Navigation path

Left navigation

Additional tools

Inbreukenpakket voor februari: voornaamste beslissingen

European Commission - MEMO/13/122   21/02/2013

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL HU LT PL SL RO

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 21 februari 2013

Inbreukenpakket voor februari: voornaamste beslissingen

DIGI­TALE AGEN­DA

WERK­GELE­GEN­HEID

ENER­GIE

IN­DUS­TRIE & ON­DER­NEMER­SCHAP

MIL­IEU

JUS­TITIE

VER­VOER

GE­ZOND­HEID EN CON­SU­MEN­TEN

BELASTIN­GEN EN DOUANE-UNIE

AT

1

BE

1

1

3

CY

1

1

DE

1

DK

1

EL

1

1

ES

1

1

FI

1

FR

1

1

HU

1

IE

1

IT

1

LT

1

1

LU

1

NL

1

PL

1

1

1

1

1

PT

1

RO

1

1

SE

1

1

SI

1

UK

1

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen vele sectoren en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij.

De Commissie heeft vandaag 151 beslissingen genomen: bij 15 daarvan gaat het om een met redenen omkleed advies en bij 13 om een zaak die bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig is gemaakt. Bij twee van de laatstgenoemde wordt verzocht om oplegging van een financiële sanctie. Hieronder volgt een samenvatting.

Voor nadere informatie over inbreukprocedures, zie MEMO/12/12.

  1. Zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt waarbij financiële sancties worden voorgesteld

  1. Milieu: de Commissie daagt GRIEKENLAND opnieuw voor het Hof wegens illegale stortplaatsen en verzoekt boetes op te leggen

De Europese Commissie daagt Griekenland opnieuw voor het Hof omdat het een eerder arrest over illegale stortplaatsen niet heeft uitgevoerd. In 2005 heeft het Hof geoordeeld dat Griekenland niet voldoende maatregelen nam om in het hele land honderden illegale stortplaatsen te sluiten en te saneren. Acht jaar later legt de Commissie – aangezien sinds het arrest te weinig vooruitgang is geboekt – de zaak opnieuw voor aan het Hof en verzoekt zij overeenkomstig het vaste beleid om oplegging van een dwangsom van 71 193 EUR voor elke dag na het tweede arrest van het Hof totdat Griekenland aan het arrest voldoet en een forfaitaire som op basis van 7 786 EUR per dag voor de periode tussen het eerste arrest en de dag dat aan het arrest wordt voldaan of de dag waarop het tweede arrest van het Hof wordt gewezen.

(meer informatie: IP/13/143 - J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Milieu: de Commissie daagt ZWEDEN opnieuw voor het Hof van Justitie in verband met industriële vergunningen en verzoekt boetes op te leggen

De Europese Commissie daagt Zweden opnieuw voor het Hof omdat het geen vergunning verleent voor fabrieksinstallaties die zonder vergunning worden geëxploiteerd. Ondanks een eerdere uitspraak van het Hof over deze zaak heeft Zweden nog altijd geen vergunningen verleend voor twee grote fabrieksinstallaties. Derhalve daagt de Commissie, op aanbeveling van EU-Milieucommissaris Janez Potočnik, Zweden opnieuw voor het Hof van Justitie van de Europese Unie en verzoekt zij overeenkomstig het vaste beleid om oplegging van een dwangsom van 14 912 EUR voor elke dag na het tweede arrest van het Hof totdat Zweden aan het arrest voldoet en een forfaitaire som op basis van 4 893 EUR per dag voor de periode tussen het eerste arrest en de dag dat aan het arrest wordt voldaan of de dag waarop het tweede arrest van het Hof wordt gewezen.

(meer informatie: IP/13/145 - J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Andere zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt

  1. Wegvervoer: de Commissie daagt FINLAND, OOSTENRIJK en POLEN voor het Hof van Justitie van de Europese Unie omdat zij hebben nagelaten de arbeidstijdregels ook toe te passen op zelfstandige bestuurders

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Finland, Oostenrijk en Polen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen omdat zij hebben nagelaten de arbeidstijdregels toe te passen op zelfstandige bestuurders (eigen rijders) (Richtlijn 2002/15/EG). Meer dan twee jaar geleden heeft de Commissie de autoriteiten van alle lidstaten verzocht om haar op de hoogte te stellen van de maatregelen die zij hebben genomen om te zorgen dat volledig aan de wetgeving wordt voldaan. Deze drie lidstaten hebben nog geen melding gedaan van de nationale omzettingsmaatregelen om de richtlijn volledig na te leven.

(meer informatie: IP/13/142 – H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Belastingen: de Commissie daagt FranKRIJK en LUXEMBURG voor het Hof van Justitie wegens een verlaagd btw-tarief voor digitale boeken

De Europese Commissie daagt Frankrijk en Luxemburg voor het Hof van Justitie van de Europese Unie omdat zij op digitale boeken een verlaagd btw-tarief toepassen. De wetgeving van de Europese Unie is zeer duidelijk over de goederen en diensten die onder een verlaagd btw-tarief mogen vallen. De levering van digitale boeken is een dienst die langs elektronische weg wordt verleend en de toepassing van een verlaagd tarief op dit soort diensten is uitgesloten.

(meer informatie: IP/13/137 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Belastingen: de Commissie daagt BelgiË voor het Hof van Justitie wegens een belastingreductie voor Waalse fiscale ingezetenen

Vandaag heeft de Europese Commissie besloten België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen in verband met discriminerende belastingvoorschriften in het Waalse Gewest.

Op grond van het Waalse decreet van 3 april 2009 kan de personenbelasting worden gereduceerd bij inschrijving op aandelen of obligaties van de Investeringskas voor Wallonië. Deze reductie geldt echter alleen voor inwoners van het Waalse Gewest. De Commissie is van mening dat het uitsluiten van niet-inwoners die hun inkomsten in het Waalse Gewest verwerven, discriminerend is en een beperking vormt van het in de EU-Verdragen geregelde vrije verkeer van werknemers. In november 2011 heeft de Europese Commissie België een met redenen omkleed advies gestuurd, waarin de Belgische autoriteiten formeel werd verzocht deze wet te wijzigen (zie IP/12/281). Gezien het uitblijven van een reactie van de Belgische autoriteiten heeft de Europese Commissie besloten de zaak voor het Hof van Justitie te brengen.

(meer informatie: IP/13/136 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Belastingen: de Commissie daagt HOngarIJE voor het Hof van Justitie wegens belastingvrijstelling van pálinka

Vandaag heeft de Europese Commissie besloten Hongarije voor het Hof van Justitie te dagen omdat de productie van vruchtenbrandewijn (pálinka) er wordt vrijgesteld van accijnzen. Hongarije stelt pálinka vrij van accijnzen voor zover deze wordt geproduceerd door huishoudens of stokerijen voor persoonlijk gebruik, met een maximum van 50 liter per jaar.

(meer informatie: IP/13/138 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Pensioenen: de Commissie daagt Nederland voor het Hof van Justitie wegens discriminatie van gepensioneerden in het buitenland

De Europese Commissie heeft Nederland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie gedaagd omdat het geen maatregelen heeft meegedeeld die een eind maken aan de discriminatie van in het buitenland wonende gepensioneerden bij de uitbetaling van een tegemoetkoming voor oudere belastingplichtigen. Dit is het gevolg van een discriminerende voorwaarde in de Nederlandse Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.

(meer informatie: IP/13/140 – J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Milieu: de Commissie daagt POLEN voor het Hof van Justitie in verband met waterwetgeving

De Europese Commissie daagt Polen voor het Hof van Justitie omdat het de Europese waterwetgeving niet naar behoren heeft omgezet in nationaal recht. De Poolse waterwetgeving vertoont op een aantal gebieden tekortkomingen, waaronder leemten in de omzetting van een aantal definities uit de richtlijn en in de omzetting van de bijlage bij de richtlijn. De Commissie wijst met name op het ontbreken van bijlage II, waarin het karakteriseringssysteem voor oppervlaktewateren en grondwater wordt uiteengezet, en op leemten in de omzetting van bijlage III, die specificaties en referentiepunten moet verschaffen voor analyses van het stroomgebiedsdistrict, beoordeling van de milieueffecten van menselijke activiteiten op het water, en de economische analyse van het watergebruik. Het toezicht op de toestand van het water is ook een bron van zorg. Ondanks een aantal herinneringen is er geen bevredigend antwoord gekomen. Op aanbeveling van Milieucommissaris Janez Potočnik daagt de Commissie Polen daarom voor het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(meer informatie: IP/13/144 - J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Interoperabiliteit van de Europese spoorwegen: de Commissie daagt SLOVENIË voor het Hof van Justitie

De Europese Commissie heeft vandaag besloten Slovenië voor het Europees Hof van Justitie te dagen wegens niet-mededeling van de nationale maatregelen tot omzetting van een richtlijn betreffende spoorweginteroperabiliteit. De omzettingstermijn is verstreken op 31 december 2011.

Richtlijn 2011/18/EU wijzigt Richtlijn 2008/57/EG betreffende de interoperabiliteit, die de beschrijving van de spoorwegsystemen wijzigt en de verificatieprocedures vastlegt.

De Commissie had Slovenië reeds verzocht om maatregelen te nemen om aan Richtlijn 2011/18/EU te voldoen. Slovenië heeft echter niet de maatregelen genomen die het werd gevraagd te nemen en heeft er bij de Commissie geen gemeld.

(meer informatie: IP/13/141 – H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Belastingen: de Commissie daagt het Verenigd Koninkrijk voor het Hof wegens verlaagd btw-tarief

De Europese Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk voor het Europees Hof van Justitie te dagen in verband met het verlaagde btw-tarief voor de levering en de installatie van energiebesparende materialen. Deze maatregel gaat verder dan hetgeen door de btw-richtlijn wordt toegestaan.

(meer informatie: IP/13/139 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Andere zaak van specifiek belang

  1. Dierenwelzijn: de Commissie verhoogt de druk op lidstaten om de groepshuisvesting van zeugen in te voeren

Vandaag heeft de Europese Commissie door middel van een aanmaningsbrief België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Polen en Portugal opgeroepen om maatregelen te nemen om tekortkomingen aan te pakken in de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving op het gebied van dierenwelzijn, en met name om Richtlijn 2008/120/EG ten uitvoer te leggen, die voorschrijft dat zeugen gedurende een deel van hun draagtijd in groepen worden gehouden.

(meer informatie: IP/13/135 – F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  1. Met redenen omklede adviezen

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt BELGIË om een discriminerende belastingreductie in het Vlaams Gewest te wijzigen

De Europese Commissie heeft België formeel verzocht om zijn voorschriften voor de zogenaamde Winwinlening, een durfkapitaalregeling, aan te passen.

Deze regeling staat een belastingaftrek toe voor leningen door inwoners van het Vlaams Gewest aan ondernemingen die in dat gewest zijn gevestigd. Deze aftrek is niet mogelijk voor niet-inwoners die hun inkomen in België verdienen.

De Commissie acht de Belgische belastingvoorschriften in strijd met het vrije verkeer van werknemers en de vrijheid van vestiging zoals neergelegd in de EU-verdragen. Daarom wordt België verzocht zijn wetgeving te wijzigen.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Indien de wetgeving niet binnen twee maanden in overeenstemming wordt gebracht, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt BELGIË om herziening van de belastingheffing op de betaalde interesten

De Commissie heeft België formeel verzocht om wijziging van de discriminatoir geachte bepalingen inzake de belastingheffing op betaalde interesten.

De Belgische wetgeving onderwerpt interesten die worden uitbetaald aan buitenlandse investeringsmaatschappijen aan een onroerende voorheffing. De discriminatie betreft dan ook de belastingheffing op interesten uit effecten die in bewaring zijn gegeven of zijn ingeschreven op een rekening bij een financiële instelling buiten België.

Wanneer zulke interesten aan Belgische investeringsmaatschappijen worden betaald of afkomstig zijn van effecten die in bewaring zijn gegeven of zijn ingeschreven op een rekening bij een financiële instelling in België, zijn zij daarentegen vrijgesteld van onroerende voorheffing.

Dit zijn ongerechtvaardigde beperkingen van de vrije dienstverrichting en van het vrij verkeer van kapitaal die zijn vastgelegd in de Europese verdragen.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Indien de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij het Koninkrijk België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie dagen.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Vrij verkeer: de Commissie verzoekt BELGIË aan de EU-voorschriften te voldoen

De Europese Commissie verzoekt België zijn wetten in overeenstemming met de EU-wetgeving te brengen. Op grond van de Richtlijn inzake vrij verkeer moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de burgers van de Unie en hun familieleden, inclusief niet-EU-burgers, hun recht van vrij verkeer volledig kunnen uitoefenen wat de toegang tot en het verblijf in een andere lidstaat en bescherming tegen uitzetting betreft. België heeft een aantal bepalingen van de richtlijn niet op de juiste wijze omgezet: België biedt op dit ogenblik geen faciliteiten voor de toegang en het verblijf van familieleden van burgers van de Unie die zelf geen burger van de Unie zijn. Met name verschaft het land hun geen visa en verblijfskaarten. Voorts is België niet overgegaan tot de omzetting van alle materiële en procedurele waarborgen tegen de uitzetting van burgers van de Unie die onder het Belgische socialezekerheidsstelsel vallen: de Belgische wetgeving voorziet niet in een individuele beoordeling van de persoonlijke omstandigheden van de betrokken burger voordat een uitzettingsmaatregel wordt getroffen.

Hierdoor zijn EU-burgers op het ogenblik niet beschermd tegen automatische uitzettingsmaatregelen en kunnen zij zich niet gemakkelijk beschermen tegen dergelijke onrechtmatige beslissingen van de Belgische autoriteiten. Daarnaast bieden de Belgische voorschriften inzake de bescherming tegen uitzetting op grond van openbaar beleid of openbare veiligheid alleen garanties aan familieleden van EU-burgers die zelf geen EU-burger zijn, maar niet aan EU-burgers. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. België heeft nu twee maanden de tijd om zich aan de voorschriften van de Europese Unie aan te passen. Gebeurt dit niet, dan kan de Europese Commissie de zaak aan het Hof van Justitie van de EU voorleggen.

(meer informatie: M. Andreeva - tel. +32 229-91382- mobiel +32 498991382)

  1. Milieu: de Commissie verzoekt CYPRUS natuurbeschermingswetgeving te verbeteren

De Europese Commissie verzoekt Cyprus meer gebieden aan te wijzen voor Natura 2000, het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. In het kader van de Vogelrichtlijn dienen de lidstaten de meeste geschikte gebieden aan te wijzen als speciale beschermingszones (SBZ's) voor de instandhouding van vogelsoorten. Cyprus had aanvankelijk slechts zeven SBZ’s aangewezen, hetgeen aanzienlijk minder was dan de 16 die waren vereist op grond van de lijst van belangrijke vogelgebieden (IBA) die de Commissie hanteert om te beoordelen of de lidstaten hun verplichtingen nakomen. De Commissie heeft in 2007 een inbreukprocedure ingeleid, en hoewel er nu meer SBZ's zijn aangewezen, is de Commissie er niet van overtuigd dat het aantal beschermde gebieden voldoende is om een aantal belangrijke soorten adequate bescherming te bieden. De Commissie doet derhalve een aanvullend met redenen omkleed advies (de tweede stap in de inbreukprocedure) toekomen aan Cyprus, dat twee maanden de tijd heeft om te antwoorden. Ontvangt de Commissie geen bevredigend antwoord, dan kan zij deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  1. Elektronische communicatie: de Commissie vreest dat de ITALIAANSE wetgeving inzake ondersteunende diensten de discretionaire bevoegdheid van de nationale regelgevende autoriteit (AGCOM) beperkt

De Commissie heeft een onderzoek verricht naar de Italiaanse ontvlechtingswetgeving voor ondersteunende diensten, zoals het onderhoud en de activering van lijnen, vanaf de ontvlechting van diensten op intermediair niveau door de gevestigde exploitant Telecom Italia. Een recente Italiaanse wet heeft, in een poging om dergelijke ondersteunende diensten rechtstreeks te regelen, in de praktijk de discretionaire bevoegdheid van de regelgevende autoriteit (AGCOM) beperkt. Dit is in strijd met de EU-voorschriften, volgens welke de nationale regelgevende autoriteit haar ex ante regelgevende bevoegdheden onafhankelijk uitoefent, om te garanderen dat de vastgestelde maatregel passend is voor de mededingingsproblemen die bij de marktanalyse zijn gemeld. De Commissie heeft daarom een met redenen omkleed advies gestuurd aan Italië, dat twee maanden de tijd heeft om te antwoorden. Ontvangt de Commissie geen bevredigend antwoord, dan kan zij Italië voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: R. Heath– tel. +32 229-61716 - mobiel +32 460750221)

  1. Interne energiemarkt: LITOUWEN opgeroepen om aan de regels van de interne markt te voldoen

Vandaag heeft de Commissie Litouwen een met redenen omkleed advies gestuurd, met het verzoek de Elektriciteitsrichtlijn en de Gasrichtlijn van het derde energiepakket volledig om te zetten. Deze richtlijnen hadden op 3 maart 2011 volledig door de lidstaten moeten zijn omgezet. Het pakket omvat kernbepalingen voor een goede werking van de energiemarkten, inclusief nieuwe voorschriften voor de ontvlechting van netwerken, voorschriften die de onafhankelijkheid en de bevoegdheden van de nationale regelgevers versterken en bepalingen om de werking van de detailhandelsmarkt te verbeteren ten voordele van de consument. Litouwen heeft nu twee maanden om te antwoorden. Als dit niet gebeurt, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

In 2012 heeft de Commissie reeds met redenen omklede adviezen wegens niet-omzetting van de elektriciteits- en gasrichtlijnen gestuurd aan een aantal lidstaten, en met name aan Bulgarije, Cyprus, Spanje, Luxemburg, Nederland, Roemenië, Slowakije, Estland, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Polen, Ierland en Slowakije. Vervolgens heeft de Commissie Polen, Finland, Slovenië, het Verenigd Koninkrijk, Bulgarije en Estland voor het Hof van Justitie gedaagd, terwijl zij de zaken tegen Spanje, Luxemburg, Nederland, Zweden en Oostenrijk heeft afgesloten.

Voor meer informatie, zie http://ec.europa.eu/energy/infringements/index_en.htm

(meer informatie: M. Holzner - Tel. +32 229 60196 - mobiel +32 498 98 2280)

  1. Technische controle: de Commissie vraagt LITOUWEN om nationale maatregelen voor periodieke technische controles van voertuigen in te voeren

De Europese Commissie heeft Litouwen verzocht om alle voorschriften van de richtlijn betreffende de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens (Richtlijn 2010/48/EU) in nationaal recht om te zetten. Litouwen heeft nagelaten de Commissie de noodzakelijke informatie mee te delen vóór 31 januari 2011 en vóór de volgende termijnen die waren gesteld in de daarop volgende aanmaningsbrieven. De vaststelling van maatregelen is noodzakelijk om alle technologische ontwikkelingen van de te testen onderdelen van voertuigen en aanhangwagens in aanmerking te nemen. De Commissie stuurt derhalve een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure), en geeft Litouwen twee maanden de tijd om te antwoorden. Ontvangt de Commissie geen bevredigend antwoord, dan kan zij deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Vrij verkeer van goederen: de Commissie verzoekt POLEN om handelsbelemmeringen voor voedingssupplementen weg te nemen

De markt voor voedingssupplementen groeit snel. De Europese Commissie heeft POLEN verzocht om wijziging van zijn voorschriften voor de invoer van voedingssupplementen die rechtmatig in andere lidstaten zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht. Volgens de Commissie vormen de huidige voorschriften een belemmering voor het vrije verkeer van goederen in de interne markt van de EU en zijn zij in strijd met de artikelen 34 en 36 van het Verdrag betreffende de werking van de EU. De Commissie neemt deze maatregel naar aanleiding van verscheidene klachten over omslachtige Poolse informatieprocedures voor importeurs van voedingssupplementen uit andere lidstaten, met name wanneer de voedingssupplementen stoffen bevatten die in principe in geneesmiddelen kunnen worden gebruikt.

De Commissie is van oordeel dat de Poolse wetgeving niet voldoende rechtszekerheid biedt, met name door de omgekeerde bewijslast bij de veiligheidsbeoordeling van de voedingssupplementen. Dit houdt in dat de kosten van de veiligheidsbeoordeling voor rekening van de importeurs zijn, en niet worden verricht en bekostigd door de Poolse autoriteiten. Opgemerkt moet worden dat de desbetreffende voedingssupplementen geacht worden veilig te zijn omdat zij eerder in andere lidstaten rechtmatig waren vervaardigd of in de handel gebracht. Tot slot is de Commissie van oordeel dat Polen niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 764/2008 tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking nr. 3052/95/EG, door die verordening niet toe te passen op besluiten waarmee de toegang van voedingssupplementen tot de markt wordt geweigerd of bemoeilijkt. Daarop heeft zij een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin zij Polen verzoekt zijn wetgeving te wijzigen om het vrije verkeer van goederen in de interne markt mogelijk te maken. Indien de wetgeving niet binnen twee maanden in overeenstemming wordt gebracht, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(meer informatie: C. Corazza - tel. +32 229-51752 - mobiel +32 498992862)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt POLEN om zijn wetgeving inzake verlaagde btw-tarieven te wijzigen

De Europese Commissie heeft Polen formeel verzocht om wijziging van zijn wetgeving betreffende een verlaagd btw-tarief voor brandbeveiligingsproducten. Deze maatregel gaat verder dan door de btw-richtlijn (2006/112/EG) is toegestaan.

Volgens de btw-voorschriften mag een verlaagd btw-tarief alleen worden toegepast op bepaalde goederen en diensten die in de lijst van bijlage III bij de richtlijn zijn opgenomen. Deze lijst moet strikt worden nageleefd en uitgelegd zoals is overeengekomen en unaniem goedgekeurd door alle 27 EU-lidstaten. De richtlijn staat niet toe dat Polen een verlaagd btw-tarief toepast op brandbeveiligingsproducten, aangezien die niet in die lijst zijn opgenomen. Als hoedster van de EU-Verdragen ziet de Europese Commissie er op toe dat deze voorschriften correct worden toegepast en nageleefd door alle EU-lidstaten.

Zij doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Indien de wetgeving niet binnen twee maanden in overeenstemming wordt gebracht, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Pensioenen: de Commissie verzoekt ROEMENIË om Griekse burgers pensioen uit te betalen naar rato van de tijd die zij in Roemenië hebben gewerkt.

De Commissie heeft Roemenië verzocht bij de berekening van de pensioenrechten van Griekse burgers die in Roemenië werkten voordat dat land tot de EU toetrad, te voldoen aan Verordening (EG) nr. 1408/71 en Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. De Roemeense autoriteiten weigeren op dit moment rekening te houden met de arbeidsperiode van Griekse migranten voordat Roemenië lid was van de EU. Deze weigering is gebaseerd op een bilaterale overeenkomst tussen Roemenië en Griekenland uit 1996. In het kader van die overeenkomst heeft Roemenië Griekenland een vast bedrag van 15 miljoen USD betaald en zorgt Griekenland voor de pensioenen tot een bedrag dat correspondeert met 15 gewerkte jaren. Dit betekent dat de pensioenrechten die worden ontleend aan werkperiodes die de 15 jaar overschrijden, nu verloren zijn. De Commissie is van mening dat de bilaterale overeenkomst niet mag worden gebruikt om individuen rechten te ontzeggen die rechtstreeks door het EU-recht worden verleend en dat Roemenië de werknemers de bijkomende pensioenrechten verschuldigd is, zelfs wanneer zij betrekking hebben op de periode voordat Roemenië toetrad tot de EU.

Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Roemenië heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen ter uitvoering van de verordeningen. Anders kan de Commissie beslissen Roemenië voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt ROEMENIË om de belastingheffing van buitenlandse ondernemingen te herzien

De Europese Commissie heeft Roemenië formeel verzocht zijn discriminerende fiscale behandeling van buitenlandse ondernemingen aan te passen.

Op grond van het Roemeens belastingrecht is een buitenlandse onderneming met verscheidene vestigingen in Roemenië vennootschapsbelasting verschuldigd voor elke vestiging afzonderlijk, hoewel zij geen afzonderlijke rechtspersoonlijkheid hebben. Dat een buitenlandse belastingplichtige de resultaten van al zijn vestigingen in Roemenië niet kan consolideren, leidt tot een cashflownadeel of een hogere belasting voor de buitenlandse rechtspersoon.

Volgens de Commissie zijn dergelijke beperkingen in strijd met de vrijheid van vestiging die is vastgelegd in de EU-Verdragen.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Indien de wetgeving niet binnen twee maanden in overeenstemming wordt gebracht, kan zij de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Luchtvervoer: de Commissie verzoekt SPANJE om garanties omtrent de onafhankelijkheid van de slotcoördinator

De Europese Commissie heeft Spanje verzocht haar binnen twee maanden in kennis te stellen van de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de gemeenschappelijke EU-regels over de toewijzing van slots op luchthavens. De slotcoördinator is belast met de niet-discriminerende, neutrale en transparante toewijzing van slots voor het landen en opstijgen, een van de belangrijkste pijlers van een systeem dat een eerlijke mededinging mogelijk maakt. De Commissie onderzoekt deze zaak ambtshalve aangezien zij garanties voor de werking en de financiële onafhankelijkheid van de slotcoördinator nastreeft. Ontvangt de Commissie geen bevredigend antwoord, dan kan zij de lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU dagen.

(meer informatie: H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  1. Belastingen: de Commissie verzoekt SPANJE om wijziging van de voorschriften inzake schenkings- en successierechten in de Territorios Históricos de Alava y Bizkaia

De Europese Commissie heeft Spanje formeel verzocht om wijziging van de voorschriften inzake schenkings- en successierechten in de Territorios Históricos de Alava y Bizkaia, aangezien deze in strijd zijn met het vrije verkeer van kapitaal.

Op grond van deze voorschriften krijgen emissies van overheidsschulden door de plaatselijke overheden (la Comunidad Autónoma del País Vasco, de Diputaciones Forales en de Entidades Locales Territoriales de los tres Territorios Históricos) een fiscale voorkeursbehandeling. Dit houdt in dat waardepapieren van schulden van deze overheden in een nalatenschap minder worden belast dan andere soortgelijke waardepapieren. Deze fiscale behandeling vormt een discriminatie ten opzichte van beleggingen in overheidsschulden uit andere EU-lidstaten of EER-landen.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies. Indien de wetgeving niet binnen twee maanden in overeenstemming wordt gebracht, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  1. Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd: de Commissie verzoekt ZWEDEN om het door de richtlijn inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd voorgeschreven veiligheidsnet strakker aan te trekken

De Europese Commissie heeft Zweden verzocht zijn wetgeving in overeenstemming te brengen met Richtlijn 1999/70/EG inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en het misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te voorkomen.

Het huidige systeem in Zweden maakt een onderscheid tussen verschillende typen arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Sommige daarvan zijn niet aan enige beperking onderhevig. Andere typen hebben beperkingen, maar daarbij wordt geen rekening gehouden met andere typen. Daarom kunnen werkgevers deze beperkingen omzeilen door verschillende vormen van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te combineren voor één en dezelfde werknemer. Het systeem kan daarom niet voorkomen dat er eindeloze reeksen arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden gebruikt. Dit is in strijd met de richtlijn.

Het probleem is al met Zweden besproken in 2007. De Zweedse regering heeft twee voorstellen voor wetgevende maatregelen ingediend om aan de richtlijn te voldoen. Geen van de pogingen om wetgeving in te voeren had echter succes. Daarom verzoekt de Commissie Zweden om zijn inspanningen nu op te voeren.

Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Zweden heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen ter uitvoering van de richtlijn. Anders kan de Commissie deze lidstaat voor het Hof van Justitie van de Europese Unie dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website