Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT EL ET HU LT PL SK SL RO

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 25 april 2013

Inbreukenpakket voor april: voornaamste beslissingen

KLIMAATMAATREGE-LEN

DIGITALE AGENDA

WERKGELEGENHEID

ENERGIE

MILIEU

JUSTITIE

VERVOER

GEZONDHEID EN CONSUMENTEN

BELASTINGEN EN DOUANE-UNIE

BE

1

CY

1

1

DE

1

1

DK

1

EE

1

EL

1

1

ES

1

1

1

HU

1

IE

1

IT

1

LT

1

LU

1

NL

1

PL

1

RO

1

SI

1

SK

1

UK

1

1

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen vele sectoren en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De Commissie heeft vandaag 141 beslissingen genomen: bij 20 daarvan gaat het om een met redenen omkleed advies en bij 4 om een zaak die bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig is gemaakt. Hieronder volgt een samenvatting. Voor nadere informatie over inbreukprocedures, zie MEMO/12/12.

    Zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt

  1. Dierenwelzijn: de Commissie daagt GRIEKENLAND en ITALIË voor het Hof van Justitie wegens het niet uitvoeren van een verbod op kooien voor legkippen

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Griekenland en Italië voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat zij Richtlijn 1999/74/EG, waarbij een verbod wordt ingesteld op niet-aangepaste kooien (batterijen), niet correct hebben uitgevoerd.

De politieke beslissing om "niet-aangepaste kooien" te verbieden werd genomen in 1999. Griekenland en Italië hadden twaalf jaar de tijd om voor een soepele overgang naar het nieuwe systeem te zorgen en de richtlijn ten uitvoer te leggen. Op grond van Richtlijn 1999/74/EG is het vanaf 1 januari 2012 verplicht om alle legkippen ofwel in aangepaste kooien te houden met extra nest-, scharrel- en slaapruimte ofwel in alternatieve systemen. Er mogen daardoor enkel kooien worden gebruikt indien elke kip beschikt over een kooioppervlakte van ten minste 750 cm², een nest, een met strooisel bedekte ruimte, zitstokken en voorzieningen om het doorgroeien van de nagels tegen te gaan, zodat de kippen aan hun biologische en ethologische behoeften kunnen voldoen.

(meer informatie: IP/13/366 – F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Ouderdomsuitkeringen: de Commissie daagt SLOWAKIJE voor het Hof van Justitie omdat het gepensioneerden in het buitenland een ouderdomsuitkering ontzegt

De Europese Commissie heeft Slowakije voor het Hof van Justitie van de EU gedaagd omdat het gepensioneerden die in andere EU-lidstaten of in IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland wonen een ouderdomsuitkering, de zogeheten Kerstuitkering, ontzegt, wat een inbreuk vormt op zijn verplichtingen op basis van het EU-recht inzake de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.

Op basis van het EU-recht mag het recht op een ouderdomsuitkering niet afhangen van het feit of een gepensioneerde al dan niet in de lidstaat woont waar hij of zij de uitkering aanvraagt. Daardoor kunnen gepensioneerden naar een andere lidstaat verhuizen en toch nog hun pensioenrechten behouden.

(meer informatie: IP/13/364 – J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Belastingen: de Commissie daagt SPANJE voor het Hof van Justitie wegens discriminerende belasting op vastgoed

De Europese Commissie heeft besloten Spanje voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen in verband met discriminerende voorschriften voor belastingen op vastgoed waardoor niet-ingezetenen niet dezelfde belastingvoordelen krijgen als ingezetenen.

Op grond van de Spaanse wetgeving worden vermogenswinsten uit de verkoop van een woning waar men zijn hoofdverblijf heeft niet belast als het geld wordt gebruikt voor de aankoop van een nieuwe woning als hoofdverblijf. Deze bepaling is echter alleen van toepassing op Spaanse ingezetenen, waardoor niet-ingezetenen worden gediscrimineerd en mogelijk veel hogere belastingen moeten betalen.

In de praktijk zou een persoon die in Spanje woont en die zijn woning verkoopt om een nieuw huis te kopen in een andere lidstaat waar hij ook gaat wonen, kunnen worden belast op de vermogenswinst die hij maakt op de verkoop. Indien hij daarentegen in Spanje was gebleven en daar een nieuw huis had gekocht, zou hij niet belast worden.

De Commissie beschouwt dit als een belemmering van het vrije verkeer van personen, werknemers en zelfstandigen, wat neerkomt op een schending van de EU-verdragen. De verwijzing naar het Hof van Justitie van de EU is de laatste stap in de inbreukprocedure.

(meer informatie: IP/13/365 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Met redenen omklede adviezen

  1. Zeevaart: de Commissie verzoekt het VERENIGD KONINKRIJK en ROEMENIË om nationale maatregelen op het gebied van meldingsformaliteiten voor schepen

De Europese Commissie heeft het Verenigd Koninkrijk en Roemenië verzocht om de voorschriften van de richtlijn betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (Richtlijn 2010/65/EU) in nationaal recht om te zetten. De uiterste termijn voor uitvoering was 19 mei 2012. Ondanks de aan Roemenië en het Verenigd Koninkrijk verzonden schriftelijke aanmaningen van juli 2012, hebben die twee lidstaten de Commissie niet op de hoogte gesteld van alle nodige nationale maatregelen. Gezien de doelstelling om de administratieve procedures die van toepassing zijn op het zeevervoer te vereenvoudigen en te harmoniseren, is het belangrijk dat de maatregelen tot omzetting worden aangenomen.

De Commissie doet derhalve aan beide lidstaten een met redenen omkleed advies toekomen (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure). Ontvangt de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord, dan kan zij de lidstaten voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: H. Kearns – tel: +32 229-87638 – mobiel: +32 498987638)

  1. Energie-efficiëntie van gebouwen: de Commissie verzoekt SLOVENIË en SPANJE om nationale maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in gebouwen

Vandaag heeft de Commissie Slovenië en Spanje een met redenen omkleed advies gestuurd, met het verzoek haar in kennis te stellen van de door hen genomen maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn over de energieprestatie van gebouwen. Richtlijn 2010/31/EU moest uiterlijk op 9 juli 2012 zijn omgezet in nationaal recht. Op grond van deze richtlijn moeten de lidstaten minimumeisen voor de energieprestatie van nieuwe en bestaande gebouwen invoeren en toepassen, moeten zij ervoor zorgen dat gebouwen een energieprestatiecertificering krijgen en moeten zij een regelmatige keuring van verwarmings- en airconditioningsystemen voorschrijven. Bovendien verplicht de richtlijn de lidstaten om ervoor te zorgen dat tegen 2021 alle nieuwe gebouwen "bijna-energieneutrale gebouwen" zijn. Indien de twee lidstaten binnen twee maanden niet aan hun wettelijke verplichtingen voldoen, kan de Commissie beslissen de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In september 2012 leidde de Commissie inbreukprocedures in tegen 24 lidstaten die de Commissie niet in kennis hadden gesteld van de nationale maatregelen voor de omzetting van de richtlijn in het nationale recht. Ondertussen hebben de meeste lidstaten de Commissie op de hoogte gesteld van hun nationale omzetting, maar Italië, Griekenland, Portugal en Bulgarije deden dat niet, zodat er in januari 2013 naar die landen een met redenen omkleed advies werd gestuurd.

Voor meer informatie, zie http://ec.europa.eu/energy/infringements/index_en.htm

(meer informatie: M. Holzner - Tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Ouderschapsverlof: de Commissie verzoekt BELGIË aan de EU-voorschriften te voldoen

De Europese Commissie heeft België verzocht om zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving inzake ouderschapsverlof; België heeft namelijk nagelaten om de Commissie in kennis te stellen van afdoende maatregelen om de regels om te zetten in nationaal recht. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de uit drie stappen bestaande EU-inbreukprocedure). Op grond van de richtlijn inzake ouderschapsverlof heeft elke werkende ouder na de geboorte of de adoptie van een kind recht op ten minste vier maanden verlof, waarbij de lidstaten echter zelf kunnen bepalen of dit verlof al dan niet bezoldigd is. Om vaders aan te moedigen ouderschapsverlof op te nemen, kan ten minste een van de vier maanden niet naar de andere ouder worden overgedragen (de maand die niet wordt opgenomen, gaat verloren).

Tot dusver heeft België de richtlijn niet volledig omgezet. De Belgische autoriteiten moeten met name in de Waalse regio en met betrekking tot het leger hun nationale wetgeving aanpassen aan de EU-wetgeving. België heeft nu twee maanden de tijd om aan de EU-wetgeving te voldoen. Als dat niet gebeurt, kan de Commissie beslissen België voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

(meer informatie: M. Andreeva - tel. +32 229-91382 - mobiel +32 498991382)

  1. Pensioenen: de Commissie verzoekt CYPRUS om de tijdvakken van arbeid van Cypriotische leerkrachten die in Griekenland hebben gewerkt in aanmerking te nemen

De Europese Commissie heeft Cyprus verzocht om de tijdvakken van arbeid die Cypriotische leraars hebben vervuld in Griekenland in aanmerking te nemen voor het verkrijgen van pensioenrechten en de berekening van de uitkering in Cyprus. Momenteel weigeren de Cypriotische autoriteiten de tijdvakken van arbeid die zijn vervuld in Griekenland in aanmerking te nemen voor het verkrijgen van pensioenrechten en de berekening van de uitkering en verlenen zij leraars die in Griekenland en Cyprus hebben gewerkt geen recht op een gedeeltelijke pensioen. Volgens de autoriteiten is die weigering toegestaan omdat het speciale pensioenstelsel voor ambtenaars in Cyprus niet valt onder de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.

Hoewel volgens het Verdrag alle tijdvakken van arbeid moeten worden bijeengeteld en dat op het vlak van de sociale zekerheid de eenheid van loopbaan van de migrerende werknemer moet worden beschermd, heeft de toepassing van de Cypriotische wetgeving net het omgekeerde resultaat, namelijk een verlies van rechten en een onderbreking van de carrière van de werknemer. Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is de coördinatie van de nationale systemen echter van toepassing op alle wetten die betrekking hebben op de acht traditionele takken van de sociale zekerheid: zij is van toepassing op algemene en speciale stelsels (met of zonder bijdragen) alsook op de stelsels die verband houden met de verplichtingen van werkgevers op het vlak van de verschillende domeinen van de sociale zekerheid. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een "met redenen omkleed advies". Cyprus heeft twee maanden de tijd om de Commissie op de hoogte te stellen van de maatregelen die worden genomen om de wettelijke voorschriften volledig ten uitvoer te leggen. Als dat niet gebeurt, kan de Commissie zich tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt CYPRUS om wetgeving inzake toegang tot de rechter in overeenstemming met Europese normen te brengen

De Europese Commissie is bezorgd over het feit dat de wetgeving inzake toegang tot de rechter bij milieuaangelegenheden in Cyprus niet voldoet aan de Europese normen. Volgens de EU-wetgeving moeten de lidstaten zorgen dat de beoordeling van de milieu-effecten van bepaalde projecten en plannen kan worden aangevochten via beroepsprocedures bij bestuursrechtelijke en rechterlijke instanties. Dit moet het publiek en ngo's in staat stellen om daadwerkelijk aan dergelijke procedures deel te nemen. Bij haar beoordeling van de Cypriotische wetgeving ter zake is de Commissie bezorgd over de mogelijkheid dat op basis van de bestaande wetgeving de toegang tot de rechter voor bepaalde ngo's al te zeer wordt ingeperkt.

Niettegenstaande een eerdere aanmaningsbrief en het voornemen van Cyprus om zijn wetgeving aan te passen, werd de Commissie nog niet op de hoogte gesteld van enige wijziging van de Cypriotische wet. Daarom wordt een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure) verzonden. Cyprus heeft twee maanden de tijd om daarop te antwoorden. Als Cyprus niet voldoet aan de EU-wetgeving, kan de Commissie beslissen om de zaak voor het Hof van Justitie van de EU te brengen.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt DENEMARKEN om wijziging van zijn belastingwetgeving inzake buitenlandse investeringsinstellingen

De Europese Commissie heeft Denemarken formeel verzocht om de belasting van dividenden die worden uitgekeerd aan buitenlandse investeringsinstellingen met een minimumbelasting (investeringsinstitutter med minimumsbeskatning) aan te passen.

In Denemarken wordt geen belasting geheven op dividenden die worden uitgekeerd aan fondsen die zijn geregistreerd als "investeringsinstellingen met minimumbelasting", maar dan wel alleen als het een Deens instituut betreft.

De Commissie acht de Deense belastingwetgeving discriminerend voor "investeringsinstellingen met minimumbelasting" uit andere lidstaten. Dit is in strijd met de vrijheid van dienstverrichting en het vrije verkeer van kapitaal zoals is vastgelegd in de EU-Verdragen. Na de officiële schriftelijke aanmaning die de Commissie verstuurde op 30 april 2012 (eerste fase van de inbreukprocedure) verzoekt zij Denemarken thans om zijn wetgeving binnen twee maanden aan te passen zodat ze in overeenstemming is met het EU-recht (tweede fase van de inbreukprocedure). Als Denemarken daaraan niet voldoet, kan de Commissie beslissen om de zaak voor het Hof van Justitie van de EU te brengen.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt ESTLAND om betere wetgeving inzake toegang tot milieu-informatie

De Europese Commissie is bezorgd over het feit dat de wetgeving in Estland inzake toegang tot milieu-informatie niet voldoet aan de Europese normen. Volgens de EU-wetgeving moeten de lidstaten ervoor zorgen dat toegang wordt verleend tot milieu-informatie waarover overheidsinstanties beschikken. Bij haar beoordeling van de Estse wetgeving op dit gebied heeft de Commissie geoordeeld dat die niet voldeed. Zo ontbreekt een verplichting om het algemeen belang af te wegen tegen het belang dat wordt gediend door de afwijzing van een aanvraag met betrekking tot interne communicatie; er ontbreekt ook een verplichting om de naam te vermelden van de instantie die materiaal voorbereidt dat nog niet is voltooid en het geschatte tijdstip van voltooiing.

Hoewel Estland akkoord gaat met de beoordeling door de Commissie, werd de Estse wet in kwestie nog steeds niet herzien. De Commissie doet derhalve een met redenen omkleed advies toekomen aan Estland (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure), dat twee maanden de tijd heeft om te antwoorden. Indien er geen bevredigend antwoord komt van de Estse autoriteiten, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Maritieme veiligheid: de Commissie verzoekt DUITSLAND om de maatregelen inzake een verbeterde veiligheid van zijn havens correct toe te passen

De Europese Commissie heeft Duitsland een met redenen omkleed advies doen toekomen met het verzoek om een correcte toepassing van de Europese richtlijn over het verhogen van de veiligheid van havens (2005/65/CE) in de havens van de deelstaat Mecklenburg-Voorpommeren (in het bijzonder in Rostock). De beoordelingen van en plannen voor de veiligheid van de havens waarin door de richtlijn wordt voorzien, zijn door de deelstaat nog niet ten uitvoer gelegd. Die Richtlijn, die één van de fundamentele instrumenten is op het vlak van het beleid inzake maritieme veiligheid, beoogt een verhoogd veiligheidsniveau te verzekeren dat in alle Europese havens hetzelfde is. Duitsland heeft twee maanden de tijd om de Commissie op de hoogte te stellen van de maatregelen die worden genomen om de wettelijke voorschriften volledig ten uitvoer te leggen. Als dat niet gebeurt, kan de Commissie zich tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden.

(meer informatie: H. Kearns – tel: +32 229-87638 – mobiel: +32 498 987638)

    Milieu: de Commissie verzoekt DUITSLAND om betere wetgeving inzake toegang tot de rechter

De Europese Commissie is bezorgd over het feit dat de wetgeving in Duitsland inzake toegang tot de rechter bij beslissingen met een bepaalde milieu-impact niet voldoet aan de Europese normen. Op basis van de EU-wetgeving moeten de lidstaten ervoor zorgen dat belanghebbende partijen of partijen waarvan de rechten geschonden zijn (ook ngo's) toegang hebben tot beroepsprocedures om de rechtmatigheid van beslissingen op milieugebied aan te vechten. Bij de beoordeling van de Duitse wetgeving op dit gebied, heeft de Commissie geoordeeld dat die op een aantal punten tekortschiet met betrekking tot de toegang tot de rechter voor individuele personen en ngo's, vooral in geval van beslissingen binnen het toepassingsgebied van de richtlijn over de evaluatie van de milieu-effecten van projecten en de IPPC-richtlijn inzake industriële emissies. Duitsland nam onlangs nieuwe wetgeving aan omtrent toegang tot de rechter, maar de Commissie is nog steeds niet overtuigd dat de tekortkomingen werden verholpen.

Nadat in oktober vorig jaar een eerste schriftelijke aanmaning werd verstuurd, doet de Commissie nu een met redenen omkleed advies toekomen aan Duitsland (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure), dat twee maanden de tijd heeft om te antwoorden. Ontvangt de Commissie geen bevredigend antwoord, dan kan zij Duitsland voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Klimaatverandering: de Commissie verzoekt GRIEKENLAND te voldoen aan EU-wetgeving inzake gefluoreerde broeikasgassen

Op grond van Verordening (EG) nr. 842/2006 moeten bedrijven een reeks maatregelen nemen om lekkages van apparatuur die gefluoreerde gassen (F-gassen) bevat te verminderen en de gassen aan het eind van de levensduur van de apparatuur terug te winnen. De verordening stelt ook regels vast inzake de opleiding en certificering van personeel dat betrokken is bij het onderhoud van de apparatuur, de etikettering van F-gasapparatuur en de rapportage over de productie, de import en de export van F-gassen, en stelt op bepaalde gebieden een verbod in. Dit zijn belangrijke maatregelen om de uitstoot van deze groep industriële gassen, die ook krachtige broeikasgassen zijn, terug te dringen en zo mee te voorkomen dat de aarde verder opwarmt.

Tot op heden heeft Griekenland de Commissie niet op de hoogte gebracht welke nationale instanties zullen instaan voor de certificering van de servicebedrijven die actief zijn op het vlak van stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur en stationaire brandbeveiligingssystemen en brandblusapparaten die F-gassen bevatten, noch van de benaming van de certificaten die zullen worden afgegeven. De Commissie verzoekt Griekenland derhalve in een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure) om binnen twee maanden aan deze voorschriften te voldoen. Anders kan de Commissie beslissen Griekenland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

(meer informatie: I. Valero Ladron - tel. +32 229-64971 - mobiel +32 498964971)

  1. Maritieme veiligheid: de Commissie verzoekt HONGARIJE te voldoen aan de nieuwe normen voor de uitrusting aan boord van schepen

De Europese Commissie heeft Hongarije vandaag verzocht nationale wetgeving aan te nemen voor de tenuitvoerlegging van de meest recente normen op het vlak van uitrusting van zeeschepen zoals ingevoerd door EU-wetgeving. De richtlijn inzake uitrusting van zeeschepen beoogt een eenvormige toepassing in de EU van internationale normen inzake de uitrusting van zeeschepen en het bevorderen van het vrije verkeer van uitrusting van zeeschepen binnen de interne markt. De laattijdige omzetting ondermijnt de eenvormige toepassing van deze nieuwe veiligheidsregels binnen de interne markt, wat gevolgen heeft voor de maritieme veiligheid.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Als Hongarije de Commissie niet binnen twee maanden op de hoogte brengt van de maatregelen die werden genomen om volledig aan de EU-wetgeving te voldoen, kan de Commissie het land voor het Europees Hof van Justitie dagen.

(meer informatie: H. Kearns – tel: +32 229-87638 – mobiel: +32 498987638)

  1. Interne energiemarkt: IERLAND verzocht om aan de EU-regels voor de interne markt voor elektriciteit te voldoen

Vandaag heeft de Commissie Ierland een aanvullend met redenen omkleed advies gestuurd met opnieuw het verzoek de Elektriciteitsrichtlijn van het derde energiepakket volledig om te zetten. Die richtlijn had al op 3 maart 2011 volledig door de lidstaten moeten zijn omgezet. De richtlijn omvat kernbepalingen voor een goede werking van de elektriciteitsmarkten, zoals nieuwe voorschriften voor de ontvlechting van netwerken, voorschriften die de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale regulators versterken en bepalingen om de werking van de detailhandelsmarkt te verbeteren ten voordele van de consument. Het aanvullend met redenen omkleed advies komt bovenop het al in juni 2012 aan Ierland verzonden met redenen omkleed advies en verduidelijkt het standpunt van de Commissie met betrekking tot de omzetting van de ontvlechtingsbepalingen uit de Elektriciteitsrichtlijn. Indien Ierland niet binnen twee maanden aan zijn wettelijke verplichtingen voldoet, kan de Commissie beslissen de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In de herfst van 2011 leidde de Commissie inbreukprocedures in tegen 19 lidstaten wegens niet-omzetting van het derde pakket stroom- en gasrichtlijnen. In 2012 en begin 2013 werden met redenen omklede adviezen verstuurd aan 16 lidstaten die de omzetting nog steeds niet hadden voltooid. Eind 2012 en begin 2013 werd een aantal lidstaten voor het Hof van Justitie gedaagd. Het ging om Polen, Slovenië, Finland, Bulgarije, Estland, het Verenigd Koninkrijk en Roemenië. De Commissie is de situatie in de paar andere lidstaten die met redenen omklede adviezen ontvingen nog aan het onderzoeken, waarbij zij nagaat of die landen de richtlijnen volledig hebben omgezet.

Meer informatie: http://ec.europa.eu/energy/infringements/index_en.htm

(meer informatie: M. Holzner - Tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  1. Havens: de Commissie laat LITOUWEN een aanvullend met redenen omkleed advies toekomen wegens het handhaven van een voorrangsregeling voor vrachtafhandelingsexploitanten bij de verlenging van aflopende havencontracten

Dit aanvullend met redenen omkleed advies komt er nadat de Commissie in juni vorig jaar al een met redenen omkleed advies verstuurde. Op basis daarvan heeft Litouwen wijzigingen aangebracht aan zijn wetgeving inzake de verhuur van havengebied voor het verlenen van vrachtafhandelingsdiensten. Ten gevolge van die wijzigingen zou openbaar havengebied in Litouwen slechts na een vergelijkende procedure aan een vrachtafhandelingsexploitant kunnen worden verhuurd. De gewijzigde wetgeving handhaaft echter de voorrangsregeling voor een gevestigde vrachtafhandelingsexploitant wanneer uit de aanbestedingsprocedure blijkt dat de andere inschrijvers dezelfde voorwaarden aanbieden als de gevestigde exploitant.

De Commissie is van oordeel dat een dergelijke bepaling aanleiding kan geven tot discriminatie van exploitanten uit andere lidstaten die zich in Litouwen willen vestigen. Als er binnen twee maanden geen bevredigend antwoord van Litouwen komt, kan de Commissie beslissen de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: H. Kearns – tel: +32 229-87638 – mobiel: +32 498 987638)

  1. Arbeidsrecht: de Commissie verzoekt LUXEMBURG om volledige toepassing van richtlijn inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

De Europese Commissie heeft Luxemburg verzocht om werknemers te beschermen tegen misbruik bij de verlenging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd door zijn wetgeving te herzien, zodat die volledig in overeenstemming is met de vereisten van de richtlijn inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Docenten en onderzoekers van de Universiteit van Luxemburg en werknemers in de amusementssector vallen buiten het toepassingsgebied van de huidige Luxemburgse wetgeving, waardoor zij niet beschermd zijn tegen dergelijke misbruiken. Op basis van de richtlijn moeten lidstaten ervoor zorgen dat werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op de hoogte worden gebracht wanneer een werkgever vaste aanstellingen openstelt.

De ter zake geldende voorschriften in Luxemburg voorzien enkel in indirecte communicatie via de ondernemingsraad, maar er zijn geen bepalingen die ervoor zorgen dat werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtstreeks op de hoogte worden gebracht. Het probleem doet zich vooral voor in kleine ondernemingen, waar geen ondernemingsraad bestaat. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Luxemburg heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen ter uitvoering van de richtlijn. Anders kan de Commissie beslissen Luxemburg voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Telecommunicatie: de Commissie verzoekt NEDERLAND om de onafhankelijkheid van de Nederlandse toezichthouder te verzekeren

De Europese Commissie zet stappen om ervoor te zorgen dat de Nederlandse telecomtoezichthouder (ACM) zijn volledige onafhankelijkheid behoudt bij de toepassing van de EU-regelgeving over telecommunicatie op de uitzending van televisieprogramma's. Op grond van het regelgevend kader van de EU van 2009 voor telecommunicatie wordt vereist dat nationale toezichthouders volledig onafhankelijk zijn bij de manier waarop zij de marktregulering aanpakken. De Commissie is van mening dat de huidige Nederlandse regelgeving deze discretionaire bevoegdheid inperkt doordat de markt op twee manieren rechtstreeks wordt gereguleerd. In het eerste geval worden omroeporganisaties met "must carry-verplichtingen" ertoe verplicht om hun televisieprogramma's en de bijbehorende transmissiedienst op wholesaleniveau voor doorverkoop aan te bieden tegen op de kosten gebaseerde prijzen (om buitensporige winsten te vermijden). Door een andere bepaling wordt de ACM opgelegd om bedrijven met een aanmerkelijke marktpositie te verplichten hun programma's door te verkopen aan concurrenten tegen op de kosten gebaseerde prijzen.

De Commissie is voornamelijk bezorgd over de manier waarop die regelgevende maatregelen werden opgelegd. Het zou aan de onafhankelijke toezichthouder moeten worden overgelaten om te beslissen of dergelijke maatregelen moeten worden opgelegd, eerder dan aan de Nederlandse regering. Daarom verstuurt de Commissie een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure). Nederland heeft twee maanden de tijd om te antwoorden. Ontvangt de Commissie geen bevredigend antwoord, dan kan zij Nederland voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: R. Heath – tel. +32 229-61716 - mobiel +32 460750221)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt POLEN om milieuvoorschriften in acht te nemen bij opzetten van een programma ter voorkoming van overstromingen

De Commissie heeft een aantal punten van bezorgdheid over de milieuaspecten van het programma in Polen dat overstromingen van de bovenloop van de Vistula moet voorkomen. Ondanks het feit dat het programma een invloed zal hebben op de toestand van de waterlichamen en van een aantal Natura 2000-gebieden, werd geen passende effectbeoordeling uitgevoerd waarin rekening wordt gehouden met de in het EU-recht vastgestelde milieudoelstellingen, zoals wordt vereist door de strategische milieueffectbeoordelingsrichtlijn. Zowat 120 van de 410 in het programma opgenomen projecten zullen vermoedelijk ook een grote impact hebben op 50 verschillende Natura 2000-gebieden.

Op grond van de habitatrichtlijn kunnen dergelijke projecten gerechtvaardigd zijn om redenen van groot openbaar belang, op voorwaarde dat er compenserende maatregelen worden voorgesteld en dat de mogelijkheid van alternatieve oplossingen zorgvuldig is bestudeerd, maar dat schijnt niet het geval te zijn. Er bestaat ook bezorgdheid met betrekking tot de kaderrichtlijn water, omdat het programma waterlichamen in gevaar brengt en zo hun vermogen aantast om tegen 2015 een goede milieutoestand te bereiken. Hoewel de Commissie volledig achter de Poolse inspanningen staat om infrastructuur voor overstromingspreventie op te zetten die de bevolking en het culturele erfgoed beschermt tegen overstromingen, is zij van mening dat daarbij toch moet worden voldaan aan de EU-milieuwetgeving.

De Commissie stuurde Polen in november 2012 een schriftelijke aanmaning, maar aangezien Polen nog steeds geen gepaste maatregelen heeft genomen om de situatie ten goede te keren, verzendt de Commissie een met redenen omkleed advies, waarbij Polen twee maanden de tijd krijgt om te antwoorden. Als Polen daaraan niet voldoet, kan de Commissie beslissen om de zaak voor het Hof van Justitie van de EU te brengen.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt SPANJE om ervoor te zorgen dat de stortplaats van Barranco de Sedases aan de gestelde eisen voldoet

De Commissie verzoekt Spanje om de stortplaats van Barranco de Sedases in Fraga, Huesca (regio Aragon) te saneren. De stortplaats voldoet niet aan de normen van de afvalwetgeving van de EU. Zij wordt uitgebaat zonder de passende vergunningen en had uiterlijk op 16 juli 2009 in de gewenste toestand moeten worden gebracht of gesloten moeten worden. De Commissie heeft Spanje hierover op 1 juni 2012 een schriftelijke aanmaning gestuurd.

Aangezien er geen passende administratieve maatregelen werden genomen om een einde te maken aan deze situatie, doet de Commissie een met redenen omkleed advies toekomen aan Spanje, dat twee maanden de tijd heeft om te antwoorden. Indien de Spaanse autoriteiten niet op bevredigende wijze antwoorden, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt het VERENIGD KONINKRIJK om strengere voorschriften inzake de verwijdering van bewerkte stookolie

De Commissie verzoekt het Verenigd Koninkrijk om zijn einde-afvalfasecriteria voor afgewerkte olie te wijzigen. Op grond van de einde-afvalfasecriteria van het Verenigd Koninkrijk mag bewerkte stookolie op dezelfde manier worden gebruikt als niet-bewerkte equivalente stookolie. De Commissie is bezorgd over het feit dat die criteria tot gevolg kunnen hebben dat bepaalde contaminanten in hoge concentraties aanwezig blijven en dat die contaminanten vervolgens vrijkomen bij de verbranding, waardoor de menselijke gezondheid en het milieu in gevaar worden gebracht. Standaardverbrandingsinstallaties zijn niet noodzakelijkerwijs, zoals afvalverbrandingsinstallaties, uitgerust met technologieën die verontreinigende stoffen, zoals zware metalen, waterstofchloride en halogenen, kunnen verwijderen uit de uitstoot van bewerkte stookolie.

De Commissie verstuurt daarom een met redenen omkleed advies, waarbij het Verenigd Koninkrijk twee maanden de tijd heeft om te antwoorden. Als het Verenigd Koninkrijk geen actie onderneemt, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website