Navigation path

Left navigation

Additional tools

Inbreukenpakket voor januari: voornaamste beslissingen

European Commission - MEMO/14/36   23/01/2014

Other available languages: EN FR DE DA ES IT PT FI EL CS LV PL SL BG

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 22 Januari 2014

Inbreukenpakket voor januari: voornaamste beslissingen

WERKGELEGENHEID & SOCIALE ZAKEN

ENERGIE

MILIEU

GEZONDHEID

INDUSTRIE & ONDERNEMERSCHAP

INTERNE MARKT & DIENSTEN

JUSTITIE

BELASTINGEN & DOUANE-UNIE

VERVOER

BE

1

1

BG

1

CY

1

CZ

1

DE

2

1

DK

1

EL

1

1

ES

1

FI

1

FR

2

1

2

IE

1

IT

2

LV

1

PL

1

1

PT

1

2

2

SI

2

1

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen vele sectoren en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De Commissie heeft vandaag 134 beslissingen genomen: bij 22 daarvan gaat het om een met redenen omkleed advies en bij 7 om een zaak die bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig is gemaakt. Hieronder volgt een samenvatting. Voor nadere informatie over inbreukprocedures, zie MEMO/12/12.

  1. Belangrijke zaken waarbij lidstaten zijn betrokken

  1. Dierenwelzijn: Commissie verzoekt België, Cyprus, Griekenland, Frankrijk, Slovenië en Finland om te voldoen aan verplichting betreffende groepshuisvesting van zeugen

Ter verbetering van het welzijn van varkens wordt in Richtlijn 2008/120/EG van de Raad voorgeschreven dat zeugen gedurende een gedeelte van hun dracht in groepen moeten worden gehouden en niet in individuele boxen. Dit voorschrift is op 1 januari 2013 van kracht geworden, na een overgangsperiode van 12 jaar. Nadat de Commissie in februari 2013 negen lidstaten formeel om naleving had verzocht (zie persbericht), heeft zij vandaag met redenen omklede adviezen uitgebracht aan vier van deze lidstaten die nog altijd niet volledig uitvoering lijken te hebben gegeven aan de in de richtlijn neergelegde verplichting betreffende de groepshuisvesting van zeugen: België, Cyprus, Griekenland en Frankrijk1. Indien deze landen niet binnen twee maanden aan het EU-recht voldoen, kan de Commissie de zaken aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Commissie heeft aan twee andere lidstaten – Slovenië en Finland – schriftelijke aanmaningen gezonden omdat zij onvolledig uitvoering hebben gegeven aan het voorschrift inzake zeugboxen. De volgende stap ten aanzien van deze landen, mochten zij zich niet binnen twee maanden aan het EU-recht conformeren, is een met redenen omkleed advies.

(meer informatie: F. Vincent – tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Schriftelijke aanmaning

  1. Commissie verzoekt Duitsland om toepassing van Richtlijn 2006/40/EG inzake klimaatregeling in voertuigen (zaak 2013/2254)

De Commissie heeft een verdere stap gezet om ervoor te zorgen dat Duitsland de richtlijn inzake klimaatregelingsapparatuur in voertuigen (MAC-richtlijn) naleeft. De Commissie verzoekt de Duitse autoriteiten deze richtlijn volledig toe te passen ten aanzien van door een Duitse fabrikant geproduceerde voertuigen.

Deze fabrikant heeft voertuigen die niet aan de EU-voorschriften voldoen, in de EU in de handel gebracht. De Duitse goedkeuringsinstanties hebben er evenwel voor gekozen geen actie te ondernemen en hebben de betrokken fabrikant geen passende maatregelen opgelegd om deze situatie te verhelpen. Voorts hebben de Duitse instanties in mei 2013 ingestemd met het verzoek van een fabrikant om de typegoedkeuring voor reeds geproduceerde en in de handel gebrachte voertuigen waarbij het nieuwe koelmiddel wordt gebruikt, te staken. Zij zijn akkoord gegaan met uitbreiding van de oude voertuigtypegoedkeuring tot die voertuigen. Hierdoor behoeft voor de betrokken voertuigen tot 1 januari 2017 niet aan de MAC-richtlijn te worden voldaan.

Volgens de Commissie zijn er aanwijzingen dat uitsluitend om uitbreiding van de typegoedkeuring is verzocht om de toepassing van de MAC-richtlijn te omzeilen, die hierdoor zijn beoogde effecten verliest.

De Commissie blijft zich onverminderd inzetten om ervoor te zorgen dat de klimaatdoelstellingen van de richtlijn worden gerealiseerd en dat het EU-recht overal op de interne markt uniform wordt toegepast, zodat er sprake is van billijke concurrentievoorwaarden voor alle marktdeelnemers.

Duitsland heeft in het kader van de EU-inbreukprocedure vanaf nu twee maanden de tijd om op de schriftelijke aanmaning van de Commissie ter zake te antwoorden.

(meer informatie: C. Corazza – tel. +32 229-51752 - mobiel +32 498992862)

  1. Zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt

  1. Hernieuwbare energie: Commissie daagt Ierland voor Hof wegens niet-omzetting van EU-voorschriften

De Europese Commissie daagt Ierland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie omdat het de richtlijn inzake hernieuwbare energie niet volledig heeft omgezet. Volgens de richtlijn moet in 2020 energie uit hernieuwbare bronnen 20 % van het totale energieverbruik in de EU uitmaken. De richtlijn moest uiterlijk op 5 december 2010 door de lidstaten zijn omgezet.

De Commissie stelt een dwangsom van 25 447,5O EUR per dag voor. Daarbij is rekening gehouden met de duur en de ernst van de inbreuk. Als het Hof de vordering toewijst, is de dwangsom per dag verschuldigd vanaf de datum van de uitspraak van het arrest totdat de omzetting is voltooid. Over het uiteindelijke bedrag van de dwangsom beslist het Hof.

(meer informatie: IP/14/44 – M. Holzner - tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Milieu: Europese Commissie verzoekt Hof Italië financiële sancties op te leggen

De Europese Commissie daagt Italië voor het Hof van Justitie van de EU omdat het de nieuwe Europese voorschriften over dierproeven niet in zijn nationale wetgeving heeft opgenomen. Richtlijn 2010/63/EU betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt moest uiterlijk op 10 november 2012 in nationaal recht zijn omgezet. Op aanbeveling van Europees commissaris voor Milieu Janez Potočnik verzoekt de Europese Commissie het Hof om een dwangsom van 150 787 EUR per dag op te leggen.

(meer informatie: IP/14/46 – J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Milieu: Commissie daagt Bulgarije voor Hof in verband met illegale stortplaatsen

De Europese Commissie maakt zich zorgen over het feit dat Bulgarije zijn burgers niet afdoende beschermt tegen de gevolgen van slecht afvalbeheer. Ondanks eerdere waarschuwingen van de Commissie worden tal van stortplaatsen in Bulgarije nog steeds geëxploiteerd in strijd met de EU-regelgeving inzake afvalstoffen en stortplaatsen, zodat zij een ernstig risico voor de gezondheid van de mens en het milieu opleveren. In een poging om Bulgarije tot meer inspanningen op dit gebied aan te sporen, daagt de Commissie Bulgarije op aanbeveling van Europees commissaris voor Milieu Janez Potočnik voor het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: IP/14/47 – J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Nationaliteitsvereiste voor notarissen: Commissie daagt Letland voor Hof

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Letland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat het de toegang tot en de uitoefening van het ambt van notaris alleen aan zijn eigen onderdanen toestaat.

Het Hof van Justitie van de EU heeft reeds in mei 2011 verklaard dat een dergelijk nationaliteitsvereiste in strijd is met het beginsel van vrijheid van vestiging en dat de activiteiten van notarissen geen werkzaamheden ter uitoefening van het openbaar gezag zijn en dus niet vallen onder de uitzonderingsregeling van artikel 51 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(meer informatie: IP/14/48 – C. Hughes - tel. +32 229-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. Verkeersveiligheid: Commissie daagt Portugal voor Hof wegens niet-vaststelling van richtsnoeren voor beoordeling van veiligheid van infrastructuur

De Europese Commissie heeft besloten Portugal voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat het geen dwingende richtsnoeren voor de toepassing van procedures voor het veiligheidsbeheer van de wegeninfrastructuur van het trans-Europese netwerk (TEN-V) heeft vastgesteld en aangemeld. Door de vaststelling van deze richtsnoeren zouden minder dodelijke slachtoffers op de Portugese wegen vallen, waardoor het reeds dalende aantal verkeersdoden in Portugal verder zou teruglopen.

(meer informatie: IP/14/49 – H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Belastingen: Commissie daagt Portugal voor Hof in verband met exitheffingen voor natuurlijke personen

De Europese Commissie heeft besloten Portugal voor het Europese Hof van Justitie te dagen wegens discriminatie van belastingplichtigen die hun fiscale woonplaats naar buiten Portugal verleggen. De Commissie acht dergelijke bepalingen onverenigbaar met hun in de Verdragen verankerde recht van vrij verkeer.

(meer informatie: IP/14/50 – E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Milieu: Europese Commissie daagt Slovenië voor Hof in verband met vervuilingsproblemen door afvalverwijdering

De Europese Commissie daagt Slovenië voor het Hof omdat het zich niet houdt aan de EU-wetgeving inzake afval. Twee illegale stortplaatsen met gevaarlijke afvalstoffen, een nabij het centrum van Celje en een tweede in het nabijgelegen Bukovzlak, baren de Commissie zorgen. Stortplaatsen die niet in overeenstemming zijn met de EU-afvalwetgeving kunnen een ernstige bedreiging voor de menselijke gezondheid en het milieu vormen. Slovenië had zich bereid verklaard om het probleem aan te pakken, maar de geringe vooruitgang die is geboekt is voor de Commissie aanleiding om Slovenië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

(meer informatie: IP/14/51 – J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Met redenen omklede adviezen

  1. Belastingen: Commissie verzoekt België einde te maken aan discriminatie van in andere lidstaten gevestigde kredietinstellingen

De Commissie heeft België verzocht zijn wettelijke voorschriften inzake transacties in bepaalde effecten te wijzigen. Op grond van deze voorschriften is het uitsluitend in België gevestigde kredietinstellingen toegestaan afwikkelingssystemen met fiscale verevening (tax clearing) te exploiteren. De betrokken afwikkelingssystemen maken het mogelijk vastrentende effecten aan te houden en over te dragen.

De Commissie ziet geen geldige rechtvaardigingsgrond om in andere lidstaten gevestigde kredietinstellingen uit te sluiten. België zou hieraan dezelfde eisen kunnen stellen als aan Belgische instellingen en zou gebruik kunnen maken van de beschikbare EU-instrumenten voor administratieve samenwerking tussen de belastingdiensten om de naleving van de belastingwetgeving te waarborgen.

De Commissie is derhalve van oordeel dat de uitsluiting van in andere EU-lidstaten gevestigde kredietinstellingen in strijd is met de vrijheid van dienstverrichting in de zin van artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Het verzoek heeft de vorm van een met redenen omkleed advies. Als zij binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan de Commissie België voor het Hof van Justitie van de EU brengen.

(meer informatie: E. Traynor – tel. +32 229-21548 - mobiel +32 49898371)

  1. Energiediensten: Commissie verzoekt Tsjechië ervoor te zorgen dat eindverbruikers van energie beschikking krijgen over individuele meters

De Commissie heeft Tsjechië vandaag formeel verzocht zijn nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2006/32/EG inzake energiediensten. Op grond van deze richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de eindafnemers van energie tegen concurrerende prijzen de beschikking krijgen over individuele meters die hun werkelijke energieverbruik nauwkeurig weergeven. Individuele meting speelt een cruciale rol bij de bevordering van efficiënt gebruik van energie, aangezien de energieconsumenten daardoor in staat zijn hun individuele consumptie van elektriciteit, gas of energie voor verwarming, koeling of warm water beter in de gaten te houden. Individuele meting is ook nodig voor de individuele facturering op basis van het werkelijke verbruik. De richtlijn moest uiterlijk op 17 mei 2008 volledig in nationaal recht zijn omgezet. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Indien Tsjechië over twee maanden nog niet aan zijn wettelijke verplichting heeft voldaan, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie.

Zie voor meer informatie over de richtlijn energiediensten: http://ec.europa.eu/energy/efficiency/end-use_en.htm

(meer informatie: M. Holzner – tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Ondernemingen: Commissie verzoekt Duitsland handelsbelemmeringen voor pyrotechniek op te heffen (zaak 2012/2198)

De Europese Commissie heeft Duitsland verzocht om wijziging van zijn voorschriften betreffende de vereisten voor pyrotechnische voorwerpen (inclusief vuurwerk) die tevoren in een andere EU-lidstaat zijn getest en CE-gemarkeerd. De Duitse voorschriften houden bijkomende verplichtingen in, naast die op grond van Richtlijn 2007/23/EG betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen, en werpen dus een handelsbelemmering op.

De Duitse wetgeving schrijft voor dat de fabrikanten en importeurs CE-gemarkeerde pyrotechnische artikelen, samen met de gebruiksaanwijzing, aanmelden bij de Bundesanstalt für Materialforschung und -prüfung (BAM), voordat zij die in Duitsland in de handel brengen. Tevens moet de gebruiksaanwijzing het identificatienummer vermelden dat door de BAM hierbij is toegekend. De Commissie is van oordeel dat Duitsland met deze bijkomende verplichtingen die gelden voor in een ander EU-land rechtmatig vervaardigde en in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen, niet voldoet aan de internemarktregels.

Daarom heeft de Commissie een met redenen omkleed advies aan Duitsland gericht met het verzoek om zijn nationale wetgeving op dit gebied te herzien. Stelt Duitsland de Commissie niet binnen twee maanden in kennis van de maatregelen die het heeft genomen om zijn verplichtingen uit hoofde van de richtlijn volledig na te komen, dan kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: C. Corazza – tel. +32 229-51752 - mobiel +32 498992862)

  1. Vervoer: Commissie dringt er bij Duitsland op aan nodige maatregelen te nemen voor ratificatie van Overeenkomst voor luchtvervoer (ATA) tussen Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Verenigde Staten van Amerika, anderzijds

De Europese Commissie dringt er bij Duitsland op aan de nodige maatregelen te nemen voor de ratificatie van de Overeenkomst voor luchtvervoer (ATA) tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Verenigde Staten van Amerika, anderzijds.  De Commissie is van mening dat de overeenkomst bijdraagt tot de liberalisering van de bilaterale luchtvervoersmarkt aangezien zij zorgt voor nieuwe handelsvrijheid voor de exploitanten en een nieuw regelgevingskader waarbinnen deze vrijheid kan worden uitgeoefend, waaruit blijkt hoeveel belang Europa en de Verenigde Staten hechten aan veilige, zekere en efficiënte regulering van de sector.

Duitsland is de enige lidstaat die de in 2007 ondertekende ATA nog niet heeft geratificeerd. Blijft mededeling van adequate maatregelen achterwege, dan kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(meer informatie: H. Kearns – tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Vervoer per spoor: Commissie verzoekt Denemarken omzetting van EU-wetgeving inzake veiligheid van spoorverkeer te voltooien

De Commissie verzoekt Denemarken alle nationale voorschriften in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de spoorwegen, met name wat betreft de status van onderzoek en de onafhankelijkheid van het onderzoeksorgaan.

De richtlijn heeft tot doel veiligheidseisen vast te stellen voor het spoorwegsysteem, met inbegrip van het veilige beheer van de infrastructuur en het verkeer, de taken en de verantwoordelijkheden van spoorwegondernemingen en infrastructuurbeheerders en de interactie daartussen. Bij die richtlijn wordt een gemeenschappelijke regelgevingskader voor veiligheid ingesteld, en worden het veiligheidsbeheer en -toezicht alsmede het onderzoek van ongevallen geregeld. De richtlijn had uiterlijk op 30 april 2006 van kracht moeten zijn.

Als Denemarken niet op bevredigende wijze reageert, kan de Commissie de zaak bij het Hof van Justitie van de EU aanhangig maken. De Commissie heeft in dit verband in februari 2013 een inbreukprocedure tegen Denemarken ingeleid; nu wordt een met redenen omkleed advies verstuurd (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure). Denemarken heeft twee maanden de tijd om een antwoord te sturen aan de Commissie.

(meer informatie: H. Kearns – tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Pensioenrechten: Commissie verzoekt Griekenland voor echt gewaarmerkte afschriften van documenten uit andere lidstaten te aanvaarden

De Europese Commissie heeft Griekenland verzocht om te voldoen aan de Europese regels inzake het vrij verkeer van werknemers door door Cyprus voor echt gewaarmerkte afschriften van pensioendossiers te aanvaarden en rekening te houden met de tijdvakken van verzekering die zijn vervuld in andere lidstaten waar een persoon heeft gewerkt. De Commissie heeft van een Cypriotische burger die zowel in Griekenland als in Cyprus heeft gewerkt een klacht ontvangen met betrekking tot haar verzoek om een gedeeltelijk pensioen. Aangezien zij in Cyprus woonachtig is, is de procedure voor haar pensioenberekening ingeleid door de Cypriotische autoriteiten; de Griekse autoriteiten hebben evenwel geweigerd een door de Cypriotische autoriteiten voor echt gewaarmerkt afschrift van haar Griekse pensioendossier te aanvaarden als bewijs van haar in Griekenland vervulde tijdvak van arbeid. In plaats daarvan is haar verzocht de originele documenten over te leggen als voorwaarde om het dossier te kunnen behandelen. De Commissie is van mening dat dergelijke praktijken een belemmering vormen voor het vrij verkeer van werknemers binnen de EU en indruisen tegen het evenredigheidsbeginsel dat is neergelegd in Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. Deze verordening verbiedt procedures die een onevenredig zware belasting voor aanvragers tijdens de behandeling van documenten vormen. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Griekenland heeft nu twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen om dit probleem op te lossen. Anders kan de Commissie Griekenland voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: J. Todd – tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Arbeidstijd: Commissie verzoekt Spanje om recht van leden van Guardia Civil op beperking van werktijden en op minimumrusttijden te eerbiedigen

De Europese Commissie heeft Spanje verzocht het recht van de leden van de Guardia Civil op minimumrusttijden en op de beperking van de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd tot 48 uur, zoals voorgeschreven door Richtlijn 2003/88/EG betreffende de arbeidstijd, te eerbiedigen. Op grond van de huidige Spaanse nationale wettelijke voorschriften komen bepaalde categorieën personeel van de Guardia Civil hiervoor niet in aanmerking, met name leden van de commandostructuur, leden met leidinggevende functies, leden met onderwijstaken en leden met onderzoekbevoegdheden. Krachtens bovenbedoelde richtlijn kunnen de lidstaten leidinggevend personeel of andere personen met een autonome beslissingsbevoegdheid uitsluiten van de beperking van de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd tot 48 uur en de minimumrusttijden. Deze uitzondering geldt evenwel alleen voor personen die beschikken over een echte en effectieve autonomie wat de bepaling van de duur en de organisatie van hun arbeidstijd betreft, wat ten minste bij het merendeel van het betrokken personeel van de Guardia Civil niet het geval is. Het is de lidstaten krachtens de richtlijn tevens toegestaan om werkzaamheden waarbij de continuïteit van de dienst moet worden gewaarborgd of werkzaamheden die verband houden met de noodzakelijke bescherming van goederen en personen, van de bepalingen inzake minimumrusttijden uit te sluiten, evenwel enkel op voorwaarde dat de betrokken werknemers gelijkwaardige compenserende rusttijden worden geboden, die onder de Spaanse nationale wettelijke regeling niet zijn gegarandeerd. Als gevolg hiervan loopt het betrokken personeel van de Spaanse Guardia Civil het risico op te lange arbeidstijden zonder voldoende rusttijden. De Commissie heeft verschillende klachten over deze situatie ontvangen. Het verzoek is gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Spanje heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die worden genomen om de nationale wettelijke regeling in overeenstemming met het EU-recht te brengen Anders kan de Commissie Spanje voor het Hof van Justitie van de EU dagen. De Commissie heeft Spanje al eerder voor het Hof gedaagd in verband met de toepassing van de EU-gezondheids- en veiligheidswetgeving op leden van de Guardia Civil (zie IP/13/963).

(meer informatie: J. Todd – tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Ondernemingen: Commissie verzoekt Frankrijk handelsbelemmeringen voor alcoholtesters in auto's op te heffen (zaak 2012/4188)

De Europese Commissie heeft Frankrijk verzocht zijn voorschriften voor het gebruik van alcoholtesters in auto's en door de politie te wijzigen. Het gebruik van in andere EU-landen goedgekeurde tests is thans door de Franse voorschriften niet toegestaan, wat een belemmering voor het vrij verkeer van goederen binnen de EU betekent.

Op grond van de Franse wettelijke regeling zijn automobilisten momenteel verplicht geen andere testers dan die met de NF-certificering ("normes françaises", het Franse collectieve certificeringsmerk) in hun auto's te hebben; ook de politie maakt bij controles alleen gebruik van alcoholtesters voorzien van het NF-certificeringsmerk. De Commissie acht de Franse doelstelling om auto-ongevallen te voorkomen waarbij alcohol in het spel is, legitiem, maar stelt zich op het standpunt dat alcoholtests die eerder in andere EU-landen zijn gecertificeerd – of die voldoen aan de "NF" of een gelijkwaardige norm – eveneens moeten worden aanvaard. De Commissie is van mening dat Frankrijk in dit geval handelt in strijd met de beginselen van non-discriminatie en van wederzijdse erkenning van in een andere EU-lidstaat rechtmatig vervaardigde en in de handel gebrachte producten.

Daarom heeft de Commissie een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij Frankrijk verzoekt zijn wettelijke regeling aan te passen om te voldoen aan het relevante EU-recht, te weten artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Stelt Frankrijk de Commissie niet binnen twee maanden in kennis van de maatregelen die het heeft genomen om zijn verplichtingen uit hoofde van het EU-recht volledig na te komen, dan kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: C. Corazza – tel. +32 229-51752 - mobiel +32 498992862)

  1. Milieu: Commissie verzoekt Frankrijk om betere behandeling van afvalwater van kleine agglomeraties

De Europese Commissie verzoekt Frankrijk de behandeling van het afvalwater van een aantal kleine agglomeraties in het hele land te verbeteren. Op grond van het EU-recht moeten steden hun stedelijk afvalwater opvangen en behandelen, aangezien onbehandeld afvalwater besmet kan zijn met schadelijke bacteriën en virussen en bijgevolg een gevaar voor de volksgezondheid kan vormen. Volgens EU-recht moest uiterlijk in 2005 zijn voorzien in de secundaire behandeling van alle afvalwater van kleine agglomeraties (d.w.z. met een inwonerequivalent tussen 10 000 en 15 000 inwoners). In 2009 is een inbreukprocedure tegen Frankrijk ingeleid omdat 551 kleine agglomeraties niet aan de Europese normen voldeden. Er is goede vooruitgang geboekt, maar meer dan 8 jaar na de oorspronkelijke uiterste termijn schieten 54 kleine agglomeraties nog steeds tekort bij de naleving van de EU-norm. Daarom heeft de Commissie een met redenen omkleed advies gezonden. Als Frankrijk de richtlijn niet naleeft, kan de zaak voor het Hof van Justitie van de EU worden gebracht.

(meer informatie: J. Hennon – tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Milieu: Commissie verzoekt Frankrijk om wijziging van wettelijke regeling inzake milieueffectbeoordelingen

De Europese Commissie heeft Frankrijk gevraagd ervoor te zorgen dat zijn wettelijke regeling in overeenstemming is met de EU-voorschriften voor milieueffectbeoordelingen. Deze beoordelingen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat projecten die aanzienlijk milieueffect kunnen hebben worden beoordeeld alvorens zij worden goedgekeurd, zodat bekend is wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn. De Franse wettelijke regeling lijkt de verplichting tot het verrichten van dergelijke beoordelingen te omzeilen bij "voorlopige vergunningen", die door de autoriteiten kunnen worden verleend wanneer een reguliere vergunning voor bepaalde soorten werkzaamheden, waaronder de winning van delfstoffen, ontbreekt. In zijn antwoord op een in januari vorig jaar verzonden aanmaningsbrief heeft Frankrijk de Commissie meegedeeld niet voornemens te zijn de nationale wettelijke regeling te wijzigen. De Commissie blijft van mening dat de Franse wettelijke regeling momenteel niet in overeenstemming is met de MEB-richtlijn, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie, en heeft een met redenen omkleed advies gestuurd. Als Frankrijk de richtlijn niet naleeft, kan de zaak voor het Hof van Justitie van de EU worden gebracht.

(meer informatie: J. Hennon – tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Milieu: Commissie verzoekt Italië om wijziging van waterwetgeving

De Europese Commissie verzoekt Italië om zijn waterwetgeving in overeenstemming te brengen met de EU-normen. Er is verzuimd de Kaderrichtlijn water, het Uniekader voor optreden op het gebied van het waterbeleid, in nationaal recht om te zetten. Door de Commissie in 2009 uitgevoerde conformiteitscontroles hebben een aantal problemen aan het licht gebracht. Zij heeft daarop in mei 2010 een aanmaningsbrief verstuurd, in maart 2012 gevolgd door een met redenen omkleed advies. Hoewel veel van de oorspronkelijke problemen thans zijn aangepakt, wordt een aanvullend met redenen omkleed advies gestuurd betreffende de minimumvereisten voor programma's die de diffuse oorzaken van waterverontreiniging en de maatregelen ter preventie of beheersing van de introductie van verontreinigende stoffen moeten bestrijken. Als Italië de richtlijn niet naleeft, kan de zaak voor het Hof van Justitie van de EU worden gebracht.

(meer informatie: J. Hennon – tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Beroepskwalificaties: Commissie verzoekt Polen EU-voorschriften voor advocaten na te leven

De Europese Commissie heeft Polen vandaag verzocht de EU-voorschriften betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties voor advocaten na te leven. De Poolse advocatenwet, zoals geïnterpreteerd door het Poolse Ministerie van Justitie, behelst vrijstellingen van de verplichting om het Poolse staatsexamen af te leggen om het beroep van advocaat te kunnen uitoefenen. Volgens die wet mag de bevoegde autoriteit geen rekening houden met de ervaring dankzij welke relevante vakkennis en vaardigheden (waaronder in het Poolse recht) kunnen zijn verworven, tenzij die ervaring is opgedaan in het kader van een contract met een advocatenkantoor naar Pools recht. Volgens de interpretatie die de Commissie aan artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie geeft, mogen de beoordelingscriteria uitsluitend betrekking hebben op de door een kandidaat tijdens een stage verworven kennis en ervaring. Noch de rechtsverhouding tussen de kandidaat en het advocatenkantoor waar de ervaring is opgedaan noch het land van vestiging van het advocatenkantoor lijkt van significante invloed te zijn op het niveau van en het soort vereiste vakkennis. In overeenstemming met de tweede fase van de EU-inbreukprocedure doet de Commissie haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Als Polen niet binnen twee maanden reageert, kan de Commissie de zaak voor het Hof van Justitie van de Europese Unie brengen.

Zie voor meer informatie: http://ec.europa.eu/internal_market/qualifications/other_directives/lawyers/index_en.htm

(meer informatie: C. Hughes – tel. +32 2-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. Commissie dringt er bij Polen op aan te voldoen aan EU-voorschriften inzake gescheiden boekhouding bij spoorwegen

De Europese Commissie is bezorgd over het feit dat Polen niet voor volledige transparantie heeft gezorgd door de boekhoudingen van infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen te scheiden (Richtlijn 2012/34/EU). Een van de voornaamste doelstellingen die hiermee worden nagestreefd, is te zorgen voor transparantie bij de besteding van overheidsmiddelen en een rationelere toewijzing, zodat vervoersondernemingen op dezelfde voorwaarden met elkaar kunnen concurreren, in het voordeel van de eindgebruikers.

Tot op heden heeft Polen boekhoudregels als de verplichting van gescheiden boekhoudingen voor spoorwegvervoersdiensten en spoorweginfrastructuurbeheerders, nog niet volledig omgezet. In de wijze waarop de boekhoudingen worden gevoerd moet ook zijn terug te vinden dat het verboden is overheidsmiddelen van één van deze twee sectoren aan de andere sector over te dragen, teneinde kruissubsidies te voorkomen.

Het voeren van transparante boekhoudingen is de enige manier om vast te stellen hoe overheidsgeld wordt besteed en of dat wordt gebruikt voor andere dan de beoogde doeleinden. Op grond van de huidige regeling in Polen is het namelijk niet uitgesloten dat overheidsmiddelen die bestemd zijn voor infrastructurele doeleinden of die zijn uitgetrokken voor bepaalde categorieën vervoersdiensten, worden gebruikt voor de kruissubsidiëring van andere vervoersdiensten.

Dit zou de concurrentie kunnen verstoren, waardoor een oneerlijk concurrentievoordeel zou kunnen worden verschaft aan de sectoren die overheidssubsidies ontvangen.

Aangezien dit indruist tegen de bestaande EU-regels, die beogen een efficiënte, niet-verstoorde en concurrentiegerichte interne EU-markt voor railvervoer tot stand te brengen, heeft de Commissie een met redenen omkleed advies aan Polen gericht. Als de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij Polen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie brengen.

(meer informatie: H. Kearns – tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Portugal: verzuim om verdrag inzake schadeloosstelling bij olielozingen te ratificeren

De Commissie heeft vandaag een met redenen omkleed advies aan Portugal gericht in het kader van de tweede fase van de inbreukprocedure, omdat het heeft verzuimd het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie ("Bunkerolieverdrag") te ratificeren. Naar EU-recht (Beschikking 2002/762/EG van de Raad en artikel 4 VEU) zijn de lidstaten van de EU verplicht het verdrag te ratificeren; dit verdrag beoogt passende schadeloosstelling te waarborgen van hen die schade ondervinden wanneer als brandstof in scheepsbunkers vervoerde olie in zee terechtkomt. Op grond van het verdrag is een geregistreerde scheepseigenaar verplicht een verzekering te hebben afgesloten ter dekking van de schade door olieverontreiniging. De niet-inachtneming van de desbetreffende voorschriften door Portugal betekent dat de slachtoffers van olieverontreiniging niet beschermd zijn ingeval olie in de Portugese wateren terechtkomt. Het verdrag is in 2001 aangenomen en sindsdien door 74 landen geratificeerd, waaronder alle 27 overige lidstaten van de EU. Tot op heden is de desbetreffende parlementaire procedure voor ratificatie in Portugal niet voltooid, wat betekent dat het land niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van het EU-recht.

(meer informatie: M. Andreeva – tel. +32 229-91382 - mobiel +32 498991382)

  1. Vervoer: Commissie verzoekt Portugal om wijziging van nationale maatregelen voor veilig vervoer van gevaarlijke goederen

De Commissie heeft Portugal verzocht om wijziging van zijn nationale wettelijke regeling met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen (zoals industriële chemische producten, aardolieproducten of explosieve materialen) over de weg en per spoor. Portugal heeft geen omzettingsmaatregelen bekendgemaakt voor de voorschriften die op 1 juli 2013 van kracht zijn geworden. Daarom heeft de Commissie vandaag hierover een met redenen omkleed advies aan Portugal gericht.

De richtlijn betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land is in 2008 vastgesteld. De richtlijn wordt om de twee jaar herzien, om deze bijgewerkt te houden met de technische vooruitgang en de samenhang te bewaren met de desbetreffende internationale overeenkomsten. De Commissie heeft de richtlijn voor het laatst bijgewerkt in december 2012. De richtlijn specificeert uniforme voorwaarden voor het veilige vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor en via de binnenvaart in de EU. Niet-naleving van de gemeenschappelijke bepalingen kan leiden tot onnodige risico's tijdens het vervoer en het vervoer van deze stoffen en voorwerpen in de EU belemmeren.

(meer informatie: H. Kearns – tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Belastingen: Commissie verzoekt Portugal om bij belastingheffing op tweedehandsvoertuigen rekening te houden met reële waardevermindering

De Commissie heeft Portugal formeel verzocht om wijziging van zijn wettelijke regeling inzake de belastingheffing op ingevoerde tweedehandsvoertuigen. Bij de berekening van de belastbare waarde van uit een andere lidstaat in Portugal ingevoerde tweedehandsvoertuigen wordt geen rekening wordt gehouden met de reële waarde van het voertuig. Er wordt enkel waardevermindering in aanmerking genomen bij voertuigen die tussen de één en vijf jaar oud zijn. Dit kan resulteren in een hogere belasting dan bij voertuigen die in Portugal zijn gekocht. Het verzoek van de Commissie is gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in een inbreukprocedure). Als zij binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan de Commissie Portugal voor het Hof van Justitie van de EU brengen.

(meer informatie: E. Traynor -– tel. +32 229-21548 - mobiel +32 49898371)

  1. Milieu: Commissie verzoekt Slovenië lijst van niet meer in gebruik zijnde mijnen te publiceren

De Europese Commissie verzoekt Slovenië een lijst op te stellen van niet meer in gebruik zijnde mijnen die schade kunnen veroorzaken voor de mens en het milieu. Op grond van de richtlijn inzake mijnbouwafval hadden de lidstaten tot mei 2012 de tijd om een lijst te publiceren van dergelijke mijnen op hun grondgebied die ernstige milieuschade kunnen veroorzaken. Slovenië heeft deze uiterste termijn laten verstrijken en de Commissie heeft in oktober 2012 een inbreukprocedure ingeleid. De Sloveense autoriteiten hebben regelmatig melding gemaakt van vooruitgang; de lijst is evenwel nog niet volledig en Slovenië ligt achter op het tijdschema dat het met de Commissie heeft afgesproken. Er wordt een met redenen omkleed advies verzonden; indien Slovenië niet binnen twee maanden reageert, kan de zaak worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: J. Hennon – tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

1 :

Er zijn geen met redenen omklede adviezen aan de overige vijf lidstaten gezonden, omdat de Commissie momenteel in de geest van loyale samenwerking beoordeelt in hoeverre deze landen de richtlijn naleven.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website