Navigation path

Left navigation

Additional tools

Inbreukenpakket voor juni: voornaamste beslissingen

European Commission - MEMO/13/583   20/06/2013

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS HU LV PL SL BG RO

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 20 juni 2013

Inbreukenpakket voor juni: voornaamste beslissingen

LANDBOUW

ONDERWIJS & CULTUUR

WERKGELEGENHEID & SOCIALE ZAKEN

ENERGIE

MILIEU

GEZONDHEID & CONSUMENTEN

INTERNE MARKT & DIENSTEN

JUSTITIE

BELASTINGEN & DOUANE-UNIE

VERVOER

AT

1

BE

2

1

3

BG

1

CY

1

1

CZ

1

1

DE

1

1

DK

1

EL

1

1

1

2

ES

1

1

1

1

FI

1

1

FR

1

1

HU

1

1

IT

1

2

1

1

LU

1

LV

1

NL

1

1

1

PL

2

2

1

PT

2

1

1

1

RO

1

1

SE

1

SI

1

2

1

UK

1

1

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen vele sectoren en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De Commissie heeft vandaag 186 beslissingen genomen: bij 47 daarvan gaat het om een met redenen omkleed advies en bij 12 om een zaak die bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig wordt gemaakt, waarbij in 4 gevallen financiële sancties worden voorgesteld. Hieronder volgt een samenvatting. Voor nadere informatie over inbreukprocedures, zie MEMO/12/12.

  1. Zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt met verzoek om financiële sancties

  1. Milieu: ITALIË wordt opnieuw voor het Hof van Justitie gedaagd omwille van het afvalbeheer in Campania; de Commissie verzoekt boetes op te leggen

De Europese Commissie heeft besloten Italië opnieuw voor het Europese Hof van Justitie te dagen omdat het al geruime tijd verzuimt een adequaat afvalbeheer te ontwikkelen in de regio Campania. Volgens de EU-wetgeving moeten de lidstaten bij de terugwinning of verwijdering van afval zorgen voor bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Meer dan drie jaar na een eerder arrest over deze kwestie daagt de Commissie Italië opnieuw voor de rechter. Deze keer verzoekt de Commissie dat er een forfaitaire dwangsom van 25 miljoen euro wordt opgelegd (21 067 euro voor elke dag van de periode tussen de arresten) en een dwangsom van 256 819,20 euro voor elke dag na het tweede arrest van het Hof totdat de inbreuk is beëindigd.

(meer informatie: IP/13/575 – J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Vervoer: de Commissie daagt BELGIË voor het Hof in verband met voorschriften inzake intelligente vervoerssystemen

De Europese Commissie heeft besloten België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat dit land Richtlijn 2010/40/EU inzake intelligente vervoerssystemen (ITS) niet in Belgisch recht heeft omgezet. De Commissie stelt voor om per dag een dwangsom van 34 540,80 euro op te leggen, te betalen met ingang van de dag van de uitspraak van het Hof tot het moment waarop België de Commissie meedeelt de regels volledig in nationaal recht te hebben omgezet.

De lidstaten hebben tot 27 februari 2012 de tijd gehad om Richtlijn 2010/40/EU in nationaal recht om te zetten. De richtlijn voorziet in een kader voor de invoering van ITS (informatie- en communicatietechnologieën) voor het wegvervoer en de interfaces met andere vervoerswijzen.

(meer informatie: IP/13/561 - H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Maritieme veiligheid: de Commissie daagt BELGIË voor het Hof inzake regelgeving betreffende onderzoeken naar scheepvaartongevallen

De Europese Commissie heeft besloten België voor het Hof van Justitie te dagen omdat het de Richtlijn betreffende onderzoek naar scheepvaartongevallen niet volledig ten uitvoer heeft gelegd. De Commissie stelt voor om per dag een forfaitaire som van 55 265,28 euro op te leggen, te betalen met ingang van de dag van de uitspraak van het Hof tot het moment waarop België de Commissie meedeelt dat het de richtlijn volledig in nationaal recht heeft omgezet. Zij stelt deze geldboete voor op grond van het Verdrag van Lissabon en heeft hierbij rekening gehouden met de duur en de ernst van de inbreuk en de omvang van de lidstaat. De definitieve beslissing over de dwangsom berust bij het Hof. Op grond van de richtlijn dienen de lidstaten een onpartijdige onderzoeksinstantie op te richten, die over de nodige bevoegdheden en gekwalificeerde onderzoekers beschikt om onderzoeken te voeren naar scheepvaartincidenten en -slachtoffers.

(meer informatie: IP/13/560 - H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Energie-efficiëntie van gebouwen: de Commissie daagt PORTUGAL voor de rechter omdat het de EU-regels niet heeft omgezet

De Europese Commissie daagt Portugal voor het Hof van Justitie van de Europese Unie omdat het de richtlijn over de energieprestatie van gebouwen niet in nationaal recht heeft omgezet. Op grond van die richtlijn moeten de lidstaten minimumeisen voor de energieprestatie van alle gebouwen invoeren en toepassen, moeten zij ervoor zorgen dat gebouwen een energieprestatiecertificering krijgen en moeten zij een regelmatige keuring van verwarmings- en airconditioningsystemen voorschrijven. Bovendien verplicht de richtlijn de lidstaten om ervoor te zorgen dat tegen 2021 alle nieuwe gebouwen "bijna-energieneutrale gebouwen" zijn. De Commissie stelt voor om een dwangsom van 25 273,60 euro per dag op te leggen. Bij de vaststelling van deze dwangsom werd rekening gehouden met de zwaarte en de duur van de inbreuk en met de grootte van de lidstaat. Als het Hof de vordering toewijst, dan is de dwangsom per dag verschuldigd met ingang van de datum van de uitspraak van het arrest tot de datum waarop de omzetting is voltooid. Over het uiteindelijke bedrag van de dwangsom beslist het Hof.

(meer informatie: IP/13/579 - M. Holzner - tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Andere zaken

  1. Douanerechten: BULGARIJE voor het Hof van Justitie gedaagd omdat het de verlaagde belastingen en invoerrechten in zijn overeenkomst met de VS niet heeft herzien

De Europese Commissie heeft vandaag Bulgarije voor het Hof van Justitie gedaagd omdat het zijn bilaterale overeenkomst met de VS over technische bijstand niet in lijn heeft gebracht met de EU-wetgeving.

Bij zijn toetreding tot de EU heeft Bulgarije zich ertoe verbonden het nodige te doen om zijn bestaande overeenkomsten met derde landen aan te passen aan de EU-wetgeving. Daaronder valt de bilaterale overeenkomst met de Verenigde Staten inzake technische bijstand, op grond waarvan Bulgarije afziet van douanerechten en btw op invoer die verband houdt met door de VS gefinancierde bijstandsprojecten. Dat is niet toegestaan op basis van de EU-regels inzake douanerechten en btw.

De Commissie had Bulgarije verzocht om de overeenkomst in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving of om ze eenzijdig te beëindigen (zie IP/12/672). Aangezien Bulgarije dit heeft nagelaten, legt de Commissie de zaak nu voor aan het Europese Hof van Justitie.

(meer informatie: IP/13/573 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Milieu: de Commissie daagt GRIEKENLAND voor de rechter omwille van nitraatverontreiniging

De Europese Commissie daagt Griekenland voor het Hof van Justitie van de EU omdat het niet de nodige maatregelen heeft getroffen om te zorgen voor een doeltreffende aanpak van waterverontreiniging door nitraten. Hoewel de nitraatrichtlijn sinds 1991 van kracht is, heeft Griekenland nog steeds geen zones aangewezen die kwetsbaar zijn voor nitraatverontreiniging en moeten er nog steeds maatregelen worden genomen om de nitraatverontreiniging in die zones doeltreffend te bestrijden. Daarom daagt de Commissie Griekenland voor het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: IP/13/576 – J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Interne markt: de Commissie daagt HONGARIJE voor het Hof van Justitie omwille van de restrictieve voorwaarden voor de uitgifte van maaltijdcheques en andere voordelen in natura

De Commissie heeft besloten om Hongarije voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens zijn wetgeving inzake de uitgifte van maaltijd-, vrijetijds- en vakantiecheques. De Commissie is van oordeel dat de door de nieuwe Hongaarse regels ingevoerde beperkingen strijdig zijn met de fundamentele beginselen van vrijheid van vestiging en vrijheid van dienstverrichting zoals gewaarborgd door het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (artikelen 49 en 56 VWEU) en door de dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt).

(meer informatie: IP/13/578 - C. Hughes - tel. +32 229-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. De Commissie daagt NEDERLAND voor de rechter wegens discriminatie inzake studententarieven

De Europese Commissie heeft besloten Nederland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens discriminatie van studenten uit andere EU-lidstaten, omdat deze geen gebruik kunnen maken van studententarieven voor het openbaar vervoer die wel aan Nederlandse studenten worden gegund. Krachtens het EU-Verdrag hebben studenten, ongeacht waar in de Unie zij studeren, dezelfde rechten op uitkeringen of voordelen als plaatselijke studenten, tenzij deze voordelen of uitkeringen door de EU-wetgeving uitdrukkelijk van het principe van gelijke behandeling worden uitgesloten, zoals dat het geval is met steun voor levensonderhoud.

De Commissie is van mening dat Nederland het beginsel van gelijke behandeling niet heeft toegepast doordat het de studententarieven op treinen en bussen beperkt heeft tot studenten die de Nederlandse nationaliteit hebben, dan wel sinds lang in Nederland verblijven. Derhalve worden alle andere EU-studenten die in Nederland studeren, inclusief Erasmusstudenten, gediscrimineerd.

(meer informatie: IP/13/574 - D. Abbott - tel. +32 229-59258 - mobiel +32 498959258)

  1. Ggo: de Commissie daagt POLEN voor de rechter omdat het heeft nagelaten registers aan te leggen om de locatie van gecultiveerde ggo's op te tekenen

De Commissie heeft vandaag besloten om Polen voor het Europese Hof van Justitie te dagen omdat het de EU-voorschriften inzake de monitoring van de teelt van genetisch gemodificeerde organismen niet heeft nageleefd.

Op grond van Richtlijn 2001/18/EG moeten locaties voor de teelt van ggo’s worden meegedeeld aan de bevoegde nationale autoriteiten, worden opgenomen in een door de lidstaat ingesteld register en aan het publiek worden bekendgemaakt. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de relevante informatie openbaar toegankelijk wordt gemaakt, kan toezicht worden gehouden op de mogelijke milieueffecten van ggo's en is het mogelijk co-existentiemaatregelen in te stellen. Polen heeft tot nu toe verzuimd deze voorschriften in zijn nationale wetgeving op te nemen.

(meer informatie: IP/13/571 - F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Interne gasmarkt: de Commissie daagt POLEN voor de rechter omwille van gereguleerde gasprijzen voor zakelijke consumenten

De Europese Commissie heeft vandaag besloten om Polen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat het de EU-voorschriften voor de interne energiemarkt niet naleeft. De gasrichtlijn (2009/73/EG) schrijft voor dat de prijzen in de eerste plaats worden vastgesteld op grond van vraag en aanbod. Door de staat vastgestelde tarieven voor niet-huishoudelijke eindgebruikers maken het voor nieuwe gasleveranciers moeilijk om de gasmarkt te betreden en verhinderen de Poolse consumenten om ten volle profijt te halen uit de voordelen die de interne markt kan bieden.

Op grond van de EU-wetgeving kunnen gereguleerde prijzen slechts in uitzonderlijike omstandigheden worden toegepast en mogen zij niet als basisregel gelden bij het bepalen van de prijs: er moet rekening worden gehouden met een aantal strikte voorwaarden, waaronder een evenredigheidsvereiste.

(meer informatie: IP/13/580 - M. Holzner - tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Vervoer: de Commissie daagt SPANJE voor de rechter wegens voorschriften inzake de recrutering van havenarbeiders

De Europese Commissie heeft vandaag besloten om Spanje voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens de voorschriften voor het in dienst nemen van havenarbeiders in verschillende Spaanse havens. Momenteel mogen laad- en losbedrijven in die havens zelf geen personeel op de markt aantrekken. De geldende voorschriften verplichten de laad- en losbedrijven integendeel om financieel deel te nemen in het kapitaal van particuliere bedrijven, die op hun beurt de laad- en losbedrijven voorzien van de gewenste arbeidskrachten. Alleen wanneer de door die particuliere bedrijven aangeboden arbeiders niet geschikt zijn of het aanbod ontoereikend is, zijn de laad- en losbedrijven vrij om personeel op de markt aan te trekken. De Commissie is van oordeel dat laad- en losbedrijven uit andere lidstaten die zich in Spanje willen vestigen, als gevolg van deze recruteringsbeperkingen van hun voornemen kunnen afzien.

(meer informatie: IP/13/559 - H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Diergezondheid: de Commissie daagt ZWEDEN voor de rechter wegens niet-stopzetting van paratuberculosetests op runderen

De Commissie heeft vandaag besloten om Zweden voor het Europese Hof van Justitie te dagen wegens zijn verzuim om Richtlijn 64/432/EEG correct uit te voeren, omdat het uit andere lidstaten ingevoerde runderen nog steeds test op paratuberculose.

De bij Richtlijn 64/432/EEG vastgestelde geharmoniseerde veterinairrechtelijke voorschriften voor de handel in runderen omvatten geen voorschriften met betrekking tot paratuberculose. Bovendien weerhouden verplichte tests na aankomst Zweedse landbouwers ervan runderen uit andere EU-lidstaten in te voeren, waardoor zij moeten worden beschouwd als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking. Op grond van artikel 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat verboden en beperkingen van invoer betreft, zijn zij derhalve niet te rechtvaardigen.

(meer informatie: IP/13/570 - F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Andere zaken van specifiek belang

  1. De Commissie verzoekt ITALIË om heffingen op overschotten na te vorderen van Italiaanse melkproducenten

Vandaag heeft de Europese Commissie Italië verzocht om maatregelen ter herstel van de tekortkomingen bij de navordering van heffingen op overschotten van zuivelproducenten met een te hoog individueel quota in de jaren waarin het nationaal zuivelquota in Italië werd overschreden.

Ondanks herhaalde en talrijke verzoeken van de Commissie werd het grootste deel van de tussen 1995 en 2009 verschuldigde heffingen nog steeds niet door de Italiaanse autoriteiten nagevorderd. De autoriteiten hebben kennelijk niet de nodige maatregelen genomen om het totale geschatte bedrag van minstens 1,42 miljard euro daadwerkelijk van de producenten na te vorderen. Dit bedrag moet terugvloeien naar de Italiaanse begroting, zodat de Italiaanse belastingbetalers er geen geld bij inschieten, zo werd vandaag door de Commissie benadrukt.

Door deze heffingen niet daadwerkelijk na te vorderen worden de inspanningen op Europees niveau om de markt van zuivelproducten te stabiliseren ondermijnd. Dit leidt eveneens tot verstoring van de concurrentie ten opzichte van andere Europese en Italiaanse producenten die de productiequota naleefden dan wel bij een te grote productie een heffing op de overschotten betaalden.

(meer informatie: IP/13/577 - R. Waite - tel. +32 229-61404 - mobiel +32 498961404)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt vijf lidstaten om de belangrijkste EU-voorschriften inzake belastingontduiking toe te passen

Vandaag heeft de Commissie België, Griekenland, Finland (de provincie Åland), Italië en Polen een met redenen omkleed advies gestuurd waarin zij verzoekt om mededeling van de omzetting in nationaal recht van de richtlijn inzake administratieve samenwerking.

De richtlijn inzake administratieve samenwerking beoogt een toenemende transparantie, betere informatie-uitwisseling en stevigere grensoverschrijdende samenwerking: dat zijn immers de essentiële instrumenten om belastingontduiking te bestrijden (zie IP/12/1376). De lidstaten hadden de wettelijke verplichting om deze richtlijn vanaf 1 januari 2013 toe te passen. België, Griekenland, Finland, Italië en Polen hebben de Commissie niet op de hoogte gebracht van de omzetting van de richtlijn in hun nationale wetgeving.

(meer informatie: IP/13/572 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Vervoer per spoor: FRANKRIJK en het VERENIGD KONINKRIJK moeten de Europese regels inzake de Kanaaltunnel omzetten

De Europese Commissie heeft Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk formeel verzocht om te voldoen aan de EU-regels tegen overdreven hoge spoortoegangsrechten voor passagiers en goederentreinen in de Kanaaltunnel. De Commissie heeft hen ook verzocht te zorgen voor een volledig onafhankelijke regulator en een einde te maken aan een overeenkomst waardoor momenteel op restrictieve wijze capaciteit wordt gereserveerd voor bepaalde spoorwegmaatschappijen. De hoge spoortoegangsrechten resulteren in hogere ticketprijzen voor passagiers en ondernemingen die goederenvervoer per spoor aanbieden beklagen zich erover dat zij zich niet kunnen veroorloven om meer vracht via de tunnel te vervoeren, zodat die verder via de weg moet worden vervoerd met congestie en vervuiling als gevolg.

(meer informatie: IP/13/557 - H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Vervoer: de Commissie dringt er bij DUITSLAND op aan om te voldoen aan de EU-voorschriften inzake een gescheiden boekhouding bij de spoorwegen

De Commissie is bezorgd over het verzuim van Duitsland om de Europese voorschriften om te zetten inzake gescheiden boekhoudingen voor infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen en inzake de toepassing van spoortoegangsrechten. De procedure is een onderdeel van een aantal vergelijkbare procedures tegen enkele lidstaten inzake de scheiding van boekhoudingen. Het Duitse systeem maakt kruissubsidie mogelijk voor commerciële vervoeractiviteiten uit de middelen van de staat voor infrastructuur en het openbaar reizigersvervoer.

(meer informatie: IP/13/556 - H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Overige met redenen omklede adviezen

  1. BELGIË, CYPRUS, TSJECHIË, PORTUGAL en ROEMENIË wordt verzocht om aan de EU-regels inzake olievoorraden te voldoen

Vandaag heeft de Commissie België, Cyprus, Tsjechië, Portugal en Roemenië formeel verzocht om volledig aan hun verplichtingen op grond van de EU-wetgeving inzake olievoorraden te voldoen. Richtlijn 2009/119/EG vereist dat de lidstaten minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag houden om ervoor te zorgen dat er een afdoende voorraad aardolie beschikbaar is in geval van mogelijke verstoringen. Gezien het belang van aardolie in de energiemix van de EU, de sterke mate waarin de EU afhankelijk is van derde landen voor haar aardolievoorziening en de geopolitieke onzekerheid in verscheidene producerende regio's, is het absoluut nodig een continue toegang voor consumenten tot aardolieproducten te verzekeren. De Europese Commissie heeft vandaag een met redenen omkleed advies verzonden aan België, Cyprus, Tsjechië, Portugal en Roemenië, die de Commissie nog niet op de hoogte hebben gebracht van maatregelen ter omzetting van de richtlijn in hun nationale wetgeving. Indien de lidstaten niet binnen twee maanden aan hun wettelijke verplichtingen voldoen, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie.

De richtlijn moest uiterlijk op 31 december 2012 door de lidstaten zijn omgezet. In januari 2013 werden inbreukprocedures ingeleid tegen 17 lidstaten die hun omzettingsverplichtingen niet waren nagekomen. Er werd een schriftelijke aanmaning gezonden aan België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Griekenland, Spanje, Hongarije, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk. De Commissie onderzoekt de situatie in de andere lidstaten waartegen een inbreukprocedure is ingeleid en het is mogelijk dat er bij een volgende cyclus van inbreuken nog meer met redenen omklede adviezen worden opgesteld.

    Voor meer informatie, zie http://ec.europa.eu/energy/oil/secure_supply_en.htm

(meer informatie: M. Holzner - tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Energie-efficiëntie van gebouwen: de Commissie verzoekt zeven lidstaten om nationale maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie van gebouwen

Vandaag heeft de Commissie België, Finland, Frankrijk, Letland, Duitsland, Nederland en Polen formeel verzocht om volledig aan hun verplichtingen op grond van de EU-wetgeving inzake energie-efficiëntie van gebouwen te voldoen (Richtlijn 2010/31/EU). De Commissie heeft aan die lidstaten een met redenen omkleed advies gestuurd, met het verzoek haar in kennis te stellen van alle door hen genomen maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn, die uiterlijk op 9 juli 2012 had moeten zijn omgezet in nationaal recht. Op grond van deze wetgeving moeten de lidstaten minimumeisen voor de energieprestatie van nieuwe en bestaande gebouwen invoeren en toepassen, moeten zij ervoor zorgen dat gebouwen een energieprestatiecertificering krijgen en moeten zij een regelmatige keuring van verwarmings- en airconditioningsystemen voorschrijven. Bovendien verplicht de richtlijn de lidstaten om ervoor te zorgen dat vanaf 2021 alle nieuwe gebouwen "bijna-energieneutrale gebouwen" zijn. Wanneer de lidstaten de richtlijn correct omzetten en uitvoeren, kunnen zij aanzienlijke kostenefficiënte energiebesparingen doen en de broeikasgasemissies doen dalen. Indien de lidstaten niet binnen twee maanden aan hun wettelijke verplichtingen voldoen, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie.

In september 2012 leidde de Commissie inbreukprocedures in tegen 24 lidstaten die de Commissie niet in kennis hadden gesteld van de nationale maatregelen voor de omzetting van de richtlijn in het nationale recht. Ondertussen hebben een aantal lidstaten de Commissie op de hoogte gesteld van hun nationale omzetting, maar andere lidstaten deden dat niet, zodat er in januari 2013 aan Italië, Griekenland, Portugal en Bulgarije en in april 2013 aan Spanje en Slovenië een met redenen omkleed advies werd gestuurd. De Europese Commissie heeft ook besloten om Portugal voor het Europese Hof van Justitie te dagen omdat het geen wetgeving heeft aangenomen ter omzetting van de richtlijn inzake energie-efficiëntie van gebouwen in nationaal recht (zie IP/13/579).

Voor meer informatie, zie http://ec.europa.eu/energy/efficiency/buildings/buildings_en.htm

(meer informatie: M. Holzner - tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. De Commissie verzoekt BELGIË en PORTUGAL om maatregelen inzake het beheer van de veiligheid van weginfrastructuur

De Europese Commissie heeft België en Portugal vandaag verzocht om richtsnoeren aan te nemen en voor te leggen ter ondersteuning van de bevoegde diensten die belast zijn met het beheer van verkeersveiligheidsinfrastructuur, overeenkomstig hun verplichtingen op grond van de wetgeving van de Europese Unie. Die diensten zijn onder meer verantwoordelijk voor verkeersveiligheidsaudits en veiligheidsclassificaties. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Als België of Portugal de Commissie niet binnen twee maanden op de hoogte brengt van de maatregelen die zijn genomen om volledig aan de EU-richtlijn te voldoen, kan de Commissie de zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. België en Portugal werd verzocht om op grond van Richtlijn 2008/96/EG uiterlijk op 19 december 2011 nationale richtsnoeren aan te nemen inzake het beheer van de veiligheid van de weginfrastructuur en die uiterlijk op 19 maart 2012 aan de Commissie mee te delen. Portugal ging daar niet op in en België maar gedeeltelijk. Wanneer er geen richtsnoeren worden aangenomen en voorgelegd kan dat tot gevolg hebben dat de bevoegde diensten verhinderd worden om de in de richtlijn vastgestelde procedures correct toe te passen. Dat kan leiden tot een verminderde veiligheid van de weginfrastructuur met een nadelig effect op alle weggebruikers.

(meer informatie: H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Geneesmiddelenbewaking: de Commissie verzoekt vier lidstaten om te voldoen aan de voorschriften voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik

Vandaag is door de Europese Commissie een formeel verzoek gestuurd aan Tsjechië, Spanje, Polen en Slovenië, waarin wordt aangedrongen op volledige naleving van Richtlijn 2010/84/EU over het EU-wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Die richtlijn heeft als doel het toezichtssysteem inzake de veiligheid van geneesmiddelen op de Europese markt te versterken en te stroomlijnen. Dat komt de patiëntenveiligheid en de volksgezondheid ten goede door een betere preventie, opsporing en evaluatie van bijwerkingen van geneesmiddelen. Patiënten kunnen bijwerkingen van geneesmiddelen ook rechtstreeks melden aan de bevoegde autoriteiten. De vier genoemde lidstaten hebben de richtlijn nog steeds niet in nationaal recht omgezet, hoewel zij dat uiterlijk op 21 juli 2012 hadden moeten doen. De betrokken lidstaten hebben twee maanden de tijd om de Commissie de maatregelen mee te delen die zijn genomen om het EU-recht volledig na te leven. Blijft mededeling van adequate maatregelen achterwege, dan kan de Commissie de zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(meer informatie: F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt ITALIË en NEDERLAND om de EU-voorschriften voor de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt om te zetten

De Europese Commissie dringt er bij Italië en Nederland op aan om de EU-voorschriften voor de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt om te zetten in hun nationale wetgeving. De betrokken richtlijn heeft tot doel het gebruik van dieren voor experimentele doeleinden zoveel mogelijk te beperken en wil dat waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van alternatieven; tegelijkertijd streeft de richtlijn ernaar dat het kwalitatief hoogstaand onderzoek in de EU behouden blijft. De richtlijn moest uiterlijk op 10 november 2012 in nationaal recht zijn omgezet. Aangezien de lidstaten die termijn hebben laten verstrijken, zijn op 31 januari 2013 aanmaningsbrieven verstuurd. Italië heeft de Commissie nog niet op de hoogte gebracht van enige wijziging van zijn wetgeving. Nederland beweert dat de bestaande wetgeving deels tegemoet komt aan de vereisten van de richtlijn, maar de Commissie is nog steeds bezorgd over het feit dat sommige bepalingen niet in de Nederlandse wetgeving zijn opgenomen. De Commissie doet de beide lidstaten daarom een met redenen omkleed advies toekomen. Als zij niet binnen twee maanden reageren, kan hun zaak voor het Hof van Justitie van de EU worden gebracht, waar een geldboete kan worden opgelegd.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Volksgezondheid: de Commissie verzoekt twee lidstaten om te voldoen aan de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor de transplantatie van menselijke organen

Vandaag is door de Europese Commissie een formeel verzoek gestuurd aan Luxemburg en Slovenië, waarin wordt aangedrongen op volledige naleving van Richtlijn 2010/53/EU inzake kwaliteits- en veiligheidsnormen voor menselijke organen die bestemd zijn voor transplantatie. De richtlijn voorziet in de aanwijzing van bevoegde autoriteiten in alle lidstaten, in de autorisatie van verkrijgings- en transplantatiecentra en hun werkzaamheden, in systemen voor traceerbaarheid en in een meldsysteem voor ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen. De richtlijn bevat ook voorschriften voor het veilig vervoer van organen en voor de karakterisatie van iedere donor en elk orgaan. De twee genoemde lidstaten hebben de richtlijn nog steeds niet in nationaal recht omgezet, hoewel zij dat uiterlijk op 27 augustus 2012 hadden moeten doen. De betrokken lidstaten hebben twee maanden de tijd om de Commissie de maatregelen mee te delen die zijn genomen om het EU-recht volledig na te leven. Blijft mededeling van adequate maatregelen achterwege, dan kan de Commissie de zaken voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(meer informatie: F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Vervoer per spoor: de Commissie verzoekt OOSTENRIJK om de EU-voorschriften inzake de veiligheid op de spoorwegen om te zetten

De Europese Commissie verzoekt Oostenrijk om zijn nationale regels in lijn te brengen met een Europese richtlijn inzake de veiligheid op de spoorwegen (2004/49/EG), vooral wat betreft veiligheidscertificering en –vergunningen, besluitvorming door de veiligheidsinstantie, de verplichting om een onderzoek in te stellen bij ernstige ongevallen en de informatieverstrekking over het onderzoek naar dergelijke ongevallen, alsook het rapporteren over veiligheidsaanbevelingen. De richtlijn had uiterlijk op 30 april 2006 van kracht moeten zijn. Als Oostenrijk niet op bevredigende wijze reageert, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. De Commissie heeft in dit verband in november vorig jaar een inbreukprocedure ingeleid tegen Oostenrijk; nu wordt een met redenen omkleed advies verstuurd (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure). Oostenrijk heeft twee maanden de tijd om een antwoord te sturen aan de Commissie.

(meer informatie: H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Vrij verkeer: de Commissie verzoekt CYPRUS aan de EU-voorschriften te voldoen

Vandaag heeft de Europese Commissie besloten om een met redenen omkleed advies te versturen aan Cyprus omdat het heeft nagelaten de richtlijn inzake vrij verkeer (Richtlijn 2004/38/EG) correct om te zetten en toe te passen. Op grond van die richtlijn kunnen de lidstaten EU-burgers verplichten om hun aanwezigheid op het grondgebied binnen een aanvaardbare, niet-discriminerende termijn mee te delen en kunnen zij de niet-naleving van deze verplichting bestraffen met "niet-discriminerende en evenredige sancties". Dat is niet het geval bij de in de Cypriotische wetgeving opgenomen sanctie, waarbij een boete tot 1 000 euro kan worden opgelegd aan EU-burgers die meer dan 21 dagen in Cyprus blijven en die hun aanwezigheid niet binnen 35 dagen na aankomst melden.

Bovendien overschrijden de termijnen voor de afgifte van een verblijfskaart aan de familieleden van een EU-burger die de nationaliteit van een derde land hebben ruimschoots de termijn van zes maanden waarin de richtlijn voorziet.

Ten slotte moet voor het verkrijgen van documenten ter staving van een duurzaam verblijf na een verblijf van vijf jaar meer worden betaald (80 euro) dan voor de aflevering van identiteitsdocumenten aan Cypriotische staatsburgers (20 euro), terwijl de richtlijn bepaalt dat verblijfsdocumenten aan EU-burgers en hun familieleden "kosteloos" moeten worden verstrekt "of tegen een bedrag dat het voor de afgifte van soortgelijke documenten van eigen onderdanen verlangde bedrag niet te boven gaat".

Aan de hand van dit met redenen omkleed advies verzoekt de Commissie Cyprus aan de desbetreffende EU-voorschriften te voldoen. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord komt, kan de Commissie Cyprus voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: M. Andreeva - tel. +32 229-91382 - mobiel +32 498991382)

  1. Arbeidsrecht: de Commissie verzoekt DENEMARKEN om een gelijke behandeling toe te passen op deeltijdse werknemers in de gemeentelijke onderwijssector

De Europese Commissie heeft Denemarken verzocht om inzake de gemeentelijke onderwijssector volledig te voldoen aan de EU-richtlijn inzake deeltijdarbeid. De Commissie wil meer bepaald dat de Deense autoriteiten ervoor zorgen dat voor deeltijdwerkers die minder dan acht uur per week werken of die voor een periode van minder dan een maand zijn aangeworven, gelijke arbeidsvoorwaarden als voor vergelijkbare voltijdwerkers gelden. Verschillende door de gemeentelijke onderwijssector gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten sluiten dergelijke werknemers uit van een aantal voordelen die voltijd- en andere deeltijdwerkers wel genieten. Richtlijn 97/81/EG inzake deeltijdarbeid vereist dat deeltijdwerkers op dezelfde wijze als vergelijkbare voltijdwerkers worden behandeld. Bij wijze van uitzonderingen mogen de lidstaten werknemers die slechts incidenteel werkzaamheden verrichten van deze bescherming uitsluiten. De Deense regels in kwestie sluiten echter werknemers die werk verrichten aan een "lage intensiteit" uit en op een dergelijke categorie is de uitzondering niet van toepassing. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Denemarken heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die worden genomen om de nationale wetgeving in lijn te brengen met de EU-richtlijn. Anders kan de Commissie Denemarken voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Landbouw: de Commissie verzoekt GRIEKENLAND vrije markttoegang te garanderen voor wijnproducenten op Samos

De Europese Commissie heeft Griekenland officieel verzocht om wijzigingen van de nationale wetgeving die alle wijnproducenten op het eiland Samos verplicht om lid te worden van de lokale wijnbouwcoöperatie en om al hun mostproductie aan de coöperatie te leveren.

Een klager die de toestemming vroeg om onafhankelijk te produceren, zag zijn aanvraag op die grond afgewezen. De Commissie is van oordeel dat een verplicht lidmaatschap van een producentenorganisatie in strijd is met het beginsel van een open markt, op grond waarvan elke producent vrije toegang moet hebben tot de markt, die enkel mag worden gereglementeerd door voorschriften die op EU-niveau voor de hele sector gelden.

Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies nadat de Griekse autoriteiten een in 2011 verzonden schriftelijke aanmaning ontoereikend beantwoordden. Ontvangt de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord, dan kan zij de zaak voorleggen aan het Europese Hof van Justitie.

(meer informatie: R. Waite - tel. +32 229-61404 - mobiel +32 498961404)

  1. Teeltmateriaal: de Commissie verzoekt GRIEKENLAND om de voorwaarden voor de invoer van teeltmateriaal uit andere lidstaten te wijzigen

De Commissie is van oordeel dat de Griekse wetgeving op grond waarvan eenieder die teeltmateriaal uit een andere lidstaat invoert, moet beschikken over een marktvergunning in strijd is met artikel 34 VWEU inzake het vrij verkeer van goederen. Om een vergunning te kunnen krijgen moet er voldaan zijn aan bepaalde beperkende voorwaarden. De vereisten zijn met kleine uitzonderingen op zowel particuliere als zakelijke gebruikers van toepassing. Volgens Griekenland moeten de vereisten voorkomen dat er besmet materiaal wordt geplant, waardoor de gezondheid van planten wordt beschermd. De argumenten van de Griekse autoriteiten werden echter niet bevredigend geacht, aangezien ze geen betrekking hebben op de essentie van de door de Commissie geuite bezorgdheid, te weten op de voorwaarden waaronder een marktlicentie wordt toegekend. Geen van de argumenten wordt relevant geacht voor het doel de gezondheid van planten te beschermen in het geval dat het teeltmateriaal wordt aangekocht voor zakelijk gebruik. In het geval van particuliere gebruikers wordt de vereiste van een marktlicentie op zich als onevenredig beschouwd. Griekenland heeft twee maanden de tijd om zijn wetgeving aan de EU-wetgeving aan te passen.

(meer informatie: F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt GRIEKENLAND te stoppen met discriminerende heffingen op melk en vlees

De Europese Commissie heeft Griekenland formeel verzocht om zijn discriminerende fiscale wetgeving inzake melk, melkproducten en vlees uit andere lidstaten te wijzigen.

Momenteel past Griekenland een heffing toe op aankopen van melk en melkproducten. De heffing wordt echter op binnenlandse producten niet op dezelfde manier toegepast als op producten uit andere lidstaten. Sommige binnenlandse producten zijn vrijgesteld van de heffing en voor andere wordt een lager tarief gehanteerd.

Er wordt ook een heffing toegepast op aankopen van zowel binnenlands als ingevoerd vlees. Die heffingen worden echter gebruikt voor de financiering van Elogak, een overheidsinstantie die subsidies verleent aan Griekse boeren, en komt bijgevolg enkel de binnenlandse producten ten goede.

Die bepalingen zijn in strijd met de EU-voorschriften die een verbod instellen op maatregelen van gelijke werking als douanerechten en waardoor een discrimerende binnenlandse belasting tot stand wordt gebracht. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies. Ontvangt de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord, dan kan zij de zaak voorleggen aan het Europese Hof van Justitie.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt HONGARIJE om de EU-voorschriften inzake industriële emissies om te zetten

De Europese Commissie dringt er bij Hongarije op aan om nader uiteen te zetten hoe de EU-wetgeving inzake industriële emissies wordt omgezet in nationale wetgeving. De nieuwe richtlijn inzake industriële emissies komt in de plaats van en herziet oudere voorschriften met als doel door industriële activiteiten veroorzaakte verontreiniging te voorkomen, te verminderen en zo veel mogelijk uit te bannen, en moest uiterlijk op 7 januari 2013 zijn omgezet in nationaal recht. Aangezien Hongarije die oorspronkelijke termijn heeft laten verstrijken, is op 31 januari 2013 een aanmaningsbrief verstuurd. De Commissie verstuurt nu een met redenen omkleed advies; indien Hongarije niet binnen twee maanden reageert, kan de zaak worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Openbare aanbestedingen: de Commissie verzoekt ITALIË om de EU-voorschriften na te leven

De Europese Commissie heeft Italië vandaag verzocht om de EU-voorschriften op het gebied van openbare aanbestedingen correct toe te passen op de procedure inzake het oprichten van nieuwe gebouwen voor de gerechtelijke administratie van Bari, waarvan de waarde op 350 miljoen euro wordt geschat. Italië heeft de toepasselijke EU-regels inzake openbare aanbestedingen niet toegepast omdat het ervan uitging dat het bij de opdracht slechts om een huurovereenkomst zou gaan en niet om een contract voor werken. De Commissie is derhalve van oordeel dat Italië zijn verplichtingen (zoals die van toepassing waren ten tijde van de plaatsing van de opdracht) op grond van Richtlijn 93/37/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken niet is nagekomen. De EU-voorschriften inzake openbare aanbestedingen zijn opgesteld ter garantie van mededinging, transparantie, een gelijke behandeling en kostenefficiëntie in de gehele EU. Wanneer die voorschriften niet worden toegepast, kan het algemeen belang daardoor geschaad worden en krijgen particuliere bedrijven minder kansen om mee te dingen naar overheidscontracten.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Indien er binnen twee maanden geen maatregelen worden meegedeeld waarmee de schending van de EU-wetgeving wordt beëindigd, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Voor meer informatie, zie http://ec.europa.eu/internal_market/publicprocurement/index_en.htm

(meer informatie: C. Hughes - tel. +32 229-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt PORTUGAL om een betere beoordeling van windmolenparken

De Europese Commissie is bezorgd over het feit dat windmolenparken in Portugal mogen uitbreiden voordat het effect van die uitbreiding adequaat is beoordeeld. De kwestie heeft ook gevolgen voor het Natura 2000-netwerk van beschermde natuurgebieden, met mogelijk ernstige gevolgen voor het milieu en voor beschermde soorten. In een poging om Portugal aan te sporen zijn wetgeving aan te passen, verzendt de Commissie een met redenen omkleed advies.

Op grond van de milieueffectbeoordelingsrichtlijn moeten projecten die significante gevolgen voor het milieu kunnen hebben, worden beoordeeld alvorens ze officieel worden goedgekeurd; voor projecten binnen Natura 2000-zones moet ook een passende beoordeling worden gemaakt overeenkomstig de habitatrichtlijn. Portugal schendt momenteel de beide richtlijnen doordat een nieuwe wet projecten vrijstelt van beoordeling indien de werken geklasseerd worden als een verbetering onder een bepaalde drempel. De Commissie is bezorgd dat een systematische uitbreiding van projecten die de drempel al benaderen uiteindelijk zal leiden tot een inbreuk op de wetgeving ter bescherming van de volksgezondheid en het milieu.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt PORTUGAL discriminerende heffingen op niet in het land gevestigde ondernemingen stop te zetten

De Europese Commissie heeft Portugal verzocht om de bepalingen in de belastingwetgeving met betrekking tot niet in het land gevestigde ondernemingen die eigendom zijn van Portugese ingezetenen aan te passen.

Ondernemingen waarvan de statutaire zetel of de feitelijke plaats van beheer zich buiten Portugal bevindt, zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting op de in Portugal verworven inkomsten. Zoals de andere belastingbetalers genieten deze ondernemingen een aantal belastingvoordelen. Die voordelen worden echter niet toegekend als meer dan 25 % van het kapitaal van de niet in het land gevestigde onderneming in handen is van Portugese ingezetenen.

De Europese Commissie is van oordeel dan een verschillende fiscale behandeling van niet in het land gevestigde ondernemingen op basis van de woonplaats van de aandeelhouders een belemmering vormt voor het vrije verkeer van kapitaal. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies. Ontvangt de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord, dan kan zij de zaak voorleggen aan het Europese Hof van Justitie.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Openbare aanbestedingen: de Commissie verzoekt ROEMENIË aan de EU-voorschriften te voldoen

De Europese Commissie heeft Roemenië vandaag verzocht om volledig te voldoen aan de Europese richtlijnen inzake openbare aanbestedingen. De Commissie is van mening dat de aanbestedingsprocedure voor de uitvoering van herstellingswerken aan de nationale weg tussen Crasna en Iași in strijd met de Richtlijnen 2004/18/EG en 89/665/EEG is verlopen. De aanbestedingsprocedure werd beheerd door de Roemeense nationale maatschappij voor wegen en autosnelwegen en verliep op grond van een nationale wet waarvan later werd geoordeeld dat ze onverenigbaar was met de Europese regels inzake openbare aanbestedingen. Daardoor ontbrak er essentiële informatie in het aanbestedingsbericht en konden de inschrijvers niet ten volle hun recht op een doeltreffend beroep uitoefenen.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Indien er binnen twee maanden geen maatregelen worden meegedeeld waarmee de schending van de EU-wetgeving wordt beëindigd, kan de Commissie Roemenië voor het Hof van Justitie van de Europese Unie dagen.

Voor meer informatie, zie http://ec.europa.eu/internal_market/publicprocurement/infringements/cases/index_en.htm

(meer informatie: C. Hughes - tel. +32 229-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt SLOVENIË om een beter beheer van afval en stortplaatsen

De Europese Commissie dringt bij Slovenië aan op een beter afvalbeheer op verschillende plaatsen in de stad Celje. Een van de punten van bezorgdheid betreft een stortplaats nabij het stadscentrum waar illegaal grond die afkomstig is van een ernstig met zware metalen vervuild industrieterrein is gestort; een ander punt van bezorgdheid betreft een stortplaats in het nabije Bukovžlak. Meer in het algemeen is de Commissie van oordeel dat Slovenië onvoldoende maatregelen heeft genomen om ervoor te zorgen dat bij de bouw van het Technologisch Centrum in Celje in 2006 de volksgezondheid en het milieu niet in gevaar werden gebracht door afgegraven grond en verontreinigd puin. De Commissie verstuurt een met redenen omkleed advies; indien Slovenië niet binnen twee maanden reageert, dan kan de zaak worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU.

De Commissie vraagt Slovenië ook ervoor te zorgen dat zijn wetgeving overeenstemt met de EU-normen voor het beoordelen van de gevolgen van infrastructuurprojecten voor het milieu. Slovenië heeft een nationaal systeem voor het onderzoeken van projecten opgezet dat niet helemaal overeenstemt met de EU-normen en de manier waarop een "projectvergunning" is gedefinieerd is evenmin volledig in lijn met de vereisten van de richtlijn en de jurisprudentie van het Europees Hof. Er wordt een met redenen omkleed advies verzonden; indien Slovenië niet binnen twee maanden reageert, kan de zaak worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Vrijheid van vestiging en vrij verkeer van diensten: de Commissie verzoekt SLOVENIË aan de EU-voorschriften te voldoen

De Europese Commissie heeft Slovenië vandaag verzocht om te voldoen aan de EU-voorschriften inzake de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting (artikelen 49 en 56 van het Verdrag betreffende de werking van de EU en artikelen 10, 13 en 16 van de dienstenrichtlijn inzake onderwijs).

Naar aanleiding van door de Commissie ingeleide inbreukprocedures is de Sloveense wetgeving in die zin aangepast dat instellingen voor hoger onderwijs uit andere lidstaten hun opleidingsprogramma's ook in Slovenië kunnen aanbieden. In de huidige wetgeving is echter bepaald dat er bij afgeleide wetgeving een speciale administratieve procedure moet worden opgezet opdat aanbieders uit de EU actief zouden kunnen zijn in Slovenië. Die afgeleide wetgeving is ondanks de wettelijke verplichting daartoe niet aangenomen. In de praktijk heeft dat als gevolg dat instellingen voor hoger onderwijs uit andere lidstaten niet hun recht kunnen uitoefenen om een onderafdeling of dochterinstelling op te zetten of om onderwijs aan te bieden middels validatie- of franchiseovereenkomsten, aangezien de administratieve procedure waarin de wet voorziet nog niet van kracht is.

Wegens het verzuim om de criteria en de voorwaarden voor die administratieve procedure vast te stellen, verzoekt de Commissie Slovenië aan de hand van een met redenen omkleed advies om maatregelen te treffen teneinde de EU-regels volledig toe te passen. Indien er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord komt van de Sloveense autoriteiten, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Voor meer informatie, zie http://ec.europa.eu/internal_market/services/services-dir/index_en.htm

(meer informatie: C. Hughes - tel. +32 229-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt SPANJE om de impact van een geplande spoorverbinding in Andalusië te evalueren

De Europese Commissie is bezorgd over de goedkeuring door Spanje voor een project voor de aanleg van een hogesnelheidsspoorlijn voordat de gevolgen daarvan voor het milieu correct beoordeeld zijn, wat in strijd is met de vereisten op grond van de EU-wetgeving. Het probleem betreft één onderdeel van het project, namelijk de verbinding tussen Almeria en Sevilla, die dwars door een van de belangrijkste (momenteel als speciale beschermingszone aangewezen) gebieden voor steppevogels in Andalusië heen zal lopen en die de habitat op significante wijze zal aantasten.

De Commissie stuurde hierover in juni 2011 een aanmaningsbrief. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt, is de Commissie er niet van overtuigd dat de nodige stappen zijn gezet om het gebied te beschermen, zodat zij een met redenen omkleed advies verstuurt. Als Spanje niet binnen twee maanden reageert, kan de zaak voor het Hof van Justitie van de EU worden gebracht.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt SPANJE te stoppen met discriminerende heffingen op investeringen in niet in het land gevestigde ondernemingen

De Europese Commissie heeft Spanje verzocht om zijn discriminerende fiscale wetgeving inzake buitenlandse dividenden aan te passen. Het gaat om dividenden die door een niet in het land gevestigde onderneming worden uitgekeerd aan een Spaanse onderneming. De fiscale behandeling voor buitenlandse dividenden is strenger dan die voor binnenlandse dividenden (d.w.z. dividenden die worden uitgekeerd door in Spanje gevestigde ondernemingen). Zo moet bijvoorbeeld een Spaanse onderneming die van de belastingverlaging wil profiteren aan meer voorwaarden voldoen wanneer ze investeert in een niet in het land gevestigde onderneming (bijvoorbeeld wat betreft de omvang van de inkomsten en het niveau van aandeelhoudersparticipatie) dan in het geval van een binnenlandse investering. In andere gevallen is het belastingvoordeel voor binnenlandse dividenden dan weer niet beschikbaar voor buitenlandse dividenden.

De Commissie is van oordeel dat deze regeling onverenigbaar is met de vrijheid van vestiging, de vrijheid van dienstverrichting, de grensoverschrijdende levering van goederen en het vrije verkeer van kapitaal zoals vastgelegd in de EU-Verdragen.

Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies. Ontvangt de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord, dan kan zij de zaak voorleggen aan het Europese Hof van Justitie.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt het VERENIGD KONINKRIJK ervoor te zorgen dat consumenten een btw-teruggaaf kunnen krijgen van fabrikanten

De Europese Commissie heeft het Verenigd Koninkrijk formeel verzocht om zijn wetgeving te wijzigen zodat eindgebruikers de btw terug kunnen krijgen bij terugbetalingen door fabrikanten voor goederen waarvan de prijs is verlaagd en die zijn aangekocht via een derde (bijvoorbeeld shampoo in een supermarkt).

Op grond van de btw-regels van de EU hebben consumenten eveneens het recht om de btw terugbetaald te krijgen wanneer goederen die defect zijn of een gebrek vertonen of niet aan de verwachtingen van de consument beantwoorden worden terugbetaald, of wanneer de consument de goederen retourneert. De huidige regels in het VK staan echter niet toe dat fabrikanten de bij de aankoop betaalde btw terugbetalen.

Op 24 mei 2012 kondigde het Verenigd Koninkrijk zijn voornemen aan om de regels in lijn te brengen met de EU-wetgeving, maar dat is tot nog toe niet gebeurd. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord is, kan de Commissie het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website