Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Inbreukenpakket voor januari: voornaamste beslissingen

Brussel, 24 januari 2019

Overzicht per beleidsterrein

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie ("de Commissie") tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse sectoren en beleidsterreinen van de EU en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, gegroepeerd per beleidsterrein. Ook sluit de Commissie 87 procedures waarin de problemen met de betrokken lidstaten zijn opgelost, zodat de Commissie de procedure niet hoeft voort te zetten.

Zie voor nadere informatie over de EU-inbreukprocedure MEMO/12/12. Zie voor meer details over alle beslissingen het register van inbreukbeslissingen.

 

1. Landbouw en Plattelandsontwikkeling

(meer informatie: Daniel Rosario - tel. +32 229-56185, Clémence Robin – tel. +32 229-52509)

Met redenen omklede adviezen

Geografische aanduidingen: Commissie verzoekt BULGARIJE nationaal kader inzake geografische aanduidingen af te schaffen

Vandaag heeft de Commissie besloten om een volgende stap in de inbreukprocedure te nemen door Bulgarije een met redenen omkleed advies te sturen met betrekking tot zijn wet inzake merken en geografische aanduidingen van 1 september 1999. Bulgarije houdt sinds 2008 een nationaal register van geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen bij. De Commissie is van mening dat een nationale bescherming van geografische aanduidingen niet verenigbaar is met de EU-wetgeving inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (Verordening (EU) nr. 1151/2012). Volgens vaste EU-rechtspraak – het arrest Budĕjovický Budvar uit 2009 (C-478/07) en het arrest EUIPO uit 2017 (C-56/16 P) – voorziet deze EU-verordening in een uniforme en uitputtende beschermingsregeling voor geografische aanduidingen die binnen de werkingssfeer ervan vallen. Bulgarije had deze nationale registratieregeling met ingang van de datum van toetreding tot de EU in 2007 moeten intrekken en had de bestaande nationale geografische aanduidingen slechts gedurende 12 maanden na de datum van de toetreding kunnen beschermen als het gedurende deze korte periode daartoe een aanvraag op EU-niveau had ingediend. De Commissie heeft met een aanmaningsbrief aan de Bulgaarse autoriteiten in januari 2018 een inbreukprocedure ingeleid. Bulgarije heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Geografische aanduidingen: Commissie roept DENEMARKEN op de bescherming van oorsprongsbenaming "Feta" te handhaven

De Commissie heeft vandaag besloten Denemarken een met redenen omkleed advies te sturen omdat de Deense autoriteiten hun verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (Verordening (EU) nr. 1151/2012) niet naar behoren nakomen. De Commissie is van mening dat Denemarken er niet in is geslaagd om de schending van de EU-verordening door in Denemarken gevestigde bedrijven die witte kaas produceren (en/of invoeren uit andere landen) en vervolgens als "Feta" uitvoeren naar derde landen, te voorkomen of te stoppen. Dit wordt beschouwd als misleidende etikettering die niet in overeenstemming is met de EU-voorschriften van het productdossier voor de beschermde oorsprongsbenaming (BOB). "Feta" is sinds 2002 een geregistreerde BOB. De EU-verordening beschermt geregistreerde benamingen tegen verschillende soorten misbruik, waaronder direct of indirect commercieel gebruik van een geregistreerde naam voor producten die vergelijkbaar zijn met de onder deze naam geregistreerde producten, of gebruik van een naam waarmee misbruik van de faam van deze naam wordt beoogd. Productnamen die zijn geregistreerd als BOB, hebben de sterkste band met de geografische plaats waar zij worden geproduceerd. De Commissie heeft de inbreukprocedure tegen Denemarken in januari 2018 ingeleid. Denemarken heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de door de Commissie opgeworpen bezwaren, anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

 

2. Mededinging

(meer informatie: Ricardo Cardoso - tel. +32 229-80100, Maria Tsoni – tel. +32 229-90526)

Aanmaningsbrief

Staatssteun: Commissie verzoekt GRIEKENLAND om onwettige steun terug te vorderen van mijnbouwonderneming LARCO

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Griekenland een aanmaningsbrief te sturen betreffende de niet-uitvoering door Griekenland van het arrest van het Hof van 9 november 2017 (zaak C-481/16, Europese Commissie/Helleense Republiek). In dat arrest heeft het Hof Griekenland veroordeeld voor het niet-uitvoeren van de terugvorderingsbeschikking van de Commissie van 27 maart 2014, waarin Griekenland werd gelast de onwettige en onverenigbare steun van 135,8 miljoen EUR terug te vorderen van LARCO General Mining and Metallurgical Company S.A. Deze steun werd aan LARCO verleend in de vorm van overheidsgaranties en kapitaalinjecties. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en aan te tonen dat de steun is teruggevorderd. Anders kan de Commissie besluiten Griekenland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen en het Hof verzoeken Griekenland een forfaitaire som en financiële sancties op te leggen.

Sluitingen

Mededingingsbeleid: Commissie sluit inbreukprocedures tegen drie lidstaten met betrekking tot omzetting in nationaal recht van richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuk op het mededingingsrecht.

De Europese Commissie heeft besloten de inbreukprocedures tegen Bulgarije, Griekenland en Portugal te sluiten, aangezien deze landen de richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuk op het mededingingsrecht (Richtlijn 2014/104/EU) in nationaal recht hebben omgezet. Deze richtlijn stelt burgers en bedrijven in staat schadevergoeding te eisen wanneer zij het slachtoffer zijn van inbreuken op het EU-mededingingsrecht zoals kartels of misbruik van dominante marktposities. Zij geeft de slachtoffers ook makkelijker toegang tot bewijsmateriaal dat zij nodig hebben om de geleden schade aan te tonen, en meer tijd om hun eisen in te dienen. De richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuk op het mededingingsrecht maakt daarom een wezenlijk deel uit van de handhaving van het EU-mededingingsrecht. De lidstaten moesten haar uiterlijk op 27 december 2016 in nationaal recht hebben omgezet. Zeven lidstaten hebben dat op tijd gedaan. Na de inleiding van de inbreukprocedures wegens het ontbreken van mededeling van omzettingsmaatregelen, hebben 18 lidstaten de richtlijn in 2017 omgezet. Bulgarije, Griekenland en Portugal hebben dit in de eerste helft van 2018 gedaan. De Commissie controleert momenteel de conformiteit van de 28 nationale omzettingsmaatregelen.

 

3. Digitale eengemaakte markt

(meer informatie: Nathalie Vandystadt - tel. +32 229-67083, Marietta Grammenou – tel. +32 229-83583)

Sluitingen

Cyberbeveiliging: Commissie sluit inbreukprocedures tegen FRANKRIJK, IERLAND, KROATIË, NEDERLAND, PORTUGAL en SPANJE

De Europese Commissie heeft vandaag besloten tot sluiting van de door haar ingeleide inbreukprocedures tegen Frankrijk, Ierland, Kroatië, Nederland, Portugal en Spanje vanwege hun verzuim de eerste EU-brede wetgeving inzake regels voor cyberbeveiliging (de richtlijn inzake de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, Richtlijn (EU) 2016/1148) vóór 9 mei 2018 om te zetten in hun nationale wetgeving. De Commissie heeft dit besluit genomen omdat deze lidstaten hebben kunnen aantonen dat de omzetting van de nieuwe regels in nationale wetgeving in overeenstemming is met de richtlijn. De richtlijn beoogt een gelijkmatig hoog niveau van veiligheid van netwerk- en informatiesystemen in de hele EU te verwezenlijken door de nationale vermogens op het gebied van cyberbeveiliging te ontwikkelen. Daarnaast beoogt de richtlijn een grotere samenwerking op EU-niveau, alsmede de invoering van verplichtingen op het gebied van veiligheid en het melden van incidenten voor exploitanten van essentiële diensten en aanbieders van digitale diensten. De Commissie heeft in juli 2018 een inbreukprocedure ingeleid door de betrokken lidstaten op te roepen het omzettingsproces te voltooien. De Commissie zal deze elf openstaande inbreukzaken wegens een gebrek aan volledige omzetting van de richtlijn in de gaten blijven houden en verwacht in de komende maanden een diepgaander overzicht van de omzetting in de EU te krijgen. Zie voor meer informatie over de manier waarop de lidstaten hun capaciteit inzake cyberveiligheid opbouwen, de stand van zaken omtrent de omzetting van de richtlijn en de vragen en antwoorden. Zie ook dit informatieblad over alle maatregelen van de EU ter verhoging van cyberbeveiliging.

 

4. Economische en Financiële Zaken

(meer informatie: Annika Breidthardt - tel. +32 229-56153, Enda McNamara– tel. +32 229-64976)

Een verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Commissie daagt SLOVENIË voor Hof wegens niet-naleving van de beschermde status van ECB-documenten en gebrek aan loyale samenwerking

De Europese Commissie heeft besloten Slovenië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens de schending van de onschendbaarheid van de archieven van de Europese Centrale Bank (ECB) en de verplichting tot loyale samenwerking in de context van de inbeslagname van ECB-documenten die plaatsvond bij de Sloveense centrale bank. Op 6 juli 2016 is door de Sloveense autoriteiten, in het kader van een nationaal onderzoek tegen ambtenaren van de centrale bank dat geen verband hield met de taken van de ECB, bij de Sloveense centrale bank informatie in beslag genomen, waaronder documenten en IT-apparatuur van de ECB. De ECB had geen voorafgaande toestemming gegeven voor de inbeslagname van deze documenten en de latere pogingen van de ECB om de kwestie in der minne te schikken hebben geen resultaat opgeleverd. De pogingen van de Commissie om duidelijkheid te krijgen over de feiten en omstandigheden waren niet succesvol. Deze pogingen omvatten een EU Pilot-brief in december 2016, een aanmaningsbrief in mei 2017 en een met redenen omkleed advies in juli 2018. De Commissie blijft in nauw contact met de ECB over deze kwestie. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

5. Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

(meer informatie: Christian Wigand - tel. +32 229-62253, Sara Soumillion – tel. +32 229-67094)

Met redenen omklede adviezen

Vrij verkeer van werknemers: Commissie verzoekt CYPRUS, FRANKRIJK, IERLAND en ROEMENIË kennis te geven van volledige omzetting van voorschriften inzake aanvullende pensioenrechten voor mobiele werknemers

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Cyprus, Frankrijk, Ierland en Roemenië met redenen omklede adviezen te sturen, aangezien deze landen nog geen melding hebben gemaakt van de volledige omzetting van de EU-voorschriften inzake aanvullende pensioenrechten (de richtlijn meeneembaarheid pensioenen, Richtlijn 2014/50/EU) in nationaal recht. De richtlijn stelt de minimumeisen vast inzake de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten. Deze richtlijn is belangrijk om de mobiliteit van arbeidskrachten te bevorderen door de aanvullende pensioenrechten van mobiele werknemers te beschermen. In april 2014 zijn de lidstaten overeengekomen deze richtlijn om te zetten en de nationale omzettingsmaatregelen uiterlijk in mei 2018 mee te delen aan de Commissie. De Commissie heeft deze landen al in juli 2018 een aanmaningsbrief gezonden. Alle vier de landen hebben geantwoord dat het omzettingsproces aan de gang was. Aangezien de Commissie nog steeds geen kennisgeving heeft ontvangen met betrekking tot de volledige omzetting, heeft zij nu besloten een met redenen omkleed advies te sturen. Als de lidstaten hun verplichtingen niet binnen twee maanden nakomen, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Aanmaningsbrief

Indexering van gezinsbijslagen: Commissie leidt inbreukprocedure in tegen OOSTENRIJK

Vandaag heeft de Commissie besloten tot het sturen van een aanmaningsbrief aan Oostenrijk. De brief betreft nieuwe wetgeving uit hoofde waarvan de gezinsbijslagen en korting op de gezinsbelasting van EU-burgers die in Oostenrijk werken, wordt geïndexeerd wanneer hun kinderen in het buitenland wonen. Met ingang van 1 januari 2019 worden in Oostenrijk gezinsbijslagen en korting op de gezinsbelasting die worden betaald voor kinderen die in een andere lidstaat wonen afhankelijk gesteld van de kosten van levensonderhoud in die lidstaat. Dit betekent dat talrijke EU-burgers die in Oostenrijk wonen en daar op dezelfde manier als lokale werknemers bijdragen aan het socialezekerheids- en belastingstelsel minder bijslagen zouden ontvangen alleen omdat hun kinderen in een andere lidstaat wonen. De EU-regels betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (Verordening (EG) nr. 883/2004) staan niet toe dat een lidstaat uitkeringen verlaagt die zijn toegekend aan personen die uit hoofde van de wetgeving van die lidstaat zijn verzekerd, alleen omdat zijzelf of hun familieleden in een andere lidstaat wonen. Deze regels verbieden ook discriminatie op grond van nationaliteit. Gezinsbijslagen verlagen alleen omdat de kinderen in het buitenland wonen, is een schending van de EU-regels betreffende de sociale zekerheid en van het beginsel van gelijkheid van behandeling van werknemers die onderdaan zijn van een andere lidstaat op het vlak van sociale en belastingvoordelen (Verordening (EU) nr. 492/2011). Door de verzending van een aanmaningsbrief naar Oostenrijk heeft de Europese Commissie de inbreukprocedure officieel ingeleid. Oostenrijk heeft nu twee maanden om op de bezwaren van de Commissie te antwoorden, anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

6. Energie

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen - tel. +32 229-56186, Lynn Rietdorf – tel. +32 229-74959)

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie en aanmaningsbrieven

Energie-efficiëntie van gebouwen: Commissie daagt TSJECHIË en SLOVENIË voor Hof wegens verzuim om correcte weergave van energieprestatiecertificaten voor gebouwen te waarborgen

Vandaag heeft de Europese Commissie besloten Slovenië en Tsjechië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens niet-naleving van de richtlijn energieprestatie van gebouwen (Richtlijn 2010/31/EU). In het kader van deze richtlijn moeten de lidstaten minimumeisen voor de energieprestatie van alle gebouwen vaststellen en toepassen, de energieprestatiecertificering van gebouwen waarborgen en een regelmatige keuring van verwarmings- en airconditioningsystemen verplicht stellen. Bovendien verplicht de richtlijn de lidstaten om ervoor te zorgen dat uiterlijk 2021 alle nieuwe gebouwen "bijna-energieneutrale gebouwen" zijn. De richtlijn verplicht de lidstaten ook om ervoor te zorgen dat de energieprestatiecertificaten worden geafficheerd in bepaalde gebouwen die veel door het publiek worden bezocht. Deze regel moet het publiek bewust maken van het belang van efficiënt energieverbruik en zorgen voor stimulansen voor renovaties. In 2015 vestigde de Commissie de aandacht van de nationale autoriteiten op de onjuiste omzetting van deze verplichting en zij stuurde in de loop van 2017 en 2018 officiële brieven aan beide lidstaten. Tot op heden is de wetgeving van de lidstaten op dit gebied nog niet in overeenstemming met de richtlijn. Daarnaast heeft de Commissie besloten om inbreukprocedures tegen Kroatië en Roemenië in te leiden, aangezien de twee lidstaten nog geen voortgangsverslagen hebben ingediend over de verwezenlijking van de kostenoptimale niveaus van de minimumeisen inzake energieprestatie van gebouwen en onderdelen ervan. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Met redenen omkleed advies

Basisveiligheidsnormen: Commissie dringt bij ITALIË aan op omzetting van EU-recht

De Commissie heeft vandaag besloten om Italië een met redenen omkleed advies te sturen met het verzoek om de nieuwe richtlijn inzake basisveiligheidsnormen (Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad) om te zetten. De lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk op 6 februari 2018 hebben omgezet. De nieuwe richtlijn moderniseert en consolideert de Europese wetgeving op het gebied van stralingsbescherming. In de richtlijn worden ook basisveiligheidsnormen vastgesteld om werknemers, de bevolking en patiënten te beschermen tegen de gevaren die zijn verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling. Daarnaast bevat de richtlijn bepalingen voor paraatheid en reactie op noodsituaties, die werden versterkt naar aanleiding van het nucleaire ongeval in Fukushima. De betrokken lidstaat heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op het met redenen omkleed advies en zijn omzettingsmaatregelen mee te delen; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Met redenen omklede adviezen en aanmaningsbrieven

Duurzame biobrandstoffen: Commissie verzoekt zes lidstaten om omzetting van EU-voorschriften inzake indirecte veranderingen in landgebruik in verband met benzine en diesel

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Duitsland en Letland een met redenen omkleed advies en Finland, Frankrijk, Ierland en Tsjechië aanmaningsbrieven te sturen omdat zij de EU-regels betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof en de bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (Richtlijn (EU) 2015/1513) niet volledig hebben omgezet in hun nationale recht. Deze richtlijn is bedoeld om het risico van indirecte veranderingen in landgebruik in verband met de productie van biobrandstoffen te verminderen. Indirecte verandering in landgebruik doet zich voor wanneer landbouwgrond die wordt gebruikt voor de teelt van gewassen voor consumptie of voederdoeleinden wordt gebruikt voor de teelt van gewassen voor de productie van biobrandstoffen; hierdoor ontstaat er een grotere noodzaak om gebruik te maken van andere (niet-gebruikte) grond voor de teelt van gewassen voor levensmiddelen en doeleinden om aan de vraag te voldoen voor levensmiddelen en diervoeders, hetgeen gevolgen heeft voor de uitstoot van broeikasgassen. Het CO 2 -gehalte in de atmosfeer neemt bijvoorbeeld toe wanneer landbouwgrond wordt uitgebreid naar land met grote koolstofvoorraden, zoals bossen, wetlands en veengebieden. De richtlijn omvat ook de voorbereiding voor de overgang naar geavanceerde biobrandstoffen die zijn geproduceerd uit materialen zoals afval en residuen. Op grond van de richtlijn moesten de lidstaten de EU-wetgeving omzetten en deze maatregelen uiterlijk 10 december 2017 aan de Commissie meedelen. De betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de door de Commissie opgeworpen bezwaren; anders kan de Commissie besluiten over te gaan tot de volgende fase van de inbreukprocedure, waaronder verwijzing naar het Hof van Justitie van de EU naar aanleiding van de vandaag verstuurde met redenen omklede adviezen.

Aanmaningsbrieven

Energie-efficiëntie: Commissie verzoekt 15 lidstaten om EU-wetgeving na te leven

De Europese Commissie heeft vandaag besloten België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Polen, Portugal en Tsjechië een aanmaningsbrief te sturen met het formele verzoek om correcte omzetting van de richtlijn energie-efficiëntie (Richtlijn 2012/27/EU) in nationaal recht. In de richtlijn uit 2012 wordt een gemeenschappelijk kader met maatregelen vastgesteld voor de bevordering van energie-efficiëntie binnen de EU om ervoor te zorgen dat de EU de doelstelling van 20 % meer energie-efficiëntie voor 2020 haalt en om de weg te effenen voor verdere verbeteringen van de energie-efficiëntie na die datum. Krachtens de richtlijn moeten alle EU-lidstaten in alle stadia van de energieketen, van productie tot eindverbruik, efficiënter gebruikmaken van energie. De lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd. Als zij binnen deze twee maanden geen maatregelen nemen, kan de Commissie de desbetreffende autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Nucleair afval: Commissie dringt bij LETLAND aan op correcte omzetting van EU-recht

De Commissie heeft vandaag besloten Letland een aanmaningsbrief te sturen, aangezien het land de EU-wetgeving inzake het veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad) niet correct heeft omgezet. De richtlijn stelt een Europees kader vast ter waarborging van een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval – waaronder de afvalstoffen die afkomstig zijn van niet-energetische toepassingen van nucleaire en stralingstechnologie – om te voorkomen dat er een onredelijke last op de toekomstige generaties wordt gelegd. Deze regelingen beogen werknemers en de bevolking te beschermen tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren. Bovendien vereist de richtlijn dat aan het publiek de nodige informatie wordt verstrekt en dat het publiek betrokken wordt bij het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, met inachtneming van de beveiliging en de eigendom van de informatie. De lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk op 23 augustus 2013 hebben omgezet. Na de beoordeling van het nationale programma door de Commissie, is de Commissie van mening dat de Letse autoriteiten een aantal voorschriften van de richtlijn onvoldoende hebben aangepakt. Letland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie een met redenen omkleed advies sturen.

 

7. Milieu

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Daniela Stoycheva – tel. +32 229-53664)

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Commissie daagt SPANJE voor Hof wegens verzuim stappen te ondernemen voor bescherming tegen overstromingen

De Europese Commissie daagt Spanje voor het Hof van Justitie van de EU in verband met niet-eerbiediging van EU-regels over preventie van overstromingen (de Overstromingsrichtlijn, Richtlijn 2007/60/EG). De richtlijn is gericht op de vermindering en de beheersing van de risico's van overstromingen voor de menselijke gezondheid, het milieu, de economische bedrijvigheid en het culturele erfgoed. Op grond van EU-recht hadden de lidstaten uiterlijk op 22 maart 2016 overstromingsrisicobeheerplannen moeten voltooien en bekendmaken en de Commissie hiervan in kennis moeten stellen. Nadat Spanje de oorspronkelijke termijn had laten verstrijken, heeft de Commissie in maart 2018 de inbreukprocedure ingeleid met een aanmaningsbrief aan de Spaanse autoriteiten. De Commissie drong er bij hen op aan overstromingsrisicobeheerplannen voor alle zeven stroomgebiedsdistricten op de Canarische Eilanden (El Hierro, Fuerteventura, Gran Canaria, La Gomera, La Palma, Lanzarote en Tenerife) te voltooien, bekend te maken en hiervan te kennis te geven. Aangezien dit niet is gedaan, heeft de Commissie Spanje in juli 2018 een met redenen omkleed advies gezonden. Aangezien deze situatie aanhoudt in de zeven stroomgebiedsdistricten op de Canarische eilanden, heeft de Commissie besloten om Spanje voor het Hof van Justitie van de EU te dagen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Commissie daagt Spanje voor Hof wegens niet beschermen van Doñana-wetland

De Europese Commissie daagt Spanje voor het Hof van Justitie van de EU omdat het geen adequate maatregelen heeft genomen ter bescherming van de grondwaterlichamen die het Doñana-wetland voeden, zoals de EU-wetgeving inzake water (kaderrichtlijn water, Richtlijn 2000/60/EG) vereist. Spanje heeft evenmin passende maatregelen genomen om een verslechtering van de beschermde habitats in dat gebied te voorkomen, en heeft aldus de EU-natuurwetgeving geschonden. Het Doñana-wetland is een van de grootste van Europa en herbergt een grote diversiteit van ecosystemen. Er is een grote verscheidenheid aan fauna en flora, waaronder ernstig bedreigde soorten, zoals de keizerarend, de pardellynx en de Moorse landschildpad. Wegens zijn strategische ligging maakt Doñana elk jaar ook deel uit van de migratieroute van miljoenen Europese vogels. Deze unieke biodiversiteit is beschermd uit hoofde van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) en de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG), aangezien het nationaal park Doñana en de omgeving verschillende gebieden omvat die Spanje als Natura 2000-gebieden heeft aangewezen. Het besluit van vandaag volgt op een met redenen omkleed advies aan de Spaanse autoriteiten van april 2016. De Commissie vreest dat de toestand van het wetland verder zal verslechteren, aangezien Spanje zijn verplichtingen op grond van de kaderrichtlijn water en de habitatrichtlijn niet nakomt. De maatregelen voor het duurzame beheer van de watervoorraden en de instandhouding van de habitats in Doñana zijn ontoereikend en worden bovendien slecht toegepast. Derhalve heeft deCommissiebesloten Spanje voor het Hof van Justitie van de EU te dagen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt ITALIË, LETLAND en OOSTENRIJK uitvoering te geven aan EU-voorschriften inzake toegang tot genetische rijkdommen

De Europese Commissie verzoekt Italië, Letland en Oostenrijk om meer inspanningen te leveren om uitvoering te geven aan de EU-wetgeving die ervoor wil zorgen dat genetische rijkdommen waartoe in andere landen toegang is verkregen en die in de EU worden gebruikt, toegankelijk zijn in overeenstemming met de door die landen gestelde eisen inzake toegang en verdeling van voordelen in de zin van het Protocol van Nagoya. Genetische rijkdommen betreffen genetisch materiaal van plantaardige, dierlijke of microbiële herkomst, zoals geneeskrachtige planten, landbouwgewassen en diersoorten die feitelijke of potentiële waarde hebben. Als een land eisen inzake toegang en verdeling van voordelen heeft vastgesteld, moeten gebruikers die dat genetisch materiaal wensen te verkrijgen ten behoeve van onderzoek, instandhouding of commerciële of industriële toepassingen aan die eisen voldoen, zoals voorgeschreven in de EU-verordening inzake toegang en verdeling van voordelen (Verordening (EU) nr. 511/2014). Na de inwerkingtreding van de verordening in juni 2014 moesten de lidstaten de nodige maatregelen nemen om te zorgen voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van de verordening. Met name moeten de lidstaten bevoegde autoriteiten aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de verordening, en de Commissie daarvan in kennis stellen. Aangezien Italië, Letland en Oostenrijk geen kennis hebben gegeven van wetgeving waarmee dergelijke autoriteiten worden aangewezen of waarmee sancties worden vastgesteld, heeft de Commissie besloten die lidstaten een met redenen omkleed advies te sturen. Zij hebben nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen; anders kan de Commissie hen voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Drinkwater: Commissie verzoekt ITALIË te zorgen voor veilig drinkwater voor zijn burgers

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Italië een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (drinkwaterrichtlijn, Richtlijn 98/83/EG van de Raad) en het toestaan dat de parameterwaarden voor arseen en fluoride in sommige gebieden worden overschreden. De richtlijn beoogt de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water door ervoor te zorgen dat het gezond en schoon is. Het EU-recht schrijft voor dat drinkwater vrij moet zijn van micro-organismen, parasieten en stoffen die een potentieel gevaar vormen voor de volksgezondheid. Het drinkwater in 16 voorzieningsgebieden in de regio Lazio, provincie Viterbo, overschreed gedurende lange tijd de parameters voor arseen en/of fluoride. Dit kan een risico voor de volksgezondheid opleveren, vooral voor kinderen jonger dan 3 jaar. De Commissie heeft in 2014 een aanmaningsbrief gestuurd, maar de Italiaanse autoriteiten hebben nog geen passende maatregelen genomen en hebben niet voldaan aan hun verplichting om consumenten voor te lichten, te adviseren en kennis te geven van de gevolgen voor de gezondheid. Italië heeft twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen. Anders kan de Commissie besluiten Italië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Lawaai: Commissie verzoekt POLEN zijn burgers te beschermen tegen geluidshinder

De Commissie verzoekt Polen te voldoen aan de belangrijkste bepalingen van de richtlijn omgevingslawaai (Richtlijn 2002/49/EG), die de geluidshinder in de EU wil beperken. Omgevingslawaai — veroorzaakt door het weg-, spoorweg- en luchtverkeer, de industrie, de bouwsector en enkele andere buitenactiviteiten — is – na luchtverontreiniging – de op een na belangrijkste oorzaak van vroegtijdige sterfte in de EU. De richtlijn verplicht de lidstaten om lawaaiactieplannen vast te stellen om de geluidsniveaus te handhaven (als zij in overeenstemming zijn met de nationale grenswaarden) of, indien deze waarden overschreden worden, om ze daarmee in overeenstemming te brengen. De Commissie heeft Polen in mei 2017 een aanmaningsbrief gestuurd. Hoewel enige vooruitgang is geboekt, moeten de Poolse autoriteiten nog steeds hun herziene strategische geluidsbelastingkaarten en actieplannen voor verschillende agglomeraties en lawaaiactieplannen voor de belangrijke wegen, spoorwegen en de luchthaven Warschau Chopin vaststellen. Daarom heeft de Commissie vandaag besloten een met redenen omkleed advies te sturen, waarbij Polen twee maanden de tijd krijgt om de situatie te verhelpen. Anders kan de Commissie besluiten Polen voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Natuurbescherming: Commissie verzoekt SLOWAKIJE bosbeheer te verbeteren

De Commissie heeft vandaag beslist Slowakije een met redenen omkleed advies te sturen omdat het verzuimt adequate natuurbeschermingsmaatregelen te nemen, wat leidt tot een aanzienlijke daling van de vogelpopulaties. De EU-voorschriften inzake habitats (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) en vogels (Richtlijn 2009/147/EG) voorzien in de totstandbrenging van Natura 2000, een netwerk van beschermde gebieden in de hele EU die een buffer vormen tegen potentieel schadelijke ontwikkelingen. Op grond van deze wetgeving moeten bosbeheerplannen en activiteiten zoals kappen in beschermde gebieden aan een beoordeling van de gevolgen ervan voor Natura 2000-gebieden worden onderworpen voordat een vergunning kan worden verleend. De Slowaakse bosbeheerplannen en de wijzigingen daarvan, alsmede sanitaire houtkap om plagen te voorkomen, moeten worden beoordeeld op hun gevolgen. Tot dusver ontbreken deze bepalingen in de Slowaakse wetgeving. De Commissie meent dan ook dat Slowakije de verplichting van de habitatrichtlijn dat projecten in beschermde Natura 2000-gebieden moeten worden onderworpen aan een passende beoordeling van hun gevolgen voor die gebieden, niet juist heeft omgezet. Een van de gevolgen daarvan is dat de populatie van het auerhoen (Tetrao urogallus), het grootste korhoen ter wereld, sinds de toetreding van Slowakije tot de EU in 2004 in de speciale beschermingszones (SBZ's) is gehalveerd. De Commissie meent dan ook dat Slowakije geen passende maatregelen heeft genomen om de verslechtering van de habitats van het auerhoen en de aanzienlijke verstoring van deze soort te voorkomen, en de habitatrichtlijn dus niet correct toepast. Voorts heeft Slowakije nog geen voldoende speciale beschermingsmaatregelen voor het auerhoen vastgesteld, zoals de vogelrichtlijn en de beheersplannen voor de betrokken speciale beschermingszones voorschrijven. Slowakije heeft twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Met redenen omkleed advies en sluitingen

Stedelijk afvalwater: Commissie dringt bij LETLAND en LITOUWEN aan op verbetering van behandeling van hun afvalwater en sluit twee zaken

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Letland en Litouwen een met redenen omkleed advies te sturen omdat zij niet garanderen dat alle agglomeraties met meer dan 2 000 inwoners beschikken over geschikte systemen voor het opvangen en behandelen van stedelijk afvalwater, zoals vereist op grond van de EU-voorschriften in de richtlijn behandeling van stedelijk afvalwater (Richtlijn 91/271/EEG van de Raad). De richtlijn wil het milieu in de EU beschermen tegen de nadelige gevolgen van stedelijk afvalwater, zoals de verrijking van het water door nutriënten. Nutriënten leiden tot een versnelde groei van algen, die het evenwicht van in het water levende organismen en de kwaliteit van het water verstoren. De EU-wetgeving bevat ook voorschriften voor het opvangen, de behandeling en de lozing van afvalwater. Volgens de Commissie voldoen 14 agglomeraties in Letland en 54 agglomeraties in Litouwen niet aan verschillende bepalingen van de richtlijn. Beide landen moeten ook eisen stellen voor opvangsystemen, lozingen van zuiveringsinstallaties, industrieel afvalwater en de referentiemethoden voor controle en beoordeling van de resultaten. Letland en Litouwen hebben nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen; anders kan de Commissie deze twee lidstaten voor het Hof van Justitie van de EU dagen. Verder sluit de Commissie inbreukprocedures tegen België en Luxemburg, die de richtlijn nu correct toepassen. In België voldoen alle 48 agglomeraties waarop het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 2014 (Commissie/België,C-395/13) betrekking had, thans aan de EU-regels inzake stedelijk afvalwater. Luxemburg heeft uitvoering gegeven aan het arrest van het Hof in de zaken Commissie/Luxemburg van 2013 (C-576/11) en 2006 (C-452/05).

Aanmaningsbrieven

Natuurbescherming: Commissie verzoekt BULGARIJE, DUITSLAND en ITALIË Natura 2000-netwerk te voltooien

De Europese Commissie dringt er bij Bulgarije, Duitsland en Italië op aan hun verplichtingen in het kader van de EU-regelgeving voor de instandhouding van natuurlijke habitats en beschermde soorten in het Natura 2000-netwerk (habitatrichtlijn, Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) na te komen. De lidstaten moeten op de EU-lijst geplaatste gebieden van communautair belang aanwijzen als speciale beschermingszones (SBZ's). Zij moeten ook de nodige instandhoudingsmaatregelen vaststellen om de beschermde soorten en habitats in stand te houden of in een betere toestand te brengen. Dit moet gebeuren binnen zes jaar na de opneming van deze gebieden in de EU-lijst van gebieden van communautair belang (GCB's). Dit zijn essentiële vereisten voor de bescherming van de biodiversiteit in de EU. Bulgarije heeft binnen de gestelde termijn maar 9 van de 230 gebieden van communautair belang aangewezen als speciale beschermingszones, en heeft in het algemeen en bij voortduring verzuimd om voor elk daarvan locatiespecifieke gedetailleerde instandhoudingsdoelstellingen en -maatregelen vast te stellen. Duitsland heeft nagelaten binnen de gestelde termijn 787 van de 4606 gebieden aan te wijzen. Het heeft ook in het algemeen en bij voortduring verzuimd voldoende gedetailleerde instandhoudingsdoelstellingen vast te stellen voor alle Natura 2000-gebieden. Volgens de Commissie heeft Duitsland ook verzuimd ervoor te zorgen dat de overheden in zes regio's actief en systematisch beheersplannen bekendmaken aan het publiek. In Italië zijn 463 gebieden van communautair belang waarvoor de termijn is verstreken nog niet aangewezen als speciale beschermingszones. Voorts heeft Italië in het algemeen en bij voortduring verzuimd locatiespecifieke gedetailleerde instandhoudingsdoelstellingen vast te stellen en niet de nodige instandhoudingsmaatregelen vastgesteld die beantwoorden aan de ecologische vereisten van de typen natuurlijke habitats in alle 19 regio's en 2 autonome provincies. De Commissie stuurt daarom een aanvullende aanmaningsbrief aan Italië en Duitsland, en een aanmaningsbrief aan Bulgarije. De lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Biodiversiteit: Commissie verzoekt 9 lidstaten milieu te beschermen tegen invasieve uitheemse soorten

De Europese Commissie verzoekt Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Polen, Portugal, Slowakije, Spanje en Tsjechië om de Verordening inzake invasieve uitheemse soorten (Verordening nr. 1143/2014) beter uit te voeren. Invasieve uitheemse soorten zijn dieren en planten die zich vestigen buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied, zich snel verspreiden en inheemse soorten wegconcurreren, met ernstige economische en ecologische gevolgen. Nadat de verordening op 1 januari 2015 in werking is getreden, moesten de lidstaten afschrikkende sancties invoeren, en de lidstaten met ultraperifere gebieden moesten voor die gebieden specifieke lijsten van invasieve uitheemse soorten vaststellen en de Commissie hiervan op de hoogte brengen. De betrokken lidstaten hebben de Commissie niet in kennis gesteld van hun sancties of van de lijst van invasieve uitheemse soorten voor ultraperifere gebieden, of beide. De Commissie heeft daarom besloten die lidstaten een aanmaningsbrief te sturen en hun twee maanden de tijd te geven om te reageren; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Luchtkwaliteit: Commissie verzoekt GRIEKENLAND luchtverontreiniging aan te pakken

De Commissie dringt er bij Griekenland op aan de EU-regels inzake schone lucht in acht te nemen en maatregelen te nemen om een goede luchtkwaliteit te waarborgen en de volksgezondheid te beschermen (Richtlijn 2008/50/EG). De EU-wetgeving voorziet in grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2). Wanneer die grenswaarden worden overschreden, moeten de lidstaten luchtkwaliteitsplannen vaststellen met passende maatregelen om zo snel mogelijk een einde te maken aan de overschrijding. In de agglomeratie Athene ligt het stikstofdioxideniveau sinds 2010 boven de in de richtlijn vastgestelde grenswaarde. Griekenland heeft in de periode 2010-2014 echter nagelaten te zorgen voor de naleving van de jaarlijkse grenswaarde voor NO2 in Athene en heeft geen luchtkwaliteitsplan opgesteld waarin de noodzakelijke maatregelen om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden in kaart worden gebracht. Daarnaast heeft Griekenland in de zone Thessaloniki ook niet voldoende bemonsteringspunten ingesteld om te zorgen voor een goede monitoring van de NO2-concentratie. Ten slotte heeft Griekenland ook geen volledig verslag inzake luchtkwaliteit ingediend, zoals Uitvoeringsbesluit 2011/850/EU van de Commissie vereist. Aangezien Griekenland nog niet aan al deze verplichtingen heeft voldaan, stuurt de Commissie een aanmaningsbrief. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de door de Commissie opgeworpen bezwaren; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Luchtkwaliteit: Commissie verzoekt FRANKRIJK en ZWEDEN burgers te beschermen tegen luchtverontreiniging

De Commissie verzoekt Frankrijk en Zweden om hun wetgeving inzake luchtkwaliteit in overeenstemming te brengen met de Europese voorschriften inzake de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (Richtlijn 2008/50/EG). De richtlijn stelt luchtkwaliteitsdoelstellingen vast, met inbegrip van ambitieuze, kosteneffectieve streefdoelen om tegen 2020 de volksgezondheid en de milieukwaliteit te verbeteren. Zij bepaalt ook hoe dit moet worden beoordeeld en welke corrigerende maatregelen moeten worden genomen als niet aan de normen is voldaan. De omzetting van verschillende bepalingen van deze richtlijn in het nationale recht, waaronder de verplichting om passende maatregelen te nemen om de perioden waarin de grenswaarden worden overschreden zo kort mogelijke te houden, vertoont in deze lidstaten tekortkomingen. De Commissie stuurt daarom aanmaningsbrieven, waarbij Frankrijk en Zweden twee maanden de tijd krijgen om te antwoorden op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Elektrisch en elektronisch afval: Commissie dringt bij ESTLAND en ROEMENIË aan op verbetering van beheer van elektrisch en elektronisch afval

De Commissie heeft besloten Estland en Roemenië een aanmaningsbrief te sturen wegens tekortkomingen in hun omzetting van de EU-regels betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Richtlijn 2012/19/EU). Afval van elektrische en elektronische apparatuur, zoals computers, televisies, koelkasten en mobiele telefoons, vormt een van de snelst groeiende afvalstromen in de EU en zal naar verwachting toenemen tot meer dan 12 miljoen ton in 2020. Indien deze niet naar behoren wordt beheerd, kan de gevaarlijke inhoud ervan ernstige milieu- en gezondheidsproblemen veroorzaken. Aan Estland wordt een brief gezonden wegens tekortkomingen zoals onvolledige definities van belangrijke begrippen, een gebrek aan duidelijkheid in de verplichtingen die worden opgelegd aan producenten, en het niet eisen van bewijzen wanneer afval van elektrische en elektronische apparatuur wordt uitgevoerd naar landen buiten de EU. De Commissie stuurt Roemenië een aanmaningsbrief wegens onjuiste bepalingen en onvolledige weergave van de EU-wetgeving, inconsistenties met betrekking tot inzamelingsinrichtingen, en het ontbreken van een specifieke bepaling die voorschrijft dat alle afzonderlijk ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur een passende behandeling moet ondergaan. Estland en Roemenië hebben nu twee maanden de tijd om te reageren; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Toegang tot milieu-informatie: Commissie dringt bij FRANKRIJK aan op verlening van toegang tot milieu-informatie aan publiek

De Europese Commissie verzoekt Frankrijk om zijn nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de normen van de EU inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie (Richtlijn 2003/4/EG). Op grond van de richtlijn hebben burgers recht op toegang tot milieu-informatie, en zijn overheidsinstanties die over dergelijke informatie beschikken, verplicht daartoe toegang te verlenen. De Commissie vreest dat de Franse wetgeving op dit gebied al te restrictief is, en geen toegang verleent tot informatie in maatregelen die de richtlijn als milieu-informatie aanmerkt. De Franse wetgeving is ook onduidelijk over de voorwaarden waaronder toegang kan worden geweigerd. Daarom wordt een aanmaningsbrief verstuurd. Frankrijk heeft twee maanden de tijd om te reageren; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Marien milieu: Commissie verzoekt FRANKRIJK, IERLAND en ITALIË hun mariene wateren te beschermen

De Europese Commissie dringt er bij Frankrijk, Ierland en Italië op aan te voldoen aan de verplichtingen van verslaglegging over de milieutoestand van mariene wateren in het kader van de kaderrichtlijn mariene strategie (Richtlijn 2008/56). De richtlijn voorziet in een holistisch kader ter bescherming van de zeeën en oceanen van de EU, en zorgt ervoor dat de hulpbronnen duurzaam worden beheerd. Krachtens de richtlijn dienden de lidstaten uiterlijk op 15 oktober 2018 hun beoordeling van de milieutoestand van de betrokken wateren, de milieueffecten van menselijke activiteiten, hun omschrijving van de goede milieutoestand en hun milieudoelen te herzien en te actualiseren. De betrokken landen hebben voor het verstrijken van die termijn geen verslagen ingediend bij de Commissie. Daarom heeft de Commissie vandaag besloten Frankrijk, Ierland en Italië een aanmaningsbrief te sturen. Zij hebben nu twee maanden de tijd om te reageren; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Water: Commissie dringt bij IERLAND aan op beter beheer van watervoorraden

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland een aanvullende aanmaningsbrief te sturen omdat de omzetting door Ierland van de kaderrichtlijn water (Richtlijn 2000/60/EG) in een aantal gevallen nog steeds niet-conform is of tekortkomingen vertoont. Ierland heeft in 2009, 2010 en 2014 nieuwe wettelijke regelingen vastgesteld die de oorspronkelijke omzetting van de richtlijn verbeteren, maar er blijven tekortkomingen bestaan. Daartoe behoren het verzuim van Ierland om te waarborgen dat activiteiten die de winning of opstuwing van water of veranderingen in de hydromorfologie inhouden, worden gecontroleerd door middel van een systeem van voorafgaande toestemming en registratie. Ierland werkt aan nieuwe wetgeving die controles voor waterwinning invoert, maar deze is nog niet aangenomen of aan de Commissie meegedeeld. Ierland heeft nu twee maanden de tijd om aan zijn verplichtingen te voldoen; Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Behandeling van stedelijk afvalwater: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK volledig te voldoen aan arrest van Hof van Justitie

De Europese Commissie verzoekt het Verenigd Koninkrijk om volledig te voldoen aan een arrest van het Hof van Justitie van de EU uit 2012 (C-301/10). Het Hof stelde vast dat het Verenigd Koninkrijk zijn verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving over toereikende systemen voor de opvang en behandeling van stedelijk afvalwater (richtlijn behandeling van stedelijk afvalwater, Richtlijn 91/271/EEG van de Raad) had geschonden door de bovenmatige overstorting van hemelwater uit het opvangsysteem en de zuiveringsinstallaties voor Londen en Whitburn in Sunderland niet in de hand te houden. Ondanks de aanzienlijke vooruitgang die in Londen is geboekt door de modernisering van drie waterzuiveringsinstallaties en de bouw van de Lee-tunnel, is de overstorting van hemelwater langs de Theems nog niet onder controle. De modernisering van het opvangsysteem in Whitburn is voltooid, maar de overstorting is nog altijd niet voldoende verminderd. Nu er sinds het arrest zes jaar zijn verstreken, stuurt de Commissie een laatste herinnering alvorens zij de zaak weer voor het Hof brengt en om financiële sancties verzoekt. Het VK heeft twee maanden de tijd om te reageren.

 

8. Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

(meer informatie: Johannes Bahrke – tel. +32 229-58615, Letizia Lupini - tel. + 32 229 51958)

Met redenen omklede adviezen

Financiële diensten: Commissie verzoekt POLEN zijn markt volledig open te stellen voor kredietbemiddelaars uit EU

De Europese Commissie verzoekt Polen te voldoen aan zijn verplichting tot toepassing van alle bepalingen van de richtlijn hypothecair krediet (Richtlijn 2014/17/EU). De Commissie vraagt met name dat Polen bepalingen invoert die het in andere lidstaten geregistreerde kredietbemiddelaars mogelijk maken zonder beperkingen te opereren op de Poolse markt. De richtlijn wil de consumentenbescherming bij hypothecaire leningen verbeteren en de concurrentie bevorderen door de harmonisatie en verbetering van de precontractuele informatie en door de nationale markten open te stellen voor kredietbemiddelaars. Belemmeringen voor buitenlandse tussenpersonen beperken de mededinging voor hypotheken en verminderen derhalve de welvaart van de consument met betrekking tot de beste prijs-kwaliteitverhouding voor hypotheken. Na een eerste met redenen omkleed advies, dat de Commissie in december 2016 aan de respectieve autoriteiten heeft toegezonden, heeft de Europese Commissie vandaag besloten een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen. Indien er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord komt van de nationale autoriteiten, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Solvabiliteit II: Commissie verzoekt SLOVENIË om toepassing van EU-bepalingen inzake verzekeringssector

De Commissie heeft vandaag besloten Slovenië te verzoeken volledig uitvoering te geven aan de EU-wetgeving over de toegang tot en de uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II (Richtlijn 2009/138/EC) en Omnibus II (Richtlijn 2014/51/EU)). De Solvabiliteit II-richtlijn voorziet in een uitgebreid regelgevend kader betreffende de toegang tot en de uitoefening van verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten. De Omnibus II-richtlijn houdt echter wijziging van bepaalde delen van de Solvabiliteit II-richtlijn in. De lidstaten werden verplicht om beide richtlijnen om te zetten in nationale wetgeving en de Commissie uiterlijk 31 maart 2015 in kennis stellen van de tekst van die maatregelen. Slovenië heeft de richtlijnen tot op heden nog steeds niet volledig ten uitvoer gelegd, en een aantal bepalingen ontbreken nog. Deze betreffen vooral de definities van verzekeringscaptive, herverzekeringscaptive, de vrijstellingen voor regelmatige verslaglegging, toegang tot informatie en bepaalde overgangsbepalingen met betrekking tot het niveau van de groep. Daarom heeft de Commissie vandaag besloten een aanvullend met redenen omkleed advies te sturen, aangezien in november 2015 een eerste met redenen omkleed advies aan de Sloveense autoriteiten is gestuurd. Indien binnen twee maanden geen kennisgeving wordt gedaan van de maatregelen tot volledige omzetting van deze richtlijnen, kan de Commissie besluiten Slovenië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Betaalrekeningen: Commissie dringt bij ZWEDEN aan op toepassing van EU-voorschriften inzake betaalrekeningen

Vandaag heeft de Commissie besloten Zweden een formeel verzoek toe te sturen tot kennisgeving van de volledige omzetting van de EU-voorschriften inzake betaalrekeningen (de richtlijn betaalrekeningen, Richtlijn 2014/92/EU). De richtlijn verbetert de transparantie van de voor betaalrekeningen aangerekende vergoedingen en maakt het gemakkelijker om te vergelijken en naar een andere rekening over te stappen. Voorts geven de EU-voorschriften consumenten die legaal in de EU verblijven het recht op een basisbetaalrekening tegen een redelijke vergoeding, ongeacht hun verblijfplaats. Tot nu toe heeft Zweden deze richtlijn nog niet volledig in nationaal recht omgezet, hoewel dat uiterlijk op 18 september 2016 had moeten gebeuren. Zweden heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om de EU-wetgeving volledig om te zetten. Indien binnen twee maanden geen kennisgeving van zulke matregelen wordt gedaan, kan de Commissie besluiten Zweden voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Aanmaningsbrieven

Beleggerscompensatiestelsels: Commissie verzoekt CYPRUS op correcte wijze nationale voorschriften vast te stellen om aan EU-wetgeving te voldoen

De Commissie heeft besloten Cyprus een aanmaningsbrief te sturen omdat het land de EU-voorschriften inzake de beleggerscompensatiestelsels (Richtlijn 97/9/EG) niet correct heeft omgezet. De richtlijn, die in 1997 is vastgesteld, beschermt investeerders door te voorzien in compensatie als een beleggingsonderneming de activa van de belegger niet terugbetaalt. Vorderingen uit hoofde van de richtlijn ontstaan doorgaans wanneer er sprake is van fraude of andere administratieve wanpraktijken of wanneer een beleggingsonderneming als gevolg van operationele fouten niet aan haar verplichtingen kan voldoen. De Commissie maakt zich zorgen dat de Cypriotische autoriteiten verzuimd hebben om zonder onredelijke vertraging het onvermogen van ondernemingen om te voldoen aan vorderingen van beleggers vast te stellen en investeerders schadevergoeding te betalen na de instelling van vorderingen. Als Cyprus zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies over deze kwestie toezenden.

Motorrijtuigverzekering: Commissie verzoekt GRIEKENLAND te voldoen aan EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Griekenland een aanmaningsbrief te sturen met betrekking tot een bepaling van de Griekse wet motorrijtuigenverzekering. Op grond van de beoordeling is de Commissie van mening dat de huidige nationale bepalingen het mogelijk maken om schadeloosstelling te weigeren aan verzekeringnemers, wettelijke vertegenwoordigers van een rechtspersoon die eigenaar is van het voertuig of echtgenoten van de verzekeringnemer en hun familieleden. De relevante bepaling van de Griekse wetgeving die een eigenaar van het voertuig in geval van een ongeval uitsluit van vergoeding, ook wanneer de eigenaar niet de bestuurder is, is in strijd met de EU-wetgeving inzake verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid met betrekking tot het gebruik van motorrijtuigen (EU-richtlijn motorrijtuigenverzekering, Richtlijn 2009/103/EG). Dit is uitgelegd door het Hof van Justitie in zijn arresten in de zaken C-537/03, C-442/10 en C-503/16. Daarom verzoekt de Commissie de Griekse autoriteiten opheldering te verschaffen over zijn nationale maatregelen voor de toepassing van de Richtlijn betreffende wettelijke-aansprakelijkheidsverzekeringen voor motorrijtuigen in Griekenland. Als Griekenland zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies over deze kwestie toezenden.

 

9. Gezondheid en Voedselveiligheid

(meer informatie: Anca Paduraru — tel.: + 32 229 91269, Aikaterini Apostola — tel.: + 32 229 87624)

Met redenen omklede adviezen

Volksgezondheid: Commissie verzoekt IERLAND kennis te geven van omzetting van EU-wetgeving over weefsels en cellen bestemd voor toepassing op de mens

Vandaag heeft de Europese Commissie besloten Ierland twee met redenen omklede adviezen te sturen over het verzuim om kennis te geven van omzetting van EU-voorschriften over menselijke weefsels en cellen (Richtlijn (EU) 2015/565 van de Commissie en Richtlijn (EU) 2015/566 van de Commissie). Richtlijn 2015/565 van de Commissie vereist dat de weefsels en cellen die bestemd zijn voor toepassing op de mens in de EU traceerbaar zijn van donor tot ontvanger, en vice versa. Een unieke identificatiecode, de Uniforme Europese code (Single European Code – SEC) genoemd, in combinatie met de bijbehorende documentatie, maakt deze traceerbaarheid mogelijk en geeft informatie over de belangrijkste kenmerken van weefsels en cellen bestemd voor toepassing op de mens. Richtlijn 2015/566 bepaalt de procedures die de importerende weefselinstellingen moeten volgen in hun betrekkingen met hun leveranciers uit derde landen. Uiterlijk 29 oktober 2016 hadden de bepalingen van deze richtlijnen moeten zijn omzet in nationaal recht en hadden de genomen maatregelen aan de Commissie moeten zijn meegedeeld Tot dusverre heeft Ierland nog geen melding gemaakt van omzetting. Ierland heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze richtlijnen om te zetten. Blijft mededeling van die maatregelen achterwege, dan kan de Commissie de zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Aanmaningsbrieven

Grensoverschrijdende gezondheidszorg: Commissie verzoekt OOSTENRIJK aan regels over hoogte van terugbetaling te voldoen

Vandaag heeft de Commissie besloten tot het sturen van een aanmaningsbrief aan Oostenrijk. De Commissie verzoekt de Oostenrijkse autoriteiten te garanderen dat de kosten van gezondheidszorg die in het kader van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg (Richtlijn 2011/24/EU) is ontvangen in een andere lidstaat, worden vergoed tot de hoogte die van toepassing is wanneer de gezondheidszorg in Oostenrijk wordt ontvangen. In deze richtlijn zijn de rechten van patiënten neergelegd om gezondheidszorg te kunnen ontvangen in een andere lidstaat en een verzoek om terugbetaling hiervan in te dienen wanneer zij weer thuis zijn. Wat de hoogte van de terugbetaling betreft, bepaalt de richtlijn duidelijk dat deze moet reiken tot de hoogte van de kosten die zouden zijn gedragen door de eigen lidstaat van de patiënt indien de gezondheidszorg daar zou zijn verstrekt, zonder de werkelijke kosten te overschrijden. Oostenrijk heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Voedselveiligheid: Commissie roept TSJECHIË op om EU-voorschriften over verrichting van officiële controles correct toe te passen

Vandaag heeft de Europese Commissie besloten Tsjechië een aanmaningsbrief te sturen wegens het niet-voldoen aan de EU-voorschriften voor officiële controles die worden verricht om toe te zien op de nakoming van de wetgeving op het gebied van veevoeder en levensmiddelen, diergezondheid en dierenwelzijn (Verordening (EG) nr. 882/2004). De Tsjechische autoriteiten moeten een systematische risicobeoordeling verrichten en vervolgens potentiële officiële controles doorvoeren die zijn gericht op bepaalde levensmiddelen afkomstig van een andere lidstaat, en wel telkens wanneer deze levensmiddelen Tsjechië binnengekomen. Op die basis hebben de Tsjechische autoriteiten in de nationale wetgeving de verplichting voor marktdeelnemers vastgesteld om stelselmatig, ten minste 24 uur op voorhand, de aankomst van deze voedingsmiddelen op de plaats van bestemming te melden. Dit is onverenigbaar met het geharmoniseerde kader dat door de EU-voorschriften is vastgesteld. De Commissie is van oordeel dat de verplichting om de aankomst van goederen vanuit een andere lidstaat te melden niet stelselmatig mag zijn. Integendeel: de melding van de aankomst van dergelijke goederen mag alleen vereist zijn naar aanleiding van een specifiek verzoek van de bevoegde autoriteit en alleen gebeuren voor zover dit strikt noodzakelijk is voor de organisatie van officiële controles. Tsjechië heeft nu twee maanden de tijd om op de aanmaningsbrief te antwoorden; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Grensoverschrijdende gezondheidszorg: Commissie verzoekt NEDERLAND aan regels over hoogte van terugbetaling te voldoen

Vandaag heeft de Commissie besloten tot het sturen van een aanmaningsbrief aan Nederland. De Commissie verzoekt de Nederlandse autoriteiten te garanderen dat de kosten van gezondheidszorg die in het kader van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg (Richtlijn 2011/24/EU) is ontvangen in een andere lidstaat, worden vergoed tot de hoogte die van toepassing is wanneer de gezondheidszorg in Nederland wordt ontvangen. In deze richtlijn zijn de rechten van patiënten neergelegd om gezondheidszorg te kunnen ontvangen in een andere lidstaat en een verzoek om terugbetaling hiervan in te dienen in het thuisland. Wat de hoogte van de terugbetaling betreft, bepaalt de richtlijn duidelijk dat deze moet reiken tot de hoogte van de kosten die zouden zijn gedragen door de eigen lidstaat van de patiënt indien de gezondheidszorg daar zou zijn verstrekt, zonder de werkelijke kosten te overschrijden. Nederland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Biociden: Commissie verzoekt ROEMENIË EU-voorschriften volledig ten uitvoer te leggen door vergoedingen voor verwerking van aanvragen vast te stellen

De Commissie heeft besloten een aanmaningsbrief te sturen aan Roemenië met het verzoek vergoedingen voor de verwerking van aanvragen vast te stellen, zoals vereist door de EU-voorschiften inzake biociden (Verordening (EU) No 528/2012). In de verordening wordt bepaald dat lidstaten vergoedingen in rekening moeten brengen voor diensten die zij op grond van de verordening verrichten, en dat lidstaten de aan de bevoegde autoriteiten te betalen vergoedingen moeten vaststellen en bekendmaken. Roemenië is nog niet overgegaan tot vaststelling en bekendmaking van de hoogte van de aan hun bevoegde autoriteiten te betalen vergoedingen voor de verwerking van de verschillende soorten aanvragen in het kader van de biocidenverordening. Daardoor is het niet in staat deze aanvragen te verwerken. Hierdoor is een vertraging ontstaan in de verwerking van verscheidene lopende aanvragen voor nationale toelating van biociden. Roemenië heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

10. Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf

(meer informatie: Lucia Caudet — tel.: + 32 229 56182, Victoria von Hammerstein-Gesmold — tel.: + 32 229 55040)

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Detailhandel in landbouwproducten en levensmiddelen: Commissie daagt HONGARIJE voor Hof

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat de Hongaarse nationale voorschriften inzake de detailverkoop van landbouwproducten en levensmiddelen onverenigbaar zijn met de EU-voorschriften. De Commissie vreest dat de Hongaarse wetgeving inzake detailhandel niet in overeenstemming is met de EU-voorschriften en ertoe leidt dat consumenten en bedrijven niet alle voordelen van de eengemaakte markt genieten. Zij is van mening dat de Hongaarse wetgeving inbreuk maakt op de beginselen van het vrij verkeer van goederen (artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de EU, VWEU), en op de EU-verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (Verordening1308/2013). Ten eerste moeten Hongaarse detailhandelaars op grond van de Hongaarse wet dezelfde winstmarge toepassen op landbouwproducten en levensmiddelen, ongeacht hun land van herkomst. Deze regel is in strijd met het EU-recht betreffende het vrije verkeer van goederen (Artikel 34 van het VWEU, omdat hierdoor de verkoop van ingevoerde producten wordt ontmoedigd in vergelijking met binnenlandse producten. Ten tweede voldoet Hongarije ook niet aan zijn verplichtingen krachtens de EU-verordening door de vrije vaststelling van de verkoopprijzen van landbouwproducten te ondermijnen en geen eerlijke mededinging te waarborgen. De Hongaarse wet die dezelfde winstmarge voor alle producten verplicht stelt, verhindert dat bepaalde importeurs en detailhandelaren van ingevoerde goederen aantrekkelijkere detailhandelsprijzen voor consumenten kunnen bieden. De Commissie heeft in februari 2017 de inbreukprocedure tegen Hongarije ingeleid door een aanmaningsbrief te sturen. De brief werd gevolgd door een met redenen omkleed advies dat in maart 2018 is uitgebracht, waarin de Commissie Hongarije verzocht de beperking voor de detailhandel op te heffen. Aangezien de Hongaarse autoriteiten hun standpunt hebben gehandhaafd, heeft de Commissie nu besloten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Met redenen omkleed advies

Overheidsopdrachten voor IT-overeenkomsten: Commissie verzoekt SLOWAKIJE om eerlijke mededinging en transparantie toe te passen

De Commissie heeft vandaag besloten Slowakije een met redenen omkleed advies te sturen met betrekking tot de rechtstreekse gunning van een opdracht voor de levering van softwarediensten die de uitvoering van overheidsopdrachten via internet mogelijk maken, via een "elektronische marktplaats”. Slowakije heeft rechtstreeks – dat wil zeggen zonder een concurrerende en transparante procedure met voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht — de opdracht gegund aan dezelfde marktdeelnemer die reeds andere softwarediensten levert. Na een antwoord van Slowakije op een aanmaningsbrief die de Commissie in juni 2018 had verstuurd, blijft de Commissie bij haar standpunt dat Slowakije niet heeft aangetoond dat de exclusieve intellectuele-eigendomsrechten van de huidige dienstverlener van essentieel belang waren voor de uitvoering van de nieuwe overeenkomst. Bovendien is de Commissie van oordeel dat Slowakije, door zich aan dezelfde verkoper te binden en andere exploitanten niet toe te staan concurrerende inschrijvingen in te dienen, in strijd handelt met de EU-voorschriften voor overheidsopdrachten (Richtlijn 2004/18/EG) en niet de beste prijs-kwaliteitverhouding voor het geld van de belastingbetaler heeft gegarandeerd. Slowakije heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Aanmaningsbrieven

Overheidsopdrachten: Commissie dringt bij 15 lidstaten aan op het voldoen aan voorschriften voor aanbestedingen en concessies

De Commissie heeft vandaag besloten aanmaningsbrieven te sturen aan 15 lidstaten (Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongarije, Italië, Kroatië, Malta, Nederland, Polen, Roemenië, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) over de overeenstemming van hun nationale wetgeving met de EU-voorschriften inzake overheidsopdrachten en concessies. De nieuwe voorschriften (Richtlijn 2014/24/EU, Richtlijn 2014/25/EU en Richtlijn 2014/23/EU) hadden uiterlijk 18 april 2016 in nationale wetgeving moeten worden omgezet. De brieven van vandaag zijn het resultaat van de nalevingscontroles die de Commissie heeft verricht om na te gaan of de omgezette nationale voorschriften in overeenstemming zijn met de EU-richtlijnen. Dezelfde beoordeling wordt verricht of zal worden verricht bij de overige lidstaten, waar de omzetting is voltooid met aanzienlijke vertragingen (zie de zaken die bij het Hof van Justitie van de EU aanhangig zijn gemaakt). De lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten er een gevolg aan te geven door een met redenen omkleed advies te sturen.

Commissie neemt maatregelen zodat beroepsbeoefenaren en dienstverleners ten volle kunnen profiteren van eengemaakte EU-markt voor diensten

Vandaag heeft de Europese Commissie inbreukbeslissingen genomen tegen 27 lidstaten om ervoor te zorgen dat de EU-regelgeving inzake diensten en beroepskwalificaties correct wordt toegepast. Zoals in de mededeling over de eengemaakte markt van november 2018 wordt onderstreept, kunnen burgers en bedrijven alleen profiteren van de vele voordelen van de eengemaakte markt als de regels die gezamenlijk zijn overeengekomen ook in de praktijk werken. De Commissie neemt vandaag maatregelen om ervoor te zorgen dat de EU-regelgeving inzake diensten wordt geëerbiedigd. De dienstensector is weliswaar goed voor twee derde van de economische prestaties van de EU, maar er bestaan nog een aantal belemmeringen die verhinderen dat de dienstensector zijn volledig potentieel kan bereiken. Dat zou consumenten, werkzoekenden en ondernemingen ten goede komen en economische groei genereren in heel Europa. In totaal verzendt de Commissie 31 aanmaningsbrieven en één aanvullende aanmaningsbrief, naast twee met redenen omklede adviezen om verschillende beperkingen in de dienstensectoren aan te pakken:aanmaningsbrieven aan 27 lidstaten (alle lidstaten behalve Denemarken) voor de niet-naleving van hun wetgeving en rechtspraktijk in het kader van de EU-regelgeving inzake de erkenning van beroepskwalificaties en de overeenkomstige toegang tot activiteiten (inbreuk op de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties); een met redenen omkleed advies aan Cyprus en een aanmaningsbrief aan Portugal met betrekking tot hun specifieke regels betreffende de toegang tot activiteiten van ingenieurs en architecten (inbreuk op de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties); een aanvullende aanmaningsbrief aan Kroatië betreffende beperkingen voor advocaten in verband met het verstrekken van multidisciplinaire diensten, reclame en het recht tot uitoefening van het beroep (inbreuk op de dienstenrichtlijn en Richtlijn 98/5 betreffende de vestiging van advocaten en advocatenkantoren); twee aanmaningsbrieven aan Frankrijk en Polen en een met redenen omkleed advies aan Ierland met betrekking tot beperkingen in verband met reclame, een inbreuk op de EU-regelgeving inzake het vrij verkeer van diensten (schending van artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU), en de dienstenrichtlijn); een aanmaningsbrief aan België wat betreft de vergunningsprocedure en algemene voorschriften die het Brussels Gewest toepast op aanbieders van toeristische accommodatie (inbreuk op de dienstenrichtlijn). Alle lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten door te gaan met de volgende stappen van de inbreukprocedure. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Vrij verkeer van goederen: Commissie verzoekt DUITSLAND om beperkingen op invoer van koffie op te heffen

De Commissie heeft vandaag besloten een aanmaningsbrief te sturen aan Duitsland over beperkingen op de invoer van koffie. Op grond van de Duitse koffiebelastingwet (in het Duits: Kaffeesteuergesetz) moeten in een andere lidstaat gevestigde detailhandelaars die koffie naar Duitsland verkopen een fiscaal vertegenwoordiger in Duitsland aanstellen. De vertegenwoordiger moet worden goedgekeurd door de Duitse douaneautoriteiten, de postorderverkoop registreren en de belastinggarantie en de verschuldigde belasting betalen. De Commissie is van mening dat deze eis detailhandelaars uit andere lidstaten belet om vrijelijk koffie in Duitsland in te voeren, en dat de extra kosten het – vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen – moeilijker maken om tot de Duitse markt toe te treden. De Commissie is van mening dat een dergelijke eis in strijd is met de EU-regels inzake het vrije verkeer van goederen (artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie – VWEU). Bovendien is de verplichting dat de vertegenwoordiger in Duitsland moet zijn gevestigd, een beperking van het vrij verrichten van diensten (artikel 56 VWEU) en vormt deze een belemmering voor de invoer van koffie. Duitsland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten Duitsland een met redenen omkleed advies te sturen.

Overheidsopdrachten: Commissie verzoekt NEDERLAND te voldoen aan EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten een aanvullende aanmaningsbrief aan Nederland te sturen, betreffende de nationale voorschriften over woningcorporaties. In de Nederlandse wetgeving worden woningcorporaties niet als aanbestedende dienst aangemerkt, en zij houden zich daarom niet aan de EU-voorschriften inzake overheidsopdrachten. Zij zijn echter sterk afhankelijk van de Nederlandse overheid, zowel op centraal als op lokaal niveau. Daarom is de Commissie van oordeel dat Nederland wellicht het EU-recht heeft geschonden (Richtlijn 2014/23/EU en Richtlijn 2014/24/EU). Met name de transparantieverplichting die vereist dat woningcorporaties hun aanbestedingen bekendmaken om gelijke kansen te scheppen voor ondernemingen en om de beste prijs-kwaliteitverhouding bij hun aankoop te garanderen. De Commissie heeft een eerste aanmaningsbrief verstuurd in december 2017, en met deze aanvullende brief poogt zij duidelijkheid te krijgen over de onopgeloste juridische aspecten. Nederland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Vrij verkeer van goederen: Commissie verzoekt SPANJE aanvullende voorschriften betreffende pyrotechnische artikelen in te trekken

De Commissie heeft vandaag besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen in verband met de Spaanse voorschriften voor het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen zoals vuurwerk. De Spaanse wet verplicht economische exploitanten deze producten te registreren vóór de invoer, overdracht, opslag en distributie in Spanje, en om een vervoervergunning aan te vragen bij de Spaanse Guardia Civil. Deze nationale voorschriften worden toegevoegd aan de voorschriften die reeds gelden op grond van de richtlijn pyrotechnische artikelen, die borg staat voor een hoog beschermingsniveau voor consumentengezondheid en openbare veiligheid. De Commissie is van mening dat het opleggen van deze aanvullende eisen inzake pyrotechnische artikelen die in een andere EU-lidstaat rechtmatig zijn geproduceerd en gecertificeerd, indruist tegen de richtlijn inzake pyrotechnische artikelen (Richtlijn 2013/29/EU) en de eengemaakte markt, aangezien een product dat rechtmatig in de handel is gebracht, vrij in de EU moet kunnen circuleren. Door de Spaanse nationale beperkingen worden de controles herhaald die reeds in een andere lidstaat zijn verricht. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

11. Justitie, Consumentenzaken en Gendergelijkheid

(meer informatie: Christian Wigand — tel.: + 32 229 62253, Melanie Voin — tel.: + 32 229 58659)

Met redenen omklede adviezen

Gegevensbescherming: Commissie verzoekt 7 lidstaten om richtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving om te zetten en 2 lidstaten om omzetting ervan te voltooien

De Commissie heeft vandaag besloten met redenen omklede adviezen te sturen aan Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Letland, Nederland, Slovenië en Spanje omdat zij de richtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving (Directive (EU) 2016/680) niet hebben omgezet, en met redenen omklede adviezen aan Tsjechië en Portugal om aan te dringen op voltooiing van de omzetting ervan. De lidstaten hadden tot 6 mei 2018 de tijd om de richtlijn in nationaal recht om te zetten. De richtlijn beschermt het grondrecht van de burgers op gegevensbescherming wanneer strafrechtelijke rechtshandhavingsinstanties persoonsgegevens gebruiken voor rechtshandhavingsdoeleinden. De EU-voorschriften zorgen ervoor dat de persoonsgegevens van slachtoffers, getuigen en verdachten van misdrijven naar behoren worden beschermd. De invoering van soortgelijke normen voor gegevensbescherming vergemakkelijkt de uitwisseling van persoonsgegevens voor grensoverschrijdende samenwerking in de strijd tegen misdaad en terrorisme. Aangezien de betrokken 7 lidstaten de EU-regels niet hebben omgezet in nationale wetgeving, heeft de Commissie in juli 2018 een aanmaningsbrief naar de respectieve autoriteiten gestuurd. Tsjechië en Portugal hebben ook een aanmaningsbrief ontvangen in juli 2018 in verband met hun gedeeltelijke omzetting van de richtlijn. Deze landen hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en passende maatregelen te nemen; anders kan de Commissie de zaken aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Met redenen omklede adviezen en een aanmaningsbrief

Bestrijding van witwaspraktijken: Commissie verzoekt 10 lidstaten EU-wetgeving ter bestrijding van witwassen van geld en financiering van terrorisme volledig om te zetten

Vandaag heeft de Commissie besloten tot het sturen van een aanmaningsbrief aan Duitsland;met redenen omklede adviezen aan België, Finland, Frankrijk, Litouwen en Portugal,en aanvullende met redenen omklede adviezen naar Bulgarije, Cyprus, Polen en Slowakije omdat zij de 4e anti-witwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2015/849) niet volledig in nationaal recht hebben omgezet. Hoewel deze lidstaten hebben verklaard dat zij de richtlijn volledig hebben omgezet, heeft de Commissie na beoordeling van de aangemelde maatregelen geconstateerd dat sommige bepalingen ontbreken. Een tijdige en correcte omzetting van de regels is cruciaal voor een doeltreffende bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, zoals uit verschillende recente witwasschandalen in de EU is gebleken. Lacunes in één lidstaat kunnen gevolgen hebben voor alle andere lidstaten. Alle lidstaten hadden tot 26 juni 2017 de tijd om deze richtlijn om te zetten. België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Finland, Frankrijk, Litouwen, Polen, Portugal en Slowakije hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden en passende maatregelen te nemen; anders kan de Europese Commissie de volgende stappen in de inbreukprocedure zetten.

Aanmaningsbrieven

Oneerlijke voorwaarden van overeenkomsten: Commissie verzoekt BULGARIJE te voldoen aan EU-wetgeving inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten

De Commissie dringt bij Bulgarije op herziening van de voorschriften over de wijze waarop handelaren vorderingen tegen consumenten kunnen afdwingen, om ze in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (richtlijn oneerlijke bedingen – Richtlijn 93/13/EEG en er zo voor te zorgen dat consumenten in die gevallen naar behoren worden beschermd. De richtlijn beschermt consumenten tegen oneerlijke bedingen in overeenkomsten met handelaren, met inbegrip van aanbieders van financiële diensten. Ook garanderen de EU-regels dat dergelijke oneerlijke bedingen niet bindend zijn voor de consument en dat de consument over doeltreffende rechtsmiddelen tegen redelijke voorwaarden beschikt. Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie houdt dit in dat de nationale rechter verplicht is om het oneerlijke karakter van contractuele bedingen ambtshalve – dus zelfs wanneer de consument dit niet aan de orde stelt – moet beoordelen. Tot nu toe worden in Bulgarije echter betalingsopdrachten en bevelen voor onmiddellijke tenuitvoerlegging afgegeven zonder inhoudelijke controles door de rechter. Met name kunnen bepaalde crediteuren, zoals banken, vrijwel automatisch bevelen voor onmiddellijke tenuitvoerlegging verkrijgen, met zeer beperkte mogelijkheden voor de consumenten om de tenuitvoerlegging te voorkomen of aan te vechten op grond van oneerlijke bedingen in de overeenkomst. Als Bulgarije binnen twee maanden geen bevredigend antwoord stuurt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies over deze kwestie sturen.

Strafrecht: Commissie verzoekt BULGARIJE en IERLAND om correcte omzetting van kaderbesluit over vrijheidsbeneming

De Commissie verzoekt Bulgarije en Ierland om actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat de EU-regels over vrijheidsbeneming (Kaderbesluit 2008/909/JHA van de Raad) correct zijn omgezet in nationale wetgeving. De lidstaten hadden tot maandag 5 december 2011 de tijd om nationale wetgeving vast te stellen. Deze regels zorgen voor de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken waarin gevangenisstraffen worden opgelegd. De EU-voorschriften hebben als doel de reclassering van gevonniste personen te bevorderen. In Bulgarije bevindt de wetsontwerpprocedure zich nog in een vroeg stadium, en het land heeft de Raad en de Commissie nog geen kennis gegeven van een eventuele omzetting. In maart 2016 heeft Ierland zich ertoe verbonden om voor eind 2016 nationale wetgeving aan te nemen. Tot dusverre hebben de Ierse autoriteiten nagelaten het kaderbesluit om te zetten en de omzettingsmaatregelen mee te delen aan de Raad en de Commissie. Als Bulgarije en Ierland niet binnen twee maanden de nodige maatregelen neemt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies over deze kwestie sturen.

Strafrecht: Commissie verzoekt IERLAND drie kaderbesluiten inzake proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen, inzake toezichtmaatregelen en inzake geldelijke sancties volledig ten uitvoer te leggen

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland drie aanmaningsbrieven te sturen met het verzoek dat het land drie kaderbesluiten van de Raad inzake proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen (Besluit 2008/947/JBZ), inzake toezichtmaatregelen (Besluit 2009/829/JBZ) en inzake geldelijke sancties (Besluit 2005/214/JHA) volledig in zijn nationale recht omzet. Het kaderbesluit inzake proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen wil de sociale reclassering van gevonniste personen vergemakkelijken, waardoor de slachtoffers en het brede publiek beter worden beschermd. Hierdoor wordt tevens de toepassing van passende proeftijdmaatregelen en alternatieve straffen vergemakkelijkt in het geval dat overtreders niet wonen in de staat waar zij zijn veroordeeld. De lidstaten hadden tot 6 december 2011 de tijd om nationale wetgeving vast te stellen. Het kaderbesluit inzake toezichtmaatregelen zorgt ervoor dat de betrokkene beschikbaar is om voor de rechter te verschijnen. Het bevordert tevens dat in voorkomend geval tijdens de strafprocedure jegens niet-ingezetenen van de lidstaat waar het proces plaatsvindt niet tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen worden toegepast. Daarnaast wordt door dit besluit de bescherming van de slachtoffers en van het brede publiek verbeterd. De lidstaten hadden tot 1 december 2012 de tijd om nationale wetgeving vast te stellen. Het kaderbesluit inzake geldelijke sancties regelt de wederzijdse erkenning van geldelijke sancties, waardoor een gerechtelijke of administratieve instantie een financiële straf rechtstreeks aan een instantie in een ander EU-land kan meedelen en die straf kan laten erkennen en uitvoeren zonder verdere formaliteiten. De landen van de EU hadden tot 21 maart 2007 de tijd om dit besluit ten uitvoer te leggen. Als Ierland niet binnen twee maanden de nodige maatregelen neemt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies over deze kwestie sturen.

 

12. Maritieme zaken en visserij

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Daniela Stoycheva – tel. +32 229-53664)

Aanmaningsbrief

Visserijcontrole: Commissie onderneemt actie naar aanleiding van inbreukprocedure tegen DENEMARKEN inzake naleving van sommige bepalingen van EU-controlevoorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Denemarken een aanvullende aanmaningsbrief te sturen aangaande de niet-handhaving van verschillende belangrijke bepalingen van de EU-controleverordening (Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad). Bij deze verordening is een systeem vastgesteld voor de controle, inspectie en handhaving van de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU door de nationale autoriteiten. De verordening is sinds 1 januari 2010 van kracht. Volgens de Commissie verzekert Denemarken tot op heden niet dat alle visserijproducten worden gewogen bij aanlanding en dat de hoeveelheden van elke aanwezige soort, met inbegrip van industriële bijvangst, op vangstregistratiedocumenten worden genoteerd. De ernstigste kwesties betreffen de visserij voor industriële doeleinden. Deze tekortkomingen ondermijnen aanzienlijk de nauwkeurigheid van de vangstregistratiedocumenten die nodig zijn voor quotaverlaging en de preventie van overbevissing. Daarnaast zorgt Denemarken er niet voor dat de Commissie in kennis wordt gesteld van de daadwerkelijk aangelande hoeveelheden, waardoor een risico ontstaat voor de duurzaamheidsdoelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Denemarken heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de door de Commissie opgeworpen bezwaren; doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

13. Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap

(meer informatie: Natasha Bertaud – tel.: +32 229-86764, Markus Lammert – tel. +32 229-80423)

Met redenen omklede adviezen

Legale migratie: Commissie verzoekt CYPRUS en GRIEKENLAND aan EU-voorschriften inzake studenten en onderzoekers uit derde landen te voldoen

De Commissie heeft vandaag besloten Cyprus en Griekenland met redenen omklede adviezen te sturen omdat zij geen kennis hebben gegeven van nationale wetgeving tot volledige omzetting van de richtlijn betreffende de voorwaarden voor toegang, verblijf en mobiliteit binnen de Unie van onderdanen van derde landen met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (Richtlijn 2016/801). De lidstaten hadden tot en met 23 mei 2018 de tijd om hun nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met die richtlijn en de Commissie daarvan in kennis te stellen. De Commissie heeft Griekenland en Cyprus in juli 2018 aanmaningsbrieven gestuurd en onderneemt nu verdere actie middels met redenen omklede adviezen, de tweede stap in een inbreukprocedure. De twee lidstaten hebben nu twee maanden om de richtlijn volledig in nationaal recht om te zetten; anders kan de Commissie overwegen de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Schengengrenscode: ESTLAND wordt verzocht aanvullende voorwaarden voor overschrijding buitengrenzen te schrappen

Vandaag heeft de Commissie besloten Estland een met redenen omkleed advies te sturen wegens het opleggen van aanvullende voorwaarden aan reizigers die de buitengrens van de EU overschrijden. Deze voorwaarden zijn in strijd met de Schengengrenscode (Verordening (EU) 2016/399). Momenteel verplicht Estland reizigers die de EU willen verlaten om een plaats te reserveren in een rij voor grensoverschrijding en een vergoeding te betalen voor de reservering en voor het gebruik van de wachtruimte. De Schengengrenscode voorziet in een uitgebreide reeks voorwaarden voor grensoverschrijdingen en controles die moeten plaatsvinden wanneer reizigers de grenzen van de EU overschrijden. De code laat niet toe dat lidstaten aanvullende verplichtingen opleggen, zoals deze aan de grensovergangen in Estland. De Commissie heeft Estland in mei 2016 een aanmaningsbrief gestuurd. Het ontvangen antwoord was ontoereikend en derhalve stuurt de Commissie nu een follow-up in de vorm van een met redenen omkleed advies, de tweede stap in een inbreukprocedure. Estland heeft twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van alle maatregelen die zijn genomen om te zorgen voor de correcte tenuitvoerlegging van de bepalingen inzake het overschrijden van de buitengrenzen van de EU, zoals beschreven in de Schengengrenscode. Anders kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Asiel: Commissie zet volgende stap in inbreukprocedure tegen HONGARIJE wegens strafbaar stellen van activiteiten ter ondersteuning van asiel- en verblijfsaanvragen

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een met redenen omkleed advies te sturen betreffende wetgeving die activiteiten ter ondersteuning van asiel- en verblijfsaanvragen strafbaar stelt en het recht om asiel aan te vragen verder beperkt. Op 19 juli 2018 heeft de Commissie besloten Hongarije naar aanleiding van de nieuwe wetgeving een aanmaningsbrief te sturen. Na bestudering van het antwoord van de Hongaarse autoriteiten is de Commissie van oordeel dat het merendeel van de aan de orde gestelde bezwaren nog steeds niet is aangepakt, met name wat de volgende punten betreft. Ten eerste, de ondersteuning van asielaanvragers. Door de Hongaarse wetgeving worden de rechten van asielaanvragers om te communiceren met en te worden bijgestaan door relevante nationale, internationale en niet-gouvernementele organisaties beperkt middels het criminaliseren van de ondersteuning van asiel- en verblijfsaanvragen. Ten tweede, de beperking van individuele vrijheden. Door eenieder tegen wie een strafprocedure is ingesteld, te verbieden zich naar de transitzones aan de Hongaarse grens te begeven, beperkt de wetgeving onnodig de uitoefening van het recht van vrij verkeer van de burgers van de EU. De sancties variëren van tijdelijke opsluiting tot gevangenisstraffen van maximaal één jaar en uitzetting uit het land. Tot slot, de onwettige beperking van het recht op asiel. De invoering van een extra grond voor niet-ontvankelijkheid van asielaanvragen waarin niet is voorzien in het EU-recht is een schending van de EU-richtlijn asielprocedures. Terwijl het EU-recht voorziet in de mogelijkheid om gronden voor niet-ontvankelijkheid in te voeren krachtens de concepten van het "veilige derde land" en het "eerste land van asiel", beperken het Hongaarse recht en de grondwetswijziging inzake asiel het recht op asiel bovendien op een manier die onverenigbaar is met de richtlijn asielnormen (Richtlijn 2011/95/EU) en het Handvest van de grondrechten van de EU. De Commissie heeft derhalve besloten Hongarije een met redenen omkleed advies te sturen wegens schending van het EU-recht. De Hongaarse autoriteiten hebben nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te antwoorden. Anders kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Legale migratie: Commissie verzoekt HONGARIJE om correcte tenuitvoerlegging van richtlijn langdurig ingezetenen

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een met redenen omkleed advies te sturen omdat het onderdanen van derde landen met de status van langdurig ingezetene uitsluit van het uitoefenen van het beroep van dierenarts, wat een onjuiste tenuitvoerlegging van de richtlijn langdurig ingezetenen (Richtlijn 2003/109/EG van de Raad) inhoudt. Krachtens de richtlijn moeten onderdanen van derde landen die ten minste vijf jaar legaal in een EU-lidstaat verblijven op sommige gebieden, waaronder de toegang tot de arbeidsmarkt als werknemer of als zelfstandige, dezelfde behandeling genieten als de eigen onderdanen. De Hongaarse wetgeving staat niet toe dat onderdanen van derde landen met een kwalificatie als veterinair deskundige in Hongarije hun beroep uitoefenen, ook al hebben ze hun diploma in Hongarije behaald. De Commissie heeft Hongarije in juli 2018 een aanmaningsbrief gestuurd. Na bestudering van het antwoord van de Hongaarse autoriteiten onderneemt de Commissie vandaag verdere actie door een met redenen omkleed advies te sturen. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Asiel: Commissie verzoekt HONGARIJE, POLEN en SLOVENIË huidige erkenningsrichtlijn volledig ten uitvoer te leggen

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije, Polen en Slovenië met redenen omklede adviezen te sturen omdat zij geen kennis hebben gegeven van maatregelen tot tenuitvoerlegging van de huidige EU-normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen voor internationale bescherming (Richtlijn 2011/95/EU). De richtlijn, die in december 2011 is vastgesteld, bepaalt gemeenschappelijke EU-normen voor de identificatie van onderdanen van derde landen of staatlozen die internationale bescherming behoeven. Tevens is in de richtlijn een minimumniveau van uitkeringen en rechten vastgesteld voor alle EU-landen, waardoor secundaire bewegingen en asielshopping worden ontmoedigd. De lidstaten hadden tot 21 december 2013 de tijd om de gemeenschappelijke normen ten uitvoer te leggen. Hongarije, Polen en Slovenië hebben niet alle bepalingen van de richtlijn volledig ten uitvoer gelegd en de Commissie heeft deze landen in januari 2014 aanmaningsbrieven gestuurd. De Commissie onderneemt nu verdere actie middels met redenen omklede adviezen. Hongarije, Polen en Slovenië hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om de volledige tenuitvoerlegging van de richtlijn te verzekeren. Als zij dat niet doen, kan de Commissie deze zaken aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Veiligheidsunie: Commissie verzoekt SPANJE EU-regels inzake persoonsgegevens van passagiers volledig ten uitvoer te leggen

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Spanje een met redenen omkleed advies te sturen omdat het de Commissie geen kennis heeft gegeven van tot dusver genomen nationale maatregelen tot tenuitvoerlegging van de EU-regels inzake persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) (Richtlijn 2016/681). PNR-gegevens omvatten informatie die door passagiers aan luchtvaartmaatschappijen wordt verstrekt bij het boeken van en inchecken voor vluchten, zoals de naam van de passagier, reisdata, reisschema's, plaatsnummer, bagage, contactgegevens en betaalmiddelen. De PNR-richtlijn bepaalt regels inzake de overdracht van dergelijke gegevens van luchtvaartmaatschappijen naar lidstaten en hoe ze worden verwerkt, wat moet gebeuren met volledige inachtneming van de waarborgen inzake gegevensbescherming. Het gebruik van PNR-gegevens is een belangrijk instrument voor de bestrijding van terrorisme en ernstige criminaliteit, waarbij verdachte reispatronen kunnen worden getraceerd en mogelijke criminelen en terroristen kunnen worden geïdentificeerd. Het is een belangrijk element van de Europese veiligheidsagenda en een essentiële bouwsteen voor de totstandbrenging van een echte en doeltreffende Veiligheidsunie. Het is evenwel van cruciaal belang dat alle lidstaten ervoor zorgen dat hun systemen zo spoedig mogelijk operationeel zijn, zodat het PNR-netwerk doeltreffend is en zijn volle potentieel bereikt. De lidstaten hadden tot 25 mei 2018 de tijd om de nieuwe PNR-regels van de EU volledig ten uitvoer te leggen. Het met redenen omkleed advies van vandaag volgt op de in juli 2018 aan Spanje gestuurde aanmaningsbrief. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om de volledige tenuitvoerlegging van de nieuwe regels te verzekeren; daarna kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Aanmaningsbrieven

Legale migratie: Commissie verzoekt SLOVENIË om correcte tenuitvoerlegging van richtlijn gecombineerde vergunning

De Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure te starten door Slovenië een aanmaningsbrief te sturen wegens het niet verzekeren van gelijke behandeling van werknemers uit derde landen als bepaald in de richtlijn gecombineerde vergunning (Richtlijn 2011/98/EU). Om legale migratie te faciliteren introduceert de richtlijn vereenvoudigde procedures en een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen. Deze EU-regels verzekeren dat werknemers uit derde landen soortgelijke voordelen genieten als EU-onderdanen met betrekking tot werkomstandigheden, pensioenen, sociale zekerheid en toegang tot openbare diensten. In de Sloveense wetgeving worden de bepalingen betreffende het recht op gelijke behandeling met betrekking tot gezinstoelagen gebrekkig ten uitvoer gelegd door voor houders van een gecombineerde vergunning een permanente verblijfplaats als voorwaarde te stellen voor toegang tot deze toelagen. Een dergelijke voorwaarde wordt niet opgelegd aan Sloveense onderdanen. Met betrekking tot de overdracht van pensioenrechten naar het buitenland laat Slovenië op gelijkaardige wijze de uitbetaling van pensioenen aan in het buitenland wonende eigen onderdanen toe, maar wordt dit recht beperkt voor werknemers uit derde landen. Slovenië heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd. Doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Binnenlandse Zaken: Commissie dringt bij ITALIË, PORTUGAL en SPANJE aan op tenuitvoerlegging van regels tegen seksueel misbruik van kinderen

De Commissie heeft vandaag besloten Italië, Portugal en Spanje aanmaningsbrieven te sturen wegens het niet ten uitvoer leggen van de EU-regels tegen seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie (Richtlijn 2011/93/EU). De EU heeft strikte regels om dergelijk misbruik over heel Europa strafbaar te stellen, waarbij strenge straffen worden verzekerd voor overtreders, minderjarige slachtoffers worden beschermd en in de eerste plaats wordt bijgedragen aan de preventie van dergelijke misdrijven. De richtlijn omvat tevens bijzondere maatregelen om seksueel misbruik van kinderen op het internet te bestrijden. De lidstaten hadden tot december 2013 de tijd om de nieuwe regels ten uitvoer te leggen. Daar de richtlijn uiterst uitgebreid is, heeft de tenuitvoerlegging in bijna alle lidstaten vertraging opgelopen. De Commissie is zich bewust van deze uitdagingen, maar om de daadwerkelijke bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik te verzekeren, moeten de lidstaten volledig voldoen aan de bepalingen van de richtlijn. De Commissie heeft derhalve besloten om inbreukprocedures te starten tegen deze lidstaten, die nu twee maanden de tijd hebben om de Commissie te antwoorden. Doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

14. Mobiliteit en vervoer

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Stephan Meder – tel. +32 229-13917)

Met redenen omklede adviezen

Binnenvaart: Commissie dringt bij BELGIË aan op naleving van EU-regels inzake bevrachting en prijsvorming

De Commissie heeft vandaag besloten België een met redenen omkleed advies te sturen omdat de nationale vereisten met betrekking tot de bevrachting en prijsvorming in de binnenvaart niet verenigbaar zijn met het EU-recht (Richtlijn 96/75/EG van de Raad). Volgens de richtlijn mogen op het gebied van het nationale en internationale goederenvervoer door de betrokken partijen vrij overeenkomsten worden gesloten en mag vrij over de prijzen worden onderhandeld. België heeft nu twee maanden de tijd om aan het met redenen omkleed advies te voldoen; anders kan de Commissie deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Wegvervoer: Commissie verzoekt CYPRUS de aansluiting van zijn nationale elektronische register naar nieuwe versie van TACHOnet te upgraden

De Commissie heeft besloten Cyprus een met redenen omkleed advies te sturen wegens niet-upgrading van de aansluiting van zijn nationale register naar de nieuwe versie van TACHOnet (Uitvoeringsverordening 2016/68 van de Commissie). De onderlinge verbinding en uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten inzake elektronische registers van bestuurderskaarten verloopt via het TACHOnet-meldingssysteem. TACHOnet bestaat uit een centraal door de Commissie beheerd knooppunt en een nationaal systeem, waaronder nationale door de lidstaten beheerde elektronische registers. De EU-landen zijn derhalve verantwoordelijk voor het opzetten en beheren van hun nationale elektronische registers en voor het verzekeren van de interoperabiliteit tussen het nationale systeem en het centrale knooppunt. Voor de tenuitvoerlegging van een nieuwe en verbeterde versie van TACHOnet moeten de lidstaten hun systemen op nationaal niveau aanpassen. Uiterlijk op 2 maart 2018 moest er een upgrade zijn uitgevoerd van de aansluiting van nationale elektronische registers op TACHOnet. Indien de autoriteiten van Cyprus binnen twee maanden geen bevredigend antwoord sturen, kan de Commissie besluiten deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Vervoer per spoor: Commissie verzoekt FRANKRIJK EU-regels inzake toegang tot spoorweginfrastructuur om te zetten

In het kader van een algemene evaluatie van de omzetting door de lidstaten van de EU-regels inzake de instelling van één Europese spoorwegruimte (Richtlijn 2012/34/EU) heeft de Commissie besloten Frankrijk een met redenen omkleed advies te sturen. De uitgebreide spoorweghervorming die gaande is in Frankrijk zal naar verwachting de problemen met betrekking tot de conformiteit met de richtlijn oplossen. Tot op heden is de Commissie evenwel van mening dat het Franse spoorwegregelgevingskader, waar nog verder aan gesleuteld wordt, nog niet volledig in overeenstemming is met specifieke bepalingen, waaronder de bepalingen inzake toegang tot spoorgebonden diensten en waarborgen van onafhankelijkheid voor de stationbeheerders. Frankrijk heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten de lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Aanmaningsbrieven

Vervoer per spoor: Commissie verzoekt HONGARIJE plannen in te dienen inzake technische vereisten voor toegankelijkheid, werking en verkeersleiding van spoorwegsysteem

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een aanmaningsbrief te sturen omdat het verzuimd heeft zijn nationale uitvoeringsplannen inzake de technische vereisten van twee verordeningen in te dienen zoals vereist door de EU-regels. De ene verordening regelt de toegankelijkheid voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit (Verordening (EU) nr. 1300/2014); de andere behandelt het subsysteem 'exploitatie en verkeersleiding' van het spoorwegsysteem (Verordening (EU) 2015/995 van de Commissie). De lidstaten moesten uiterlijk op respectievelijk 1 januari 2017 en 1 juli 2017 kennis hebben gegeven van hun plannen. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; daarna kan de Commissie een met redenen omkleed advies uitbrengen.

Verkeersveiligheid: Commissie verzoekt IERLAND en POLEN verslag uit te brengen over uitwisseling van informatie inzake verkeersovertredingen

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland en Polen aanmaningsbrieven te sturen omdat zij verzuimd hebben verslag uit te brengen over hun uitwisseling van informatie inzake verkeersovertredingen zoals voorgeschreven door de EU-regels ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (Richtlijn 2015/413/EU). Deze richtlijn biedt de lidstaten de mogelijkheid buitenlandse bestuurders die op hun grondgebied verkeersovertredingen begaan, zoals rijden met een te hoge snelheid of rijden onder invloed van drank, op te sporen en te vervolgen. De lidstaten moeten de Commissie een verslag sturen waarin zij het aantal via een online platform uitgevoerde automatische zoekopdrachten aangaande op hun grondgebied begane overtredingen door in het buitenland geregistreerde voertuigen aangeven. In het verslag moet ook het aantal zoekopdrachten zonder resultaat worden opgenomen, alsook een omschrijving van de follow-up van de overtredingen. Deze informatie is cruciaal om het functioneren van de uitwisseling van informatie, de doeltreffendheid van het onderzoek naar overtredingen door de lidstaten en de invloed van de richtlijn op de verkeersveiligheid te beoordelen. Het verslag moest uiterlijk op 6 mei 2018 zijn ingediend. Beide landen hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de door de Commissie opgeworpen bezwaren; doen ze dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Vervoer per spoor: Commissie verzoekt SPANJE EU-regels betreffende spoorwegveiligheid correct ten uitvoer te leggen

De Commissie heeft vandaag besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen omdat de veiligheidsprocedures in Spanje niet voldoen aan de vereisten van de EU-wetgeving inzake spoorwegveiligheid (spoorwegveiligheidsrichtlijn, Richtlijn 2004/49/EG). De richtlijn behelst veiligheidseisen voor het spoorwegsysteem als geheel. De Commissie is van oordeel dat in Spanje tekortkomingen zijn vastgesteld in de wijze waarop ongevallen en incidenten door het nationale onderzoeksorgaan worden geanalyseerd en onderzocht, alsook in de toezichttechnieken van de nationale veiligheidsinstantie. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de bezwaren van de Commissie; doet het dat niet, dan kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Vervoersdiensten: Commissie dringt bij POLEN aan op naleving gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten

De Commissie heeft vandaag besloten Polen te verzoeken de EU-wetgeving inzake toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten volledig na te leven (Verordening (EG) nr. 1073/2009). De verordening werd in oktober 2009 vastgesteld als onderdeel van het pakket van maatregelen dat gericht was op de modernisering van de regels inzake de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer en de toegang tot de wegvervoersmarkt. De voornaamste doelstelling van de verordening is bij te dragen aan de vervolmaking van de interne markt voor touringcar- en autobusdiensten en de doeltreffendheid en het concurrentievermogen van de markt te verhogen teneinde een shift van het gebruik van particuliere personenwagens naar touringcar- en autobusdiensten te bewerkstelligen. Een Poolse instantie trok de vergunning van een in Duitsland gevestigde busvervoerder voor een internationale regelmatige busdienst tussen Duitsland en Polen in. De Poolse instantie was niet bevoegd voor het intrekken van de vergunning, noch was aan de wettelijke vereisten voor een intrekking voldaan. De Commissie is derhalve van mening dat Polen deze EU-verordening heeft geschonden. Polen heeft nu twee maanden de tijd om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Vervoer van gevaarlijke goederen: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK om omzetting van EU-regels inzake vervoer van gevaarlijke goederen over weg

De Commissie heeft het Verenigd Koninkrijk vandaag verzocht de EU-wetgeving inzake vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Richtlijn (EU) 2018/217 van de Commissie) volledig na te leven. Het Verenigd Koninkrijk heeft geen verdere bewijzen verstrekt betreffende de op nationaal niveau vastgestelde uitvoeringsmaatregelen voor de omzetting van de richtlijn. De autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk hebben nu twee maanden de tijd om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

15. Belastingen en douane-unie

(meer informatie: Johannes Bahrke – tel. +32 229-58615, Patrick Mc Cullough – tel. +32 229-87183)

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Belastingen: Commissie daagt DUITSLAND voor Hof van Justitie wegens niet-aanpassing aan EU-regels inzake btw-teruggaaf

De Commissie heeft vandaag besloten Duitsland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens de afwijzing van bepaalde verzoeken om btw-teruggaaf van in andere lidstaten gevestigde ondernemingen.

Meer in het bijzonder weigert Duitsland in sommige gevallen teruggaaf van btw zonder de verzoeker om aanvullende inlichtingen te hebben gevraagd, wanneer de betrokken overheidsinstanties van oordeel zijn dat de verstrekte informatie over de aard van de geleverde goederen of verleende diensten ontoereikend is om op het verzoek te kunnen beslissen. Deze praktijk leidt ertoe dat teruggaaf van btw wordt geweigerd aan verzoekers die voldoen aan de materiële voorwaarden daarvoor, en is in strijd met het recht op btw-teruggaaf op grond van de EU-regels (de btw-richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad) en de teruggaafrichtlijn (Richtlijn 2008/9/EG van de Raad)). Met het vandaag genomen besluit handhaaft de Europese Commissie als hoedster van de Verdragen de EU-wetgeving. De zaak wordt aan het Hof voorgelegd omdat Duitsland zijn wettelijke voorschriften niet in overeenstemming met het EU-recht heeft gebracht nadat de Commissie een met redenen omkleed advies had gestuurd. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Belastingen: Commissie daagt VERENIGD KONINKRIJK voor Hof van Justitie wegens niet-naleving van btw-voorschriften voor bepaalde grondstoffenmarkten

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens de uitbreiding van het toepassingsgebied van een btw-maatregel op grond waarvan voor bepaalde grondstoffenmarkten btw-vrijstellingen zijn toegestaan. Het Verenigd Koninkrijk past momenteel een btw-nultarief toe op transacties die op bepaalde grondstoffenmarkten in het VK worden uitgevoerd. Sinds het VK de Commissie in 1977 van deze vrijstelling in kennis heeft gesteld, heeft het land het toepassingsgebied van de maatregel aanzienlijk uitgebreid, waardoor deze niet langer beperkt is tot de handel in de grondstoffen die oorspronkelijk onder de vrijstelling vielen. Overeenkomstig de door alle lidstaten overeengekomen EU-regels (de btw-richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad)) kan het toepassingsgebied van deze soort van "standstillafwijking" niet worden uitgebreid. Een dergelijke uitbreiding veroorzaakt tevens aanzienlijke verstoringen van de mededinging, ten nadele van andere financiële markten in de EU. De zaak wordt vandaag aan het Hof voorgelegd omdat het Verenigd Koninkrijk zijn wettelijke voorschriften niet in overeenstemming met het btw-recht van de EU heeft gebracht nadat de Commissie in juli 2018 een met redenen omkleed advies had gestuurd. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie en aanmaningsbrief

Belastingen: Commissie daagt ITALIË voor Hof van Justitie wegens voorkeursbehandeling bij registratiebelasting voor onroerend goed

De Commissie heeft vandaag besloten Italië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het land heeft verzuimd zijn wettelijke voorschriften te wijzigen op grond waarvan in het buitenland wonende Italianen bij de aankoop van hun eerste voor bewoning bestemd onroerend goed op Italiaans grondgebied onder een verlaagd belastingtarief vallen. Voor die Italiaanse emigranten geldt voor de registratiebelasting een preferentieel tarief zonder dat zij aan het woonplaatsvereiste moeten voldoen. Onderdanen van andere lidstaten hebben geen recht op een dergelijke voorkeursbehandeling wanneer zij niet daadwerkelijk woonachtig zijn in de gemeente waar het onroerend goed is gelegen of daar niet binnen 18 maanden daadwerkelijk hun woonplaats vestigen. Een dergelijke discriminerende behandeling, rechtstreeks op grond van nationaliteit, is krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) niet toegestaan. Evenzo zijn in het buitenland wonende Italiaanse gepensioneerden onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van een gemeentelijke onroerendgoedbelasting ("IMU") of kunnen zij voor hun onroerend goed in Italië in aanmerking komen voor vermindering van lokale dienstenbelastingen. De Commissie heeft derhalve vandaag tevens besloten Italië een aanmaningsbrief te sturen omdat het land aan Italiaanse gepensioneerden die in de EU of in een EER-land wonen nog steeds gunstiger voorwaarden voor bepaalde gemeentelijke belastingen op hun eerste huis in Italië toekent. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Met redenen omklede adviezen

Belastingen: Commissie verzoekt FRANKRIJK belastingvoorschriften betreffende persoonlijkeverzorgingsdiensten en thuishulp in overeenstemming met EU-recht te brengen

De Commissie heeft besloten Frankrijk een met redenen omkleed advies te sturen wegens de fiscale benadeling van bepaalde ingezeten en niet-ingezeten belastingplichtigen in verband met persoonlijkeverzorgings- en thuishulpdiensten. Momenteel wordt voor verzorgingsdiensten aan huis die aan belastingplichtigen of, onder bepaalde voorwaarden, aan hun bloedverwanten in opgaande lijn worden verleend, alleen een belastingvermindering toegekend als deze diensten worden verleend in een in Frankrijk gelegen woonplaats. Deze voorwaarde druist in tegen de beginselen van het EU-recht, omdat Franse ingezeten belastingplichtigen die in een andere EU-lidstaat of een ander EER-land wonen nadeliger worden behandeld. Ook niet-ingezeten belastingplichtigen die zich in een vergelijkbare situatie als ingezeten belastingplichtigen bevinden omdat zij het grootste deel van hun inkomsten uit hun werkzaamheden in Frankrijk halen, worden benadeeld. Als Frankrijk binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt DUITSLAND voorschriften met betrekking tot forfaitaire btw-regeling voor landbouwproducenten in overeenstemming met EU-recht te brengen

De Commissie heeft vandaag besloten Duitsland een met redenen omkleed advies te sturen in verband met de toepassing van een specifieke btw-regeling voor landbouwproducenten. Het staat de lidstaten volgens de EU-regels (de btw-richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad)) vrij een forfaitaire btw-regeling voor landbouwproducenten toe te passen. In het kader van deze regeling mogen landbouwproducenten hun afnemers een standaardbedrag – of "forfaitaire compensatie" – over hun landbouwproducten en ‑diensten in rekening brengen in plaats van de normale btw-voorschriften toe te passen. Deze landbouwproducenten kunnen op hun beurt geen aanspraak maken op compensatie voor de btw die zij reeds hebben betaald. Deze regeling is bedoeld voor landbouwproducenten die waarschijnlijk administratieve moeilijkheden zouden ondervinden wanneer zij de normale btw-voorschriften zouden volgen. Duitsland past de forfaitaire regeling echter automatisch toe ten aanzien van alle landbouwproducenten, ook ten aanzien van eigenaren van grote landbouwbedrijven, zonder onderscheid te maken tussen degenen die dergelijke moeilijkheden wel en degenen die dergelijke moeilijkheden niet zouden ondervinden. Bovendien blijkt uit cijfers van de Duitse Rekenkamer (Bundesrechnungshof) dat door toe te staan dat het forfaitaire tarief op deze wijze ten aanzien van landbouwproducenten wordt toegepast, de door hen betaalde btw-voordruk wordt overgecompenseerd. Dit is niet toegestaan op grond van de EU-regels en veroorzaakt aanzienlijke verstoringen van de mededinging op de interne markt. Als Duitsland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt DUITSLAND om wijziging van restrictieve bepalingen inzake exitheffing bij vermogenswinst

De Commissie heeft vandaag besloten Duitsland een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land een onmiddellijke exitheffing legt op de overdracht van activa naar een EU/EER-land. De overdracht van Duitse activa van Duitse ondernemingen aan een ontvanger die is gevestigd in een EVA-staat die aan de EER deelneemt (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein), wordt minder gunstig behandeld dan bij zuiver binnenlandse transacties het geval zou zijn. Dit komt doordat volgens de Duitse wettelijke regeling niet-gerealiseerde vermogenswinsten moeten worden opgenomen in de heffingsgrondslag van het belastingjaar waarin die overdrachten plaatsvinden. Bovendien kunnen niet-ingezeten belastingplichtigen niet voor dat uitstel in aanmerking komen, maar worden zij in plaats daarvan onmiddellijk belast, wat neerkomt op een inbreuk op de vrijheid van vestiging. Derhalve kunnen de betrokken Duitse voorschriften belastingplichtigen ervan afhouden gebruik te maken van hun vrijheid van vestiging (artikel 49 VWEU en de overeenkomstige bepaling van de EER-Overeenkomst). Als Duitsland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt PORTUGAL belastingvoorschriften betreffende verkoop van onroerend goed door niet-ingezetenen in overeenstemming met EU-recht te brengen

De Commissie heeft vandaag besloten Portugal een met redenen omkleed advies te sturen met het verzoek om wijziging van de restrictieve bepalingen inzake exitheffing bij vermogenswinst, en zo voor overeenstemming met de desbetreffende arresten van het Hof van Justitie van de EU te zorgen. In Portugal werd de vermogenswinst van niet-ingezeten belastingplichtigen belast tegen een vast tarief van 28 %, terwijl voor ingezeten belastingplichtigen een progressief inkomstenbelastingtarief werd toegepast. Het Hof van Justitie heeft dit verschil in behandeling in twee zaken (zaak C-443/06, Hollmann, en zaak C-184/18, Fazenda Pública) onverenigbaar geacht met het vrij verkeer van kapitaal zoals gewaarborgd bij artikel 63 VWEU en de EER-Overeenkomst. Portugal heeft voor niet-ingezetenen een mogelijkheid ingevoerd om als ingezetenen te worden behandeld, die inhoudt dat 50 % van die vermogenswinst uit Portugese bron tegen een progressief inkomstenbelastingtarief wordt belast. Volgens de rechtspraak van de EU heft de loutere mogelijkheid om als ingezeten belastingplichtige te worden behandeld de inbreuk echter niet op wanneer niet-ingezeten belastingplichtigen in de basisbelasting nog steeds zwaarder worden belast. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord van Portugal komt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt ROEMENIË met klem aan EU-recht te voldoen bij teruggaaf van ten onrechte geheven autoregistratiebelasting

De Commissie heeft vandaag besloten Roemenië een met redenen omkleed advies te sturen omdat het land geen volledige en onmiddellijke teruggaaf van de registratiebelasting op in andere lidstaten gekochte tweedehandsvoertuigen waarborgt. Deze belasting werd door het Hof van Justitie van de EU in strijd met de EU-regels (artikel 110 VWEU) geacht. De Roemeense voorschriften inzake belastingteruggaaf voldoen niet aan de beginselen van loyale samenwerking, gelijkwaardigheid en doeltreffendheid. Als Roemenië binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK voorschriften betreffende inkomstenbelasting in overeenstemming met EU-recht te brengen

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies te sturen met betrekking tot zijn nationale wettelijke voorschriften inzake vermindering van inkomstenbelasting voor verliezen bij vervreemding van aandelen. Momenteel komen enkel aandelen in ondernemingen die hun zakelijke activiteiten geheel of voornamelijk in het Verenigd Koninkrijk uitvoeren in aanmerking voor de vermindering. Dit voorschrift leidt tot de benadeling van belastingplichtigen die investeren in daartoe in aanmerking komende aandelen van ondernemingen die hun zakelijke activiteiten in andere EU-lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk uitvoeren. Het vormt tevens een beperking van het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU). Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord van het Verenigd Koninkrijk komt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK voorschriften betreffende belastingvermindering voor leningen aan handelaren in overeenstemming met EU-recht te brengen

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies te sturen met betrekking tot zijn nationale wettelijke voorschriften inzake belastingvermindering voor leningen aan handelaren. De wettelijke voorschriften van het VK voorzien momenteel in een specifieke vermindering voor gevallen waarin een "in aanmerking komende lening" oninbaar is geworden. In dit geval heeft de kredietgever het recht om te vorderen dat het bedrag van de lening kan worden afgetrokken van de door hem over belastbare winsten te betalen vermogenswinstbelasting of vennootschapsbelasting. De voorschriften maken echter een onderscheid tussen de fiscale behandeling van "oninbare leningen" aan ingezetenen van het VK en aan niet in het VK ingezeten kredietnemers. Dit vormt een ongerechtvaardigde beperking van het vrij verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU). Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord van het Verenigd Koninkrijk komt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Aanmaningsbrieven

Belastingen: Commissie verzoekt HONGARIJE opnieuw controlesysteem voor wegvervoer in overeenstemming met EU-regels te brengen

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een aanvullende aanmaningsbrief te sturen waarin wordt bevestigd dat de voorschriften van een controlesysteem voor wegvervoer niet voldoen aan de btw-wetgeving van de EU (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad) en om wijziging daarvan wordt verzocht. In het kader van het elektronisch handels- en vervoerscontrolesysteem (EKAER-systeem) zijn bedrijven verplicht de Hongaarse belastingautoriteiten gedetailleerde informatie voor btw-doeleinden te verschaffen over bepaalde bedrijfsvoertuigen die gebruikmaken van de openbare weg. De Commissie bevestigt dat de EKAER-voorschriften in strijd zijn met de btw-regels omdat zij voornamelijk een weerslag hebben op grensoverschrijdende transacties binnen de EU en leiden tot administratieve formaliteiten in verband met het overschrijden van grenzen. Bovendien is de Commissie van oordeel dat de Hongaarse wettelijke voorschriften een inbreuk vormen op de beginselen van neutraliteit en evenredigheid alsmede op de vrijheid van ondernemerschap zoals gewaarborgd bij het Handvest van de grondrechten van de EU. Als Hongarije binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Hongaarse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Belastingen: Commissie dringt bij HONGARIJE aan op aanpassing van tarief voor accijns op sigaretten aan minimumtarief van EU

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een aanmaningsbrief te sturen omdat het land niet voldoet aan het minimumtarief van de EU voor accijns op sigaretten dat wordt voorgeschreven door de EU-regels inzake tabaksfabrikaten (Richtlijn 2011/64/EU van de Raad). De lidstaten zijn op grond van de huidige regels verplicht op sigaretten een accijns te heffen van ten minste 60 % van de toepasselijke gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van de op hun grondgebied tot verbruik uitgeslagen sigaretten. Samen met andere lidstaten kreeg Hongarije een overgangsperiode tot en met 31 december 2017 om aan deze verplichting te voldoen, maar de door Hongarije op sigaretten geheven accijns blijft onder het minimumtarief. Als Hongarije binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Hongaarse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Belastingen: Commissie verzoekt POLEN om wijziging van wettelijke btw-voorschriften voor door geadresseerden gefaciliteerde accijnsgoederen

De Commissie heeft vandaag besloten Polen een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek om wijziging van zijn btw-voorschriften op grond waarvan geadresseerden die inklaringsdiensten met betrekking tot accijnsgoederen (bijv. brandstof) voor hun klanten verrichten, niet alleen btw verschuldigd zijn over de door hen verrichte diensten maar ook over het bedrag van de accijns op de brandstof en de brandstoftoeslag, ook al is er geen sprake van intra-EU-verwervingen van brandstof in de zin van de huidige btw-regels van de EU (de btw-richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad)). Dit kan tevens leiden tot dubbele belastingheffing, aangezien de klanten van die ondernemingen eveneens btw verschuldigd zijn over intra-EU-verwervingen van deze brandstof. Als Polen binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Poolse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Belastingen: Commissie verzoekt PORTUGAL om wijziging van wettelijke voorschriften inzake motorvoertuigenbelasting

De Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure tegen Portugal in te leiden omdat het land voor de afschrijving geen rekening houdt met de milieucomponent van de registratiebelasting op uit andere lidstaten ingevoerde tweedehandsauto's. De Commissie is van oordeel dat de Portugese wettelijke voorschriften niet verenigbaar zijn met artikel 110 VWEU, aangezien uit andere lidstaten ingevoerde tweedehandsauto's zwaarder worden belast dan tweedehandsauto's die op de Portugese markt worden gekocht omdat de afschrijving daarvan niet volledig wordt meegeteld. Als Portugal binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Portugese autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Douane: Commissie verzoekt ROEMENIË om wijziging van wettelijke voorschriften inzake douaneschuld

De Commissie heeft vandaag besloten Roemenië een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn wettelijke voorschriften inzake de douaneschuld in overeenstemming te brengen met het douanewetboek van de Unie (Verordening (EU) nr. 952/2013). Volgens dit douanewetboek moet een douaneschuld binnen drie jaar door de douaneautoriteiten aan de schuldenaar worden meegedeeld. Is de douaneschuld als gevolg van een strafbaar feit ontstaan, dan moet die binnen tien jaar worden meegedeeld. De Roemeense douanewetgeving bepaalt dat de douaneschuld niet na vijf jaar vanaf het tijdstip van ontstaan ervan aan de schuldenaar kan worden meegedeeld, ongeacht of de douaneschuld als gevolg van een strafbaar feit is ontstaan. Met deze bepaling wordt evenmin de in de EU-douanewetgeving bepaalde periode van drie jaar voor de mededeling van de douaneschuld gerespecteerd. Als Roemenië binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Roemeense autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Belastingen: Commissie verzoekt SPANJE om afschaffing van buitensporig restrictieve voorwaarden voor belastinguitstel in geval van splitsingen van ondernemingen

De Commissie heeft vandaag besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek om afschaffing van voorwaarden in de Spaanse wettelijke voorschriften die in strijd zijn met de fusierichtlijn (Richtlijn 90/434/EEG van de Raad). Die richtlijn beoogt te waarborgen dat bedrijfsreorganisaties zoals fusies en splitsingen niet worden belemmerd door belastingheffing op het tijdstip van herstructurering. De belastingheffing over de vermogenswinst die het resultaat is van een dergelijke reorganisatie wordt derhalve uitgesteld tot de latere verkoop of vervreemding van de activa en de aandelen. De Spaanse wettelijke voorschriften voorzien echter in buitensporig restrictieve voorwaarden voor bepaalde soorten splitsingen van ondernemingen: er wordt geen belastinguitstel verleend als de aandeelhouders van de gesplitste vennootschap niet hetzelfde percentage van de aandelen in alle uit de splitsing voortkomende vennootschappen krijgen, tenzij de verworven activa takken van bedrijvigheid zijn. Als Spanje binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Spaanse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Belastingen: Commissie verzoekt SPANJE om wijziging van voorschriften inzake rapportage per land door multinationals

De Commissie heeft besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek om volledige uitvoering van de EU-regels inzake de rapportage per land door multinationals (de 4e richtlijn inzake administratieve samenwerking (Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad)). In de huidige Spaanse regels ontbreekt een aantal elementen betreffende de rapportageverplichtingen van multinationals. Als Spanje binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Spaanse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Sluitingen

Belastingen: Commissie sluit zaken tegen GRIEKENLAND, POLEN en TSJECHIË

De Commissie is ingenomen met de omzetting door Griekenland, Polen en Tsjechië van de maatregelen inzake de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied wat betreft de toegang van de belastingautoriteiten van de lidstaten tot antiwitwasinlichtingen (de 5e richtlijn inzake administratieve samenwerking (Richtlijn (EU) 2016/2258 van de Raad)). De Commissie heeft vandaag besloten de desbetreffende drie inbreukprocedures te sluiten. De Commissie heeft in januari 2018 tegen deze drie lidstaten een inbreukprocedure ingeleid en heeft de Griekse autoriteiten in juni 2016 een met redenen omkleed advies gestuurd.

MEMO/19/462

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar