Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

MEMO

Straatsburg, 6 februari 2013

Vragen en antwoorden over de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid

Het algemene doel van de Commissievoorstellen voor een modern en eenvoudiger gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) bestaat erin de visserij duurzaam te maken vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt. Met het nieuwe beleid zullen de visbestanden worden teruggebracht op duurzame niveaus door een einde te maken aan de overbevissing en de vangstmogelijkheden vast te stellen op basis van wetenschappelijk advies. Dankzij dit beleid zal de EU-burger op lange termijn op een stabiel, veilig en gezond voedselaanbod kunnen rekenen. Doel is voorts de visserijsector nieuwe welvaart te brengen, een einde te maken aan de afhankelijkheid van subsidies en nieuwe mogelijkheden te creëren op het vlak van werkgelegenheid en groei in kustgebieden.

Waarom is een nieuw beleid noodzakelijk?

Het Europese visserijbeleid is dringend aan hervorming toe. Omdat meer vis wordt gevangen dan veilig kan worden gereproduceerd, geraken individuele visbestanden uitgeput en wordt het mariene ecosysteem bedreigd. De visserijsector moet het met kleinere vangsten doen en gaat een onzekere toekomst tegemoet.

Tegen deze achtergrond stelt de Commissie een ambitieuze hervorming van het beleid voor. Met deze hervorming wordt beoogd de voorwaarden te scheppen voor een betere toekomst voor de visbestanden en de visserij, alsook voor het ondersteunende mariene milieu. De hervorming zal bijdragen tot de Europa 2020-strategie en het beleid zal worden ontwikkeld als onderdeel van de bredere maritieme economie, met als doel de beleidslijnen voor de zeeën en kustgebieden van de EU beter op elkaar af te stemmen door toe te werken naar solide economische rentabiliteit van de sector, inclusieve groei en versterkte cohesie in de kustgebieden.

De voorgestelde hervorming draait om duurzaamheid. Duurzaam vissen betekent dat het niveau van de visserij de reproductie van de bestanden niet in gevaar mag brengen en een grote opbrengst op lange termijn moet opleveren. Dit houdt in dat de hoeveelheid vis die in het kader van de visserij uit de zee wordt gehaald, moet worden beheerd. Op grond van het voorstel van de Commissie moeten de bestanden tegen 2015 op een duurzaam niveau worden geëxploiteerd. Dit laatste wordt gedefinieerd als het hoogste vangstniveau dat jaar na jaar zonder gevaar kan worden gerealiseerd terwijl de vispopulatie op een maximaal productiviteitsniveau wordt gehandhaafd. Dit is de zogenoemde "maximale duurzame opbrengst" (meestal afgekort tot MSY, wat staat voor het Engelse "maximum sustainable yield"). Deze doelstelling is neergelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, en is tijdens de wereldtop over duurzame ontwikkeling aangenomen als een tegen 2015 op wereldniveau te halen streefdoel.

Uit ramingen1 blijkt dat de omvang van de bestanden bij een dergelijke exploitatie met ongeveer 70 % zou toenemen. Ook op andere gebieden zou de visserijsector erop vooruit kunnen gaan: de totale vangsten zouden kunnen stijgen met ca.17 %, het inkomen van de vissers met jaarlijks 24 % (of in totaal 1,8 miljard euro) en het loon van de bemanningsleden met 25 %.

Dankzij een duurzame visserij zou de vangstsector bovendien niet langer afhankelijk zijn van overheidssteun en zouden stabiele prijzen onder transparante voorwaarden haalbaarder zijn, wat de consument duidelijke voordelen zou opleveren. Een sterke, efficiënte en rendabele sector die onder normale marktomstandigheden werkt, zou een belangrijkere en actievere rol spelen in het beheer van de bestanden.

Wat zijn de voornaamste elementen van de Commissievoorstellen?

Meerjarig op ecosystemen gebaseerd beheer

Om de visserijsector in Europa weer vitaal te maken, moet het mariene milieu efficiënter worden beschermd. Om de gevolgen van de visserijactiviteiten voor de mariene ecosystemen te beperken, zal de EU-visserij voortaan worden beheerd aan de hand van meerjarenplannen en zullen de beleidslijnen worden uitgezet op basis van de ecosysteemaanpak en het voorzorgsbeginsel. De visserijsector zal over een betere en stabielere basis beschikken voor planning en investeringen op lange termijn. Hierdoor zullen de hulpbronnen worden beschermd en de langetermijnopbrengsten worden gemaximaliseerd.

De huidige meerjarige beheersplannen voor één enkel bestand moeten voortaan voor visserijen gelden, zodat met minder plannen meer visbestanden worden bestreken en tegen 2015 duurzame niveaus kunnen worden bereikt. Voor bestanden die niet onder een plan vallen, zullen door de Raad vangstmogelijkheden en andere instandhoudings- en technische maatregelen worden vastgesteld als onderdeel van het voorgestelde instrumentarium.

Verbod op teruggooi

Teruggooi, d.w.z. het overboord gooien van ongewenste vis, wordt op 23 % van de totale vangsten geschat (en in sommige visserijen zelfs aanzienlijk meer). Deze onaanvaardbare praktijk zal geleidelijk worden afgeschaft volgens een nauwkeurig tijdschema voor de tenuitvoerlegging, in combinatie met een aantal flankerende maatregelen. Vissers zullen voortaan verplicht zijn alle vangsten van commerciële soorten aan te landen. Ondermaatse vis mag niet worden verkocht voor menselijke consumptie.

De lidstaten moeten erop toezien dat hun vissersvaartuigen over de juiste uitrusting beschikken om alle visserij- en verwerkingsactiviteiten volledig te kunnen documenteren zodat kan worden gecontroleerd of de verplichting tot aanlanding van alle vangsten wordt nageleefd.

Dit verbod zal betrouwbaarder gegevens over visbestanden opleveren, een beter beheer ondersteunen en het rendement van de hulpbronnen verbeteren. Vissers zullen ook worden gestimuleerd om ongewenste vangsten te vermijden door middel van technische oplossingen zoals selectiever vistuig.

Een rendabeler visserij

Voorgesteld wordt om vanaf 2014 voor vaartuigen met een lengte van meer dan 12 meter en voor alle vaartuigen met gesleept vistuig een systeem van overdraagbare vangstquota in te voeren, "visserijconcessies" genoemd. De eigenaren moeten op transparante wijze een recht op een deel van de nationale vangstmogelijkheden toebedeeld krijgen, plus de mogelijkheid hun concessies te leasen of te verhandelen. Dit nieuwe systeem moet de visserijsector een perspectief op lange termijn, alsook meer flexibiliteit en een grotere verantwoordelijkheid bieden, en tevens de overcapaciteit beperken. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de Raad en het Parlement zich buigen over alternatieve maatregelen op het gebied van het beheer van de quote en de vloten.

Steun voor kleinschalige visserijen

In de EU is de kleinschalige vloot goed voor 77 % van de totale EU-vloot wat het aantal vaartuigen betreft, maar is de impact van deze vloot op de visbestanden in verhouding kleiner, met slechts 8 % van het EU‑totaal wat tonnage betreft (grootte van het vaartuig) en 32 % wat het motorvermogen betreft. Kleinschalige kustvisserijen spelen vaak een belangrijke rol in het maatschappelijke weefsel en de culturele identiteit van tal van Europese kustgebieden. Zij hebben derhalve bijzondere steun nodig. Dankzij het hervormde GVB zullen de lidstaten tot 2022 het recht hebben om de visserij te beperken in een zone van 12 zeemijl vanaf de kustlijn. Kleinschalige visserijen kunnen ook worden vrijgesteld van de regeling inzake overdraagbare visserijconcessies. Het toekomstige financiële instrument voor de visserij zal maatregelen ten behoeve van kleinschalige visserijen omvatten en zal de plaatselijke economieën helpen zich aan de veranderingen aan te passen.

Ontwikkeling van een duurzame aquacultuur

Een beter kader voor de aquacultuur zal de productie en het aanbod van schaal- en schelpdieren in de EU verhogen, de afhankelijkheid van ingevoerde vis verminderen en de groei in kust- en plattelandsgebieden bevorderen. Tegen 2014 zullen de lidstaten nationale strategische plannen opstellen om de administratieve belemmeringen weg te nemen en de ecologische, sociale en economische normen voor de kweekvissector te handhaven. Er zal een nieuwe adviesraad voor aquacultuur worden opgericht die advies moet verstrekken over sectorgerelateerde kwesties. De ontwikkeling van de aquacultuur heeft een duidelijke EU-dimensie: strategische keuzes van de ene lidstaat kunnen gevolgen hebben voor de ontwikkeling van deze sector in een andere lidstaat.

Verbetering van de wetenschappelijke kennis

Betrouwbare en actuele informatie over de toestand van de visbestanden is essentieel om verantwoorde beheersbeslissingen en een efficiënte tenuitvoerlegging van het hervormde GVB te ondersteunen. Het voorstel omvat de voor de lidstaten geldende basisregels en -verplichtingen inzake de verzameling, het beheer en de beschikbaarheid van gegevens, alsmede voor de Commissie geldende bepalingen inzake toegang. De lidstaten zullen worden belast met het verzamelen, bewaren en uitwisselen van wetenschappelijke gegevens over visbestanden en de gevolgen van de visserij op zeebekkenniveau. Er zullen nationale onderzoeksprogramma's worden opgezet om deze activiteit te coördineren.

Een gedecentraliseerd bestuur

Met het voorstel van de Commissie sluit de besluitvorming dichter aan bij de situatie in de visgronden en worden de rol en de verplichtingen van alle actoren verduidelijkt. EU‑wetgevers zullen voortaan nog slechts het algemene kader, de fundamentele beginselen en normen, de algemene streefdoelen, de prestatie-indicatoren en de termijnen vaststellen, waardoor een einde komt aan het microbeheer vanuit Brussel. De lidstaten zullen dan beslissen over de eigenlijke uitvoeringsmaatregelen en zullen samenwerken op regionaal niveau. Het voorstel bevat bepalingen die moeten garanderen dat de betrokken lidstaten compatibele en efficiënte maatregelen vaststellen. Een terugvalmechanisme moet de Commissie in staat stellen op te treden wanneer de lidstaten geen overeenkomst kunnen bereiken of wanneer de streefdoelen niet worden gehaald.

Nieuw marktbeleid – responsabilisering van de sector en betere consumenteninformatie

Het voorgestelde pakket omvat een voorstel voor een nieuw marktbeleid om ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het nieuwe GVB. Doel is het concurrentievermogen van de EU-visserijsector te versterken, de transparantie van de markten te verbeteren en te zorgen voor een gelijk speelveld voor alle in de Unie op de markt gebrachte producten.

Het omvat ook een modernisering van de interventieregeling, aangezien het spenderen van overheidsmiddelen om vis te vernietigen niet langer kan worden gerechtvaardigd. Het huidige systeem zal worden vervangen door een vereenvoudigd opslagmechanisme, dat producentenorganisaties in de gelegenheid zal stellen visserijproducten op te kopen wanneer de prijzen onder een bepaald niveau komen te liggen, en de producten op te slaan om ze in een later stadium op de markt te brengen. Dit zal de marktstabiliteit bevorderen.

Producentenorganisaties zullen ook een belangrijkere rol toebedeeld krijgen op het gebied van beheer, toezicht en controle op gezamenlijke basis. Dankzij een betere afzet van EU‑visserij- en aquacultuurproducten zal verspilling kunnen worden tegengegaan en zullen de producenten feedback krijgen over de markt.

Dankzij nieuwe handelsnormen inzake etikettering, kwaliteit en traceerbaarheid zal de consument duidelijker worden geïnformeerd en zal hij duurzame visserijen beter kunnen steunen. Bepaalde vermeldingen op het etiket zullen verplicht worden, bijvoorbeeld om een duidelijk onderscheid te maken tussen visserijproducten enerzijds en aquacultuurproducten anderzijds; andere vermeldingen kunnen op vrijwillige basis worden aangebracht.

Een modern en aangepast financieel instrument

Om de duurzaamheidsdoelstellingen van het nieuwe GVB te ondersteunen, zal financiële bijstand van de EU worden verleend. Voorwaarde voor de verlening van financiële steun is dat de voorschriften worden nageleefd. Dit beginsel geldt zowel voor de lidstaten als voor de marktdeelnemers.

Voor de lidstaten kan niet-naleving resulteren in een onderbreking, opschorting of financiële correctie van de financiële bijstand van de EU. Voor marktdeelnemers kunnen ernstige inbreuken leiden tot uitsluiting van financiële bijstand of tot financiële correcties. Voorts wordt voorgesteld de lidstaten ertoe te verplichten om bij de verlening van financiële steun rekening te houden met de manier waarop de marktdeelnemers zich in het recente verleden hebben gedragen (en met name geen ernstige inbreuken hebben gepleegd).

Meer internationale verantwoordelijkheid

Bijna 85 % van de mondiale visbestanden waarvoor informatie beschikbaar is, wordt volgens de FA0 hetzij volledig bevist, hetzij overbevist. Als 's werelds grootste importeur van visserijproducten (uitgedrukt in waarde) moet de EU zowel op internationaal als op Europees niveau handelen. Het externe visserijbeleid moet integrerend deel uitmaken van het GVB. In internationale en regionale organisaties zal de EU dan ook pleiten voor de beginselen van duurzaamheid en instandhouding van visbestanden en voor mariene biodiversiteit. Om illegale visserij te bestrijden en overcapaciteit terug te schroeven, zal zij allianties oprichten en acties ondernemen met belangrijke partners.

In bilaterale visserijovereenkomsten met derde landen zal de EU duurzaamheid, goed bestuur en de beginselen van democratie, mensenrechten en de regels van de rechtsstaat promoten. De bestaande partnerschapsovereenkomsten inzake visserij zullen worden vervangen door duurzamevisserijovereenkomsten die moeten garanderen dat de visbestanden op basis van betrouwbaar wetenschappelijk advies worden geëxploiteerd en dat alleen het resterende deel van een bestand wordt bevist dat het partnerland zelf niet kan of wil bevissen. In het kader van de duurzamevisserijovereenkomsten zullen partnerlanden worden gecompenseerd voor het verlenen van toegang tot hun visbestanden en zal hun financiële bijstand worden verleend voor de tenuitvoerlegging van een duurzaam visserijbeleid.

Nieuwe voorschriften inzake controle en handhaving?

Het voorstel strookt met de nieuwe controleregeling van de EU van 20102, en bevat de essentiële elementen van de controle- en handhavingsregeling van het GVB. In het licht van de invoering van de aanlandingsverplichting die erop gericht is teruggooi te vermijden, stelt de Commissie verplichtingen inzake toezicht en controle voor, met name met betrekking tot een volledig gedocumenteerde visserij, alsook proefprojecten inzake nieuwe technologieën voor visserijcontrole die bijdragen tot een duurzame visserij.

Wanneer gaat de hervorming in?

Het voorstel van de Commissie is momenteel in behandeling bij de Raad van voor visserij bevoegde ministers en bij het Europees Parlement. Hoewel nog geen definitief akkoord is bereikt, hebben beide instellingen tot dusverre al hun steun voor de aanpak van een aantal belangrijke maatregelen uitgesproken. Het gaat dan met name om de invoering van de MSY als streefdoel voor de instandhouding van de visbestanden, het teruggooiverbod, het idee van geregionaliseerd bestuur, de versterking van de gegevensverzameling en het wetenschappelijk advies en de integratie van een aantal hoofdstukken, meer bepaald over de aquacultuur en de externe dimensie, in het GVB.

De nieuwe voorschriften zullen van kracht worden zodra de Raad van Ministers en het Europees Parlement over de voorstellen hebben gestemd. De tenuitvoerlegging zal geleidelijk gebeuren omdat de sector de tijd moet krijgen om zich aan te passen en de nieuwe regels met succes toe te passen. De hervorming voorziet evenwel in duidelijke termijnen.

Nadere informatie:

IP/13/96

Website over de hervorming van het GVB:

http://ec.europa.eu/fisheries/reform/proposals/index_nl.htm

1 :

Effectbeoordeling bij het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid.

2 :

Verordeningen van de Raad (EG) nr. 1005/2008 en (EG) nr. 1224/2009.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website