Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 28 mei 2013

EU-maatregelen om jeugdwerkloosheid aan te pakken

Wat is de huidige situatie?

In maart 2013 waren 5,7 miljoen jongeren in de EU-27 werkloos, waarvan 3,6 miljoen in de eurozone. De jeugdwerkloosheid bedroeg 23,5 % in de EU-27 en 24 % in de eurozone. Zij bleef relatief stabiel in de loop van de maand, maar is wel met respectievelijk 0,9 en 1,5 procentpunten gestegen ten opzichte van maart 2012. In maart 2013 was het percentage in Duitsland, Oostenrijk (beide 7,6 %) en Nederland (10,5 %) het laagst en in Griekenland (59,1 % in januari 2013), Spanje (55,9 %), Italië (38,4 %) en Portugal (38,3 %) het hoogst.

* januari 2013 ** februari 2013 *** vierde kwartaal van 2012

(Bron: Eurostat)

Wat doet de EU tegen de jeugdwerkloosheid?

Met de landenspecifieke aanbevelingen van juli 2012 werd beoogd dat de jeugdwerkloosheid boven aan de politieke agenda zou blijven staan in alle lidstaten met een dramatisch hoog werkloosheidspercentage.

De Europese Commissie heeft in december 2012 een werkgelegenheidspakket voor jongeren voorgesteld om de lidstaten te helpen de jeugdwerkloosheid en sociale uitsluiting en sociale uitsluiting aan te pakken door jongeren banen, onderwijs en opleiding aan te bieden (zie IP/12/1311 en MEMO/12/938). Dit pakket omvat:

  • een voorstel voor een aanbeveling van de Raad tot invoering van een jongerengarantie,

  • een kwaliteitskader voor stages, en

  • een Europese Alliantie voor leerlingplaatsen.

De aanbeveling tot invoering van een jongerengarantie werd op 22 april 2013 vastgesteld door de Raad van ministers van de EU (zie MEMO/13/152). De Europese Commissie dringt er bij de lidstaten op aan nu de nodige structuren op te zetten om de jongerengarantie zo spoedig mogelijk te kunnen realiseren. Weldra zal de Commissie verdere initiatieven voorstellen om de lidstaten te helpen bij de invoering van een jongerengarantieregeling.

Wat is de jongerengarantie?

De jongerengarantie is gebaseerd op ervaringen in Oostenrijk en Finland en moet ervoor zorgen dat alle jongeren tot 25 jaar binnen vier maanden na het verlaten van hun formele opleiding of na hun werkloosheidsaanvraag een degelijke werkaanbieding, verdere scholing, een praktijkopleidingsplaats of een stage krijgen. De jongerengarantie is een van de meest essentiële en dringende hervormingen die nodig zijn om de jeugdwerkloosheid te bestrijden en de overgang van school naar werk te verbeteren.

Hoe kan de jongerengarantie worden gefinancierd?

Een jongerengarantie beïnvloedt de begrotingskosten van de lidstaten, maar de kosten zijn veel hoger als er niets wordt gedaan.

Om te beginnen zijn de kosten afhankelijk van nationale omstandigheden: zij zullen lager zijn in lidstaten met degelijke ondersteunende maatregelen (bijvoorbeeld goed opgeleid personeel in de overheidsdienst voor arbeidsvoorziening om aan de behoeften van jongeren tegemoet te komen). In de tweede plaats zijn de kosten afhankelijk van de opzet en uitvoering van de regeling. Ten derde zullen de kosten hoger oplopen in landen met een grote groep jongeren zonder scholing, werk of stage (NEET's) of met een hoge jeugdwerkloosheid.

In juli 2012 heeft de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) de totale kosten voor de invoering van jongerengarantieregelingen in de eurozone geraamd op 0,45 % van het bbp van de eurozone, d.w.z. 21 miljard EUR. Deze kosten moeten echter worden vergeleken met de kosten van de werkloosheid, de inactiviteit en het productiviteitsverlies. De kosten van werkloosheidsuitkeringen voor jongeren, gederfde inkomsten en belastingen worden door de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) geraamd op 1,21 % van het bbp, wat voor de EU op een jaarlijks verlies van 153 miljard EUR neerkomt. Bovendien kan werkloos worden op jonge leeftijd een de jongeren in kwestie langdurig stigmatiseren. Afgezien van een hoger risico op toekomstige werkloosheid hebben deze jongeren ook hogere risico's op uitsluiting, armoede en gezondheidsproblemen.

De EU kan de lidstaten helpen met financiële steun uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). De jongerengarantie indachtig omvat het voorstel voor de ESF-verordening voor de volgende programmeringsperiode (2014-2020) een specifieke investeringsprioriteit van het ESF die is gericht op de duurzame integratie van jonge NEET's in de arbeidsmarkt. Van lidstaten met een hoge jeugdwerkloosheid wordt dus verwacht dat zij werkloze jongeren evenals NEET's als specifieke doelgroep voor ESF-financiering definiëren.

Voorbeelden van activiteiten/interventies in het kader van de jongerengarantie die door het ESF kunnen worden ondersteund:

Maatregelen

Specifieke voorbeelden van activiteiten/interventies die door het ESF kunnen worden ondersteund

Strategieën om jongeren te bereiken en contactpunten

[jongerengarantie, overwegingen 8-9]

  • Schoolbezoeken door de overheidsdienst voor arbeidsvoorziening

  • Cursussen voor leraren door de overheidsdienst voor arbeidsvoorziening

  • Ontwikkeling van gespecialiseerde jongerendiensten als onderdeel van de overheidsdienst voor arbeidsvoorziening of gecontracteerde particuliere dienstverleners

  • Distributie van drukwerk in jeugdcentra of tijdens jongerenevenementen

  • Gebruik van internet en sociale media

  • Systemen voor gegevensverzameling

  • Roadshows

Individuele actieplanning verstrekken

[jongerengarantie, overweging 10]

  • Opleiding van het personeel van de overheidsdienst voor arbeidsvoorziening

  • Contract met gespecialiseerde partners

Voortijdige schoolverlaters en laagopgeleide jongeren mogelijkheden tot re-integratie in onderwijs en opleiding of tweedekansonderwijsprogramma's bieden, de kloof tussen de vraag naar en het aanbod van vaardigheden dichten en digitale vaardigheden verbeteren

[jongerengarantie, overwegingen 11-13]

  • Opleiding en tweedekansprogramma’s

  • Taalcursussen aanbieden

  • Adviesverlening en extra onderwijsondersteuning, zodat jongeren onderwijs of een opleiding blijven volgen of opnieuw volgen

  • Ondersteuning van risicojongeren bij het verwerven van relevante kwalificaties en het behalen van een diploma hoger secundair onderwijs

  • Leren op de werkplek en leerplaatsen

  • Opleidingen in digitale vaardigheden aanbieden

  • Opleidingsvouchers

Scholen en diensten voor arbeidsvoorziening ertoe aanzetten permanente voorlichting over ondernemerschap en werken als zelfstandige voor jongeren te bevorderen en te verstrekken

[jongerengarantie, overweging 14]

  • Cursussen voor het personeel van de diensten voor arbeidsvoorziening en voor leraren

  • Ontwikkeling en uitvoering van cursussen over ondernemerschap in het secundair onderwijs

  • Cursussen voor werkloze jongeren

Gerichte en goed doordachte loon- en aanwervingssubsidies gebruiken om de werkgevers ertoe aan te zetten leerplaatsen of arbeidsbemiddeling voor jongeren te scheppen, met name voor degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan [jongerengarantie, overweging 17]

  • Aanwervingskredieten die zijn gericht op netto-aanwerving van jong nieuw personeel en op leerplaatsen (ESF-ondersteuning voor de subsidiekredieten moet gepaard gaan met activeringsmaatregelen – zoals praktijkopleiding enz.)

De werkgelegenheid/arbeidsmobiliteit bevorderen door jongeren bewust te maken van vacatures, stages en leerplaatsen alsmede van de in verschillende streken beschikbare steun en passende ondersteuning verlenen aan wie is verhuisd

[jongerengarantie, overweging 18]

  • Werking van Eures-contactpunten (ESF-ondersteuning voor Eures is gericht op aanwerving en de bijbehorende voorlichtings-, advies- en begeleidingsdiensten op nationaal en grensoverschrijdend niveau)

  • Bewustmakingscampagnes

  • Ondersteuning voor vrijwilligersorganisaties die mentoren beschikbaar stellen

  • Ondersteuning voor jongerenorganisaties die in contact proberen te komen met jonge migrerende werknemers

Zorgen voor een grotere beschikbaarheid van diensten ter ondersteuning van startende bedrijven

[jongerengarantie, overweging 19]

  • Samenwerking tussen de diensten voor arbeidsvoorziening, bedrijfsondersteuningsdiensten en financiers (bijvoorbeeld regionale banenbeurzen en netwerkbijeenkomsten)

  • Ondersteuning van startende kleine en middelgrote ondernemingen

  • Ondersteuning van zelfstandig ondernemerschap

  • Opleiding in bedrijfskundige vaardigheden voor bijvoorbeeld werklozen, en subsidies voor ondernemerschap

De mechanismen versterken voor de ondersteuning van jongeren die uit de activeringsregelingen zijn gestapt en geen recht meer hebben op een uitkering

[jongerengarantie, overweging 20]

  • Ondersteuning van jongerenorganisaties en -diensten

  • Samenwerking met andere organisaties die met jongeren contact hebben

  • Volgsystemen opzetten

  • Steun verlenen aan diensten voor arbeidsvoorziening en aan diensten voor studie- en beroepskeuzebegeleiding

Alle maatregelen en programma's die tot een jongerengarantie bijdragen, monitoren en evalueren, zodat meer wetenschappelijk gefundeerde beleidsmaatregelen en interventies kunnen worden ontwikkeld op basis van wat waar en waarom werkt [jongerengarantie, overweging 23]

  • Initiatieven met een goede prijs-kwaliteitverhouding opsporen

  • Gebruikmaken van gecontroleerde proeven

  • Analysecentra oprichten

  • Beleidsmodellen en proefprojecten ontwikkelen, beleidsmaatregelen uittesten en ingang laten vinden (sociale innovatie en experimenten)

Wederzijdse leeractiviteiten op nationaal, regionaal en lokaal niveau bevorderen tussen alle partijen die de werkloosheid onder jongeren bestrijden, met het oog op de verbetering van het ontwerp en de uitvoering van toekomstige jongerengarantieregelingen

[jongerengarantie, overweging 24]

  • Gebruikmaken van het Europees netwerk voor jeugdwerkgelegenheid (ESF ondersteunt transnationale samenwerking inzake de uitwisseling van goede praktijken tussen organisaties op EU-niveau, door middel van ESF-financiering voor technische bijstand op het niveau van de Commissie)

De capaciteiten versterken van alle belanghebbenden, met inbegrip van de desbetreffende diensten voor arbeidsvoorziening, die zijn betrokken bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van de jongerengarantieregelingen, teneinde alle interne en externe obstakels in verband met het beleid en de manier waarop deze regelingen worden ontwikkeld, uit de weg te ruimen

[jongerengarantie, overweging 25]

  • Opleidingen en workshops aanbieden

  • Uitwisselingsprogramma’s en detacheringen van personeel tussen organisaties realiseren door middel van transnationale samenwerking

Bovendien heeft de Europese Raad van februari 2013 het Jeugdwerkgelegenheidsinitiatief ten bedrage van 6 miljard EUR voorgesteld, "in het bijzonder ter ondersteuning van de jongerengarantie nadat die is vastgesteld". In het kader van het Jeugdwerkgelegenheidsinitiatief moet ten minste 3 miljard EUR uit het ESF (waarbij de lidstaten worden aangemoedigd om meer te doen dan de ESF-financiering aanvullen) en nog eens 3 miljard euro uit een nieuwe specifieke begrotingslijn worden besteed aan maatregelen ten behoeve van jongeren, met inbegrip van de jongerengarantie. De financiering in het kader van het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief moet openstaan voor alle regio's waar de jeugdwerkloosheid meer dan 25 % bedraagt. In maart 2013 heeft de Commissie operationele regels voorgesteld (zie IP/13/217) om de lidstaten in staat te stellen de financiële middelen van het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief onmiddellijk te gaan gebruiken zodra het nieuwe begrotingskader 2014-2020 in werking treedt.

Wat is het kwaliteitskader voor stages?

Het werkgelegenheidspakket voor jongeren is niet alleen bedoeld om jongeren te helpen werk te vinden, maar omvat ook een raadpleging van de Europese sociale partners over een kwaliteitskader voor stages, om jongeren de kans te geven om in veilige omstandigheden nuttige werkervaring op te doen en om te voorkomen dat stages worden uitgebuit door ondernemingen als niet meer dan een bron van goedkope arbeid.

In een recente studie, "Omvattend overzicht van de stageregelingen in de lidstaten" (zie IP/12/731), wordt bevestigd dat jonge stagiairs in de meeste lidstaten van de EU tijdens hun stage(s) met verschillende problemen worden geconfronteerd. Deze problemen hebben meestal betrekking op het ontbreken van mogelijkheden om iets nuttigs te leren, een lage of ontbrekende vergoeding, slechte arbeidsomstandigheden op andere gebieden dan beloning/vergoeding (bijvoorbeeld geen adequate sociale zekerheid, lange werktijden, geen gelijke behandeling enz.) en — als gevolg van de genoemde problemen samen met de verschillen in nationale wetgeving op het gebied van stages — op een relatief laag niveau van mobiliteit binnen de EU voor stagiairs.

Na de beslissing van de sociale partners om geen onderhandelingen aan te gaan over dit onderwerp, is de Commissie van plan om vóór eind 2013 haar eigen voorstel over een kwaliteitskader voor stages te presenteren.

Wat is de Europese Alliantie voor leerlingplaatsen?

Doeltreffende stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding, met name die waarin leren op de werkplek een belangrijke plaats inneemt, vergemakkelijken voor jongeren de overgang van onderwijs naar werk. Om die reden werd in het werkgelegenheidspakket voor jongeren ook een Europese Alliantie voor leerlingplaatsen aangekondigd, ter verbetering van de kwaliteit en het aanbod van leerlingplaatsen in de hele EU. Deze alliantie zal vertegenwoordigers van alle belanghebbenden, namelijk overheden, bedrijven en sociale partners, onderzoekers en opleiders op het gebied van beroepsonderwijs en ‑opleiding, en de jongeren zelf, bij elkaar brengen. Zij zal de bestaande acties onder een gemeenschappelijke noemer brengen en coördineren en de voordelen van goede regelingen voor leerplaatsen en de manieren waarop die met succes kunnen worden opgezet, promoten. De alliantie moet in juli van dit jaar van start gaan.

In 2012 heeft de Raad landenspecifieke aanbevelingen gericht tot zeven lidstaten over leerplaatsen en tot drie lidstaten over beroepsopleiding. Ook in de andere lidstaten kan nog veel worden gedaan om de werking van de regeling voor leerplaatsen te verbeteren en om beter gebruik te maken van de hiervoor beschikbare ESF-financiering.

Waarom is mobiliteit nuttig voor jongeren?

Tussen de landen met de hoogste en de laagste jeugdwerkloosheid gaapt een grote kloof. In maart 2013 was het percentage in Duitsland, Oostenrijk (beide 7,6 %) en Nederland (10,5 %) het laagst en in Griekenland (59,1 % in januari 2013), Spanje (55,9 %), Italië (38,4 %) en Portugal (38,3 %) het hoogst.

Tegelijkertijd blijkt uit de meest recente Europese vacaturemonitor dat nog altijd ongeveer 2 miljoen vacatures in Europa openstaan, ten dele omdat werkzoekenden niet beschikken over de vaardigheden waarnaar werkgevers op zoek zijn. Aangezien de werkloosheid momenteel hoog is en de situatie in de lidstaten sterk uiteenloopt, kan arbeidsmobiliteit een belangrijke rol spelen om de werkloosheid te bestrijden in de landen die zich in een recessie bevinden, en terzelfder tijd in andere lidstaten de vaardigheidskloof te dichten en vacatures in te vullen.

Dit gezegd zijnde blijft het een persoonlijke beslissing of de betrokkene al dan niet op zoek gaat naar werk in een andere lidstaat.

Wat stelt de Commissie voor om de mobiliteit voor jongeren te bevorderen?

In november 2012 heeft de Europese Commissie besloten om Eures, het Europese netwerk voor mobiliteit van werkzoekenden, te verbeteren en te moderniseren (zie IP/12/1262, MEMO/12/896, MEMO/12/897). Het is de bedoeling het voor werkzoekenden gemakkelijker te maken om contact te leggen met werkgevers die op zoek zijn naar mensen met bijzondere vaardigheden, het zwaartepunt te leggen bij sectoren en beroepen met een tekort aan geschikt personeel, en doelgerichte mobiliteitsprogramma's voor jongeren te ondersteunen.

Vier miljoen hoofdzakelijk jonge mensen zullen beurzen ontvangen in het kader van het nieuwe programma Erasmus voor iedereen om in de periode 2014-2020 in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen of vrijwilligerswerk te doen. Ter vergelijking: aan de bestaande mobiliteitsprogramma's van de EU nemen 2,5 miljoen begunstigden deel. Een dergelijke internationale ervaring zorgt voor een verbetering van de vaardigheden en de inzetbaarheid. De totale begroting voor Erasmus voor iedereen zal naar verwachting circa 14,5 miljard EUR bedragen — een verhoging van 40 % ten opzichte van de huidige soortgelijke programma’s.

Het bestaande programma Een leven lang leren ondersteunt de leermobiliteit met Erasmus (hoger onderwijs), Leonardo da Vinci (beroepsonderwijs), Comenius (scholen) en Grundtvig (volwassenenonderwijs). Erasmus en Leonardo da Vinci bieden samen ondersteuning aan ongeveer 140 000 deelnemers door middel van arbeidsbemiddeling bij ondernemingen en andere organisaties (zie IP/12/379).

Bestaat het risico van een "braindrain"?

Wanneer een werknemer naar het buitenland gaat, schiet het land van herkomst er op korte termijn bij in, maar de situatie zou nog slechter zijn indien de betrokkene zonder werk in zijn thuisland zou blijven. Zolang de migrerende werknemer in het buitenland blijft werken, kan hij of zij aan de economie van het land van herkomst bijdragen door geld over te maken. In de praktijk keren de werknemers bij een herstel van de economie massaal terug naar hun eigen land om daar de vaardigheden te benutten die zij in de tussentijd hebben verworven. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het aantal Poolse werknemers die na 2004 in het Verenigd Koninkrijk zijn gaan werken, maar inmiddels naar Polen zijn teruggekeerd.

Welk soort aanvullende steun is mogelijk uit de EU-structuurfondsen?

Samen met de acht lidstaten met de hoogste jeugdwerkloosheid (Griekenland, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Portugal, Slowakije en Spanje) werden op initiatief van de Commissie in februari 2012 actieteams met ambtenaren van de lidstaten en van de Commissie opgericht. Zij moeten de structurele EU-financiering (onder andere uit het Europees Sociaal Fonds) die in de programmeringsperiode 2007-2013 nog beschikbaar is, inzetten om de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt te vergroten en kleine en middelgrote ondernemingen vlottere toegang tot financiering te bieden.

Dankzij het werk van deze actieteams kwam begin 2013 ongeveer 16 miljard EUR aan EU-financiering voor versnelde besteding of herbestemming in aanmerking. Deze financiering zal hulp bieden aan ongeveer 780 000 jongeren en 55 000 kleine en middelgrote ondernemingen en ook andere groeibevorderende maatregelen ondersteunen. Hieronder volgen specifieke voorbeelden van financiering waaraan de actieteams tot dusver een nieuwe bestemming hebben toegewezen.

Ierland

25 miljoen EUR werd overgeheveld naar het geïntegreerde Youthreach-programma, dat onderwijs, opleiding en werkervaring biedt aan vroegtijdige schoolverlaters zonder kwalificaties of beroepsopleiding. Hierdoor zullen tot eind 2013 3 700 opleidingsplaatsen behouden kunnen blijven.

Het Labour Market Education & Training Fund (fonds onderwijs en opleiding voor de arbeidsmarkt), dat bekend is onder de naam Momentum en deel uitmaakt van het Ierse "Actieplan voor banen", werd in december 2012 opgericht om tot 6 500 langdurig werklozen vaardigheden bij te brengen. 20 miljoen EUR wordt besteed aan dit fonds, dat medefinanciering zal krijgen van het ESF. Een van de vier onderdelen van dit fonds is speciaal op jongeren onder 25 jaar gericht en zal meer dan 1 000 mensen de kans geven een opleiding te volgen, verspreid over 87 plaatsen in heel het land en over 62 afzonderlijke cursussen.

Slowakije

Na herbestemming binnen het ESF zijn in november 2012 twee nationale projecten (70 miljoen EUR) van start gegaan. Met deze projecten wordt beoogd in de regio’s met de hoogste werkloosheid werkgelegenheid te scheppen voor jongeren onder 29 jaar, in de privé- en de zelfstandigensector (streefdoel: 13 000 nieuwe banen). Tot dusver verlopen deze projecten met succes. Vooral de micro-ondernemingen, de kleine en de middelgrote ondernemingen bieden jongeren kansen op werk. In de periode tot eind maart 2013 werden al meer dan 4 200 nieuwe banen gecreëerd (22,8 miljoen EUR bij contract vastgelegd).

Litouwen

Alle geplande ESF-acties worden momenteel uitgevoerd: een nieuwe maatregel (ten bedrage van 3 miljoen EUR) is goedgekeurd om leningprogramma's voor startende ondernemingen en zelfstandigen aantrekkelijker te maken. Tevens wordt binnenkort een project afgerond waarin bijna 6 000 jongeren instapvaardigheden leren. De jeugdwerkloosheid daalde van 35,1 % in 2010 tot 26,4 % in 2012.

Een project is zodanig aangepast dat het voorziet in beroepsopleidingsprogramma's voor ongeveer 6 000 jongeren. De begroting bedraagt ongeveer 6 miljoen EUR. Het project is van start gegaan in augustus 2012 en wordt afgerond in augustus 2013. Deze maatregel (beroepsopleiding) werd voor 48,58 % uitgevoerd. Het aantal deelnemers bedraagt 4 851 en de inzetbaarheid van deze groep bedraagt 59,4 %.

Van een project waarin jongeren instapvaardigheden leren, werd het budget met 6 miljoen EUR verhoogd, wat ongeveer 6 000 jongeren ten goede zal komen. De totale begroting bedraagt nu bijna 36 miljoen EUR. Dit project loopt sinds juli 2011 en eindigt in november 2013. Het werd voor 64,72 % uitgevoerd en tot op heden nemen er 4 382 jongeren aan deel.

Een nieuwe maatregel (ten bedrage van 3 miljoen EUR) is goedgekeurd om leningprogramma's voor startende ondernemingen en zelfstandigen aantrekkelijker te maken.

Onlangs is nog een nieuwe ESF-maatregel (9,3 miljoen EUR) "Ondersteuning voor de eerste baan" goedgekeurd, waarbij de bestaande regeling inzake vermindering van socialezekerheidsbijdragen voor de eerste baan door loonsubsidies is vervangen. De begroting bedraagt ongeveer 9 miljoen EUR. Het project is van start gegaan in augustus 2012 en wordt afgerond in september 2015. Het voorziene aantal deelnemers is 20 000. Tot 18 april 2013 werden 4 858 aanvragen ontvangen. Vergoedingen worden betaald met ingang van 1 juni 2013 en het is heel waarschijnlijk dat het hiervoor geplande bedrag volledig zal worden benut.

Een nieuwe aanvullende maatregel is goedgekeurd ter "bevordering van de jeugdwerkgelegenheid en de motivatie". Twee projecten op het gebied van vrijwilligerswerk zullen worden opgestart (ongeveer 580 000 EUR).

Griekenland

Na een uitgebreide herprogrammering eind 2012 werd in januari 2013 een nationaal jeugdactieplan goedgekeurd, waarvoor 517 miljoen EUR aan EU-financiering is uitgetrokken. Het plan is bedoeld om werkgelegenheid voor jongeren, opleidingen en ondernemerschap te bevorderen en is gericht op bijna 350 000 jongeren. Volgens de Griekse autoriteiten hebben de nieuwe initiatieven die reeds zijn gestart (ongeveer 47 miljoen EUR aan EU-financiering) betrekking op onder meer de tijdelijke aanwerving van werkloze jongeren (tot 35 jaar) in werkprogramma's in de culturele sector, die in de plaatselijke gemeenschap zijn verankerd, evenals op de ondersteuning van maatschappelijke structuren ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting met het oog op de aanwerving van werkloze jongeren. Met betrekking tot de hieronder vermelde regelingen van het actieplan (ongeveer 146 miljoen EUR aan EU-financiering) bevinden de voorbereidingen zich bovendien in de slotfase:

  • het "toegangsbewijs voor de arbeidsmarkt" combineert opleiding met een stage van vijf maanden in een onderneming en is gericht op 45 000 werkloze jongeren tot 29 jaar;

  • opleiding waarin theorie en leren op de werkplek worden gecombineerd, voor 1 000 jonge werkloze matrozen tot dezelfde leeftijdsgrens. Bovengenoemde regelingen gaan naar verwachting in de loop van juni 2013 van start;

  • herziening van de programma's in 2012 met het oog op extra steun ten belope van 1,2 miljard EUR om aan de liquiditeitsbehoeften van kleine en middelgrote ondernemingen tegemoet te komen.

Letland

11 miljoen EUR werden toegewezen om jongeren te helpen die geen beroepskwalificaties hebben en nieuwe, op de arbeidsmarkt afgestemde kwalificaties willen verwerven. Alles samen zou dit een forse stijging opleveren van het percentage jonge werklozen dat EU-steun ontvangt, namelijk van 24 % tot 40 %, en zou er sprake zijn van een verdubbeling van het aantal werkloze jongeren dat een beroepsopleiding volgt. De programma’s bevinden zich in de uitvoeringsfase.

Portugal

Een nationaal initiatief, "Impulso Jovem" genaamd, heeft geleid tot een grondige herprogrammering van de structuurmiddelen. 143 miljoen EUR aan EU-financiering werd herbestemd om maatregelen te financieren die tot eind 2015 kansen zullen creëren voor 90 000 jongeren; 200 miljoen EUR aan EU-financiering is herbestemd voor steun aan 4 500 kleine en middelgrote ondernemingen. Deze maatregelen betreffen onder meer werkpaspoorten die betrekking hebben op stages in economische sleutelsectoren, evenals steun voor het sluiten van contracten met mensen in de leeftijd van 18 tot 30 jaar, door middel van terugbetaling van de socialezekerheidsbijdragen van de werkgevers. 10 miljoen EUR werd uit het operationele programma voor Madeira van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling overgedragen naar het overeenkomstige operationele programma van het ESF voor de ondersteuning van jongerenstages. In februari 2013 werd de werkingssfeer van het programma uitgebreid door de subsidiabiliteitscriteria te verruimen en het programma ook voor andere regio's open te stellen. In de periode tot eind april 2013 hebben 7 500 jongeren het programma benut.

Spanje

In de loop van 2012 werd meer dan 286 miljoen EUR uit het ESF herbestemd voor maatregelen ten behoeve van jongeren. 135 miljoen EUR hiervan ging naar de overheidsdienst voor arbeidsvoorziening om jongeren te helpen bij het vinden van werk. Verscheidene maatregelen met betrekking tot het EFRO, ten bedrage van in totaal 1,027 miljard EUR, zijn reeds in uitvoering of zullen binnenkort worden goedgekeurd, zoals het opzetten van vijf revolverende fondsen die innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen vlottere toegang tot financiering moeten bieden, met inbegrip van werkkapitaal (met een totale bijdrage uit het EFRO van 372 miljoen EUR); een nieuwe regeling om via specifieke leningen (met in totaal 446 miljoen EUR aan financiering uit het EFRO) steun voor herindustrialisering en strategische industriesectoren te verstrekken; verhoogde steun voor kleine en middelgrote ondernemingen in de landbouw- en voedingssector in de regio's met de hoogste jeugdwerkloosheid; de bouw en de renovatie van infrastructuur voor onderwijs en opleiding, met in totaal 208 miljoen EUR aan financiering uit het EFRO.

Italië

In december 2011 is een grootscheepse prioritering van de uitgaven ondernomen. Met de steun van het actieteam bevindt deze zich thans reeds in de derde fase. Het gaat onder meer om de financiering van een inzetbaarheidsplan in Sicilië, dat ongeveer 50 000 jongeren ten goede moet komen; om nieuwe onderwijsactiviteiten voor 65 300 studenten uit het zuiden en 13 000 nieuwe mobiliteitskansen (Erasmus/Leonardo); om een belastingkredietregeling om de indienstneming van kansarmen, met inbegrip van jongeren, aan te moedigen, en om 600 miljoen EUR voor activiteiten ter ondersteuning van jonge ondernemers, onderzoekers, leerlingen op een leerplaats of NEET's.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website