Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Inbreukenpakket voor december: voornaamste beslissingen

Brussel, 8 december 2016

Overzicht per beleidsterrein

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse sectoren en beleidsterreinen van de EU en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De voornaamste beslissingen van de Commissie (waaronder 7 aanmaningsbrieven, 77 met redenen omklede adviezen, 3 verwijzingen naar het Hof van Justitie van de Europese Unie en 4 sluitingen) volgen hieronder, gegroepeerd per beleidsterrein. Ook beëindigt de Commissie 67 procedures waarin de problemen met de betrokken lidstaten zijn opgelost, zodat de Commissie de procedure niet hoeft voort te zetten.

Voor nadere informatie over de EU-inbreukprocedure zie MEMO/12/12. Zie voor meer details over alle beslissingen het register van inbreukbeslissingen.

1. Energie

(Voor meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen - tel. +32 229-56186, Nicole Bockstaller – tel. +32 229-52589)

Met redenen omkleed advies

Interne energiemarkt: Commissie dringt bij HONGARIJE aan op volledige naleving van derde energiepakket

De Europese Commissie heeft Hongarije formeel verzocht de elektriciteitsrichtlijn (Richtlijn 2009/72/EG) en de gasrichtlijn (Richtlijn 2009/73/EG) correct om te zetten en toe te passen. Die richtlijnen maken deel uit van het derde energiepakket en bevatten belangrijke wettelijke bepalingen voor de goede werking van de energiemarkten, met inbegrip van regels inzake de ontvlechting van de transmissienetwerkbeheerders enerzijds van de energieleveranciers en -producenten anderzijds en inzake de versterking van de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale regulerende instanties, alsmede bepalingen die de consument ten goede komen. De Commissie heeft vastgesteld dat de huidige Hongaarse gaswetgeving het de Hongaarse overheid nog steeds mogelijk maakt bepaalde voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot de nationale netten, voor de verstrekking van balanceringsdiensten alsmede voor de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur vast te stellen. Volgens de gasrichtlijn moet de nationale regulerende instantie op deze gebieden exclusief bevoegd zijn. Bovendien mogen volgens de nationale wetgeving bepaalde soorten kosten bij de berekening van de stroom- en gastarieven van het netwerk niet in aanmerking worden genomen. In februari 2015 heeft Hongarije een schriftelijke aanmaning gekregen. Aangezien het EU-recht nog steeds niet wordt nageleefd, brengt de Commissie nu een met redenen omkleed advies uit. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze situatie te verhelpen; als het dat niet doet, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. Meer informatie over de internemarktwetgeving is beschikbaar op de website van DG Energie.

 

2. Milieu

(Voor meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Iris Petsa – tel. +32 229-93321)

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Afval: Commissie daagt ITALIË opnieuw voor Hof en stelt voor financiële sancties op te leggen

De Europese Commissie daagt Italië opnieuw voor het Hof van Justitie van de EU wegens het niet volledig uitvoeren van het arrest van het Hof van 2012. De Italiaanse autoriteiten moeten er nog steeds voor zorgen dat in 80 agglomeraties in het hele land (van de 109 waarop het eerste arrest betrekking had) het stedelijk afvalwater adequaat wordt opgevangen en behandeld, ter voorkoming van ernstige risico's voor de gezondheid van de mens en het milieu. Het Hof van Justitie van de EU heeft op 19 juli 2012 geoordeeld (zaak C-565/10) dat de Italiaanse autoriteiten het EU-recht (Richtlijn 91/271/EEG van de Raad) schonden doordat zij het stedelijk afvalwater van 109 agglomeraties (steden en gemeenten) niet adequaat opvingen en behandelden. Vier jaar later is het probleem in 80 agglomeraties, met in totaal meer dan zes miljoen mensen, nog steeds niet aangepakt. Het betreft agglomeraties in zeven Italiaanse regio's: Abruzzen (één agglomeratie), Calabrië (dertien agglomeraties), Campanië (zeven agglomeraties), Friuli-Venezia Giulia (twee agglomeraties), Ligurië (drie agglomeraties), Apulië (drie agglomeraties) en Sicilië (eenenvijftig agglomeraties). Het ontbreken van voldoende opvang- en behandelingssystemen voor die 80 agglomeraties houdt significante risico's in voor de volksgezondheid, de binnenwateren en het mariene milieu. De Commissie verzoekt het Hof van Justitie van de EU een forfaitaire som van 62 699 421,40 euro op te leggen. De Commissie verzoekt ook om oplegging van een dwangsom van 346 922,40 euro per dag als op de datum van de uitspraak van het Hof niet volledig aan de regels wordt voldaan. De definitieve beslissing over de sancties berust bij het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

Vogelrichtlijn: Commissie daagt FRANKRIJK voor Hof van Justitie wegens verzuim in wild levende vogels te beschermen

De Europese Commissie daagt Frankrijk voor het Hof van Justitie van de EU omdat het verzuimt de voortdurende schendingen van de EU-wetgeving inzake het behoud van de vogelstand (Richtlijn 2009/147/EG) aan te pakken. De lidstaten zijn verplicht ervoor te zorgen dat alle bepalingen van de vogelrichtlijn worden nageleefd, onder meer met betrekking tot het opzettelijk doden of vangen. De vogelrichtlijn verbiedt activiteiten die rechtstreeks bedreigend zijn voor vogels, zoals het opzettelijk doden of vangen, het opzettelijk vernielen van nesten en wegnemen van eieren, alsmede daarmee samenhangende activiteiten zoals de handel in levende of dode vogels, met speciale nadruk op de bescherming van leefgebieden voor bedreigde soorten en trekvogelsoorten. Deze maatregel van de Commissie komt na een met redenen omkleed advies dat zij in juni 2016 aan Frankrijk heeft gezonden. De ortolaan is een in Europa verdwijnende trekvogelsoort, en bovenbedoelde illegale praktijken zijn strikt verboden volgens de EU-wetgeving inzake het behoud van de vogelstand. Ondanks eerdere toezeggingen van de Franse autoriteiten vinden er nog illegale praktijken met betrekking tot het opzettelijk doden of vangen van de ortolaan plaats. Deze activiteiten in Frankrijk ondermijnen de instandhoudingsmaatregelen van andere lidstaten. Om Frankrijk aan te sporen de vogelrichtlijn in de praktijk correct te handhaven, legt de Commissie deze kwestie aan het Hof van Justitie van de EU voor. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Met redenen omklede adviezen

Afval: Commissie verzoekt CYPRUS maatregelen inzake afvalbeheer en afvalpreventie aan te nemen

De Commissie dringt er bij Cyprus op aan plannen voor afvalpreventie en afvalbeheer vast te stellen en bij te werken, in overeenstemming met de doelstellingen van de afvalstoffenwetgeving van de EU (Richtlijn 2008/98/EG) en de circulaire economie. Dergelijke plannen en programma's zijn bedoeld om de impact van afval op de volksgezondheid en het milieu te verminderen en de hulpbronnenefficiëntie in de hele EU te verbeteren. De lidstaten moeten hun plannen voor afvalbeheer ten minste om de zes jaar opnieuw evalueren en zo nodig bijstellen. Cyprus heeft nagelaten het bestaande nationale afvalbeheerplan voor de komende periode bij te stellen, te verlengen of te vervangen, maar schiet daarnaast ook op het gebied van afvalpreventie tekort. De Commissie heeft in oktober 2015 een aanmaningsbrief gestuurd, met het dringende verzoek aan de Cypriotische autoriteiten de noodzakelijke afvalplannen en -programma's goed te keuren. Hoewel Cyprus een aantal maatregelen op het gebied van stedelijk afval heeft genomen, liggen de noodzakelijke plannen voor andere afvalstromen er nog steeds niet. Daarom brengt de Commissie een met redenen omkleed advies uit. Als Cyprus zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Vogelrichtlijn: Commissie verzoekt FINLAND in wild levende vogels in provincie Åland te beschermen

De Europese Commissie verzoekt Finland een einde te maken aan de illegale lentejacht op mannelijke eidereenden in de Finse provincie Åland, die sinds 2011 jaarlijks is toegestaan tussen 1 en 20 mei. De vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) verbiedt het doden van wilde vogels, maar op sommige soorten, zoals eidereenden (Somateria mollissima), mag worden gejaagd zolang dit niet gebeurt tijdens de voorjaarstrek of het voortplantingsseizoen, of mits aan de voorwaarden voor een uitzondering op het jachtverbod wordt voldaan. Uit recente wetenschappelijke gegevens blijkt duidelijk dat de populatie van deze watervogelsoort in Finland (minus 40 %), in het Oostzeegebied (minus 50 %) alsmede in Europa en wereldwijd snel achteruitgaat, en dat de staat van instandhouding ervan een groeiend punt van zorg is. Onder dergelijke omstandigheden is het op grond van het EU-recht strikt verboden tijdens de voortplantingsperiode in Åland op mannelijke eidereenden te jagen. Er wordt evenmin voldaan aan de voorwaarden voor een uitzondering op deze bepaling, omdat de soort niet in een goede instandhoudingsstaat verkeert en het toegestane jachtquotum geen kleine aantallen van de populatie van de soort betreft. De Commissie heeft in februari 2015 een aanvullende aanmaningsbrief gezonden. Finland staat de lentejacht op mannelijke eidereenden nog steeds toe en heeft dus geen maatregelen genomen om aan de eisen van deze richtlijn te voldoen, zodat de Commissie nu een met redenen omkleed advies stuurt. Als Finland zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

 

3. Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

(Voor meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229-56194, Letizia Lupini - tel. +32 229-51958)

Met redenen omklede adviezen

Commissie verzoekt KROATIË om wijziging van wet inzake privatisering van energiebedrijf

De Commissie heeft Kroatië formeel verzocht om wijziging van de wet uit 2002 betreffende de privatisering van INA-Industrija Nafte d.d. (INA-wet) wegens strijd met het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging. INA-Industrija Nafte d.d. is het belangrijkste Kroatische energiebedrijf, dat gedeeltelijk in handen van de Kroatische overheid is. Op grond van de INA-wet bezit de overheid bijzondere rechten in deze onderneming, waaronder het vetorecht met betrekking tot besluiten van INA betreffende de verkoop van aandelen/activa met een waarde boven een bepaalde drempel. Als gevolg daarvan kunnen de belanghebbenden niet naar rato van de waarde van hun deelnemingen invloed uitoefenen op belangrijke beslissingen van de onderneming, wat potentiële investeerders kan ontmoedigen in de onderneming te investeren. De Commissie is van mening dat deze bijzondere rechten een beperking vormen van het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging die niet kan worden gerechtvaardigd op grond van het VWEU. Hoewel de doelstelling van bescherming van de energievoorzieningszekerheid beperkingen van de in het VWEU neergelegde vrijheden zou kunnen rechtvaardigen, lijkt het door de INA-wet aan de overheid toegekende onvoorwaardelijke vetorecht verder te gaan dan wat noodzakelijk en evenredig is om deze doelstelling te bereiken. De Kroatische autoriteiten hadden toegezegd de INA-wet vóór de toetreding tot de EU aan het EU-recht aan te passen, maar hebben de wet nog niet gewijzigd. Het verzoek van vandaag is gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies. Als Kroatië de INA-wet niet binnen twee maanden in overeenstemming met het EU-recht brengt, kan de Commissie het land voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Commissie verzoekt POLEN om volledige omzetting van EU-voorschriften inzake hypothecair krediet

De Europese Commissie heeft Polen verzocht zijn wettelijke regeling inzake hypothecair krediet volledig in overeenstemming te brengen met het EU-recht. De richtlijn hypothecair krediet (Richtlijn 2014/17/EU) beoogt de totstandbrenging van een EU-wijde markt voor hypothecair krediet met een hoog niveau van consumentenbescherming. De belangrijkste bepalingen betreffen gedragsregels voor kredietgevers, waaronder een verplichting tot beoordeling van de kredietwaardigheid van de consument en tot mededeling van informatie, kennis- en bekwaamheidsvereisten voor personeel, bepaalde aspecten van hypothecair krediet, zoals vervroegde aflossing, leningen in vreemde valuta, koppelverkoop, financiële scholing, waardebepaling van onroerende goederen, achterstallige betalingen en gedwongen verkoop, alsmede een EU-paspoort voor kredietbemiddelaars die aan de toelatingseisen in hun lidstaat van herkomst voldoen. Deze voorschriften moesten uiterlijk op 21 maart 2016 in nationaal recht zijn omgezet. Aangezien de Poolse autoriteiten de oorspronkelijke termijn hebben laten verstrijken, heeft de Commissie hun in mei 2016 een aanmaningsbrief gezonden. In juni 2016 heeft Polen de gedeeltelijke uitvoering van de richtlijn gemeld. Aangezien de belangrijkste voorschriften van de richtlijn evenwel niet zijn omgezet, is het verzoek van vandaag gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies. Als Polen zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

 

4. Gezondheid en voedselveiligheid

(Voor meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Aikaterini Apostola - tel. +32 229-87624)

Met redenen omklede adviezen

Tabak: Commissie dringt er bij CYPRUS, KROATIË, LUXEMBURG, SLOVENIË, SPANJE en ZWEDEN op aan haar in kennis te stellen van omzetting van richtlijn voor verkoop van tabaksproducten in EU

De Europese Commissie heeft vandaag een met redenen omkleed advies gestuurd aan Cyprus, Kroatië, Luxemburg, Slovenië, Spanje en Zweden, met het verzoek om kennis te geven van de volledige omzetting van de tabaksproductenrichtlijn (Richtlijn 2014/40/EU). Deze richtlijn heeft tot doel de interne markt voor tabaks- en aanverwante producten beter te doen functioneren, en daarbij een hoog niveau van gezondheidsbescherming voor de Europese burgers te garanderen. De bepalingen van de richtlijn hadden uiterlijk op 20 mei 2016 in nationaal recht moeten zijn omgezet. Tot op heden heeft Zweden de Commissie ervan in kennis gesteld dat het de richtlijn gedeeltelijk heeft omgezet; van Cyprus, Kroatië, Luxemburg, Slovenië en Spanje heeft de Commissie geen kennisgeving van omzetting ontvangen. De lidstaten hebben twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze situatie te verhelpen; anders kan de Commissie deze zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

 

5. Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf

(Voor meer informatie: Lucia Caudet – tel. +32 229-56182, Mirna Talko – tel. +32 229-87278)

Met redenen omklede adviezen

Interne markt: Commissie verzoekt zes lidstaten om omzetting van nieuwe voorschriften inzake meetinstrumenten

De Commissie heeft vandaag met redenen omklede adviezen gestuurd aan Cyprus, Finland, Hongarije, Ierland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk, met het verzoek om omzetting van vier richtlijnen inzake meetinstrumenten in nationaal recht (te weten de Richtlijnen 2014/31/EU, 2014/32/EU en 2011/17/EU alsmede Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2015/13 van de Commissie). De richtlijnen bevatten voorschriften die het mogelijk maken meetinstrumenten – variërend van weegschalen of water-, gas-, elektriciteits- en warmteverbruiksmeters tot taximeters – overal in de EU op eenvormige wijze te kalibreren. De richtlijnen 2014/31/EU, 2014/32/EU en (EU) 2015/13 hadden uiterlijk op 19 april 2016 in nationaal recht moeten zijn omgezet, en Richtlijn 2011/17/EU uiterlijk op 30 november 2015. De Commissie heeft van de zes betrokken lidstaten nog geen mededeling ontvangen dat deze richtlijnen volledig in nationaal recht zijn omgezet. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie ervan in kennis te stellen dat zij de richtlijnen volledig hebben omgezet; als zij dat niet doen, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Interne markt: Commissie verzoekt LETLAND en ROEMENIË om omzetting van EU-voorschriften betreffende erkenning van beroepskwalificaties

De Europese Commissie heeft vandaag met redenen omklede adviezen gestuurd aan Letland en Roemenië, met het verzoek om omzetting van Richtlijn 2013/55/EU betreffende de erkenning van beroepskwalificaties. De richtlijn voorziet in een modern EU-stelsel voor de erkenning van beroepskwalificaties, waarmee beroepskwalificaties uit een ander land eenvoudiger en sneller kunnen worden erkend en ervoor wordt gezorgd dat de voorschriften van het ontvangende land worden nageleefd. De richtlijn moest uiterlijk op 18 januari 2016 in nationaal recht zijn omgezet. Letland en Roemenië hebben de Commissie echter nog niet meegedeeld dat de richtlijn volledig in nationaal recht is omgezet. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie ervan in kennis te stellen dat zij de richtlijn volledig hebben omgezet; als zij dat niet doen, kan de Commissie hen voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

Openbare aanbestedingen: Commissie verzoekt 15 lidstaten om omzetting van nieuwe EU-voorschriften inzake overheidsopdrachten en concessies

De Europese Commissie heeft vandaag met redenen omklede adviezen gestuurd aan 15 lidstaten, met het verzoek om volledige omzetting van één of meer van de drie nieuwe richtlijnen inzake overheidsopdrachten en concessies (namelijk de Richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU). Die lidstaten zijn: België (3 richtlijnen), Bulgarije (1), Cyprus (2), Estland (3), Finland (3), Ierland (1), Kroatië (3), Letland (3), Litouwen (3), Luxemburg (3), Oostenrijk (3), Portugal (3), Slovenië (1), Spanje (3) en Zweden (3). Door de nieuwe richtlijnen, die slimmere voorschriften bevatten en in meer elektronische procedures voorzien, wordt het plaatsen van overheidsopdrachten in Europa efficiënter en transparanter. Zij maken het ook voor kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijker en goedkoper om mee te dingen naar overheidsopdrachten, bevorderen transparantie en concurrentie, en helpen bredere beleidsdoelstellingen, zoals op sociaal en milieugebied en op het vlak van innovatie, te realiseren. Alle lidstaten hadden uiterlijk op 18 april 2016 kennis moeten geven van de omzetting van de nieuwe voorschriften inzake overheidsopdrachten. De 15 lidstaten in kwestie hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om hun respectieve nationale wettelijke regeling in overeenstemming met het EU-recht te brengen.

Drukvaten van eenvoudige vorm: Commissie dringt bij HONGARIJE aan op omzetting van nieuwe voorschriften

De Commissie heeft Hongarije vandaag een met redenen omkleed advies doen toekomen met het verzoek om omzetting van de richtlijn inzake drukvaten van eenvoudige vorm (Richtlijn 2014/29/EU), die betrekking heeft op drukluchtinrichtingen of energieopslaginrichtingen, zoals die welke worden gebruikt bij remsysteem voor motorvoertuigen en treinen. De nieuwe richtlijn, die Richtlijn 2009/105/EG vervangt, verhoogt de kwaliteit en de veiligheid van drukvaten van eenvoudige vorm, in het bijzonder door het mogelijk te maken dat producten met gebreken worden getraceerd. Voorts verduidelijkt de richtlijn welke verantwoordelijkheden op de fabrikanten, importeurs en distributeurs rusten, en verbetert zij het toezicht op dergelijke producten door conformiteitsbeoordelende instanties voordat de producten op de EU-markt komen. De richtlijn moest uiterlijk op 19 april 2016 in nationaal recht zijn omgezet. Hongarije heeft de Commissie nog niet meegedeeld dat de richtlijn in nationaal recht is omgezet. Hongarije heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie ervan in kennis te stellen dat het de richtlijn heeft omgezet; als het dat niet doet, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

 

Aanmaningsbrieven

Auto-emissies : Commissie start inbreukprocedures tegen zeven lidstaten wegens schending van EU-voorschriften

De Commissie onderneemt stappen tegen zeven lidstaten omdat zij hebben nagelaten een sanctiestelsel in te voeren om autofabrikanten ervan te weerhouden inbreuk op de regelgeving inzake auto-emissies te maken, of omdat zij die sancties in geval van een inbreuk daarop niet toepassen. De Europese Commissie heeft vandaag besloten maatregelen te nemen tegen Duitsland, Griekenland, Litouwen, Luxemburg, Spanje Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk op grond dat zij de EU-voorschriften inzake voertuigtypegoedkeuring naast zich neer hebben gelegd. In overeenstemming met artikel 46 van Richtlijn 2007/46/EG en meer bepaald artikel 13 van Verordening (EG) nr. 715/2007, rechtstreeks toepasselijk, moeten de lidstaten beschikken over stelsels van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties om autofabrikanten ervan te weerhouden de regelgeving te overtreden. In geval van overtreding, bijvoorbeeld door gebruik te maken van manipulatie-instrumenten om de doelmatigheid van de emissiecontrolesystemen te verminderen, moeten deze sancties worden toegepast. De Commissie stuurt vandaag aanmaningsbrieven naar Griekenland, Litouwen en Tsjechië, omdat zij hebben verzuimd dergelijke sanctiestelsels in hun nationale wetgeving op te nemen. De Commissie leidt tevens inbreukprocedures in tegen Duitsland, Luxemburg, Spanje en het Verenigd Koninkrijk – die typegoedkeuringen hebben afgegeven voor Volkswagen Group AG in de EU – omdat zij hun nationale bepalingen inzake sancties niet hebben toegepast hoewel de onderneming illegale software voor manipulatie-instrumenten heeft gebruikt. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat Duitsland en het Verenigd Koninkrijk in strijd met de regelgeving hebben gehandeld door te weigeren op verzoek van de Commissie alle technische informatie mee te delen die zij hebben verzameld in het kader van hun nationale onderzoeken naar eventuele onregelmatigheden bij de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) door auto's van Volkswagen Group AG en andere autofabrikanten op hun grondgebied. De lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd; anders kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies te sturen. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

6. Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap

(Voor meer informatie: Tove Ernst – tel. +32 229-86764, Markus Lammert - tel. +32 229-80423)

Met redenen omklede adviezen en sluitingen

Veiligheidsunie – EU-richtlijn inzake cybercriminaliteit: Commissie verzoekt drie lidstaten te zorgen voor volledige uitvoering en beëindigt twee procedures

De Europese Commissie heeft België, Bulgarije en Ierland een met redenen omkleed advies gestuurd omdat zij geen nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn over aanvallen op informatiesystemen (de EU-richtlijn inzake cybercriminaliteit, Richtlijn 2013/40/EU) hebben meegedeeld. De richtlijn is op 12 augustus 2013 vastgesteld en had uiterlijk op 4 september 2015 door de lidstaten moeten zijn omgezet. De richtlijn over aanvallen op informatiesystemen stelt het gebruik van instrumenten voor cyberaanvallen, zoals kwaadaardige software, strafbaar, versterkt het kader voor informatie-uitwisseling bij aanvallen en voorziet in een gemeenschappelijk Europees strafrechtelijk kader op dit gebied. De Commissie is van oordeel dat de maatregelen waarvan België, Bulgarije en Ierland kennis hebben gegeven, de bepalingen van de richtlijn nog steeds niet volledig in nationaal recht omzetten. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van alle maatregelen die zij hebben genomen om te zorgen voor de volledige uitvoering van de richtlijn; als zij dat niet doen, kan de Commissie deze zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. Bovendien heeft de Commissie, na onderzoek van de maatregelen waarvan de Griekse en de Sloveense autoriteiten kennis hebben gegeven, besloten de inbreukprocedures tegen Griekenland en Slovenië te beëindigen.

 

Sluitingen

Migratie: beëindiging van inbreukprocedures tegen GRIEKENLAND en ITALIË wegens niet-uitvoering van herschikte Eurodac-verordening

De Commissie heeft besloten de inbreukprocedures tegen Griekenland en Italië te beëindigen omdat zij de Eurodac-verordening (Verordening (EU) nr. 603/2013) correct hebben uitgevoerd. De Eurodac-gegevensbank, die in 2003 is opgezet, is een EU-gegevensbank voor vingerafdrukken van asielzoekers die dactyloscopisch bewijsmateriaal verstrekt als hulpmiddel bij de toepassing van de Dublin-verordening, op grond waarvan wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de beoordeling van een asielaanvraag die in de EU wordt ingediend. De Commissie heeft in december 2015 schriftelijke aanmaningen verzonden naar Griekenland en Italië, waarin ze haar bezorgdheid heeft geuit over het feit dat deze lidstaten hun verplichtingen op grond van de Eurodac-verordening niet nakwamen doordat zij niet van alle onderdanen van derde landen die de EU illegaal via de buitengrenzen waren binnengekomen, vingerafdrukken namen en naar de Eurodac-gegevensbank zonden. De Commissie had beide landen in oktober 2015 administratieve brieven gestuurd en is sindsdien de Griekse en Italiaanse autoriteiten ondersteuning blijven bieden om het grens- en migratiebeheer te verbeteren en het aantal aan de buitengrenzen genomen vingerafdrukken te verhogen, met name door de hotspotaanpak; verder heeft zij in haar periodieke verslagen over herplaatsing en hervestiging regelmatig gerapporteerd over de door beide landen aangebrachte verbeteringen. Sinds begin 2016 is er sprake van aanzienlijke verbeteringen bij het nemen van de vingerafdrukken, zodat de Commissie ervan overtuigd is dat zowel Griekenland als Italië bij het nemen van vingerafdrukken van onderdanen van derde landen handelt in overeenstemming met de Eurodac-verordening; zij heeft dan ook besloten de inbreukprocedures te beëindigen.

 

7. Mobiliteit en vervoer

(Voor meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen - tel. +32 229-56186, Alexis Perier - tel. +32 229-69143)

Met redenen omklede adviezen

Maritieme veiligheid: Commissie verzoekt FINLAND om omzetting van wijzigingen van EU-wetgeving inzake met inspectie en controle van schepen belaste organisaties

De Commissie heeft Finland verzocht om volledige omzetting van Uitvoeringsrichtlijn 2014/111/EU van de Commissie, waarbij de gemeenschappelijke Europese voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (Richtlijn 2009/15/EG) worden gewijzigd. De Commissie en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) hebben zich tot doel gesteld verder uitvoering te geven aan een uitgebreid programma voor toezicht op de classificatiebureaus die op EU-niveau zijn erkend voor de wettelijke inspecties en controles van onder EU-vlag varende schepen. De lidstaten hadden tot 31 december 2015 de tijd voor de volledige omzetting. Tot dusver is Finland zijn desbetreffende verplichting niet nagekomen. Finland heeft nu twee maanden de tijd om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de situatie te verhelpen; als het dat niet doet, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Vervoer over weg: Commissie verzoekt DENEMARKEN en DUITSLAND om uitvoering van gemeenschappelijke EU-voorschriften inzake rijbewijzen

De Commissie heeft Denemarken en Duitsland verzocht uitvoering te geven aan Richtlijn 2014/85/EU van de Commissie over de medische geschiktheid van bestuurders en rijexamens. Deze richtlijn actualiseert de gemeenschappelijke Europese voorschriften voor rijbewijzen (Richtlijn 2006/126/EG) in het licht van de vooruitgang van de medische wetenschap op het gebied van het obstructieveslaapapneusyndroom en om te garanderen dat Europese bestuurders worden opgeleid om veilig in tunnels te rijden. Een uniforme toepassing van de voorschriften over rijbewijzen is noodzakelijk om de verkeersveiligheid in Europa te garanderen. Denemarken en Duitsland hebben Richtlijn 2014/85/EU tot dusver niet in nationaal recht omgezet. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie van de uitvoeringsmaatregelen in kennis te stellen; als zij dat niet doen, kan de Commissie hen voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

 

8. Belastingen en douane-unie

(Voor meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229-56194, Patrick Mc Cullough – tel. +32 229-87183)

Verwijzing naar het Hof van Justitie van de Europese Unie

Belastingen: Commissie daagt FRANKRIJK voor Hof van Justitie in verband met discriminatie bij belastingheffing op dividenden

De Commissie heeft besloten Frankrijk voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens niet-uitvoering van een arrest van het Hof van 15 september 2011. Het betreft hier de teruggaaf van belasting die in Frankrijk is betaald door ondernemingen met dochterondernemingen in andere lidstaten van de EU. De Franse Conseil d'État heeft in twee uitspraken van december 2012 op concrete gevallen een restrictieve uitlegging aan het arrest van het Hof gegeven. Volgens de Commissie druisen die uitspraken in tegen het EU-recht. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Met redenen omkleed advies

Belastingen: Commissie verzoekt KROATIË om wijziging van verlaagd accijnstarief voor kleine producenten van ethylalcohol

De Commissie heeft Kroatië verzocht om wijziging van zijn regels voor accijnzen op ruwe alcohol die door kleine producenten voor eigen consumptie wordt geproduceerd. De accijnsvoorschriften voor alcohol worden op EU-niveau geharmoniseerd (Richtlijn 92/83/EEG van de Raad). Volgens deze voorschriften mogen de lidstaten het normale accijnstarief voor door kleine producenten geproduceerde distillaten met maximaal 50 % verlagen indien deze niet meer dan 10 hectoliter zuivere alcohol per jaar produceren. De Kroatische autoriteiten staan momenteel een verlaagd accijnstarief toe voor kleine producenten die tot maximaal 20 liter zuivere alcohol per huishouden voor eigen consumptie produceren. Er wordt een uniform accijnstarief toegepast naargelang de capaciteit van de ketel die voor de productie wordt gebruikt (namelijk 100 HRK voor een ketelcapaciteit tot 100 liter en 200 HRK voor elke ketel met meer capaciteit). Omdat het door Kroatië toegepaste verlaagde tarief is gekoppeld aan de capaciteit van de ketel en op forfaitaire basis wordt betaald, ongeacht de werkelijk geproduceerde hoeveelheden, is het niet in overeenstemming met de EU-voorschriften. Kroatië heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze situatie te verhelpen; als het dat niet doet, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

MEMO/16/4211

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar