Navigation path

Left navigation

Additional tools

Armoede: Commissie stelt nieuw Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen voor - Veelgestelde vragen

European Commission - MEMO/12/800   24/10/2012

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 24 oktober 2012

Armoede: Commissie stelt nieuw Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen voor - Veelgestelde vragen

(zie ook IP/12/1141)

Hoe zal het Fonds werken?

Er zal aanzienlijke flexibiliteit zijn. De lidstaten zullen hun programma's voor 2014-2020 vaststellen op basis van hun nationale en regionale omstandigheden en voorkeuren (bijvoorbeeld of zij de voorkeur geven aan de verstrekking van levensmiddelen of van goederen of aan een combinatie daarvan). Vervolgens zal de Commissie de nationale programma's goedkeuren en de nationale autoriteiten zullen dan de individuele besluiten nemen voor het leveren van de bijstand via (vaak niet-gouvernementele) partnerorganisaties. Een vergelijkbare aanpak bestaat reeds voor middelen uit het Cohesiefonds.

De nationale autoriteiten kunnen zelf de levensmiddelen of goederen aankopen en die ter beschikking van partnerorganisaties stellen, of die organisaties financieren. Als de levensmiddelen of goederen worden aangekocht door een partnerorganisatie, kan die de materiële bijstand zelf verspreiden of dat toevertrouwen aan andere partnerorganisaties.

Waarom concentreert het voorgestelde Fonds zich op levensmiddelen, dak- en thuislozen en kinderen die materiële ontberingen lijden?

Het voorgestelde Fonds wil de meest behoeftigen, dak- en thuislozen en kinderen die materiële ontberingen lijden helpen om de vicieuze cirkel van armoede en ontbering te doorbreken en aldus een concrete bijdrage leveren aan het doel van Europa 2020 om het aantal mensen die in armoede leven of het risico lopen om tot armoede te vervallen met ten minste 20 miljoen te verminderen.

Een van de voornaamste kenmerken van materiële ontbering is het onvermogen om zich voldoende voedsel van behoorlijke kwaliteit aan te schaffen, hetgeen de Wereldgezondheidsorganisatie als een basisbehoefte aanmerkt. Een andere bijzonder ernstige vorm van extreme armoede en uitsluiting is dak- en thuisloosheid. Er zijn thans naar schatting 4,1 miljoen dak- en thuislozen in Europa.

Het nieuwe instrument zal ook uitdrukkelijk op kinderen gericht zijn, omdat zij meer aan armoede zijn blootgesteld dan de rest van de bevolking, en zij worden geconfronteerd met vormen van materiële ontbering waardoor zij minder kans maken dan hun meer bemiddelde leeftijdsgenoten om goede schoolresultaten te boeken, in goede gezondheid te zijn en als volwassene hun volle potentieel te realiseren.

Het voorgestelde nieuwe Fonds zou niet alleen op deze vormen van extreme materiële ontbering gericht zijn omdat zij levensbedreigend kunnen zijn, maar ook omdat onvoldoende voedsel en een gebrek aan basisgoederen zoals kleding het voor de meest getroffen personen onmogelijk maakt om te ontkomen aan armoede en sociale uitsluiting, of zelfs om gebruik te maken van opleidings- en adviseringsmaatregelen.

Hoe zullen de partnerorganisaties worden geselecteerd?

De partnerorganisaties zullen overheidsinstanties of niet-gouvernementele organisaties zijn die door de lidstaten worden uitgekozen aan de hand van objectieve en transparante criteria.

Hoe kan het passief ontvangen van hulp mensen helpen om aan armoede te ontkomen?

In de eerste plaats is het hebben van voldoende voedsel en basisgoederen zoals kleding een voorwaarde om zelfs maar op een baan te kunnen hopen en zo aan armoede en uitsluiting te ontsnappen. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een opleiding te volgen. In de tweede plaats biedt het voorgestelde Fonds meer dan alleen maar passieve bijstand. Nationale programma’s ter uitvoering van het Fonds zullen actieve sociale-integratiemaatregelen moeten omvatten en het voorgestelde Fonds zal kunnen worden gebruikt om die maatregelen ten dele te financieren.

Volstaat het geplande budget nu er in de EU 40 miljoen mensen voedselgebrek lijden?

Het Fonds poogt niet alle 40 miljoen mensen die in Europa voedselgebrek lijden te bereiken, maar die welke het bijzonder moeilijk hebben. Het is aan de lidstaten om hun programma's te concentreren op de meest behoeftigen. Bovendien moet duidelijk zijn dat de 2 miljoen alleen het extra aantal personen betreft dat kan worden geholpen dankzij de financiering door de EU. Het totale aantal personen dat rechtstreeks door het Fonds, door medefinanciering door de lidstaten en door bijdragen in natura van de partnerorganisaties wordt geholpen, bedraagt ongeveer 4 miljoen.

Waar moet het geld vandaan komen? Zal het worden afgetrokken van de aan de lidstaten toegewezen middelen van de Structuurfondsen?

Overeenkomstig het voorstel van juni 2011 inzake het meerjarig financieel kader (zie IP/11/799) komen de 2,5 miljard EUR uit de begrotingspost voor het cohesiebeleid. Met andere woorden, het totale in het MFK voorgestelde bedrag omvat niet alleen het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, maar ook het voorgestelde nieuwe Fonds voor de meest behoeftigen.

Hoe zal het Fonds het Europees Sociaal Fonds (ESF) aanvullen?

Het voorgestelde Fonds zal mensen helpen de vicieuze cirkel van armoede en ontbering te doorbreken doordat het tijdelijke corrigerende maatregelen aanbiedt; het zal namelijk voldoen aan hun elementaire basisbehoeften zodat zij in staat zijn om een baan te vinden of een opleiding te volgen of begeleiding te krijgen die worden gesteund door het Europees Sociaal Fonds. Als mensen onvoldoende voedsel of kleding hebben of andere essentiële goederen ontberen, kunnen zij geen opleiding volgen of begeleiding krijgen.

Waarom wordt de succesvolle "regeling voor de voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Unie" afgeschaft?

De regeling voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden is in 1987 opgezet om de toenmalige landbouwoverschotten zinvol te gebruiken door ze ter beschikking te stellen van de lidstaten die ze wensten te gebruiken voor voedselhulp aan de meest behoeftigen in de Gemeenschap. Door de achtereenvolgende hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de gelijktijdige stijging van de voedselprijzen op de internationale markten zullen de landbouwgrondstoffenmarkten in de EU in de referentieperiode (2011-2020) naar verwachting echter - globaal - in evenwicht zijn, zonder dat marktinterventie noodzakelijk is.

Bovendien heeft het Gerecht op 13 april 2011 in een door Duitsland, ondersteund door Zweden, aanhangig gemaakt beroep de toewijzing van financiële middelen aan de lidstaten voor de aankoop van levensmiddelen op de markt op grond van de regeling voor 2009 nietig verklaard.

Met het verwachte ontbreken van interventievoorraden heeft die regeling haar bestaansreden verloren; zij zal na 2013 ophouden te bestaan.

Waarom zal het nieuwe Fonds het gebruik van interventievoorraden toestaan als de huidige regeling die daarop is gebaseerd, moet worden stopgezet?

Hoewel het niveau van de landbouwinterventievoorraden van de EU naar verwachting zeer laag zal blijven, zijn de levensmiddelenmarkten zeer volatiel. Het is mogelijk dat indien de marktprijzen van bepaalde producten dalen, er over enkele jaren levensmiddelen in de interventievoorraden zullen zijn. In dat geval zou het voor het nieuwe Fonds economisch gunstig kunnen zijn om die te gebruiken zodra de prijzen weer zijn gestegen. Het voorstel voorziet daarom in de mogelijkheid om dat te doen.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website