Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Inbreukenpakket voor juli: voornaamste beslissingen

Brussel, 19 juli 2018

Overzicht per beleidsterrein

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie ("de Commissie") tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse sectoren en beleidsterreinen van de EU en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, gegroepeerd per beleidsterrein. Ook sluit de Commissie 80 procedures waarin de problemen met de betrokken lidstaten zijn opgelost, zodat de Commissie de procedure niet hoeft voort te zetten.

Zie voor nadere informatie over de EU-inbreukprocedure MEMO/12/12. Zie voor meer details over alle beslissingen het register van inbreukbeslissingen.

1. Digitale eengemaakte markt

(meer informatie: Nathalie Vandystadt – tel. +32 229-67083, Inga Höglund – tel. +32 229-50698)

 

Aanmaningsbrieven

Radiospectrum: Commissie verzoekt BELGIË te voldoen aan EU-regels inzake het spectrum

De Europese Commissie heeft vandaag besloten België een aanmaningsbrief te sturen waarin wordt gevraagd om de volledige uitvoering van de Europese regels inzake het radiospectrum op grond van Besluit (EU) 2017/899 inzake de 700 MHz-frequentieband. Volgens dit besluit moeten de lidstaten uiterlijk op 30 juni 2020 het gebruik van de 694-790 MHz-frequentieband (de "700 MHz-frequentieband") voor mobiele breedband toestaan. België heeft geen grensoverschrijdende frequentiecoördinatieovereenkomsten gesloten met buurlanden, met name Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, en voldoet dus niet aan vereisten van het 700 MHz-besluit. De uiterste termijn om deze overeenkomsten te sluiten was eind 2017. Als gevolg daarvan kan de ontwikkeling van 5G in België en de omliggende landen vertraging oplopen. Nu overeenstemming is bereikt over de toekomstige telecomvoorschriften — Wetboek voor elektronische communicatie — is 5G-connectiviteit een van de topprioriteiten voor de Commissie. De nieuwe regels zullen ervoor zorgen dat het radiospectrum voor 5G uiterlijk in 2020 in de hele EU beschikbaar is. Als België zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies over dit onderwerp toezenden.

Commissie verzoekt lidstaten om omzetting van EU-brede wetgeving inzake cyberbeveiliging

De Commissie heeft vandaag besloten om 17 lidstaten een aanmaningsbrief te sturen voor de volledige omzetting in nationale wetgeving van het eerste stuk EU-brede wetgeving inzake cyberbeveiliging . Dit besluit heeft betrekking op de volgende lidstaten: Oostenrijk, Bulgarije, België, Kroatië, Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië en Spanje. De richtlijn inzake de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen ("NIS-richtlijn"; Richtlijn (EU) 2016/1148) heeft tot doel om in de hele EU een vergelijkbaar hoog niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen tot stand te brengen door de nationale capaciteiten op het gebied van cyberbeveiliging te ontwikkelen en de aanbieders van essentiële diensten en digitaledienstverleners op EU-niveau verdergaande verplichtingen tot samenwerking en melding van incidenten op te leggen. De lidstaten moesten de NIS-richtlijn uiterlijk op 9 mei 2018 in nationaal recht hebben omgezet, aangezien de richtlijn in augustus 2016 in werking is getreden. Tot nu toe hebben elf lidstaten de Europese Commissie ervan in kennis gesteld dat zij de richtlijn volledig hebben omgezet en nu bezig zijn met een controleproces om de volledige omzetting te kunnen bevestigen. De andere lidstaten hebben twee maanden de tijd om te reageren op de aanmaningsbrief van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

2. Economische en financiële zaken

(meer informatie: Christian Spahr – tel. +32 229-56194, Annikky Lamp – tel. +32 229-56151, Enda McNamara – tel. +32 229-64976)

 

Met redenen omkleed advies

Commissie verzoekt SLOVENIË de onschendbaarheid van de archieven van de ECB te eerbiedigen en loyaal samen te werken in de context van de inbeslagname van informatie bij de Sloveense centrale bank

De Commissie heeft besloten Slovenië een met redenen omkleed advies te zenden wegens de schending van de onschendbaarheid van de archieven van de Europese Centrale Bank (ECB) (Protocol nr. 7 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, VWEU) en de verplichting tot loyale samenwerking (artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, VEU) in de context van de inbeslagname van ECB-documenten die plaatsvond bij de Sloveense centrale bank. Op 6 juli 2016 is door de Sloveense autoriteiten, in het kader van een nationaal onderzoek tegen ambtenaren van de centrale bank, bij de Sloveense centrale bank informatie in beslag genomen, waaronder documenten en IT-apparatuur van de ECB. De ECB had geen voorafgaande toestemming gegeven voor het in beslag nemen van deze documenten. De Commissie neemt geen genoegen met de antwoorden die door de Sloveense autoriteiten zijn verstrekt tijdens haar poging om, via een EU Pilot-brief in december 2016 en een aanmaningsbrief in mei 2017, duidelijkheid te krijgen over de feiten en omstandigheden. In het met redenen omklede advies worden de bevoegdheden van de nationale autoriteiten in het kader van nationale procedures niet betwist. De Sloveense autoriteiten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op het met redenen omklede advies. De Commissie blijft in nauw contact met de ECB over deze kwestie.

 

3. Energie

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen – tel. +32 229-56186, Nicole Bockstaller – tel. +32 229-52589)

 

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Interne energiemarkt: Commissie daagt DUITSLAND en HONGARIJE voor Hof van Justitie van de EU wegens onvolledige naleving van derde energiepakket

Duitsland voor Hof inzake derde energiepakket De Commissie daagt Duitsland voor het Hof van Justitie van de EU om een correcte uitvoering te waarborgen van de elektriciteitsrichtlijn (Richtlijn 2009/72/EG) en de gasrichtlijn (Richtlijn 2009/73/EG). Beide richtlijnen maken deel uit van het derde energiepakket en bevatten belangrijke bepalingen voor de goede werking van de energiemarkten. Duitsland heeft niet gezorgd voor volledige eerbiediging van regels betreffende de bevoegdheden en de onafhankelijkheid van de nationale regulerende instantie. In het bijzonder beschikt de regulator niet over volledige vrijheid bij het vaststellen van netwerktarieven en andere voorwaarden voor de toegang tot netten en balanceringsdiensten, aangezien veel van de elementen voor de vaststelling van deze tarieven en voorwaarden grotendeels zijn vastgelegd in gedetailleerde verordeningen die door de federale regering zijn vastgesteld. Daarnaast heeft Duitsland diverse vereisten inzake het ontvlechtingsmodel voor onafhankelijke transmissiebeheerders op incorrecte wijze omgezet. Zo voldoen de voorschriften inzake de onafhankelijkheid van het personeel en het beheer van de onafhankelijke transmissiebeheerder bijvoorbeeld niet helemaal aan deze richtlijnen, terwijl in de definitie van verticaal geïntegreerd bedrijf activiteiten buiten de EU ten onrechte worden uitgesloten. In februari 2015 is Duitsland een aanmaningsbrief gestuurd, gevolgd door een met redenen omkleed advies in april 2016. Aangezien het EU-recht nog steeds niet wordt nageleefd, moet de Commissie deze zaken aanhangig maken bij het Hof van Justitie. De Commissie daagt Hongarije voor het Hof in verband met zijn wetgeving op het gebied van energienetwerktarieven De Europese Commissie daagt Hongarije voor het Hof van Justitie van de EU om te bereiken dat de voorschriften voor netwerktarieven van het derde energiepakket op correcte wijze worden toegepast. Op grond van het derde energiepakket moeten de door netwerkbeheerders toegepaste tarieven voor het gebruik van elektriciteits- en gasnetten worden gereguleerd om concurrentievervalsende gedragingen te voorkomen, en worden de nationale regulerende instanties belast met de taak om deze tarieven of de daarbij gebruikte methoden vast te leggen. Na de beoordeling van de door Hongarije genomen wettelijke maatregelen op het gebied van energie heeft de Commissie vastgesteld dat het Hongaarse recht bepaalde soorten kosten bij de berekening van de netwerktarieven voor gas en elektriciteit uitsluit, wat in strijd is met het beginsel van kostendekkendheid van tarieven zoals voorzien in de elektriciteitsverordening en de gasverordening. Daarnaast constateerde de Commissie dat Hongarije wijzigingen van zijn energiewetgeving heeft vastgesteld waarmee het recht van marktdeelnemers op volledige rechterlijke toetsing van besluiten van de nationale regulator op het gebied van netwerktarieven wordt ondergraven. De Commissie heeft Hongarije in februari 2015 een aanmaningsbrief over deze kwesties gestuurd, gevolgd door twee met redenen omklede adviezen, respectievelijk in december 2016 en april 2017. Aangezien het EU-recht nog steeds niet wordt nageleefd, heeft de Commissie besloten deze zaken aanhangig te maken bij het Hof van Justitie. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Aanmaningsbrieven

Energie-efficiëntie: Commissie verzoekt zeven lidstaten om correcte omzetting van EU-voorschriften

Vandaag heeft de Commissie besloten Cyprus, Ierland, Malta, Nederland, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk aanmaningsbrieven te sturen omdat zij bepaalde voorschriften van de richtlijn betreffende energie-efficiëntie (Richtlijn 2012/27/EU) niet correct hebben omgezet of uitgevoerd. In die richtlijn wordt een gemeenschappelijk kader met maatregelen vastgesteld voor de bevordering van energie-efficiëntie binnen de Unie om ervoor te zorgen dat de Unie de doelstelling van 20 % meer energie-efficiëntie in 2020 haalt en om de weg te effenen voor verdere verbeteringen van de energie-efficiëntie na die datum. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om op de argumenten van de Commissie te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

4. Milieu

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Iris Petsa – tel. +32 229-93321)

 

Met redenen omklede adviezen

Lawaai: Commissie dringt bij PORTUGAL en SPANJE aan op goedkeuring van geluidsbelastingkaarten en actieplannen inzake omgevingslawaai

De Commissie verzoekt Portugal en Spanje te voldoen aan de belangrijkste bepalingen van de EU-wetgeving inzake omgevingslawaai (Richtlijn 2002/49/EG). Op grond van de richtlijn omgevingslawaai moeten de lidstaten geluidsbelastingkaarten goedkeuren die de blootstelling aan lawaai laten zien in grotere stedelijke gebieden, bijvoorbeeld langs belangrijke spoor- en autowegen en op belangrijke luchthavens. Deze kaarten dienen als basis voor de vaststelling van maatregelen om de geluidsoverlast te verminderen. Nadat Spanje in september 2016 een eerste aanmaning had ontvangen, heeft het land voor veel van de agglomeraties, belangrijke wegen en belangrijke spoorwegen op zijn grondgebied nog geen strategische geluidsbelastingkaarten en actieplannen opgesteld. Bovendien heeft Spanje de bestaande actieplannen voor belangrijke luchthavens niet opnieuw bezien en/of aangepast. Ook Portugal heeft geen vooruitgang geboekt nadat de Commissie het land in mei 2017 een eerste waarschuwing had gestuurd. Uit de door de Portugese autoriteiten ingediende verslagen blijkt dat voor 2 grote agglomeraties en 123 belangrijke wegen nog geen strategische geluidsbelastingkaarten zijn vastgesteld en dat er nog geen actieplannen zijn voor 3 agglomeraties, 60 belangrijke spoorwegbaanvakken en 466 belangrijke wegtrajecten. Zowel Spanje als Portugal hebben twee maanden de tijd om te reageren; doen zij dat niet, dan kan de Commissie besluiten de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Lucht: Commissie verzoekt ROEMENIË om omzetting van EU-regels inzake industriële emissies

De Commissie dringt er bij Roemenië op aan de EU-wetgeving inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties (Richtlijn (EU) 2015/2193) volledig in nationale wetgeving om te zetten. In die richtlijn worden de emissies van SO2, NOx en stof in de lucht gereguleerd om die emissies en de mogelijke risico's ervan voor de volksgezondheid en het milieu te beperken. De richtlijn bevat ook regels voor het monitoren van de emissies van koolmonoxide. De lidstaten moesten uiterlijk op 19 december 2017 laten weten met welke nationale maatregelen deze richtlijn in hun nationale wetgeving werd omgezet. Nadat Roemenië de termijn had laten verstrijken, heeft de Commissie in januari 2018 een aanmaningsbrief verstuurd. Omdat Roemenië de maatregelen nog altijd niet heeft doorgegeven, stuurt de Commissie nu een met redenen omkleed advies. Roemenië heeft twee maanden de tijd om te reageren. Als er geen passend antwoord komt, kan de Commissie Roemenië voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Water: Commissie roept SPANJE op om te voldoen aan EU-voorschriften ter voorkoming van overstromingen

De Commissie verzoekt Spanje te voldoen aan de voorschriften van de overstromingsrichtlijn (Richtlijn 2007/60/EG). Met de richtlijn wordt beoogd de risico's van overstromingen voor de gezondheid, economische activiteiten en het milieu te beperken en te beheren. Op grond van EU-recht hadden de lidstaten uiterlijk op 22 maart 2016 overstromingsrisicobeheerplannen moeten voltooien en bekendmaken en deze ter kennis van de Commissie moeten brengen. In maart 2018 heeft de Commissie de Spaanse autoriteiten een aanmaningsbrief gezonden omdat zij voor alle zeven stroomgebiedsdistricten in de Canarische Eilanden hadden verzuimd overstromingsrisicobeheerplannen op te stellen, bekend te maken en ter kennis van de Commissie te brengen. Aangezien Spanje nog steeds geen kennisgeving van deze plannen heeft gedaan, stuurt de Commissie een met redenen omkleed advies. Spanje heeft twee maanden de tijd om te reageren. Als Spanje zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

 

Aanmaningsbrieven

Natuur: Commissie vraagt BULGARIJE om betere uitvoering van EU-natuurwetgeving

De Commissie stuurt een aanvullende aanmaningsbrief aan Bulgarije over stelselmatige tekortkomingen in de uitvoering door dat land van de natuurwetgeving van de EU. De vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) en de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) brengen het EU-brede netwerk van beschermde gebieden Natura 2000 tot stand. In Natura 2000-gebieden kunnen economische activiteiten plaatsvinden, op voorwaarde dat dit geen negatief effect heeft op de natuurlijke kenmerken van het gebied. In Bulgarije zijn de gecumuleerde effecten van bestaande en goedgekeurde plannen en projecten op Natura 2000-gebieden stelselmatig buiten beschouwing gelaten, en zijn veel ontwikkelingen die een ernstige bedreiging vormen voor instandhoudingsdoelstellingen toch goedgekeurd. Deze kwestie is tien jaar geleden voor het eerst aangekaart en hoewel Bulgarije sindsdien enkele maatregelen heeft genomen om het probleem aan te pakken, duurt het structurele probleem voort en ontvangt de Commissie regelmatig klachten over plannen en projecten die op basis van ontoereikende beoordelingen, of zelfs zonder enige passende beoordeling, zijn goedgekeurd. De Commissie heeft daarom besloten een aanvullende aanmaningsbrief te sturen en Bulgarije twee maanden de tijd te geven om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Drinkwater: Commissie dringt er bij IERLAND op aan veilig drinkwater voor burgers te waarborgen

De Europese Commissie heeft besloten Ierland een aanmaningsbrief te sturen wegens het niet nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van de drinkwaterrichtlijn (Richtlijn 98/83/EG van de Raad) en het toelaten van overschrijding van de parameterwaarde voor trihalomethaan. De richtlijn beoogt de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water door ervoor te zorgen dat het gezond en schoon is. Gedurende een lange periode bevatte het drinkwater dat aan meer dan 500 000 mensen in Ierland werd verstrekt te hoge hoeveelheden van trihalomethaan. Deze stof, die voornamelijk als bijproduct ontstaat wanneer chloor wordt gebruikt om water te ontsmetten en veilig te maken voor consumptie, vormt een gezondheidsrisico. De Ierse autoriteiten hebben niet de nodige maatregelen genomen om de trihalomethaanwaarden omlaag te brengen en de consumenten, zoals vereist, in kennis te stellen van de gevolgen voor de gezondheid. Ierland heeft twee maanden de tijd om op de brief te antwoorden; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Afvalwater: Commissie dringt bij ITALIË aan op naleving van EU-voorschriften voor behandeling van stedelijk afvalwater

De Commissie verzoekt Italië de EU-regelgeving inzake stedelijk afvalwater na te leven en ervoor te zorgen dat alle agglomeraties met een bevolking van meer dan 2 000 inwoners hun stedelijk afvalwater opvangen en behandelen. Uit hoofde van de EU-wetgeving (Richtlijn 91/271/EEG van de Raad) moeten steden de benodigde infrastructuur aanleggen om hun stedelijk afvalwater op te vangen en te behandelen. Onbehandeld afvalwater kan een gezondheidsrisico vormen en meren, rivieren, de bodem, de kustwateren en het grondwater verontreinigen. Italië is reeds het voorwerp van drie aparte inbreukprocedures wegens diverse schendingen van de voorschriften van de richtlijn, maar uit een beoordeling van de laatste door Italië verstrekte gegevens is gebleken dat daarnaast een aanzienlijk aantal kleinere agglomeraties (276) fundamentele verplichtingen inzake opvang, behandeling en controle niet nakomen. In het licht van de omvang van deze tekortkomingen stuurt de Commissie Italië een aanmaningsbrief. De Italiaanse autoriteiten hebben twee maanden de tijd om te antwoorden; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Natuur: Commissie dringt bij POLEN aan op naleving van natuurbeschermingsvoorschriften

De Commissie verzoekt Polen passende waarborgen voor beschermde bossen te garanderen, zoals vereist is in het kader van de EU-natuurwetgeving. De EU-wetgeving inzake vogels (Richtlijn 2009/147/EG) en habitats (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) voorziet in de totstandbrenging van Natura 2000, een netwerk van beschermde gebieden in de hele EU die bescherming bieden tegen potentieel schadelijke ontwikkelingen. Op grond van deze wetgeving moeten bosbeheerplannen en activiteiten zoals kappen in beschermde gebieden aan een effectbeoordeling worden onderworpen voordat een vergunning kan worden verleend. Bij recente wijzigingen van de Poolse wet zijn vrijstellingen voor bosbeheeractiviteiten ingevoerd die de vereiste beschermingsregeling in gevaar brengen. Bovendien voorziet de Poolse wetgeving niet in toegang tot de rechter in verband met bosbeheerplannen. Omdat dergelijke plannen aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, blijft het publiek in dit opzicht dus verstoken van doeltreffende rechterlijke bescherming op grond van de habitatrichtlijn. Om deze redenen heeft de Commissie besloten Polen een aanmaningsbrief te sturen en het land twee maanden de tijd te geven om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Afval: Commissie verzoekt POLEN te zorgen voor doeltreffende toepassing van EU-wetgeving inzake autowrakken

De Commissie stuurt Polen een aanmaningsbrief omdat het land nalaat ervoor te zorgen dat voertuigen op een milieuvriendelijke manier worden gedemonteerd en gerecycleerd wanneer zij het eind van hun nuttige levensduur bereiken. De richtlijn betreffende autowrakken (Richtlijn 2000/53/EG) is een onderdeel van een brede inspanning om Europa om te vormen tot een circulaire economie waarin afval systematisch wordt teruggewonnen, hergebruikt of gerecycleerd. Het Poolse recht kent momenteel geen sancties voor gevallen waarin ingevoerde voertuigen niet worden geregistreerd of de bevoegde autoriteiten niet worden geïnformeerd over de verwerving of verwijdering van dergelijke voertuigen. Het daaruit voortvloeiende gebrek aan nauwkeurige informatie verhindert inspanningen om ervoor te zorgen dat voertuigen in overeenstemming met de richtlijn worden behandeld. De onjuiste verwerking van autowrakken kan leiden tot ernstige gevaren voor het milieu, omdat de onveilige omgang met airconditioningvloeistof, accuzuur, plastic onderdelen en banden een ernstig gevaar kan vormen voor de menselijke gezondheid en het milieu. Polen heeft twee maanden de tijd om te reageren.

Dierenwelzijn: Commissie verzoekt zes lidstaten om correcte omzetting van maatregelen betreffende de bescherming van proefdieren

De Europese Commissie heeft besloten zes lidstaten (Estland, Duitsland, Portugal, Roemenië, Slowakije en Spanje) een aanmaningsbrief te sturen in verband met tekortkomingen in de manier waarop zij EU-voorschriften inzake de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (Richtlijn 2010/63/EU) in nationaal recht hebben omgezet. De richtlijn, die uiterlijk op 10 november 2012 moest zijn omgezet, garandeert een hoog niveau van dierenwelzijn met behoud van de goede werking van de interne markt. Tevens beoogt de richtlijn het minimaliseren van het aantal voor experimentele doeleinden gebruikte dieren en schrijft zij waar mogelijk alternatieven voor. De binnenlandse wetgeving van alle zes lidstaten vertoont talrijke tekortkomingen.

De Estse wet schiet tekort bij de omzetting van meer dan twintig artikelen en drie bijlagen bij de richtlijn; de Duitse wet blijft achter op gebieden zoals inspecties, kwalificaties van het personeel en de aanwezigheid van dierenartsen; de Portugese wet omvat geen bepalingen inzake inspecties en garandeert niet dat procedures waarbij hevige pijn optreedt alleen voorlopig kunnen worden toegestaan; de Roemeense wet vertoont tekortkomingen op het gebied van sancties en de verplichting om diergeneeskundig personeel ter plaatse te hebben; de Slowaakse wet bevat geen verplichtingen met betrekking tot verdoving en evenmin doeltreffende en afschrikkende sancties; en de Spaanse autoriteiten hebben erkend dat hun wet tekortschiet, maar hebben deze nog niet gecorrigeerd op gebieden zoals het bijhouden van registers en de vrijwaringsclausule voor het gebruik van niet-menselijke primaten. De lidstaten hebben twee maanden de tijd om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Lucht: Commissie dringt bij ROEMENIË aan op naleving van EU-voorschriften inzake industriële emissies

De Commissie stuurt Roemenië een aanmaningsbrief vanwege het verzuim om de zwaveldioxide-emissies van twee grote stookinstallaties onder controle te brengen. Op grond van de richtlijn inzake industriële emissies (Richtlijn 2010/75/EU), die burgers beschermt tegen gevaarlijke emissies van industriële installaties, moeten de lidstaten een nationaal emissieplafond voor stof en zwaveldioxide handhaven. Installaties die onder een nationaal overgangsplan vallen, kunnen tot 2020 worden vrijgesteld van de strikte emissiegrens, op voorwaarde dat de grenswaarde op nationaal niveau nog steeds wordt nageleefd. Twee grote stookinstallaties — Govora 2 en Deva 2 — zijn ervoor verantwoordelijk dat de emissies van Roemenië ruim boven de nationale plafonds voor zwaveldioxide en stof zijn uitgekomen, met aanzienlijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid. Omdat Roemenië niet de nodige maatregelen neemt om deze overschrijdingen te voorkomen, heeft de Commissie besloten een inbreukprocedure in te leiden en Roemenië een aanmaningsbrief te sturen. Roemenië heeft twee maanden de tijd om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Natuurbescherming: Commissie dringt bij SLOWAKIJE aan op naleving van natuurbeschermingsvoorschriften

De Commissie stuurt Slowakije een aanmaningsbrief omdat dat land verzuimt adequate natuurbeschermingsmaatregelen te nemen, wat leidt tot een aanzienlijke daling van de vogelpopulaties. De EU-wetgeving inzake vogels (Richtlijn 2009/147/EG) en habitats (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) voorziet in de totstandbrenging van Natura 2000, een netwerk van beschermde gebieden in de hele EU die een buffer vormen tegen potentieel schadelijke ontwikkelingen. Op grond van deze wetgeving moeten bosbeheerplannen en activiteiten zoals kappen in beschermde gebieden aan een effectbeoordeling worden onderworpen voordat een vergunning kan worden verleend. Deze bepalingen ontbreken in de Slowaakse wetgeving. Als gevolg daarvan is de populatie van de auerhoen (Tetrao Urogallus) gehalveerd sinds Slowakije in 2004 tot de EU toetrad. Bovendien heeft Slowakije niet de vereiste speciale instandhoudingsmaatregelen getroffen die uit hoofde van de vogelrichtlijn voor de desbetreffende soort vereist waren, omdat voor de betrokken gebieden geen beheerplannen zijn goedgekeurd. Slowakije heeft twee maanden de tijd om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

Aansprakelijkheid voor schade aan het milieu: Commissie verzoekt ZWEDEN de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn volledig om te zetten

De Commissie dringt er bij Zweden op aan regels betreffende milieuaansprakelijkheid op correcte wijze in zijn nationale recht om te zetten met het oog op een toereikende bescherming van de burgers. De milieuaansprakelijkheidsrichtlijn (Richtlijn 2004/35/EG) stelt een juridisch kader voor milieuaansprakelijkheid vast op basis van het beginsel "de vervuiler betaalt", en is gericht op het voorkomen en herstellen van milieuschade. Die schade omvat schade aan waterlichamen, aan beschermde soorten en habitats en aan de bodem. Natuurlijke personen of rechtspersonen, waaronder milieu-ngo's, die van de milieuschade ongunstige gevolgen ondervinden of dreigen te ondervinden, hebben uit hoofde van de richtlijn het recht om de bevoegde instantie om herstelmaatregelen te verzoeken. Door problemen met de definitie van "schade aan wateren" in de Zweedse wetgeving is milieuschade in mariene wateren momenteel niet onderworpen aan de EU-regelgeving betreffende milieuaansprakelijkheid. De Commissie heeft daarom besloten Zweden een aanmaningsbrief te sturen. Zweden heeft twee maanden de tijd om te reageren; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

Sluiting

Nitraten: Commissie sluit inbreukprocedure tegen POLEN

De Europese Commissie heeft vandaag besloten tot sluiting van een inbreukprocedure tegen Polen die was ingeleid wegens het ontbreken van garanties voor een doeltreffende aanpak van waterverontreiniging door nitraten. Op 20 november 2014 verklaarde het Hof van Justitie van de EU dat Polen in onvoldoende mate kwetsbare zones had aangewezen en geen adequate maatregelen in de actieprogramma's had opgenomen zoals vereist op grond van de nitratenrichtlijn (Richtlijn 91/676/EEG van de Raad). Naleving van de nitratenrichtlijn door Polen is in het bijzonder van belang voor het aanpakken van de ernstige vervuiling van de Oostzee, die lijdt onder overmatige nitraatniveaus. Van bijna alle Poolse wateren vindt de afwatering in de Oostzee plaats. In juli 2017 heeft Polen een nieuwe waterwet aangenomen die het toepassingsgebied van het actieprogramma uitbreidt van een klein deel van het land tot het gehele grondgebied. Ook heeft Polen de passende maatregelen gespecificeerd in een nieuw actieprogramma, waarmee de geconstateerde problemen worden gecorrigeerd.

 

5. Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

(meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229-56194, Letizia Lupini – tel. +32 229-51958)

 

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Commissie schorst verwijzing van KROATIË naar Hof wegens verzuim om wet betreffende de privatisering van het energiebedrijf INA-Industrija Nafte d.d. te wijzigen

In het licht van de recente ontwikkelingen in de zaak heeft de Commissie besloten de verwijzing van Kroatië naar het Hof van Justitie van de EU te schorsen. De Commissie had op 13 juli 2017 besloten Kroatië voor het Hof van Justitie te dagen wegens verzuim om de wet betreffende de privatisering van Industrija Nafte d.d. van 2002 ("INA-wet") in overeenstemming te brengen met de EU-voorschriften betreffende het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging. Sindsdien hebben de Kroatische autoriteiten met de Commissie overlegd over de wijzigingen die noodzakelijk zijn om de INA-wet in overeenstemming te brengen met de EU-voorschriften. Zij hebben onlangs een ontwerp tot wijziging van de bovengenoemde wet ingediend, waarmee de voornaamste bezwaren van de Commissie zouden worden aangepakt, mits nog enkele aanpassingen worden aangebracht. De Kroatische autoriteiten hebben tevens een tijdschema voor de vaststelling ervan ingediend waarmee een oplossing mogelijk wordt vóór een eventuele uitspraak van het Hof. De Commissie is derhalve van oordeel dat de uitvoering van de verwijzing moet worden geschorst in afwachting van de vaststelling van de wet tot wijziging van de INA-wet. Als er in de komende maanden geen verdere vooruitgang wordt geboekt bij het oplossen van deze kwestie, kan de schorsing van de procedure worden heroverwogen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Effectenmarkten: Commissie daagt SLOVENIË en SPANJE voor Hof van Justitie wegens onvolledige omzetting EU-voorschriften betreffende markten in financiële instrumenten

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Slovenië en Spanje voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat zij de Europese voorschriften betreffende markten in financiële instrumenten (MiFID II) en de tot aanvulling daarvan strekkende richtlijn (Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593 van de Commissie) niet volledig hebben omgezet. Deze voorschriften zijn essentiële bouwstenen voor de goede werking van de effectenmarkten en zijn van wezenlijk belang voor de instandhouding van de Europese eengemaakte markt. Als de lidstaten deze voorschriften niet omzetten, kunnen beleggers niet profiteren van de verbeterde bescherming die MiFID II hun biedt. Hieronder vallen bescherming van financiële instrumenten en geldmiddelen die aan cliënten toebehoren, productgovernanceverplichtingen en de regels die van toepassing zijn op het betalen of het ontvangen van provisies, commissies en geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen. Niet-omzetting maakt de markten tevens minder veilig, aangezien de activiteiten van handelsplatforms en beleggingsondernemingen dan niet aan de strengere en transparantere operationele vereisten moeten voldoen. Nationale bevoegde autoriteiten van lidstaten die de desbetreffende voorschriften niet omzetten, kunnen bovendien geen juridisch juiste vergunningen verlenen voor activiteiten die voorheen niet gereglementeerd waren of die onder MiFID I anders waren gereglementeerd. Hieronder vallen de werking van handelsplatforms, zoals gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten en georganiseerde handelsfaciliteiten, en de registratie van onder MiFID I vallende beleggingsondernemingen als beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling. Onvolledige omzetting van deze EU-voorschriften leidt tot verstoring van de eengemaakte markt, aangezien deze voorschriften op 3 januari 2018 van toepassing zijn geworden en de bepalingen van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten aanvullen. Grensoverschrijdende paspoortregelingen voor diverse investeringsdiensten en ‑activiteiten kunnen minder soepel verlopen dan tussen lidstaten die het "rulebook" van MiFID II volledig hebben omgezet. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Financiële diensten: Commissie daagt SPANJE voor het Hof wegens verzuim om prudentiële regels van EU voor banken en beleggingsondernemingen toe te passen

De Commissie heeft besloten Spanje voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het de richtlijn kapitaalvereisten (Richtlijn 2013/36/EU) niet volledig heeft omgezet. Tot dusver heeft Spanje deze EU-regels niet volledig omgezet en sommige bepalingen ontbreken nog steeds in de nationale wetgeving. Deze betreffen vooral de volgende aspecten: bepaalde (discretionaire) bevoegdheden van de nationale bevoegde autoriteiten met betrekking tot beleggingsondernemingen en het opleggen van administratieve sancties of andere maatregelen ten aanzien van instellingen die aansprakelijk blijken te zijn voor een ernstige inbreuk op de antiwitwaswetgeving. Onder de ontbrekende bepalingen vallen tevens klokkenluidersmechanismen bij schendingen van kapitaalvereisten, regels over de integriteit en de onafhankelijkheid van de bestuursleden, en de verplichting voor de Spaanse bevoegde autoriteiten om contact op te nemen met de geconsolideerde toezichthouder om inlichtingen te kunnen verkrijgen, wat samenwerking op het gebied van toezicht bemoeilijkt. Ten slotte zijn de Spaanse regels inzake corporate governance zwakker, aangezien het vereiste dat instellingen gevarieerde en gekwalificeerde leidinggevende organen moeten hebben, niet is omgezet. Samen met de verordening kapitaalvereisten (Verordening (EU) nr. 575/2013) voorziet de richtlijn in de prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen in de EU en bevat zij regels over de hoeveelheid kapitaal waarover instellingen moeten beschikken voor het afdekken van potentiële verliezen als gevolg van de risico's waaraan zij zijn blootgesteld. De richtlijn bevat ook regels over de vergunningverlening aan en het toezicht op instellingen, over samenwerking op het gebied van toezicht, over risicobeheer, over corporate governance (inclusief beloning) en over kapitaalbuffers. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Aanmaningsbrieven

Financiële diensten: Commissie verzoekt ROEMENIË zijn wetgeving inzake motorrijtuigenverzekering aan te passen aan EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Roemenië een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek om opmerkingen in te dienen over zijn nationale voorschriften inzake wettelijke-aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen. De huidige nationale voorschriften voorzien in een verplichting van voorafgaande kennisgeving van voorgenomen premiewijzigingen en leggen verscheidene beperkingen op ten aanzien van de methode die verzekeraars hanteren bij de berekening van hun premies. De Commissie is van oordeel dat deze verplichtingen strijdig zijn met de artikelen 21 en 181 van de Solvabiliteit II-richtlijn, zoals uitgelegd door de rechtspraak van het Hof inzake het beginsel van vrije vaststelling van tarieven. De nationale wetgeving in kwestie bevat ook bepalingen op grond waarvan verzekeraars voor bepaalde categorieën van voertuigen een polis moeten aanbieden die uitsluitend op het Roemeense grondgebied geldig is en de premie moeten vaststellen met inachtneming van de relevante risico's. Volgens de Commissie zijn deze bepalingen strijdig met artikel 14 van de richtlijn motorrijtuigenverzekering, op grond waarvan wettelijke-aansprakelijkheidsverzekeringspolissen voor motorrijtuigen tegen betaling van één enkele verzekeringspremie dekking moeten verschaffen voor het gehele grondgebied van de Unie. Als Roemenië zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie een met redenen omkleed advies over dit onderwerp toezenden.

6. Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf

(meer informatie: Lucia Caudet – tel. +32 229-56182, Maud Noyon – tel. +32 229-80379)

 

Aanmaningsbrieven

Vrij verkeer van beroepsbeoefenaren: Commissie verzoekt 27 lidstaten EU-voorschriften betreffende erkenning van beroepskwalificaties na te leven

De Commissie heeft vandaag besloten 27 lidstaten (alle lidstaten behalve Litouwen) een aanmaningsbrief te sturen betreffende de overeenstemming van hun nationale wetgeving en praktijk met de EU-voorschriften inzake de erkenning van beroepskwalificaties (Richtlijn 2005/36/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU). De EU heeft een modern mechanisme voor de erkenning van beroepskwalificaties en ‑ervaring in de hele EU ingesteld. Beroepsbeoefenaren die zich in andere lidstaten wensen te vestigen of daar hun diensten willen aanbieden, kunnen hun kwalificaties gemakkelijker laten erkennen, terwijl consumenten en burgers tegelijkertijd een betere bescherming wordt gegarandeerd. De waarborging van een coherente toepassing van deze voorschriften, waar zowel burgers als bedrijven baat bij hebben, is voor de Commissie van bijzonder belang. De aanmaningsbrieven hebben betrekking op kwesties die van essentieel belang zijn voor de werking van de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, met name de invoering van de Europese beroepskaart, het waarschuwingsmechanisme, de mogelijkheid om gedeeltelijke toegang tot een beroepsactiviteit te krijgen, de evenredigheid van vereisten inzake talenkennis en de oprichting van assistentiecentra. Daarnaast wijst de Commissie op kwesties die verband houden met de transparantie en de evenredigheid van belemmeringen in de reglementering van professionele dienstverlening, die zij al ten dele had vermeld in haar mededeling van januari 2017 inzake aanbevelingen voor hervorming van de reglementering van professionele dienstverlening. Alle betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten hun een met redenen omkleed advies te sturen.

Overheidsopdrachten: Commissie dringt er bij OOSTENRIJK op aan EU-wetgeving in acht te nemen bij saneringscontract

De Commissie heeft vandaag besloten Oostenrijk een aanmaningsbrief te sturen betreffende een aanbestedingsprocedure voor een openbaredienstcontract voor de sanering van een stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen in het district Wiener Neustadt. De EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten vereist dat alle overheidsopdrachten boven een bepaalde drempel EU-breed worden aanbesteed met inachtneming van de beginselen van transparantie, gelijke behandeling en non-discriminatie. De Commissie is van oordeel dat de aanbestedende dienst (BALSA) op verschillende manieren inbreuk heeft gemaakt op de EU-voorschriften inzake overheidsopdrachten (artikel 28, artikel 23, lid 2, artikel 2 en artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2004/18/EG). De aanbestedende dienst heeft zonder voldoende rechtvaardiging gebruikgemaakt van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, de technische specificaties boden geen gelijke toegang voor alle inschrijvers en ten slotte voldeed het project van de winnende inschrijver niet aan alle technische specificaties met betrekking tot de recycling van aluminiumslakken. Oostenrijk heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten Oostenrijk een met redenen omkleed advies te sturen.

Drukapparatuur: Commissie dringt er bij ITALIË op aan correcte toepassing van EU-wetgeving te waarborgen

De Commissie heeft vandaag besloten Italië een aanmaningsbrief te sturen omdat het heeft verzuimd te waarborgen dat alle opslagtanks voor vloeibaar petroleumgas (lpg) die in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld, voldoen aan de eisen van de richtlijn drukapparatuur (Richtlijn 2014/68/EU, waarbij Richtlijn 97/23/EG met ingang van 19 juli 2016 is vervangen). Overeenkomstig de EU-wetgeving gelden voor lpg-opslagtanks specifieke eisen naargelang zij bovengronds of ondergronds worden gebruikt, gezien het verschillende risiconiveau voor de burgers. Italië heeft toegestaan dat bepaalde oudere lpg-opslagtanks die oorspronkelijk voor bovengronds gebruik waren bedoeld, werden aangepast en als lpg-vaten voor ondergronds gebruik werden ingezet. De Commissie is van oordeel dat dergelijke aangepaste producten als andere producten dan de oorspronkelijke vaten moeten worden beschouwd en dat de overeenstemming ervan met de EU-voorschriften moet worden gecontroleerd voordat zij opnieuw in de handel worden gebracht. Aangezien dit niet is gebeurd, is de Commissie van oordeel dat Italië inbreuk maakt op de richtlijn drukapparatuur. Italië heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten Italië een met redenen omkleed advies te sturen.

Vrij verkeer van goederen: Commissie verzoekt SLOVENIË beperkingen ten aanzien van bliksembeveiligingssystemen op te heffen

De Commissie heeft vandaag besloten Slovenië een aanmaningsbrief te sturen betreffende zijn beperkingen ten aanzien van de installatie en het gebruik van actieve bliksemafleiders met ESE (Early Streamer Emission) in gebouwen in Slovenië. Krachtens de Sloveense wetgeving is de installatie en het gebruik van op de normen van een ander EU-land gebaseerde actieve bliksembeveiliging uitsluitend toegestaan in combinatie met installaties die in overeenstemming zijn met de Sloveense technische voorschriften, en niet als op zichzelf staand beveiligingssysteem voor gebouwen. Bovendien vereist de Sloveense wetgeving dat het veiligheidsniveau van elke installatie van het actieve-bliksembeveiligingssysteem wordt aangetoond, ook al is het product in een andere lidstaat rechtmatig in de handel gebracht. Deze eisen veroorzaken een belemmering van de invoer van bliksemafleiders. De Commissie is van oordeel dat deze beperkingen in strijd zijn met het beginsel van wederzijdse erkenning en inbreuk maken op de EU-voorschriften inzake het vrije verkeer van goederen, wat verboden is krachtens artikel 34 VWEU. Slovenië heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten Slovenië een met redenen omkleed advies te sturen.

Vrij verkeer van goederen: Commissie dringt bij SPANJE aan op opheffing beperkingen ten aanzien van invoer van constructiestaal en ‑beton

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen betreffende beperkingen ten aanzien van de invoer van in de bouwsector gebruikt constructiestaal en ‑beton. Op de eengemaakte markt geschiedt de handel in producten die niet onder de gemeenschappelijke EU-voorschriften vallen volgens het beginsel van wederzijdse erkenning. Dit beginsel houdt in dat een product dat in een land rechtmatig wordt verkocht, zonder wijzigingen of aanpassingen in alle andere EU-landen kan worden verkocht. Het huidige Spaanse rechtskader voorziet niet in een mechanisme voor de erkenning van door andere lidstaten toegekende kwaliteitskeurmerken, wat de toegang van ingevoerde materialen tot de Spaanse markt bemoeilijkt. Voor deze producten geven kwaliteitskeurmerken aan dat het product voldoet aan een bepaald prestatieniveau. Voor de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning moeten in één lidstaat toegekende keurmerken ook in een andere lidstaat worden erkend en moet hieraan een gelijkwaardig gewaarborgd keurmerk voor hetzelfde prestatieniveau worden toegekend. De Commissie is van oordeel dat de huidige praktijk in Spanje in strijd is met de EU-voorschriften inzake het vrije verkeer van goederen (artikel 34 VWEU). Spanje heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten Spanje een met redenen omkleed advies te sturen.

7. Justitie, consumentenzaken en gendergelijkheid

(meer informatie: Christian Wigand – tel. +32 229-62253, Melanie Voin – tel. +32 229-58659)

 

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Inbreuken: Commissie daagt GRIEKENLAND, IERLAND en ROEMENIË voor het Hof van Justitie wegens verzuim om antiwitwasvoorschriften om te zetten

Vandaag heeft de Commissie Griekenland en Roemenië voor het Hof van Justitie van de EU gedaagd omdat zij hebben verzuimd de vierde antiwitwasrichtlijn in hun nationale wetgeving om te zetten. Ierland heeft slechts een zeer beperkt deel van de voorschriften omgezet en wordt derhalve ook voor het Hof van Justitie gedaagd. De Commissie heeft voorgesteld dat het Hof een forfaitaire som en een dwangsom oplegt totdat de drie landen de nodige maatregelen nemen. Věra Jourová, commissaris voor Justitie, Consumentenzaken en Gendergelijkheid, zei: "Witwaspraktijken en terrorismefinanciering hebben gevolgen voor de EU als geheel. Wij kunnen ons geen zwakke schakels onder de EU-landen veroorloven. Geld dat in één land wordt witgewassen, kan en zal ook vaak voor misdaden in een ander land worden gebruikt. Daarom willen wij dat alle lidstaten de nodige maatregelen nemen om witwaspraktijken te bestrijden en daarmee ook de financiering van criminelen en terroristen droog te leggen. Wij zullen de omzetting van deze EU-voorschriften door de lidstaten van zeer nabij en met voorrang blijven volgen." De lidstaten moesten de vierde antiwitwasrichtlijn uiterlijk op 26 juni 2017 in hun nationale wetgeving hebben omgezet. Deze voorschriften versterken de reeds bestaande voorschriften door: de verplichting voor banken, juristen en accountants om een risicobeoordeling te verrichten, dwingender te maken; duidelijke regels vast te stellen inzake transparantie over de uiteindelijk begunstigden van ondernemingen; samenwerking en uitwisseling van informatie tussen de financiële-inlichtingeneenheden uit verschillende lidstaten te bevorderen om verdachte geldovermakingen vast te stellen en te volgen en zodoende witwaspraktijken of terrorismefinanciering te voorkomen en op te sporen; een coherent beleid vast te stellen ten aanzien van derde landen met een gebrekkige regelgeving ter bestrijding van witwaspraktijken en terrorismefinanciering; de sanctiebevoegdheden van de bevoegde autoriteiten te versterken. Intussen heeft de Commissie, in de nasleep van de onthullingen van de Panama Papers en de terroristische aanslagen in Europa, een vijfde antiwitwasrichtlijn voorgesteld om de strijd tegen witwaspraktijken en terrorismefinanciering verder op te voeren. Deze nieuwe voorschriften moeten stevige waarborgen bieden voor financiële stromen vanuit derde landen met een hoog risico, de toegang van financiële-inlichtingeneenheden tot informatie verbeteren, gecentraliseerde registers van bankrekeningen opzetten en de risico's in verband met terrorismefinanciering aanpakken die samenhangen met virtuele valuta en prepaidkaarten. Deze nieuwe voorschriften zijn na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de EU op 9 juli 2018 in werking getreden en de lidstaten moeten de vijfde antiwitwasrichtlijn uiterlijk op 10 januari 2020 in nationale wetgeving omzetten. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Met redenen omklede adviezen

Bestrijding van witwassen van geld: Commissie verzoekt LETLAND, MALTA en SPANJE om volledige omzetting van vierde antiwitwasrichtlijn

Vandaag heeft de Commissie Letland en Spanje een met redenen omkleed advies en Malta een aanvullend met redenen omkleed advies gestuurd omdat zij hebben verzuimd de vierde antiwitwasrichtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Spanje heeft de voorschriften tot dusver slechts ten dele omgezet, en de Commissie heeft vastgesteld dat de omzetting in Letland en Malta onvolledig is. De antiwitwasvoorschriften zijn van essentieel belang voor de strijd tegen witwaspraktijken en terrorismefinanciering. De Panama Papers en andere schandalen hebben aangetoond dat er behoefte is aan strengere antiwitwasvoorschriften. Lacunes in één lidstaat hebben gevolgen voor alle andere lidstaten. Daarom is de doeltreffende strijd tegen witwaspraktijken een van de speerpunten van de benadering van de EU voor de bestrijding van de criminaliteit in Europa. Alle lidstaten moesten de voorschriften van de vierde antiwitwasrichtlijn uiterlijk op 26 juni 2017 hebben omgezet. Er lopen momenteel inbreukprocedures tegen 20 lidstaten: drie bevinden zich in het stadium van aanhangigmaking bij het Hof, negen bevinden zich in het stadium van met redenen omklede adviezen en acht bevinden zich in het stadium van aanmaningsbrieven (zie de acht eerdere met redenen omklede adviezen die in december 2017 werden verstuurd, en de twee andere die in maart 2018 werden verstuurd). Intussen heeft een meerderheid van de lidstaten de desbetreffende wetgeving vastgesteld. De Commissie is momenteel zorgvuldig aan het nagaan of deze wetgeving voorziet in volledige omzetting van de bepalingen van de vierde antiwitwasrichtlijn. Intussen is overeenstemming bereikt over de vijfde antiwitwasrichtlijn en is deze op 9 juli 2018 in werking getreden. De lidstaten moeten deze nieuwe voorschriften uiterlijk op 10 januari 2020 in hun nationale wetgeving omzetten. Als Malta, Letland en Spanje hun nationale wetgeving niet binnen twee maanden in overeenstemming met het EU-recht brengen, kan de Commissie de zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

 

8. Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap

(meer informatie: Tove Ernst – tel. +32 229-86764, Markus Lammert – tel. +32 229-80423)

 

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Legale migratie: Commissie daagt BELGIË voor Hof van Justitie wegens verzuim om te voorzien in gemeenschappelijke regels voor seizoenarbeiders uit derde landen

De Commissie heeft vandaag besloten België voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het de richtlijn seizoenarbeiders (Richtlijn 2014/36/EU) niet volledig heeft omgezet. De richtlijn bepaalt de voorwaarden voor toegang en verblijf van seizoenarbeiders uit derde landen en legt de rechten van deze seizoenarbeiders vast. Nadat België de oorspronkelijke uiterste datum voor omzetting van 30 september 2016 miste, heeft het de richtlijn tot op heden nog steeds niet volledig omgezet. De richtlijn seizoenarbeiders stelt de voorwaarden vast die de lidstaten moeten toepassen bij het nemen van besluiten over het verlenen van toegang tot hun arbeidsmarkt aan onderdanen van derde landen die voor korte perioden (niet meer dan negen maanden) als seizoenarbeider in een EU-lidstaat willen werken, vaak in de landbouw en het toerisme. Zij waarborgt dat deze werknemers op dezelfde wijze als nationale werknemers worden behandeld wat een aantal belangrijke factoren betreft, bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden, salaris, gezondheid en veiligheid en sociale zekerheid, en zij voorziet in waarborgen om hen tegen uitbuiting te beschermen. De lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk op 30 september 2016 volledig hebben omgezet. Op die datum had België de richtlijn slechts gedeeltelijk omgezet. De Commissie heeft België in november 2016 een aanmaningsbrief gestuurd en vervolgens in juli 2017 een met redenen omkleed advies. België heeft de Commissie tot op heden niet laten weten dat het de richtlijn volledig in nationaal recht heeft omgezet. De Commissie heeft derhalve besloten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU. In het kader van deze verwijzing van België naar het Hof van Justitie van de EU stelt de Commissie voor om een dwangsom van 49 906,50 EUR per dag op te leggen. Bij de vaststelling van dat bedrag is rekening gehouden met de ernst en de duur van de inbreuk, en met het afschrikkend effect in het licht van de draagkracht van de lidstaat. Blijft de omzetting onvolledig en bevestigt het Hof het standpunt van de Commissie, dan moet de dwangsom per dag verschuldigd worden met ingang van de datum van de uitspraak, of een door het Hof vastgestelde latere datum, totdat de omzetting is voltooid. Over het uiteindelijke bedrag van de dwangsom beslist het Hof, maar het bedrag mag niet hoger zijn dan wat de Commissie heeft voorgesteld. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie en aanmaningsbrief

Migratie en asiel: Commissie neemt verdere maatregelen in inbreukprocedures tegen HONGARIJE

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Hongarije voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat de asiel- en terugkeerwetgeving van het land niet in overeenstemming is met het EU-recht. De Commissie heeft Hongarije vandaag tevens een aanmaningsbrief gestuurd betreffende de nieuwe Hongaarse wetgeving die activiteiten ter ondersteuning van asiel- en verblijfsaanvragen strafbaar stelt en het recht om asiel aan te vragen verder inperkt. Wat de verwijzing naar het Hof wegens niet-naleving van de EU-wetgeving betreffende asiel en terugkeer betreft: in december 2015 heeft de Commissie de inbreukprocedure tegen Hongarije met betrekking tot zijn asielwetgeving ingeleid. Na een reeks contacten op zowel bestuurlijk als politiek niveau en een aanvullende aanmaningsbrief heeft de Commissie in december 2017 een met redenen omkleed advies gestuurd. Na bestudering van het antwoord van de Hongaarse autoriteiten is de Commissie van oordeel dat het merendeel van de aan de orde gestelde bezwaren nog steeds niet is aangepakt en heeft zij nu derhalve besloten Hongarije voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen – het laatste stadium van de inbreukprocedure. Wat betreft de aanmaningsbrief met betrekking tot de nieuwe Hongaarse wetgeving die activiteiten ter ondersteuning van asielaanvragen strafbaar stelt: de nieuwe wetgeving – door de Hongaarse autoriteiten "Stop Soros" genoemd – stelt elke vorm van bijstand door nationale, internationale en niet-gouvernementele organisaties of door individuele personen aan mensen die in Hongarije asiel of een verblijfsvergunning willen aanvragen, strafbaar. De wetgeving omvat ook maatregelen die de individuele vrijheden inperken door personen die het voorwerp uitmaken van een strafprocedure op grond van deze wetgeving te verbieden om in de buurt komen van de transitzones aan de Hongaarse grenzen, waar asielzoekers worden vastgehouden. Sancties variëren van tijdelijke opsluiting tot gevangenisstraffen van maximaal één jaar en uitzetting uit het land. Daarnaast zijn bij de nieuwe wetgeving en bij een grondwetswijziging nieuwe gronden ingevoerd om asielaanvragen niet-ontvankelijk te verklaren, waardoor het recht op asiel wordt beperkt tot mensen die rechtstreeks in Hongarije aankomen vanuit een plaats waar hun leven of vrijheid in gevaar is. De Commissie heeft daarom geconcludeerd dat Hongarije zijn verplichtingen uit hoofde van de EU-Verdragen, de EU-wetgeving en het Handvest van de grondrechten van de EU niet nakomt. De Hongaarse autoriteiten hebben nu twee maanden de tijd om op de bezwaren van de Commissie te antwoorden. De Commissie staat klaar om de Hongaarse autoriteiten te ondersteunen en bij te staan bij het aanpakken van deze kwestie. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Aanmaningsbrieven

Legale migratie: Commissie verzoekt HONGARIJE om correcte omzetting van richtlijn langdurig ingezetenen

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een aanmaningsbrief te sturen omdat het onderdanen van derde landen met de status van langdurig ingezetene uitsluit van het uitoefenen van het beroep van dierenarts, wat een onjuiste omzetting van de richtlijn langdurig ingezetenen (Richtlijn 2003/109/EG van de Raad) inhoudt. Krachtens de richtlijn moeten onderdanen van derde landen die ten minste vijf jaar legaal in een EU-lidstaat verblijven, op sommige gebieden, waaronder de toegang tot de arbeidsmarkt als werknemer of als zelfstandige, dezelfde behandeling genieten als de eigen onderdanen. De Hongaarse wetgeving staat niet toe dat onderdanen van derde landen met een kwalificatie als veterinair deskundige in Hongarije hun beroep uitoefenen, ook al hebben ze hun diploma in Hongarije behaald. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd.

Legale migratie: Commissie verzoekt 17 lidstaten uitvoering te geven aan richtlijn betreffende studenten en onderzoekers uit derde landen

De Commissie heeft vandaag besloten 17 lidstaten (Oostenrijk, België, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Letland, Litouwen, Luxemburg, Polen, Roemenië, Slovenië, Spanje en Zweden) een aanmaningsbrief te sturen omdat zij geen kennis hebben gegeven van de nationale wetgeving tot volledige omzetting van de richtlijn betreffende de voorwaarden voor toegang, verblijf en mobiliteit binnen de Unie van onderdanen van derde landen met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (Richtlijn (EU) 2016/801). De lidstaten hadden tot en met 23 mei 2018 de tijd om hun nationale wetgeving in overeenstemming met die richtlijn te brengen en de Commissie daarvan in kennis te stellen. De lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de richtlijn volledig in hun nationale wetgeving om te zetten; anders kan de Commissie overwegen met redenen omklede adviezen te sturen.

Veiligheidsunie: Commissie verzoekt 14 lidstaten uitvoering te geven aan nieuwe voorschriften betreffende persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens)

De Commissie heeft vandaag besloten Oostenrijk, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Nederland, Portugal, Roemenië, Slovenië en Spanje een aanmaningsbrief te sturen omdat zij geen kennis hebben gegeven van de vaststelling van nationale wetgeving tot volledige omzetting van de PNR-richtlijn (Richtlijn (EU) 2016/681). De lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk op 25 mei 2018 in nationale wetgeving hebben omgezet. De term PNR-gegevens verwijst naar informatie die passagiers aan luchtvaartmaatschappijen verstrekken bij het boeken van en inchecken op vluchten. Daarbij kan het gaan om informatie als de naam van de passagier, de reisdata, de reisroutes, het zitplaatsnummer, de bagage, de contactgegevens en het betaalmiddel. Krachtens de richtlijn moeten de lidstaten een nationaal systeem opzetten voor het verzamelen, analyseren en uitwisselen van PNR-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, met volledige inachtneming van de gegevensbeschermingswaarborgen. De verwerking van PNR-gegevens is een belangrijk instrument in de strijd tegen terrorisme en ernstige criminaliteit, aangezien zij bijdraagt aan de opsporing van verdachte reispatronen en de identificatie van potentiële criminelen en terroristen, ook wanneer zij nog niet bekend zijn bij rechtshandhavingsinstanties. Het is een belangrijk element van de Europese veiligheidsagenda en een essentiële bouwsteen voor de totstandbrenging van een echte en doeltreffende Veiligheidsunie. In de afgelopen jaren heeft de Commissie alles in het werk gesteld om de lidstaten te helpen bij de ontwikkeling van hun nationale PNR-systemen door deskundigheid en financiering ter beschikking te stellen en de uitwisseling van beste praktijken te vergemakkelijken. Om het potentieel van het PNR-kader volledig te verwezenlijken, is het echter van cruciaal belang dat de systemen van alle lidstaten operationeel zijn. De betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om op de aanmaningsbrief te reageren; anders kan de Commissie overwegen met redenen omklede adviezen te sturen. De Commissie zal ondersteuning en richtsnoeren blijven aanbieden aan de lidstaten die nog de laatste hand moeten leggen aan de omzetting.

 

9. Mobiliteit en vervoer

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Alexis Perier – tel. +32 229-69143)

 

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Zeevervoer: Commissie daagt IERLAND voor het Hof wegens verzuim om veiligheidswetgeving correct om te zetten

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het de EU-wetgeving tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaart (Richtlijn 2009/18/EG) niet correct heeft omgezet. Krachtens de richtlijn moet elke lidstaat een onpartijdige permanente onderzoeksinstantie oprichten die wat betreft haar organisatie, juridische structuur en besluitvorming onafhankelijk is van iedere partij waarvan de belangen strijdig zouden kunnen zijn met de haar toevertrouwde opdracht. Bij de Commissie bestaat aanleiding tot bezorgdheid in verband met de onafhankelijkheid van de leden van de Onderzoekcommissie voor maritieme incidenten (MCIB) die krachtens de Ierse wetgeving is opgericht. Krachtens de Ierse wetgeving moet van de vijf leden van de commissie één de secretaris-generaal van het Ministerie van Vervoer, Toerisme en Sport of een door hem of haar benoemde persoon zijn, en een ander de hoofdinspecteur van het Bureau voor mariene inspectie (MSO, Marine Survey Office). Het MSO heeft echter regelgevende, administratieve en handhavingstaken op het gebied van schepen, de uitrusting van schepen en de bekwaamheid van zeevarenden. Het Ministerie van Vervoer, Toerisme en Sport op zijn beurt is verantwoordelijk voor onder meer het maritieme-veiligheidsbeleid. De Commissie is van oordeel dat de verantwoordelijkheden en activiteiten van het Ministerie van Vervoer, Toerisme en Sport en het MSO zouden kunnen botsen met de onderzoekstaak van de Onderzoekcommissie voor maritieme incidenten. Bijgevolg is de Onderzoekcommissie voor maritieme incidenten onvoldoende onafhankelijk van die Ierse autoriteiten. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Met redenen omklede adviezen

Alternatieve brandstoffen: Commissie dringt bij BULGARIJE en POLEN aan op volledige omzetting EU-voorschriften betreffende uitrol infrastructuur voor alternatieve brandstoffen

De Commissie heeft er vandaag bij Bulgarije en Polen op aangedrongen de Europese voorschriften betreffende de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (Richtlijn 2014/94/EU) volledig om te zetten. Deze regels, die onder andere betrekking hebben op geharmoniseerde normen voor infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en basisvoorzieningen voor elektromobiliteit, spelen een belangrijke rol in de werking van de interne markt van de EU. Zij zijn ook bedoeld om het vervoer minder afhankelijk te maken van olie en de negatieve milieueffecten ervan te verminderen. Deze twee lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk op 18 november 2016 hebben omgezet, maar volgens de diensten van de Commissie is dat bij bepaalde uitvoeringsbepalingen van de richtlijn nog niet gebeurd. Zij hebben nu twee maanden de tijd om te reageren; anders kan de Commissie hen voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

 

Aanmaningsbrieven

Intelligente vervoerssystemen: Commissie dringt er bij negen lidstaten op aan verkeersinformatiediensten aan te bieden

De Commissie heeft vandaag besloten Cyprus, Hongarije, Italië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië een aanmaningsbrief te sturen omdat zij nalaten te voldoen aan hun verplichtingen om gebruikers kosteloze minimale universele verkeersveiligheidsinformatie aan te bieden (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 886/2013 van de Commissie). Uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van die verordening en vervolgens elk kalenderjaar moeten de lidstaten de Commissie informatie verstrekken over de voortgang die zij hebben geboekt met de invoering van de informatiedienst en over een aantal andere zaken. De negen betrokken lidstaten hebben dit tot dusver echter nagelaten. Daarnaast heeft de Commissie Cyprus, Hongarije, Litouwen, Luxemburg, Malta, Slowakije en Slovenië tevens een aanmaningsbrief gestuurd omdat zij nalaten te voldoen aan hun verplichtingen om EU-wijde realtimeverkeersinformatiediensten te verlenen (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/962 van de Commissie). Uiterlijk op 13 juli 2017 moesten de lidstaten bij de Commissie een verslag hebben ingediend over de maatregelen die zij hebben genomen om een nationaal toegangspunt op te zetten en over de voorwaarden voor de werking ervan, alsook, voor zover relevant, de lijst van snelwegen die geen deel uitmaken van het uitgebreide trans-Europese wegennet en de vastgestelde prioritaire gebieden. Alle lidstaten hebben twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Wegvervoer: Commissie verzoekt DENEMARKEN discriminatie van buitenlandse vervoerders te stoppen en vrijheid tot verlening van vervoersdiensten te eerbiedigen

De Commissie heeft vandaag besloten Denemarken te verzoeken de parkeertijd voor vrachtwagens op parkeerplaatsen in staatsbezit niet tot maximaal 25 uur te beperken. Omdat deze tijdslimiet met name gevolgen heeft voor niet-ingezeten vervoerders, leidt zij tot discriminatie op grond van nationaliteit, wat verboden is op grond van de EU-verdragen. Bovendien kunnen bestuurders hierdoor niet voldoen aan de strenge EU-voorschriften betreffende rusttijden voor vrachtwagenbestuurders, die van essentieel belang zijn bij het waarborgen van de verkeersveiligheid en het eerbiedigen van de rechten van bestuurders. Daarnaast heeft dit gevolgen voor de vrijheid van de vervoerder om vervoersdiensten te verlenen (uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1072/2009) en vormt het ongerechtvaardigde indirecte discriminatie. Denemarken heeft nu twee maanden de tijd om zijn opmerkingen bij de Commissie in te dienen; daarna kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Zeevarenden: Commissie verzoekt MALTA te voldoen aan EU-voorschriften betreffende minimumopleidingsniveau van zeevarenden

De Commissie heeft besloten Malta een aanmaningsbrief te sturen omdat het land niet voldoet aan de Europese voorschriften betreffende het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (Richtlijn 2008/106/EG, zoals gewijzigd). De Commissie verzoekt Malta corrigerende maatregelen te nemen om te waarborgen dat het door een van zijn goedgekeurde maritieme opleidings- en onderwijsinstellingen verzorgde kwaliteitsbeheerssysteem wordt toegepast op alle maritieme opleidingscursussen, opleidingsprogramma's, examens en beoordelingen, en met name op opleidingen met behulp van simulatoren. Malta heeft nu twee maanden de tijd om aan de EU-wetgeving te voldoen; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Wegvervoer: Commissie verzoekt tien lidstaten EU-voorschriften betreffende onderlinge verbinding van nationale elektronische registers van bestuurderskaarten na te leven

De Europese Commissie heeft besloten België, Cyprus, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Luxemburg, Malta en Zweden een aanmaningsbrief te sturen omdat zij de tests met het oog op de aansluiting op het TACHOnet-systeem niet hebben uitgevoerd, en tevens aan Denemarken omdat het zich niet op TACHOnet heeft aangesloten overeenkomstig Verordening (EU) 2016/68. TACHOnet is het Europese systeem voor de elektronische uitwisseling van informatie op tachograafkaarten (de tachograaf is een apparaat dat de rijtijden, onderbrekingen en rusttijden, alsook de perioden van andere werkzaamheden van een bestuurder registreert) tussen de lidstaten. Het is een essentieel instrument voor de handhaving van de voorschriften betreffende rij- en rusttijden in het wegvervoer. De belangrijkste doelstelling van TACHOnet is nagaan of aan één bestuurder niet twee of meer kaarten zijn afgegeven door verschillende lidstaten. Krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2016/68 moeten de lidstaten zich op TACHOnet aansluiten overeenkomstig specifieke technische vereisten. Hoewel de bovengenoemde lidstaten – met uitzondering van Denemarken – op TACHOnet zijn aangesloten, hebben zij de voorafgaande tests, die uitwijzen of de verbinding aan al deze technische vereisten voldoet, niet succesvol uitgevoerd. De betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Zeevervoer: Commissie verzoekt vijf lidstaten EU-wetgeving betreffende vlaggenstaatverplichtingen na te leven

De Commissie heeft Hongarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk verzocht te voldoen aan hun verplichtingen inzake administratief toezicht overeenkomstig de EU-voorschriften betreffende vlaggenstaatverplichtingen (Richtlijn 2009/21/EG). Deze voorschriften omvatten het controleren of de constructie, de uitrusting en het operationele beheer van schepen voldoen aan de veiligheidsvoorschriften en of de zeevarenden als bekwaam zijn gecertificeerd. Overeenkomstig de richtlijn moest uiterlijk in juni 2012 een kwaliteitsbeheerssysteem zijn ingesteld, dat van dan af moest worden onderhouden en worden gecertificeerd overeenkomstig de toepasselijke internationale kwaliteitsnormen. Tot dusver hebben deze landen echter verzuimd de certificering van het kwaliteitsbeheerssysteem voor te leggen. Het ontbreken van een systematische controle van en door de instanties, die door een gecertificeerd kwaliteitsbeheerssysteem moet worden ondersteund, kan op lange termijn negatieve gevolgen hebben voor de veiligheid, beveiliging en milieuprestaties van de onder de vlag van de desbetreffende lidstaat varende vloot. De Commissie heeft daarom besloten deze lidstaten een aanmaningsbrief te sturen waarin zij twee maanden de tijd krijgen om aan de richtlijn te voldoen; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.

Luchtvaartveiligheid: Commissie verzoekt HONGARIJE EU-regels betreffende technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering na te leven
De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een aanmaningsbrief te sturen omdat het nalaat bepaalde Europese technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering in de burgerluchtvaart na te leven (Verordening (EU) nr. 965/2012). Bij deze verordening worden gedetailleerde regels vastgesteld voor vluchtuitvoering met vliegtuigen, helikopters, luchtballonnen en zweefvliegtuigen, inclusief platforminspecties van luchtvaartuigen van exploitanten onder het veiligheidstoezicht van een andere staat. Wegens een gebrek aan voldoende personeel heeft Hongarije de controle op de naleving van de veiligheidseisen die van toepassing zijn op organisaties of het soort vluchtuitvoeringen echter nagelaten. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

10. Belastingen en douane-unie

(meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229-56194, Patrick Mc Cullough – tel. +32 229-87183)

 

Met redenen omklede adviezen

Belastingen: Commissie verzoekt DUITSLAND zijn administratieve praktijk betreffende grensoverschrijdende teruggaaf van btw in overeenstemming te brengen met EU-wetgeving

De Commissie heeft vandaag besloten Duitsland een met redenen omkleed advies te sturen met het verzoek zijn voorschriften betreffende teruggaaf van btw in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (btw-richtlijn) en Richtlijn 2008/9/EG van de Raad (teruggaafrichtlijn)). In sommige gevallen worden verzoeken om teruggaaf van btw van in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtigen momenteel door Duitsland geweigerd wanneer de verstrekte informatie ontoereikend wordt geacht, zonder dat de aanvrager om aanvullende gegevens wordt verzocht. Hierdoor wordt teruggaaf zelfs geweigerd wanneer de aanvrager aan de materiële vereisten van de EU-wetgeving voldoet. Als Duitsland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt NEDERLAND overdrachten van pensioenkapitaal door mobiele werknemers niet langer te belasten

De Commissie heeft vandaag besloten Nederland een met redenen omkleed advies te sturen omdat het belastingen heft over overdrachten van pensioenkapitaal door mobiele werknemers aan de 13 EU-lidstaten die pensioenuitkeringen door pensioenfondsen in andere vormen dan annuïteiten toestaan. Krachtens de EU-wetgeving staat het mobiele werknemers vrij om een baan aan te nemen in een lidstaat die volledige of gedeeltelijke uitkering van pensioenen in de vorm van een vast bedrag toestaat. De Nederlandse wetgeving vormt een beperking van het vrije verkeer van werknemers (artikel 45 VWEU), het vrij verrichten van diensten (artikel 56 VWEU) en het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU). Als Nederland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

 

Belastingen: Commissie verzoekt PORTUGAL luchthavengelden Lissabon aan te passen aan EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Portugal een met redenen omkleed advies te sturen met het verzoek de luchthavengelden op de luchthaven van Lissabon aan te passen aan de EU-voorschriften. Krachtens de Portugese wetgeving zijn deze gelden momenteel uitsluitend van toepassing op niet-ingezetenen van Portugal. Het feit dat de luchthavengelden uitsluitend aan niet-ingezetenen van Portugal worden aangerekend, is strijdig met de artikel 18 en 21 VWEU, aangezien dit neerkomt op discriminatie op grond van nationaliteit. Als Portugal binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Belastingen: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK zijn nationale praktijken inzake btw-mini-éénloketsysteem aan te passen aan EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies te sturen omdat het nalaat de bankgegevens van iedere belastingplichtige die zich heeft ingeschreven voor het EU-brede systeem voor de inning van btw over de online verkoop van e-diensten (btw-mini-éénloketsysteem) te verzamelen en door te geven aan de andere lidstaten. Deze praktijk is strijdig met de EU-voorschriften betreffende administratieve samenwerking en uitwisseling van inlichtingen (Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 815/2012 van de Commissie). Momenteel moeten lidstaten die een teruggaaf aan belastingplichtigen in het VK willen verrichten, per geval aanvullende informatie verzamelen, wat belastend is en tot vertraging leidt. Als het Verenigd Koninkrijk binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

 

Aanmaningsbrief en sluitingen

Belastingen: Commissie verzoekt ESTLAND zijn voorschriften betreffende uitwisseling van inlichtingen te wijzigen en sluit vier zaken betreffende fiscale transparantie

De Commissie heeft vandaag besloten Estland een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn voorschriften betreffende de uitwisseling van bepaalde bij de lidstaten berustende fiscale inlichtingen over belastingplichtigen uit andere EU-landen, zoals bedoeld in de eerste richtlijn administratieve samenwerking (Richtlijn 2011/16/EU van de Raad), in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving. Krachtens de Estse wetgeving zijn de Estse belastingdiensten momenteel niet verplicht om hun tegenhangers in andere EU-lidstaten de informatie te verstrekken waarom deze verzoeken. Evenmin zijn zij verplicht om indien nodig fiscale procedures in te leiden om dergelijke informatie te verkrijgen of om over te gaan tot spontane uitwisseling van inlichtingen. Als Estland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Estse autoriteiten een met redenen omkleed advies sturen. Tegelijkertijd sluit de Commissie vandaag vier andere afzonderlijke zaken betreffende fiscale transparantie. Zij is ingenomen met de kennisgeving van België inzake de uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende fiscale rulings en inzake voorschriften die voorzien in de vaststelling van de toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten uit hoofde van de EU-wetgeving (Richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad en Richtlijn (EU) 2016/2258 van de Raad (derde en vijfde richtlijn administratieve samenwerking)). De Commissie heeft tevens besloten de inbreukprocedures tegen Cyprus en Italië te sluiten omdat deze lidstaten de Commissie in kennis hebben gesteld van hun maatregelen voor de omzetting van de voorschriften betreffende de uitwisseling van landenrapporten met andere lidstaten uit hoofde van de vierde richtlijn administratieve samenwerking (Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad) en van de voorschriften die voorzien in de vaststelling van de toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten uit hoofde van de vijfde richtlijn administratieve samenwerking (Richtlijn (EU) 2016/2258 van de Raad).

 

Andere aanmaningsbrieven

Belastingen: Commissie verzoekt BELGIË voorschriften betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden na te leven

De Commissie heeft vandaag besloten België een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn voorschriften betreffende inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling aan Belgische ingezetenen met rekeningen in Luxemburg en Oostenrijk in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving. Momenteel weigert België belastingverrekening toe te kennen voor de in Luxemburg en Oostenrijk over de bovengenoemde rentebetaling geheven bronbelasting. Deze weigering is strijdig met de EU-wetgeving betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (artikel 14 van Richtlijn 2003/48/EG van de Raad). Als België binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Belgische autoriteiten een met redenen omkleed advies sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt GRIEKENLAND zijn voorschriften betreffende aftrek van buitenlandse verliezen in overeenstemming te brengen met EU-wetgeving

De Commissie heeft vandaag besloten Griekenland een aanmaningsbrief te sturen wegens de verschillende fiscale behandeling van in het binnenland geleden bedrijfsverliezen en bedrijfsverliezen die in een ander EU/EER-land zijn geleden. Daar waar in Griekenland over zowel binnenlandse bedrijfswinsten als bedrijfswinsten van oorsprong uit een ander EU/EER-land belastingen worden geheven, wordt de behandeling van in het buitenland geleden verliezen door de Griekse wetgeving en door richtsnoeren van de Griekse belastingdiensten beperkt. Dit verschil in behandeling vormt een beperking van het recht van vestiging (artikel 49 VWEU). Als Griekenland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Griekse autoriteiten een met redenen omkleed advies sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt ITALIË zijn btw-voorschriften betreffende diensten die betrekking hebben op de invoer van goederen in overeenstemming te brengen met EU-wetgeving

De Commissie heeft vandaag besloten Italië een aanmaningsbrief te sturen betreffende het feit dat het de vrijstelling van btw voor diensten die betrekking hebben op de invoer van goederen afhankelijk maakt van extra voorwaarden. Krachtens de Italiaanse wetgeving wordt de btw-vrijstelling op met de invoer van goederen samenhangende diensten momenteel uitsluitend toegepast op voorwaarde dat de waarde ervan in de maatstaf van heffing is opgenomen en dat er op het moment van invoer bij de douane daadwerkelijk btw over is geheven. Dit is strijdig met de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (de btw-richtlijn). Als Italië binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Italiaanse autoriteiten een met redenen omkleed advies sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt ITALIË de regionale heffing op benzine voor motorrijtuigen af te schaffen

De Commissie heeft vandaag besloten Italië een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek de regionale heffing op benzine voor motorrijtuigen (IRBA) af te schaffen. De IRBA bedraagt ongeveer 2 cent per liter benzine, terwijl de accijns die op basis van de geharmoniseerde EU-wetgeving wordt geheven 72 cent bedraagt. De IRBA heeft geen specifieke, maar enkel budgettaire doeleinden, wat strijdig is met de EU-wetgeving (artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad (de accijnsrichtlijn)). Als Italië binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Italiaanse autoriteiten een met redenen omkleed advies sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt LETLAND zijn voorschriften betreffende onroerendgoedbelasting in Riga te wijzigen

De Commissie heeft vandaag besloten Letland een aanmaningsbrief te sturen betreffende discriminerende voorwaarden van de gemeenteraad van Riga om verlaagde tarieven van de onroerendgoedbelasting toe te passen. Verlaagde tarieven zijn van toepassing op een onroerend goed dat eigendom is van een Lets onderdaan wanneer hij of zij verklaart daar zijn of haar hoofdverblijf te hebben. Voor onderdanen van andere EU- en EER-lidstaten geldt echter nog een extra voorwaarde: hun opgegeven woonplaats moet zich gedurende de zeven jaar voorafgaand aan het desbetreffende belastingjaar in Letland hebben bevonden. Deze extra voorwaarde is strijdig met het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63, lid 1, VWEU). Als Letland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Letse autoriteiten een met redenen omkleed advies sturen.

Belastingen: Commissie verzoekt het VERENIGD KONINKRIJK zijn voorschriften betreffende inkomstenbelasting in overeenstemming te brengen met EU-wetgeving

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek zijn voorschriften betreffende vermindering van inkomstenbelasting voor verliezen bij vervreemding van aandelen in overeenstemming te brengen met EU-wetgeving. Momenteel komen enkel aandelen in ondernemingen die hun zakelijke activiteiten geheel of voornamelijk in het Verenigd Koninkrijk uitvoeren in aanmerking voor de vermindering. Dit voorschrift leidt tot de benadeling van belastingplichtigen die investeren in daartoe in aanmerking komende aandelen van ondernemingen die hun zakelijke activiteiten in andere EU-lidstaten dan het Verenigd Koninkrijk uitvoeren. Het vormt tevens een beperking van het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU). Als het Verenigd Koninkrijk binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies toesturen.

Belastingen: Commissie verzoekt het VERENIGD KONINKRIJK zijn voorschriften betreffende belastingvermindering voor leningen aan handelaren in overeenstemming te brengen met EU-wetgeving

De Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een aanmaningsbrief te sturen over zijn nationale wetgeving betreffende belastingvermindering voor leningen aan handelaren. De wetgeving van het VK voorziet momenteel in een specifieke vermindering voor gevallen waarin een "in aanmerking komende lening" oninbaar is geworden. In dit geval heeft de kredietgever het recht om te vorderen dat het bedrag van de lening kan worden afgetrokken van de door hem over belastbare winsten te betalen vermogenswinstbelasting of vennootschapsbelasting. De voorschriften maken echter een onderscheid tussen de fiscale behandeling van "oninbare leningen" aan ingezetenen van het VK en aan niet in het VK ingezeten kredietnemers. Dit vormt een ongerechtvaardigde beperking van het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU). Als het Verenigd Koninkrijk binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies toesturen.

 

Sluiting

Belastingen: Commissie sluit zaak betreffende successierechten in BELGIË

De Commissie is ingenomen met de wijzigingen die België heeft aangebracht in de voorschriften van het Waalse Gewest betreffende successierechten. Overeenkomstig de nieuwe voorschriften kunnen in België gelegen onroerende goederen nu van successierechten worden vrijgesteld en van een in een ander EER-land woonachtige overleden persoon worden geërfd onder dezelfde voorwaarden als wanneer deze onroerende goederen van een Belgische ingezetene worden geërfd. De Commissie heeft vandaag besloten de desbetreffende inbreukprocedure te sluiten.

MEMO/18/4486

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar