Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Nieuw Europees rijbewijs zorgt voor meer beveiliging, veiligheid en vrij verkeer

Commission Européenne - MEMO/13/10   18/01/2013

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 18 januari 2013

Nieuw Europees rijbewijs zorgt voor meer beveiliging, veiligheid en vrij verkeer

Op 19 januari 2013 wordt het Europees rijbewijs ingevoerd in het kader van de inwerkingtreding van de derde EU-rijbewijsrichtlijn. De nieuwe regels zorgen voor echt vrij verkeer voor EU-bestuurders, verbeteren de veiligheid op de Europese wegen en beperken de fraudemogelijkheden.

1. Wat zijn de voordelen van het nieuwe rijbewijssysteem in Europa?

Ongeveer 60 % van de bevolking van de Unie, zo'n 300 miljoen burgers, is in het bezit van een geldig rijbewijs. Een groot aantal van deze Europeanen maakt grensoverschrijdende reizen in de Unie om particuliere of professionele redenen of gaat in een ander land wonen. Op dit ogenblik zijn er in Europa meer dan 100 verschillende rijbewijsmodellen in roulatie, waaraan verschillende rechten kunnen worden ontleend en met een verschillende geldigheidsduur. Het nieuwe Europese rijbewijs zal deze lappendeken vereenvoudigen en de mobiliteit van bestuurders in heel Europa vergemakkelijken. De harmonisering van de geldigheidsduur en de regels voor medische keuringen zal meer rechtszekerheid bieden aan veel Europeanen die naar een andere lidstaat verhuizen.

Een rijbewijs verleent niet alleen het recht om bepaalde soorten voertuigen te besturen, het kan ook in veel EU-landen worden gebruikt als identificatiedocument. Beveiliging tegen fraude is daarom zeer belangrijk. Het nieuwe rijbewijs is bijna niet te vervalsen. Het is gekoppeld aan een Europees systeem voor elektronische gegevensuitwisseling, waardoor overheden de rijbewijzen gemakkelijker kunnen beheren en fraude met rijbewijzen beter kan worden opgespoord.

De regels voor rijbewijzen hebben ook een grote impact op de verkeersveiligheid. Momenteel vallen er elk jaar meer dan 30 000 doden op de Europese wegen; de nieuwe regels voor rijbewijzen zullen de veiligheid op de Europese wegen helpen verbeteren. De wijzigingen zijn het grootst voor motorrijders. In de nieuwe Europese regels is bepaald dat jonge bestuurders slechts geleidelijk toegang krijgen tot motoren, waardoor deze kwetsbare groep weggebruikers veel beter wordt beschermd. Bovendien moeten zowel autobestuurders als motorrijders het nieuwe rijbewijs om de 10 tot 15 jaar, al naargelang van de lidstaat, laten vernieuwen. Rijbewijzen voor bestuurders van bussen en vrachtwagens blijven vijf jaar geldig en kunnen alleen worden vernieuwd na een medische keuring. Deze regels hebben geen invloed op reeds verworven rechten om een voertuig te besturen.

2. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe rijbewijswetgeving?

Een nieuwe Europese rijbewijskaart

Om het aantal verschillende rijbewijsmodellen die in omloop zijn te beperken en het rijbewijs beter te beveiligen tegen fraude, wordt het papieren rijbewijsmodel geleidelijk uit de roulatie genomen. Voortaan worden alleen nog plastic rijbewijzen van het type creditcard afgegeven, die al in de meeste EU-landen worden gebruikt en beter beveiligd zijn tegen namaak. Zodra de nieuwe wetgeving van kracht wordt, worden geen papieren rijbewijzen meer afgegeven.

Verplichte administratieve vernieuwing van alle nieuwe rijbewijzen

Door een verplichte en regelmatige administratieve vernieuwing van de rijbewijzen kunnen alle documenten in omloop worden geactualiseerd en voorzien van de recentste beveiligingssnufjes. De beperking van het aantal rijbewijsmodellen en de grotere gelijkenis tussen de houder en de foto op het rijbewijs zullen de handhaving vergemakkelijken.

De administratieve geldigheidsduur van alle nieuwe rijbewijzen voor bromfietsen, motoren, auto's en drie- en vierwielers bedraagt hoogstens 10 jaar. Een lidstaat kan er echter voor kiezen deze rijbewijzen af te geven met een administratieve geldigheidsduur tot 15 jaar.

De administratieve geldigheidsduur voor alle nieuwe rijbewijzen voor vrachtwagens en bussen bedraagt hoogstens 5 jaar.

Bestuurders met rijbewijzen die vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn zijn afgegeven, vallen uiterlijk op 19 januari 2033 onder de nieuwe regels inzake geldigheidsduur.

3. Welke gevolgen heeft de nieuwe rijbewijswetgeving voor bestuurders?

Met de verplichte periodieke vernieuwing van het rijbewijs worden de laatste obstakels voor het vrije verkeer van bestuurders opgeheven. Het belangrijkste beginsel is dat alle rijbewijzen die vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn worden afgegeven, geldig blijven tot de datum die op het rijbewijs is vermeld. De houder moet het rijbewijs vóór deze datum vernieuwen in het land waar hij zijn normale verblijfplaats heeft. Vanaf die datum kan deze lidstaat de nieuwe administratieve geldigheidsduur toepassen en een medische keuring opleggen, voor zover ze dit ook voor haar eigen burgers doet. Deze bepalingen verschaffen de houder van het rijbewijs de nodige rechtszekerheid.

Alle rijbewijzen die vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn zijn afgegeven en die nog steeds geldig en in omloop zijn, moeten uiterlijk in 2033 worden vervangen door een nieuw rijbewijs. Een lidstaat mag ook eisen dat de houder van een rijbewijs dat door een andere lidstaat is afgegeven en waarin de bij deze richtlijn voorgeschreven geldigheidsduur niet is vermeld (bijv. onbeperkt geldige rijbewijzen), na twee jaar verblijf in deze lidstaat zijn/haar rijbewijs laat vernieuwen.

Op het nieuwe rijbewijs wordt ook duidelijk vermeld dat het het recht verleent om een bepaald type voertuig te besturen, zodat hierover geen twijfel kan bestaan voor de houder, de administratieve instanties en de handhavingsinstanties.

De Commissie stelt ook voor de nationale regels voor medische keuringen te verduidelijken:

  1. voor bestuurders van vrachtwagens en bussen wordt eenheid gebracht in de periodiciteit waarmee deze keuringen moeten plaatsvinden, namelijk bij elke vernieuwing van het rijbewijs overeenkomstig het systeem dat in het desbetreffende land van toepassing is;

  2. voor autobestuurders en motorrijders staat het de lidstaten vrij al dan niet regelmatige keuringen uit te voeren.

4. Hoe worden de fraudemogelijkheden beperkt door de nieuwe rijbewijswetgeving?

Er bestaan verschillende soorten fraude: handel in de documenten zelf, het onrechtmatig verkrijgen van duplicaten door aangifte te doen van diefstal of verlies van het oorspronkelijke rijbewijs, een rijbewijs aanvragen in een ander land als men een rijverbod heeft gekregen in zijn thuisland.

De basisfilosofie achter de strijd tegen rijbewijsfraude is dat één persoon slechts één rijbewijs mag bezitten. Dit beginsel is nog versterkt in deze richtlijn.

Dankzij de periodieke vernieuwing van de rijbewijzen kunnen de lidstaten hun nationale gegevensbanken regelmatig bijwerken en hebben zij permanent een up-to-date overzicht van de geldige rijbewijzen die in omloop zijn.

Tegelijk wordt de communicatie tussen de nationale autoriteiten verbeterd door de oprichting van een communicatienetwerk voor het uitwisselen van informatie over rijbewijzen. Dankzij dit netwerk, RESPER genaamd, kunnen de nieuwe en strengere regels worden toegepast met betrekking tot het verbod op de afgifte van een rijbewijs aan iemand wiens rijbewijs is ingetrokken, geschorst of beperkt.

Indien de lidstaten dit wensen, mogen zij bovendien een microchip aanbrengen op het rijbewijs. Door de informatie die op de kaart is gedrukt ook op te slaan op de microchip, is het rijbewijs beter beveiligd tegen fraude en worden tegelijk ook de gegevens beter beschermd. Uiteraard dient de Europese wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens te worden nageleefd.

5. Hoe draagt de nieuwe rijbewijswetgeving bij tot een verbetering van de verkeersveiligheid?

De invoering van een nieuwe rijbewijscategorie voor bromfietsen

Tot dusver was voor bromfietsen geen rijbewijs vereist in de Unie. Uit ongevallencijfers blijkt echter dat zeer jonge weggebruikers een groot risico op ongevallen lopen. In sommige lidstaten mogen jongeren al vanaf de leeftijd van 14 jaar met bromfietsen rijden.

Daarom is een nieuw geharmoniseerd rijbewijs AM ingevoerd, dat kan worden verkregen na een verplicht theoretisch examen te hebben afgelegd. Dit moet het mogelijk maken deze kwetsbare groep weggebruikers beter te controleren en hen bewust te maken van de verkeersregels. Het verduidelijkt ook de situatie van bromfietsers die grenzen overschrijden of die een bromfiets huren op vakantie. De lidstaten mogen bovendien eisen dat kandidaten een vaardigheids- en gedragstest afleggen voor deze categorie.

Invoering van een vermogen/gewicht-criterium voor lichte motoren (rijbewijscategorie A1)

Lichte motoren zijn beperkt tot 125 cc en 11 kW. Er bestonden echter geen voorschriften voor wat het vermogen per gewicht betreft. Dit leidde tot steeds lichtere motoren, die dus steeds sneller konden accelereren en steeds hogere topsnelheden konden halen. Daarom mogen houders van een rijbewijs van categorie A1 alleen nog rijden met motoren met een cilinderinhoud van hoogstens 125 cc, een vermogen van hoogstens 11 kW en een vermogen/gewicht-verhouding van hoogstens 0,1 kW/kg. Deze categorie rijbewijzen bestond nog niet in alle lidstaten, maar moet nu overal worden ingevoerd.

Geleidelijke toegang tot de krachtigste motoren

Onder de oude wetgeving mochten veel jonge motorrijders zonder praktische ervaring rijden met de krachtigste klasse van motoren. Uit ongevallenstatistieken blijkt dat beginnende bestuurders van zware motoren onder de leeftijd van 24 jaar een zeer hoog risico op ongevallen lopen. Het valt bovendien onmogelijk te controleren of de nodige ervaring met minder krachtige motoren daadwerkelijk is opgedaan. Daarom zijn, in het belang van de veiligheid, nieuwe regels ingevoerd wat de voertuigcategorie, de minimumleeftijd en de toegangscriteria betreft.

Een nieuwe categorie A2 met nieuwe technische kenmerken

De oude categorie A, die was opgedeeld in een gelimiteerd en een ongelimiteerd gedeelte, is nu gesplitst in twee afzonderlijke categorieën "A2" en "A". Voor categorie A2 wordt een aanvullende technische eis vastgesteld om "downtuning" van motoren te vermijden.

Nieuwe regels voor minimumleeftijd en toegang

Voor categorie A2 wordt de minimumleeftijd vastgesteld op 18 jaar. Als een lidstaat de minimumleeftijd voor categorie A1 vaststelt op 17 of 18 jaar, moet de minimumleeftijd voor categorie A2 19 of 20 jaar bedragen, aangezien er twee jaar verschil moet zijn tussen de minimumleeftijd voor categorie A1 en die voor categorie A2.

Als de kandidaat 2 jaar ervaring heeft opgedaan met een motor in categorie A1, hoeft hij alleen een vaardigheids- en gedragstest af te leggen of een opleiding te volgen.

Voor categorie A:

  1. voor geleidelijke toegang moeten kandidaten twee jaar ervaring hebben opgedaan met een motor van categorie A2 en alleen een vaardigheids- en gedragstest afleggen of een opleiding volgen. Als deze twee voorwaarden zijn vervuld, zijn ze gerechtigd voertuigen van categorie A te besturen vanaf de leeftijd van 20 jaar (of eventueel 21 of 22, afhankelijk van de minimumleeftijd voor A2).

  2. voor directe toegang is de minimumleeftijd opgetrokken van 21 naar 24 jaar.

Nieuwe rijbewijsregels voor aanhangwagens

Houders van een rijbewijs van categorie B zijn gerechtigd voertuigen van 3 500 kg met een aanhangwagen van 750 kg te besturen.

Wat combinaties van voertuigen en aanhangwagens binnen categorie B betreft, mogen aanhangwagens van meer dan 750 kg aan het trekkende voertuig worden gekoppeld als de combinatie van beide niet meer dan 4 250 kg weegt en de regels inzake typegoedkeuring (waarbij de relatie tussen voertuig een aanhangwagen is bepaald) zijn nageleefd.

Voor combinaties binnen categorie B die meer dan 3 500 kg wegen, wordt evenwel een opleiding, een examen of beide verplicht gesteld. Deze bepaling maakt het mogelijk in de toekomst zwaardere combinaties binnen categorie B te besturen dan nu het geval is, voor zover een opleiding is gevolgd en/of een examen is afgelegd.

Houders van een rijbewijs van categorie BE mogen aanhangwagens met een toegestane maximummassa van 3 500 kg trekken. Combinaties van een trekker van categorie B en een aanhangwagen van meer dan 3 500 kg vallen in categorie C1E.

Geleidelijke toegang tot de krachtigste vrachtwagens

Nieuwe definities

In het belang van de veiligheid zijn rijbewijzen voor vrachtwagens en bussen als volgt gewijzigd:

  1. ze bevatten een verwijzing naar het aantal passagiers i.p.v. het aantal zitplaatsen;

  2. de technische voorschriften voor kleinere vrachtwagens en bussen zijn in overeenstemming gebracht met die voor de voertuigen op de markt en zijn in de hele Unie als verplichte categorieën vastgesteld;

  3. categorie C: motorvoertuigen voor goederenvervoer met een toegestane maximummassa van meer dan 3 500 kg waarmee niet meer dan 8 passagiers worden vervoerd, de bestuurder niet meegerekend. Deze voertuigen mogen worden gecombineerd met een aanhangwagen van minder dan 750 kgm

  4. Categorie C1: zie C, maar voor motorvoertuigen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 7 500 kg. Alle lidstaten moeten deze categorie invoeren;

  5. Categorie D: motorvoertuigen voor het vervoer van passagiers, met een capaciteit van meer dan 8 passagiers, de bestuurder niet meegerekend. Deze voertuigen mogen worden gecombineerd met een aanhangwagen van minder dan 750 kg;

  6. Categorie D1: zie D, maar voor motorvoertuigen met een capaciteit van hoogstens 16 passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en een maximumlengte van acht meter. Deze voertuigen mogen worden gecombineerd met een aanhangwagen van minder dan 750 kg. Alle lidstaten moeten deze categorie invoeren;

  7. De 4 bovenvermelde categorieën mogen allemaal worden gecombineerd met aanhangwagens van meer dan 750 kg, maar daarvoor is een afzonderlijk rijbewijs nodig (categorieën CE, C1E, DE, D1E). Alle lidstaten moeten deze categorieën invoeren.

Minimumleeftijd

In de onderstaande tabel wordt per voertuigcategorie een overzicht gegeven van de eisen voor de toegang tot het rijbewijs.

Overzicht van het voorgestelde nieuwe rijbewijssysteem

Categorie

Algemene regel

Voorwaarden

Uitzondering

AM

16 jaar

Theoretisch examen

Praktisch examen is facultatief.

14 jaar is mogelijk, maar alleen op nationaal grondgebied. Tot 18 jaar is mogelijk.

A1

16 jaar

Theoretisch en praktisch examen

Tot 17 of 18 jaar is mogelijk.

A2

18 jaar

Theoretisch en praktisch examen.

Indien 2 jaar houder van categorie A1 volstaat het een examen af te leggen of een opleiding te volgen.

Minimaal 2 jaar tussen A1 en A2: als de minimumleeftijd voor categorie A1 door de lidstaat is vastgesteld op 17 of 18 jaar, bedraagt de minimumleeftijd voor categorie A2 19 of 20 jaar.

A

20 jaar voor geleidelijke toegang

Een examen afleggen of een opleiding volgen

Minimaal 2 jaar tussen A2 en A: als de minimumleeftijd voor categorie A2 door de lidstaat is vastgesteld op 19 of 20 jaar, bedraagt de minimumleeftijd voor categorie A 21 of 22 jaar.

24 jaar voor directe toegang

Theoretisch en praktisch examen

B1

16 jaar

Theoretisch en praktisch examen

B en BE

18 jaar

Theoretisch en praktisch examen

17 jaar is mogelijk voor B en B+E, maar alleen op nationaal grondgebied

C1 en C1E

18 jaar

Theoretisch en praktisch examen

C en CE

21 jaar

Theoretisch en praktisch examen

Voor professionele bestuurders, onverminderd de bepalingen voor het besturen van dergelijke voertuigen in Richtlijn 2003/59/EG betreffende de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen1

D1 en D1E

21 jaar

Theoretisch en praktisch examen

D en DE

24 jaar

Theoretisch en praktisch examen

AM: bromfietsen, max. ontwerpsnelheid 45km/h, < 50 cm³ of vermogen < 4kW, inclusief lichte vierwielers

A1: lichte motoren, < 125cm³ of vermogen < 11 kW met vermogen/gewicht < 0,1 kW/kg, en lichte driewielers < 15 kW

A2: motoren, vermogen < 35kW met vermogen/gewicht < 0,2 kW/kg en niet afgeleid van een voertuig met dubbel zoveel vermogen

A: tweewielige motoren (inclusief > 35 kW) en zware driewielers > 15 kW

B: motorvoertuigen < 3500 kg, voor vervoer van hoogstens 8 personen, de bestuurder niet meegerekend + aanhanger < 750 kg; mag worden gecombineerd met aanhanger > 750 kg als de combinatie < 4250 kg (met opleiding en/of examens tussen 3500 kg en 4250 kg)

B1: facultatieve categorie van zware vierwielers

C: motorvoertuigen voor vervoer van goederen > 3500 kg + aanhanger < 750 kg

C1: motorvoertuigen > 3500 kg maar < 7500 kg en voor vervoer van hoogstens 8 personen, de bestuurder niet meegerekend + aanhanger < 750 kg

D: motorvoertuigen voor vervoer van meer dan 8 personen + aanhanger < 750 kg

D1: motorvoertuigen voor vervoer van hoogstens 16 personen, max. lengte 8 meter + aanhanger < 750 kg

E: in combinatie met bovenstaande categorieën, aanhanger > 750kg

6. Wat zijn de nieuwe regels voor rijexaminatoren?

Er bestaan geen vaste normen voor de opleiding en scholing van rijexaminatoren. Ze variëren sterk tussen de verschillende lidstaten. In sommige lidstaten hadden de examinatoren zo goed als geen specifieke scholing gevolgd en waren ze zelfs niet in het bezit van het rijbewijs van de categorie waarvoor ze examens afnamen. Zodra de nieuwe regels gelden, is dit niet meer mogelijk. Aangezien de theoretische en praktische examens in detail geharmoniseerd zijn, hebben gemeenschappelijke minimumeisen voor examinatoren dan tot gevolg dat de examenresultaten vergelijkbaar zijn in de EU. Regelmatige bijscholing van examinatoren heeft ook een positief effect op de

verkeersveiligheid, omdat hun vaardigheden en ervaring op peil blijven in een steeds sneller veranderende technische omgeving.

Er zijn basisvoorwaarden voor de toegang tot het beroep van rijexaminator vastgesteld, alsmede minimumeisen voor de initiële opleiding en periodieke bijscholing van examinatoren:

  1. rijexaminatoren moeten altijd beschikken over een geldig rijbewijs voor de categorie waarvoor zij examens afnemen. Ze moeten over een initiële kwalificatie beschikken en verplicht worden om periodieke bijscholing te volgen;

  2. ze moeten een uitgebreide opleiding over basisthema's krijgen en een initiële kwalificatie behalen alvorens examens te mogen afnemen. Geleidelijke toegang moet verplicht worden gesteld. Eerst moeten examinatoren examens afnemen van kandidaten voor personenauto's, hetgeen 90 % van alle examens vertegenwoordigt. Pas na ervaring te hebben opgedaan met deze examens en na aanvullende kwalificaties voor andere categorieën te hebben behaald, mogen ze examens afnemen van kandidaten voor andere categorieën.

7. Heeft de nieuwe rijbewijswetgeving gevolgen voor de eisen inzake rijgeschiktheid?

Bestuurders moeten voldoen aan minimumeisen op het gebied van fysieke en mentale geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig. De rijbewijsrichtlijn bevat gedetailleerde voorschriften omtrent een reeks handicaps die gevolgen kunnen hebben voor het veilig besturen van een voertuig. Gewoonlijk gelden strengere voorschriften voor professionele bestuurders van vrachtwagens en bussen.

In 2009 is de richtlijn geactualiseerd op basis van de werkzaamheden van een groep door de lidstaten aangestelde medische deskundigen op het gebied van gezichtsvermogen, diabetes en epilepsie.

8. De EU-rijbewijswetgeving tot dusver

De eerste Europese wetgeving inzake rijbewijzen dateert van 1980. Toen maakte een richtlijn van de Raad het mogelijk voor EU-burgers die naar een andere lidstaat verhuizen om hun rijbewijs in te ruilen zonder een nieuw theoretisch en praktisch examen af te leggen en een medische keuring te ondergaan. De bestuurders moesten echter nog steeds hun rijbewijs inruilen binnen één jaar nadat zij hun verblijfplaats in de nieuwe lidstaat hadden gevestigd.

Pas in 1991 is bij een nieuwe richtlijn het beginsel van wederzijdse erkenning ingevoerd, waardoor het niet langer nodig was het rijbewijs in te ruilen. In de praktijk werd de toepassing van dit beginsel echter gehinderd door het feit dat de geldigheidsduur van rijbewijzen en de periodiciteit van de medische keuring niet waren geharmoniseerd. Dit heeft geleid tot onzekerheid voor burgers die naar een andere lidstaat verhuisden.

Richtlijn 2006/126/EG, ook bekend als de "derde rijbewijsrichtlijn", is vastgesteld op 20 december 20062. Ze moest uiterlijk op 19 januari 2011 worden omgezet.

Hoewel sommige bepalingen van die richtlijn op 19 januari 2009 van kracht zijn geworden, worden de meeste eisen pas van toepassing op 19 januari 2013, met name de invoering van een nieuw EU-rijbewijsmodel.

Voor nadere informatie, zie: IP/13/25

1 :

PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4.

2 :

PB L 403 van 30.12.2006, blz. 18.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site