Navigation path

Left navigation

Additional tools

Inbreukenpakket voor mei: voornaamste beslissingen

European Commission - MEMO/13/470   30/05/2013

Other available languages: EN FR DE ES IT SV FI EL CS ET HU LT PL SK

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 30 mei 2013

Inbreukenpakket voor mei: voornaamste beslissingen

DIGITALE AGENDA

WERKGELEGENHEID & SOCIALE ZAKEN

ENERGIE

INDUSTRIE & ONDERNEMERSCHAP

MILIEU

BINNENLANDSE ZAKEN

JUSTITIE

INTERNE MARKT & DIENSTEN

VERVOER

BELASTINGEN EN DOUANE-UNIE

AT

1

BE

1

1

1

CZ

1

EE

1

1

EL

1

1

1

1

ES

1

HU

1

1

IT

1

FI

1

FR

1

LT

1

PL

1

SK

1

UK

1

1

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen vele sectoren en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De Commissie heeft vandaag 143 beslissingen genomen: bij 15 daarvan gaat het om een met redenen omkleed advies en bij 5 om een zaak die bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig is gemaakt. Hieronder volgt een samenvatting. Voor nadere informatie over inbreukprocedures, zie MEMO/12/12.

  1. Zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt

  1. Digitale agenda: Commissie daagt ESTLAND voor Hof van Justitie van EU in verband met ontbreken van onafhankelijkheid van nationale regelgevende instantie voor telecommunicatie

De Europese Commissie heeft besloten Estland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen wegens zijn nationale regelgeving op grond waarvan de onpartijdigheid van de nationale regelgevende instantie voor telecommunicatie niet is gewaarborgd. Volgens de EU-telecomregels mogen nationale autoriteiten met regelgevende taken niet tegelijkertijd ook eigenaar zijn van of zeggenschap uitoefenen over telecombedrijven.

Het Ministerie van Economische Zaken en Communicatie van Estland vervult bepaalde regelgevende taken, met name bij de toewijzing van radiofrequenties en in het kader van de procedures voor de verlening van frequentievergunningen. Tegelijkertijd oefent het zeggenschap uit over het overheidsbedrijf Levira Ltd, het grootste bedrijf voor tv- en radio-uitzendingen in Estland, dat telecomdiensten als omroep en draadloze breedbandtoegang aanbiedt.

De Commissie heeft Estland in juni 2012 een formeel verzoek tot naleving van het EU-recht gestuurd (IP/12/630). Estland heeft evenwel verzuimd zijn nationale regelgeving aan te passen teneinde de onpartijdigheid van de regelgevende instantie voor telecommunicatie te waarborgen, wat negatieve gevolgen voor de mededinging in de betrokken sector kan hebben.

(meer informatie: IP/13/480 R. Heath tel. +32 229-61716 - mobiel +32 460750221)

  1. Belastingen: Commissie daagt FRANKRIJK voor Hof van Justitie in verband met discriminerende onroerendezaakbelastingregels

De Europese Commissie heeft besloten Frankrijk voor het Hof van Justitie van de EU te dagen in verband met discriminerende belastingregels voor nieuw woningvastgoed. Op grond van de Franse regelgeving kunnen investeringen in nieuw woningvastgoed in Frankrijk versneld worden afgeschreven, wat niet is toegestaan voor soortgelijke investeringen in het buitenland.

Volgens de Franse belastingwetgeving is versnelde afschrijving toegestaan voor nieuw woningvastgoed in Frankrijk dat gedurende minimaal 9 jaar zal worden verhuurd. Derhalve geldt voor dergelijke investeringen een gunstige fiscale behandeling. Een Franse belastingbetaler die in een andere lidstaat van de EU in woningvastgoed voor verhuur investeert, kan daarentegen niet van die versnelde afschrijving profiteren en blijft derhalve van dit belastingvoordeel verstoken. In de praktijk betekent dit dat belastingbetalers die hetzelfde bedrag investeren in vastgoed in het buitenland, hoger in de belasting worden aangeslagen.

Volgens de Commissie zijn deze bepalingen onverenigbaar met het vrij verkeer van kapitaal, een grondbeginsel van de interne markt van de EU. De verwijzing naar het Hof van Justitie van de EU is de laatste stap in de inbreukprocedure.

(meer informatie: IP/13/473 E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Milieu: Commissie daagt GRIEKENLAND voor Hof in verband met stortplaats op de Peloponnesos

De Europese Commissie maakt zich zorgen over het feit dat Griekenland zijn burgers niet afdoende beschermt tegen de gevolgen van slechte afvalstoffenbehandeling op de Peloponnesos. Ondanks eerdere waarschuwingen wordt de stortplaats Kiato geëxploiteerd in strijd met de EU-regelgeving inzake afvalstoffen en stortplaatsen; die stortplaats levert dus een ernstig risico voor de gezondheid van de mens en het milieu op. In een poging om Griekenland tot meer inspanningen op dit gebied aan te sporen, daagt de Commissie Griekenland op aanbeveling van Europees commissaris voor Milieu Janez Potočnik voor het Hof van Justitie van de EU.

De afvalstortrichtlijn stelt strenge technische eisen aan stortplaatsen, ter voorkoming van negatieve effecten voor de gezondheid van de mens, water, bodem en lucht. Diverse inspecties ter plaatse hebben aangetoond dat de stortplaats Kiato uit zijn voegen barst, maar nog steeds zonder geldige vergunning wordt geëxploiteerd, wat een serieuze bedreiging voor de gezondheid en het milieu betekent. Hoewel de Griekse autoriteiten het probleem onderkennen en het trachten aan te pakken, zijn de noodzakelijke maatregelen om de stortplaats te saneren tot nog toe achterwege gebleven en wordt de stortplaats nog steeds geëxploiteerd in strijd met de afvalstoffenwetgeving van de EU.

(meer informatie: IP/13/483 J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Invaliditeitsuitkeringen: Commissie daagt SLOWAKIJE voor Hof van Justitie wegens discriminatie van in buitenland wonende ernstig gehandicapten

De Europese Commissie heeft Slowakije voor het Hof van Justitie van de EU gedaagd omdat het in strijd met de EU-wetgeving inzake de coördinatie van de sociale zekerheid geen invaliditeitsuitkeringen uitbetaalt aan ernstig gehandicapten die in andere lidstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland woonachtig zijn.

Naar Slowaaks recht worden de drie Slowaakse zorguitkeringen voor ernstig gehandicapten, te weten de zorgtoelage ("peňažný príspevok na opatrovanie"), de invaliditeitstoelage ("peňažný príspevok na osobnú asistenciu") en de uitkering voor de compensatie van de hogere kosten voor ernstig gehandicapten ("peňažný príspevok na kompenzáciu zvýšených výdavkov") alleen uitbetaald aan hen die in Slowakije woonachtig zijn.

Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU moeten uitkeringen voor langdurige zorg die het levenspeil van zorgbehoevenden verbeteren en die de extra kosten die hun situatie met zich brengt compenseren, worden beschouwd als prestaties bij ziekte in de zin van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. De aanspraak op die uitkeringen mag niet afhankelijk worden gesteld van de vraag of de betrokkene al dan niet in de lidstaat woont waar hij of zij de uitkering aanvraagt. Hierdoor kunnen personen die afhankelijk zijn van zorg zich in een andere lidstaat vestigen en tegelijkertijd hun aanspraak behouden op uitkeringen voor langdurige zorg uit het land waar zij verzekerd zijn.

(meer informatie: IP/13/476 – J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Socialezekerheidsuitkeringen: Commissie daagt VERENIGD KONINKRIJK voor Hof van Justitie wegens onjuiste toepassing van EU-socialezekerheidswetgeving

Naar EU-recht dienen de betrokken socialezekerheidsuitkeringen aan personen uit andere EU-lidstaten te worden toegekend op voorwaarde dat zij hun gewone verblijfplaats in het Verenigd Koninkrijk hebben. Deze voorwaarde alsmede de criteria voor de bepaling van de gewone verblijfplaats zijn in 2009 op EU-niveau door de lidstaten unaniem opnieuw bevestigd in het kader van de bijwerking van de EU-voorschriften inzake de coördinatie van de sociale zekerheid (Verordening (EG) nr. 987/2009) tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels). Volgens deze criteria kan een persoon alleen worden geacht daadwerkelijk zijn of haar gewone verblijfplaats in een lidstaat te hebben wanneer hij of zij kan aantonen dat zijn of haar gewone centrum van belangen aldaar is gevestigd.

Volgens de Commissie zijn deze in het EU-recht verankerde criteria strikt genoeg en waarborgen zij dus dat alleen zij die daadwerkelijk hun centrum van belangen naar een andere lidstaat hebben overgebracht worden geacht aldaar hun gewone verblijfplaats te hebben en niet langer woonachtig te zijn in de lidstaat waar zij tevoren hebben gewoond. Een volledige en strikte toepassing van deze criteria voor de bepaling van de gewone verblijfplaats vormt een krachtig instrument in handen van de lidstaten om ervoor te zorgen dat deze socialezekerheidsuitkeringen alleen worden toegekend aan hen die daadwerkelijk hun gewone verblijfplaats op hun grondgebied hebben.

(meer informatie: IP/13/475 – J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Andere zaken van specifiek belang

  1. Luchtvaart: Commissie maant BELGIË en GRIEKENLAND aan Overeenkomst met Westelijke Balkan over gemeenschappelijke luchtvaartruimte te ratificeren

De Europese Commissie maakt zich zorgen om de uitblijvende ratificatie door België en Griekenland van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, haar lidstaten en de Westelijke Balkan over de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (de "ECAA-overeenkomst"). Door het uitblijven van de ratificatie van de ECAA-overeenkomst door België en Griekenland komt de openstelling van de luchtvaartmarkten met de Westelijke Balkan in het gedrang. Indien de Belgische en Griekse autoriteiten de ratificatieakte van de ECAA-overeenkomst niet binnen twee maanden overeenkomstig de EU-regelgeving neerleggen, kan de Commissie beide landen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie dagen.

(meer informatie: IP/13/479 – H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Europese ziektekostenverzekeringskaart: Commissie is bezorgd over weigering van openbare ziekenhuizen in SPANJE om Europese ziektekostenverzekeringskaart te erkennen

De Europese Commissie heeft SPANJE verzocht om inlichtingen over klachten dat Spaanse ziekenhuizen voor openbare gezondheidszorg de Europese ziektekostenverzekeringskaart weigeren te erkennen. Zij maakt zich zorgen over het feit dat Spanje niet zou voldoen aan zijn verplichtingen op grond van het EU-recht om tijdelijke bezoekers uit andere lidstaten spoedeisende gezondheidszorg te verstrekken op dezelfde voorwaarden als die welke voor Spaanse burgers in het kader van het openbaar stelsel voor gezondheidszorg gelden.

Het verzoek van de Commissie om inlichtingen volgt op een toenemend aantal klachten die bij haar zijn binnengekomen over ziekenhuizen voor openbare gezondheidszorg, voornamelijk in toeristencentra in Spanje, die weigeren burgers te behandelen op vertoon van hun Europese ziektekostenverzekeringskaart en in plaats daarvan een reisverzekeringspolis en creditcardgegevens verlangen. Openbare gezondheidszorg is in Spanje in het algemeen gratis en de Europese ziektekostenverzekeringskaart geeft de houder ervan recht op behandeling op dezelfde voorwaarden als Spaanse burgers. In sommige gevallen is burgers evenwel de onjuiste informatie verstrekt dat hun Europese ziektekostenverzekeringskaart niet geldig is wanneer zij een reisverzekering hebben afgesloten. Andere patiënten dachten via hun Europese ziektekostenverzekeringskaart te zijn behandeld, maar kwamen er later achter dat voor hun behandeling een rekening naar hun reisverzekeringsmaatschappij was gestuurd.

(meer informatie: IP/13/474 – J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Met redenen omklede adviezen

  1. Hernieuwbare energie: BELGIË en ESTLAND verzocht om te voldoen aan EU-voorschriften inzake hernieuwbare energie

De Europese Commissie heeft België en Estland vandaag formeel verzocht de nodige actie te ondernemen om de EU-voorschriften inzake hernieuwbare energie volledig na te leven. Zij heeft beide lidstaten met redenen omklede adviezen gestuurd omdat deze hebben nagelaten haar te informeren over de volledige omzetting van de richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen (Richtlijn 2009/28/EG). De richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen moest uiterlijk op 5 december 2010 door de lidstaten zijn omgezet. België en Estland hebben de Commissie echter niet in kennis gesteld van alle maatregelen die nodig zijn voor de volledige omzetting van de richtlijn in nationaal recht. Indien de twee lidstaten binnen twee maanden niet aan hun wettelijke verplichtingen voldoen, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie. Deze twee met redenen omklede adviezen komen bovenop vergelijkbare procedures die zijn ingeleid tegen Cyprus, Finland, Hongarije, Ierland, Letland, Nederland, Oostenrijk, Polen, Slovenië en Tsjechië.

    Zie voor meer informatie: http://ec.europa.eu/energy/renewables/targets_en.htm

(meer informatie: M. Holzner - tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Gelijkheid van mannen en vrouwen: Commissie zet juridische procedure tegen OOSTENRIJK betreffende rechten van zelfstandigen voort

De Commissie heeft vandaag besloten Oostenrijk een met redenen omkleed advies te sturen wegens onvolledige omzetting van de richtlijn inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen die werkzaam zijn als zelfstandige. De termijn voor omzetting van de richtlijn is op 5 augustus 2012 verstreken en Oostenrijk heeft in september 2012 een aanmaningsbrief ontvangen. Tot nog toe heeft Oostenrijk de richtlijn slechts ten dele in nationaal recht omgezet. Het heeft een aantal omzettingsmaatregelen meegedeeld, maar heeft nagelaten verdere maatregelen op zowel federaal als regionaal niveau te treffen.

De richtlijn over zelfstandigen en hun meewerkende echtgenoten (2010/41/EU) waarborgt de sociale bescherming van miljoenen vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwelijk ondernemerschap wordt bevorderd. Op grond van deze voorschriften krijgen vrouwelijke zelfstandigen en meewerkende echtgenoten of levenspartners van zelfstandigen een zwangerschapsuitkering en wanneer zij dat wensen, ten minste 14 weken verlof. Thans is slechts een op de drie ondernemers een vrouw. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord is, kan de Commissie Oostenrijk voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: M. Andreeva - tel. +32 229-91382 - mobiel +32 498991382)

  1. Richtlijn inzake gegevensbewaring: Commissie verzoekt BELGIË aan EU-voorschriften te voldoen

De Europese Commissie heeft België verzocht zijn wettelijke bepalingen in overeenstemming te brengen met de EU-voorschriften inzake de bewaring van gegevens; België heeft namelijk nagelaten om de Commissie in kennis te stellen van afdoende maatregelen om de voorschriften in nationaal recht om te zetten. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de uit drie stappen bestaande EU-inbreukprocedure).

De richtlijn inzake gegevensbewaring verplicht telefoonmaatschappijen en internetproviders om telecommunicatieverkeers- en locatiegegevens (geen gegevens over de inhoud van de communicatie) voor wetshandhavingsdoeleinden op te slaan. De richtlijn is in 2006 vastgesteld en moest uiterlijk op 15 september 2007 in nationaal recht zijn omgezet, met de mogelijkheid om de bewaring van communicatiegegevens die betrekking hebben op de toegang tot internet, internettelefonie en e-mail over het internet uit te stellen tot en met 15 maart 2009.

België heeft tot nog toe verzuimd de richtlijn volledig om te zetten. Met name dienen de Belgische autoriteiten de nationale wetgeving nog steeds in overeenstemming te brengen met de EU-voorschriften op grond waarvan ondernemingen de gegevens tussen 6 maanden en 2 jaar moeten bewaren, met de nodige waarborgen inzake gegevensbeveiliging en gegevensbescherming. België heeft nu twee maanden de tijd om aan de EU-voorschriften te voldoen. Als dat niet gebeurt, kan de Commissie België voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: M. Cercone - tel. +32 229-80963 - mobiel +32 498982349)

  1. Vrij verkeer van goederen: TSJECHIË moet belemmeringen voor invoer van sieraden uit andere lidstaten uit de weg ruimen

De Europese Commissie heeft Tsjechië verzocht om wijziging van zijn regelgeving en administratieve praktijk om de verkoop van sieraden uit andere lidstaten mogelijk te maken. In dit specifieke geval weigert de Tsjechische waarborginstelling de door de Nederlandse waarborginstelling voor sieraden gebruikte stempelmerken te erkennen, op grond dat deze stempelmerken het haar niet mogelijk maken te onderscheiden tussen producten van oorsprong uit de EU en producten van oorsprong uit derde landen (zoals China en Hong Kong). Volgens de Commissie vormen de huidige voorschriften een belemmering voor het vrij verkeer van goederen in de interne markt van de EU en zijn zij dus in strijd met de artikelen 34 en 36 VWEU.

Met betrekking tot de handel in producten van edelmetaal heeft het Hof van Justitie van de EU eerder verklaard dat lidstaten geen nieuwe waarmerking mogen voorschrijven voor producten die zijn ingevoerd uit een andere lidstaat waar zij reeds rechtmatig in de handel zijn gebracht en overeenkomstig de wetgeving van die staat zijn gewaarmerkt, wanneer die stempelmerken informatie verschaffen die gelijkwaardig is aan die van de in de lidstaat van invoer voorgeschreven stempelmerken, en begrijpelijk is voor de consument van die staat. Derhalve heeft de Commissie een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin zij Tsjechië verzoekt zijn wetgeving te wijzigen om het vrij verkeer van goederen in de interne markt mogelijk te maken. Indien de Tsjechische wetgeving niet binnen twee maanden in overeenstemming wordt gebracht, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: C. Corazza - tel. +32 229-51752 - mobiel +32 498992862)

  1. Sociale zekerheid: Commissie verzoekt FINLAND om beperkingen van aanspraak van migrerende werknemers op werkloosheidsuitkeringen op te heffen

De Europese Commissie heeft Finland verzocht om afschaffing van een discriminerende voorwaarde die de aanspraak van migrerende werknemers op werkloosheidsuitkeringen beperkt. Zoals de meeste EU-lidstaten kent ook Finland een algemene voorwaarde op grond waarvan werknemers alleen voor een werkloosheidsuitkering in aanmerking komen wanneer zij een minimumtijdvak van werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige hebben vervuld. Finland stelt daarvoor evenwel als bijkomende voorwaarde dat migrerende werknemers in Finland ten minste vier weken in loondienst of vier maanden als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Wordt niet aan deze voorwaarde voldaan, dan worden de door de aanvrager vervulde tijdvakken van verzekering voor werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige in een andere lidstaat niet in aanmerking genomen en kan hij of zij dus geen aanspraak op werkloosheidsuitkeringen maken.

Volgens de Commissie is het vereiste van een minimumduur van de werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige in Finland voor de inaanmerkingneming van de eerder in een andere lidstaat vervulde tijdvakken in strijd met het EU-recht. Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (artikel 45) en Verordening (EG) nr. 883/2004 (artikel 6) moeten de lidstaten rekening houden met de overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat vervulde tijdvakken van verzekering, van wonen en van werkzaamheden in loondienst, alsof die tijdvakken overeenkomstig hun eigen wetgeving zijn vervuld. Dit vereiste vormt een van de basisbeginselen voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels in de EU. Het waarborgt dat migrerende werknemers die gebruikmaken van hun recht op vrij verkeer, niet de socialezekerheidsvoordelen verliezen waarop zij aanspraak zouden hebben kunnen maken indien zij hun hun hele arbeidsleven in een en dezelfde lidstaat hadden doorgebracht.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Finland heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen om aan het EU-recht te voldoen. Anders kan de Commissie Finland voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Verzekeringen: Commissie verzoekt GRIEKENLAND aan EU-recht te voldoen

De Europese Commissie heeft Griekenland vandaag verzocht om correcte toepassing van de eerste en de derde schadeverzekeringsrichtlijn (73/239/EEG en 92/49/EEG) in zijn wettelijke bepalingen betreffende wegenwachtdiensten. Naar Grieks recht zijn verzekeraars verplicht om hun verzekeringspolissen voor wegenwachtdiensten stelselmatig (op jaarbasis) te melden aan de bevoegde toezichthouder voor verzekeringen. Volgens de Commissie vormt dit een schending van het EU-recht.

De in de jaren '70 overeengekomen gemeenschappelijke regels omvatten voorwaarden voor de eerste vergunning, het lopend prudentieel toezicht, met name wat de algehele solvabiliteit betreft, de technische voorzieningen en de tegenover deze voorzieningen staande activa. Zij omvatten tevens de afschaffing van de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling van de voorwaarden en de tarieven van verzekeringspolissen, zodat de verzekeringsmaatschappijen ertoe worden aangezet nieuwe markten te betreden, wat de mededinging vergroot. Griekenland wordt derhalve verzocht deze verplichting af te schaffen. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Indien binnen twee maanden niet wordt meegedeeld welke maatregelen zijn genomen om de schending van het EU-recht te beëindigen, kan de Commissie Griekenland voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: C. Hughes - tel. +32 229-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. Vrij verkeer van goederen: Commissie verzoekt GRIEKENLAND handelsbelemmeringen in verband met paralleluitvoer van geneesmiddelen uit de weg te ruimen

De Commissie heeft Griekenland een met redenen omkleed advies gestuurd, aangezien het obstakels voor de uitvoer van geneesmiddelen heeft opgeworpen en potentiële exporteurs daardoor dus de voordelen van paralleluitvoer ontneemt. Naar Grieks recht mogen groothandelaren geneesmiddelen alleen uitvoeren wanneer zij de voor uitvoer bestemde geneesmiddelen rechtstreeks bij farmaceutische bedrijven hebben gekocht. Er is geen uitvoer toegestaan wanneer zij de geneesmiddelen bij andere groothandelaren kopen. Evenmin mogen geneesmiddelenhandelaren die geneesmiddelen uitvoeren als tussenhandelaar optreden bij de uitvoer door andere geneesmiddelenhandelaren. Deze groothandelaren kunnen de geneesmiddelen als tussenhandelaar in Griekenland verkopen, maar mogen die dan niet uitvoeren. De door Griekenland opgelegde beperking komt dus neer op een kwantitatieve uitvoerbeperking, die discriminatoir en derhalve met artikel 35 VWEU in strijd is.

De lidstaten mogen de houders van een vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen en de distributeurs van geneesmiddelen bepaalde verplichtingen opleggen die evenredig zijn aan het nagestreefde doel van volksgezondheid, bv. om ervoor te zorgen dat geneesmiddelen in voldoende mate continu voorradig zijn in een bepaalde lidstaat. Een beperking die evenredig is aan het doel van bescherming van de volksgezondheid, is verenigbaar met het EU-recht. Gaat de beperking evenwel verder dan noodzakelijk is om een continue bevoorrading veilig te stellen, dan is zij een ongerechtvaardigde maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking.

Derhalve heeft de Commissie Griekenland een met redenen omkleed advies gestuurd, aangezien het obstakels heeft opgeworpen voor de uitvoer van geneesmiddelen. Indien de betrokken lidstaat de Commissie niet binnen twee maanden in kennis stelt van de maatregelen die zijn genomen om volledig aan zijn verplichtingen te voldoen, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: C. Corazza - tel. +32 229-51752 - mobiel +32 498992862)

  1. Milieu: Commissie verzoekt HONGARIJE om omzetting van EU-voorschriften voor bescherming van voor wetenschappelijke doeleinden gebruikte dieren

De Europese Commissie dringt er bij Hongarije op aan om de EU-regelgeving inzake de bescherming van voor wetenschappelijke doeleinden gebruikte dieren in nationaal recht om te zetten. De betrokken richtlijn heeft tot doel het gebruik van dieren voor experimentele doeleinden zoveel mogelijk te beperken en wil dat waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van alternatieven; tegelijkertijd streeft de richtlijn ernaar dat het kwalitatief hoogstaand onderzoek in de EU behouden blijft. De richtlijn moest uiterlijk op 10 november 2012 in nationaal recht zijn omgezet. Aangezien Hongarije deze termijn heeft laten verstrijken, is op 31 januari 2013 een aanmaningsbrief verstuurd.

Hongarije heeft de Commissie in maart 2013 in kennis gesteld van de desbetreffende nationale bepalingen, maar de Commissie maakt zich nog steeds zorgen over het feit dat sommige bepalingen niet in het Hongaarse recht zijn opgenomen. Met name lijkt het Hongaarse recht geen voldoende bescherming te bieden voor primaten die voor experimentele doeleinden worden gebruikt. De Commissie stuurt daarom een met redenen omkleed advies; wanneer Hongarije niet binnen twee maanden in actie komt, kan de zaak worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU, dat de mogelijkheid heeft geldboeten op te leggen.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593).

  1. Arbeidstijden: Commissie verzoekt ITALIË om recht van artsen op dagelijkse en wekelijkse minimumrusttijden te eerbiedigen

De Europese Commissie heeft Italië verzocht om het recht van artsen in de openbare gezondheidszorg op dagelijkse en wekelijkse minimumrusttijden, zoals voorgeschreven door de arbeidstijdenrichtlijn (Richtlijn 2003/88/EG), te eerbiedigen. Naar Italiaans recht gelden verschillende belangrijke rechten die zijn vastgelegd in de arbeidstijdenrichtlijn, zoals de maximale gemiddelde arbeidstijd van 48 uur per week en de dagelijkse minimumrusttijd van elf aaneengesloten uren, niet voor "leidinggevenden" die werkzaam zijn in de nationale dienst voor gezondheidszorg. Op grond van de richtlijn mogen de lidstaten "leidinggevend personeel of andere personen met een autonome beslissingsbevoegdheid" van deze rechten uitsluiten. Artsen in de openbare gezondheidszorg in Italië worden weliswaar formeel als "leidinggevenden" ingedeeld, maar beschikken niet noodzakelijkerwijs over beslissingsprerogatieven of over de vrijheid om hun eigen arbeidstijden zelfstandig te bepalen. Dit betekent dat hun ten onrechte hun rechten op grond van de arbeidstijdenrichtlijn worden onthouden.

Daarnaast kent het Italiaanse recht andere voorschriften en bepalingen op grond waarvan werknemers in de nationale dienst voor gezondheidszorg zijn uitgesloten van het recht op dagelijkse en wekelijkse minimumrusttijden. Bij de Commissie zijn verscheidene klachten binnengekomen over het feit dat artsen wegens de onjuiste toepassing van de richtlijn buitensporig veel uren moeten werken zonder passende rusttijden te genieten.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Italië heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen om de nationale wetgeving in overeenstemming met het EU-recht te brengen. Anders kan de Commissie Italië voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Vrij verkeer: Commissie gaat door met maatregelen tegen LITOUWEN om rechten van EU-burgers te handhaven

De Europese Commissie heeft Litouwen twee maanden de tijd gegeven om te voldoen aan de EU-voorschriften betreffende het vrij verkeer van EU-burgers en hun familieleden in de EU. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de uit drie stappen bestaande EU-inbreukprocedure). Litouwen biedt onvoldoende garanties dat de nationale autoriteiten alleen EU-burgers van zijn grondgebied verwijderen die een werkelijk, ernstig en actueel gevaar voor de samenleving vormen. De richtlijn inzake vrij verkeer heeft tot doel te waarborgen dat de EU-burgers volledig gebruik kunnen maken van hun recht om overal in de EU vrij rond te reizen, te wonen en te werken. De richtlijn bevat tevens een aantal waarborgen voor het geval dat de lidstaten het recht op vrij verkeer willen inperken.

Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord is, kan de Commissie Litouwen voor het Hof van Justitie van de EU dagen. De lidstaten hadden de richtlijn inzake vrij verkeer (2004/38/EG) uiterlijk in april 2006 volledig in nationaal recht moeten omzetten.

(meer informatie: M. Andreeva - tel. +32 229-91382 - mobiel +32 498991382)

  1. Elektronisch geld: Commissie verzoekt POLEN om toepassing van EU-voorschriften

De Europese Commissie heeft Polen vandaag verzocht om volledige toepassing van de richtlijn betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld (Richtlijn 2009/110/EG). Deze richtlijn, gewoonlijk de tweede e‑geldrichtlijn genoemd, komt in de plaats van Richtlijn 2000/46/EG en moest uiterlijk op 30 april 2011 in alle EU-lidstaten zijn uitgevoerd.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een aanvullend met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Het eerste met redenen omkleed advies was eind april 2012 uitgebracht, nadat Polen had verzuimd te melden dat het de richtlijn in nationaal recht had omgezet (IP/12/418). Polen had de Commissie daarna meegedeeld dat het een deel van de voorgeschreven bepalingen had overgenomen en dat de richtlijn naar verwachting vóór eind 2012 volledig zou worden omgezet. Aangezien Polen sindsdien geen mededeling heeft gedaan van de volledige omzetting van de richtlijn, heeft de Commissie besloten een aanvullend met redenen omkleed advies uit te brengen. Indien niet binnen twee maanden mededeling wordt gedaan van maatregelen voor de volledige omzetting van de EU-richtlijn in nationaal recht, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. Zie voor meer informatie:
http://ec.europa.eu/internal_market/payments/emoney/transposition/index_en.htm

(meer informatie: C. Hughes - tel. +32 229-64450 - mobiel +32 498964450)

  1. Belastingen: Commissie verzoekt VERENIGD KONINKRIJK te garanderen dat particuliere vaartuigen geen lageaccijnsbrandstof gebruiken

De Europese Commissie heeft het Verenigd Koninkrijk formeel verzocht zijn regelgeving aldus te wijzigen dat particuliere pleziervaartuigen zoals luxejachten niet langer voor vissersvaartuigen bestemde lageaccijnsbrandstof kunnen kopen. Op grond van de EU-voorschriften betreffende het merken van brandstoffen voor fiscale doeleinden moet brandstof waarover de lage accijns wordt geheven, worden gemerkt door middel van kleurstoffen. Zo mogen vissersvaartuigen brandstof gebruiken waarover de lage accijns wordt geheven, maar moeten particuliere vaartuigen brandstof gebruiken die aan de normale accijns is onderworpen.

Naar Brits recht behoeven brandstofleveranciers thans niet te beschikken over twee afzonderlijke brandstoftanks, een met de gemerkte brandstof waarvoor de lage accijns geldt en een met de reguliere brandstof waarover de normale accijns wordt geheven. Als gevolg hiervan kunnen particuliere pleziervaartuigen niet alleen voor vissersvaartuigen bestemde brandstof gebruiken, maar riskeren zij ook hoge boetes wanneer zij in een andere lidstaat aanleggen en daar door de lokale autoriteiten worden gecontroleerd.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord is, kan de Commissie het Verenigd Koninkrijk voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website