Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT PT

   De Commissie heeft vandaag een voorstel voor een verordening van de  Raad
   betreffende het Gemeenschapsmodel en een voorstel voor een richtlijn  van
   de  Raad  tot onderlinge aanpassing van de wetgeving  van  de  Lid-Staten
   inzake de rechtsbescherming van modellen van nijverheid aangenomen.  Deze
   voorstellen waren haar voorgelegd door de heer VANNI d'ARCHIRAFI, het lid
   van de Commissie tot wiens bevoegdheid de interne markt behoort.

   Er  bestaat om de volgende redenen behoefte aan  twee  rechtsinstrumenten
   (namelijk richtlijn en verordening) tegelijk :

   -  ten eerste zou een harmonisatie van de nationale wetgeving alleen niet
      volstaan,  want ook na harmonisatie behoudt de wet van het  land  waar
      een model is ingeschreven haar strikt territoriale werking;

   -  ten tweede zouden, doordat modellen in de ene Lid-Staat wel maar in de
      andere   niet  zijn  ingeschreven  en  dus  niet   overal   wettelijke
      bescherming  genieten,  binnen de Gemeenschap  afgescheiden  nationale
      markten ontstaan, hetgeen onverenigbaar is met de totstandbrenging van
      de interne markt;

   -  ten derde kan het communautaire beschermingsstelsel niet van de ene op
      de  andere dag de bestaande nationale stelsels ter zijde  stellen;  ze
      zullen althans tijdelijk naast elkaar bestaan; door harmonisatie op de
      belangrijkste   punten   zullen  de   nationale   stelsels   onderling
      verenigbaar en ook verenigbaar met het communautaire stelsel worden.

   De heer VANNI d'ARCHIRAFI verklaarde naar aanleiding van het besluit  van
   de  Commissie :  "Met  het  voorstel  van  vandaag,  waarmee  een   brede
   bescherming  van modellen van nijverheid in de Gemeenschap wordt  beoogd,
   wordt  een belangrijke stap gezet op de weg naar de totstandbrenging  van
   de  interne markt voor intellectuele eigendom. Het zal helpen  namaak  te
   voorkomen   en  daardoor  meer  toegevoegde  waarde  in  de   Gemeenschap
   genereren.  Ik twijfel er niet aan dat tijdens de komende  discussie  zal
   blijken hoe waardevol het voorstel is, en ik hoop dat het nog zal  worden
   verbeterd".

   De   voorstellen   zijn  uitgewerkt  na  uitvoerig   overleg   met   alle
   belanghebbende  kringen,  waaronder het bedrijfsleven,  practici  op  het
   gebied   van  de  intellectuele  eigendom,   consumentenorganisaties   en
   overheidsdeskundigen.

   INHOUD VAN DE VOORSTELLEN

   I. Waarom is een initiatief van de Gemeenschap noodzakelijk ?

   1.  De rechtsbescherming van modellen van nijverheid is de laatste  jaren
   een  steeds belangrijker thema geworden. Design-produkten zijn heden  ten
   dage  van groot economisch belang. Het betreft een uiterst  brede  waaier
   van   goederen.  Kunstvoorwerpen,  juwelen,   machines,   gereedschappen,
   elektronika  en  consumentenelektronika, motorvoertuigen  en  onderdelen,
   jachten, meubelen en kantooruitrusting, sportartikelen, mode en  kleding,
   huishoudapparaten,  de verpakking en presentatie van produkten  zijn,  om
   maar enkele voorbeelden te noemen, typische terreinen van de  hedendaagse
   industriële vormgeving.

   2.  Superieure design is voor het Europese bedrijfsleven  een  belangrijk
   wapen in de concurrentiestrijd met ondernemingen in derde landen waar  de
   produktiekosten  lager zijn. Vaak hangt het van de vorm en  het  uitzicht
   van  een produkt af of het bij het publiek aanslaat, en  het  commerciële
   succes van hun produkten is bepalend voor de bloei van Europese bedrijven
   die zwaar in design investeren.

   3.   Zonder  doeltreffende  rechtsbescherming  kunnen   modellen   echter
   gemakkelijk  het  voorwerp  van oneerlijke  praktijken  worden.  In  vele
   gevallen  kunnen design-produkten worden nagemaakt zonder dat kennis  van
   verfijnde  fabricagetechnieken  is  vereist.  Daarom  moeten  maatregelen
   worden getroffen om piraterij op het gebied van design-produkten tegen te
   gaan.

   4. De bescherming van modellen van nijverheid op nationaal niveau dateert
   van  het  begin  van  de industrialisering. Er bestaan  dan  ook  in  elf
   Lid-Staten  op inschrijving gebaseerde beschermingssystemen  (Griekenland
   kent  geen specifieke wetgeving ter zake). Deze nationale bescherming  op
   basis van inschrijving van het model in een bepaald land heeft echter het
   nadeel dat ze uitsluitend in dat land en niet in andere landen geldt. Het
   gevolg  is  dat  er  in de  Gemeenschap  afgescheiden  nationale  markten
   ontstaan.  Dit is duidelijk onverenigbaar met de werking van  de  interne
   markt.

   5. Bovendien bestaan er op het vlak van de nationale  modellenbescherming
   aanzienlijke  verschillen  tussen de Lid-Staten wat de  voorwaarden  voor
   bescherming,   de   omvang   en  inhoud  van   de   bescherming   en   de
   beschermingsduur (zie bijlage 1) betreft.

   II. Wat is het doel van het initiatief van de Gemeenschap ?

   6.  Doel van het voorstel van de Commissie voor een verordening is in  de
   eerste plaats een modellenbescherming op communautair niveau in het leven
   te  roepen, d.w.z. een bescherming die in alle twaalf  Lid-Staten  geldt.
   Een  ontwerper  kan  aldus door middel van één depot  een  in  de  gehele
   Gemeenschap  werkzaam  recht verkrijgen. Er zullen geen  conflicten  meer
   kunnen  ontstaan doordat hij in een bepaalde Lid-Staat wel en  in  andere
   Lid-Staten  mogelijkerwijs  niet over een exclusief  recht  beschikt.  De
   verordening zal voor design-produkten de voorwaarden van de interne markt
   scheppen.  Nationale  modelrechten zullen niet  worden  afgeschaft,  maar
   zullen  naast  het Gemeenschapsmodel blijven bestaan. Ontwerpers  en  hun
   rechtsopvolgers  zullen echter waarschijnlijk in de meeste gevallen  voor
   het Gemeenschapsmodel kiezen, dat bijgevolg geleidelijk in de plaats  van
   de nationale rechten zal treden.

   III. Belangrijkste kenmerken van het Gemeenschapsmodel

   7.   De  belangrijkste  kenmerken  van  het  Gemeenschapsmodel  zijn   de
   volgende :

   7.1. Het ingeschreven Gemeenschapsmodel

   Doel van de modellenbescherming is de houder een exclusief recht op  zijn
   model  te  verlenen, dat het recht omvat het model om op  het  even  welk
   produkt  toe  te passen. Dit recht komt tot stand na  een  eenvoudige  en
   goedkope inschrijvingsprocedure bij het Modellenbureau van de Gemeenschap
   en  geldt  gedurende  vijf jaar. Het kan telkens voor  vijf  jaar  worden
   vernieuwd, tot ten hoogste 25 jaar.

   7.2. Het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel

   In sommige sectoren van de industrie worden vaak grote aantallen modellen
   met  een korte economische levensduur voortgebracht. De ondernemingen  in
   die sectoren zijn doorgaans geen voorstander van inschrijvingsprocedures,
   hoe  goedkoop  en  eenvoudig ook. Zij hebben  evenmin  behoefte  aan  een
   langdurige  bescherming.  Om aan de verlangens  van  deze  bedrijfstakken
   (vooral  textiel en mode) tegemoet te komen, wordt een  niet-ingeschreven
   modelrecht  met een maximale geldigheidsduur van drie jaar in  het  leven
   geroepen.  Het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel komt  automatisch  tot
   stand op het ogenblik waarop het model voor het publiek beschikbaar wordt
   gesteld.

   Terwijl  de  houder van een ingeschreven  Gemeenschapsmodel  daaraan  een
   werkelijk  exclusief recht op het gebruik van het model  ontleent,  biedt
   het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel de houder enkel bescherming tegen
   het ongeoorloofd reproduceren (bewust kopiëren) van zijn model.

   Er  behoeft  niet  per  se van het begin af tussen  de  twee  vormen  van
   bescherming  te worden gekozen. Een  niet-ingeschreven  Gemeenschapsmodel
   kan   gedurende   de   eerste  twaalf   maanden   in   een   ingeschreven
   Gemeenschapsmodel worden omgezet.

   IV. Het begrip "model"

   8.   Modellen  zijn  voor  bescherming  vatbaar,  onverschillig   of   ze
   "esthetisch" dan wel "functioneel" van aard zijn.

   Het  doet  evenmin  ter  zake  op welk  soort  produkt  het  model  wordt
   toegepast. Computerprogramma's en halfgeleiderprodukten worden evenwel in
   het   kader  van  de  modellenbescherming  niet   als   "voortbrengselen"
   beschouwd.  De  reden  is dat overlapping moet  worden  vermeden  met  de
   recente richtlijnen van de Raad ingevolge welke computerprogramma's  door
   het   auteursrecht   en  topografieën  van   halfgeleiderprodukten   door
   specifieke wetgeving worden beschermd, want daardoor zou het systeem  uit
   zijn evenwicht worden gebracht.

   V. Het   ingeschreven   Gemeenschapsmodel.   Een    gebruikersvriendelijk
      inschrijvingssysteem

   9.1. Het ingeschreven Gemeenschapsmodel komt tot stand door  inschrijving
   bij het Modellenbureau van de Gemeenschap. Overeenkomstig de wens van  de
   toekomstige  gebruikers  van het beschermingsstelsel is  de  inschrijving
   niet  afhankelijk van een aan de inschrijving voorafgaand onderzoek  naar
   het  vervuld-zijn van de voorwaarden voor bescherming. De  met  nationale
   inschrijvingssystemen opgedane ervaring leert dat een dergelijk onderzoek
   in  het  beste  geval  van beperkte waarde  en  in  het  slechtste  geval
   waardeloos is en meestal alleen maar een vals en daarom gevaarlijk gevoel
   van rechtszekerheid geeft.

   9.2. Het is echter ook belangrijk dat er een redelijke mate van zekerheid
   ten  aanzien  van  de geldigheid van de  ingeschreven  modellen  bestaat.
   Daarom  is  voorzien  in toezicht van een  door  de  Commissie  opgericht
   Adviescomité  op de inschrijvingen. Voldoet een inschrijving niet aan  de
   voorwaarden voor bescherming (zie punt 11.2 infra), dan kan de  Commissie
   een  procedure  tot  nietigverklaring bij het Bureau of  bij  de  rechter
   instellen.

   VI. Modellenbescherming en mededinging

   10.1. Zoals dit bij alle andere intellectuele eigendomsrechten het  geval
   is,  verleent  de  inschrijving  als  Gemeenschapsmodel  de  houder   een
   exclusief  recht,  namelijk  het recht om het model te  gebruiken  en  om
   anderen aan wie daartoe geen toestemming is verleend, te verbieden het te
   gebruiken.

   De  regeling  moet  bijgevolg zo worden opgezet dat  de  mededinging  met
   betrekking   tot  generieke  produkten  niet  wordt   uitgeschakeld.   De
   verordening  bevat  een  aantal  bepalingen  die  op  handhaving  van  de
   mededinging zijn gericht.

   10.2.  Ten eerste zijn de beschermingsvoorwaarden van dien aard  dat  een
   hoge   drempel  moet  worden  overschreden  vooraleer  een   model   voor
   bescherming vatbaar is. Om voor bescherming in aanmerking te kunnen komen
   moet  een  model meer bepaald eigenheid vertonen, d.w.z.  in  belangrijke
   mate van andere op de markt beschikbare modellen verschillen.  Alledaagse
   modellen worden daarentegen geacht tot het openbaar domein te behoren.

   10.3. Ten tweede vallen kenmerken ten aanzien waarvan de noodzaak om  een
   bepaalde technische functie te verwezenlijken de ontwerper zijn  vrijheid
   ontneemt,  buiten  de definitie van model. Beschikt de  ontwerper  echter
   over  verschillende  mogelijkheden  om  dezelfde  technische  functie  te
   verwezenlijken, dan is het model vatbaar voor bescherming.

   10.4. Ten derde vallen ook voorzieningen voor samenvoeging of  verbinding
   buiten   de  definitie  van  model.  Dit  betekent  dat   kenmerken   die
   noodzakelijkerwijze  in juist dezelfde vorm en afmetingen  moeten  worden
   gereproduceerd  om  produkten  van verschillende makelij  met  elkaar  te
   kunnen  samenvoegen  of verbinden, met het oog op bescherming  als  model
   volledig  buiten  beschouwing  moeten  worden  gelaten.  Met   dergelijke
   voorzieningen  mag evenmin rekening worden gehouden om te  beoordelen  of
   het model voldoende eigenheid vertoont.

   De  enige  uitzondering  op  deze  regel  betreft  zogenoemde   modulaire
   produkten,  d.w.z.  produkten  die speciaal zo  zijn  ontworpen  dat  zij
   onbeperkt met elkaar kunnen worden samengevoegd of verbonden. Onder  deze
   uitzondering  kunnen bij voorbeeld modulaire meubelen en sommige  soorten
   speelgoed vallen.

   De  uitsluiting van voorzieningen voor samenvoeging of verbinding uit  de
   definitie  van model in de verordening is belangrijk. De Commissie  geeft
   hiermee uiting aan haar vaste wil om de compatibiliteit van produkten  te
   verbeteren.   Deze  bepaling  zal  voorkomen  dat  hele  markten   worden
   gemonopoliseerd, hetgeen zonder zo'n bepaling niet denkbeeldig zou zijn.

   Als gevolg hiervan kunnen vervangingsonderdelen voor een aantal  duurzame
   goederen   door   anderen  dan  de   oorspronkelijke   fabrikant   worden
   geproduceerd, zolang het uiterlijk van het produkt voor de consument niet
   van  belang  is, bij voorbeeld wanneer het een  niet-zichtbaar  onderdeel
   betreft. Zo zouden uitlaten, bestemd om aan de onderkant van een auto  te
   worden bevestigd, kunnen worden geproduceerd zonder hinder te ondervinden
   van intellectuele eigendomsrechten.

   VII. Reparatieclausule

   10.5.  In sommige gevallen evenwel is het uiterlijk van voor  herstelling
   gebruikte  onderdelen  voor  de consument van belang.  Is  in  dergelijke
   gevallen   het   benodigde  vervangingsonderdeel  door   een   modelrecht
   beschermd,  dan  zou er in zoverre geen concurrentie  en  bijgevolg  geen
   keuzevrijheid   voor   de   consument   bestaan.   Gezien   de    strenge
   beschermingsvoorwaarden  zal  dit  waarschijnlijk  slechts  uitzonderlijk
   voorkomen,  ook  al  is  het  uiterlijk  van  het  samengestelde  produkt
   uiteraard  vatbaar voor bescherming. Het is echter mogelijk  dat  sommige
   voldoende onderscheiden onderdelen waarop in het verleden  overeenkomstig
   het  nationale recht van bepaalde Lid-Staten modelrechten  kunnen  hebben
   gerust,  ook  in de toekomst voor bescherming  als  Gemeenschapsmodel  in
   aanmerking blijken te komen. Daarom is zowel van de zijde van consumenten
   als  van  onafhankelijke producenten van  vervangingsonderdelen  de  roep
   opgegaan  om  een  bepaling  in de verordening in  te  schrijven  die  in
   afwijking  van  het  exclusieve  recht het  produceren  en  aankopen  van
   dergelijke onderdelen toestaat.

   10.6.  De  Commissie  heeft na ampel beraad  besloten  dat  er  inderdaad
   behoefte  aan  een  "reparatieclausule" bestond en zo'n  clausule  in  de
   verordening  opgenomen.  Ze  houdt  in dat derden  drie  jaar  nadat  een
   samengesteld produkt in het verkeer is gebracht, een op een onderdeel van
   het samengestelde produkt toegepast model mogen reproduceren, indien  het
   uiterlijk  van het samengestelde produkt bepalend is voor het  model  van
   het   onderdeel.  De  uitzonderingsbepaling   wordt   "reparatieclausule"
   genoemd, omdat ze uitsluitend betrekking heeft op de herstelling van  het
   samengestelde  produkt,  waarmee daaraan  zijn  oorspronkelijk  uiterlijk
   wordt teruggegeven. Het recht ontstaat drie jaar nadat het produkt waarop
   het  beschermde  model  is toegepast, voor het eerst in  het  verkeer  is
   gebracht.  Voor de oorspronkelijke producent betekent dit dat  hij,  mits
   aan de beschermingsvoorwaarden is voldaan, bescherming voor het model van
   een  onderdeel als zodanig kan verkrijgen en gedurende een korte  periode
   na  de  introductie van het samengestelde produkt op de  markt  over  een
   exclusief  recht  kan  beschikken. Voor  onafhankelijke  producenten  van
   vervangingsonderdelen  brengt  de  clausule  met  zich  dat  zij  op   de
   vervangingsmarkt  kunnen  concurreren.  Voor de consument  heeft  ze  tot
   gevolg dat hij gedurende het grootste gedeelte van de levensduur van  het
   produkt tussen concurrerende onderdelen kan kiezen.

   10.7.  Het recht tot reproduktie moet echter zodanig  worden  uitgeoefend
   dat de consument niet omtrent de oorsprong van het concurrerende  produkt
   wordt misleid.

   VIII. Harmonisatie van de nationale wetgeving inzake modellenbescherming

   11.1.  Dank  zij het Gemeenschapsmodel zullen ontwerpers  en  producenten
   over  een  beschermingsstelsel met communautaire omvang  beschikken.  Dit
   stelsel kan echter niet van de ene op de andere dag de nationale stelsels
   van  modellenbescherming ter zijde stellen. Deze zullen dan  ook  blijven
   bestaan.

   11.2.  Er bestaan tussen de nationale wetten  inzake  modellenbescherming
   grote verschillen wat de beschermingsvoorwaarden, de omvang en inhoud van
   de bescherming en de beschermingsduur betreft.

   11.3.  De Commissie heeft ook een voorstel tot onderlinge aanpassing  van
   de nationale wetgeving inzake modellenbescherming aangenomen. Doel is  de
   voorwaarden  van  de  interne markt te scheppen in  gevallen  waarin  een
   beroep op nationale bescherming wordt gedaan, en ervoor te zorgen dat  de
   nationale   bescherming  met  het  stelsel  van   het   Gemeenschapsmodel
   verenigbaar is.
                                     * * *

Side Bar