Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Start van EU-platform voor dierenwelzijn: vragen & antwoorden over dierenwelzijnsbeleid

Brussel, 6 juni 2017

Start van EU-platform voor dierenwelzijn: vragen & antwoorden over dierenwelzijnsbeleid

Vandaag opent EU-commissaris Vytenis Andriukaitis officieel de eerste bijeenkomst van het EU-platform voor dierenwelzijn (het platform). Aan het platform wordt deelgenomen door 75 vertegenwoordigers van belanghebbenden, ngo's, de wetenschap, de lidstaten, de landen van de Europese Economische Ruimte (EER), internationale organisaties en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). Voor het eerst komen alle belangrijke partijen in de EU bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en te overleggen hoe het welzijn van dieren kan worden verbeterd.

 

Waarom start de Commissie dit platform?

De meeste Europeanen hechten veel belang aan dierenwelzijnsbescherming en zouden graag verbeteringen op dit gebied willen zien, zo blijkt uit de in maart 2016 gepubliceerde Eurobarometer-enquête.

Bij de verbetering van het dierenwelzijn gaat het niet alleen om wetgeving. Het platform is ook niet bedoeld om nieuwe wetgeving te ontwikkelen. Het uitgangspunt van de in 2012 vastgestelde EU-strategie voor dierenwelzijn is „Iedereen is verantwoordelijk”. Om concrete resultaten te kunnen behalen, moet er in de eerste plaats onderling begrip en vertrouwen zijn tussen alle betrokkenen en moet iedereen zich concreet inzetten voor dierenwelzijn. Dat is dan ook een van de hoofddoelen van het platform.

Het platform is bedoeld om tussen bevoegde instanties, bedrijven, maatschappelijke organisaties en wetenschappers een dialoog op gang te brengen over dierenwelzijnsvraagstukken die EU-burgers belangrijk vinden.

Het platform zal de Commissie gecoördineerde dierenwelzijnsacties helpen ontwikkelen en bijdragen tot de uitwisseling van informatie hierover. Daarbij zal de nadruk liggen op:

  1. betere toepassing van de dierenwelzijnsvoorschriften van de EU, door uitwisseling van informatie, beste praktijken en directe betrokkenheid van belanghebbenden;
  2. ontwikkeling en toepassing van vrijwillige toezeggingen door bedrijven;
  3. wereldwijde promotie van EU-normen voor dierenwelzijn.

 

Wie zijn de leden van het platform?

Het platform telt 75 leden.

Daarvan zijn er veertig door de directeur-generaal voor Gezondheid en Voedselveiligheid benoemd op basis van een oproep tot het indienen van kandidaturen. Zij vertegenwoordigen bedrijven en beroepsorganisaties, maatschappelijke organisaties en onafhankelijke deskundigen van onderzoeksinstellingen. De organisaties en deskundigen moesten aantonen dat hun activiteiten en deskundigheid relevant zijn voor de taken van het platform. Met name moet hun werk relevant zijn voor het dierenwelzijn in EU-verband en meerdere EU-lidstaten betreffen.

 

Hoe zijn de leden van het platform geselecteerd?

Bij de selectie van de leden is gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende sectoren en activiteiten en naar een geografisch en genderevenwicht.

35 leden vertegenwoordigen overheidsinstanties, zoals de bevoegde autoriteiten van de 28 EU-lidstaten en 3 EER-landen (IJsland, Liechtenstein en Noorwegen), internationale organisaties die actief zijn op het gebied van dierenwelzijn (Wereldorganisatie voor diergezondheid, Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en de Wereldbank) en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.

Daarnaast kan het platform maximaal vijf waarnemers benoemen. Momenteel heeft Zwitserland de status van waarnemer.

 

Hoe werkt het platform in de praktijk?

Het platform komt twee keer per jaar bijeen. Tijdens de eerste vergadering wil de Commissie de belangrijkste werkgebieden voor de leden bepalen en nagaan welke middelen de leden bereid zijn te delen. Aan de hand van de uitkomsten van de eerste vergadering zal de Commissie voorstellen doen voor specifieke werkgebieden en zullen zo nodig subgroepen worden opgericht.

Het platform zal regelmatig andere forums of belanghebbenden uitnodigen hun initiatieven en activiteiten te presenteren. Dit zal niet alleen extra impulsen geven aan het debat, maar ook bijdragen tot de uitwisseling van kennis, initiatieven en ervaringen waarvan de leden gebruik kunnen maken. Het zal ook bijdragen tot betere coördinatie en complementariteit tussen de initiatieven van verschillende fora.

 

Welke onderwerpen worden het eerst behandeld?

Tijdens de startvergadering van het platform zal de Commissie tijdens drie gespreksronden een discussie op gang brengen over de volgende vragen:

- hoe kan het platform bijdragen tot een betere toepassing en een beter begrip van de EU-wetgeving op het gebied van dierenwelzijn?

- hoe kan het platform helpen bij de wereldwijde promotie van de EU-normen voor dierenwelzijn?

- hoe kan het platform de toepassing van vrijwillige toezeggingen bevorderen en de marktwaarde van dierenwelzijnsvriendelijke producten vergroten?

Op basis van de discussies en de toezeggingen door de leden zal de Commissie werkterreinen van gemeenschappelijk belang vaststellen die voor de EU van belang zijn en waarop concrete doelen bereikt kunnen worden.

 

Welke resultaten kunnen van de werkzaamheden van het platform worden verwacht?

Het platform biedt alle belanghebbenden een uitgelezen kans om door middel van samenwerking en netwerkvorming het dierenwelzijn te verbeteren. De resultaten van het platform zullen dan ook in hoge mate afhangen van de actieve en constructieve deelname van elk lid.

Het platform is in de eerste plaats een forum voor het uitwisselen van informatie en ervaringen. Het kan ook het onderlinge begrip en vertrouwen tussen de leden vergroten en de samenwerking verbeteren.

Het platform wordt ook de ideale plaats waar alle gespecialiseerde dierenwelzijnsfora en ‑groepen hun activiteiten en projecten kunnen presenteren en overeenstemming kan worden bereikt over specifieke vrijwillige toezeggingen. Er bestaan namelijk al verschillende internationale fora waar dierenwelzijnsvraagstukken worden besproken, zoals de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de organisatie EuroFAWC en de Wereldorganisatie voor diergezondheid. Het platform kan de centrale schakel tussen de verschillende fora vormen en bijdragen tot een beter totaalresultaat.

De Commissie zou willen dat het platform aan concrete en haalbare doelen werkt, waarmee duurzame invloed wordt uitgeoefend op de wijze waarop dierenwelzijnsvraagstukken worden aangepakt.

Het platform kan zich richten op specifieke projecten om de Commissie te helpen bij het verwezenlijken van haar doelstellingen, zoals betere toepassing van de EU-wetgeving op het gebied van dierenwelzijn of wereldwijde promotie van de EU-normen. Deze activiteiten zullen primair onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten en de EU-instellingen blijven vallen, maar de belanghebbenden kunnen ze met hun ervaring en deskundigheid ondersteunen en aanvullen vanuit verschillende invalshoeken en met verschillende middelen (toegepast onderzoek, onderwijs, beroepsopleiding, conferenties enz.).

Het platform kan bovendien goede dierenwelzijnspraktijken bevorderen met activiteiten waarvoor geen specifieke wetgeving of maatregelen van de EU nodig zijn. Hierbij kan worden gedacht aan de opstelling van richtsnoeren voor specifieke aspecten (zoals de geleidelijke afschaffing van de castratie van biggetjes) of meer algemene thema's (bv. dierenwelzijnsetikettering).

 

Wat doet de EU op het gebied van dierenwelzijn? Welke wetgeving bestaat er?

De eerste dierenwelzijnswetgeving van de EU dateert uit 1974[1] en betrof de bescherming van dieren in slachthuizen. Sindsdien heeft de EU diverse wetgeving aangenomen om dieren op landbouwbedrijven en in laboratoria te beschermen. Ook bestaat er EU-wetgeving voor het houden van dieren in dierentuinen waarin naar het welzijn van de dieren wordt verwezen. Daarnaast heeft de EU het gebruik van wildklemmen voor het vangen van wilde dieren verboden.

Landbouwhuisdieren worden in de EU beschermd door een algemene reeks landbouwvoorschriften en door specifieke bepalingen betreffende het vervoer en het slachten of doden. Voorts zijn er specifieke aanvullende voorschriften voor het houden van legkippen, vleeskuikens, varkens en kalveren.

De EU neemt ook dierenwelzijnsvoorschriften op in de regels voor landbouwsubsidies (randvoorwaardensysteem en programma's voor plattelandsontwikkeling) en biologische landbouw.

In artikel 13 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is bepaald dat de Unie en de lidstaten bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Unie op bepaalde terreinen ten volle rekening moeten houden met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren als wezens met gevoel.

Deze verplichting vormt echter geen rechtsgrondslag die de Unie kan gebruiken om wetgeving voor alle dierenwelzijnsaspecten vast te stellen. Voor bepaalde dierenwelzijnsaspecten zijn alleen de lidstaten bevoegd (zie onderstaande vraag over wilde dieren).

Binnen dit kader beperken de op dierenwelzijn gerichte activiteiten van de Commissie zich niet tot wetgeving. De uitvoering van de EU-regels is voornamelijk een verantwoordelijkheid van de lidstaten, maar de Commissie houdt regelmatig audits om te controleren of de officiële controles door de bevoegde autoriteiten toereikend zijn.

De Commissie is ook actief betrokken bij de internationale promotie van de EU-normen voor dierenwelzijn in het kader van de wereldwijde normen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid en door middel van bilaterale overeenkomsten en samenwerking met landen buiten de EU.

Ten slotte organiseert de Commissie regelmatig dierenwelzijnstrainingen voor ambtenaren uit landen binnen en buiten de EU. Binnenkort zal de Commissie referentiecentra voor dierenwelzijn aanwijzen (zie hieronder).

 

Wie is verantwoordelijk voor de naleving van de regels?

De lidstaten spelen in alle gevallen een belangrijke rol, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de EU-voorschriften. Zij kunnen hiervoor verschillende middelen gebruiken, waaronder officiële controles. Ook kunnen zij instructies, richtsnoeren en voorlichtingscampagnes voor ambtenaren en belanghebbenden ontwikkelen en uitvoeren. Daarbij kunnen zij ook onderzoeksprogramma's op nationaal niveau financieren.

In de dierenwelzijnswetgeving van de EU is in veel gevallen met name bepaald dat de lidstaten moeten zorgen dat er gevalideerde opleiding is voor mensen die met dieren omgaan. De lidstaten moeten daarom voldoende middelen uittrekken om te garanderen dat dieren door bekwame personen worden behandeld en gehouden.

 

Hoe zit het met dieren die niet onder de EU-wetgeving vallen en met wilde dieren?

Volgens de EU-Verdragen is dierenwelzijn een aspect waarmee rekening moet worden gehouden in het beleid van de Unie op bepaald gebieden, zoals landbouw en interne markt. De EU is niet bevoegd om alle dierenwelzijnsaspecten aan te pakken (zie boven).

Zo vallen het welzijn van zwerfhonden en -katten en het gebruik van dieren in shows of wedstrijden (stierengevechten, rodeo's, circussen, honden- en paardenraces enz.) buiten haar bevoegdheid. Hoewel de Commissie vaak wordt gevraagd om op deze gebieden op te treden, is zij hiertoe niet wettelijk bevoegd.

De Unie heeft ook zeer beperkte bevoegdheden ten aanzien van het welzijn van wilde dieren.

Wat betreft in gevangenschap gehouden wilde dieren, wordt in een richtlijn over dierentuinen en aquaria verwezen naar dierenwelzijnsvoorschriften. Voor andere wilde dieren die in gevangenschap worden gehouden (bv. in circussen of dierenwinkels), gelden geen dierenwelzijnsvoorschriften van de EU.

Afgezien van het verbod op het gebruik van wildklemmen is er geen EU-wetgeving om in het wild levende dieren te beschermen.

Komen er binnenkort nieuwe regels?

Momenteel geeft de Commissie voorrang aan de volledige toepassing van de bestaande EU-regels. Zolang de bestaande voorschriften nog beter moeten worden toegepast, heeft het weinig zin om nieuwe voorschriften in te voeren.

Dit betekent niet dat de Commissie niet optreedt als het gaat om dierenwelzijnsaspecten die onder de bevoegdheid van de EU vallen.

Het welzijn van dieren kan wezenlijk worden verbeterd met diverse niet-wetgevingsactiviteiten die de Commissie momenteel ontwikkelt (zie volgende vraag).

 

Stelt de Commissie een nieuwe dierenwelzijnsstrategie vast? En zo niet, wat doet de Commissie om het dierenwelzijn te verbeteren?

In 2012 heeft de Commissie een EU-strategie voor dierenwelzijn vastgesteld waarin een reeks acties werd aangekondigd.

De Commissie wil eerst de lopende acties afronden, die bestaan uit zes studies en verslagen. Deze studies en verslagen, die deels technisch en deels meer strategisch van aard zijn, vormen samen belangrijke input voor onze toekomstige benadering van dierenwelzijn. Sommige zullen tevens bijdragen tot een betere implementatie, doordat zij richtsnoeren opleveren (beste praktijken voor het vervoeren van dieren, beste praktijken voor het slachten en doden van dieren).

Daarom heeft het voor de Commissie hoge prioriteit dat al deze acties eind 2017 zijn voltooid, zodat alle informatie beschikbaar is die voor de toekomst nodig is.

Daarom werkt de Commissie vooralsnog niet aan een nieuwe strategie.

Naast de afronding van de strategie uit 2012 werkt de Commissie aan vier prioriteiten:

  1. betere toepassing van de dierenwelzijnsvoorschriften van de EU;
  2. ontwikkeling van de dialoog met belanghebbenden;
  3. wereldwijde promotie van de EU-normen;
  4. aanwijzing van EU-referentiecentra voor dierenwelzijn.

Om de toepassing van de EU-voorschriften te verbeteren, voert de Commissie met name specifieke projecten uit naar aanleiding van de uitkomsten van eerdere audits. Daarbij wordt bijzondere prioriteit gegeven aan het welzijn van varkens, aangezien het verbod op het routinematig couperen van varkensstaarten en de bepaling dat varkens voldoende speelmateriaal moeten hebben nog op grote schaal worden geschonden. Daarnaast verleent de Commissie actieve ondersteuning aan de lidstaten bij het verbeteren van de uitvoering van de wetgeving betreffende het vervoer van dieren, waarbij de nadruk ligt op de uitvoer van levende dieren naar landen buiten de EU.

De activiteiten van het platform zullen leiden tot een betere dialoog met belanghebbenden. Het platform is in januari 2017 opgericht door middel van een besluit van de Commissie en zal ten minste twee keer per jaar bijeenkomen.

De wereldwijde promotie van de EU-normen vindt plaats via verschillende langlopende activiteiten, zoals de onderhandelingen over internationale normen in het kader van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (dankzij de inzet van de EU zijn er inmiddels 13 internationale dierenwelzijnsnormen) en de opname van dierenwelzijnsaspecten in bilaterale vrijhandelsovereenkomsten.

De EU-referentiecentra zullen binnen een jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe verordening betreffende officiële controles worden aangewezen (zie hieronder).

 

Hoe is het dierenwelzijn geregeld in de nieuwe verordening betreffende officiële controles?

In de verordening is bepaald dat de Commissie EU-referentiecentra voor dierenwelzijn aanwijst. Deze centra zullen de EU-lidstaten bij de uitvoering van officiële controles ondersteunen door wetenschappelijke en technische studies te verrichten, opleiding te verstrekken en onderzoeksresultaten en informatie over technische innovaties te verspreiden. Ook zullen de EU-referentiecentra wetenschappelijke en technische deskundigheid verschaffen betreffende methoden voor de beoordeling en verbetering van het dierenwelzijn.

De verordening geldt ook voor officiële controles op de naleving van de dierenwelzijnsvoorschriften, bijvoorbeeld bij het vervoer en de slacht van dieren en in de landbouw, en verleent de Commissie de bevoegdheid wetgeving vast te stellen om de voorschriften voor officiële controles aan de specifieke behoeften op het gebied van dierenwelzijn aan te passen, bijvoorbeeld door indicatoren voor dierenwelzijn in te voeren.

Verordening (EU) 2017/265 is op 27 april 2017 in werking getreden en de EU-referentiecentra moeten binnen een jaar na die datum zijn aangewezen.

 

Meer informatie:

https://ec.europa.eu/food/animals/welfare_en

 

[1]     Richtlijn 74/577/EEG van de Raad van 18 november 1974 betreffende de verdoving van dieren voor het slachten, PB L 316 van 26.11.1974, blz. 10.

MEMO/17/1426

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar