Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT PT EL

                                  BELASTINGEN

   1. Directe belastingen

       Personen

   -   Aanbeveling  van  de Commissie betreffende  belastingen  op  bepaalde
       inkomsten  die  door niet-ingezetenen verworven zijn  in  een  andere
       Lid-Staat dan die waarvan zij ingezetene zijn
       (Opheffing  van  de  discriminaties die degenen  die  in  een  andere
       Lid-Staat wonen dan die waar zij werken zwaar treffen (Zie  P(93)63).
       Voor  1994, het volgen van de door de Lid-Staten genomen  maatregelen
       om  aan  de  aanbeveling te voldoen en een begin 1995  in  te  dienen
       rapport.

       De ondernemingen

   -   Voorstel  voor  een  richtlijn  betreffende  een   gemeenschappelijke
       fiscale  regeling  voor  uitkeringen van rente  en  royalty's  tussen
       moedermaatschappijen   en  dochterondernemingen   uit   verschillende
       Lid-Staten

       Het  gaat hier om de afschaffing van de bronheffing op de  betalingen
       tussen   moeder-  en  dochterondernemingen.  Het  voorstel   zal   de
       financiële  lasten  voor deze ondernemingen gezien de omvang  van  de
       betrokken stromen aanzienlijk verminderen door hun te verzekeren  van
       de opheffing van alle dubbele belastingheffing op deze betalingen.

       In het kader van de werkzaamheden in de ECOFIN-Raad van december 1993
       kon   een  akkoord  worden  bereikt  over  vrijwel  alle   technische
       vraagstukken.

       Er  moeten  nog  drie  problemen  worden  geregeld:  ten  eerste   de
       afbakening van het toepassingsgebied van de richtlijn, d.w.z. van  de
       betrokken  ondernemingen. Vervolgens hebben Griekenland  en  Portugal
       verzocht om een vrij lange afwijkingsperiode ten einde ermee rekening
       te  houden  dat  deze twee landen netto-importeurs  van  kapitaal  en
       technologie zijn.

       Tenslotte verlangt het merendeel der Lid-Staten dat de richtlijn niet
       van  toepassing  is op betalingen aan ondernemingen die in  de  staat
       waar zij gevestigd zijn een gunstige fiscale behandeling genieten, en
       met  name  de ondernemingen die gevestigd zijn in  het  International
       Financial Service Centre te Dublin.

       Overeenkomstig de conclusies van de Ecofin-Raad van  13 december 1993
       zal   het  voorstel  aan  de  Raad  moeten  worden  voorgelegd   voor
       goedkeuring in maart 1994.

   -   Voorstel  voor  een richtlijn betreffende een regeling  voor  het  in
       rekening  brengen  door  ondernemingen van de verliezen  van  hun  in
       andere     Lid-Staten     gevestigde    vaste     inrichtingen     en
       dochterondernemingen

       Dit voorstel heeft ten doel, een van de hindernissen op te heffen die
       de activiteiten van ondernemingen op een gemeenschappelijke markt met
       dezelfde  kenmerken  als  een nationale markt  kunnen  beletten.  Het
       voorstel  beoogt de Lid-Staten te verplichten maatregelen te  treffen
       waardoor  wordt  verzekerd dat hun ondernemingen de  door  hun  vaste
       inrichtingen en dochterondernemingen in een andere Lid-Staat  geleden
       verliezen kunnen aftrekken van hun winst.

       Deze  maatregel zal niet alleen gunstige gevolgen hebben  voor  grote
       concerns,   doch  met  name  ook  voor  de  kleine   en   middelgrote
       ondernemingen  die  zich thans dikwijls gesteld  zien  tegenover  een
       fiscaal  obstakel,  waardoor  hun  grensoverschrijdende  activiteiten
       ernstig worden belemmerd.

       Het voorstel is van toepassing op de verliezen van vaste inrichtingen
       en  dochterondernemingen.  In de loop van de onderhandelingen  in  de
       Raad  in 1992 spraken de meeste delegaties zich echter uit  voor  een
       limiet van de verliezen van vaste inrichtingen.

       De  werkzaamheden  van  de  werkgroep  van  de  Raad  zijn  na   1992
       onderbroken.   Deze   werkzaamheden   zullen   onder   het    Griekse
       voorzitterschap  worden hervat ten einde in staat te kunnen zijn  een
       compromistekst  aan de ministers voor te stellen tegen het  eind  van
       het  eerste halfjaar van 1994 in overeenstemming met de door  mevrouw
       Scrivener voorgestelde agenda.

   -   Voorstel   voor  een  richtlijn  van  de  Raad  tot   wijziging   van
       Richtlijn 90/453/EEG    van    de   23 juli 1990    betreffende    de
       gemeenschappelijke  fiscale  regeling  voor  moederondernemingen   en
       dochterondernemingen uit verschillende Lid-Staten (zie IP(93)637)

       In  haar  mededeling  van 26 juni 1992 aan de Raad  en  het  Europees
       Parlement  in aansluiting op de conclusies van het comité-Ruding  met
       betrekking tot de richtsnoeren op het gebied van de  belastingheffing
       op  het bedrijfsleven in het kader van de uitdieping van  de  interne
       markt,  heeft de Commissie medegedeeld dat zij van oordeel is dat  de
       uitbreiding    van   het   toepassingsgebied   van    de    richtlijn
       moeders-dochters, aan de hand van de door het comité in zijn  rapport
       aangegeven  lijnen(1)  uiterst  gewenst  is  ten  einde  de   dubbele
       belastingheffing   waardoor   de   internationale   activiteit    van
       ondernemingen  het  sterkst  wordt  gehandicapt,  nog  verder   wordt
       verminderd.

   
   (1) Rapport   van  het  Comité  van  Onafhankelijke  Deskundigen   inzake
       Belastingen op ondernemingen van maart 1992.

       Het  lijkt immers niet gerechtvaardigd van het toepassingsgebied  van
       de richtlijn bepaalde vennootschapsvormen uit te sluiten die door een
       aantal  Lid-Staten  niet  is toegevoegd aan de  lijst  welke  bij  de
       richtlijn  is gevoegd, doch die aan alle andere voorwaarden  voldoen.
       Bij  voorbeeld  hebben  niet alle Lid-Staten  rekening  gehouden  met
       coöperatieve vennootschappen of openbare spaarbanken.

       Het   Europees  Parlement  en  het  Economisch  en   Sociaal   Comité
       onderwerpen dit voorstel thans aan een onderzoek en zullen begin 1994
       advies uitbrengen.

   -   Voorstel   voor  een  richtlijn  van  de  Raad  tot   wijziging   van
       Richtlijn 90/434/EEG     van     23 juli 1990     betreffende      de
       gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng
       van  activa en aandelenruil  met betrekking tot  vennootschappen  uit
       verschillende Lid-Staten (zie IP(93) 637)

       Het Comité-Ruding heeft eveneens aanbevolen dat het toepassingsgebied
       van  deze  richtlijn  wordt uitgebreid  tot  alle  ondernemingen  die
       onderworpen   zijn  aan  de  vennootschapsbelasting,   ongeacht   hun
       rechtsvorm.  Dit voorstel is soortgelijk aan dat met  betrekking  tot
       het toepassingsgebied van de richtlijn "moeders-dochters".

       Het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité behandelen
       thans dit voorstel en zullen begin 1994 advies uitbrengen.

   -   Voorstel voor een richtlijn betreffende een gemeenschappelijk stelsel
       van bronheffing op rente (belasting op spaaropbrengsten)

       Dit  voorstel beoogt een minimum-belasting op  spaaropbrengsten  voor
       alle inwoners van de Gemeenschap te waarborgen. De werkzaamheden  die
       in  1993 werden hervat, hebben geleid tot het geven van  een  mandaat
       aan   de   Commissie   op  de  zitting   van   de   Ecofin-Raad   van
       13 december 1993  om  na  te gaan of derde  landen  bereid  zijn  tot
       deelneming aan een communautaire oplossing. Een interimrapport van de
       Commissie wordt in maart 1994 verwacht, het eindrapport in juni 1994.

       Intussen  zullen  de werkzaamheden met betrekkin tot  bepaalde  reeds
       geïdentificeerde  vraagstukken (b.v. het stelsel van de tot  betaling
       geboden  persoon,  toepassing van een inhouding op  de  verschillende
       typen obligaties, enz.) worden voortgezet.

   2. Indirecte belastingen

       B.T.W.

   -   Voorstel  van de Commissie voor een reeks vereenvoudigingen  van  het
       nieuwe BTW-stelsel zonder grenzen

       De  maatregelen  ter  vereenvoudiging  van  het  BTW-overgangsstelsel
       zullen   in   twee   fasen  worden   voorgesteld.   De   eerste   zal
       geconcretiseerd  worden door de indiening van een eerste voorstel  in
       de loop van het eerste kwartaal 1994.

       Dit    behelst   maatregelen   die   met   name    beogen    bepaalde
       vereenvoudigingsmaatregelen   in  te  stellend   (kettingtransacties,
       nationaal gedeelte van een intracommunautair transport) ten einde  de
       werking van het BTW-overgangsstelsel te vergemakkelijken.

       In  de  tweede  fase zal de Commissie  een  tweede  richtlijnvoorstel
       indienen per eind van het eerste halfjaar 1994. Dit zal in  hoofdzaak
       betrekking   hebben   op   de  fiscale   vertegenwoordiging   en   de
       werkzaamheden inzake roerende lichamelijke zaken.

       Er  zij  hieraan  herinnerd  dat  reeds  in  1992  een  eerste  reeks
       vereenvoudigingen is aangebracht (zie IP(92)878).

   -   Voorstel betreffende het definitieve BTW-stelsel:

       Mevrouw Scrivener zal de Commissie in de loop van het tweede halfjaar
       1994   de  nadere  modaliteiten  van  het   toekomstige   definitieve
       BTW-stelsel voorstellen.

   -   Voorts  hecht mevrouw Scrivener grote betekenis aan  de  vaststelling
       door de Raad van bepaalde richtlijnvoorstellen:

       - het personenvervoer
       - de regeling voor goud

       Deze  voorstellen zijn, afgezien van het feit dat zij  deel  uitmaken
       van  de  harmonisatie  van het  gemeenschappelijke  BTW-stelsel  o.a.
       noodzakelijk voor de goede werking van de interne markt.

       De  goedkeuring  in  dit jaar van het voorstel  voor  een  achttiende
       richtlijn/bis  (opheffing  van bepaalde  BTW-vrijstellingen  door  de
       Lid-Staten)   dat   beoogt  het  gemeenschappelijk   BTW-stelsel   te
       vervolledigen, is eveneens noodzakelijk.

   -   De bijzondere regeling voor kleine en middelgrote ondernemingen heeft
       tot   doel,   de   op  het   MKB   rustende   BTW-verplichtingen   te
       vereenvoudigen.  Onlangs is een studie in opdracht gegeven  over  dit
       onderwerp, waarvan de conclusies eind maart 1994 worden verwacht,  op
       grond  waarvan  de Commissie wellicht haar richtlijnvoorstel  dat  in
       behandeling  is  bij  de Raad  zou  kunnen  herzien  (22e richtlijn).
       Mevrouw  Scrivener  is  eveneens voornemens  nieuwe  initiatieven  te
       lanceren  zoals: de instelling van een keuzerecht inzake  het  tarief
       van   de   vennootschapsbelasting   voor   kleine   en    middelgrote
       ondernemingen  die geen kapitaalvennootschappen zijn; de  verlichting
       van  de  belastingheffing  en  grensoverschrijdende  opvolgingen  van
       ondernemingen;   de   verlichting   van   de   belastingheffing    op
       risicodragend kapitaal.

                                 *  *  *  *  *

                                   ACCIJNZEN

   -   Biomotorbrandstoffen (voorstel voor een richtlijn COM(92) 36 def. van
       28.2.1992)  Zie P(92)38.

       Het  voorstel beoogt op communautair niveau een vermindering  van  de
       accijnstarieven  welke van toepassing zijn op  motorbrandstoffen  van
       agrarische  oorsprong vast te stellen. Dit voorstel  beantwoordt  aan
       verschillende   doelstellingen  op  het  gebied  van   energie,   het
       landbouwbeleid en het milieu.

       Thans wordt de fiscale behandeling van biomotorbrandstoffen  geregeld
       door  artikel 8,  lid 2, sub d) van Richtlijn 92/81/EEG.  Volgens  de
       bepalingen van dit artikel kunnen de Lid-Staten alleen vrijstellingen
       of  tariefverminderingen van accijnsrechten  op  biomotorbrandstoffen
       toepassen  in  het kader van proefprojecten die gericht  zijn  op  de
       technologische ontwikkeling van minder verontreinigende produkten.

       Het  zou  gewenst  zijn  het voorstel zo  spoedig  mogelijk  vast  te
       stellen,  opdat de Lid-Staten een rechtsgrondslag wordt gegeven  voor
       een algemene fiscale aanmoediging van biomotorbrandstoffen, die  niet
       alleen  beperkt  is tot proefprojecten. Het Europees  Parlement  moet
       zich in februari 1994 uitspreken.

   -  Vereenvoudiging van de nieuwe accijnsregeling

       Door  mevrouw  Scrivener  zal in het eerste  kwartaal  van  1994  een
       voorstel  worden  ingediend,  dat  gericht is  op  de  invoering  van
       vereenvoudigingen in het algemene stelsel voor het verkeer van en  de
       controle  op accijnsplichtige produkten alsmede in de  structuur  van
       minerale oliën. Deze vereenvoudigingen hebben met name betrekking op:

       -     de  ontheffing  van  de  borgstelling op  het  gebied  van  het
             intracommunautaire   handelsverkeer  voor   erkende   aardolie-
             entrepots aan de hand van de gebruikte wijze van vervoer;

       -     de  doorzending per fax van het terugzendingsexemplaar van  het
             geleidedocument;

       -     de  fiscale  behandeling voor brandstoffen die zich  in  andere
             brandstofreservoirs dan de gewone tanks van  bedrijfsvoertuigen
             bevinden;

       -     de  inkorting  van  het  toepassingsgebied  van  accijnzen   op
             minerale  oliën  ten einde het "accijns"-stelsel  niet  toe  te
             passen   op   produkten   die   nooit   als   brandstoffen   of
             motorbrandstoffen zullen worden gebruikt;

       -     de  verplichte  prijsstelling voor in  hoogovens  geïnjecteerde
             minerale  oliën  met het oog op de vermindering  van  chemische
             bestanddelen, enz.

   -   Voorstel  voor een richtlijn van de Raad betreffende het  merken  van
       oliën voor fiscale doeleinden

       Het  gaat om de vaststelling van gemeenschapsregels  betreffende  het
       kleuren   en  merken  van  minerale  oliën  waarop   een   verminderd
       accijnstarief van toepassing is.

       Met de opheffing van de controles aan de grenzen per 1.1.1993 is  het
       risico  dat de gemerkte dieselolie van een Lid-Staat naar een  andere
       wordt  overgebracht voor frauduleuze doeleinden toegenomen.  Derhalve
       wordt voorgesteld dat de Lid-Staten een gemeenschappelijke norm  voor
       het  merken  vaststellen  voor alle typen dieselolie  die  binnen  de
       Gemeenschap  in  het verkeer zijn gebracht, nadat daarop  een  andere
       accijnstarief  dan het normale op dieselolie toepasselijke tarief  is
       toegepast.

       Deze  tekst is op 16 december 1993 door de Commissie goedgekeurd.  De
       Commissie zal zo spoedig mogelijk een besluit moeten nemen.

                                 *  *  *  *  *

                               ANDERE HEFFINGEN

   -   CO2/Energieheffing

       Het  voorstel  voor  een  heffing maakt deel  uit  van  het  algemeen
       communautair beleid met het oog op een beperking van CO2-emissies.

       Het  ECS heeft zich gunstig over deze heffing  uitgesproken,  terwijl
       het Europees Parlement nog geen advies heeft uitgebracht, hoewel  het
       door de Commissie voor het milieu ingediende rapport eveneens gunstig
       lijkt te zijn.

       Op de Ecofin-Raad van 13.12.1993 is besloten dat de groep ad hoc zijn
       werkzaamheden  voortzet  op  basis  van  het  richtlijnvoorstel,   de
       conclusies  van de Europese Raad en de door de Lid-Staten naar  voren
       gebrachte standpunten.

   -   Jaarlijkse verkeersheffing op motorvoertuigen

       Het  doel van dit voorstel dat door de Commissie wordt overwogen,  is
       rekening  te houden met milieucriteria om de  heffingsgrondslag  voor
       voertuigen  vast te stellen en de structuur daarvan te  harmoniseren.
       Er  worden  thans studies verricht, die het  mogelijk  zouden  moeten
       maken  gemeenschappelijke  noemers te vinden voor de  integratie  van
       deze ecologische criteria.

                                 *  *  *  *  *

                                    DOUANE

   1.  Namaakartikelen - Fraudebestrijding

   -   In  het voorstel voor een verordening van de Raad worden  maatregelen
       vastgesteld ten einde het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer en
       het  douanevervoer  van namaakartikelen en  illegaal  gereproduceerde
       goederen te voorkomen (zie P(93)31)

       Dit  voorstel  heeft ten hoofdzaak tot doel om in het  licht  van  de
       verkregen  ervaring, het toepassingsgebied van Verordening (EEG)  nr.
       3842/86 uit te breiden tot andere rechten van intellectuele  eigendom
       door een bescherming aan de buitengrenzen te bieden voor goederen die
       bestreken worden door een auteursrecht of naburig recht alsmede  door
       een  recht  betreffende een tekening of model. Ook versterkt  het  de
       mogelijkheden voor het blokkeren van goederen door de douanebeambten.

       Het  Europees  Parlement, dat facultatief is geraadpleegd,  zou  zijn
       advies moeten uitbrengen op zijn zitting van 7 tot 11 februari 1994.

       De Lid-Staten zijn van mening dat de grote lijnen van het project het
       onderwerp zouden kunnen vormen van een consensus en dat de tekst  van
       de   verordening  wellicht  op  de  eerste  Raad  Interne  Markt   op
       10 maart 1994  zou  kunnen  worden  vastgesteld.  Mevrouw   Scrivener
       herinnert eraan dat deze goedkeuringsprocedure snel is verlopen, daar
       het voorstel in juli 1993 bij de Raad is ingediend.

   -   Ontwikkeling  van  het  programma van bestrijding van  fraude  in  de
   textielsector
       TAFI (zie IP(94)1)

   2.  Delokalisatie: het passieve veredelingsverkeer textiel

       De Commissie heeft op 13 juli 1993 bij de Raad een voorstel voor  een
       verordening   ingediend  houdende  wijziging  van   Verordening   nr.
       636/82/EEG  van  de Raad houdende instelling van  een  regeling  voor
       economische  passieve  veredeling die van toepassing is  op  bepaalde
       textielprodukten  en  kledingartikelen die in de  Gemeenschap  worden
       wederingevoerd  na bewerking of verwerking in bepaalde  derde  landen
       (zie P(93)32).

       Het  gaat  hier om de voorwaarden waaronder deze  produkten  naar  de
       Gemeenschap  kunnen worden heringevoerd na bewerking in fabrieken  in
       een  derde land. De passieve veredelingsregeling beantwoordt aan  een
       behoefte van de textielindustrie, met name in de kledingsector waarin
       veel  arbeidskrachten werkzaam zijn. Om het mededingingsvermogen  van
       deze sector te handhaven staat de passieve veredeling deze  industrie
       toe  een gedeelte van haar produktie te verleggen naar  derde  landen
       waar  de  loonkosten  minder hoog zijn, zonder de  controle  over  de
       produktie  te  verliezen, door met materialen uit de  Gemeenschap  te
       werken met handhaving van een aanzienlijk deel van de produktie in de
       Gemeenschap.

       Dit  voorstel stelt duidelijk vast, welke band voor  de  begunstigden
       bestaat    tussen   de   invoer   uit   hoofde   van   de    passieve
       veredelingsregeling  en de produktie in de Gemeenschap. De  produktie
       in  de  Gemeenschap zal in beginsel 50% van de totale  omzet  van  de
       ondernemingen moeten uitmaken.

   3.  Versterking  van  de samenwerking op douanegebied en  de  wederzijdse
       bijstand:  versterking van het informatiesysteem  S.I.D.,  MATTHAEUS-
       Programma,   programma's   voor   uitwisseling   en   opleiding   van
       douanepersoneel, samenwerking met de douanebeambten van de  Verenigde
       Staten.

   4.  Nieuw voorstel inzake de harmonisatie van het douanestrafrecht in het
       kader  van  de door de Commissie in de loop van 1994 goed  te  keuren
       douanewetboek.

                                  *  *  *  *

                               CONSUMENTENBELEID

   1.  De voorstellen voor richtlijnen

   -   Het  voorstel  voor  een richtlijn inzake de  "Timeshare"  vormt  het
       onderwerp van een politiek akkoord met het oog op de vaststelling van
       een gemeenschappelijk standpunt in de Raad op 19 november 1993. Nadat
       dit gemeenschappelijk standpunt zal zijn bepaald, zal het voorstel de
       medebeslissingsprocedure met het Parlement ingaan.

   -   De  Raad van 19 november 1993 heeft geen beleidsrichtsnoeren  gegeven
       over  het  voorstel  voor  een richtlijn  "Verkoop  op  afstand".  De
       discussiepunten  zijn  echter verhelderd en vanaf het begin  van  het
       Griekse  voorzitterschap  kan  een  compromis  worden  verwacht.   De
       vaststelling  van een gemeenschappelijk standpunt zou in de loop  van
       het eerste halfjaar mogelijk moeten zijn.

   -   De ontwerp-richtlijn inzake de vergelijkende reclame (naar aanleiding
       van het advies van het Parlement van november 1992), waarin  rekening
       wordt  gehouden met de richtsnoeren van de Raad van Edinburgh zal  in
       1994 kunnen worden vastgesteld.

   2.  Raadpleging en overleg

       Januari-juni  1994 : uitwerking met de banken en de  consumenten  van
       een gemeenschappelijk handvest voor grensoverschrijdende betalingen.

       Juni 1994  :  bijeenkomst  van  het eerste  Europese  forum  voor  de
       consument  welke  de  toegang van  de  consumenten  tot  rechterlijke
       instanties  en  de garanties en dienstverlening na  verkoop  betreft.
       Voor   het  overige  worden  in  de  beide  over   deze   onderwerpen
       bekendgemaakte Groenboeken (IP(93)1004 en 897) als uiterste data voor
       het   indienen   van  opmerkingen  respectievelijk   31 mei 1994   en
       30 april 1994 aangegeven.

   3.  Informatie

   -   Bekendmaking in maart 1994 van de Gids voor de consument op de  grote
       markt.

   -   Ontwikkeling van grensoverschrijdende informatiecentra

   -   Gemeenschappelijk  systeem van toezicht op ongevallen thuis en in  de
       vrije tijd (EHLASS)

       Een  nieuw  voorstel voor een besluit zal door de Commissie  voor  de
       periode 1994-1998 worden opgesteld. Het zou door de Commissie in  het
       eerste kwartaal van 1994 kunnen worden goedgekeurd en vervolgens  aan
       de  Raad worden toegezonden. De rechtsgrondslag van het voorstel  zal
       gebaseerd  zijn  op artikel 139A van het Verdrag inzake  de  Europese
       Unie dat de medebeslissingsprocedure met het Parlement inhoudt.

                                     * * *

Side Bar