Navigation path

Left navigation

Additional tools

2303e zitting van de Raad- ONDERWIJS/JEUGDZAKEN -Brussel, 9 november 2000

European Council - PRES/00/420   09/11/2000

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT EL

C/01/420

Brussel, 27 november 2001

13906/01 (Presse 420)

2390e zitting van de Raad

- VISSERIJ -

Brussel, 27 november 2001

Voorzitter: mevrouw Annemie NEYTS-UYTTEBROECK

Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw, van het Koninkrijk België

INHOUD

DEELNEMERS 3

BESPROKEN PUNTEN

DEELNEMERS

VERLENGING EN AANNEMING VAN HET MEERJARIG ORIËNTATIEPROGRAMMA - MOP IV - VOOR 2002 4

BEVORDERING VAN DE OMSCHAKELING VAN VAARTUIGEN EN VISSERS DIE TOT IN 1999 AFHANKELIJK WAREN VAN DE VISSERIJ-OVEREENKOMST MET MAROKKO 5

VISSERIJ-OVEREENKOMST MET MAURITANIË 6

TOEZICHTSBELEID - PRESENTATIE DOOR DE COMMISSIE 7

VISSEN OP BLAUWE WIJTING IN HET NOORDOOSTELIJKE DEEL VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN 8

DIVERSEN 8

    - TIJDSCHEMA VAN DE COMMISSIE VOOR DE HERVORMING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK VISSERIJBELEID 8

    - BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST VAN NEW YORK BETREFFENDE GRENSOVERSCHRIJDENDE VISBESTANDEN 9

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

LANDBOUW I

  • Ongewenste stoffen en producten in diervoeding (dioxines) I

EXTERNE BETREKKINGEN I

  • ACS-Fiji: overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou I

  • LGO I

_________________

Voor meer informatie: tel. 02 285 64 23 of 285 74 59

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

mevrouw Annemie NEYTS-UYTTEBROEK

mevrouw Vera DUA

minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw

Vlaams Minister van Leefmilieu en Landbouw

Denemarken:
de heer Claus GRUBEplaatsvervangend permanent vertegenwoordiger
Duitsland:
de heer Martin WILLEstaatssecretaris, ministerie van Consumentenbescherming, Voedselvoorziening en Landbouw
Griekenland:
de heer Georgios DRYSminister van Landbouw
Spanje:
de heer Miguel ARIAS CANETEminister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
Frankrijk:
de heer Jean GLAVANYminister van Landbouw en Visserij
Ierland:
de heer Frank FAHEYminister van Mariene Aangelegenheden en Natuurlijke Hulpbronnen
Italië:
de heer Paolo SCARPA BONAZZA BUORAstaatssecretaris van Land- en Bosbouw
Luxemburg:
de heer Marc UNGEHEURplaatsvervangend permanent vertegenwoordiger
Nederland:
mevrouw Geke FABERstaatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Oostenrijk:
de heer Andrä RUPPRECHTERdirecteur, ministerie van Land- en Bosbouw, Milieubeheer en Waterhuishouding
Portugal:
de heer Luis CAPOULAS SANTOSminister van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij
Finland:
de heer Kalevi HEMILÄminister van Land- en Bosbouw
Zweden:
mevrouw Margareta WINDBERGminister van Landbouw
Verenigd Koninkrijk:
de heer Elliot MORLEYstaatssecretaris van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, belast met visserij en platteland
Commissie:
de heer Franz FISCHLERlid
VERLENGING EN AANNEMING VAN HET MEERJARIG ORIËNTATIEPROGRAMMA - MOP IV - VOOR 2002

De Raad hield een debat over de nog openstaande problemen in verband met de Commissievoorstellen tot wijziging van

    - Beschikking 97/413/EG inzake de doelstellingen en bepalingen voor de herstructurering, in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2001, van de communautaire visserijsector met het oog op de totstandbrenging van een duurzaam evenwicht tussen de visbestanden en de exploitatie daarvan;

    - Verordening (EG) nr. 2792/1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector.

De Commissievoorstellen zijn, in afwachting van de herziening van het GVB, vooral bedoeld om het MOP IV met een jaar te verlengen en daarin enkele strengere bepalingen voor het verkrijgen van communautaire steun in op te nemen.

Het Raadsdebat was gebaseerd op compromissuggesties van het voorzitterschap, omdat de Commissievoorstellen op tegenkanting van de lidstaten gestuit waren. Enkele delegaties wensten simpelweg een verlenging van MOP IV (met behoud van de huidige bepalingen), terwijl andere delegaties in verschillende mate de aanpak van de Commissie konden volgen.

De compromisvoorstellen van het voorzitterschap beogen enkele bepalingen van de Commissie af te zwakken.

Desondanks moest de voorzitter aan het einde van de bespreking constateren dat niet alle delegaties zich in dit stadium achter het compromis konden scharen; de Commissie deelde mee dat zij haar voorstellen onverkort handhaafde.

Het voorzitterschap zal zich verder beraden op de vraag hoe de besprekingen het best kunnen worden voortgezet. Overigens kan dit dossier in de Raadszitting op 17/18 december opnieuw aan de orde komen.

BEVORDERING VAN DE OMSCHAKELING VAN VAARTUIGEN EN VISSERS DIE TOT IN 1999 AFHANKELIJK WAREN VAN DE VISSERIJ-OVEREENKOMST MET MAROKKO

De Raad bereikte een politiek akkoord over de verordening ter bevordering van de omschakeling van vaartuigen en vissers die tot in 1999 afhankelijk waren van de visserij-overeenkomst met Marokko.

Het voorstel van de Commissie voorziet in specifieke maatregelen waarmee een bedrag gemoeid is van 197 miljoen euro, verdeeld als volgt:

- sloop of ander gebruik (ca. 176 vaartuigen)      79 miljoen euro

- overbrenging van vaartuigen, incl. gemengde vennootschappen

    (ca. 60 vaartuigen)          37 miljoen euro

- modernisering van vaartuigen (50 vaartuigen)      18 miljoen euro

- sociale maatregelen (3000 bemanningsleden)      63 miljoen euro

De Raad bereikte een akkoord na de volgende twee wijzigingen in het Commissievoorstel:

- verhoging met 20% van de individuele forfaitaire premie voor vissers (sociale maatregel);

    - inkorting van de minimale stilleggingsperiode om voor steun in aanmerking te komen, van 9 tot 6 maanden.

Wat de financiering betreft, is de Raad Begroting van 21 november met het Europees Parlement overeengekomen om - gebruikmakend van het flexibiliteitsinstrument - op de begroting van 2002 170 miljoen euro op te voeren; de overige 27 miljoen euro worden in de begroting van 2003 opgenomen.

Het akkoord is een gebaar van solidariteit van de Gemeenschap jegens de betrokken lidstaten (Spanje en Portugal) en is het antwoord op het verzoek van de Europese Raad van Nice aan de Commissie. Het Europees Parlement heeft in het kader van de urgentieprocedure op 15 november advies uitgebracht.

Na de bijwerking van de tekst zal de verordening in een volgende Raadszitting zonder debat formeel worden aangenomen.

VISSERIJ-OVEREENKOMST MET MAURITANIË

De Raad bereikte met gekwalificeerde meerderheid van stemmen (Italië onthield zich en Griekenland stemde tegen) een politiek akkoord over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de uitvoering van het nieuwe visserijprotocol met Mauritanië.

Het nieuwe protocol voorziet in een verhoging van de vangstmogelijkheden in categorie 1 (schaaldieren, + 9%) en in categorie 5 (koppotigen, + 10%). Die verhoging was voor alle betrokken landen echter ontoereikend.

De Commissie koos daarom voor een verdeling op basis van die van het vorige protocol, namelijk:

- Spanje krijgt 5 vaartuigen extra voor het vissen op koppotigen (totaal: 50 schepen)

- status quo voor Italië (totaal: 5 schepen)

- geen vangstmogelijkheden voor Griekenland.

De Italiaanse en de Griekse delegatie konden zich met dit voorstel verenigen. Spanje legde een verklaring af waarin zij zich bereid toont de overtollige vangstmogelijkheden voor categorie 2 (Senegalese heek) en categorie 4 (demersaal-trawl) aan die twee landen af te staan, als dat geen afbreuk doet aan het beginsel van de relatieve stabiliteit.

In de Raadsnotulen zal ook een verklaring worden opgenomen waarin de Duitse delegatie haar bezorgdheid uit over de ontwikkeling van de financiële tegenprestaties voor de vangstmogelijkheden en pleit voor een grotere samenhang tussen GVB, ontwikkelingssamenwerking en milieubeleid.

De jaarlijkse vangstmogelijkheden voor de vaartuigen van de Gemeenschap in de wateren van Mauritanië zijn vastgelegd in technische notities bij het protocol. Zij hebben betrekking op de volgende soorten en hoeveelheden:

    toegestane tonnage

- schaaldieren (met uitzondering van langoest) 6.000

- Senegalese heek 8.500

- andere demersale soorten 3.300

- demersale soorten/vriestrawlers 4.000

- koppotigen 16.500 (55 schepen)

- langoesten 200

- vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen   36 schepen

- schepen voor tonijnvisserij met de zegen en beugschepen  31 schepen

- vriestrawlers voor de pelagische visserij     15 schepen

De totale jaarlijkse financiële tegenprestatie is vastgesteld op 86 miljoen euro, waarvan 82 miljoen als financiële vergoeding en 4 miljoen als financiële steun voor onderzoek naar de visstand, institutionele steun voor toezicht op de visserij, redding op zee en beheer van visvergunningen, zeevaartopleiding, ontwikkeling van statistieken en deelneming aan internationale studiebijeenkomsten en vergaderingen.

Na bijwerking van de tekst zal het besluit in een volgende Raadszitting zonder debat formeel worden aangenomen.

TOEZICHTSBELEID - PRESENTATIE DOOR DE COMMISSIE

De Raad luisterde naar een mededeling van Commissielid Fischler over het verslag van zijn instelling over het toezicht op de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Het verslag geeft een op feiten gebaseerde beschrijving van de activiteiten die op het gebied van visserijtoezicht, -inspectie en -bewaking in de periode 1996-1999 hebben plaatsgevonden. Het omvat ook een evaluatie door de Commissie van de wijze waarop de lidstaten de communautaire wetgeving ter zake uitvoeren. De heer Fischler preciseerde dat de Commissie bij het uitwerken van de voorstellen voor de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid, die zij voor begin volgend jaar voorbereidt, rekening zal houden met het verslag.

Hij verwees ook naar de mededeling van de Commissie van 12 november 2001 over de in 2000 geconstateerde gedragingen die een ernstige inbreuk vormen op de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Daaruit komt naar voren dat de belangrijkste inbreuken betrekking hebben op niet-toegestane visserij in een bepaald gebied, en dat er nog steeds grote verschillen zijn tussen de sancties die de lidstaten opleggen.

VISSEN OP BLAUWE WIJTING IN HET NOORDOOSTELIJKE DEEL VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN

Tijdens de lunch hebben de ministers gediscussieerd over de aanpak die de Commissie moet volgen bij de verdere onderhandelingen met de overige kuststaten van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC), teneinde een schikking te treffen met Noorwegen en de Faeröer, zodat met de drie partijen een evenwichtige vrijwillige vangstbeperking voor blauwe wijting kan worden bereikt. De situatie van die visbestanden in dat gebied is namelijk precair.

DIVERSEN

  • TIJDSCHEMA VAN DE COMMISSIE VOOR DE HERVORMING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK VISSERIJBELEID

De Raad nam nota van de informatie van Commissielid FISCHLER over het programma van de Commissie inzake de hervorming van het GVB voor het volgend jaar.

Hij deelde mee dat de Commissie, na het grondige voorbereidende werk tot nu toe, op het punt staat een begin te maken met de uitvoering van de hervorming. Nadat het Europees Parlement advies uitgebracht heeft over het Groenboek van de Commissie (naar verwachting begin volgend jaar), zal de Commissie in eerste instantie het algemene kader van de structuur van de hervorming presenteren, met een tijdschema en een eerste pakket maatregelen. Dit zal tijdig genoeg gebeuren, zodat de Raad in april een oriënterend debat kan houden en, zo mogelijk, in juni een eerste reeks besluiten kan nemen. Daarna volgen er te zijner tijd aanvullende voorstellen, zodat de hervorming naar verwachting eind 2002 afgerond kan worden.

  • BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST VAN NEW YORK BETREFFENDE GRENSOVERSCHRIJDENDE VISBESTANDEN

De Raad nam nota van de mededeling van Commissielid FISCHLER dat de Overeenkomst van New York betreffende grensoverschrijdende visbestanden op 22 december a.s. in werking zal treden omdat Malta op 22 november jl. als dertigste staat zijn akte van bekrachtiging heeft neergelegd. De heer Fischler betreurde het dat de overeenkomst in werking treedt zonder dat de Gemeenschap er thans aan deelneemt, omdat nog niet alle lidstaten de overeenkomst bekrachtigd hebben. Hij deed derhalve een oproep tot de betrokken lidstaten om ervoor te zorgen dat die bekrachtiging zo spoedig mogelijk plaatsvindt. Het voorzitterschap sloot zich daarbij aan.

De Overeenkomst van New York behelst het beheer van grensoverschrijdende visbestanden in het kader van het zeerecht. Hij is op 4 december 1995 aangenomen en treedt in werking dertig dagen na de nederlegging van de dertigste akte van bekrachtiging of toetreding. De Gemeenschap heeft de overeenkomst op 27 juni 1996 ondertekend en het bekrachtigingsbesluit op 8 juni 1998 aangenomen.

Vanwege de gemengde bevoegdheid voor de gebieden die onder de overeenkomst vallen, is in het besluit bepaald dat "de akte van bekrachtiging tegelijk wordt neergelegd met de akten van bekrachtiging van alle lidstaten". De gelijktijdige nederlegging van de akten van de Gemeenschap en van de lidstaten kon nog niet plaatsvinden, omdat nog niet alle lidstaten hun interne procedures hebben afgerond.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

De documenten waarvan het nummer wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad http://consilium.europa.eu. Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.

LANDBOUW

Ongewenste stoffen en producten in diervoeding (dioxines)

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan de door Commissie voorgestelde wijziging op Richtlijn 1999/29/EG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding. Deze richtlijn is onderdeel van een algemene strategie om de aanwezigheid van dioxines, furanen en PCB's in milieu, levensmiddelen en diervoeders terug te dringen, en stelt de maximumgehalten aan dioxines en furanen in diervoeders vast. De richtlijn is met ingang van 1 juli 2002 van toepassing.

(doc. 14115/01)

EXTERNE BETREKKINGEN

ACS-Fiji: overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan de tekst van een brief aan de president van de Republiek Fiji, waarin de EU in het licht van de recente ontwikkelingen op Fiji de follow-up van het overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou ter sprake brengt.

De Unie wijst er met name op dat zij - rekening houdend met de vooruitgang die Fiji tot dusver geboekt heeft op de weg naar het herstel van de democratie, met name wat het houden van algemene vrije en regelmatige verkiezingen betreft - bereid is het terrein te effenen voor een geleidelijke hervatting van de samenwerking in de periode na de verkiezingen. Alvorens de samenwerking echter volledig te hervatten, wacht de EU totdat de rechtbanken van het land waaraan een klacht over de legitimiteit van de nieuwe regering is voorgelegd, uitspraak hebben gedaan en hun beslissingen ten uitvoer zijn gelegd.

LGO

De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Gemeenschap.

In de zitting van 19 november 2001 had de Raad reeds zijn goedkeuring gehecht aan het compromis van het voorzitterschap met betrekking tot een nieuw LGO-besluit (zie Mededeling aan de pers nr. 13802/01 Presse 414). Overeenkomstig het compromis hebben de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, ook een besluit aangenomen betreffende de belasting op spaargelden in alle afhankelijke of geassocieerde Caribische gebieden.

(doc. 12715/01)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website