Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Inbreukenpakket voor maart: voornaamste beslissingen

Brussel, 8 maart 2018

Overzicht per beleidsterrein

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie ("de Commissie") tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse sectoren en beleidsterreinen van de EU en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De voornaamste beslissingen van de Commissie worden hieronder weergegeven, gegroepeerd per beleidsterrein. Ook sluit de Commissie 161 procedures waarin de problemen met de betrokken lidstaten zijn opgelost, zodat de Commissie de procedure niet hoeft voort te zetten.

Zie voor nadere informatie over de EU-inbreukprocedure MEMO/12/12. Zie voor meer details over alle beslissingen het register van inbreukbeslissingen.

 

1. Begroting en personeelszaken

(meer informatie: Alexander Winterstein - tel. +32 229-93265)

Aanmaningsbrief

EU-begroting:Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK douanerechten af te dragen aan EU-begroting

De Europese Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk een aanmaningsbrief te sturen omdat het weigert douanerechten af te dragen aan de EU-begroting, zoals het EU-recht voorschrijft. In een verslag van OLAF uit 2017 werd vastgesteld dat importeurs in het Verenigd Koninkrijk een groot bedrag aan douanerechten ontdoken met behulp van fictieve en valse facturen en onjuiste aangiften inzake de douanewaarde bij invoer. Uit verdere inspecties van de Commissie bleek dat de omvang van die onderwaarderingsfraude via de hub in het Verenigd Koninkrijk tussen 2011 en 2017 dramatisch was toegenomen. Hoewel het Verenigd Koninkrijk reeds in 2007 op de hoogte was gebracht van het risico van fraude bij de invoer van textiel en schoeisel uit de Volksrepubliek China en was verzocht om passende risicobeperkende maatregelen te nemen, heeft het niets gedaan om de fraude te voorkomen. Volgens de berekeningen van de Commissie heeft de schending van het EU-recht door het Verenigd Koninkrijk in de periode van november 2011 tot december 2017 voor de EU-begroting geleid tot een verlies van 2,7 miljard euro (minus inningskosten). Bovendien heeft het Verenigd Koninkrijk ook de btw-wetgeving van de EU geschonden, waardoor de EU-begroting verlies kan hebben geleden. Het Verenigd Koninkrijk is aansprakelijk voor de financiële gevolgen van zijn schendingen van de EU-wetgeving.

 

2. Klimaatactie

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen - tel. +32 229-56186, Nicole Bockstaller – tel. +32 229-52589)

Met redenen omklede adviezen

Brandstofkwaliteit: Commissie verzoekt 10 lidstaten regels voor berekening en rapportage van broeikasgasemissies van brandstoffen om te zetten

De Europese Commissie heeft vandaag besloten België, Cyprus, Finland, Griekenland, Letland, Oostenrijk, Roemenië, Spanje, Tsjechiëen het Verenigd Koninkrijk een met redenen omkleed advies te sturen omdat zij de EU-regels betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof (Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad) niet hebben omgezet in hun nationale recht. De richtlijn bevat regels voor de berekening en de rapportage van de broeikasgasemissies van brandstoffen en andere energie uit niet-biologische bronnen. De EU-verordening beoogt een voldoende nauwkeurige rapportage om de Commissie in staat te stellen de prestaties van de brandstofleveranciers bij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van de brandstofkwaliteitsrichtlijn (Richtlijn 98/70/EG) te beoordelen. Met de brandstofkwaliteitsrichtlijn wordt beoogd de broeikasgasintensiteit van de geleverde brandstof en energie tegen eind 2020 met ten minste 6 % te verminderen. De berekeningsmethode heeft ook het voordeel dat de administratieve lasten voor de leveranciers en de lidstaten worden verminderd. De lidstaten moesten de EU-voorschriften inzake de berekening en de rapportage van de broeikasgasemissies van brandstoffen uiterlijk op 21 april 2017 in hun nationale wetgeving hebben omgezet. De Commissie heeft de betrokken lidstaten al in mei 2017 een aanmaningsbrief gezonden. Als de betrokken lidstaten hun verplichtingen niet binnen twee maanden na de ontvangst van het met redenen omkleed advies nakomen, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

 

3. Mededinging:

(meer informatie: Ricardo Cardoso - tel. +32 229-80100, Maria Sarantopoulou – tel. +32 229-13740)

Sluitingen

Mededingingsbeleid: Commissie beëindigt inbreukprocedures tegen 18 lidstaten die richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op mededingingsrecht hebben omgezet in hun nationale recht

De Europese Commissie heeft beslist de inbreukprocedures tegen België, Cyprus, Duitsland, Estland, Frankrijk, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slovenië, Spanje, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk te beëindigen, aangezien zij de Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht (Richtlijn 2014/104/EU) hebben omgezet in hun nationale recht. Deze richtlijn stelt burgers en bedrijven in staat schadevergoeding te eisen wanneer zij het slachtoffer zijn van inbreuken op het EU-mededingingsrecht zoals kartels of misbruik van dominante marktposities. Zij geeft de slachtoffers ook makkelijker toegang tot bewijsmateriaal dat zij nodig hebben om de geleden schade aan te tonen, en meer tijd om hun eisen in te dienen. De richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuk op het mededingingsrecht maakt daarom een wezenlijk deel uit van de handhaving van het EU-mededingingsrecht. De lidstaten moesten haar uiterlijk op 27 december 2016 in nationaal recht hebben omgezet. Zeven lidstaten hebben dat op tijd gedaan. Nadat inbreukprocedures waren ingeleid, hebben 18 lidstaten de richtlijn in 2017 omgezet. Bulgarije heeft begin 2018 kennis gegeven van de omzetting, en thans wordt onderzocht of de richtlijn volledig is omgezet. In 2018 zal de Commissie nagaan of de nationale omzettingsmaatregelen correct zijn, en de twee overige lidstaten (Griekenland en Portugal) verzoeken het nodige te doen om de richtlijn volledig om te zetten.

 

4. Energie

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen - tel. +32 229-56186, Nicole Bockstaller – tel. +32 229-52589)

Met redenen omkleed advies

Energie-efficiëntie: Commissie verzoekt SPANJE om EU-wetgeving juist om te zetten

De Europese Commissie heeft vandaag beslist Spanje een met redenen omkleed advies te sturen met het formele verzoek de in de Richtlijn energie-efficiëntie (Richtlijn 2012/27/EU) gestelde eisen inzake individuele meters in gebouwen met meerdere appartementen juist in nationaal recht om te zetten. De richtlijn schrijft voor dat in alle bestaande gebouwen met meerdere appartementen - waar dat technisch haalbaar en kostenefficiënt is - warmte- en warmwatermeters moeten worden geïnstalleerd, terwijl de nationale omzettingsmaatregelen die eis slechts stellen voor nieuwe gebouwen (die zijn opgetrokken na 2007). In oktober 2017 is Spanje een aanmaningsbrief gestuurd, en de Commissie zet nu de volgende stap in de inbreukprocedure. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om aan het met redenen omkleed advies te voldoen; anders kan de Commissie deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Aanmaningsbrieven

Energie-efficiëntie: Commissie dringt bij GRIEKENLAND aan op juiste omzetting van EU-voorschriften

De Commissie heeft beslist Griekenland een aanmaningsbrief te sturen met het formele verzoek zijn geactualiseerde langetermijnstrategie voor de renovatie van woningen en bedrijfsgebouwen vast te stellen en mee te delen, zoals voorgeschreven door de richtlijn energie-efficiëntie (Richtlijn 2012/27/EU). Volgens de richtlijn moest van de geactualiseerde strategie voor de renovatie van gebouwen uiterlijk op 30 april 2017 kennis worden gegeven. De richtlijn energie-efficiëntie stelt voor gebouwen in EU-landen verplichtingen inzake energiebesparing vast. Dit omvat onder meer het energie-efficiënt maken van gebouwen van de centrale overheid en de eis dat nationale plannen worden opgesteld voor de renovatie van het totale gebouwenbestand. De langetermijnrenovatiestrategieën laten zien hoe de lidstaten investeringen in de renovatie van woningen en bedrijfsgebouwen willen bevorderen. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Gasvoorziening: Commissie verzoekt POLEN EU-voorschriften juist om te zetten

De Commissie heeft vandaag besloten Polen een aanmaningsbrief te sturen omdat het niet voldoet aan de EU-voorschriften in de verordening inzake de gasleveringszekerheid (Verordening (EU) 2017/1938). De Poolse wettelijke regeling verplicht ondernemingen die gas invoeren in Polen tot het aanleggen van gasvoorraden. De voorwaarden om aan de verplichting te voldoen door gas op te slaan in het buitenland maken die opslag in de praktijk minder aantrekkelijk en omslachtiger dan de opslag in Polen. Hoewel de verordening inzake de gasleveringszekerheid bepaalde verplichtingen inzake leveringszekerheid mogelijk maakt, kan daarvan alleen sprake zijn als een aantal voorwaarden wordt nageleefd, zoals het niet onnodig verstoren van de mededinging of het niet hinderen van de werking van de interne markt. Volgens de Commissie is de Poolse gasopslagverplichting onverenigbaar met de EU-maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid. De verordening bevat voorschriften die alle lidstaten moeten naleven om potentiële verstoringen van de leveringen in de EU te voorkomen en om te reageren wanneer zij toch plaatsvinden. Polen heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

5. Milieu

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Iris Petsa – tel. +32 229-93321)

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Industrieel afval: Commissie daagt KROATIË voor Hof wegens verzuim burgers te beschermen tegen storten van industrieel afval in Biljane Donje

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Kroatië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het niet zorgt voor een toereikend niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu op "Crno brdo" in Biljane Donje, nabij de stad Benkovac, minder dan 50 meter van huizen vandaan. De afvalstoffen moesten uiterlijk eind 2015 worden beheerd overeenkomstig de EU-regels inzake afvalstoffen (Kaderrichtlijn afvalstoffen van de EU, Richtlijn 2008/98/EG). Hoewel Kroatië zich er meermaals toe verbonden heeft deze situatie aan te pakken, is op het terrein geen vooruitgang geboekt. Gedurende bijna vier jaar is het industrieel afval dat op de illegale stortplaats "Crno brdo" is gestort niet opgeruimd en naar behoren beheerd; het vormt een bedreiging voor het grondwater en de lucht. De locatie wordt momenteel gebruikt als opslagplaats van een grote hoeveelheid residuen van de productie en verwerking van ferromangaan en silicomangaan. Doordat de Kroatische autoriteiten dat materiaal niet overeenkomstig de richtlijn als afvalstoffen hebben aangemerkt, is ongeveer 140 000 ton van dit potentieel schadelijke steenaggregaat met gevaar voor de lokale bevolking en het milieu rechtstreeks op de bodem gestort. Overeenkomstig de EU-voorschriften had Kroatië maatregelen moeten invoeren voor de bescherming van het grondwater en de voorkoming van de verspreiding van schadelijke deeltjes in de lucht. De Europese Commissie heeft in maart 2015 een inbreukprocedure tegen Kroatië ingeleid, en bracht in november 2016 een met redenen omkleed advies uit. Nu bij het beheer van afvalstoffen in Biljane Donje geen vooruitgang is geboekt die garandeert dat de afvalstoffen geen gevaar opleveren voor de volksgezondheid en het milieu, heeft de Commissie vandaag besloten Kroatië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Commissie daagt FINLAND voor Hof wegens lentejacht op wilde vogels

De Europese Commissie heeft besloten Finland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens de illegale lentejacht op mannelijke eidereenden in de provincie Åland. De vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) verbiedt het doden van wilde vogels, maar op sommige soorten, zoals eidereenden (Somateria mollissima), mag worden gejaagd zolang dit niet gebeurt tijdens de voorjaarstrek of het voortplantingsseizoen, of mits aan de voorwaarden voor een uitzondering op het jachtverbod wordt voldaan. De bevoegde autoriteiten blijven de lentejacht op mannelijke eidereenden in de provincie Åland toestaan. De vogelrichtlijn verbiedt iedere vorm van jacht op trekvogels tijdens de periode waarin de jonge vogels het nest nog niet hebben verlaten of gedurende de verschillende voortplantingsfasen. Uitzonderingen op deze regel zijn mogelijk, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. In Finland is echter niet aan die voorwaarden voldaan. De populatie van eidereenden is niet op een bevredigend niveau. Volgens de meest recente beoordelingen van de populatie gaat de soort zowel in de EU als in Finland achteruit. Bovendien overschrijden de jachtquota het toegestane quotum van 1 % van de jaarlijkse sterfte van eidereenden in de provincie Åland. In december 2005 was het Hof in zijn arrest (C-344/03) reeds van oordeel dat Finland niet had voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de vogelrichtlijn in verband met de lentejacht op mannelijke eidereenden en andere soorten in de provincie Åland. De gelaakte praktijken werden stopgezet, maar zijn in de provincie Åland in 2011 opnieuw begonnen, zodat de Commissie in november 2012 hierover een inbreukprocedure heeft ingeleid. In december 2016 bracht de Commissie een met redenen omkleed advies uit, waarin zij Finland verzocht de lentejacht op mannelijke eidereenden in de provincie Åland stop te zetten. De bevoegde autoriteiten van de provincie Åland hebben evenwel beslist in april 2017 een nieuw seizoen voor de lentejacht op mannelijke eidereenden te openen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Commissie daagt SPANJE voor Hof wegens verzuim stroomgebiedbeheerplannen in Canarische Eilanden te herzien en bij te werken

De Europese Commissie heeft besloten Spanje voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens het verzuim de stroomgebiedbeheersplannen voor de zeven stroomgebiedsdistricten in de Canarische Eilanden (El Hierro, Fuerteventura, Gran Canaria, La Gomera, La Palma, Lanzarote en Tenerife) te herzien en bij te werken. Stroomgebiedbeheersplannen vormen het fundament van de Kaderrichtlijn Water (Richtlijn 2000/60/EG). Die plannen geven een volledig overzicht van de belangrijkste problemen voor elk stroomgebiedsdistrict en moeten de specifieke maatregelen vermelden die nodig zijn om de milieukwaliteitsdoelstellingen te halen. Spanje moest alle stroomgebiedbeheersplannen voor zijn grondgebied uiterlijk op 22 december 2015 herzien en bijwerken, en de Commissie uiterlijk op 22 maart 2016 van die maatregelen in kennis stellen. De Spaanse autoriteiten hebben zich ook niet gehouden aan de verplichting om bij de opstelling van die plannen het publiek te informeren en te consulteren. De Commissie heeft er bij Spanje herhaaldelijk op aangedrongen zijn verplichtingen na te komen: in de eerste plaats door het sturen van een aanmaningsbrief in april 2017, en vervolgens door het uitbrengen van een met redenen omkleed advies in oktober 2017. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Met redenen omklede adviezen

Habitatrichtlijn: Commissie verzoekt GRIEKENLAND voorschriften inzake natuur volledig na te leven

De Europese Commissie dringt bij Griekenland aan op nakoming van zijn uit de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) voortvloeiende verplichtingen tot bescherming van natuurlijke habitats en soorten die vallen onder het Natura 2000-netwerk. De lidstaten moeten op de EU-lijst geplaatste gebieden van communautair belang (GCBs) aanwijzen als speciale beschermingszones (SBZs). Zij moeten ook instandhoudingsprioriteiten en -doelstellingen vaststellen, evenals de nodige instandhoudingsmaatregelen voor het behoud of herstel van soorten en habitats in een gunstige staat. Deze maatregelen moeten worden uitgevoerd binnen zes jaar na de opneming van deze gebieden in de EU-lijst als GCB. Hoewel Griekenland zijn 239 gebieden formeel heeft aangewezen als SBZ, heeft het geen instandhoudingsprioriteiten en -doelstellingen, noch de nodige instandhoudingsmaatregelen voor die gebieden vastgesteld. Als onderdeel van een horizontale handhavingsactie tegen verschillende lidstaten, stuurt de Commissie Griekenland een aanvullend met redenen omkleed advies. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren. Als het dat niet doet, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Milieueffecten: Commissie dringt bij FINLAND, LUXEMBURG en ROEMENIË aan op volledige omzetting van nieuwe EU-voorschriften in nationaal recht

De Commissie verzoekt Finland, Luxemburg en Roemenië hun nationale wetgeving aan te passen in verband met wijzigingen van de milieueffectbeoordelingsrichtlijn (Richtlijn 2014/52/EU). Deze richtlijn moet waarborgen dat projecten aan een passende effectbeoordeling worden onderworpen voordat zij worden goedgekeurd. De Europese Commissie heeft in juli 2017 een inbreukprocedure tegen de drie lidstaten ingeleid. Wat Luxemburg betreft zijn de ontbrekende bepalingen nog niet volledig in de nationale wetgeving opgenomen, aangezien de bestaande milieueffectbeoordelingswetgeving momenteel wordt herzien. In Finland is de richtlijn wat het vasteland betreft omgezet, maar moeten de Ålandeilanden nog de nodige wijzigingen in hun wetgeving aanbrengen. In Roemenië is momenteel wetgeving in voorbereiding met het oog op de volledige omzetting van de richtlijn. Aangezien Finland, Luxemburg en Roemenië de EU-voorschriften nog niet volledig in nationaal recht hebben omgezet, stuurt de Commissie een met redenen omkleed advies. Als de betrokken lidstaten hun verplichtingen niet binnen twee maanden na ontvangst van het met redenen omkleed advies nakomen, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Met redenen omkleed advies en aanmaningsbrief

Commissie dringt bij IERLAND en SPANJE aan op beschermingsmaatregelen tegen overstromingen

De Commissie verzoekt Ierland en Spanje aan de voorschriften van de overstromingsrichtlijn (Richtlijn 2007/60/EG) te voldoen. De richtlijn is gericht op de vermindering en de beheersing van de risico's van overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu en de economische bedrijvigheid. Op grond van EU-recht hadden de lidstaten uiterlijk op 22 maart 2016 overstromingsrisicobeheerplannen moeten voltooien en bekendmaken en ter kennis van de Commissie moeten brengen. In april 2017 heeft de Commissie met een aanmaningsbrief aan de Ierse autoriteiten een inbreukprocedure ingeleid op grond dat zij voor zeven stroomgebiedsdistricten geen overstromingsrisicobeheerplannen hadden voltooid, bekendgemaakt of aan de Commissie meegedeeld. Aangezien Ierland nog steeds geen kennisgeving van deze plannen heeft gedaan, stuurt de Commissie een met redenen omkleed advies. Ierland heeft twee maanden de tijd om te reageren. Daarnaast heeft de Commissie vandaag besloten Spanje een aanmaningsbrief te sturen, aangezien de Spaanse autoriteiten hebben verzuimd de Commissie in kennis te stellen van de overstromingsrisicobeheerplannen voor de stroomgebiedsdistricten van Catalonië en de Canarische Eilanden. Spanje heeft ook twee maanden de tijd om te reageren.

Aanmaningsbrieven

Afvalstoffen: Commissie verzoekt POLEN om correcte omzetting van voorschriften inzake afvalstoffen

De Commissie heeft besloten Polen een aanmaningsbrief te sturen omdat het een aantal bepalingen van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG) niet correct heeft omgezet. De richtlijn stelt streefdoelen voor hergebruik en recycling van bouw- en sloopafval vast en bevat voorschriften inzake gevaarlijke afvalstoffen en de inhoud van de afvalbeheerplannen. De correcte toepassing van de EU-afvalstoffenwetgeving is cruciaal voor de overgang naar een circulaire economie. Polen heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

6. Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

(meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229-56194, Letizia Lupini – tel. +32 229-51958)

Sluitingen:

Financiële diensten: Commissie sluit zes zaken omdat lidstaten kennisgeven van voorschriften inzake hypothecair krediet

De Commissie is ingenomen met de omzetting van de richtlijn hypothecair krediet (Richtlijn 2014/17/EU) door Denemarken, Finland, Griekenland, Kroatië, Luxemburg en Tsjechië. De richtlijn biedt de consumenten voordelen en beoogt de totstandbrenging van een EU-wijde markt voor hypothecair krediet met een hoog niveau van consumentenbescherming. De belangrijkste bepalingen betreffen gedragsregels voor kredietgevers, waaronder een verplichting tot beoordeling van de kredietwaardigheid van de consument en tot mededeling van informatie, kennis- en bekwaamheidsvereisten voor personeel alsmede bepaalde aspecten van hypothecair krediet, zoals vervroegde aflossing, leningen in vreemde valuta, koppelverkoop, financiële scholing, waardebepaling van onroerende goederen, achterstallige betalingen en gedwongen verkoop. De Commissie heeft vandaag besloten de inbreukprocedures, die in mei 2016 tegen deze lidstaten waren ingeleid, te sluiten.

 

7. Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf

(meer informatie: Lucia Caudet – tel. +32 229-56182, Maud Noyon – tel. +32 229-80379)

Met redenen omkleed advies

Vrij verkeer van goederen: Commissie dringt bij HONGARIJE aan op afschaffing van verplichting inzake detailhandelswinstmarges op landbouwproducten en levensmiddelen

De Commissie heeft vandaag besloten Hongarije een met redenen omkleed advies te sturen op grond dat de nationale voorschriften inzake de detailverkoop van landbouwproducten en levensmiddelen onverenigbaar zijn met het EU-recht. Volgens Hongaars recht zijn de detailhandelaren verplicht voor binnenlandse en ingevoerde landbouwproducten en levensmiddelen dezelfde winstmarges te hanteren. Hierdoor kan de verkoop van ingevoerde landbouwproducten en levensmiddelen vergeleken met die van binnenlandse producten worden benadeeld, aangezien het voor importeurs en detailhandelaren moeilijker kan worden ingevoerde producten, die doorgaans bij de binnenlandse consument minder bekend zijn, tegen aantrekkelijkere prijzen aan te bieden. In februari 2017 heeft de Commissie met een aanmaningsbrief de inbreukprocedure ingeleid. Zij maakt zich zorgen dat deze voorschriften in strijd zijn met het beginsel van vrij verkeer van goederen (artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, VWEU) en de vrije vorming van de verkoopprijzen van landbouwproducten door middel van vrije mededinging ondermijnen (Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten). Nu de Hongaarse autoriteiten bij hun standpunt blijven, heeft de Commissie besloten een met redenen omkleed advies te sturen. Als Hongarije zijn verplichtingen niet binnen twee maanden na ontvangst van het met redenen omkleed advies nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Aanmaningsbrief

Drukapparatuur: Commissie verzoekt NEDERLAND om aan EU-voorschriften te voldoen

De Commissie heeft vandaag besloten Nederland een aanmaningsbrief te sturen met het verzoek om correcte omzetting van de richtlijn drukapparatuur (Richtlijn 2014/68/EU). De richtlijn is van toepassing op een breed scala aan industriële apparatuur, waaronder compressors en warmtewisselaars, maar ook op consumentenproducten zoals brandblussers en snelkookpannen. De richtlijn verhoogt de kwaliteit en de veiligheid van drukapparatuur, verduidelijkt welke verantwoordelijkheden op de fabrikanten, importeurs en distributeurs rusten, en verbetert het toezicht op dergelijke producten door conformiteitsbeoordelingsinstanties. De Commissie is van mening dat Nederland de werkingssfeer van de richtlijn heeft uitgebreid tot bepaalde installaties waarvoor zij niet geldt. Door deze extra verplichtingen voor fabrikanten ondermijnen de Nederlandse voorschriften de correcte, eenvormige en doeltreffende uitvoering van de richtlijn in alle lidstaten en uiteindelijk het soepele functioneren van de interne markt. Nederland heeft nu twee maanden de tijd om op de opmerkingen van de Commissie in te gaan; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

8. Justitie, consumentenzaken en gendergelijkheid

(meer informatie: Christian Wigand – tel. +32 229-62253, Melanie Voin – tel. +32 229-58659)

Met redenen omklede adviezen

Bestrijding van witwassen van geld: Commissie dringt bij IERLAND en SLOWAKIJE aan op omzetting van EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Ierland en Slowakije een met redenen omkleed advies te sturen in verband met de gedeeltelijke omzetting van de vierde anti-witwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2015/849). De richtlijn scherpt de bestaande regels aan en maakt het mogelijk doeltreffender tegen witwaspraktijken en terrorismefinanciering op te treden. Deze EU-voorschriften zorgen ook voor meer transparantie met het oog op de voorkoming van belastingontwijking. De lidstaten hadden tot 26 juni 2017 de tijd om deze richtlijn om te zetten. Ierland en Slowakije hebben slechts gedeeltelijk kennisgegeven van de omzetting van de richtlijn; het nationale wetgevingsproces met betrekking tot de belangrijkste omzettingsbepalingen in deze twee landen is nog niet afgesloten. Ierland en Slowakije hebben nu twee maanden de tijd om aan hun verplichtingen te voldoen; anders kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. Er lopen momenteel inbreukprocedures tegen 20 lidstaten in verband met niet-omzetting van de meest recente antiwitwasvoorschriften van de EU; 10 lidstaten bevinden zich in het stadium van de aanmaningsbrief en bij 10 lidstaten is inmiddels een met redenen omkleed advies uitgebracht (8 in afgelopen december en nog eens 2 in maart 2018). Intussen heeft een aantal lidstaten omzetttingsmaatregelen aangenomen en meegedeeld. De Commissie beoordeelt die maatregelen momenteel op hun volledigheid en zal te zijner tijd een beslissing nemen over passende vervolgmaatregelen.

 

9. Mobiliteit en vervoer

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Alexis Perier – tel. +32 229-51958)

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Beveiliging van de luchtvaart: Commissie daagt KROATIË voor Hof wegens verzuim de nationale wetgeving te actualiseren

De Europese Commissie heeft vandaag beslist Kroatië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen omdat het bepaalde gemeenschappelijke Europese voorschriften op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (Verordening (EG) nr. 300/2008) niet heeft uitgevoerd. Dit is een kwestie van administratieve aard die geen verband houdt met tekortkomingen op veiligheidsgebied. Op grond van die verordening moeten de lidstaten hun nationale wetgeving inzake beveiliging van de luchtvaart regelmatig actualiseren. Deze wetgeving omvat bepalingen voor organisatiestructuren, verantwoordelijkheden en mechanismen om toezicht te houden op de activiteiten op de nationale luchthavens ten aanzien van luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartbeveiligingsentiteiten. Het doel hiervan is te waarborgen dat tekortkomingen op veiligheidsgebied snel worden ontdekt en weggewerkt. Ondanks herhaalde verzoeken van de Commissie heeft Kroatië de desbetreffende wetgeving echter nog steeds niet formeel geactualiseerd. De Commissie heeft derhalve besloten de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Met redenen omklede adviezen

Wegvervoer: Commissie verzoekt drie lidstaten volledige uitvoering te geven aan EU-voorschriften betreffende maximaal toegestane gewichten en afmetingen van voertuigen

De Commissie heeft Duitsland, Polen en Slovenië vandaag verzocht de geactualiseerde Europese voorschriften betreffende de maximaal toegestane gewichten en afmetingen van voertuigen (Richtlijn (EU) 2015/719) volledig in nationale wetgeving om te zetten. Deze voorschriften, die betrekking hebben op het internationale verkeer, spelen een belangrijke rol bij de werking van de interne markt en het vrije verkeer van goederen in Europa. De richtlijn voorziet onder meer in afwijkingen voor zware vrachtwagens met verbeterde aerodynamische prestaties, of die met alternatieve brandstoffen worden aangedreven. Het doel hiervan is het gebruik van schonere voertuigen, die langer of zwaarder kunnen zijn dan conventionele voertuigen, niet te bestraffen. Deze richtlijn moest uiterlijk op 7 mei 2017 door de lidstaten zijn omgezet. Alle betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de richtlijn volledig om te zetten. Als zij dat niet doen, kan de Commissie deze zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Aanmaningsbrieven

Beveiliging van de luchtvaart: Commissie dringt er bij GRIEKENLAND op aan adequaat toezicht te houden op de toepassing van de normen voor de beveiliging van de luchtvaart

De Commissie heeft vandaag besloten Griekenland een aanmaningsbrief te sturen omdat het bepaalde gemeenschappelijke Europese voorschriften op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (Verordening (EG) nr. 300/2008 en Verordening (EU) nr. 18/2010 van de Commissie) niet naleeft. Uit een door de Commissie uitgevoerde inspectie van de bevoegde Griekse burgerluchtvaartautoriteit is gebleken dat er geen regelmatig toezicht werd gehouden op de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de normen voor de beveiliging van de luchtvaart op het Griekse grondgebied. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten van de Commissie; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Rijbewijs: Commissie verzoekt vier lidstaten om correcte toepassing van gemeenschappelijke EU-voorschriften

De Commissie heeft vandaag besloten Duitsland, Italië, Letland en Nederland aanmaningsbrieven te sturen waarin zij deze lidstaten verzoekt de gemeenschappelijke Europese voorschriften betreffende het rijbewijs (Richtlijn 2006/126/EG, zoals gewijzigd) na te leven. In bijlage I bij de richtlijn wordt bepaald hoe beperkingen van het rijbewijs (bv. de verplichting een bril te dragen) en andere aanvullende gegevens op het rijbewijs moeten worden weergegeven. Duitsland, Italië, Letland en Nederland hanteren echter nationale maatregelen die in strijd zijn met sommige van die eisen. De vier lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

Verkeersveiligheid: Commissie herinnert NEDERLAND aan zijn verslagleggingsverplichting

De Commissie heeft vandaag besloten Nederland te herinneren aan zijn verslagleggingsverplichting uit hoofde van de EU-wetgeving betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen (Richtlijn 2000/30/EG). Overeenkomstig de richtlijn moeten de lidstaten de Commissie iedere twee jaar een reeks gegevens mededelen die zij met betrekking tot de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen (bussen, vrachtwagens en zware aanhangwagens) hebben ingewonnen. De lidstaten moesten de verslagen met betrekking tot de periode 2015-2016 uiterlijk op 31 maart 2017 indienen. Ondanks aanhoudende inspanningen om het verslag te verkrijgen, heeft Nederland niet aan deze verplichting voldaan. Nederland heeft nu twee maanden de tijd om de situatie te verhelpen; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen.

 

10. Belastingen en douane-unie

(meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229 56194, Patrick Mc Cullough – tel. +32 229 87183)

Aanmaningsbrieven

Belastingen: Commissie verzoekt BULGARIJE zijn btw-voorschriften voor ondernemingen die brandstof verhandelen en voor gebruik van tot de onderneming behorende activa voor andere dan bedrijfsdoeleinden te wijzigen

De Commissie heeft vandaag besloten Bulgarije aanmaningsbrieven te sturen waarin zij het land verzoekt zijn voorschriften betreffende de belasting over de toegevoegde waarde (btw) in overeenstemming te brengen met het EU-recht. Eén zaak houdt verband met het feit dat kleine ondernemingen die brandstof verhandelen momenteel vooraf buitensporige bedragen moeten betalen om te waarborgen dat zij in staat zijn hun btw-afrekening te betalen. Grote ondernemingen moeten alleen een waarborg stellen of een bedrag betalen dat gelijk is aan de over hun transacties verschuldigde btw. De Commissie is van oordeel dat de nationale wetgeving niet verenigbaar is met de EU-voorschriften (de btw-richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG van de Raad)), noch met de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de EU). Daarnaast wordt Bulgarije verzocht om wijziging van zijn voorschriften betreffende de berekening van de btw die verschuldigd is wanneer tot de onderneming behorende activa voor privédoeleinden of andere dan bedrijfsdoeleinden worden gebruikt en wanneer tot de onderneming behorende activa naar een andere lidstaat worden overgebracht. Bulgarije heeft twee maanden om gevolg te geven aan deze twee verzoeken. Als het dat niet doet, kan de Commissie de Bulgaarse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Belastingen: Commissie verzoekt DUITSLAND zijn voorschriften in overeenstemming te brengen met het EU-recht wat betreft een btw-regeling voor landbouwproducenten

De Commissie heeft vandaag besloten Duitsland een aanmaningsbrief te sturen in verband met de toepassing van een specifieke btw-regeling voor landbouwproducenten. Overeenkomstig de EU-voorschriften (de btw-richtlijn) kunnen de lidstaten een forfaitaire btw-regeling voor landbouwproducenten toepassen. In het kader van deze regeling mogen landbouwproducenten hun afnemers een standaardbedrag – of "forfaitaire compensatie" – over hun landbouwproducten en diensten in rekening brengen in plaats van de normale btw-voorschriften toe te passen. Deze landbouwproducenten kunnen op hun beurt geen aanspraak maken op compensatie voor de btw die zij reeds hebben betaald. Deze regeling is bedoeld voor landbouwproducenten die waarschijnlijk administratieve moeilijkheden zouden ondervinden wanneer zij de normale btw-voorschriften zouden volgen. Duitsland past de forfaitaire regeling echter automatisch toe ten aanzien van alle landbouwproducenten, inclusief eigenaren van grote landbouwbedrijven, die dergelijke moeilijkheden niet zouden ondervinden. Bovendien blijkt uit cijfers van de Duitse Rekenkamer (Bundesrechnungshof) dat door het forfaitaire tarief op deze wijze ten aanzien van landbouwproducenten toe te staan, de door hen betaalde btw-voordruk wordt overgecompenseerd. Dit is niet toegestaan op grond van de EU-voorschriften en veroorzaakt aanzienlijke verstoringen van de mededinging op de interne markt. Als Duitsland binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Duitse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

Btw over jachten: Commissie start inbreukprocedures tegen CYPRUS, GRIEKENLAND en MALTA

De Commissie heeft vandaag besloten Cyprus, Griekenland en Malta aanmaningsbrieven te sturen wegens verzuim het juiste bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) te heffen over de verstrekking van jachten. Deze kwestie kan aanzienlijke verstoringen van de mededinging veroorzaken en is uitgebreid aan bod gekomen in de berichtgeving over de "Paradise Papers"-lekken van vorig jaar. De vandaag ingeleide inbreukprocedures hebben meer in het bijzonder betrekking op: een verlaagd btw-tarief voor de verhuur van jachten – een algemene btw-regeling waarin Cyprus, Griekenland en Malta voorzien. Hoewel de huidige btw-voorschriften van de EU de lidstaten de mogelijkheid bieden geen belasting te heffen over de verrichting van een dienst wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie van het product buiten de EU geschieden, is een algemene forfaitaire vermindering zonder bewijs van de plaats van het werkelijke gebruik niet toegestaan. Malta, Cyprus en Griekenland hebben richtsnoeren vastgesteld waarin is bepaald dat hoe groter de boot is, hoe kleiner de verwachting is dat de verhuur in EU-wateren plaatsvindt; een regel waardoor het toepasselijke btw-tarief aanzienlijk wordt verlaagd. Tevens hebben de vandaag ingeleide inbreukprocedures betrekking op de onjuiste belastingheffing in Cyprus en Malta over de aankoop van jachten door middel van wat bekendstaat als "huurkoop". In de Cypriotische en Maltese wetgeving wordt de verhuur van een jacht momenteel als de verrichting van een dienst en niet als de verstrekking van een goed ingedeeld. Hierdoor wordt bij de uiteindelijke aankoop van het jacht het normale btw-tarief slechts over een klein deel van de werkelijke prijs van de boot geheven, terwijl het resterende deel daarvan als de verrichting van een dienst wordt belast, tegen een aanzienlijk verlaagd tarief. De drie lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd. Als zij binnen deze twee maanden geen maatregelen nemen, kan de Commissie de desbetreffende autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Belastingen: Commissie verzoekt POLEN zijn voorschriften in overeenstemming te brengen met het EU-recht wat betreft accijns op energieproducten

De Commissie heeft vandaag besloten Polen een aanmaningsbrief te sturen in verband met een vrijstelling van de accijns op aardgas- en steenkoolproducten die momenteel wordt uitgebreid tot alle energie-intensieve ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van de verplichte EU-regeling voor de emissiehandel (EU-ETS) vallen. Krachtens de EU-voorschriften (de energiebelastingrichtlijn (Richtlijn 2003/96/EG van de Raad)) moeten bedrijven die op grond van de door hen ingevoerde verbeteringen op het gebied van milieu of energie-efficiëntie van dergelijke vrijstellingen gebruikmaken, grotere inspanningen leveren dan voorgeschreven door de bindende EU-instrumenten zoals de EU-ETS. De Poolse wetgeving vereist echter geen dergelijk niveau van energie-efficiëntie; deze aanpak veroorzaakt verstoringen van de mededinging op de interne markt. Als Polen binnen twee maanden geen maatregelen neemt, kan de Commissie de Poolse autoriteiten een met redenen omkleed advies toesturen.

MEMO/18/1444

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar