Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie - Informatieblad

Bosbranden bestrijden in Europa — hoe doe je dat?

Brussel, 17 juli 2015

In Europa vinden ieder jaar verwoestende bosbranden plaats, waardoor duizenden hectaren bos worden vernietigd. Zuid-Europese landen lopen weliswaar een hoger risico, maar geen enkel Europees land is gevrijwaard.

(Bijgewerkt op 10/08/2017)

Wanneer een bosbrand te groot wordt voor een land om deze alleen te blussen, kan het EU-mechanisme voor civiele bescherming in werking worden gesteld om voor een gecoördineerde respons te zorgen.

Gezamenlijke en gecoördineerde respons

Wanneer de nationale responscapaciteit voor bosbranden is overschreden, geven Europese landen vaak blijk van hun solidariteit en verlenen zij bijstand door blusvliegtuigen, helikopters, brandbestrijdingssystemen en personeel te sturen. Er is een manier om dit op Europees niveau gestructureerd te doen.

Het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties (ERCC) is het noodresponsknooppunt van de Europese Commissie. Het coördineert pan-Europese bijstand via het mechanisme voor civiele bescherming van de Europese Unie en zorgt ervoor dat alle landen die partij zijn bij het mechanisme snel informatie krijgen over de behoeften van een getroffen land tijdens een crisis. Niet de Commissie besluit tot activering van het mechanisme voor civiele bescherming, maar de nationale autoriteiten van het getroffen land.

Het EU-mechanisme voor civiele bescherming faciliteert en cofinanciert ook het vervoer van de hulp naar het getroffen gebied.

Voorbereid op het bosbrandseizoen

Het ERCC houdt actief toezicht op bosbranden en het risico daarop in heel Europa, en vormt de verbinding tussen de met civiele bescherming belaste instanties in Europa.

Het ERCC doet dit als volgt:

  • via nationale controlediensten en instrumenten zoals het Europees Bosbrandinformatiesysteem (EFFIS), dat een overzicht biedt van de gegevens die Europese landen verzamelen via hun nationale programma's voor bosbranden;
  • via regelmatige bijeenkomsten met alle landen die deelnemen aan het EU-mechanisme voor civiele bescherming, voorafgaand aan het bosbrandseizoen, om informatie uit te wisselen over het voorbereidingsniveau;
  • via wekelijkse videoconferenties gedurende de zomerperiode met de landen met een hoog risico op bosbranden: Kroatië, Frankrijk, Griekenland, Italië, Portugal en Spanje;
  • via detachering bij het ERCC, elke zomer, van deskundigen uit de staten die partij zijn bij het mechanisme voor civiele bescherming van de EU. Zij dragen niet alleen bij tot de algemene werkzaamheden van het ERCC, maar onderhouden ook regelmatige contacten met de nationale autoriteiten voor de civiele bescherming, wat belangrijk is in geval van activering van het EU-mechanisme voor civiele bescherming.

De bestrijding van bosbranden

Het EU-mechanisme voor civiele bescherming wordt vaak geactiveerd (ofwel voor een voorwaarschuwing, ofwel voor een verzoek om bijstand) in verband met bosbranden binnen Europa, maar ook daarbuiten.

Tijdens het bosbrandseizoen 2012 is negen keer om bijstand verzocht en was er één voorwaarschuwing: Bulgarije, Montenegro, Albanië, Slovenië, Bosnië en Herzegovina, Griekenland en Portugal vroegen om bijstand door blusvliegtuigen en Spanje heeft een voorwaarschuwing doen uitgaan. In 2013 is het mechanisme geactiveerd in verband met bosbranden in Bosnië en Herzegovina en in Portugal. In 2014 werd het geactiveerd door een verzoek om bijstand van Zweden en Griekenland, en voor een voorwaarschuwing in Noorwegen. In 2015 en 2016 hebben Griekenland, Cyprus, Frankrijk en Portugal het mechanisme in het kader van bosbranden geactiveerd. De zomer van 2017 werd gekenmerkt door een uitzonderlijk grote activiteit op het gebied van bosbranden. Tot 8 augustus 2017 was het mechanisme geactiveerd door Portugal, Montenegro, Frankrijk, Albanië en Italië (zelfs tweemaal door Italië).

De satellietkarteringsdienst van de Copernicus-dienst voor crisismanagement is ook herhaaldelijk geactiveerd in verband met noodsituaties die samenhingen met bosbranden.

Het EU-mechanisme voor civiele bescherming

Het EU-mechanisme voor civiele bescherming faciliteert de samenwerking bij rampenrespons tussen 34 Europese landen (de 28 EU-lidstaten, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, IJsland, Montenegro, Noorwegen, Servië en Turkije). Deze deelnemende staten bundelen hun middelen, die in de hele wereld kunnen worden ingezet.

De Commissie heeft zelf geen vliegtuigen of apparatuur, maar coördineert de activiteiten van de deelnemende staten.

Sinds de oprichting in 2001 heeft het EU-mechanisme voor civiele bescherming meer dan 400 rampen gemonitord en heeft het bijna 300 verzoeken om bijstand ontvangen. Het mechanisme heeft hulp verleend bij enkele van de meest verwoestende rampen waarmee de wereld te kampen heeft gehad, zoals de overstromingen in Servië en Bosnië en Herzegovina in 2014, de ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014, het conflict in Oekraïne in 2014, de aardbeving in Nepal in 2015, het conflict in Irak in 2016 en de orkaan “Matthew” in Haïti in 2016.

De wetgeving inzake het mechanisme voor civiele bescherming werd in 2013 herzien; er zijn toen belangrijke vernieuwingen in de wetgeving opgenomen. De oprichting van de Europese responscapaciteit voor noodsituaties (EERC), die bestaat uit een vrijwillige pool van vooraf vastgelegde responscapaciteiten van de deelnemende staten, is zo'n vernieuwing. De vrijwillige pool, die in oktober 2014 van start is gegaan, vergroot de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van het mechanisme en faciliteert ook een betere planning en coördinatie van de responsactiviteiten bij rampen.

Bosbrandpreventie

De primaire verantwoordelijkheid voor de preventie en bestrijding ligt bij het land waar de ramp plaatsvindt. De belangrijkste taak van de Commissie is het coördineren van een snelle en efficiënte respons via het EU-mechanisme voor civiele bescherming, wanneer dat wordt ingeschakeld. Daarnaast werkt de Commissie samen met de nationale diensten voor civiele bescherming om hun inspanningen op het gebied van preventie van en voorbereiding op bosbrand en de risicobeheersplanning aan te vullen en te coördineren.

Dit gebeurt door middel van:

  • De ondersteuning van de deelnemende lidstaten bij de financiering van projecten inzake preventie en paraatheid.
  • Het op verzoek inzetten van deskundigen om de risico's te beoordelen en lokale of nationale autoriteiten te adviseren en te ondersteunen.
  • De Commissie organiseert jaarlijkse vergaderingen met de lidstaten om het bosbrandseizoen in Europa te bespreken, en na te gaan hoe zij de deelnemende staten het beste terzijde kan staan bij hun inspanningen op het gebied van preventie.
  • De Commissie leert uit de opgedane ervaring en werkt goede praktijken uit op basis van haar activiteiten op het gebied van preventie en paraatheid.

Voorbeelden van projecten:

In januari 2017 is een tweejarig project op het gebied van bosbrandparaatheid van start gegaan, “de standaardisering van de opleiding op het gebied van bosbrandbestrijding in het Middellandse Zeegebied”. Dit project wordt door de Europese Commissie gefinancierd met een bijdrage van 325 732 euro. De Escola Nacional de bombeiros in Portugal is één van de partners. In het verleden heeft Portugal deelgenomen aan andere soortgelijke projecten, bijvoorbeeld het Spaans-Portugese Meteorologische informatiesysteem voor bosbranden in grensoverschrijdende operaties (Spitfire), dat in 2014 van start ging. Dat project werd door de EU gesteund met bijna 500 000 euro; het doel van het project was de uitwisseling van informatie op het gebied van meteorologie en van het risico op bosbranden in het grensgebied tussen Portugal en Spanje te verbeteren (ref. http://ec.europa.eu/echo/funding-evaluations/financing-civil-protection-europe/selected-projects_en). 

Bij Besluit 1313/2013/EU zijn voor het eerst verplichtingen op het gebied van rampenpreventie opgelegd aan de lidstaten, namelijk om risicobeoordelingen te ontwikkelen en een samenvatting van de resultaten te delen, alsmede om de beoordeling van hun risicobeheersingscapaciteit uit te voeren en te delen.

Meer informatie

Directoraat-generaal humanitaire hulp en civiele bescherming van de Europese Commissie

Europees bosbrandinformatiesysteem

 

MEMO/15/5411

Contactpersoon voor de pers:

Voor het publiek: Europe Direct per telefoon 00 800 67 89 10 11 of e-mail


Side Bar