vlees van wild, visserijproducten, tweekleppige weekdieren, eiproducten, vleesbereidingen en bepaalde producten die onder Richtlijn 92/118/EEG vallen. Verder werden ook voorschriften opgenomen inzake de controle op dierlijke afvallen alsmede de retributies als bedoeld in de desbetreffende richtlijnen, en tevens maatregelen inzake het welzijn van de dieren, met name met betrekking tot de bescherming van de dieren tijdens het transport, de bescherming van legkippen en de bescherming van dieren bij het slachten of doden.

BETREKKINGEN MET DE GEASSOCIEERDE LMOE

Deelneming van de kandidaat-lidstaten aan het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

De Raad nam onderhandelingsrichtsnoeren aan met het oog op de deelneming van de kandidaat-lidstaten aan het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving.

Bulgarije - oorsprongsregels

De Raad nam een communautair standpunt aan dat binnen de Associatieraad EU-Bulgarije moet worden ingenomen ten aanzien van een wijziging van Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking, van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds.

Tijdens het eerste halfjaar van 1997 werd een systeem aangenomen waarbij een pan-Europese cumulatie van de oorsprongsregels werd ingevoerd. Dit systeem werd in 1998 en 1999 tweemaal gewijzigd met het oog op uitbreiding van het toepassingsgebied en verbetering van de werking op bepaalde onderdelen. Doel van het huidige besluit is bepaalde nieuwe technische aanpassingen aan te brengen.

Roemenië

    ? Vaststelling van het standpunt van de Europese Unie voor de 7e zitting van de Associatieraad op 19 maart 2001

    De Raad nam zijn standpunt aan met het oog op de 7e zitting van de Associatieraad met Roemenië (zie doc. UE-RO 1806/01 Presse 115).

? Deelname aan het financieringsinstrument van de Gemeenschap voor het milieu (LIFE)

    De Raad nam een standpunt aan dat de Gemeenschap zal innemen in de Associatieraad EU-Roemenië inzake de deelname van Roemenië aan het financieringsinstrument van de Gemeenschap voor het milieu (LIFE).

    Gememoreerd wordt dat Verordening (EG) nr. 1655/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (LIFE), inzonderheid artikel 6, bepaalt dat LIFE openstaat voor deelname van de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de met ieder betrokken land gesloten associatieovereenkomsten en op basis van het bepaalde in het besluit van de voor dat betrokken land bevoegde Associatieraad.

EVA-LANDEN

EU-Zwitserland - direct verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche

De Raad bereikte namens de EG overeenstemming over een ontwerp-besluit van het Gemengd Comité EG-Zwitserland tot wijziging van de bijlagen en protocollen bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, van 10 oktober 1989, en tot vaststelling van de overeenstemming van het nationale recht van de overeenkomstsluitende partijen met die overeenkomst.

De voorgestelde wijzigingen van de overeenkomst veranderen niets aan de aard of de draagwijdte ervan, maar beogen alleen rekening te houden met, aan de kant van de Gemeenschap:

€? de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot de Europese Unie,

€? de invoering van de eenheidsmunt,

    €? de wijziging van de juridische benamingen van verzekeringsmaatschappijen zoals bedoeld in de derde richtlijn schadeverzekering, in Frankrijk,

    €? de wijziging van de bestanddelen van de solvabiliteitsmarge, zoals aangenomen in de derde richtlijn schadeverzekering,

    en aan de kant van Zwitserland:

    €? de wijziging van de taakverdeling op het gebied van toezicht tussen de verschillende bevoegde autoriteiten,

    €? de afschaffing van de controle vooraf op contracten (behalve voor de ziekteverzekering en de verzekering van schade ten gevolge van natuurrampen).

Noorwegen - Tariefcontingenten in 1995 voor bepaalde verwerkte landbouwproducten

De Raad nam een verordening aan tot verlenging voor 2001 van de maatregelen bedoeld in Verordening (EG) nr. 1416/95 houdende vaststelling van bepaalde concessies in de vorm van communautaire tariefcontingenten in 1995 voor bepaalde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Noorwegen.

Deze autonome maatregelen zijn sinds 1995 jaarlijks verlengd. Deze maatregelen worden aangenomen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat Noorwegen gelijkwaardige wederzijdse autonome maatregelen treft ten voordele van de Europese Gemeenschap.

INTERNATIONALE DOUANEVERDRAGEN

Verdrag houdende instelling van de internationale douaneraad

De Raad nam een besluit aan waarbij de Commissie wordt gemachtigd om namens de Europese Gemeenschap te onderhandelen over een wijziging van het in Brussel op 15 december 1950 ondertekende Verdrag tot instelling van de douanesamenwerkingsraad, waardoor de Europese Gemeenschap lid zou kunnen worden van die organisatie.

BELASTINGEN

Zesde BTW-richtlijn - verzoek om afwijking

? Oostenrijk

    De Raad nam een beschikking aan waarbij de Republiek Oostenrijk wordt gemachtigd tot en met 31 december 2005 een afwijking van de Zesde BTW-richtlijn toe te passen met betrekking tot artikel 11 van de Zesde BTW-richtlijn (77/388/EEG) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting. Deze afwijking heeft betrekking op internationaal personenvervoer dat wordt verricht door niet in Oostenrijk gevestigde belastingplichtigen met behulp van niet in Oostenrijk ingeschreven voertuigen.

? Spanje

    De Raad nam een beschikking aan tot wijziging van artikel 1 van Beschikking 1999/81/EG waarbij het Koninkrijk Spanje wordt gemachtigd tot en met 31 december 2003 een afwijkingsmaatregel toe te passen op de Zesde BTW-richtlijn voor de sector gebruikte materialen en afvalstoffen.

? Italië

    De Raad nam een beschikking aan tot wijziging van artikel 1 van Beschikking 1999/81/EG waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd tot en met 31 december 2003 een afwijkingsmaatregel toe te passen op de Zesde BTW-richtlijn voor de sector gebruikte materialen en afvalstoffen.

EUROPESE UNIE

Vorderingen van de Europese Unie in 2000

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een ontwerp-verslag van de Europese Raad aan het Europees Parlement over de vorderingen van de Europese Unie in 2000.

De Europese Raad zal dit verslag definitief aannemen tijdens zijn bijeenkomst in Stockholm op 23/24 maart 2001.

Reglement van orde van de Raad

De Raad nam een besluit aan dat voorziet in wijziging van artikel 24 van het Reglement van orde van de Raad, en waarin wordt bepaald dat de beveiligingsvoorschriften met gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Raad worden aangenomen.

Beveiligingsvoorschriften van de Raad

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een besluit betreffende de vaststelling van beveiligingsvoorschriften van de Raad.

Bij deze bepalingen worden de grondbeginselen en minimumnormen voor de beveiliging vastgesteld die door de Raad, het secretariaat-generaal van de Raad, de lidstaten en de gedecentraliseerde organen van de Europese Unie op passende wijze moeten worden nageleefd, zodat de beveiliging is gewaarborgd en ieder ervan verzekerd is dat er een gemeenschappelijke norm van bescherming is ingesteld.

Dit besluit stelt de Raad in staat in één tekst de inhoud van alle voorgaande besluiten en bepalingen op dit gebied bijeen te brengen. Het grootste gedeelte van de als CONFIDENTIEL UE of hoger gerubriceerde EU-gegevens zullen betrekking hebben op het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Dit besluit laat artikel 255 van het Verdrag en de bestaande praktijken van de lidstaten met betrekking tot de informatie van hun nationale parlementen over de werkzaamheden van de Unie onverlet.

De spil van dit besluit wordt gevormd door een aantal grondbeginselen, namelijk dat de beveiligingsmaatregelen dienen:

    a) betrekking te hebben op alle personen die toegang hebben tot gerubriceerde gegevens, alle gerubriceerde informatiedragers, alle locaties waar dergelijke gegevens zich bevinden en belangrijke installaties;

    b) zodanig te zijn ontworpen dat gedetecteerd wordt wanneer iemand de veiligheid van de gerubriceerde gegevens en van belangrijke installaties die gerubriceerde gegevens bevatten in gevaar kan brengen, en in de uitsluiting of verwijdering van een dergelijk persoon te voorzien;

    c) te voorkomen dat een niet-gemachtigde persoon toegang heeft tot gerubriceerde gegevens of installaties die deze gegevens bevatten;

    d) er voor te zorgen dat gerubriceerde gegevens alleen verspreid worden op basis van het "need-to-know"-beginsel (noodzaak van kennisneming) dat fundamenteel is voor alle beveiligingsaspecten;

    e) waarborgen te bieden voor de integriteit (d.w.z. het voorkomen van schending of van wijziging of verwijdering van gegevens zonder machtiging) en de beschikbaarheid (d.w.z. dat de toegang niet geweigerd wordt aan degene die de gegevens nodig heeft en die tot toegang gemachtigd is) van alle gegevens, al dan niet gerubriceerd, en in het bijzonder van gegevens die in elektromagnetische vorm worden opgeslagen, verwerkt of verzonden.

Deze basisbeginselen worden toegepast op de volgende gebieden:

- de organisatie van de beveiliging binnen de Raad van de Europese Unie,

- rubricering en markeringen,

- rubriceringsbeheer,

- fysieke beveiliging,

- algemene voorschriften betreffende het need-to-know-beginsel en het veiligheidsonderzoek

    - procedure met betrekking tot het veiligheidsonderzoek voor ambtenaren en andere personeelsleden van het SGR,

    - vervaardiging, verspreiding, overdracht, opslag en vernietiging van gerubriceerd EU-materiaal,

- EU top secret-registers,

    - toe te passen beveiligingsmaatregelen indien vergaderingen over zeer gevoelige aangelegenheden buiten gebouwen van de Raad worden gehouden,

    - inbreuken op de beveiligingsvoorschriften en compromittering van gerubriceerde EU-gegevens,

- bescherming van gegevens die verwerkt worden in IT- en communicatiesystemen,

- vrijgave van gerubriceerde EU-gegevens aan derde staten of internationale organisaties.

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 december 2001.

TRANSPARANTIE

Aan het publiek ter beschikking gestelde documenten

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de tekst van het besluit waarbij bepaalde categorieën Raadsdocumenten aan het publiek ter beschikking worden gesteld. Doel van dit besluit is zoveel mogelijk Raadsdocumenten op internet te plaatsen, zonder verzoeken uit het publiek om toegang tot deze documenten af te wachten.

Krachtens dit besluit, dat vanaf 1 mei 2001 van toepassing is, stelt het secretariaat-generaal van de Raad de volgende documenten aan het publiek ter beschikking via de internetsite van de Raad (http://consilium.europa.eu), mits zij niet gerubriceerd zijn:

    €? niet door de Raad of een lidstaat opgestelde documenten die door de auteur, of met diens toestemming, openbaar gemaakt zijn;

€? voorlopige agenda's voor de zittingen van de verschillende Raadsformaties;

    €? elke door de Raad aangenomen tekst die bestemd is om bekend te worden gemaakt in het Publicatieblad.

Onder voorwaarde dat zij duidelijk niet vallen onder één van de uitzonderingen als bedoeld in artikel 4 van Besluit 93/731/EG van de Raad betreffende toegang van het publiek tot documenten van de Raad, kan het secretariaat-generaal tevens de volgende documenten aan het publiek ter beschikking stellen, zodra deze zijn verspreid: voorlopige agenda's voor de vergaderingen van comités en werkgroepen, informatieve nota's, verslagen, voortgangsverslagen en verslagen over de stand van de besprekingen in de Raad of in één van zijn voorbereidende instanties die geen individuele standpunten van delegaties bevatten, met uitzondering van adviezen en bijdragen van de Juridische dienst.

Met betrekking tot wetgevende documenten, d.w.z. documenten met betrekking tot de bespreking en de aanneming van de wetgevingsbesluiten in de zin van artikel 7 van het Reglement van orde van de Raad, worden de volgende categorieën documenten ter beschikking van het publiek gesteld:

    €? ingekomen documenten en afschriften van brieven in verband met wetgevingsbesluiten die door andere instellingen of organen van de Europese Unie, dan wel door een lidstaat zijn toegezonden;

    €? ter goedkeuring aan het Comité van permanente vertegenwoordigers en/of aan de Raad voorgelegde nota's (nota's betreffende I/A- en A-punten), alsook de ontwerp-wetgevingsbesluiten waarnaar zij verwijzen;

    €? besluiten die door de Raad zijn aangenomen volgens de medebeslissingsprocedure en de gemeenschappelijke ontwerpteksten die door het Bemiddelingscomité zijn goedgekeurd.

Na de aanneming van een besluit tijdens de medebeslissingsprocedure of na de definitieve aanneming van het betrokken wetgevingsbesluit, stelt het secretariaat-generaal bovendien de wetgevende documenten in verband met dit wetgevingsbesluit die vóór genoemd besluit zijn opgesteld en niet onder de uitzonderingen als bedoeld in artikel 4, lid 1, van Besluit 93/731/EG vallen, zoals informatieve nota's, verslagen, voortgangsverslagen en verslagen over de stand van de besprekingen in de Raad of in een van zijn voorbereidende instanties ("Resultaat van de besprekingen"), met uitzondering van adviezen en bijdragen van de Juridische dienst, ter beschikking van het publiek.

Opgemerkt zij dat een lidstaat op grond van dit besluit het secretariaat-generaal mag verzoeken een document dat uitgaat van die lidstaat niet ter beschikking van het publiek te stellen.

Met dit besluit wordt niet vooruitgelopen op de toepassing van Besluit 93/731/EG van de Raad betreffende toegang van het publiek tot documenten van de Raad, noch op de inhoud van het besluit met betrekking tot de algemene beginselen en de beperkingen betreffende het recht op toegang tot documenten, dat overeenkomstig artikel 255, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap moet worden aangenomen.

Toegang van het publiek tot Raadsdocumenten

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het antwoord aan de heer Söderman, Europees ombudsman, ingevolge de klacht van de heer Raphaël Vuitton (zie 1542/2000/PB); de Deense delegatie stemde tegen.

________________________

(1) Te bevestigen door middel van de gebruikelijke brief van de voorzitter van de Europese Raad aan zijn collega's.

(2) Dit punt werd eveneens besproken in de marge van de Raad tijdens de informele bijeenkomst met de heer Srgjan KERIM, minister van buitenlandse zaken van de FYROM, en Lord ROBERTSON, secretaris-generaal van de NATO.


Side Bar