Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA IT PT EL

Voorwoord

Op zijn bijeenkomst van  22 december 1994 in Bonn heeft het Uitvoerend Comité
van de Schengen-groep besloten de Overeenkomst van Schengen op 26 maart  1995
verkort uit te voeren.

Met dit document wordt  beoogd, beknopte feitelijke informatie te verschaffen
over de draagwijdte en de gevolgen van deze beslissing.

Samenvatting

Voor  een  goed  begrip  van   het  besluit  tot  tenuitvoerlegging   van  de
Overeenkomst van  Schengen dient kort te  worden ingegaan  op de geschiedenis
en de achtergrond van het Schengen-initiatief (punt A).
Vervolgens zal de  draagwijdte van de  beslissing van  het Uitvoerend  Comité
van Schengen van 22 december 1994 worden geanalyseerd (punt B).

Ook  zullen  de  belangrijkste  gevolgen  van  de  tenuitvoerlegging  van  de
Overeenkomst  van  Schengen zowel  voor  de  burgers  (punt C)  als  voor  de
betrekkingen met  Lid-Staten die hetzij geen  deel uitmaken  van de Schengen-
groep, hetzij er wel deel van  uitmaken zonder dat zij de Overeenkomst in dit
stadium hebben uitgevoerd (punt D) worden beschreven.

A.  De geschiedenis van Schengen

- Het akkoord van Schengen van 1985

1. Op  14 juni 1985 heeft de Commissie haar Witboek over de voltooiing van de
interne markt goedgekeurd dat  met name de afschaffing  van controles aan  de
binnengrenzen beoogt, een  doelstelling die later  door de  Europese Akte  in
artikel 8A (nu artikel 7A) van het EG-Verdrag is opgenomen.

Eveneens op 14 juni 1985,  hebben België, Duitsland, Frankrijk,  Luxemburg en
Nederland het  Akkoord van Schengen  betreffende de geleidelijke  afschaffing
van de  controles aan  de gemeenschappelijke  grenzen (hierna het  "Schengen-
akkoord"  genoemd) ondertekend.    In de  overwegingen  werd vermeld  dat dit
Akkoord aansluit op  het streven om de controles  aan de binnengrenzen van de
Gemeenschap af te schaffen.

De  staten die partij  zijn bij  het akkoord  wilden "indien mogelijk  vóór 1
januari  199O" (artikel  30)  komen tot  een  volledige afschaffing  van alle
controles  aan hun  gemeenschappelijke binnengrenzen  zowel  ten aanzien  van
personen  als ten  aanzien  van goederen.    Enerzijds beoogde  het Schengen-
akkoord  maatregelen  ter   vergemakkelijking  van  de  controles,   die  van
toepassing vanaf  de  ondertekening zouden  zijn; anderzijds  werd een  lijst
opgesteld  van begeleidende maatregelen die voor de volledige afschaffing van
de  controles aan  de grenzen  moesten worden  uitgewerkt ten einde  een hoog
niveau van veiligheid in de ruimte zonder  grenzen te handhaven.  Deze  lijst
kwam overeen  met het programma in  het Witboek van de  Commissie : er zouden
begeleidende  maatregelen moeten komen  op het gebied  van de  controle op de
immigratie,  op het  gebied van  het visumbeleid  en het  asielrecht,  op het
gebied van de politiële samenwerking, de drugsbestrijding, enz.

- De Uitvoeringsovereenkomst van 1990

2.  Omdat de kwesties die moesten worden geregeld politiek gevoelig lagen  en
juridisch ingewikkeld waren namen de  onderhandelingen lange tijd in  beslag;
de  ontwikkelingen  in  en  met   de  DDR  eind  1989   veroorzaakten  nieuwe
vertragingen.   Maar  op 19  juni 1990  ondertekenden de  vijf betrokken Lid-
Staten,  opnieuw  in  Schengen,  de  Overeenkomst  ter  uitvoering  van   het
Schengen-akkoord  (hierna genoemd  de "Overeenkomst  van  Schengen").   In de
inleiding wordt verklaard dat "in het  Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschappen, zoals  aangevuld door  de Europese  Akte, is  bepaald dat  de
interne markt  een ruimte  zonder binnengrenzen  omvat" en  dat "het door  de
overeenkomstsluitende  partijen   beoogde   doel   met   deze   communautaire
doelstelling  overeenstemt,  onverminderd de  maatregelen die  ter uitvoering
van de bepalingen van het Verdrag worden getroffen".

Deze  Overeenkomst   bevestigt  het  beginsel  van   de  afschaffing  van  de
personencontrole aan de  binnengrenzen en bevat alle  wezenlijke begeleidende
maatregelen om  personen  in  staat te  stellen  vrij  de  gemeenschappelijke
grenzen te overschrijden; ze bestrijkt met name:

- het toezicht aan de buitengrenzen,
- de harmonisatie van het visumbeleid,
- het recht op reisverkeer van vreemdelingen,
- criteria  die   bepalen  welke  Lid-Staat   verantwoordelijk  is  voor  de
  behandeling van asielverzoeken,
- politiële samenwerking,
- wederzijdse rechtshulp in strafzaken,
- uitlevering,
- de overdracht van tenuitvoerlegging van strafvonnissen, 
- verdovende middelen,
- vuurwapens en munitie, en
- het Schengen-informatiesysteem (SIS).

Aanvankelijk wilde  de Schengen-groep tevens  voorschriften opstellen op  het
gebied  van de afschaffing van de controle op bagage en, meer in het algemeen
op goederen.   De  Schengen-overeenkomst bevat  echter nauwelijks  bepalingen
hierover  omdat  de   Schengen-groep  van  oordeel  was  dat   deze  kwesties
ongetwijfeld onder de communautaire bevoegdheid vallen en er  op communautair
niveau voldoende vooruitgang werd geboekt.

- Werkzaamheden sedert de ondertekening van de Overeenkomst van Schengen

3.    Na   de  ondertekening   van  de   Uitvoeringsovereenkomst  hebben   de
werkzaamheden van Schengen zich geconcentreerd op twee thema's:

- de  voorbereiding   van  de   bepalingen  tot   tenuitvoerlegging  van  de
  Uitvoeringsovereenkomst,
- de uitbreiding van de Schengen-groep.

3.1.   Bij dit laatste  punt dient te worden opgemerkt  dat de toetreding tot
het Akkoord en de  Overeenkomst van Schengen alleen is  voorbehouden aan Lid-
Staten van de Unie.  Lid-Staten die ondertussen zijn toegetreden zijn:

- Italië, op 27 november 1990,
- Spanje en Portugal, op 25 juni 1991
- Griekenland, op 6 november 1992.

Tot op heden  zijn, van de twaalf  Lid-Staten, alleen Denemarken,  Ierland en
het  Verenigd Koninkrijk  niet  toegetreden tot  de Schengen-akkoorden.    In
maart  1994 heeft  Denemarken  de Schengen-groep  echter  om het  statuut van
waarnemer verzocht  met  het  oog op  zijn  toetreding.   Dit  verzoek  wordt
momenteel onderzocht.

Door de  werkzaamheden met  het  oog op  de uitbreiding  van de  Unie  kunnen
eventuele nieuwe  Lid-Staten toetreding tot Schengen  overwegen.   Op 27 juni
1994 werd  Oostenrijk het statuut van  waarnemer verleend  en de instrumenten
voor toetreding  van dit  land tot  de Schengen-akkoorden  zullen de  komende
weken worden ondertekend.

3.2.   Sedert  de  ondertekening van  de  Uitvoeringsovereenkomst  hebben  de
Lid-Staten   van   de   Schengen-groep   de   toepassingsbepalingen  van   de
Overeenkomst en de  invoering van de door de Overeenkomst beoogde mechanismen
en vormen van  samenwerking, met inbegrip van  het Schengen-informatiesysteem
voorbereid.

Een  van  de  belangrijkste  uitvoeringsbepalingen is  het  gemeenschappelijk
handboek  inzake   de  buitengrenzen  en  de   gemeenschappelijke  consulaire
instructie.   Problemen bij  de instelling  van een  operationele SIS  hebben
voor vertraging verzorgd bij de toepassing van de Overeenkomst van Schengen.

- Inwerkingtreding/tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Schengen

4. Er  moet  onderscheid worden  gemaakt  tussen  de inwerkingtreding  en  de
tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Schengen.

4.1.  Wat  de inwerkingtreding betreft,  bevat de  Overeenkomst van  Schengen
een  bepaling van  traditionele  aard: de  inwerkingtreding  hangt af  van de
neerlegging van de vereiste  akten van bekrachtiging en geschiedt automatisch
(artikel 139).  Voor de vijf ondertekenende partijen van de Overeenkomst  van
Schengen  trad  deze  in  werking op  1  september  1993  en  voor Spanje  en
Portugal, twee toetredende partijen, op 1 maart 1994.

Juridisch gezien  is het Uitvoerend Comité  dan ook  slechts samengesteld uit
de  Ministers van deze 7 landen;  de besluiten worden echter met eenparigheid
van stemmen  van  alle  landen,  met  inbegrip  van  Italië  en  Griekenland,
genomen.

4.2.   Om te  voorkomen dat de Lid-Staten  als gevolg van  dit automatisme de
controles aan  de  binnengrenzen moeten  afschaffen  zonder  dat alle  in  de
Overeenkomst voorziene begeleidende maatregelen zijn genomen,  hebben de Lid-
Staten in  de Slotakte een  verklaring opgenomen die  er met name toe  strekt
dat "de Overeenkomst [niet in werking] wordt  (...) gesteld dan nadat aan  de
voorwaarden  voor  de toepassing  van  de Overeenkomst  in de  ondertekenende
Staten is voldaan en de controles aan de buitengrenzen effectief zijn".

Omdat  niet tijdig aan deze voorwaarden was voldaan moest de streefdatum voor
de uitvoering  van de  Overeenkomst van  Schengen driemaal worden  uitgesteld
(achtereenvolgens  door de  Schengen-groep vastgestelde  data:  1 juli  1993,
1 december 1993 en 1 februari 1994).

Op  zijn bijeenkomst  van 14  december 1993  in Parijs  stelde het Uitvoerend
Comité vast dat aan  alle voorwaarden was voldaan behalve  die met betrekking
tot een  operationele SIS.  Deze  technische moeilijkheden bij  het SIS waren
voor  de Schengen-groep  aanleiding  in februari  1994  de uitvoering  van de
Overeenkomst ditmaal sine die  uit te  stellen.  Dank  zij de aanhoudende  en
vastbesloten inspanningen  van het  Duitse voorzitterschap  van de  Schengen-
groep  (in  de  loop  van  het  gehele  jaar  1994)  konden  deze  technische
moeilijkheden  worden  overwonnen   zodat  het  Uitvoerend  Comité   op  zijn
bijeenkomst  van 22  december 1994  in Bonn  een  besluit kon  nemen over  de
uitvoering van de Schengen-Overeenkomst.

- Schengen en de EG-Gemeenschappen (en de Unie)

5.  Alvorens dit  besluit over de uitvoering van de Overeenkomst van Schengen
te analyseren  moet het volgende worden  gezegd over  enerzijds het standpunt
dat wordt ingenomen door  de instellingen van de Gemeenschap  ten aanzien van
het  Schengen-initiatief   en  anderzijds  over   de  verhouding  tussen   de
Overeenkomst van Schengen en de instrumenten  van de Gemeenschap, van de Unie
en die welke intergouvernementeel onder de Twaalf zijn tot stand gekomen.

5.1.  Sedert het  begin heeft  de Commissie het  initiatief van de  Schengen-
groep  verwelkomd,  dat  zij  als  een  stimulans  en  een  testcase  voor de
Gemeenschap beschouwt met  het oog op de afschaffing van de personencontroles
aan   de   binnengrenzen.     Dit   positieve   standpunt   betreffende   dit
intergouvernementele initiatief valt  met name te verklaren door het feit dat
de Commissie op het niveau van de Gemeenschap steeds een pragmatische  aanpak
heeft  gevolgd waarbij  zij aanvaardde  dat de  begeleidende  maatregelen ter
afschaffing   van   de    personencontroles   werden   uitgewerkt    in   een
intergouvernementeel kader en niet door de communautaire Instellingen.

Door haar  deelneming als  waarnemer aan  de werkzaamheden  van de  Schengen-
groep heeft  de Commissie  ervoor  gezorgd dat  bij de  ontwikkeling van  het
Schengen-initiatief de  communautaire doelstellingen en het Gemeenschapsrecht
werden nageleefd.   Zij heeft  er met name  op toegezien dat de  Overeenkomst
van  Schengen geen enkele discriminatie  inhoudt tussen  "ingezetenen" van de
Schengen-landen  en ingezetenen van de andere Lid-Staten (zie beneden).

5.2.  Wat de  uitwerking van de begeleidende maatregelen  ter afschaffing van
de personencontroles  op  het niveau  van  de  Gemeenschap betreft  dient  te
worden vastgesteld  dat de Schengen-groep  in het intergouvernementele  kader
van de Twaalf over het algemeen geen kartel heeft gevormd dat de  andere Lid-
Staten dwingend het  acquis van Schengen  oplegt.  De in  de op 14 juni  1990
door de  Twaalf ondertekende Overeenkomst van  Dublin aangehouden criteria om
te bepalen welke  Lid-Staat verantwoordelijk is  voor het  onderzoek van  een
asielaanvraag   zijn   bij  voorbeeld   niet  dezelfde   als   die   van  het
desbetreffende hoofdstuk van de Overeenkomst van Schengen.

5.3.   Dit  houdt  niet in  dat  de  door de  Schengen-Staten  overeengekomen
teksten geen  gevolgen hebben gehad voor  de begeleidende  maatregelen van de
Twaalf.  Het oorspronkelijke voorstel  voor een richtlijn met  betrekking tot
de controle op de aankoop en het bezit  van wapens dat door de Commissie werd
ingediend beoogt bij voorbeeld niet  de nationale wetgeving inzake  wapens te
harmoniseren.     De  Schengen-groep  was  daarentegen  van  mening  dat  een
dergelijke harmonisatie (verboden  wapens, wapens waarvoor een  vergunning of
een verklaring is  vereist) een essentiële begeleidende maatregel vormde.  De
Commissie  heeft een gewijzigd voorstel  voor deze richtlijn ingediend waarin
de bepalingen  van  de Overeenkomst  van  Schengen  met betrekking  tot  deze
harmonisatie zijn opgenomen; deze tekst is door de Raad goedgekeurd.

Bij  haar voorstel voor  een verordening  waarin een  lijst is vervat  van de
derde landen  waarvan de onderdanen bij  overschrijding van  de buitengrenzen
van de Lid-Staten in het bezit moeten zijn van een visum (artikel 100 C,  lid
1 van het  EG-Verdrag) heeft de  Commissie de  "negatieve" lijst  overgenomen
die is opgesteld door de Schengen-groep.  Tevens  heeft de Commissie bij haar
voorstel  voor een verordening tot  vaststelling van  het visummodel (artikel
100 C,  lid  3  van  het EG-Verdrag)  het  visumvignet  overgenomen  dat  was
vastgesteld  door  de Schengen-groep  (die  er  bij  de  uitwerking van  zijn
visummodel op  heeft toegezien  dat dit  model ook  benut kan  worden op  het
niveau van de Unie).

Daar staat  tegenover dat de  Schengen-groep de uitvoeringsbepalingen die  op
het niveau van  de Unie zijn voorbereid voor  de Overeenkomst van Dublin, als
toepassingsbepalingen  van  het "asiel-hoofdstuk"  van  de  Overeenkomst  van
Schengen heeft overgenomen.

5.4.   Wat de verhouding  betreft tussen de  Overeenkomst van Schengen en  de
instrumenten  om de doelstelling van  de afschaffing van de personencontroles
op het niveau van de Unie te verwezenlijken  betreft is hierboven uiteengezet
dat  het  Schengen-initiatief   moet  worden  gezien  in  het  kader  van  de
doelstelling   van   artikel    7A   van   het   EG-Verdrag,   en    dat   de
Schengen-Overeenkomst niet vooruitloopt op de maatregelen  die ter uitvoering
van de bepalingen van het Verdrag worden of zullen worden getroffen.

Twee bepalingen van de Schengen-overeenkomst staan hier voor in:

- een bepaling waarin het beginsel van de voorrang van het Gemeenschapsrecht
  is  neergelegd (artikel 134),  met betrekking tot de  verhouding tussen de
  Overeenkomst en communautaire  besluiten, bij voorbeeld op het  gebied van
  wapens (verhouding  tussen de  bovengenoemde richtlijn en  artikel 77 e.v.
  van de Overeenkomst);
- een andere bepaling die inhoudt dat de  overeenkomsten die tussen de  Lid-
  Staten  van  de  Unie  worden gesloten  eveneens  voorrang  hebben  op  de
  Overeenkomst van Schengen (artikel 142);

- indien tussen de  Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen overeenkomsten
  worden gesloten met het oog op  de totstandbrenging van een  ruimte zonder
  binnengrenzen, komen de overeenkomstsluitende partijen overeen onder welke
  voorwaarden de  bepalingen van  de onderhavige Overeenkomst,  in het licht
  van de  daarmee  overeenkomende  bepalingen van  bedoelde  overeenkomsten,
  worden vervangen of aangepast;

- de overeenkomstsluitende  partijen houden  daartoe rekening  met het feit,
  dat  de  bepalingen  van  de  onderhavige  Overeenkomst  een  verdergaande
  samenwerking dan die ingevolge de bepalingen van dergelijke overeenkomsten
  kunnen behelzen;

- de bepalingen die in strijd zijn met de door de Lid-Staten van de Europese
  Gemeenschappen overeengekomen bepalingen worden in elk geval aangepast.

In toepassing  van deze  bepaling heeft  het Uitvoerend  Comité van  Schengen
reeds  een protocol goedgekeurd waarin wordt  bepaald dat het asiel-hoofdstuk
van de  Overeenkomst van Schengen zal  worden vervangen  door de Overeenkomst
van Dublin wanneer deze in werking zal treden.

B.  Het besluit over de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Schengen

1.   Op 22  december jongstleden  heeft het  Uitvoerend  Comité van  Schengen
besloten tot  de onverkorte toepassing van  de Overeenkomst  van Schengen met
ingang van 26 maart 1995: op die datum was voldaan aan  alle voorwaarden voor
de afschaffing  van de personencontrole aan  de binnengrenzen  - met inbegrip
van een operationeel Schengen-informatiesysteem.

De  keuze  van   deze  datum  maakt   de  gelijktijdige   invoering  van   de
Schengen-regeling  aan de  binnengrenzen te  land,  ter zee  en  in de  lucht
mogelijk (bij de luchthavens is dit de datum van de  seizoensveranderingen in
de dienstregeling en het vluchtschema).

Met ingang  van deze datum  zal de Overeenkomst  worden toegepast  door zeven
van de negen ondertekenende landen van  Schengen : B, D, ESP, FR, Lux, NL  en
PT (Italië en Griekenland hebben nog niet aan  alle voorwaarden voldaan : nog
niet   alle   nationale   parlementen   hebben   de   toetredingsinstrumenten
bekrachtigd; het SIS is nog niet opgezet; ...).

2.   De periode  van 22 december tot  25 maart  is een voorbereidende periode
waarin  op  het  vlak  van   de  organisatieschema's  en  het   personeel  de
maatregelen die  nodig zijn  met het oog  op de  volledige toepassing van  de
Schengen-voorschriften zullen worden  geïntensiveerd (met name op  het gebied
van de  consulaire, gerechtelijke en  politiële samenwerking; voltooiing  van
de aanpassing van de luchthaveninfrastructuur).

3.   Met  ingang  van  26 maart  vangt  een eerste  toepassingsfase  van drie
maanden  aan  waarin  deze  toepassing  nauwlettend  zal  worden  gevolgd  om
eventuele problemen op te sporen en onverwijld te verhelpen.

Met ingang van deze  datum zullen de Schengen-partners  de controles aan  hun
binnengrenzen volledig  opheffen hetgeen  met name  merkbaar zal  zijn op  de
luchthavens.

De  toepassing  van  de  Overeenkomst  en  met  name  de  afschaffing  van de
controles zal ressorteren onder elk van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Tevens  is  een toezichtstructuur  opgezet  om  er zorg  voor  te dragen  dat
eventuele technische problemen worden opgelost.

De  kerngroep  zal  aan  het eind  van  de  eerste  fase  een eerste  verslag
uitbrengen aan  het  Uitvoerend  Comité  over de  werking  van  het  SIS,  de
doelmatigheid van de controles aan de buitengrenzen, de doeltreffendheid  van
de  drugsbestrijding  en de  resultaten  van  de  politiële en  gerechtelijke
samenwerking.

C. De toepassing van de Schengen-overeenkomst en de burgers

1.   De  toepassing  van de  Schengen-overeenkomst  zal een  belangrijke stap
voorwaarts betekenen voor  de burgers : zij zullen volledig kunnen profiteren
van  het vrije verkeer  van personen  in een  belangrijk deel van  de interne
markt :

- iedereen,  ongeacht  zijn  nationaliteit  (met  inbegrip  derhalve van  de
  ingezetenen van derde landen) zal  op deze wijze kunnen  profiteren van de
  afschaffing van de controles aan de binnengrenzen; binnen de ruimte zonder
  grenzen zal  er  bovendien geen  enkele discriminatie  bestaan  tussen  de
  "Schengen"-ingezetenen en de ingezetenen van de andere Lid-Staten;

- alle burgers van de  Unie zullen aan de buitengrenzen van Schengen  alleen
  worden  onderworpen  aan  een  controle van  de  identiteitskaart  of  het
  paspoort, overeenkomstig  het vigerende Gemeenschapsrecht;  ook daar is er
  geen  enkele  discriminatie   tussen  de   "Schengen"-ingezetenen  en   de
  ingezetenen van de andere Lid-Staten.

2.  Voorts  zal de toepassing van de Overeenkomst  van Schengen met name voor
de ingezetenen  van derde  landen die  woonachtig zijn  in een  Schengen-Lid-
Staat  belangrijke  voordelen met  zich  brengen:  zij  zullen  zich met  hun
verblijfsvergunning zonder enige  visumverplichting naar de  andere Schengen-
landen kunnen begeven.

Er  dient te worden  opgemerkt dat  dit principe  van de equivalentie  van de
verblijfsvergunning en het  visum alleen van toepassing is op ingezetenen van
derde landen  die woonachtig zijn  in een Lid-Staat waar  de Overeenkomst van
Schengen ten  uitvoer is  gelegd.   De  ingezetenen van  een derde  land  die
woonachtig zijn in Italië  en Griekenland of in een van de niet-Schengen-Lid-
Staten  zullen  "gediscrimineerd"  worden.   Op  grond van  hun nationaliteit
zullen zij  een visum nodig  hebben om het  Schengen-grondgebied (of dat  van
een of meer van de Schengen-Lid-Staten) te kunnen betreden.

3.  Voor ingezetenen  van derde  Lid-Staten die niet  woonachtig zijn in  een
van  de zeven  Lid-Staten waar de  Overeenkomst van  Schengen ten  uitvoer is
gelegd en  die zich  voor een  verblijf van  korte duur  hiernaar toe  willen
begeven, is de Schengen-visumregeling van toepassing.

Vergeleken  met de bestaande situatie  omvat deze geharmoniseerde regeling in
principe dat  een visum dat is  afgegeven door  een Schengen-Lid-Staat geldig
zal zijn  voor het gehele Schengen-grondgebied,  doch dat  daartegenover elke
Lid-Staat het  visum zal  weigeren aan  iemand die  op de  gemeenschappelijke
lijst  van  ongewenste   vreemdelingen  van  een  andere   Schengen-Staat  is
opgenomen.

D.   De  tenuitvoerlegging van de  Overeenkomst van  Schengen in  de Europese
Unie

1.  De oprichting  van een  ruimte zonder binnengrenzen  gaat gepaard met  de
invoering van  doeltreffende controles aan de  buitengrenzen.   Het ontbreken
van een Overeenkomst  inzake het overschrijden  van de  buitengrenzen van  de
Lid-Staten  is een  van de redenen waarom  de controles op  het niveau van de
Unie nog steeds niet zijn opgeheven. Op basis  van dezelfde gedachtengang zal
de   Schengen-groep   haar   "buitengrenzen"-regeling   toepassen   op   haar
buitengrenzen die binnengrenzen  zijn van  de Unie.  De  vraag is of  dit tot
een versterking van  de controles aan deze  grenzen zal leiden.   Hiervoor is
zowel  op  theoretisch  als  op  praktisch niveau  een  genuanceerd  antwoord
vereist.

Op theoretisch niveau  kunnen met behulp van het  vigerende Gemeenschapsrecht
(afgezien  van artikel  7A)  systematische  controles worden  uitgevoerd  ten
aanzien van  burgers van de  Unie en  hun gezinsleden.   Toch moeten de  Lid-
Staten  personen  toelaten  op   hun  grondgebied  na  overlegging   van  hun
identiteitskaart of paspoort  zonder meer (eventueel  voor de  leden van  het
gezin die  de nationaliteit  bezitten van  een derde  land, voorzien van  een
visum).      De  Overeenkomst   van   Schengen   neemt   op   dit  punt   het
Gemeenschapsrecht volledig in acht.

Op   praktisch  niveau   zijn  de   systematische   controles  aan   bepaalde
binnengrenzen  inderdaad reeds  verdwenen.   De  invoering van  systematische
controles  aan  deze  grenzen  naar  aanleiding  van  de  uitvoering  van  de
Overeenkomst van  Schengen zou  een stap  terug betekenen  vergeleken met  de
huidige situatie.  

Dit probleem  moet  echter worden  teruggebracht  tot  zijn ware  dimensie  :
systematische controles  op luchthavens  en in  zeehavens zijn  tot op  heden
gehandhaafd  voor passagiers  van intracommunautaire  vluchten en  veerboten.
De toepassing van  de Overeenkomst van  Schengen zal dus geen  stap achteruit
betekenen voor wat betreft de  lucht- en zeeverbindingen tussen  enerzijds de
zeven  Schengen-landen  waar  de  Overeenkomst  ten   uitvoer  is  gelegd  en
anderzijds de  andere Lid-Staten.   Er kan alleen  een stap achteruit  worden
gedaan wat  betreft de buitengrenzen te  land van  Schengen die binnengrenzen
zijn van de Unie.  Concreet gaat het  alleen om de grens tussen Frankrijk  en
Italië (tot  het moment waarop de toepassing van de Overeenkomst van Schengen
zal worden uitgebreid tot  Italië) en de grens tussen Duitsland en Denemarken
(Denemarken heeft om het statuut van waarnemer bij Schengen verzocht).

2.   Wat de  toepassing betreft  van de  Schengen-regeling voor  met name  de
luchthavens kan de  situatie vanaf 26 maart 1995  als volgt worden samengevat
:

in principe zullen op  de (grote) luchthavens van Schengen twee  zones worden
ingevoerd waar  de beide  passagiersstromen fysiek  gescheiden zullen  kunnen
worden -  enerzijds passagiers van  binnenlandse vluchten en  intra-Schengen-
vluchten, anderzijds  passagiers van vluchten  naar en vanuit  niet-Schengen-
landen (d.w.z.  andere Lid-Staten en  derde landen).   Op  deze wijze  zullen
beide passagiersstromen  overeenkomstig de Schengen-bepalingen kunnen  worden
verwerkt:

- de   passagiers   van   intra-Schengen-vluchten,   zullen,   ongeacht  hun
  nationaliteit noch bij vertrek noch bij aankomst worden gecontroleerd (zij
  kunnen alleen  onderworpen  worden  aan  veiligheidscontroles  zoals  deze
  worden  of   kunnen  worden  verricht  ten   aanzien  van  passagiers  van
  binnenlandse vluchten);
- de  passagiers  van "internationale"  vluchten  (van  of  naar  een  niet-
  Schengen-Staat) zullen  worden afgehandeld in  de "internationale" zone en
  zullen indien  nodig worden onderworpen aan  controles bij vertrek wanneer
  zij het  Schengen-grondgebied verlaten  en controles  bij aankomst wanneer
  zij het grondgebied van Schengen willen betreden.

Passagiers van  vluchten  uit Londen  en  New-Delhi  die in  Parijs  aankomen
zullen bij voorbeeld  worden onderworpen aan  controles bij  aankomst.   Voor
alle burgers  van de Unie  (en van  de EER, alsmede  voor de gezinsleden  van
deze beide categorieën  personen) zullen deze controles worden beperkt tot de
overlegging  van het  paspoort of  het  identiteitsbewijs;   ingezetenen  uit
derde landen zullen worden onderworpen aan strengere controles.

Zoals  momenteel  op  de  luchthavens,  zullen   op  de  Schengen-luchthavens
speciale gangpaden  worden ingevoerd in de "internationale" zone voor burgers
van  de Unie  (en  anderen  die onder  het  Gemeenschapsrecht vallen)  om  de
wachttijden voor hen te verkorten.
* * *

Side Bar