Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Inbreukenpakket voor september: voornaamste beslissingen

Brussel, 29 september 2016

Overzicht per beleidsterrein

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen diverse sectoren en beleidsterreinen van de EU (zie de bijlagen I en II) en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De voornaamste beslissingen van de Commissie (waaronder 9 aanmaningsbrieven, 54 met redenen omklede adviezen en 5 verwijzingen naar het Hof van Justitie van de Europese Unie) volgen hieronder, gegroepeerd per beleidsterrein. Ook beëindigt de Commissie 122 procedures waarin de problemen met de betrokken lidstaten zijn opgelost, zodat de Commissie de procedure niet hoeft voort te zetten.

Voor nadere informatie over de EU-inbreukprocedure zie MEMO/12/12. Zie voor meer details over alle beslissingen het register van inbreukbeslissingen.

 

1. Begroting en personeelszaken

(meer informatie: Alexander Winterstein - tel. +32 229-93265, Andreana Stankova – tel. +32 229-57857)

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Begroting: drie lidstaten voor Hof gedaagd wegens verlies van douanerechten als inkomsten voor EU-begroting

De Europese Commissie heeft besloten Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens het niet betalen van in totaal 23,3 miljoen EUR douanerechten aan de EU-begroting. Indien een lidstaat niet zijn volledige bijdrage aan de EU-begroting betaalt, moeten de andere lidstaten dat verschil compenseren. In 2008 heeft Italië de Commissie ervan in kennis gesteld dat het 2,1 miljoen EUR douanerechten op tabaksproducten, die verschuldigd zijn sinds 1997, niet kon innen en afdragen aan de EU-begroting. Wat het Verenigd Koninkrijk en Nederland betreft, is het verlies van traditionele eigen middelen voor de EU-begroting het gevolg van het ten onrechte afgeven van "EUR.1"-certificaten door hun landen en gebieden overzee ("LGO"). In het geval van het Verenigd Koninkrijk is aluminium uit derde landen ingevoerd in het LGO Anguilla en vervolgens wederuitgevoerd naar de EU. De invoer was vrijgesteld van douanerechten, maar dit wordt beschouwd als een verlies van inkomsten voor de EU-begroting van 2,7 miljoen EUR. Na een met redenen omkleed advies aan de autoriteiten van het VK van oktober 2014 zet de Commissie thans een volgende stap in de inbreukprocedure. Wat Nederland betreft, gaat het om twee gevallen van invoer: melkpoeder en rijst uit Curaçao in 1997-2000 en gries en rijstproducten uit Aruba in 2002-2003. In beide gevallen zijn de goederen in Europa ingevoerd met "EUR.1"-certificaten die door de lokale autoriteiten in de Nederlandse overzeese gebiedsdelen zijn afgegeven in strijd met het LGO-besluit dat de associatie van de LGO met de EU regelde. Het aan de EU-begroting verschuldigde bedrag is 18,2 miljoen EUR voor de invoer uit Curaçao en 0,3 miljoen EUR voor de invoer uit Aruba. De inbreukprocedure is ingeleid in 2013 en het met redenen omkleed advies aan de Nederlandse autoriteiten is uitgebracht in oktober 2014.

 

2. Digitale eengemaakte markt

(meer informatie: Nathalie Vandystadt - tel. +32 229-67083, Marie Frenay – tel. +32 229-64532)

Met redenen omklede adviezen

Digitale eengemaakte markt: Commissie verzoekt 19 lidstaten uitvoering te geven aan kostendrukkende regels die voor meer breedband zullen zorgen

De Europese Commissie heeft België, Bulgarije, Cyprus, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk verzocht maatregelen te treffen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (Richtlijn 2014/61/EU; zie dienaangaande de persmededeling). Deze regels willen het delen en het hergebruik van bestaande fysieke infrastructuur in verschillende sectoren (energie, vervoer enz.) aanmoedigen, waardoor de kosten voor het uitrollen van hogesnelheidsinternet met tot 30 % kunnen worden gedrukt. In maart 2016 heeft de Commissie een aanmaningsbrief gezonden aan alle lidstaten die deze regels nog niet in nationale wetgeving hadden omgezet, waarop verschillende van hen de Commissie hebben meegedeeld dat zij de richtlijn volledig hadden uitgevoerd. Regels inzake kostenverlaging ondersteunen de strategische connectiviteitsdoelstellingen die de Europese Commissie recentelijk heeft voorgesteld (zie de desbetreffende persmededeling). Uiterlijk in 2025 moeten alle sociaaleconomisch belangrijke spelers, zoals scholen, universiteiten, onderzoekscentra, vervoersknooppunten, openbare diensten (bijv. ziekenhuizen en overheden) en van digitale technologie afhankelijke bedrijven, toegang krijgen tot een extreem snelle gigabit-aansluiting (uploaden én downloaden met 1 gigabit/seconde). Alle Europese huishoudens, in de stad en op het platteland, moeten toegang hebben tot verbindingen met een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps, die kan worden vergroot tot Gbps, en alle stedelijke gebieden en alle belangrijke wegen en spoorwegen moeten een ononderbroken 5G-dekking hebben (de vijfde generatie draadloze communicatiesystemen). Voorlopig is het voldoende als er in 2020 in elk EU-land minstens één grote stad is waar 5G commercieel beschikbaar is. De lidstaten dienden deze richtlijn uiterlijk op 1 januari 2016 om te zetten in nationale wetgeving. De Commissie stuurt de overige 19 lidstaten vandaag een laatste waarschuwing. Zij hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om hun nationale wettelijke regeling in overeenstemming met het EU-recht te brengen; anders kan de Commissie overeenkomstig de inbreukregels van de EU beslissen om hen voor het Hof van Justitie te dagen en voorstellen financiële sancties op te leggen.

 

3. Werkgelegenheid, sociale zaken, vaardigheden en arbeidsmobiliteit

(meer informatie: Christian Wigand - tel. +32 229-62253, Sara Soumillion - tel. +32 229-67094)

Met redenen omkleed advies

Gezondheid en veiligheid: Commissie verzoekt DUITSLAND haar in kennis te stellen van omzetting van verpakkings- en etiketteringsrichtlijn

De Europese Commissie heeft Duitsland een met redenen omkleed advies gezonden omdat het meer dan een jaar na de uiterste omzettingsdatum geen kennis heeft gegeven van de omzetting van de richtlijn betreffende de indeling, etikettering en verpakking (CLP) van stoffen en mengsels (Richtlijn 2014/27/EU) in nationaal recht. De CLP-richtlijn is in de plaats gekomen van meerdere internemarktrichtlijnen betreffende de indeling, etikettering en verpakking van chemische stoffen, en heeft deze op één lijn gebracht met de CLP-verordening (Verordening (EG) nr. 1272/2008). De CLP-verordening is een EU-verordening die op 20 januari 2009 in werking is getreden en waarmee het EU-systeem voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische stoffen en mengsels wordt aangepast aan het wereldwijd geharmoniseerde VN-systeem (GHS). De lidstaten moesten uiterlijk op 1 juni 2015 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om aan de CLP-richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Nu de Duitse autoriteiten de Commissie nog niet in kennis hebben gesteld van de vaststelling van de nodige maatregelen, heeft de Commissie Duitsland een met redenen omkleed advies gestuurd op grond van de procedure van artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Als Duitsland zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

 

4. Energie

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen - tel. +32 229-56186, Nicole Bockstaller – tel. +32 229-52589)

Met redenen omklede adviezen

Interne energiemarkt: Commissie dringt bij SPANJE aan op volledige naleving van derde energiepakket

De Europese Commissie heeft Spanje vandaag formeel verzocht de elektriciteitsrichtlijn (Richtlijn 2009/72/EG) en de gasrichtlijn (Richtlijn 2009/73/EG) correct om te zetten en toe te passen. Die richtlijnen maken deel uit van het derde energiepakket en bevatten belangrijke bepalingen voor de goede werking van de energiemarkten, met inbegrip van regels inzake de ontvlechting van de transmissie van energieleveranciers en -producenten en inzake de versterking van de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale regulerende instanties, en bepalingen die de consument ten goede komen. De Commissie heeft vastgesteld dat de Spaanse wettelijke regeling belet dat andere ondernemingen dan de gevestigde nationale systeembeheerders voor elektriciteit en gas interconnectoren met andere lidstaten aanleggen en exploiteren. Spanje heeft ook verschillende bepalingen inzake de onafhankelijkheid van de nationale regulerende instantie onjuist omgezet. In februari 2015 kreeg Spanje een schriftelijke aanmaning. Aangezien het EU-recht nog steeds niet wordt nageleefd, brengt de Commissie nu een met redenen omkleed advies uit. Spanje heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze situatie te verhelpen, waarna de Europese Commissie de zaak kan voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.Meer informatie over de internemarktwetgeving is beschikbaar op de website van DG Energie.

Energie-efficiëntie: Commissie verzoekt ESTLAND en POLEN EU-energie-efficiëntierichtlijn volledig om te zetten

De Europese Commissie heeft Estland en Polen verzocht de energie-efficiëntierichtlijn (Richtlijn 2012/27/EU) volledig om te zetten. Volgens deze richtlijn moeten de lidstaten tussen 1 januari 2014 en 31 december 2020 bepaalde energiebesparingen realiseren. Dat moet gebeuren door gebruik te maken van verplichtingsregelingen voor energie-efficiëntie en/of andere doelgerichte beleidsmaatregelen om een verbetering van de energie-efficiëntie in huishoudens, gebouwen, industrie en vervoer te stimuleren. De richtlijn moest uiterlijk op 5 juni 2014 in nationaal recht zijn omgezet. Vandaag heeft de Commissie Estland en Polen aanvullende met redenen omklede adviezen gestuurd omdat zij lacunes heeft vastgesteld in hun nationale wetgeving tot omzetting van de richtlijn. De Commissie blijft toezicht houden op de omzetting en uitvoering van de richtlijn en zal eventuele toekomstige tekortkomingen aanpakken. Estland en Polen hebben nu twee maanden de tijd om aan hun verplichtingen te voldoen; daarna kan de Commissie deze lidstaten voor het Hof van Justitie van de EU dagen. Zie bijlage III voor een overzicht van de omzetting van de EU-energie-efficiëntierichtlijn per lidstaat.

 

5. Milieu

(meer informatie: Enrico Brivio – tel. +32 229-56172, Iris Petsa – tel. +32 229-93321)

Verwijzingen naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Commissie daagt VERENIGD KONINKRIJK voor Hof wegens verzuim mariene soorten te beschermen

De Europese Commissie daagt het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie van de EU omdat het heeft nagelaten gebieden voor te stellen voor de bescherming van de bruinvis (Phocoena phocoena), een zeezoogdier dat regelmatig wordt aangetroffen in de Britse wateren.De EU-wetgeving inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (de habitatrichtlijn, Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) vereist dat de lidstaten een lijst van gebieden voorstellen voor een aantal soorten en habitats, zodat deze worden beschermd tegen bedreigingen die hun ernstige schade kunnen toebrengen, en dat zij hen door de vereiste instandhoudingsmaatregelen in de hele EU behouden en herstellen in een gunstige staat van instandhouding. Wegens de ongunstige staat van instandhouding van de bruinvis in de EU hebben 13 andere lidstaten dan het VK locaties in ongeveer 200 Natura 2000-gebieden aangewezen waar hij wordt beschermd.Het VK heeft tot dusver slechts een klein gebied in Noord-Ierland (de speciale beschermingszone Skerries and Causeway) en een gebied in Schotland (de speciale beschermingszone Inner Hebrides and Minches) voorgesteld. Daar het Verenigd Koninkrijk een groot marien gebied heeft, heeft het een bijzondere verantwoordelijkheid voor de bescherming van deze soort. De Commissie heeft de Britse autoriteiten herhaaldelijk verzocht om hun wezenlijke verplichtingen voor de instandhouding van de soort na te komen, zoals andere lidstaten al hebben gedaan. De huidige stap volgt op een aanmaningsbrief aan de Britse regering van juni 2013 en een met redenen omkleed advies van oktober 2014. Hoewel het VK onlangs een openbare raadpleging heeft gehouden over een aantal mogelijke gebieden in de wateren van Engeland en Wales en deze maand formeel één gebied in de Schotse wateren heeft voorgesteld, moet er meer worden gedaan. Door het voortdurende verzuim om voldoende gebieden voor te stellen en aan te wijzen, blijven de belangrijkste leefgebieden van deze soort verstoken van de vereiste bescherming. Het betreft hier met name de verplichting om een passende beoordeling te verrichten van potentieel schadelijke ontwikkelingen of activiteiten, zoals de bouw van offshore windmolens, olie- en gasexploratie en visserij. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Met redenen omklede adviezen

Natuurrichtlijnen: Commissie verzoekt GRIEKENLAND illegale vergiftiging van vogels te bestrijden

De Europese Commissie verzoekt Griekenland om een algemene regeling voor de bescherming van wilde vogels in te voeren, waarbij met name het doelbewust doden door gifaas wordt verboden. Het gebruik van gifaas is in Griekenland wijdverbreid, en in strijd met de vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) en de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad) is daar tot dusver weinig tegen gedaan. In het Natura 2000-gebied van de rivier Nestos heeft het gebruik van deze illegale praktijk in 2012 bijvoorbeeld geleid tot de uitroeiing van een hele kolonie gieren, maar de Griekse autoriteiten hebben tot dusver weinig ondernomen om een herhaling daarvan te voorkomen. De Commissie heeft in september 2013 een inbreukprocedure tegen Griekenland ingeleid, waarbij de Griekse autoriteiten werden aangespoord dit verschijnsel in het hele land beter te bestrijden en om de nodige maatregelen te treffen om de schade die in 2012 in het Nestosgebied is veroorzaakt te herstellen. Aangezien nog geen maatregelen voor de volledige naleving van het EU-recht zijn genomen, stuurt de Commissie thans een met redenen omkleed advies. Als Griekenland zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Afvalwater: Commissie dringt bij IERLAND aan op verbetering van opvang en behandeling van afvalwater

De Europese Commissie verzoekt Ierland ervoor te zorgen dat stedelijk afvalwater in 38 agglomeraties in het hele land adequaat wordt behandeld. Op grond van het EU-recht (Richtlijn 91/271/EEG van de Raad) moeten steden en gemeenten hun stedelijk afvalwateropvangen en behandelen, aangezien onbehandeld afvalwater een risico kan vormen voor de volksgezondheid en meren, rivieren, de bodem, de kustwateren en het grondwater verontreinigt. De lidstaten hadden tot eind 1998 de tijd om te zorgen voor een grondige behandeling van afvalwater van agglomeraties die rechtstreeks lozen in kwetsbare gebieden. Zij hadden tot eind 2000 de tijd om te zorgen voor passende opvangsystemen en de behandeling van afvalwater in zuiveringsinstallaties voor grote agglomeraties die lozen in andere wateren. De laatste termijn is verstreken eind 2005, toen moest zijn voorzien in opvangsystemen voor en de behandeling van lozingen van middelgrote agglomeraties en van lozingen in zoet water en estuaria van kleine agglomeraties. De 38 agglomeraties die niet aan deze vereisten voldoen zijn: Arklow, Athlone, Ballybofer/Stranorlar, Ballincollig New, Carringtwohill, Castlecomer, Cavan, Clifden, Clonakilty, Cobh, Cork City, Dundalk, Enfield, Enniscorthy, Fermoy, Gaoth Dobhair, Killarney, Killybegs, Longford, Mallow, Midleton, Monksland, Navan, Nenagh, Oberstown, Passage/Monktown, Portarlington, Rathcormac, Ringaskiddy, Ringsend, Roscommon Town, Roscrea, Shannon Town, Thurles, Tralee, Tubbercurry, Youghal en Waterford City. Het met redenen omkleed advies van vandaag volgt op een aanvullende aanmaningsbrief aan de Ierse autoriteiten van september 2015. Als Ierland zijn verplichtingen niet binnen twee maanden nakomt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

Water: Commissie verzoekt BULGARIJE en SLOWAKIJE waterverontreiniging door nitraten aan te pakken

De Europese Commissie verzoekt Bulgarije en Slowakije te voldoen aan de EU-waterwetgeving tegen verontreiniging door nitraten (Richtlijn 91/676/EEG van de Raad). Nitraten zijn essentieel voor de groei van planten en worden op grote schaal als meststoffen gebruikt. Een teveel aan nitraten veroorzaakt echter ernstige watervervuiling, en dat heeft gevolgen voor de volksgezondheid, de economie en het milieu. In maart 2013 leidde de Commissie tegen de Bulgaarse autoriteiten een inbreukprocedure in nadat zij een aantal tekortkomingen had vastgesteld in het door de EU-nitraatregels voorgeschreven nitraatactieprogramma van dat land. Hoewel Bulgarije na de wijziging van het nitraatactieprogramma in juni 2016 een aantal problemen heeft aangepakt, voldoet het nog steeds niet aan sommige essentiële bepalingen, zoals die betreffende het op of in de bodem brengen van meststoffen en de gebruikslimiet van 170 kg N/ha/jaar voor dierlijke mest. In november 2012 leidde de Commissie een inbreukprocedure tegen Slowakije in nadat zij een aantal tekortkomingen bij de omzetting en uitvoering van de EU-nitraatregels had vastgesteld. Hoewel Slowakije na de goedkeuring van de meststoffenwet nu de meeste problemen heeft opgelost, moet het land nog steeds een voldoende aantal nitraatgevoelige zones aanwijzen en ervoor zorgen dat het nitraatactieprogramma strookt met het EU-recht. Bulgarije en Slowakije hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze tekortkomingen te verhelpen; anders kan de Commissie de zaken aan het Hof van Justitie van de EU voorleggen.

 

6. Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

(meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229-56194, Letizia Lupini - tel. +32 229-51958)

Met redenen omklede adviezen

Eengemaakte markt: Commissie stuurt NEDERLAND, OOSTENRIJK, ROEMENIË, SLOWAKIJE en ZWEDEN met redenen omkleed advies betreffende hun bilaterale investeringsovereenkomsten met andere lidstaten

De Europese Commissie heeft Nederland, Oostenrijk, Roemenië, Slowakije en Zweden vandaag formeel verzocht om een einde te maken aan hun bilaterale investeringsovereenkomsten met andere lidstaten ("BIT's"). BIT’s zijn overeenkomsten waarin de voorwaarden worden vastgelegd voor particuliere investeringen die door onderdanen en ondernemingen van de ene staat in een andere worden verricht. Veel van deze intra-EU BIT's zijn in de jaren '90 gesloten, voornamelijk tussen bestaande lidstaten van de EU en de landen die later de "EU 12" (de in 2004 en 2007 toegetreden lidstaten) zouden vormen. Deze overeenkomsten hadden ten doel beleggers gerust te stellen op een moment waarop particuliere investeerders — soms om historische en politieke redenen — mogelijk weinig geneigd waren in die landen te investeren. Sinds de uitbreiding zouden dergelijke "extra" garanties niet meer nodig moeten zijn, aangezien de EU-voorschriften in de interne markt, zoals de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van kapitaal, reeds een wettelijk kader vormen voor grensoverschrijdende investeringen. Alle lidstaten van de EU zijn onderworpen aan dezelfde regels, die investeerders uit de EU in gelijke mate beschermen.

 

7. Interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf

(meer informatie: Lucia Caudet – tel. +32 229-56182, Maria Sarantopoulou – tel. +32 229-13740)

Met redenen omklede adviezen

Diensten: Commissie dringt er bij KROATIË op aan om discriminerende beperkingen inzake visvergunningen te beëindigen

De Europese Commissie verzoekt Kroatië formeel de discriminerende praktijken bij de afgifte van jaarvergunningen voor de sport- en recreactievisserij te beëindigen. Visvergunningen voor een jaar worden enkel afgegeven aan Kroatische burgers, terwijl niet-ingezetenen uit andere EU-landen slechts een vergunning voor maximaal 30 dagen kunnen krijgen. Een bezoeker die het hele jaar door wil vissen, zou twaalf vergunningen voor 30 dagen moeten kopen, wat 16 keer zo veel kost als hetgeen een Kroatische ingezetene betaalt voor een vergunning voor een jaar. Volgens de Commissie is deze praktijk discriminerend en niet in overeenstemming met de dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG), de vrijheid van dienstverlening en het beginsel van non-discriminatie dat is verankerd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (artikelen 56 en 18 VWEU). Kroatië heeft geen aanwijzingen verstrekt dat niet-ingezetenen door hun visserijactiviteiten de Kroatische bestanden intenser gebruiken dan ingezetenen, of dat zij een hoger risico voor de instandhouding van de bestanden opleveren. Er is dan ook geen reden waarom dergelijke maatregelen moeten worden genomen die uitsluitend in het nadeel van niet-ingezetenen zijn. De Commissie doet haar verzoek aan Kroatië in de vorm van een met redenen omkleed advies. Kroatië heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om deze situatie te verhelpen; als het dat niet doet, kan de Commissie besluiten Kroatië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Overheidsopdrachten: Commissie verzoekt SLOWAKIJE EU-regels na te leven

De Europese Commissie dringt er bij Slowakije op aan de rechtsmiddelenrichtlijn naar behoren toe te passen door de herbeoordeling van offertes af te ronden. De openbare aanbestedingsprocedure op EU-niveau voor de heraanleg van een spoorweg ter waarde van meer dan 250 miljoen EUR is in 2009 ingeleid, maar de evaluatie van de inschrijvingen is nog steeds niet voltooid. De EU-regels inzake overheidsopdrachten beogen te waarborgen dat overheidsopdrachten transparant en efficiënt zijn, en dat alle marktpartijen een eerlijke kans krijgen om deel te nemen aan een aanbestedingsprocedure en een opdracht in de wacht te slepen. Dit veronderstelt dat de ingediende inschrijvingen binnen een redelijk tijdsbestek worden geëvalueerd en dat de uiteindelijke beslissingen door de aanbestedende diensten daadwerkelijk worden toegepast. Door de evaluatie van de offertes niet af te werken, heeft Slowakije inbreuk gemaakt op artikel 10 van de richtlijn inzake overheidsopdrachten in de nutssectoren (Richtlijn 2004/17/EG) betreffende de gelijke behandeling en non-discriminatie van inschrijvers. Na een aanmaningsbrief aan de Slowaakse autoriteiten van oktober 2014 heeft het hooggerechtshof van de Slowaakse Republiek alle gunningsbesluiten met betrekking tot deze opdracht nietig verklaard en de herbeoordeling van de inschrijvingen gelast. Bijna twee jaar na die uitspraak hebben de Slowaakse autoriteiten de evaluatie echter nog steeds niet afgewerkt. Door het arrest van het hooggerechtshof niet uit te voeren, hebben de Slowaakse autoriteiten inbreuk gemaakt op artikel 2, lid 8, van de rechtsmiddelenrichtlijn (Richtlijn 92/13/EEG van de Raad) inzake de doeltreffende uitvoering van de beslissingen van de beoordelingsinstanties. De Slowaakse autoriteiten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om de situatie te verhelpen; als zij dat niet doen, kan de Commissie besluiten Slowakije voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

Vrij verkeer van beroepsbeoefenaren: Commissie dringt bij lidstaten aan op omzetting van EU-voorschriften betreffende erkenning van beroepskwalificaties

De Europese Commissie heeft 14 lidstaten vandaag bij met redenen omklede adviezen verzocht Richtlijn 2013/55/EU betreffende de erkenning van beroepskwalificaties om te zetten. De richtlijn voorziet in een modern stelsel voor de erkenning van beroepskwalificaties, vereenvoudigt de bestaande regels en versnelt de erkenningsprocedures, waarbij ervoor wordt gezorgd dat gekwalificeerde beroepsbeoefenaren die in een andere lidstaat willen werken, voldoen aan de voorschriften van het gastland. De richtlijn moest uiterlijk op 18 januari 2016 in nationaal recht zijn omgezet. België, Cyprus, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk hebben de Commissie echter nog niet in kennis gesteld van de volledige omzetting van de richtlijn in nationaal recht. Deze lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie kennis te geven van de volledige omzetting van de richtlijn; anders kan de Commissie hen voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

 

8. Migratie, binnenlandse zaken en burgerschap

(meer informatie: Tove Ernst – tel. +32 229-86764, Markus Lammert - tel. +32 229-80423)

Aanmaningsbrieven

Informatie-uitwisseling voor veiligheid: Commissie verzoekt lidstaten informatie-uitwisseling te verbeteren om terrorisme en zware criminaliteit te bestrijden

Bij de Prüm-besluiten (Besluiten 2008/615/JBZ en 2008/616/JBZ van de Raad) zijn procedures ingevoerd voor de snelle en efficiënte uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten op specifieke gebieden. Het kader van Prüm bestaat uit bepalingen op grond waarvan de lidstaten elkaar toegang geven tot DNA-analysebestanden, dactyloscopische identificatiesystemen en kentekenregisters. De Prüm-besluiten moesten uiterlijk in augustus 2011 door de lidstaten worden toegepast. De Europese Commissie heeft vandaag besloten Griekenland, Ierland, Italië, Kroatië en Portugal een aanmaningsbrief te sturen omdat zij niet voldoen aan de Prüm-besluiten. Deze lidstaten hebben nog niet gezorgd voor de geautomatiseerde gegevensuitwisseling in ten minste twee van de drie categorieën DNA, vingerafdrukken en nationale kentekenregisters. Dit zijn de eerste inbreukprocedures inzake een "voormalig derdepijlerinstrument" op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken. De Commissie kreeg volledige handhavingsbevoegdheden dienaangaande op 1 december 2014, vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. De betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om te antwoorden, waarna de Commissie kan besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen. De uitvoering van de Prüm-besluiten is een belangrijk onderdeel van de Europese veiligheidsagenda van 2015.

 

Europese Commissie streeft actief juiste uitvoering van Europese regels inzake precursoren voor explosieven na

Verordening (EU) nr. 98/2013 betreffende het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven is in september 2014 in alle 28 lidstaten van toepassing geworden. Die verordening bevat een gemeenschappelijk kader ter bestrijding van het misbruik van bepaalde chemische stoffen die kunnen worden gebruikt als precursoren voor explosieven. De meeste lidstaten hebben de verordening volledig uitgevoerd, maar in sommige lidstaten is dat niet voor alle bepalingen gebeurd. Daarom heeft de Commissie vandaag met aanmaningsbrieven aan Cyprus, Frankrijk, Luxemburg en Spanje inbreukprocedures ingeleid. Volgens de verordening moeten de lidstaten onder meer nationale contactpunten instellen voor het melden van verdachte transacties en van de verdwijning en diefstal van significante hoeveelheden van de gereguleerde stoffen. De lidstaten moeten ook richtsnoeren verspreiden en sancties toepassen. Indien lidstaten ervoor kiezen een stof niet volledig te verbieden, moeten zij de Commissie in kennis stellen van de uitzonderingen uit hoofde van een vergunnings- of registratieregeling. De betrokken lidstaten hebben nu twee maanden de tijd om opmerkingen te maken. De juiste uitvoering van de verordening inzake precursoren voor explosieven is een belangrijk onderdeel van de Europese veiligheidsagenda en van de mededeling van de Commissie inzake de voorbereiding van een echte veiligheidsunie.

Met redenen omkleed advies

Onregelmatige migratie: Commissie verzoekt Spanje terugkeerrichtlijn volledig om te zetten

De Europese Commissie verzoekt Spanje meer vaart te zetten achter de tenuitvoerlegging van de terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) op een aantal gebieden, en te zorgen voor de volledige omzetting van alle bepalingen daarvan in nationaal recht. De door Spanje niet naar behoren omgezette bepalingen betreffen onder meer de definitie van terugkeer in het nationale recht, de verplichting om terugkeerbesluiten uit te vaardigen voor onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied verblijven, en een duidelijke definitie van de rol van de Ombudsman in zijn functie van toezichthoudende instantie overeenkomstig de terugkeerrichtlijn. De Commissie verzoekt Spanje zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met de terugkeerrichtlijn en brengt daarom nu een met redenen omkleed advies in die zin uit. Als Spanje deze situatie niet binnen twee maanden verhelpt, kan de Commissie Spanje voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

 

9. Mobiliteit en vervoer

(meer informatie: Anna-Kaisa Itkonen - tel. +32 229-56186, Alexis Perier - tel. +32 229-69143)

Verwijzing naar Hof van Justitie van de Europese Unie

Wegvervoer: Commissie daagt Duitsland voor Hof wegens discriminerende tolheffingen

De Europese Commissie heeft besloten om Duitsland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens het plan van de Duitse autoriteiten om een tolheffing voor personenauto’s (PKW-Maut) in te voeren die de Commissie discriminerend acht. Volgens de Duitse wetgeving kan voor in Duitsland geregistreerde voertuigen de tol 1:1 worden afgetrokken van de jaarlijkse voertuigenbelasting. Dat zou leiden tot een defacto vrijstelling van de heffing voor in Duitsland geregistreerde voertuigen. Bovendien zijn de prijzen van kortetermijnvignetten (voor perioden van minder dan een jaar), die uitsluitend bedoeld zijn voor gebruik door voertuigen die in het buitenland zijn ingeschreven, in sommige gevallen onevenredig hoog. De Commissie steunt een eerlijke en doelmatige prijsstelling in het vervoer (zoals zij heeft bevestigd in de recente Europese strategie voor koolstofarme mobiliteit), maar zij meent dat de Duitse regeling niet strookt met de in het Verdragbetreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) neergelegde beginselen van non-discriminatie op grond van nationaliteit en van het vrije verkeer van goederen en diensten. De Duitse regeling strookt niet met die beginselen. Ondanks talrijke contacten met de Duitse autoriteiten sinds november 2014, is niet tegemoet gekomen aan de fundamentele bezwaren van de Commissie. Daarom daagt de Commissie Duitsland voor het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie het volledige persbericht.

 

Met redenen omklede adviezen

Zeevarenden: Commissie verzoekt FRANKRIJK richtlijn inzake minimumopleidingsniveau van zeevarenden volledig om te zetten

De Commissie heeft Frankrijk verzocht de omzetting van Richtlijn 2012/35/EU inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden in zijn nationale wetgeving te voltooien. Het onderwijs en de opleiding van zeevarenden is voor de EU belangrijk met het oog op het behoud en de ontwikkeling van het niveau van kennis en vaardigheden in de maritieme sector in de EU en met het oog op de maritieme veiligheid. Daarom moeten de EU-voorschriften betreffende de opleiding en diplomering van zeevarenden in overeenstemming worden gehouden met internationale voorschriften. Bij de richtlijn zijn de wijzigingen die in 2010 zijn aangebracht aan het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst ("STCW-verdrag") van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) daarom opgenomen in het EU-recht. Door de amendementen van het STCW-verdrag worden onder meer verschillende normen van bekwaamheid bijgewerkt. Zo moeten officieren met het oog op de veiligheid van de scheepvaart nu gebruik kunnen maken van Electronic Chart Display and Information Systems (ECDIS; elektronische zeekaarten). Door de amendementen worden ook aanvullende medische geschiktheidseisen gesteld, waaronder maximale alcoholniveaus ter preventie van alcoholmisbruik. De lidstaten moesten de richtlijn vóór 4 juli 2014 omzetten. Tot dusver heeft Frankrijk dat echter niet gedaan. Het heeft nu twee maanden de tijd om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de situatie te verhelpen; als het dat niet doet, kan de Commissie besluiten deze zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Spoorwegvervoer: Commissie verzoekt LITOUWEN EU-wetgeving inzake spoorweginteroperabiliteit om te zetten

De Commissie heeft Litouwen verzocht zijn nationale voorschriften in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2014/106/EG van de Commissie betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem, dat wil zeggen de geschiktheid van het spoorwegsysteem voor een veilig en ononderbroken treinverkeer, waarbij de voor de betrokken lijnen gespecificeerde prestaties worden geleverd. Om die doelstelling te bereiken, moeten alle wettelijke, technische en operationele voorwaarden worden vervuld om aan de essentiële veiligheidseisen te voldoen. De lidstaten moesten vóór 1 januari 2016 aan de richtlijn voldoen. Litouwen heeft de geharmoniseerde procedure voor de controle van de overeenstemming met de technische vereisten, die garandeert dat onderdelen van het spoorwegsysteem veilig en interoperabel zijn, tot dusver echter nog niet gewijzigd. De Commissie heeft dan ook besloten Litouwen een met redenen omkleed advies te sturen. De Litouwse autoriteiten hebben nu twee maanden de tijd om de Commissie te antwoorden. Als zij geen bevredigend antwoord geven, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Zeevervoer: Commissie verzoekt PORTUGAL EU-wetgeving betreffende naleving van vlaggenstaatverplichtingen volledig om te zetten

De Europese Commissie heeft Portugal verzocht te voldoen aan haar verplichtingen inzake administratief toezicht overeenkomstig de EU-regels inzake vlaggenstaatverplichtingen (Richtlijn 2009/21/EG). Dit omvat het controleren of de constructie, de uitrusting en het operationele beheer van schepen voldoen aan de veiligheidsvoorschriften en of de zeevarenden als bekwaam zijn gecertificeerd. Deze richtlijn voorziet in een wettelijk kader voor het verbeteren van de prestaties van de lidstaten als vlaggenstaat. Volgens de richtlijn moest uiterlijk in juni 2012 een kwaliteitsmanagementsysteem zijn ingesteld, maar tot op heden heeft Portugal dat niet gedaan. Met name kan een gebrek aan mankracht en middelen in de administratie op lange termijn negatieve gevolgen hebben voor de veiligheid, de beveiliging en de milieuprestaties van de onder Portugese vlag varende vloot. Dit is des te belangrijker wegens de recente groei in het tweede Portugese scheepsregister in Madeira. De Commissie heeft daarom besloten Portugal een met redenen omkleed advies toe te zenden, waarin het twee maanden tijd krijgt om aan de richtlijn te voldoen; als het dat niet doet, kan de Commissie besluiten deze zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU. De vlaggenstaat van een vaartuig is de staat volgens wiens wetgeving het vaartuig is geregistreerd of een vergunning heeft.

 

10. Belastingen en douane-unie

(meer informatie: Vanessa Mock – tel. +32 229-56194, Patrick Mc Cullough – tel. +32 229-87183)

Met redenen omkleed advies

Belastingen: Commissie verzoekt POLEN regels betreffende versterkte wederzijdse bijstand en uitwisseling van informatie om te zetten 

De Europese Commissie heeft Polen vandaag verzocht om Richtlijn 2014/107/EU van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand op het gebied van belastingen op inkomen en vermogen volledig om te zetten. Deze richtlijn, die Richtlijn 2011/16/EU met betrekking tot de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen tussen nationale belastingdiensten wijzigt, beoogt een versterking van de administratieve samenwerking tussen de lidstaten teneinde belastingontduiking en belastingfraude beter te bestrijden. De lidstaten moesten deze richtlijn uiterlijk op 1 januari 2016 hebben omgezet. Polen heeft de Commissie nog niet in kennis gesteld van alle maatregelen die nodig zijn om de richtlijn volledig om te zetten in nationaal recht. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord komt, kan de Commissie Polen voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

MEMO/16/3125

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar

Documents


Bijlage_nl.pdf