Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 30 mei 2013

Vragen en antwoorden over het nieuwe, hervormde gemeenschappelijk visserijbeleid

Het algemene doel van het hervormde gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) bestaat erin de visserij duurzaam te maken uit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt. Met het nieuwe beleid zullen de visbestanden worden teruggebracht op duurzame niveaus en zal een einde komen aan de verspillende visserijpraktijken. Dankzij dit beleid zal de EU-burger op lange termijn op een stabiel, veilig en gezond voedselaanbod kunnen rekenen. Doel is voorts de visserijsector nieuwe welvaart te brengen, een einde te maken aan de afhankelijkheid van subsidies en nieuwe mogelijkheden te creëren op het vlak van werkgelegenheid en groei in kustgebieden. Om de duurzaamheidsdoelstellingen van het nieuwe beleid te ondersteunen zal de EU financiële bijstand verlenen uit het voorgestelde Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (IP/11/1495).

Waarom is een nieuw beleid noodzakelijk?

Het Europese visserijbeleid is dringend aan hervorming toe. Nog altijd wordt meer vis gevangen dan veilig kan worden gereproduceerd. De visserijsector gaat een onzekere toekomst tegemoet.

Tegen deze achtergrond stelde de Europese Commissie in 2011 een ambitieuze hervorming van het beleid voor. Met deze hervorming wordt beoogd de voorwaarden te scheppen voor een betere toekomst voor de visbestanden en de visserij, alsook voor het ondersteunende mariene milieu. Het hervormde GVB zal bijdragen tot de Europa 2020-strategie en bij het beleid zal worden gestreefd naar solide economische rentabiliteit van de sector, inclusieve groei en versterkte cohesie in de kustgebieden.

Bij de hervorming van het GVB staat duurzaamheid centraal. Duurzaam vissen betekent dat het niveau van de visserij de reproductie van de bestanden niet in gevaar brengt en een grote opbrengst op lange termijn oplevert. Dit houdt in dat de hoeveelheid vis die in het kader van de visserij uit de zee wordt gehaald, moet worden beheerd. In het kader van het nieuwe GVB moeten de bestanden op een duurzaam niveau worden geëxploiteerd. Dit laatste wordt gedefinieerd als het hoogste vangstniveau dat jaar na jaar zonder gevaar kan worden gerealiseerd terwijl de vispopulatie op een maximaal productiviteitsniveau wordt gehandhaafd. Dit is de zogenoemde "maximale duurzame opbrengst" (meestal afgekort tot MSY, wat staat voor het Engelse "maximum sustainable yield"). Deze doelstelling is neergelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, en is tijdens de wereldtop over duurzame ontwikkeling bevestigd als een uiterlijk in 2015 op wereldniveau te halen streefdoel. In het kader van het nieuwe GVB zullen de bevissingsniveaus op het MSY-niveau worden vastgesteld, uiterlijk in 2015 voor zo veel mogelijk visbestanden en uiterlijk in 2020 voor alle visbestanden.

Uit ramingen1 blijkt dat de omvang van de bestanden bij een dergelijke exploitatie met ongeveer 70 % kan toenemen, terwijl ook de vangstniveaus kunnen verbeteren en het inkomen van de vissers en het loon van de bemanningsleden kunnen stijgen.

Dankzij een duurzame visserij zal de vangstsector bovendien niet langer afhankelijk zijn van overheidssteun en zullen stabiele prijzen onder transparante voorwaarden haalbaarder zijn, wat de consument duidelijke voordelen zou opleveren.

Wat zijn de voornaamste elementen van het nieuwe beleid?

Meerjarig op ecosystemen gebaseerd beheer

Om de visserijsector in Europa weer vitaal te maken moet het mariene milieu efficiënter worden beschermd. Om de gevolgen van de visserijactiviteiten voor de mariene ecosystemen te beperken zal de EU-visserij worden beheerd aan de hand van meerjarenplannen en zullen de beleidslijnen worden uitgezet op basis van de ecosysteemaanpak en de voorzorgsbenadering. Hierdoor zullen de hulpbronnen worden beschermd en de langetermijnopbrengsten worden gemaximaliseerd.

De meerjarige beheersplannen zullen niet langer voor één enkel bestand, maar voor hele visserijen gelden, zodat met minder plannen meer visbestanden worden bestreken, wat de duurzaamheid ten goede zal komen. Voorts zullen de bestanden ook worden beheerd via door de Raad vastgestelde vangstmogelijkheden en andere instandhoudings- en technische maatregelen die een onderdeel van het voorgestelde instrumentarium zijn.

Verbod op teruggooi

Teruggooi, d.w.z. het overboord gooien van ongewenste vis, wordt op 23 % van de totale vangsten geschat (en in sommige visserijen zelfs aanzienlijk meer). Deze onaanvaardbare praktijk zal geleidelijk worden afgeschaft volgens een nauwkeurig tijdschema voor de tenuitvoerlegging (geleidelijk tussen 2015 en 2019), in combinatie met een aantal flankerende maatregelen. Vissers zullen voortaan verplicht zijn alle vangsten van commerciële soorten aan te landen. Ondermaatse vis mag in de regel niet worden verkocht voor menselijke consumptie.

De lidstaten moeten erop toezien dat hun vissersvaartuigen over de juiste uitrusting beschikken om alle visserij- en verwerkingsactiviteiten volledig te kunnen documenteren zodat kan worden gecontroleerd of de verplichting tot aanlanding van alle vangsten wordt nageleefd.

Dit verbod zal betrouwbaarder gegevens over visbestanden opleveren, een beter beheer ondersteunen en het rendement van de hulpbronnen verbeteren. Vissers zullen ook worden gestimuleerd om ongewenste vangsten te vermijden door middel van technische oplossingen zoals selectiever vistuig.

Beheer van de capaciteit van de vissersvloot

De lidstaten zullen erop moeten toezien dat de capaciteit van de vloot (aantal en omvang van de vaartuigen) in evenwicht is met de vangstmogelijkheden. Als een lidstaat in een vlootsegment overcapaciteit vaststelt, stelt hij een actieplan op om die overcapaciteit te reduceren. Als een lidstaat er niet in slaagt de vlootcapaciteit in de vereiste mate te reduceren, kan de financiering uit het Europees financieel instrument worden geschorst.

Steun voor kleinschalige visserijen

In de EU is de kleinschalige vloot goed voor 77 % van de totale EU-vloot wat het aantal vaartuigen betreft, maar is de impact van deze vloot op de visbestanden in verhouding kleiner, met slechts 8 % van het EU-totaal wat tonnage betreft (grootte van het vaartuig) en 32 % wat het motorvermogen betreft. Kleinschalige kustvisserijen spelen vaak een belangrijke rol in het maatschappelijke weefsel en de culturele identiteit van tal van Europese kustgebieden. Zij hebben derhalve bijzondere steun nodig. Dankzij het hervormde GVB zullen de lidstaten tot 2022 het recht hebben om de visserij te beperken in een zone van 12 zeemijl vanaf de kustlijn. Het toekomstige financiële instrument voor de visserij zal maatregelen ten behoeve van kleinschalige visserijen omvatten en zal de plaatselijke economieën helpen zich aan de veranderingen aan te passen.

Ontwikkeling van een duurzame aquacultuur

Een beter kader voor de aquacultuur zal de productie en het aanbod van schaal- en schelpdieren in de EU verhogen, de afhankelijkheid van ingevoerde vis verminderen en de groei in kust- en plattelandsgebieden bevorderen. Tegen 2014 zullen de lidstaten nationale strategische plannen opstellen om de administratieve belemmeringen weg te nemen en de ecologische, sociale en economische normen voor de kweekvissector te handhaven. Er zal een nieuwe adviesraad voor aquacultuur worden opgericht die advies moet verstrekken over sectorgerelateerde kwesties. De ontwikkeling van de aquacultuur heeft een duidelijke EU-dimensie: strategische keuzes van de ene lidstaat kunnen gevolgen hebben voor de ontwikkeling van deze sector in een andere lidstaat.

Verbetering van de wetenschappelijke kennis

Betrouwbare en actuele informatie over de toestand van de visbestanden is essentieel om verantwoorde beheersbeslissingen en een efficiënte tenuitvoerlegging van het hervormde GVB te ondersteunen. Het GVB omvat de basisregels en –verplichtingen die op dit gebied voor de lidstaten gelden. De lidstaten zullen worden belast met het verzamelen, bewaren en uitwisselen van gegevens over visbestanden, vloten en de gevolgen van de visserij op het niveau van het zeebekken. Er zullen nationale onderzoeksprogramma's worden opgezet om deze activiteit te coördineren.

Een gedecentraliseerd bestuur

Met het nieuwe GVB zal de besluitvorming dichter aansluiten bij de situatie in de visgronden en zullen de rol en de verplichtingen van alle actoren worden verduidelijkt. EU-wetgevers zullen voortaan nog slechts het algemene kader, de fundamentele beginselen en normen, de algemene streefdoelen, de prestatie-indicatoren en de termijnen vaststellen, waardoor een einde komt aan het microbeheer vanuit Brussel. De lidstaten zullen dan aanbevelingen opstellen over de eigenlijke uitvoeringsmaatregelen en zullen samenwerken op regionaal niveau. Als alle betrokken lidstaten het erover eens zijn, kunnen deze aanbevelingen worden omgezet in regels die voor alle betrokken vissers gelden.

Nieuw marktbeleid – responsabilisering van de sector en betere consumenteninformatie

Het nieuwe marktbeleid heeft tot doel het concurrentievermogen van de EU-visserijsector te versterken, de transparantie van de markten te verbeteren en te zorgen voor een gelijk speelveld voor alle in de Unie op de markt gebrachte producten.

De bestaande interventieregeling zal worden gemoderniseerd en vereenvoudigd: de producentenorganisaties zullen visserijproducten mogen opkopen wanneer de prijzen onder een bepaald niveau komen te liggen, en zullen de producten mogen opslaan om ze in een later stadium op de markt te brengen. Dit zal de marktstabiliteit bevorderen.

Producentenorganisaties zullen ook een belangrijkere rol toebedeeld krijgen op het gebied van beheer, monitoring en controle op gezamenlijke basis. Dankzij nieuwe handelsnormen inzake etikettering, kwaliteit en traceerbaarheid zal de consument duidelijker worden geïnformeerd en zal hij duurzame visserijen beter kunnen steunen. Bepaalde vermeldingen op het etiket zullen verplicht worden, andere vermeldingen kunnen op vrijwillige basis worden aangebracht.

Meer internationale verantwoordelijkheid

Een groot deel van de visbestanden in de wereld wordt volgens de FAO hetzij volledig bevist, hetzij overbevist. Als 's werelds grootste importeur van visserijproducten (uitgedrukt in waarde) moet de EU zowel op internationaal als op Europees niveau handelen. Het externe visserijbeleid moet integrerend deel uitmaken van het GVB. In internationale en regionale organisaties zal de EU dan ook pleiten voor de beginselen van duurzaamheid en instandhouding van visbestanden en voor mariene biodiversiteit. Om illegale visserij te bestrijden en overcapaciteit terug te schroeven, zal zij allianties oprichten en acties ondernemen met belangrijke partners.

In bilaterale visserijovereenkomsten met derde landen zal de EU duurzaamheid, goed bestuur en de beginselen van democratie, mensenrechten en de regels van de rechtsstaat promoten. De bestaande overeenkomsten zullen worden vervangen door partnerschapsovereenkomsten voor duurzame visserij die moeten garanderen dat de visbestanden op basis van betrouwbaar wetenschappelijk advies worden geëxploiteerd en dat alleen overschotbestanden worden bevist die het partnerland zelf niet kan of wil bevissen. In het kader van de partnerschapsovereenkomsten voor duurzame visserij zullen partnerlanden worden gecompenseerd voor het verlenen van toegang tot hun visbestanden en zal hun financiële bijstand worden verleend voor de tenuitvoerlegging van een duurzaam visserijbeleid.

Komen er nieuwe voorschriften inzake controle en handhaving?

Het voorstel strookt met de nieuwe controleregeling van de EU van 20102 en bevat de essentiële elementen van de controle- en handhavingsregeling van het GVB. In het licht van de invoering van de aanlandingsverplichting die erop gericht is teruggooi te vermijden, stelt de Commissie verplichtingen inzake toezicht en controle voor, met name met betrekking tot een volledig gedocumenteerde visserij, alsook proefprojecten inzake nieuwe technologieën voor visserijcontrole die bijdragen tot een duurzame visserij.

Wanneer gaat de hervorming in?

Nu op politiek niveau overeenstemming over het nieuwe beleid is bereikt, volgen in de komende maanden de afronding en de formele goedkeuring. Het nieuwe beleid treedt op 1 januari 2014 in werking. De tenuitvoerlegging van de nieuwe regels zal, bijvoorbeeld wat de aanlandingsverplichting betreft, geleidelijk gebeuren omdat de sector de tijd moet krijgen om zich aan te passen en de nieuwe regels met succes toe te passen. De hervorming voorziet evenwel in duidelijke termijnen.

Nadere informatie:

Website over de hervorming van het GVB:

http://ec.europa.eu/fisheries/reform/proposals/index_nl.htm

1 :

Effectbeoordeling bij het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid.

2 :

Verordeningen (EG) nrs. 1005/2008 en 1224/2009 van de Raad.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website