Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Vragen & antwoorden: Commissie komt met routekaart voor de verdieping van de Europese economische en monetaire unie

Brussel, 6 december 2017

Commissie komt met routekaart voor de verdieping van de Europese economische en monetaire unie

Wat zijn de onderdelen van het pakket?

Waarom wordt dit pakket nu voorgesteld?

Dit pakket is het resultaat van de toezeggingen van voorzitter Jean-Claude Juncker in zijn toespraak over de Staat van de Unie 2017 om de volgende concrete stappen te zetten voor het verdiepen van de Europese economische en monetaire unie (EMU).

Voortbouwend op de visie die is uiteengezet in het Verslag van de vijf voorzitters van juni 2015 en de discussienota's over de verdieping van de economische en monetaire unie en de toekomst van de EU-financiën van voorjaar 2017 presenteert de Europese Commissie een routekaart om de economische en monetaire unie te verdiepen, met concrete stappen voor de komende 18 maanden. Ook zijn een aantal initiatieven gepresenteerd als onderdeel van dit pakket. Het algemene doel is het versterken van de eenheid, efficiëntie en democratische verantwoording van de Europese economische en monetaire Unie tegen 2025.

De robuuste groei in de economie van de EU en de eurozone, met groei in alle lidstaten, de werkloosheid op het laagste niveau sinds 2008 en het economische sentiment op het hoogste niveau sinds 2000 creëren de ruimte voor de hervormingen die nodig zijn voor een meer eengemaakte, efficiënte en democratische EMU: terwijl de zon schijnt, is het tijd om het dak te herstellen.

Deze positieve ontwikkelingen worden ook bevestigd in een nieuwe Flash Eurobarometer over de eurozone die vandaag is gepubliceerd. Daarin stelt 64% van de respondenten dat de euro voor hun land een goede zaak is - dat is het beste resultaat dat ooit is opgetekend sinds de invoering van eurobiljetten en -munten in 2002.

Het pakket van vandaag maakt deel uit van de bredere Routekaart naar een meer verenigde, sterkere en meer democratische Unie van voorzitter Juncker alsook van de hieruit resulterende door de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk gepresenteerde Leidersagenda op de weg naar Sibiu, waar op 9 mei 2019 belangrijke beslissingen over de toekomst van Europa moeten worden genomen.

Het pakket, dat ook voortbouwt op ideeën die werden voorgesteld door het Europees Parlement en de Franse president Emmanuel Macron in september tijdens zijn toespraak aan de Sorbonne, wordt gepresenteerd vóór de inclusieve Eurotop op 15 december 2017, waar de EU-leiders bijeen zullen komen voor een eerste bespreking van de volgende stappen die moeten worden ondernomen, en een specifieke bijeenkomst die gepland is voor 28-29 juni 2018 om tot concrete beslissingen te komen.

Waarom is de verdieping van de economische en monetaire unie zo belangrijk?

De afgelopen jaren zijn veel standpunten geformuleerd over de voltooiing van de economische en monetaire unie. De meningen kunnen verschillen, maar er is brede consensus over de noodzaak om verdere vooruitgang te boeken. Er zijn ook zeer significante bijdragen geweest van het Europees Parlement en belangrijke discussies in de Eurogroep.

Het verdiepen van de EMU is een middel om een doel te bereiken: meer banen, groei, investeringen, sociale rechtvaardigheid en macro-economische stabiliteit. De eenheidsmunt biedt bescherming en kansen voor Europeanen, en een sterke en stabiele eurozone is essentieel voor haar leden en voor de EU als geheel.

De economische en financiële crisis, die niet in de eurozone is begonnen, heeft een aantal institutionele zwakheden van de Europese EMU blootgelegd. Dankzij belangrijke institutionele hervormingen is de EMU nu robuuster dan ooit tevoren, maar de institutionele architectuur ervan blijft onvoltooid. De routekaart voor de verdieping van de Europese EMU gaat in op de resterende problemen en zet een stap in de goede richting.

De verdieping van de EMU is een van de topprioriteiten voor de Commissie van voorzitter Juncker, zoals geformuleerd in zijn politieke richtsnoeren. Ook zijn als onderdeel van dit pakket een aantal nieuwe initiatieven gepresenteerd. Die vormen niet de eerste en ook niet de laatste stap in het proces ter voltooiing van de Europese economische en monetaire unie, maar vertegenwoordigen belangrijke mijlpalen in het gehele proces.

Een routekaart voor de verdieping van de economische en monetaire unie

Welk tijdschema heeft de Commissie in gedachten?

Voortbouwend op de Leidersagenda worden concrete besluiten in de komende maanden verwacht. Volgens de Commissie moet overeenstemming worden bereikt over een routekaart met daarin een aantal stappen voor de komende 18 maanden. Deze zijn samengevat aan het einde van de mededeling over verdere stappen in de richting van de voltooiing van de Europese economische en monetaire unie.

Terwijl op al deze fronten vooruitgang wordt geboekt, zal het belangrijk zijn om een duidelijke koers uit te zetten voor de periode 2019-2024, met het oog op de verdieping van de Europese economische en monetaire unie tegen 2025. In de door de Commissie voorgestelde routekaart worden de belangrijkste stappen herhaald die na 2019 nog noodzakelijk zouden zijn, voortbouwend op de discussienota over de verdieping van de economische en monetaire unie. Deze stappen moeten deel uitmaken van het gezamenlijk akkoord dat midden 2018 moet worden bereikt.

Europees Monetair Fonds

Waarom stelt de Commissie voor een Europees Monetair Fonds op te richten?

Sinds 2012 heeft het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) een beslissende rol gespeeld om de lidstaten te helpen de toegang tot de markten voor staatsobligaties terug te winnen of te behouden. Dit heeft bijgedragen tot de bescherming van de stabiliteit van de eurozone als geheel.

Hoewel de druk tijdens de crisis tot een intergouvernementele vorm heeft geleid, was het op dat moment al duidelijk dat dit ook binnen het kader van de EU-Verdragen kon worden gerealiseerd.

Een versterkte institutionele verankering zal bijdragen tot het creëren van nieuwe synergieën, met name op het gebied van transparantie, juridische controle en efficiëntie van de financiële middelen van de EU. Het kan ook bijdragen tot een betere samenwerking met de Europese Commissie en betere democratische verantwoording tegenover het Europees Parlement.

De Commissie wil voortbouwen op de beproefde structuur van het ESM en een nieuw Europees Monetair Fonds (EMF) oprichten als robuust orgaan voor crisisbeheersing dat stevig in het rechtskader van de Unie is verankerd. Dit werd reeds gepland in het Verslag van de vijf voorzitters en werd ook bepleit door het Europees Parlement.

Welke functies en middelen krijgt het EMF?

Het EMF wordt de opvolger van het ESM, waarvan de huidige financiële en institutionele structuren grotendeels behouden blijven, en verbetert tegelijk de efficiëntie, de transparantie en de democratische verantwoording waarbij de rol van de nationale parlementen volledig wordt geëerbiedigd.

Het EMF blijft steun voor financiële stabiliteit verlenen aan lidstaten in nood, middelen aantrekken door kapitaalmarktinstrumenten uit te geven en geldmarkttransacties verrichten. Bovendien voegt het voorstel nieuwe elementen toe:

  1. Het EMF zal in staat zijn de achtervang te vormen voor het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds (SRF) door als lender of last resort op te treden en uiteindelijk de belastingbetalers te beschermen in het onwaarschijnlijke geval dat het SRF niet over de middelen beschikt om de ordelijke afwikkeling van een bank in nood te vergemakkelijken. Reeds in 2013 hadden de lidstaten overeenstemming bereikt over de ontwikkeling van een dergelijke achtervang, die op middellange termijn budgettair neutraal moet zijn.
  2. Het voorstel voorziet in de mogelijkheid van snellere besluitvorming in specifieke urgente situaties, met versterkte meerderheid van 85 % van de stemmen, terwijl de unanimiteitsstemming voorbehouden zou blijven voor alle belangrijke besluiten met financiële gevolgen.
  3. Het voorstel voorziet in een directere betrokkenheid van het EMF, naast de Commissie, bij het beheer van de programma's voor financiële bijstand.
  4. Het voorstel verwijst ook naar de mogelijkheid voor het EMF om in de toekomst nieuwe financiële instrumenten te ontwikkelen, die bijzonder nuttig zouden kunnen zijn ter ondersteuning van een mogelijke stabilisatiefunctie.

Zal het EMF toegang hebben tot dezelfde financiële middelen als het ESM?

Het EMF zal voortbouwen op de huidige financiële en institutionele structuren van het ESM in hun actuele vorm. Dat betekent dat de financiële slagkracht van het Europees Monetair Fonds om te reageren op crisissituaties dezelfde zal zijn als die van het Europees stabiliteitsmechanisme, met een totale kredietverstrekkingscapaciteit van 500 miljard EUR. Net als nu het geval is bij het ESM, zou de Raad van gouverneurs van het Europees Monetair Fonds de kredietverstrekkingscapaciteit kunnen verhogen wanneer hij met het oog op zijn doelstellingen een dergelijke verhoging passend acht.

Wat zijn de volgende stappen?

Het initiatief neemt de vorm aan van een voorstel voor een verordening van de Raad op grond van artikel 352 VWEU. Het Europees Parlement, dat instemming moet verlenen, en de Raad worden uitgenodigd om dit voorstel tegen half maart 2019 aan te nemen.

Voorstel om de inhoud van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur te integreren in het rechtskader van de Unie, rekening houdend met de passende flexibiliteit die in het stabiliteits- en groeipact is ingebouwd en sinds januari 2015 door de Commissie is bepaald

Waarom stelt de Commissie dit voor?

Net als bij het ESM moet het besluit om het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur ("het begrotingspact") in 2012 in te stellen als een intergouvernementeel verdrag, worden gezien in de crisisomstandigheden. Toch hebben toen reeds de 25 ondertekenende lidstaten[1] zich op aandringen van het Europees Parlement en de Commissie ertoe verbonden de inhoud van het Verdrag vijf jaar na de inwerkingtreding ervan, namelijk op 1 januari 2018, in Unierecht om te zetten (zie artikel 16 van het verdrag). Het Europees Parlement heeft daar intussen ook opnieuw om gevraagd.

Het voorstel volgt de redenering dat de integratie van intergouvernementele instrumenten in het rechtskader van de Unie hun democratische legitimiteit zal versterken, het rechtskader zal vereenvoudigen en het risico op duplicatie zal verminderen.

De integratie van dat verdrag in het Unierecht zal zorgen voor een betere monitoring als onderdeel van het algemene EU-kader voor economische governance. Het houdt rekening met de passende flexibiliteit die in het stabiliteits- en groeipact is ingebouwd en sinds januari 2015 door de Commissie is bepaald, en is dus volledig in lijn met de bestaande regels die in de primaire en secundaire wetgeving zijn omschreven.

Tot slot handhaaft het voorstel de praktijk van de interparlementaire vergaderingen die jaarlijks door het Europees Parlement worden gehouden.

Wat zijn de volgende stappen?

Het voorstel om het begrotingspact te integreren in het rechtskader van de Unie heeft de vorm van een voorstel voor een richtlijn van de Raad op grond van artikel 126, lid 14, tweede alinea, VWEU. Het Europees Parlement, dat moet worden geraadpleegd, en de Raad worden uitgenodigd om dit voorstel tegen half maart 2019 aan te nemen.

Nieuwe begrotingsinstrumenten voor een stabiele eurozone binnen het kader van de Unie

De Commissie presenteert een mededeling over nieuwe begrotingsinstrumenten voor een stabiele eurozone binnen het kader van de Unie. In de mededeling worden vier specifieke functies uiteengezet die van essentieel belang zijn voor het verdiepen van de Europese economische en monetaire Unie, en worden voor elk daarvan concrete volgende stappen voorgesteld. De voorgestelde instrumenten zijn nauw met elkaar verbonden en zouden hand in hand opereren met het Europees semester.

  1. Steun voor nationale structurele hervormingen via een nieuw hervormingsinstrument en technische ondersteuning op verzoek van de lidstaten;
  2. Een specifieke convergentiefaciliteit voor de lidstaten op weg naar toetreding tot de eurozone;
  3. Een achtervang voor de bankenunie via het ESM/EMF, zoals hierboven aangegeven; en
  4. Een stabilisatiefunctie die kan worden gebruikt om de investeringen op peil te houden bij grote asymmetrische schokken.

Om doeltreffend te zijn en zo veel mogelijk resultaat op te leveren, ook voor de belastingbetaler, moeten deze instrumenten worden opgezet en ontwikkeld in volledige synergie met de financiën van de EU van vandaag en morgen. Sommige acties zijn gepland voor de periode 2018-2020. Andere zullen in mei 2018 deel uitmaken van de voorstellen van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader.

Het Europees Parlement en de Raad worden uitgenodigd tegen midden 2018 het voorstel ter versterking van het steunprogramma voor structurele hervormingen en de wijzigingen van de verordening gemeenschappelijke bepalingen goed te keuren en tot een akkoord te komen over een gemeenschappelijke achtervang voor het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds.

Tegen midden 2019 zouden het Europees Parlement en de Raad dan, in het kader van de voorstellen voor het volgende meerjarig financieel kader voor de periode na 2020, de voorstellen moeten goedkeuren over steun voor structurele hervormingen, een specifieke convergentiefaciliteit voor niet-eurolidstaten en een stabilisatiefunctie.

Steun voor nationale hervormingen

Wat stelt de Commissie voor?

De Commissie plant twee complementaire pijlers: 1) een hervormingsinstrument ter ondersteuning van de hervormingstoezeggingen van de lidstaten; 2) technische ondersteuning voor specifieke acties op verzoek van de lidstaten.

Voor de periode na 2020 zal de Commissie in mei 2018 gedetailleerde voorstellen indienen als onderdeel van haar voorstellen voor het volgende meerjarig financieel kader.

Reeds in de periode 2018-2020 wil de Commissie een aantal van die ideeën ontwikkelen, op twee manieren.

Ten eerste, om het idee van een hervormingsinstrument in een proeffase te testen, stelt zij specifieke wijzigingen voor van de verordening gemeenschappelijke bepalingen betreffende de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF). Daardoor krijgen de lidstaten de mogelijkheid om een deel van de prestatiereserve van die EU-fondsen te gebruiken ter ondersteuning van hervormingen die tijdens het Europees semester zijn vastgesteld.

Ten tweede stelt de Commissie voor de technische ondersteuning die voor alle lidstaten beschikbaar is te stimuleren, en om een specifieke werkstroom te creëren voor niet-eurolidstaten op weg naar de toetreding tot de eurozone. Om deze twee redenen stelt de Commissie voor de capaciteit van het bestaande en het recent opgezette steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) tegen 2020 te verhogen tot 300 miljoen EUR.

Hoe zou het nieuwe hervormingsinstrument hervormingen ondersteunen als onderdeel van het Europees semester? Hoe wordt een akkoord bereikt over de hervormingen?

Na 2020 zou het nieuwe hervormingsinstrument als volgt kunnen werken:

  1. De hervormingen zouden worden voorgesteld door de lidstaten zelf, in hun nationale hervormingsprogramma's, op basis van de uitdagingen die in de loop van het Europees semester aan het licht zijn gekomen.
  2. Daarna zou een gestructureerde dialoog tussen de Commissie en de lidstaat volgen, om tot toezeggingen te komen over een hervormingspakket met betrekking tot een aantal hervormingen dat binnen een termijn van drie jaar moet worden uitgevoerd.
  3. De lidstaten zouden zorgen voor een gedetailleerde reeks maatregelen, mijlpalen voor de uitvoering en een tijdschema voor de voltooiing, en zouden in het Europees semester samen met hun nationaal hervormingsprogramma verslag uitbrengen over de voortgang.
  4. Een tweede reeks hervormingen kunnen in een latere fase worden overeengekomen, bijvoorbeeld op verzoek van een nieuw verkozen regering.
  5. Er zouden criteria worden opgesteld om bij de verschillende mijlpalen de voortgang te beoordelen. Deze beoordeling zou de basis vormen voor de beoordeling voor financiële steun.

Wat wordt er bedoeld met technische ondersteuning op verzoek van de lidstaten?

Begin 2017, op voorstel van de Commissie, hebben het Europees Parlement en de Raad overeenstemming bereikt over een steunprogramma voor structurele hervormingen.
Dit programma is nu volledig operationeel en wordt uitgevoerd door de Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen (Structural Reform Support Programme of SRSP) van de Commissie.

De SRSP heeft als doel de lidstaten technische ondersteuning op maat te bieden, om hen te helpen met hun hervormingsplannen. De ondersteuning is beschikbaar voor alle lidstaten van de EU, vraaggestuurd en vereist geen medefinanciering.

Uit de eerste feedback blijkt dat de vraag het beschikbare aanbod in de SRSP ruimschoots overtreft. De Commissie stelt voor de technische steun die in het kader van de SRSP wordt verstrekt tegen 2020 gevoelig te versterken. Zij zal ook voorstellen dat deze activiteiten na 2020 worden voortgezet.

Steun voor lidstaten die streven naar toetreding tot de eurozone

Wat stelt de Commissie voor?

Voor de periode 2018-2020 stelt de Commissie voor binnen het steunprogramma voor structurele hervormingen een specifieke werkstroom te ontwikkelen om lidstaten op weg naar de toetreding tot de eurozone specifieke ondersteuning te bieden.

Die zal worden aangeboden op verzoek en bestrijkt alle beleid dat kan bijdragen om een hoge convergentiegraad te bereiken, zoals bij het beheer van de overheidsfinanciën, het ondernemingsklimaat, de financiële sector, arbeidsmarkten en goederenmarkten, en overheidsdiensten.

Belangstellende lidstaten kunnen tevens beslissen om hun middelen voor technische bijstand van de Europese structuur- en investeringsfondsen gedeeltelijk te herbestemmen voor projecten die door de SRSP worden ondersteund.

Voor de periode na 2020 zal de Commissie voorstellen een specifieke convergentiefaciliteit op te richten als onderdeel van de follow-up van het steunprogramma voor structurele hervormingen.

Deze ondersteuning wijzigt de criteria voor de formele invoering van de euro niet, en staat los van het formele proces op weg naar de invoering van de euro, waarvoor een specifiek verslagleggingssysteem bestaat.

Een achtervang voor de bankenunie

Wat stelt de Commissie voor?

De achtervang zou alleen worden geactiveerd als laatste redmiddel ingeval de beschikbare middelen in het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds voor de afwikkeling van een bank niet volstaan. Als onderdeel van het pakket van vandaag stelt de Commissie voor dat het toekomstige Europees Monetair Fonds aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds een kredietlijn of garanties verstrekt (zie ook hierboven).

Waarom stelt de Commissie voor dat het Europees Monetair Fonds als achtervang voor de bankenunie fungeert?

Het creëren van een achtervang voor het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds (SRF) zal ervoor zorgen dat er middelen beschikbaar zijn voor de ordelijke afwikkeling van banken in nood ingeval het SRF niet over de middelen beschikt. Reeds in 2013 was principiële overeenstemming bereikt over de achtervang.

Er bestaat een brede consensus dat het Europees Stabiliteitsmechanisme - het toekomstige Europees Monetair Fonds - het meest geschikt is om een achtervang te verschaffen in de vorm van kredietlijnen of garanties aan het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds. Het biedt een oplossing die de juiste omvang heeft en direct beschikbaar is. Het beschikt tevens over de nodige kredietverstrekkingscapaciteit, marktkennis en kredietwaardigheid om doeltreffend als gemeenschappelijke achtervang te kunnen functioneren.

Er worden ook speciale regelingen voorgesteld om rekening te houden met de belangen van niet-eurolidstaten die tot de bankenunie zijn toegetreden, om ervoor te zorgen dat gelijke situaties in de bankenunie gelijk worden behandeld.

Wordt de belastingbetaler verplicht opnieuw te betalen voor de afwikkeling van falende banken?

Nee. Integendeel, het voorstel zal de belastingbetaler nog beter beschermen dan vandaag het geval is.

Het EMF als achtervang voor het SRF is het laatste redmiddel. Als het nodig mocht zijn deze rol te spelen, zou het EMF een betrouwbare bron van aanvullende middelen zijn, die snel kan reageren.

Alle bijdragen van het EMF aan het SRF zouden van de bankensector worden teruggevorderd. Dit zorgt ervoor dat de belastingbetaler niet hoeft op te draaien voor de kosten van de afwikkeling van falende banken. Uiteindelijk zal de bankensector betalen, waardoor de achtervang na verloop van tijd neutraal is voor de overheidsfinanciën.

De instelling van een achtervang zal het vertrouwen in het Europese bankwezen en de maatregelen van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad nog meer versterken. Dit zou op zijn beurt feitelijk de kans verkleinen dat zich een situatie voordoet waarin een beroep wordt gedaan op een achtervang.

Een stabilisatiefunctie

Waarom is een stabilisatiefunctie nodig?

Nu het monetaire beleid binnen de muntunie is eengemaakt, beschikken de deelnemende lidstaten niet langer over dezelfde macro-economische beleidsinstrumenten. Alle landen hebben tenslotte andere kenmerken: de omvang en structuur van de economie bepalen hoe groot het risico is dat een land met schokken te maken krijgt. Tijdens de crisis is gebleken dat de lidstaten van de eurozone met de middelen waarover zij beschikken, grote asymmetrische schokken slechts beperkt kunnen opvangen. Sommige landen hadden daardoor geen toegang meer tot de markt om zichzelf te financieren. In verschillende gevallen heeft dit tot een aanhoudende recessie en negatieve overloopeffecten naar andere lidstaten geleid.

Een stabilisatiefunctie op Europees niveau biedt de mogelijkheid om snel middelen vrij te maken voor lidstaten die met grote asymmetrische schokken te maken krijgen - als aanvulling op de rol van nationale begrotingen. Deze functie kan de effecten van grote asymmetrische schokken helpen te dempen, kan investeringen beschermen bij economische neergang en kan het risico van negatieve overloopeffecten helpen te voorkomen. Deze thema's kwamen al aan bod in het verslag van de vijf voorzitters.

Er zijn verschillende manieren om een stabilisatiefunctie uit te werken. In de discussienota over de verdieping van de economische en monetaire unie werden drie opties geschetst: een Europees investeringsbeschermingsstelsel, dat geplande en vooraf bepaalde investeringen ondersteunt, in bijvoorbeeld sectoren als infrastructuur of vaardigheden, om te voorkomen dat projecten anders misschien worden afgevoerd of uitgesteld; een Europees herverzekeringsstelsel voor werkloosheid dat fungeert als een "herverzekeringsfonds" voor nationale werkloosheidsstelsels, en een "rainy day fund" waarin op regelmatige basis middelen van lidstaten kunnen worden samengebracht; de uitbetalingen ervan zouden worden geactiveerd op grond van vooraf vastgestelde criteria. Al deze opties hebben hun merites en kunnen op termijn ook worden gecombineerd.

Wat stelt de Commissie nu voor?

In het verslag van de vijf voorzitters en de discussienota over de verdieping van de economische en monetaire unie zijn belangrijke beginselen geformuleerd, die nog steeds geldig zijn: een stabilisatie-instrument moet moral hazard tot een minimum beperken en mag niet leiden tot permanente transfers; dit instrument moet zijn gebonden aan duidelijke criteria en volgehouden deugdelijk beleid, met name waar het erom gaat de convergentie binnen de eurozone te versterken; het moet binnen het EU-rechtskader worden ontwikkeld; het moet open en transparant zijn tegenover alle lidstaten, en mag geen overlapping vormen met de rol van het Europees stabiliteitsmechanisme - het toekomstige Europees Monetair Fonds - als instrument voor crisisbeheersing.

Dit soort functie zou als aanvulling kunnen dienen voor de stabiliserende rol van nationale begrotingen. Daarom moeten de lidstaten - met name in goede tijden - adequate begrotingsbuffers blijven opbouwen en in stand houden, zoals bepaald in het stabiliteits- en groeipact. In geval van een neergang zouden de lidstaten eerst hun automatische stabilisatoren en discretionaire begrotingsbeleid inzetten, in overeenstemming met het pact.

Wat de Commissie in haar mededeling van vandaag overweegt, is een stabilisatiefunctie, waarin verschillende financieringsbronnen op EU-niveau worden samengebracht, om nationale investeringen op peil te houden bij grote asymmetrische schokken. Dit sluit aan bij het belang dat deze Commissie hecht aan investeringen als aanjager van groei op langere termijn. Hiermee zou ook een snellere uitrol mogelijk zijn dan in de andere opties die worden behandeld in de discussienota over de verdieping van de economische en monetaire unie. Als algemeen beginsel zou gelden dat alleen lidstaten die in de periode vóór de grote asymmetrische schok het EU-toezichtkader hebben nageleefd, voor toegang in aanmerking zouden komen.

Bij een grote asymmetrische schok en, op basis van duidelijke toelatingscriteria en een vooraf bepaald activeringmechanisme, zou de betrokken lidstaat automatisch steun krijgen, die uit een mix van leningen en subsidies zou kunnen bestaan:

  • De EU-begroting en het Europees Monetair Fonds zouden leningen kunnen verstrekken met garantie van de EU-begroting;
  • De EU-begroting zou jaarlijks beperkte subsidiesteun uit de begroting kunnen verlenen;
  • Een verzekeringsmechanisme op basis van vrijwillige bijdragen van de lidstaten zou deze ondersteuningsfunctie kunnen aanvullen.

Op termijn kunnen diverse van deze punten verder worden uitgewerkt.

Deze stabilisatiefunctie is bestemd voor de eurozone en staat open voor iedereen die eraan wil deelnemen. De Commissie zal in mei 2018 met een voorstel komen voor de periode na 2020, in het kader van haar voorstellen voor het volgende meerjarig financieel kader.

Een Europees minister van Economische Zaken en Financiën

Waarom steunt de Commissie de instelling van de functie van Europees minister van Economische Zaken en Financiën?

De huidige institutionele architectuur van de EMU is van nature complex, doordat economisch, budgettair, structureel en financieel beleid aan verschillende organen is toebedeeld, op basis van verschillende rechtskaders en toezichtstelsels. De instelling van de functie van Europees minister van Economische Zaken en Financiën zou kunnen helpen te zorgen voor meer coherentie, efficiëntie, transparantie en democratische verantwoording van de economische beleidsvorming in de EU.

De minister zou kunnen optreden om het algemeen economisch belang van de Unie en van de eurozone te bevorderen, zowel intern als internationaal. Ook zou hij de coördinatie en de uitvoering van het economisch beleid kunnen faciliteren, door bestaande verantwoordelijkheden en beschikbare deskundigheid te bundelen. De minister zou verantwoording moeten afleggen aan het Europees Parlement en zou ook regelmatig de dialoog aangaan met de nationale parlementen van de lidstaten.

Het idee van de functie van Europees minister van Economische Zaken en Financiën kwam al aan bod in de discussienota over de verdieping van de economische en monetaire unie en het Europees Parlement pleitte hiervoor in een resolutie van 16 februari 2017, terwijl ideeën voor een voltijdse voorzitter van de eurogroep reeds werden besproken op de eurotop van oktober 2011 en voorstellen daartoe zijn te vinden in het verslag van de vijf voorzitters van 2015.

Wat zou nu de rol zijn van een Europees minister van Economische Zaken en Financiën?

Een Europees minister van Economische Zaken en Financiën zou vicevoorzitter kunnen zijn van de Commissie, voorzitter van de eurogroep, zou toezien op de werkzaamheden van het nieuwe Europees Monetair Fonds en zou verantwoording afleggen aan het Europees Parlement. De minister zou geen bestaande functies of bevoegdheden dupliceren. Hij zou integendeel handelen om synergie-effecten tussen bestaande functies tot stand te brengen om zo bij te dragen tot een efficiënter economisch bestuur in de EU en de eurozone.

De minister zou, wanneer de mededeling wordt gevolgd, twee petten op hebben: tegelijkertijd lid van de Commissie en voorzitter van de eurogroep. Die mogelijkheid bestaat in feite al op grond van de huidige Verdragen. Artikel 2 van Protocol nr. 14 bij de verdragen (betreffende de eurogroep) bepaalt: "De ministers van de lidstaten die de euro als munt hebben, kiezen met een meerderheid van die lidstaten een voorzitter voor de duur van tweeënhalf jaar."

Welke taken en verantwoordelijkheden zou een Europees minister van Economische Zaken en Financiën hebben?

De Commissie geeft vandaag een overzicht van mogelijke functies. De minister zou kunnen worden belast met een reeks verantwoordelijkheden om de algehele samenhang en doeltreffendheid van de economische beleidsvorming van de EU te versterken. Hiermee zou dan de uitoefening van nationale bevoegdheden worden aangevuld en gefaciliteerd, alsmede de interactie op EU-niveau, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan nationale prerogatieven en zonder dat nationale functies worden gedupliceerd.

De minister zou verantwoordelijk zijn voor het bevorderen van het algemeen economisch belang van de EU en de eurozone door op te treden als voornaamste aanspreekpunt tegenover de instellingen en de organen van de EU, de lidstaten en het grote publiek. Deze rol zou ook kunnen worden verruimd tot wisselwerking met internationale partners, waarbij de minister bijvoorbeeld de EU zou kunnen vertegenwoordigen op bijeenkomsten van internationale financiële instellingen.

De minister zou ook de coördinatie en de uitvoering van hervormingen in de lidstaten stimuleren en ondersteunen. Ook zou hij worden belast met het uittekenen van een passend begrotingsbeleid voor de eurozone als geheel. Ten slotte zou de minister het gebruik van de betrokken budgettaire instrumenten van de EU en de eurozone kunnen coördineren, zodat de beleidsprioriteiten van de EU zo efficiënt en doeltreffend mogelijk worden nageleefd.

Wat zijn de volgende stappen?

De Commissie nodigt het Europees Parlement en de Raad uit om te reflecteren over de ideeën die als onderdeel van dit pakket worden voorgesteld. Tegen medio 2019 zou er dan een gemeenschappelijk standpunt moeten komen over de rol en de functie van een Europees minister van Economische Zaken en Financiën.

De instelling van de functie van Europees minister van Economische Zaken en Financiën kan stapsgewijs worden ingevoerd, binnen de bestaande Verdragsregels:

  • De rol van de minister als vicevoorzitter van de Commissie zou kunnen worden bepaald als onderdeel van de aanstelling van de volgende Commissie in november 2019.
  • De eurogroep zou informeel kunnen overeenkomen de minister voor twee opeenvolgende termijnen tot voorzitter te verkiezen, en zo zijn ambtstermijn af te stemmen op de ambtstermijn van de Commissie.

[1] Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Estland, Spanje, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Ierland, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Portugal, Polen, Roemenië, Zweden, Finland, Slovenië en Slowakije.

MEMO/17/5006

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar