Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

NOTA

Brussel, 6 november 2013

Vragen en antwoorden over het EU-beleid inzake de teelt en de invoer van ggo's

Wat is de huidige procedure voor de verlening van vergunningen voor de teelt van ggo's?

Genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) worden op EU-niveau van geval tot geval toegelaten na een aanvraag van een onderneming. Aanvragen voor de teelt van ggo's kunnen worden ingediend op basis van Verordening (EG) nr. 1829/2003 inzake genetisch gemodificeerde (gg) levensmiddelen en diervoerders of op basis van Richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie van ggo's in het milieu. In beide gevallen spelen de lidstaten een belangrijke rol, aangezien zij de initiële risicobeoordeling van de ggo's voor de teelt uitvoeren.

Nadere informatie over de vergunningprocedures is te vinden op:

http://ec.europa.eu/food/plant/gmo/authorisation/index_en.htm

Worden in de EU al ggo's geteeld?

Ja. In de EU wordt één gg-maissoort – MON 810 – voor commerciële doeleinden geteeld. Met de genetische modificatie van dit product wordt beoogd het gewas tegen een schadelijk insect – de Europese maisboorder – te beschermen. Het is in 1998 toegelaten.

In 2012 werd MON 810 vooral geteeld in Spanje (116 306 hectare), Portugal (9 278 hectare), Tsjechië (3 052 hectare), Roemenië (217 hectare) en Slowakije (189 hectare)1. Deze teelt bestreek 1,35 % van de 9,5 miljoen hectare mais die in de EU werd geteeld en 0,23 % van de 55,1 miljoen hectare genetisch gemodificeerde mais die wereldwijd werd geteeld2.

In 2010 is een vergunning verleend voor de teelt en de industriële verwerking in de EU van de gg-zetmeelaardappel Amflora. Deze wordt sinds 2011 niet meer in de EU geteeld.

Zijn er lidstaten die de teelt van ggo's al hebben verboden?

Ja. Acht lidstaten (Bulgarije, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Italië, Luxemburg, Oostenrijk en Polen) hebben vrijwaringsmaatregelen genomen en de teelt van de gg-maissoort MON 810 op hun grondgebied verboden. Ook Frankrijk verbood de teelt ervan, maar dit verbod is in augustus 2013 vernietigd door de Franse Raad van state. Bovendien hebben Griekenland, Hongarije, Luxemburg, Oostenrijk en Polen de Commissie meegedeeld dat zij de teelt van de Amflora-aardappel verboden. Alle aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) voorgelegde vrijwaringsmaatregelen zijn wetenschappelijk ongegrond verklaard.

Waarom dient de Commissie vandaag een ontwerpbesluit voor de vergunning van 1507-mais van Pioneer bij de Raad in?

In 2001 heeft de onderneming Pioneer voor de teelt van 1507-mais (die resistent is tegen bepaalde voor mais schadelijke nachtvlinderrupsen, zoals de Europese maisboorder) een vergunning aangevraagd op basis van Richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie van ggo's in het milieu. In 2007 heeft Pioneer bij het Gerecht van de Europese Unie een eerste beroep wegens nalaten tegen de Commissie ingesteld omdat deze geen besluit betreffende de vergunning van die mais ter stemming had voorgelegd aan het regelgevend comité. Het Gerecht heeft deze procedure beëindigd nadat de Commissie in februari 2009 een ontwerpvergunningbesluit had voorgesteld aan het regelgevend comité. Het comité bracht evenwel geen advies uit. In 2010 heeft Pioneer een tweede beroep wegens nalaten (zaak T-164/10) tegen de Commissie ingesteld omdat deze, nu een advies van het regelgevend comité uitbleef, bij de Raad geen voorstel voor een vergunningbesluit had ingediend overeenkomstig de comitéprocedure die toen van toepassing was (Besluit 1999/468/EG van de Raad).

Op 26 september 2013 heeft het Gerecht een arrest gewezen in zaak T-164/10, waarin het heeft verklaard dat de Commissie de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens Richtlijn 2001/18/EG door geen voorstel bij de Raad in te dienen overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Besluit 1999/468/EG van de Raad.

De Commissie neemt daarom conform artikel 266 VWEU de maatregelen die nodig zijn om het arrest uit te voeren en een einde te maken aan het nalaten, en dient een ontwerpbesluit voor de vergunning van 1507-mais bij de Raad in. Om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het milieu te waarborgen is het ontwerpvergunningbesluit licht gewijzigd teneinde rekening te houden met de aanbevelingen van de EFSA uit 2011 en 2012.

Betekent dit dat de Europese Commissie voorstander is van de teelt van 1507-mais?

De Commissie neemt geen standpunt voor of tegen een bepaald ggo in. Als hoedster van de Verdragen is zij gehouden de bestaande wetgeving toe te passen. Ter herinnering: De Raad en het Parlement hebben Richtlijn 2001/18/EG (de basis voor deze vergunning) in 2001 vastgesteld om het kader voor het verlenen van vergunningen voor de teelt van ggo's te versterken. Ook heeft de Commissie op verzoek van een aantal lidstaten in juli 2010 een wijziging van de bovengenoemde wetgeving voorgesteld om de lidstaten de vrijheid te verlenen om de teelt van ggo's op hun grondgebied te beperken of te verbieden.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het wetgevingsvoorstel van de Commissie van juli 2010 om de wetgeving inzake de teelt van ggo's te wijzigen? (zie MEMO/10/325 van 13 juli 2010)

Na lang aandringen van verschillende lidstaten heeft de Commissie in juli 2010 een voorstel voor een verordening tot herziening van Richtlijn 2001/18/EG gepubliceerd met als doel de lidstaten een rechtsgrondslag te bieden om besluiten te nemen over de teelt van ggo's op andere gronden dan die welke zijn gebaseerd op een wetenschappelijke beoordeling op Europees niveau van de gezondheids- en milieurisico's. Door deze wijziging zullen de lidstaten de teelt van ggo's op hun gehele grondgebied of een deel daarvan kunnen beperken of verbieden zonder daarvoor een beroep te hoeven doen op vrijwaringsmaatregelen, die tot nu toe niet op de steun van de EFSA konden rekenen.

Het Europees Parlement heeft in juli 2011 advies in eerste lezing over het voorstel uitgebracht. In de Raad kon ondanks de inspanningen van de opeenvolgende voorzitterschappen, in het bijzonder van het Deense voorzitterschap in 2012, nog geen overeenstemming worden bereikt doordat een minderheid van de lidstaten het voorstel blokkeert. De Commissie is zich steeds sterk blijven inzetten om de zorgen van deze blokkerende lidstaten weg te nemen en heeft daarbij de steun van de grote meerderheid van de lidstaten voor het voorstel gewonnen.

Waarom verwacht de Commissie dat de lidstaten vooruitgang boeken met betrekking tot dit wetgevingsvoorstel inzake de teelt van ggo's?

De Commissie is van mening dat de problemen die in 2010 aanleiding hebben gegeven tot het wetgevingsvoorstel over de teelt van ggo's onopgelost en dringend blijven, zoals vandaag wordt geïllustreerd door het feit dat bij de Raad een ontwerpbesluit voor de vergunning van 1507-mais wordt ingediend na het arrest van het Gerecht van de Europese Unie in zaak T-164/10.

Wanneer bovendien rekening wordt gehouden met de constructieve elementen van het advies in eerste lezing van het Europees Parlement en met de aanhoudende verzoeken van de meeste lidstaten die het voorstel steunen, om de mogelijkheid te worden verleend om de teelt van ggo's op hun grondgebied te verbieden of beperken zoals in het voorstel over de teelt van ggo's is bepaald, is de Commissie van mening dat een nieuwe politieke impuls essentieel en te verwachten is om ervoor te zorgen dat de komende maanden samen met de Raad en het Parlement aanzienlijke vooruitgang wordt geboekt in dit dossier.

Welke gg-planten zijn in de EU toegelaten voor gebruik als levensmiddelen en/of diervoeders?

Niet alleen voor de teelt van ggo's is een EU-vergunning vereist, maar ook voor het in de handel brengen van ggo's in de EU en voor het gebruik van afgeleide producten daarvan in de voedings- en voederketen. Een vergunning wordt pas verleend indien na een grondige beoordeling door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid blijkt dat er geen risico voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu bestaat.

Op dit ogenblik bevat de lijst van 49 voor gebruik als levensmiddelen en diervoeders toegelaten ggo's 27 maissoorten, 8 katoensoorten, 7 sojasoorten, 3 koolzaadsoorten, 1 suikerbietsoort, 1 aardappelsoort en 2 micro-organismen.

De lijst van toegelaten gg-planten met de precieze reikwijdte van de vergunning is te vinden in het EU-register van gg-levensmiddelen en -diervoeders op: http://ec.europa.eu/food/dyna/gm_register/index_en.cfm

Nadere informatie is te vinden op:

IP/13/1038

http://ec.europa.eu/food/plant/index_en.htm

1 :

Bron: "Annual monitoring report on the cultivation of MON 810 in 2012 in the EU" (Jaarlijks toezichtverslag over de teelt van MON 810 in de EU in 2012), dat werd ingediend door Monsanto. http://ec.europa.eu/food/plant/gmo/reports_studies/report_2012_mon_810_en.htm


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website