Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Iedere euro telt – Veelgestelde vragen over het Europees openbaar ministerie

Commission Européenne - MEMO/13/693   17/07/2013

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO HR

Europese Commissie

NOTA

Brussel, 17 juli 2013

Iedere euro telt – Veelgestelde vragen over het Europees openbaar ministerie

Wat is het Europees openbaar ministerie?

Het Europees openbaar ministerie zal een gedecentraliseerd vervolgingsorgaan van de Europese Unie zijn, dat exclusief bevoegd is voor het onderzoeken, vervolgen en voor het gerecht brengen van strafbare feiten die ten koste gaan van de EU‑begroting. Het zal in de hele EU uniforme onderzoeksbevoegdheden krijgen, die gebaseerd zijn op en geïntegreerd zijn in de nationale rechtsstelsels van de lidstaten.

Het Europees openbaar ministerie zal gebruik maken van de capaciteit en expertise van de lidstaten. Zo zullen ervaren openbare aanklagers door de nationale stelsels worden afgevaardigd naar het Europees openbaar ministerie. De operaties voor het Europees openbaar ministerie zullen in de regel door de Europese gedelegeerde openbare aanklagers worden uitgevoerd. Zij zullen dat doen van op de plaats waar zij in de lidstaat zijn gevestigd en overeenkomstig de wetgeving van de betrokken lidstaat. De integratie van het Europees openbaar ministerie in de nationale rechtsstelsels brengt veel voordelen met zich: de gedelegeerde openbare aanklagers hebben een grondige kennis van het nationale rechtsstelsel, de plaatselijke taal, de structuur van het plaatselijk openbaar ministerie en de werkwijze van de plaatselijke rechtbanken. Door de onderzoeks- en vervolgingsmiddelen van de lidstaten samen te voegen zullen bovendien snel beslissingen kunnen worden genomen.

Wat is de rechtsgrondslag voor het Europees openbaar ministerie?

Het Verdrag van Lissabon legt grote nadruk op de bestrijding van zware, grensoverschrijdende financiële en economische misdrijven. De rechtsgrondslag en de regels voor de oprichting van het Europees openbaar ministerie zijn vastgelegd in artikel 86 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat luidt:

“Ter bestrijding van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, kan de Raad op de grondslag van Eurojust volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen een Europees openbaar ministerie instellen.”

In zijn State of the Union-speech van 2012 (SPEECH/12/596) kondigde voorzitter Barroso het voornemen van de Commissie aan om voorstellen te doen voor de oprichting van een Europees openbaar ministerie, zoals in de Verdragen is bepaald, en om de Commissie te helpen de EU‑begroting te beschermen.

De Europese Commissie wil ervoor zorgen dat de EU‑begroting in dezelfde mate beschermd is tegen criminelen als de nationale begrotingen. In juli 2012 heeft zij het voorstel gelanceerd van een gemeenschappelijke definitie van fraude ten koste van de EU‑begroting in het strafrecht van de lidstaten. Voorts stelde zij voor dat alle lidstaten in gelijkaardige strafrechtelijke sancties zouden voorzien (IP/12/767, MEMO/12/544). Met het Europees openbaar ministerie zal vervolging in de lidstaten op een meer consistente, effectieve en doeltreffende manier kunnen plaatsvinden.

Zullen alle lidstaten deelnemen aan het Europees openbaar ministerie?

Neen. Overeenkomstig de EU‑Verdragen is het voor het Verenigd Koninkrijk en Ierland mogelijk om niet deel te nemen aan het beleid op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Zij zullen niet deelnemen, tenzij zij vrijwillig en uitdrukkelijk anders besluiten (“opt in”). Denemarken is evenmin betrokken bij het Europees openbaar ministerie en beschikt niet over de mogelijkheid om toch deel te nemen.

Waarom is er behoefte aan een Europees openbaar ministerie?

De financiële belangen van de EU worden op dit moment onvoldoende beschermd. Dit is te wijten aan verschillende factoren.

In de eerste plaats zijn de huidige EU‑organen – OLAF (het EU‑Bureau voor fraudebestrijding), Eurojust (het EU‑Agentschap voor strafrechtelijke samenwerking) en Europol (de Europese Politiedienst) – niet bevoegd om strafrechtelijk onderzoek uit te voeren en fraudezaken te vervolgen. OLAF kan de resultaten van het administratief onderzoek dat het verricht enkel doorgeven aan de bevoegde nationale autoriteiten. Die beslissen dan onafhankelijk of zij al dan niet op basis van de bevindingen van OLAF een strafrechtelijke procedure instellen.

Daarbij komt dat niet alle lidstaten gelijke inspanningen leveren voor de wetshandhaving. De lidstaten nemen niet altijd de nodige maatregelen om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU‑begroting aan te pakken. Momenteel leidt slechts een vijfde van de zaken die OLAF overdraagt aan de nationale vervolgingsdiensten tot veroordeling. Bovendien vertonen de lidstaten grote verschillen wat betreft het veroordelingspercentage.

Ten derde wordt door het kleine aantal succesvolle vervolgingen slechts een zeer klein percentage van wat door fraude in de lidstaten verloren gaat, van de criminelen teruggewonnen. Criminelen die frauderen met EU‑geld, weten dat zij door een gebrek aan consistente rechtshandhavinginspanningen in de EU wellicht onbestraft zullen blijven.

Hoeveel bedraagt de fraude ten koste van de EU‑begroting?

In de afgelopen drie jaar is in de lidstaten vermoedelijk jaarlijks voor circa 500 miljoen EUR fraude gepleegd. Geschat wordt dat het werkelijke bedrag aanzienlijk hoger ligt. De vermoedelijke fraude wordt niet opgenomen in de cijfers over vastgestelde fraude. De totale fraude ten koste van de EU‑begroting ligt dus wellicht veel hoger.

Hoe komt het dat de lidstaten fraude niet doeltreffend kunnen bestrijden?

Op dit moment kunnen enkel de nationale autoriteiten fraude ten koste van de EU‑begroting onderzoeken en vervolgen. Hun bevoegdheden houden echter op bij de landgrens. De misdrijven die de financiële belangen van de EU schaden, zijn vaak complex. Verschillende actoren zijn erbij betrokken, de fraudeconstructies zijn ingewikkeld en vernuftig en de misdrijven strekken zich uit over verschillende landen en nationale jurisdicties. Om een fraudezaak goed te kunnen onderzoeken, is bovendien een grondige kennis nodig van het betrokken wettelijke en administratieve kader.

Het is voor de lidstaten moeilijk om doeltreffend samen te werken, gezien hun verschillende strafrechtelijke stelsels, de onduidelijke jurisdictie, de omslachtige en tijdrovende procedures voor rechtshulp, de taalproblemen, het gebrek aan middelen en de uiteenlopende prioriteiten.

In de lidstaten wordt fraude ten koste van de EU‑begroting daardoor weleens beschouwd als een tijdrovende problematiek waar veel personele middelen voor nodig zijn. Het gebeurt dat dergelijke zaken helemaal niet worden aangepakt, of worden geseponeerd zodra er moeilijkheden opduiken. Soms besluiten de nationale autoriteiten om enkel onderzoek te verrichten naar de elementen van het misdrijf die een invloed hebben op de lidstaat, zonder daarbij oog te hebben voor de bredere implicaties van een internationale fraudeconstructie.

Zijn er voorbeelden van hoe het Europees openbaar ministerie de huidige situatie kan verbeteren?

OLAF had in een bepaalde zaak informatie doorgegeven aan de Duitse en Bulgaarse autoriteiten, omdat het vermoedde dat Duitse en Bulgaarse onderdanen samenwerkten om fraude te plegen met een fonds voor landbouw en plattelandsontwikkeling van de EU. In Duitsland leidde de vervolging tot een veroordeling, terwijl de verdachten in Bulgarije werden vrijgesproken. Het huidige systeem leidde ertoe dat één zaak in verschillende landen een verschillende afloop kende. Het Europees openbaar ministerie zou ervoor gezorgd hebben dat het onderzoek en de vervolging in Bulgarije en Duitsland op een coherente manier zouden zijn verlopen.

Een ander voorbeeld gaat over sigarettensmokkel van Tsjechië naar Duitsland. De Duitse strafrechter had telefoongesprekken die waren afgeluisterd door de Tsjechische politie, gebruikt als bewijs om een verdachte te veroordelen. Hoewel het bewijs volgens de Tsjechische wetgeving op rechtmatige wijze was verkregen, argumenteerde de advocaat van de verdachte dat zonder een bevel van de rechter voor het afluisteren van telefoongesprekken het bewijs niet-ontvankelijk was voor de Duitse rechtbank.

Met de oprichting van het Europees openbaar ministerie zullen er veel minder problemen opduiken die veroorzaakt zijn door het uiteenlopende procesrecht van de lidstaten. Op grond van de nieuwe regels zal het afluisteren van telefoongesprekken zonder voorafgaande toestemming niet mogelijk zijn. Voorts is in de verordening bepaald dat bewijs dat op rechtmatige wijze is verkregen in een lidstaat, ontvankelijk is voor de feitenrechters in alle lidstaten, op voorwaarde dat het bewijs werd verzameld met inachtneming van de procedurerechten die zijn vastgelegd in artikel 47 (het recht op een doeltreffende voorziening in rechte) en artikel 48 (het vermoeden van onschuld en rechten van de verdediging) van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Wat zal er veranderen met het Europees openbaar ministerie?

Het Europees openbaar ministerie zal exclusief bevoegd zijn voor het onderzoeken, vervolgen en voor het gerecht brengen van strafbare feiten die ten koste gaan van de EU‑begroting. Complexe, grensoverschrijdende zaken zullen door het Europees openbaar ministerie worden gecoördineerd en behandeld. Dit moet een oplossing bieden voor problemen die ontstaan doordat de bevoegdheden van de nationale autoriteiten beperkt zijn tot de landgrens.

Het Europees openbaar ministerie zal de continuïteit van de handhavingscyclus waarborgen, die het onderzoek, de vervolging en het proces bestrijkt. Via de Europese gedelegeerde openbare aanklagers zal het in alle lidstaten onderzoek kunnen verrichten. Het Europees openbaar ministerie zal niet afhangen van de vaak omslachtige en tijdrovende intergouvernementele instrumenten voor rechtshulp tussen de lidstaten (zoals de wederzijdse rechtshulp en de overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning). Bovendien zijn duidelijke regels vastgelegd voor het onderzoek dat het verricht en voor de ontvankelijkheid van het bewijs dat het verzamelt en voorlegt aan de feitenrechters. Deze regels zijn identiek in elke lidstaat.

Hoe gaan de Europese openbare aanklager en de Europese gedelegeerde openbare aanklagers samenwerken?

De Europese gedelegeerde openbare aanklagers zullen deel uitmaken van het Europees openbaar ministerie. Het onderzoek en de vervolging zullen in de regel worden uitgevoerd door de Europese gedelegeerde openbare aanklagers, in de lidstaat waar zij gevestigd zijn. Zij zetten daarbij nationaal personeel in en passen het nationale recht toe. Hun activiteiten zullen worden gecoördineerd door een centraal bureau, met aan het hoofd de Europese openbare aanklager. Die zal erop toezien dat de activiteiten in de lidstaten coherent en doeltreffend worden uitgevoerd (zie bijgevoegde grafiek).

De gedecentraliseerde structuur zorgt ervoor dat het Europees openbaar ministerie rechtstreeks toegang heeft tot de nationale expertise, aangezien de gedelegeerde openbare aanklagers een grondige kennis hebben van onder meer het nationale rechtsstelsel, de plaatselijke taal, de structuur van het plaatselijk openbaar ministerie en de werkwijze van de plaatselijke rechtbanken.

De Europese gedelegeerde openbare aanklagers kunnen in functie blijven als nationale openbare aanklager. Wanneer zij optreden in het kader van het mandaat van het Europees openbaar ministerie, zijn zij echter volledig onafhankelijk van de nationale vervolgingsdiensten.

Een tienkoppig college – de Europese openbare aanklager, de plaatsvervangers en de nationale openbare aanklagers – zal voor een naadloze aansluiting tussen de EU en de lidstaten zorgen. Het zal dat met name doen door de interne regels voor procesvoering overeen te komen, met inbegrip van de algemene regels voor de toewijzing van zaken. Deze oplossing komt voort uit de raadplegingen van de lidstaten en uit het recente initiatief waarin Frankrijk en Duitsland om de instelling van een Europees openbaar ministerie hebben verzocht. De regels moeten ervoor zorgen dat de vervolging van zaken op passende wijze wordt gecoördineerd, om te vermijden dat het beginsel van ne bis in idem wordt geschonden. Dat kan gebeuren wanneer het verband tussen misdrijven niet wordt opgemerkt of wanneer misdrijven niet in hun geheel worden beschouwd.

Zullen de nationale rechterlijke instanties de handelingen van het Europees openbaar ministerie kunnen herzien?

Ja. Tegen de handelingen van het Europees openbaar ministerie zal beroep kunnen worden ingesteld bij de bevoegde nationale rechtbanken.

Bovendien zullen de bevoegde nationale rechterlijke instanties, wanneer de nationale en EU‑wetgeving dat vereisen, verantwoordelijk zijn om het Europees openbaar ministerie de voorafgaande toestemming te verlenen voor de onderzoeksmaatregelen die zij wenst te nemen.

De nationale rechtbanken zijn ook de bevoegde rechtbanken die ten gronde oordelen. Het Europees openbaar ministerie zal de functie van openbare aanklager uitoefenen in de bevoegde rechtbanken van de lidstaten.

Het Europees Hof van Justitie van de Europese Unie kan zoals gewoonlijk betrokken worden via de prejudiciële verwijzingsprocedure.

Welke bevoegdheden zal het Europees openbaar ministerie hebben op grond van de verordening?

Het Europees openbaar ministerie zal om onderzoeksmaatregelen kunnen vragen of zal daartoe opdracht kunnen geven. De instrumenten waarover het beschikt, zijn duidelijk gedefinieerd in de verordening, en omvatten zowel indringende als “zachtere” onderzoeksmaatregelen.

Enkele indringende maatregelen die het Europees openbaar ministerie kan nemen, zijn het doorzoeken van kantoren, eigendommen en computersystemen, het in beslag nemen van voorwerpen, het afluisteren van telefoongesprekken en het bevriezen van financiële transacties.

Tot de zachtere maatregelen behoren het ondervragen van verdachten en getuigen, het aanstellen van experten wanneer er behoefte is aan gespecialiseerde kennis en het volgen en controleren van personen om vast te stellen waar zij zich ophouden.

De uitvoering van onderzoeksmaatregelen is aan het nationaal recht onderworpen. Een individuele maatregel moet met name toegestaan zijn door de bevoegde nationale rechtbank of door een andere autoriteit, als de nationale wetgeving of de verordening dat vereist.

Om ervoor te zorgen dat het onderzoek van het Europees openbaar ministerie efficiënt verloopt, zal bewijs dat op rechtmatige wijze in één lidstaat is verkregen, ontvankelijk zijn voor alle feitenrechters, in alle lidstaten.

Hoe zal de onafhankelijkheid van het Europees openbaar ministerie worden gewaarborgd?

Ten eerste bepaalt de verordening dat het Europees openbaar ministerie geen instructies zal vragen, noch zal aanvaarden, van gelijk welke persoon die geen deel uitmaakt van het Europees openbaar ministerie. Dit betekent dat de instellingen, organen en agentschappen van de EU en de lidstaten de onafhankelijkheid van het Europees openbaar ministerie moeten eerbiedigen, en dat zij de uitvoering van zijn taken niet mogen trachten te beïnvloeden. Ten tweede zal het Europees openbaar ministerie structureel onafhankelijk zijn. Het zal niet worden geïntegreerd in een andere instelling of een ander orgaan van de EU. Ten derde zullen bij de benoeming van de Europese openbare aanklager de EU‑instellingen worden betrokken (benoeming door de Raad, met de goedkeuring van het Europees Parlement). Voorts zullen voormalige leden van het Hof van Justitie, leden van de hoogste nationale rechterlijke instanties, nationale openbare ministeries en/of advocaten die bekendstaan als kundige rechtsgeleerden, helpen bij het opstellen van een shortlist van kandidaten. De Europese openbare aanklager wordt aangesteld voor acht jaar en zijn mandaat kan niet worden vernieuwd. Dit moet ervoor zorgen dat hij zich niet laat beïnvloeden door een eventuele nieuwe benoeming. De Europese openbare aanklager kan door het Hof van Justitie van zijn ambt worden ontheven na een verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie.

Met betrekking tot de nationale Europese gedelegeerde openbare aanklagers bepaalt de verordening dat hun werk voor de Europese openbare aanklager altijd voorrang moet krijgen op nationale zaken. In de verordening is ook uitdrukkelijk bepaald dat de gedelegeerde openbare aanklagers volledig onafhankelijk moeten zijn van de nationale vervolgingsdiensten. Belangenconflicten zullen worden geregeld door de Europese openbare aanklager. De Europese gedelegeerde openbare aanklagers kunnen niet door de bevoegde nationale autoriteiten uit hun functie als nationale openbare aanklager worden ontheven zonder de toestemming van de Europese openbare aanklager, wanneer die in zijn naam handelen.

Wat met de procedurerechten van verdachten?

Het is belangrijk de juridische waarborgen ter bescherming van individuen en ondernemingen die het voorwerp zijn van onderzoek of vervolging in de Europese Unie, te versterken. Het voorstel bevat een krachtig en alomvattend pakket procedurele waarborgen. Dat moet ervoor zorgen dat de rechten van verdachten en andere personen die betrokken zijn bij onderzoek van de Europese openbare aanklager, zowel door de nationale als door de EU‑wetgeving worden beschermd.

In het voorstel wordt verduidelijkt dat een verdachte beschikt over alle rechten die hem krachtens de EU‑wetgeving en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie toekomen. Deze rechten worden uitdrukkelijk vermeld en betreffen onder andere:

  1. tolk- en vertaaldiensten,

  2. informatie en inzage in het dossier,

  3. toegang tot een advocaat en, in geval van detentie, de mogelijkheid om contact op te nemen met een derde persoon en deze persoon op de hoogte te laten stellen,

  4. het recht om te zwijgen en het vermoeden van onschuld,

  5. rechtsbijstand,

  6. het voorleggen van bewijsstukken, het aanstellen van experten en het horen van getuigen.

Voorts beschikt de verdachte over de rechten van verdediging die hem op grond van het nationale procesrecht worden toegekend.

Waarom gaat het voorstel voor een Europees openbaar ministerie gepaard met een hervorming van Eurojust?

Overeenkomstig artikel 86, lid 1, VWEU moet het Europees openbaar ministerie worden ingesteld op de grondslag van Eurojust. Het pakket wetgevingsvoorstellen dat vandaag wordt voorgesteld, stimuleert de beide organisaties om samen te werken en informatie, kennis en middelen te delen. Dit moet de band en de synergie tussen de beide organisaties sterken.

Zowel het Europees openbaar ministerie als Eurojust moeten betrokken zijn bij zaken waarbij de financiële belangen van de EU worden geschaad, en bij andere zaken. Zij zullen dus voortdurend nauw moeten samenwerken. Zowel in de verordening over het Europees openbaar ministerie als in de verordening over Eurojust zijn hierover bepalingen opgenomen. Bovendien zal Eurojust in gemengde zaken kunnen helpen bepalen onder welke jurisdictie een kwestie valt.

Eurojust zal aan het Europees openbaar ministerie administratieve ondersteuning bieden, zoals personele en financiële middelen. Het Europees openbaar ministerie zal bovendien gebruik kunnen maken van de IT‑infrastructuur van Eurojust. Daartoe behoort onder meer het dossierbeheersysteem, de tijdelijke werkbestanden en het register. De specifieke afspraken zullen worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de beide organisaties.

Wat zal de rol van Eurojust zijn eenmaal het Europees openbaar ministerie is opgericht?

Eurojust helpt de nationale onderzoeks- en vervolgingsautoriteiten samen te werken en draagt bij tot een betere coördinatie van hun activiteiten. Jaarlijks gaat het om circa 1 500 grensoverschrijdende zaken. Eurojust heeft het wederzijdse vertrouwen gesterkt en heeft een brug gebouwd tussen de vele rechtsstelsels en -tradities in de EU. Het is evenwel niet bevoegd om strafrechtelijk onderzoek te verrichten en fraudezaken te vervolgen.

Het Europees openbaar ministerie zal exclusief bevoegd zijn voor het onderzoeken, vervolgen en voor het gerecht brengen van strafbare feiten die een nadelige invloed hebben op de EU‑begroting. De oprichting ervan verhoogt ook de democratische legitimiteit van Eurojust, aangezien bij de evaluatie van de handelingen van het agentschap in de toekomst het Europees Parlement en de nationale parlementen nauwer zullen worden betrokken.

Het hervormde Eurojust zal het Europees openbaar ministerie bijstaan bij de strijd tegen fraude ten koste van de EU‑begroting. Het zal aan het Europees openbaar ministerie administratieve ondersteuning bieden, zoals personele en financiële middelen. Het Europees openbaar ministerie zal bovendien gebruik kunnen maken van de IT‑infrastructuur van Eurojust. Daartoe behoort onder meer het dossierbeheersysteem, de tijdelijke werkbestanden en het register. De specifieke afspraken zullen worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de beide organisaties.

Wat zal er nog veranderen met het voorstel voor de hervorming van Eurojust?

Het voorstel van vandaag moet de algemene werking van Eurojust verder verbeteren. De hervorming is daarom gericht op het interne beheer ervan. In het voorstel wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de operationele taken van het college van Eurojust (het college bestaat uit nationale leden - één uit elke EU‑lidstaat) en de administratieve taken. Dit zal het college en de nationale leden in staat stellen zich toe te leggen op hun operationele taken. Zij moeten met name de samenwerking tussen de nationale rechterlijke instanties op het gebied van ernstige criminaliteit, zoals drugshandel, het witwassen van geld, fraude, corruptie, computercriminaliteit, terrorisme en georganiseerde criminaliteit, coördineren en stimuleren. Een nieuwe uitvoerende raad, waar de Commissie deel van zal uitmaken, zal het college bijstaan bij zijn administratieve taken.

Met het voorstel zal een enkelvoudig, gemoderniseerd wettelijk kader tot stand worden gebracht voor een nieuw Agentschap voor strafrechtelijke samenwerking (Eurojust), als rechtsopvolger van het bij Besluit 2002/187/JBZ van de Raad opgerichte Eurojust. De nieuwe verordening behoudt de efficiënte elementen van het beheer en de werking van Eurojust, maar brengt de werking en de structuur ervan in overeenstemming met het Verdrag van Lissabon, door:

  1. het een nieuwe beheersstructuur te geven en zo de efficiëntie van Eurojust te verhogen;

  2. het statuut en de bevoegdheden van de nationale leden op een consequente wijze te definiëren en zo de operationele doeltreffendheid van Eurojust te verhogen;

  3. het Europees Parlement en de nationale parlementen overeenkomstig het Verdrag van Lissabon te betrekken bij de evaluatie van de activiteiten van Eurojust en bovendien de operationele onafhankelijkheid ervan te bewaren;

  4. het wettelijk kader van Eurojust in overeenstemming te brengen met de gemeenschappelijke aanpak voor EU‑agentschappen en daarbij zijn specifieke rol voor het coördineren van lopende strafrechtelijke onderzoeken te eerbiedigen;

  5. ervoor te zorgen dat Eurojust nauw kan samenwerken met het Europees openbaar ministerie zodra dat is opgericht.

Wat zal de rol van OLAF zijn eenmaal het Europees openbaar ministerie is opgericht?

Zoals wordt beschreven in de mededeling over het beheer van OLAF die vandaag is aangenomen, zal OLAF met de oprichting van het Europees openbaar ministerie een andere rol krijgen.

OLAF zal verantwoordelijk blijven voor administratief onderzoek op gebieden die niet onder de bevoegdheid van de Europese openbare aanklager vallen. Daarbij gaat het om onregelmatigheden die de financiële belangen van de EU schaden en om zware fouten en ernstige misdrijven zonder financiële gevolgen die door EU‑personeel zijn gepleegd.

OLAF zal geen administratief onderzoek meer verrichten naar frauduleuze handelingen en andere misdrijven die de financiële belangen van de EU schaden. Wanneer het Europees openbaar ministerie eenmaal is opgericht, vallen dergelijke feiten namelijk onder zijn bevoegdheid. Als OLAF vermoedt dat er sprake is van dit soort strafbare feiten, moet het dit zo spoedig mogelijk aan het Europees openbaar ministerie melden. Hoewel OLAF geen onderzoek meer zal verrichten op dit gebied, zal het op verzoek bijstand verlenen aan het Europees openbaar ministerie (zoals het momenteel ook nationale openbare aanklagers bijstaat). Deze verandering maakt het mogelijk onderzoeksprocedures sneller uit te voeren en helpt om te voorkomen dat naar dezelfde feiten twee keer administratief en strafrechtelijk onderzoek wordt ingesteld. De kans dat vervolging succes heeft, neemt hierdoor toe.

De Commissie zal voorstellen uitwerken om de OLAF-verordening aan te passen aan de gewijzigde rol van het bureau en om het beheer van OLAF met betrekking tot zijn onderzoeken verder te versterken, in het licht van de plannen voor het Europees openbaar ministerie. Daarbij wordt voorzien in twee belangrijke initiatieven. Er zou een onafhankelijke controleur van procedurele waarborgen worden aangesteld om de juridische toetsing van OLAF’s onderzoeksmaatregelen te versterken. Daarnaast zouden er strengere procedurele voorwaarden kunnen worden vastgesteld voor meer indringende onderzoeksmaatregelen (bv. doorzoeken van kantoren, inbeslagneming van stukken) die OLAF kan uitvoeren binnen de EU‑instellingen.

Hoeveel zaken zal het Europees openbaar ministerie moeten behandelen?

Het totale aantal wordt geschat op 2 500 zaken per jaar. Dit cijfer is gebaseerd op de ongeveer 1 500 fraudezaken die administratieve onderzoeksorganen van de lidstaten gemiddeld jaarlijks behandelen en rapporteren aan de EU, de gemiddeld 300 zaken van mogelijke fraude van OLAF, de om en bij 500 zaken in verband met btw‑fraude die de lidstaten jaarlijks behandelen en de circa 200 zaken die worden onderzocht door de strafvervolgingsautoriteiten in de lidstaten. Verwacht wordt dat het Europees openbaar ministerie meer informatie zal kunnen verzamelen over mogelijke fraude dan de lidstaten en OLAF. Het aantal te behandelen zaken zou dus hoger kunnen liggen dan wordt geschat.

Zal het Europees openbaar ministerie starten met arrestaties op het EU‑grondgebied?

Neen. Enkel de nationale autoriteiten zullen personen kunnen arresteren die strafbare feiten hebben gepleegd die onder de bevoegdheid van het Europees openbaar ministerie vallen. Het kan de gerechtelijke autoriteiten wel verzoeken een verdachte te arresteren, als het dat echt nodig acht voor het onderzoek, en als het doel niet op een minder ingrijpende manier kan worden bereikt. De verzoeken zullen op grond van de nationale wetgeving worden beoordeeld door de nationale bevoegde rechterlijke instanties, die beslissen of ze het verzoek al dan niet inwilligen.

Wat zijn de volgende stappen?

Het voorstel van de Commissie moet nu door de lidstaten in de Raad unaniem worden vastgesteld, na goedkeuring van het Europees Parlement.

Is er geen unanimiteit, dan kan een groep van ten minste negen lidstaten een nauwere samenwerking aangaan (artikel 86 VWEU).

Die verloopt als volgt:

  • De Commissie legt haar wetgevingsvoorstel voor aan de Raad van Ministers. Daarin moeten de lidstaten het erover eens zijn (in het kader van de conclusies van het Voorzitterschap) dat geen eenparigheid kan worden bereikt over het voorstel;

  • Het ontwerp wordt daarna door ten minste negen lidstaten die bereid zijn een nauwere samenwerking aan te gaan, voorgelegd aan de Europese Raad;

  • De Europese Raad bespreekt het verzoek gedurende een periode van maximaal vier maanden;

  • Als overeenstemming wordt bereikt, stuurt de Europese Raad het ontwerpvoorstel ter aanneming terug naar de Raad. Als geen overeenstemming wordt bereikt, kunnen ten minste negen lidstaten besluiten de nauwere samenwerking voort te zetten. De betrokken lidstaten stellen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in kennis van hun wens om de nauwere samenwerking voort te zetten, waarna de machtiging tot nauwere samenwerking wordt geacht te zijn verleend;

  • De onderhandelingen over het voorstel op basis waarvan de nauwere samenwerking is aangegaan, worden gevoerd in de Raad. Alle lidstaten kunnen deelnemen aan deze onderhandelingen, maar alleen de lidstaten die deel uitmaken van de nauwere samenwerking, kunnen aan de stemming deelnemen. De lidstaten kunnen op elk moment een verzoek indienen om zich bij de nauwere samenwerking aan te sluiten.

Nadere informatie:

Persbericht: IP/13/709

Persdossier:

http://ec.europa.eu/justice/newsroom/criminal/news/130717_en.htm

Europese Commissie – Strafrechtbeleid:

http://ec.europa.eu/justice/criminal/criminal-law-policy

Website van vicevoorzitter Viviane Reding, Europees commissaris voor Justitie, grondrechten en burgerschap:

http://ec.europa.eu/reding

Volg de vicevoorzitter op Twitter: @VivianeRedingEU

BIJLAGE: werkwijze van de Europese openbare aanklager

Figures and graphics available in PDF and WORD PROCESSED

Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site