Navigation path

Left navigation

Additional tools

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 27 maart 2013

Vragen en antwoorden: Groenboek over een kader voor het klimaat- en energiebeleid voor 2030

Wat zijn de belangrijkste doelstellingen van dit kader?

De voornaamste doelstellingen zijn het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het garanderen van de energiebevoorrading en het stimuleren van de groei, de concurrentiepositie en de werkgelegenheid via een hoogtechnologische, kostenefficiënte aanpak.

Wat is er veranderd sinds de 2020-doelstellingen zijn vastgesteld?

De belangrijkste veranderingen zijn onder meer de gewijzigde economische situatie en de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van technologie die tot de productie van nieuwe vormen van energie hebben geleid, alsmede de prijsontwikkelingen en de ontwikkelingen op het gebied van onderzoek.

Waarom is een vroeg akkoord over een kader voor klimaat- en energiebeleid voor 2030 belangrijk?

  1. Allereerst zijn er lange investeringscycli mee gemoeid, hetgeen betekent dat in de nabije toekomst gefinancierde infrastructuur in 2030 en daarna nog steeds functioneert. Investeerders moeten daarom zekerheid hebben over de doelstellingen en het beleid dat wordt gevoerd.

  2. Ten tweede zal de verduidelijking van de doelstellingen voor 2030 de ontwikkeling van een concurrerende economie en een veiliger energiesysteem ondersteunen door de vraag naar efficiënte en koolstofarme technologieën te stimuleren en daartoe onderzoek, ontwikkeling en innovatie te bevorderen die kan zorgen voor nieuwe banen en groei.

  3. Ten derde wordt eind 2015 een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering verwacht. Vóór die datum moet de EU overeenstemming bereiken over een reeks kwesties, onder meer over haar eigen ambities voor 2030, alvorens actief met andere landen in gesprek te gaan.

Wat zijn de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU voor 2020?

Het huidige beleidskader is gebaseerd op drie centrale doelstellingen die binnen de EU tegen 2020 moeten zijn bereikt:

  1. een vermindering van 20 % van de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van het niveau van 1990;

  2. een aandeel van 20 % hernieuwbare energiebronnen in het energieverbruik;

  3. een besparing van 20 % van het verbruik van primaire energie (ten opzichte van de prognoses van vóór de Overeenkomst betreffende de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2020).

Wat is er al bereikt op het gebied van deze doelstellingen?

  1. In 2011 werd geschat dat de uitstoot van broeikasgassen in de EU 16 % onder het niveau van 1990 lag, terwijl het BBP sinds 1990 met 48 % is toegenomen.

  2. Het aandeel hernieuwbare energie in het energieverbruik bedroeg in 2010 12,7 %, tegenover slechts 8,5 % in 2005.

  3. De consumptie van primaire energie bereikte in 2005/2006 een hoogtepunt met ongeveer 1825 miljoen ton olie-equivalent (Mtoe). Het is sindsdien licht gedaald tot 1730 Mtoe in 2011.

Wat zijn de hoofdthema’s voor deze raadpleging?

In het groenboek worden de belanghebbenden geraadpleegd over een aantal onderwerpen die van belang zijn voor het beleidskader voor 2030, met inbegrip van:

  1. Welke lering kan worden getrokken uit de ervaring met het bestaande kader?

  2. Welke klimaat- en energiedoelstellingen kunnen worden vastgesteld voor 2030?

  3. Hoe kan de samenhang tussen verschillende beleidsinstrumenten worden gegarandeerd?

  4. Welke beleidsmaatregelen kunnen worden vastgesteld om een bijdrage te leveren aan het concurrentievermogen van de EU en een betrouwbare energievoorziening?

  5. Hoe kan het verschil tussen de lidstaten qua vermogen tot optreden in aanmerking worden genomen?

Wat zijn de belangrijkste bevindingen voor 2030 van het Energiestappenplan 2050 en de Routekaart koolstofarme economie 2050?

Uit de scenario’s van het Energiestappenplan 2050 en de Routekaart voor een koolstofarme economie 2050 kwam naar voren dat:

  1. de broeikasgasemissies van de EU 40 % onder het niveau van 1990 zouden moeten uitkomen om de doelstelling van 80-95 % minder broeikasgassen in 2050 te verwezenlijken, overeenkomstig de reducties die de geïndustrialiseerde landen als groep moeten halen om de mondiale klimaatopwarming tot 2°C te beperken;

  2. een groter aandeel hernieuwbare energie, verbetering van de energie-efficiëntie en een betere en slimmere energie-infrastructuur hoe dan ook positief zullen zijn voor de omvorming van het energiesysteem van de EU;

  3. de energieprijzen naar verwachting nog zullen toenemen in de periode tot 2030, of het energiesysteem nu in aanzienlijke mate wordt "ontkoold" of niet. Dat is voor een groot deel toe te schrijven aan de investeringen in het energiesysteem die in ieder geval nodig zijn.

Meer informatie: IP/13/272.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website