Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Het Investeringsplan voor Europa - Vragen en antwoorden

Brussel, 20 juli 2015

1.      Wat is het Investeringsplan voor Europa? Waarom hebben we het nodig?

Sinds het begin van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU te kampen met een gebrek aan investeringen. Er is een gezamenlijke Europese aanpak nodig om de neerwaartse trend te keren en Europa er economisch weer bovenop te helpen. Dit is de topprioriteit van de Commissie Juncker. Ten opzichte van de piek van 2007 zijn de investeringen in de EU met zo'n 15 % teruggevallen. Op korte termijn vertragen zwakke investeringen het economisch herstel. Op langere termijn is het gebrek aan investeringen schadelijk voor de groei en het concurrentievermogen. De zwakke investeringen in de eurozone hebben een aanzienlijk effect op de kapitaalvoorraad. Dit gaat weer ten koste van Europa’s groeipotentieel, productiviteit, werkgelegenheid en schepping van banen.

Het Investeringsplan voor Europa heeft drie doelstellingen: ten eerste moeten investeringsbelemmeringen worden weggenomen door de interne markt te verdiepen, ten tweede moeten technische ondersteuning en zichtbaarheid worden gegeven aan investeringsprojecten en ten derde moeten nieuwe en bestaande financiële middelen slimmer worden benut. Volgens ramingen van de Europese Commissie kan het investeringsplan de komende jaren in een extra groei van het bbp van de EU met 330 à 410 miljard euro resulteren en 1 à 1,3 miljoen nieuwe banen opleveren. Er is voldoende liquiditeit in de EU, maar particuliere investeerders doen niet de nodige investeringen, onder meer door onzekerheid en een gebrek aan vertrouwen. Het investeringsplan moet daar iets aan doen. Zie deze factsheet voor meer informatie.

2.      Wat is het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)? Hoe wordt het gefinancierd? Hoe wordt die 315 miljard euro gehaald?

Het EFSI is de kern van het investeringsplan. Het moet de vicieuze cirkel van te weinig vertrouwen en achterblijvende investeringen doorbreken en geld bij financiële instellingen, bedrijven en particulieren zien los te weken nu de overheid krap bij kas zit.

Het EFSI wordt binnen de Europese Investeringsbank (EIB) opgezet. Het moet extra investeringen in de reële economie genereren op terreinen als infrastructuur, onderwijs, onderzoek, innovatie, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Het richt zich ook op kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's ofwel het mkb) en op midcaps (bedrijven met 250 à 3 000 werknemers). Het EFSI spitst zich toe op projecten die onder meer banen scheppen en de groei en het concurrentievermogen op lange termijn bevorderen.

Bij de oprichting krijgt het EFSI een garantie mee van 16 miljard euro. De EU-garantie wordt hard gemaakt met een garantiefonds van 8 miljard euro (de helft van het bedrag) uit de EU-begroting. De EIB brengt 5 miljard euro in, waarmee het EFSI een risicoabsorptiecapaciteit van 21 miljard euro krijgt. De ervaring van de EIB en de Europese Commissie heeft uitgewezen dat 1 euro achtergestelde schuld 5 euro aan totale investeringen kan opleveren: 1 euro achtergestelde schuld en daarbovenop 4 euro seniorschuld. Het komt erop neer dat 1 euro van het fonds uiteindelijk kan leiden tot 15 euro aan particuliere investeringen in de reële economie die anders zouden zijn uitgebleven. Dit multiplicatoreffect van 1:15 is een voorzichtig gemiddelde, dat gebaseerd is op de ervaringen die al met EU-programma’s en door de EIB zijn opgedaan. Zie deze factsheet voor meer informatie.

3.      Wat zijn de volgende stappen in het investeringsplan? Wanneer wordt het EFSI operationeel?

De EU-wetgevers (Raad en Europees Parlement) bereikten op 28 mei 2015 een politiek akkoord over de EFSI-verordening, slechts vierenhalve maand nadat de Commissie het wetgevingsvoorstel had ingediend op 13 januari. De lidstaten stemden er op 10 maart unaniem mee in en het Europees Parlement nam het op 20 april in de desbetreffende commissie aan. De plenaire vergadering van het Europees Parlement keurde het op 24 juni definitief goed, zodat het EFSI volgens plan begin van het najaar operationeel kan worden.

In de conclusies van de Europese Raad in december 2014 was de EIB verzocht "vanaf januari 2015 activiteiten te starten en daarvoor eigen middelen aan te wenden". De EIB heeft in het kader van het investeringsplan al diverse voor te financieren (of in portefeuille te nemen) projecten aangekondigd waarin zij de strategische partner van de Commissie is.

Op 22 juli 2015 heeft de Commissie besloten de EU-garantie uit te breiden tot de door de EIB en het Europees Investeringsfonds (EIF) voorgefinancierde projecten, en heeft zij met de EIB de leden van het bestuur van het fonds benoemd. De leden van het investeringscomité worden geselecteerd op basis van een openbare sollicitatieoproep. Het investeringscomité moet in september 2015 zijn geïnstalleerd. In dezelfde maand zal het Europees Parlement een hoorzitting houden ter goedkeuring van de kandidaten voor de positie van algemeen directeur en adjunct-algemeen-directeur van het EFSI. De Commissie wil de Europese investeringsadvieshub in het najaar van 2015 en het Europese investeringsprojectenportaal eind 2015 operationeel hebben.

4.      Wat is het Europese investeringsprojectenportaal? Wie beheert dat portaal?

Het Europese investeringsprojectenportaal (EIPP) zal ervoor zorgen dat investeerders beter op de hoogte zijn van bestaande en toekomstige projecten in heel Europa. Dit is goed voor de transparantie. Ook is het de bedoeling om via het EIPP zoveel mogelijk investeerders warm te maken voor projecten (zonder garantie overigens dat deze projecten door de overheid zullen worden gefinancierd).Op het projectenportaal kunnen projectpromotors die in de EU gevestigd zijn en externe financiering zoeken, hun investeringsprojecten en -ideeën delen met potentiële investeerders. Het wordt beheerd door de Europese Commissie en moet eind 2015 in de lucht zijn.

5.      Wat is de Europese investeringsadvieshub? Waarvoor kun je bij deze hub terecht?

De Europese investeringsadvieshub (EIAH) wordt een zogeheten éénloket waar velerlei advies kan worden ingewonnen over de inventarisatie, ontwikkeling en uitvoering van projecten, de toegang tot financiering, het gebruik van financiële instrumenten en capaciteitsuitbreiding. De hub zal leiden tot een versterking van de capaciteit van publieke en private spelers in de Unie om financieel solide projecten op te zetten en deze te doen uitgroeien tot volwassen projecten. De hub moet in het najaar van 2015 operationeel worden.

6.      Hoe ziet de bestuurlijke structuur van het EFSI eruit?

Het EFSI krijgt een bestuur dat algemene beleidsadviezen geeft. Het bestaat uit drie deskundigen van de Commissie en één deskundige van de EIB. Daarnaast komt er een investeringscomité dat op basis van het algemene beleid in individuele gevallen beslist of de EU-garantie wordt ingezet voor EIB-operaties in het kader van het EFSI. Het investeringscomité bestaat uit acht leden, met als voorzitter de algemeen directeur van het EFSI. De EFSI-verordening bevat een profielbeschrijving voor de leden van het investeringscomité.

 

Het bestuur draagt de algemeen directeur en adjunct-algemeen-directeur van het EFSI voor. Het Europees Parlement hoort de kandidaten in een hoorzitting en moet de voordracht goedkeuren. Vervolgens worden de algemeen directeur en de adjunct-algemeen-directeur formeel door het hoofd van de EIB benoemd voor een vaste termijn van drie jaar die eenmaal kan worden verlengd.

7.      Hoe is in de bestuurlijke structuur van het EFSI gewaarborgd dat het fonds onafhankelijk blijft van publieke en particuliere contribuanten? Hoe wordt verantwoording afgelegd?                                  

De leden van het investeringscomité zijn onafhankelijke deskundigen met veel marktervaring. De politiek zal zich dus niet kunnen bemoeien met de selectie van projecten.

Wat de verantwoordingsplicht betreft, brengen de voorzitter van het bestuur en de algemeen directeur op verzoek van het Europees Parlement of de Raad en eventueel in een hoorzitting verslag uit over de prestaties van het EFSI.

Het hoofd van de EIB legt eveneens aan het Europees Parlement verantwoording af over de EIB-financierings- en investeringsoperaties in het kader van het EFSI. Hij of zij kan voor een hoorzitting worden uitgenodigd als het Europees Parlement twijfels heeft over bepaalde operaties.

8.      Welke rol speelt de EIB in de besluitvorming?

Als contribuant aan het EFSI is de EIB in het bestuur vertegenwoordigd. Aangezien het EFSI binnen de EIB opereert, moet elk project dat door het EFSI wordt ondersteund, ook volgens de reguliere procedures van de EIB worden goedgekeurd. Evenzo moet de bij het EIF aangevraagde EFSI-financiering voor kmo's en midcaps volgens de reguliere procedures van het EIF worden goedgekeurd.

9.      Hoe kunnen het Europees Parlement en de Rekenkamer de activiteiten van het EFSI toetsen?

De EFSI-verordening bevat uitgebreide voorschriften die bepalen dat het EFSI verantwoording moet afleggen aan het Europees Parlement. De toetsing berust op twee kernprincipes:

a)            rapportage: de EIB brengt i) halfjaarlijks aan de Commissie en ii) jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over haar financierings- en investeringsoperaties in het kader van de verordening. Het verslag wordt openbaar gemaakt. De Commissie brengt ook aan het Europees Parlement verslag uit over de toepassing van de verordening;

b)            verantwoordingsplicht: het Europees Parlement heeft het recht te allen tijde hoorzittingen met de voorzitter van het bestuur en de algemeen directeur van het EFSI te houden over de prestaties van het fonds. De voorzitter van het bestuur en de algemeen directeur zijn ook wettelijk verplicht snel mondeling of schriftelijk te antwoorden op de door het Europees Parlement gestelde vragen. Het Europees Parlement en de Raad kunnen ook om een verslag van de Commissie verzoeken. Ook het hoofd van de EIB kan naar een hoorzitting van het Europees Parlement worden geroepen en moet snel mondeling of schriftelijk antwoorden op vragen van het Europees Parlement.

De Rekenkamer zal haar normale regels toepassen voor haar audits van de EU-garantie en van de uitkeringen en terugvorderingen die aan de algemene begroting van de Unie toe te rekenen zijn. Haar bestaande rol in de audits van de EIB-activiteiten (vastgelegd in een tripartiet akkoord tussen de EIB, de Rekenkamer en de Commissie) blijft ongewijzigd. De EIB dient jaarlijks bij de Commissie en de Rekenkamer een risicobeoordeling in van de EIB- en EIF-financieringsoperaties in het kader van het EFSI.

10.    Hoe kunnen de lidstaten bijdragen aan het investeringsplan?                

Het EFSI biedt een zo groot mogelijke flexibiliteit. Lidstaten kunnen rechtstreeks of via nationale "stimuleringsbanken" (een investeringsbank of -maatschappij) een bijdrage leveren ofwel in de vorm van risicodragende capaciteit (aanvulling van de bijdragen uit de EU-begroting en van de EIB) ofwel aan een investeringsplatform ofwel via de rechtstreekse cofinanciering van bepaalde projecten en activiteiten.

11.    Telt een nationale bijdrage aan het investeringsplan mee in het tekort of de schuld van dat land en bij de toepassing van het stabiliteits- en groeipact?

De EFSI-verordening bevat een verwijzing naar een verklaring van de Commissie over de wijze waarop bijdragen van lidstaten worden behandeld in het kader van het stabiliteits- en groeipact (SGP). De behandeling van investeringsplatformen in het kader van het SGP hangt in de eerste plaats af van de statistische indeling van dergelijke platformen door Eurostat. De statistische behandeling - registratie op of buiten de balans van de overheid - valt onder dezelfde Eurostatregels als die welke gelden voor nationale stimuleringsbanken (NPB's) zelf. Investeringsplatformen met rechtspersoonlijkheid kunnen in dit verband worden behandeld als special purpose entities (SPE's).

In algemene zin geldt dat SPE's tot de overheid worden gerekend als zij door de overheid zijn opgericht en als overheidseenheid dienen. In het geval van een investeringsplatform met meerdere aandeelhouders of sponsoren hangt de status van het platform af van de entiteit of entiteiten die daarover zeggenschap uitoefenen volgens de regels van de nationale rekeningen. Is de NPB ingedeeld bij de overheid of vinden haar activiteiten via de overheid plaats, dan luidt de centrale vraag welke entiteit de SPE opricht en er zeggenschap over uitoefent.

Eenmalige bijdragen van lidstaten - hetzij van de overheid zelf hetzij van NPB's die zijn ingedeeld bij de overheidssector of die namens de overheid optreden - aan thematische of meerlandeninvesteringsplatformen van het EFSI moeten in principe worden aangemerkt als eenmalige maatregelen. Is dat het geval, dan tellen de kosten van dergelijke eenmalige maatregelen niet mee bij de berekening van het structurele tekort in het kader van het SGP. Wel moeten zij worden geregistreerd in de overheidsrekeningen.

De verwijzing naar de verklaring houdt geen wijziging van de regels in; er wordt alleen herinnerd aan de toepassing van de bestaande regels. Uiteraard blijft de Commissie dit van geval tot geval bekijken.

12.    Als een lidstaat bijdraagt aan het investeringsplan, gaat het geld dan alleen naar projecten in die lidstaat?

Nee, een bijdrage van een lidstaat hoeft niet per se aan het eigen land ten goede te komen. Zo kunnen NPB's investeringen in andere lidstaten financieren. Ook kunnen zij co-investeringsplatformen met buurlanden opzetten of in grensoverschrijdende projecten investeren.

13.    Hoe kan een NPB een financiële of personele bijdrage leveren?

Financieel kunnen NPB's een bijdrage leveren op het niveau van het fonds, aan een co-investeringsplatform of op projectniveau. Wat het personeel betreft, wordt al nauw samengewerkt en veel expertise uitgewisseld tussen de EIB en NPB's. Dit zal verder worden aangemoedigd omdat NPB's met hun waardevolle expertise ter plaatse een nuttige bijdrage kunnen leveren aan de doelen en de uitvoering van het investeringsplan.

14.    Wat zijn investeringsplatformen? Hoe werken ze?

Schaalgrootte is belangrijk als het gaat om investeringen. Daarom is het zinvol voor publieke en private projectpromotors om thematische investeringsplatformen op te richten (vergelijkbaar met SPE's) en projecten te bundelen, bijvoorbeeld op gebieden als energie-efficiëntie en breedband. Het EFSI en andere partijen kunnen projecten dan gezamenlijk financieren. Technisch gezien is het voor het EFSI gemakkelijker en efficiënter om te investeren in een speciaal grootschalig nationaal of multinationaal vehikel dan kleinere deals met individuele investeerders te sluiten.

Investeringsplatformen kunnen ook geografisch, bijvoorbeeld regionaal, nationaal of grensoverschrijdend worden opgezet. Voor bepaalde projecten, bijvoorbeeld op het gebied van de interconnectie van energienetwerken, kan het nodig zijn dat regio's of landen samenwerken en gezamenlijk financiering verlenen. Voor de organisatie van deze platformen zijn er geen dwingende regels.

15.    Mogen niet-EU-landen deelnemen aan het investeringsplan? Zo ja, hoe?

Om een zo groot mogelijk effect te sorteren, moet het EFSI open staan voor bijdragen van derden, ook van entiteiten van buiten de EU. Niet-EU-landen mogen co-investeren in EFSI-projecten, rechtstreeks dan wel via co-investeringsplatformen. Als het bestuur ermee instemt, mogen niet-EU-landen ook geld storten in het EFSI zelf, maar daarmee krijgen zij niet het recht om deel te nemen aan het besluitvormingsproces of mee te stemmen in het bestuur.

EFSI-financiering kan naar organisaties in niet-EU-landen vloeien, maar alleen in het kader van grensoverschrijdende projecten waarbij ook EU-landen zijn betrokken. Bij de niet-EU-landen gaat het om landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid (onder meer in het kader van het strategisch partnerschap), onder het uitbreidingsbeleid, onder de Europese Economische Ruimte of de Europese Vrijhandelsassociatie vallen of de status van land of gebied overzee hebben.

16.    Wat voor projecten worden door het EFSI gefaciliteerd?                        

Uit contacten met de particuliere sector is gebleken dat investeerders vooral belang hechten aan een robuuste kwaliteit en een onafhankelijke selectie van projecten die door het investeringsplan kunnen worden gefaciliteerd. De projecten moeten ten eerste economisch levensvatbaar zijn met de steun, ten tweede voldoende voldragen zijn om op algemeen of lokaal niveau te worden beoordeeld, ten derde een Europese meerwaarde hebben en met de EU-beleidsprioriteiten stroken en ten vierde zoveel mogelijk financiering van de private sector genereren. Projecten hoeven niet per se van grensoverschrijdende aard zijn.

Dankzij de EU-garantie kan de EU verder gaan dan gebruikelijk en riskantere investeringen doen. Op deze wijze kan de EIB samen met de particuliere sector in risicovollere projecten investeren zonder haar triple A-rating op het spel te zetten.

17.    Welke criteria worden gehanteerd bij de selectie van projecten? Welke projecten worden gefinancierd? Wie bepaalt of aan de criteria wordt voldaan?

Projecten worden niet om politieke redenen gekozen. Er zijn geen strikte keuzecriteria en geen quota per land of per sector. Dit is van essentieel belang om particuliere investeerders te winnen voor het EFSI. Elke schijn van overheidsbemoeienis zal private spelers afschrikken. Het investeringscomité bestaat uit onafhankelijke deskundigen (zoals hierboven geschetst) en bepaalt op basis van de investeringsrichtsnoeren en een scorebord van indicatoren of een specifiek project voor de EU-garantie in aanmerking komt.

Projecten worden conform EU-beleid geselecteerd op basis van hun "additionaliteit" (d.w.z. zonder EU-garantie kunnen ze niet worden gerealiseerd), economische haalbaarheid, soliditeit en plausibiliteit en hun bijdrage aan groeibevorderende sleutelsectoren als onderwijs en kennis, innovatie en de digitale economie, energie-unie, vervoersinfrastructuur, sociale infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen en milieu. Ze moeten zo mogelijk ook financiering van de particuliere sector genereren.

18. Wie kan EFSI-financiering aanvragen en hoe? Is er een minimumdrempel?

Elke onderneming en andere organisatie, ongeacht de grootte ervan, kan EFSI-financiering aanvragen, dus ook nutsbedrijven, SPE's en projectondernemingen. Hetzelfde geldt voor kmo's (bedrijven met maximaal 250 werknemers), midcaps (maximaal 3 000 werknemers), publieke organisaties (behalve de lidstaten zelf), nationale stimuleringsbanken of andere banken die leningen doorsluizen, fondsen en andere vehikels voor collectieve investeringen, en de genoemde investeringsplatformen.

EFSI-financiering kan in het algemeen op twee manieren worden aangevraagd. Ten eerste kunnen projectpromotors met hun voorstel rechtstreeks en te allen tijde aankloppen bij de EIB. De aanvragen kunnen op de gebruikelijke wijze op de EIB-website bij het loket voor strategische investeringen worden ingediend. De overheden van lidstaten zijn in dit proces geen poortwachter. Projecten mogen te allen tijde worden ingediend; het is een dynamisch proces. De EIB analyseert het projectvoorstel en bepaalt of het in aanmerking komt voor EIB- of EFSI-financiering (met EU-garantie). Ten tweede kunnen kmo's die belangstelling hebben voor EFSI-financiering van het EIF (loket voor kmo's en midcaps), zich op de EIF-website informeren over financiële EIF-intermediairs.

19.    Hoe gaat het EFSI concreet te werk bij investeringsprojecten met een langetermijnfocus, en met name bij projecten die een groot percentage overheidsinvesteringen (50 % of meer) vereisen? 

Op het gebied van energie-efficiëntie, infrastructuur en digitale agenda (bijv. breedband in afgelegen gebieden) zijn veel projecten alleen met een aanzienlijke overheidsbijdrage levensvatbaar. Het EFSI zal - in de regel - de risicovollere tranche van de investering verstrekken en een zo groot mogelijke bijdrage uit particuliere financieringsbronnen proberen aan te trekken, door bescherming te bieden tegen eerste verliezen ("first loss protection"). Lidstaten en nationale stimuleringsbanken kunnen cofinanciering op projectniveau verstrekken. Op die manier kunnen zij bij een bepaald project zorgen voor een hogere overheidsfinanciering. Sommige projecten zullen een hoger rendement hebben dan andere al naargelang de betrokken sector en het betrokken terrein. Dat hoeft geen probleem te zijn aangezien het EFSI zal beschikken over een uitgebreide portefeuille van projecten op uiteenlopende terreinen, van vervoer tot onderwijs en van energie tot innovatie.

Daarnaast kunnen de lidstaten de structuurfondsen gebruiken voor de financiering van projecten die een grote overheidsinbreng vereisen en waarvoor particuliere investeerders moeilijker zijn te vinden vanwege het beperktere rendement van het betrokken project.

20.    Hoe gaat het EFSI kmo's helpen?

Het EFSI stelt voor projecten die risicovol worden geacht, financiering beschikbaar in de vorm van eigen vermogen, quasi eigen vermogen en andere instrumenten. Daaraan ontbreekt het vaak in het huidige economische klimaat. Kleine, innovatieve start-ups, die door investeerders doorgaans riskanter worden geacht dan grotere of meer gevestigde bedrijven, kunnen daarvan profiteren. Een kwart van alle door het EFSI gegenereerde investeringen, ofwel 75 miljard euro over drie jaar, zal naar kmo's en midcaps gaan via het EIF, dat deel uitmaakt van de EIB-groep. Kmo's ontvangen financiering normaalgesproken via speciale fondsen als special purpose vehicles (SPV's) of via intermediairs, bijvoorbeeld banken.

Het EIF is al gestart met de cofinanciering van kmo's. Zo heeft het in mei 2015 met een Franse bank een eerste overeenkomst getekend waarbij de kredietverstrekking aan innovatieve bedrijven wordt opgevoerd. Daarna volgden soortgelijke overeenkomsten met banken in andere landen.

De kmo-component van het EFSI faciliteert de bestaande financiering in het kader van Cosme (programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kmo's) en versterkt de leninggarantiefaciliteit (LGF) van Cosme. De vraag vanuit de markt is namelijk groot terwijl de budgettaire middelen beperkt zijn. Dankzij een EFSI-garantie kan het EIF sneller transacties met financiële intermediairs sluiten dan mogelijk zou zijn geweest met alleen het Cosme-budget. Er ontstaan zo meerdere positieve effecten die weer tot verdere investeringen, groei en een versnelling van het economisch herstel leiden.

21.    Wat is het verschil tussen de huidige door de EIB gefinancierde projecten en de door het EFSI gefinancierde projecten? Wat wordt bedoeld met "additionaliteit"?

Met "additionaliteit" wordt bedoeld dat een project niet kan worden gerealiseerd zonder EU-garantie en dat door het risicoprofiel van het project geen andere financieringsvormen voor dat project beschikbaar zijn.

De activiteiten van het EFSI vullen de traditionele activiteiten van de EIB aan omdat zij over het algemeen op projecten met een ander risicoprofiel gericht zijn. Zo zal het EFSI zich bezighouden met zowel grensverleggende nieuwe technologie- en innovatiesectoren als de financiering van projecten die als risicovoller worden gezien vanwege het landenrisico en de risicoaversie van de particuliere sector.

Het EIF blijft kmo's en midcaps financieren zoals het altijd gedaan heeft, maar dankzij het EFSI kan dit op een grotere schaal, sneller en op basis van riskantere of innovatievere bedrijfsprofielen.

22.    Hoe zorgt de Commissie ervoor dat een fonds dat vooral van particuliere deelname afhankelijk is, investeert in projecten die gericht zijn op de bevordering van duurzame en milieuvriendelijke economische groei?

Het EFSI bepaalt op basis van de investeringsrichtsnoeren in wat voor projecten wordt geïnvesteerd. Het investeringscomité besluit over individuele projecten, en wel op basis van de intrinsieke waarde ervan. De levensvatbaarheidscriteria lopen uiteen al naargelang de aard van de sector: hernieuwbare energie is duidelijk verschillend van vervoer, dat op zijn beurt verschilt van onderwijs. De bevordering van duurzame en milieuvriendelijke economische groei en de schepping van kwaliteitsbanen, ook wat concurrentievermogen betreft, zijn elementen waarmee in dit verband rekening zal worden gehouden, met name ook in een scorebord dat voor de beoordeling van projecten wordt gebruikt.

23.    Hoe zorgt de Commissie ervoor dat het EFSI macro-economische onevenwichtigheden tussen EU-lidstaten tegengaat en, meer in het bijzonder, dat de kwetsbaarste economieën van deze investeringen profiteren?

Kwetsbare economieën vormen over het algemeen een hoger risico voor investeerders. Doordat de EIB meer risico's kan nemen, kan het EFSI ook investeringen bevorderen in de regio's die het zwaarst zijn getroffen door de crisis.

De lidstaten worden aangespoord de structuurfondsen te blijven gebruiken voor regionale en lokale projecten die bijdragen aan de sociale en economische cohesie. Binnen het EFSI worden geen middelen voor bepaalde sectoren of regio's gereserveerd. Wel zullen, zoals vermeld, de levensvatbaarheidscriteria verschillen al naargelang de sector en het maatschappelijk rendement waarmee in deze context rekening zal worden gehouden. Het EFSI zal hoe dan ook projecten overal in de EU financieren en de technische bijstand zal fors worden opgevoerd om ervoor te zorgen dat alle landen goed opgezette, levensvatbare en investeringswaardige projecten kunnen presenteren.

24.    Vallen EFSI-projecten onder de regels voor staatssteun?                       

EFSI-financiering is geen staatssteun in de zin van de EU-Verdragen en EFSI-financiering behoeft geen goedkeuring van de Europese Commissie in het kader van de EU-staatssteunregels. Het EFSI faciliteert operaties waarmee marktfalen en suboptimale investeringssituaties worden aangepakt en die zonder het EFSI niet of niet in dezelfde mate hadden kunnen worden uitgevoerd. De EFSI-projecten hebben doorgaans een hoger risicoprofiel dan de gebruikelijke EIB-projecten.

EFSI-projecten kunnen echter ook profiteren van financiële steun (cofinanciering) van EU-lidstaten. Die financiering is, tenzij verleend op marktvoorwaarden, wél staatssteun die door de Commissie moet worden goedgekeurd.

De Commissie heeft haar staatssteunregelgeving de afgelopen twee jaar ingrijpend gemoderniseerd. Zo heeft zij de regelgeving voor economische sleutelsectoren als breedband, luchtvaart en energie geactualiseerd om ervoor te zorgen dat belastinggeld voor slimme steunmaatregelen die de economische groei bevorderen zonder de concurrentie te verstoren, goed wordt besteed. De Commissie zal nationale cofinanciering van EFSI-projecten toetsen aan haar gemoderniseerde staatssteunregelgeving.

De beoordeling van dergelijke cofinanciering van lidstaten krijgt voorrang en wordt versneld afgehandeld door de Commissie: binnen zes weken na ontvangst van de vereiste informatie van de lidstaat wil zij haar beoordeling hebben afgerond. Om ervoor te zorgen dat deze versnelde procedure vlot verloopt, zal de Commissie een interne taskforce en daarnaast een speciale werkgroep voor de uitwisseling van best practices tussen de lidstaten opzetten en realtime-advies aan de lidstaten verlenen over de wijze waarop projecten EU-staatssteunproof kunnen worden gemaakt.

De versnelde procedure wordt ingevoerd vanwege de buitengewoon dringende noodzaak om het gebrek aan enerzijds investeringen in de EU en anderzijds risicofinanciering voor economisch levensvatbare projecten aan te pakken (een probleem dat het EFSI moet oplossen met het mobiliseren van particuliere investeringen) en in het kader daarvan specifieke financiering beschikbaar te stellen.

De EU-staatssteunregels sluiten aan bij het doel van het investeringsplan, namelijk het aanpakken van marktfalen en het genereren van particuliere investeringen. Ze zorgen ervoor dat investeringsprojecten in werkelijke behoeften voorzien, de kosten onder controle blijven en overheidsgeld niet onnodig wordt ingezet om projecten van de grond te krijgen.

25.    Waar komt de EU-garantie van 8 miljard euro vandaan? Wie financiert dat?

Van de 16 miljard euro die de EU als garantie biedt, wordt een EU-garantiefonds van 8 miljard euro (de helft van de totale waarde) opgezet om de mogelijke gevolgen van een eventueel beroep op de EU-garantie voor de EU-begroting te verzachten. De kalibratie ervan is zodanig gekozen dat de EU alle potentiële risico's met een toereikende veiligheidsmarge kan dekken. Het garantiefonds van 8 miljard euro is alleen ingesteld om de honorering van mogelijke beroepen op de garantie te vergemakkelijken, omdat dankzij het fonds plotse uitgavenverminderingen of herprogrammeringen niet nodig zijn. Het garantiefonds zorgt dus voor transparantie en voorspelbaarheid van het begrotingskader, maar is op zich niet noodzakelijk voor de werking van de garantie.

Om het EU-garantiefonds te kunnen vullen, krijgt in totaal 8 miljard euro uit de EU-begroting een nieuwe bestemming. Van dit bedrag komt 5 miljard euro uit bestaande EU-financieringsprogramma's (2,2 miljard euro uit Horizon 2020 en 2,8 miljard euro uit de CEF, de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen) en 3 miljard euro uit de marges van de EU-begroting.

26.    Waarom kort de Commissie het budget voor de programma's van Horizon 2020 en de CEF? Heeft onderzoek dan geen prioriteit voor de Commissie?

Investeringen in onderzoek zijn en blijven een prioriteit voor de EU. Het Investeringsplan voor Europa zal onderzoeksprojecten in heel Europa steunen. Met het investeringsplan zal het totaalbedrag aan investeringen in onderzoek en innovatie die de komende jaren door de EU-begroting worden gemobiliseerd, groter zijn dan met alleen Horizon 2020.

De Commissie wil er met de juiste financiële instrumenten voor zorgen dat Europese innovaties op de markt kunnen worden gebracht door succesvolle nieuwe bedrijven. Het EFSI financiert risicovollere en dus innovatievere projecten, die gewoonlijk de eerste fase vormen in het ontstaan van nieuwe en grotere bedrijven waarin onderzoek de sturende factor is.

Het bedrag van 2,2 miljard euro dat van Horizon 2020 wordt overgeheveld, vertegenwoordigt slechts 2,9 % van het totale budget voor Horizon 2020 in de periode 2014-2020. Ondanks deze overheveling is het budget van Horizon 2020 nog altijd 39 % hoger in lopende prijzen (26 % in constante prijzen) dan in het zevende kaderprogramma 2007-2013. Binnen Horizon 2020 dragen de Europese Onderzoeksraad (ERC), Marie Curie en "Topkwaliteit verspreiden en deelname verbreden" niet bij aan de financiering van het EFSI.

27.    Waarom wordt geld uit de begroting voor innovatie gehaald, maar blijven andere beleidsterreinen, zoals landbouw, buiten schot?

Na moeizame onderhandelingen heeft de EU in 2013 een meerjarig financieel kader (MFK) voor 2014-2020 ter grootte van 1 biljoen euro vastgesteld. Het MFK is in verschillende rubrieken onderverdeeld (bijv. concurrentievermogen, cohesie, landbouw en extern optreden). Om middelen van de ene rubriek naar de andere over te hevelen, is een wijziging van het MFK noodzakelijk die alleen met eenparigheid van stemmen door de lidstaten kan worden goedgekeurd. Een dergelijke wijziging zou complexe en tijdrovende onderhandelingen vergen, waarvan de uitkomst bovendien onzeker is.

Omdat investeringen in riskantere projecten en ondernemingen een van de EFSI-prioriteiten is, blijven de overgehevelde middelen ten goede komen aan innovatie, alleen gebeurt dat via andere instrumenten.

28.    Hoe wordt deze acht miljard euro in de tijd gespreid?

In 2015 en 2016 vinden de eerste stortingen in het EFSI plaats. De resterende begrotingsmiddelen worden over de daaropvolgende jaren verdeeld. Zo is in de ontwerpbegroting 2016 een bedrag van 500 miljoen euro aan EFSI-stortingen en van 2 miljard euro aan EFSI-verplichtingen opgenomen, waarvan 707 miljoen euro uit Horizon 2020 en 620 miljoen euro uit de CEF en 703 miljoen euro uit de marges. De bedragen zijn definitief vastgesteld in een speciale nota van wijzigingen die nodig was om de ontwerpbegroting 2016 in overeenstemming te brengen met het akkoord van 28 mei 2015.

29.    Moet de begroting worden gewijzigd om de marges van 2015 te kunnen gebruiken?

De begroting 2015 is al gewijzigd om de eerste voor het EFSI benodigde middelen vrij te maken (ontwerp van gewijzigde begroting 1) (DAB1).

30.    Bestaat er geen gevaar dat het EFSI, door zich garant te stellen voor de eerste verliezen, gedurende tientallen jaren blijft zitten met een aantal verliesgevende projecten? Maakt het EFSI de financiering van projecten mogelijk die te risicovol zijn voor de EIB?

De EIB is een overheidsbank waarvan de activiteiten niet in het teken staan van het maken van winst. Haar bewegingsvrijheid wordt beperkt door het feit dat zij als bank de middelen die zij voor het verstrekken van leningen en voor het beheren van de aan haar portefeuille verbonden risico's gebruikt, moet terugbetalen. Het EFSI vangt een deel van het risico op, waardoor de EIB leningen voor nieuwe projecten met een hoger risicoprofiel kan verstrekken.

Het is daarbij de bedoeling dat het EFSI uiteindelijk niet de enige financieringsbron blijkt te zijn. Het doel is dat het EFSI andere investeerders tegen eerste verliezen beschermt en investeringen daardoor aantrekkelijker maakt voor deze investeerders. Projecten worden pas geselecteerd als ze – met de betrokkenheid van het EFSI – een passend multiplicatoreffect bij het aantrekken van particuliere investeerders sorteren en levensvatbaar zijn. Sommige projecten zullen uiteraard een hoger rendement opleveren dan andere.

Een onafhankelijke deskundigengroep, het investeringscomité, bepaalt op basis van de kwaliteit van een project of de garantie daarvoor wordt ingezet. Sommige projecten kunnen weliswaar verliesgevend blijken, maar algemeen genomen zal het fonds op lange termijn gunstig uitpakken voor zowel publieke als particuliere investeerders en dus een positief rendement voor de belastingbetaler opleveren.

31.    Waarom gaat van leningen, eigenvermogensinstrumenten en garanties een groter hefboomeffect uit dan van subsidies?

Het extra hefboomeffect wordt verkregen doordat de EIB leningen opneemt met het geld als buffer. Het geld gaat dus niet rechtstreeks naar de eindbegunstigden. De 21 miljard euro van het EFSI stelt de EIB in staat drie keer zoveel krediet op te nemen en deze opgenomen middelen vervolgens te gebruiken voor het doen van investeringen in/het verstrekken van financiering aan de eindbegunstigden, in plaats van dat het bedrag van 21 miljard euro rechtstreeks in de vorm van subsidies wordt verstrekt.

32.    Is er niet te weinig kapitaal en contant geld beschikbaar en gaat het hier niet louter om financiële instrumentering?

Het gaat hier om een slim gebruik van overheidsgeld, waarmee particulier geld naar investeringen wordt gesluisd. Bij de oprichting krijgt het EFSI een garantie van 16 miljard euro uit de EU-begroting mee. Met dit geld krijgt de EIB een risicodragende capaciteit. De garantie, die zal worden gecombineerd met 5 miljard euro aan EIB-middelen, zal het grotere risico dat gepaard gaat met strategische investeringen, dekken en op die manier particuliere middelen mobiliseren die momenteel niet in de reële economie worden geïnvesteerd. Het fonds zal dus van meet af aan over aanzienlijke vuurkracht beschikken en kan zijn activiteiten tevens mettertijd verder uitbreiden. De Commissie en de EIB houden het daarbij op een hefboomratio van 1:15, die zij solide en haalbaar achten. De EIB beschikt over ruime ervaring op dit gebied.

Daarnaast moeten, bovenop het door het EFSI gemobiliseerde bedrag van 315 miljard euro, de Europese structuur- en investeringsfondsen efficiënter worden ingezet, wat ertoe zal leiden dat het van het fonds uitgaande effect nog vele malen groter zal uitvallen. Ten slotte kunnen lidstaten en particuliere investeerders op platform- en op projectniveau deelnemen.

33.    Het geld gaat naar relatief veilige projecten die sowieso zouden worden gefinancierd. Verdringt het investeringsplan geen particuliere investeringen? 

Het EFSI legt zich toe op risicovollere projecten dan die welke de particuliere sector op eigen houtje zou financieren zonder de EU-garantie. Het fonds draagt bij in de financiering van projecten die niet uitsluitend door de publieke of de particuliere sector kunnen worden gefinancierd. Het EFSI is niet bedoeld om projecten te financieren die sowieso toegang kunnen krijgen tot financiering van de particuliere sector, de overheid of andere EU-regelingen. Het EFSI financiert gemiddeld slechts 20 % van de totale investering, zodat 80 % uit andere financieringsbronnen moet komen.

34.    De Commissie en de EIB beschouwen de multiplicator van 1:15 als een "voorzichtig gemiddelde, gebaseerd op de ervaring die is opgedaan met EU- en EIB-programma's". Naar welke concrete ervaring wordt hier verwezen?

Zoals vertegenwoordigers van de EIB bij diverse gelegenheden hebben gezegd, moet het geraamde multiplicatoreffect, afgaande op de EIB-ervaring, als "voorzichtig" worden bestempeld. De risicoafdeling van de EIB heeft een lange staat van dienst met leningactiviteiten in verschillende sectoren. Zo sorteert de kapitaalverhoging van de EIB in 2012-2013 een multiplicatoreffect van 1:18. De ervaring van de Commissie met het programma CIP-SMEG (kmo-financiering) duidt op een multiplicatoreffect van circa 1:30.

35.    Welke concrete gegevens zijn er beschikbaar? Is deze in het verleden opgedane ervaring relevant voor de huidige situatie met nationale begrotingen die onder druk staan?

Het multiplicatoreffect is een geraamd gemiddelde en er is geen direct verband met nationale begrotingssituaties. Een belangrijk element van de multiplicatorfactor is het aantrekken van particuliere investeerders. Anders dan een aantal jaar geleden is er meer dan genoeg liquiditeit in Europa. Particuliere investeerders beschikken dus over liquiditeit die zij kunnen inzetten om investeringen te verrichten.

36.    Welke financiële instrumenten worden in het kader van de EFSI-activiteiten gebruikt om particuliere/publieke investeerders warm te maken voor een project?       

Het EFSI zal met een breed scala aan financiële instrumenten werken en zal een soepele houding aannemen ten aanzien van de te hanteren instrumenten. Er zal daarbij naar het project in kwestie worden gekeken om op die manier tot de efficiëntste financieringsoplossingen te komen. Zo kan het EFSI gebruikmaken van schuldinstrumenten, garanties, eigenvermogensinstrumenten, quasi-eigenvermogensinstrumenten, kredietverbeteringsinstrumenten of durfkapitaal. Het fonds kan projecten rechtstreeks financieren dan wel deelnemen in fondsen die diverse projecten financieren.

37.    Hoe lang is het EFSI operationeel? Wat is de levensduur van het fonds?

De eerste investeringsperiode van het EFSI is vier jaar. Na drie jaar vindt een onafhankelijke evaluatie plaats. De Commissie zal met een verslag komen over het EU-brede effect van het fonds op de investeringen, de schepping van banen en de toegang van kmo's en midcaps tot financiering. Op basis van dat verslag zal de Commissie de medewetgevers (Raad en Parlement) een voorstel doen voor een nieuwe investeringsperiode met een passende financiering mits in het verslag wordt geconcludeerd dat:

  • het EFSI zijn doelen gaat bereiken en handhaving van een steunregeling voor investeringen wenselijk is, of
  • het EFSI zijn doelen niet gaat bereiken, maar handhaving van een steunregeling voor investeringen toch wenselijk is. In dat geval komt de Commissie met een voorstel tot wijziging van het EFSI om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen.

38.    Veel investeringen bestrijken een langere periode dan de levensduur van het EFSI. Hoe wordt daarmee omgegaan?

Bij de projecten die door het EFSI worden gefaciliteerd, gaat het om EIB- en EIF-projecten. Deze worden door de twee organisaties gevolgd ongeacht de duur van de investeringsperiode.

39.    Kunnen de schuld- en risicofinancieringsinstrumenten van het EFSI met structuurfondsen worden gecombineerd?

Lidstaten kunnen van structuurfondsen gebruikmaken om samen met het EFSI te investeren in projecten die daarvoor in aanmerking komen. De lidstaten en regionale autoriteiten wordt ook gevraagd de EU-fondsen waarover zij beschikken zo doeltreffend mogelijk voor de ondersteuning van investeringen aan te wenden door zich te concentreren op essentiële terreinen en door het multiplicatoreffect van elke geïnvesteerde euro te maximaliseren. Dat houdt in dat meer gebruik moet worden gemaakt van financiële instrumenten in de vorm van leningen, eigenvermogensinstrumenten en garanties, veeleer dan van traditionele subsidies.

In de context van het investeringsplan wordt ernaar gestreefd het gebruik van innovatieve financiële instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen in de periode 2014-2020 ten minste te verdubbelen. Het toegenomen gebruik van innovatieve financiële instrumenten, veeleer dan van subsidies, moet ervoor zorgen dat elke gemobiliseerde euro extra effect sorteert.

Door verdubbeling van het volume van innovatieve instrumenten en door gebruikmaking van het multiplicatoreffect zou tussen 2015 en 2017 ten minste 20 miljard euro aan extra investeringen in de reële economie via structuurfondsen kunnen worden aangetrokken.

De lidstaten wordt verzocht de resterende EU-fondsen van de programmeringsperiode 2007-2013 zo goed mogelijk te benutten en ervoor te zorgen dat zij volledig voor dit investeringsplan worden ingezet.

40.Bestaat er geen overlapping tussen het EFSI en de Europese structuur- en investeringsfondsen? 

Nee. De EFSI-verordening is zo opgezet dat de EFSI-risicofinancieringsmogelijkheden en die van de Europese structuur- en investeringsfondsen elkaar volledig aanvullen.

De twee bronnen dienen verschillende doelen en worden met verschillende financiële instrumenten geïmplementeerd. Met het EFSI wordt vooral beoogd particuliere investeerders warm te maken voor economisch levensvatbare projecten, terwijl de meeste Europese structuur- en investeringsfondsen subsidies verlenen.

De Commissie werkt aan concrete richtsnoeren waarin wordt aangegeven hoe de beheersinstanties deze kansen kunnen combineren. Voorts wordt er bij de lidstaten op aangedrongen het gebruik van innovatieve financiële instrumenten in de toekomst ten minste te verdubbelen om een zo groot mogelijk effect te sorteren met de structuurfondsen.

Een fictief voorbeeld: de aanleg van een tolweg in een industriecentrum zou investeerders kunnen aantrekken en dus gemakkelijker via het EFSI kunnen worden gefinancierd. De aanleg van een weg zonder tolheffing in een plattelandsgebied zal wellicht geen particuliere investeerders aanspreken en kan daarom beter via de Europese structuur- en investeringsfondsen worden gefinancierd.

MEMO/15/5419

Voor het publiek:


Side Bar