Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Inbreukenpakket voor oktober: voornaamste beslissingen

Commission Européenne - MEMO/12/794   24/10/2012

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT PT ET LT PL SK SL BG RO

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 24 oktober 2012

Inbreukenpakket voor oktober: voornaamste beslissingen

DIGITALE AGENDA

WERKGELEGEN-HEID

ENERGIE

MILIEU

JUSTITIE

VERVOER

GEZONDHEID EN CONSUMENTEN

BELASTINGEN EN DOUANE-UNIE

BE

X

X

X X

BG

X

DK

X

X X

EE

X

ES

X

FR

X

IT

X

X

X

LT

X

LU

X

X

NL

X

PL

X

X

X X

X

X

PT

X

RO

X

SI

X

X

X

X

SK

X

UK

X X X

Het maandelijkse pakket inbreukbeslissingen betreft de gerechtelijke stappen van de Europese Commissie tegen lidstaten die hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet zijn nagekomen. De beslissingen betreffen vele sectoren en moeten ervoor zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast. Daar hebben zowel burgers als bedrijven baat bij. De Commissie heeft vandaag 162 beslissingen genomen: bij 25 daarvan gaat het om een met redenen omkleed advies en bij 10 om een zaak die bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig is gemaakt. Hieronder volgt een samenvatting.

Voor nadere informatie over inbreukprocedures, zie MEMO/12/12.

    1. Zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt met verzoek om financiële sancties

  • Digitale agenda: Commissie verzoekt het Hof van Justitie om BELGIË een boete op te leggen wegens ondoorzichtige "must-carry"-regels voor tv en radio

De Europese Commissie verzoekt het Hof van Justitie om België een boete op te leggen, omdat het de telecomregels van de EU niet correct heeft toegepast bij de toekenning van het "must-carry"-statuut aan omroepdiensten. Het Hof had zich hierover nochtans al in maart 2011 uitgesproken. Volgens een "must-carry"-regeling zijn kabelmaatschappijen en telecomexploitanten verplicht om bepaalde radio- en televisiezenders en -diensten door te geven als een aanzienlijk deel van de gebruikers deze als voornaamste middel gebruikt om radio- of tv-uitzendingen te ontvangen. De Commissie stelt een vast boetebedrag voor op basis van 5 397 EUR per dag voor de periode tussen de eerste en de tweede, finale uitspraak van het Hof en een boete van 31 251,20 EUR voor elke dag na de tweede uitspraak totdat België gehoor geeft aan de uitspraak.

(meer informatie: IP/12/1144 – R. Heath– tel. +32 229-61716 - mobiel +32 460750221)

  • Milieu: Commissie daagt ITALIË opnieuw voor het Hof van Justitie wegens illegale stortplaatsen en verzoekt boetes op te leggen

De Europese Commissie dringt er bij Italië op aan om honderden illegale stortplaatsen en ongecontroleerde afvalpunten te saneren. Hoewel het Hof reeds in april 2007 in deze zaak een uitspraak heeft gedaan, kampen bijna alle Italiaanse regio's nog steeds met problemen en volstaan de genomen maatregelen niet voor een langetermijnoplossing. Derhalve daagt de Commissie, op aanbeveling van EU-commissaris voor Milieu Janez Potočnik, Italië opnieuw voor het Europees Hof van Justitie en verzoekt zij om oplegging van een forfaitaire som van 28 089,60 EUR en een dwangsom van 256 819,20 EUR voor elke dag na het tweede arrest van het Hof totdat de inbreuk is beëindigd.

(meer informatie: IP/12/1140 - J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  • Interne energiemarkt: Commissie daagt POLEN en SLOVENIË voor het Hof van Justitie wegens onvolledige omzetting van EU-voorschriften

De Europese Commissie daagt Polen en Slovenië voor het Hof van Justitie van de Europese Unie wegens onvolledige omzetting van de EU-voorschriften voor de interne energiemarkt. Tot op heden heeft Polen de elektriciteitsrichtlijn slechts gedeeltelijk omgezet. Slovenië heeft noch de elektriciteitsrichtlijn noch de gasrichtlijn volledig omgezet. Deze richtlijnen moesten uiterlijk op 3 maart 2011 door de lidstaten zijn omgezet.

Voor Polen verzoekt de Commissie het Hof om oplegging van een dwangsom van 84 378,24 EUR per dag. Voor Slovenië stelt de Commissie voor om voor elke niet-omgezette richtijn een dwangsom van 10 287,36 EUR per dag op te leggen.

(meer informatie: IP/12/1139 – M. Holzner - tel. +32 229-60196 - mobiel +32 498982280)

  • Luchtvervoer: Commissie daagt POLEN voor het Hof van Justitie in verband met luchthavengelden

De Europese Commissie heeft besloten Polen voor het Europees Hof van Justitie te dagen wegens het verzuim om de gemeenschappelijke regels voor luchthavengelden uit te voeren. De uiterste termijn voor uitvoering was 15 maart 2011. Overeenkomstig het Verdrag van Lissabon verzoekt de Commissie het Hof om Polen een dwangsom van 75 002,88 EUR per dag op te leggen totdat nationale maatregelen zijn vastgesteld.

(meer informatie: IP/12/1143 – H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

    2. Andere zaken die bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt

  • Collectief ontslag: Commissie daagt ITALIË voor het Hof van Justitie wegens uitsluiting van managers van informatie- en raadplegingregels

De Europese Commissie daagt Italië voor het Hof van Justitie van de EU omdat het heeft verzuimd maatregelen te nemen voor de juiste uitvoering van de EU-wetgeving inzake collectief ontslag.

Volgens de Italiaanse wetgeving en de desbetreffende Italiaanse rechtspraak gelden momenteel voor managers ("dirigenti") geen procedurele waarborgen met betrekking tot de informatie en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers op de werkplek. Dit is niet alleen een ongerechtvaardigde discriminatie van de "dirigenti" zelf, maar kan in bepaalde gevallen ook ertoe leiden dat de bescherming van andere categorieën werknemers op de werkplek op ongerechtvaardigde wijze wordt uitgehold. Met name kan het hierdoor moeilijker worden om de wettelijk voorgeschreven ontslagdrempel voor inleiding van de informatie- en raadplegingprocedure te bereiken.

(meer informatie: IP/12/1145 – J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  • Spoorwegvervoer: Commissie daagt POLEN voor het Hof van Justitie in verband met spoorweginteroperabiliteit

De Europese Commissie heeft besloten Polen voor het Europees Hof van Justitie te dagen wegens niet-mededeling van de nationale maatregelen tot omzetting van Richtlijn 2011/18/EU betreffende spoorweginteroperabiliteit. De omzettingstermijn is verstreken op 31 december 2011.

(meer informatie: IP/12/1136 – H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  • Belastingen: Commissie daagt VK voor het Europees Hof van Justitie in verband met belastingheffing over vermogenswinst

De Europese Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk voor het Europees Hof van Justitie te dagen in verband met zijn belastingregeling voor de toewijzing van vermogenswinst aan de vennoten van niet-ingezeten vennootschappen. Op grond van de Britse wetgeving wordt de vermogenswinst van een in een andere lidstaat gevestigde dochteronderneming belast bij de moedermaatschappij in het Verenigd Koninkrijk, terwijl dit niet het geval is wanneer de dochter in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd.

(meer informatie: IP/12/1146 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Belastingen: Commissie daagt VK voor het Europees Hof van Justitie in verband met belastingheffing over vermogensbestanddelen in het buitenland

De Europese Commissie heeft vandaag besloten het Verenigd Koninkrijk voor het Europees Hof van Justitie te dagen in verband met zijn regeling voor de belastingheffing over vermogensoverdrachten naar het buitenland. Op grond van de Britse wetgeving worden binnenlandse en grensoverschrijdende transacties verschillend behandeld.

(meer informatie: IP/12/1147 - E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

    3. Met redenen omklede adviezen

  • Pesticiden: Commissie verzoekt zeven lidstaten om voorschriften voor duurzaam gebruik van pesticiden na te leven

De Europese Commissie heeft België, Bulgarije, Denemarken, Litouwen, Luxemburg, Polen en Slovenië vandaag een formeel verzoek gestuurd waarin zij aandringt op volledige naleving van de kaderrichtlijn inzake duurzaam gebruik van pesticiden. Deze richtlijn regelt het duurzaam gebruik van pesticiden met het oog op vermindering van de risico's en de gevolgen van het gebruik van pesticiden voor de gezondheid van de mens en het milieu. De zeven lidstaten hebben de richtlijn nog altijd niet volledig in nationaal recht omgezet, hoewel zij dat uiterlijk op 26 november 2011 hadden moeten doen. De richtlijn is gedeeltelijk omgezet door België, Denemarken, Litouwen, Polen en Slovenië, maar er is nog steeds sprake van tekortkomingen, bijvoorbeeld wat het systeem van certificaten voor professionele gebruikers of de vereisten voor de bescherming van het aquatisch milieu betreft. Bulgarije en Luxemburg hebben geen maatregelen meegedeeld. De betrokken lidstaten hebben twee maanden de tijd om de Commissie de maatregelen mee te delen die zijn genomen om het EU-recht volledig na te leven. Blijft mededeling van adequate maatregelen achterwege, dan kan de Commissie de zaken voorleggen aan het Europees Hof van Justitie.

(meer informatie: F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  • Belastingen: btw op digitale boeken in FRANKRIJK en LUXEMBURG

De Commissie verzoekt Frankrijk en Luxemburg om wijziging van hun btw-tarieven voor digitale boeken.

Sinds 1 januari 2012 passen Frankrijk en Luxemburg in strijd met de vigerende voorschriften van de btw-richtlijn een verlaagd btw-tarief toe op digitale boeken. Overeenkomstig die richtlijn zijn digitale boeken immers langs elektronische weg verrichte diensten, waarop geen verlaagd tarief mag worden toegepast.

Deze situatie geeft aanleiding tot aanzienlijke concurrentieverstoringen ten nadele van de marktdeelnemers uit de overige 25 lidstaten van de Unie, aangezien digitale boeken makkelijk in een andere lidstaat dan de woonstaat van de consumenten kunnen worden aangeschaft en volgens de vigerende regels het btw-tarief van de lidstaat van de dienstverrichter en niet van die van de consument wordt toegepast. De Commissie heeft klachten ontvangen van verscheidende ministers van Financiën die hebben gewezen op het negatieve effect op de boekenverkoop op hun binnenlandse markt.

De Commissie is zich ervan bewust dat digitale boeken en papieren boeken ongelijk worden behandeld en erkent het belang van digitale boeken. De Commissie is in het kader van de nieuwe btw-strategie de discussie met de lidstaten aangegaan en zij zal eventueel vóór einde 2013 met voorstellen komen (zie IP/11/1508).

Tot die tijd dringt de Commissie, als hoedster van de Verdragen, erop aan dat de lidstaten zich houden aan de door henzelf unaniem goedgekeurde btw-regels.

De Commissie heeft beide lidstaten derhalve een met redenen omkleed advies doen toekomen. Het betreft, na de in juli 2012 verstuurde aanmaningsbrieven, de tweede fase van de inbreukprocedure (). Beide lidstaten hebben één maand de tijd om hun wetgeving in overeenstemming met het Unierecht te brengen. Zo niet kan de Commissie zich tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden. (Referenties: IN/2012/2098 en IN/2012/4080).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Belastingen: Commissie verzoekt POLEN en PORTUGAL om mededeling van omzetting van EU-regels inzake invordering van schuldvorderingen

De lidstaten moesten uiterlijk op 1 januari 2012 uitvoering geven aan de EU-regels betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen. Polen en Portugal hebben in strijd met hun verplichtingen de Commissie geen wettelijke instrumenten tot omzetting van de richtlijn meegedeeld. Deze richtlijn is een essentieel instrument om ervoor te zorgen dat de lidstaten belastingen kunnen innen die worden verschuldigd door in andere lidstaten gevestigde belastingbetalers. De Europese Commissie heeft Polen en Portugal verzocht om mededeling van deze uitvoeringsmaatregelen. Ontvangt de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord, dan kan zij Polen en Portugal voor het Hof van Justitie van de EU dagen. (Referenties: IN/2012/0106 en IN/2012/0116).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Belastingen: Commissie verzoekt BELGIË om bepaalde inkomsten uit buitenlandse aandelen niet langer ongelijk te behandelen

De Commissie heeft België formeel verzocht om wijziging van de discriminatoir geachte wettelijke bepalingen inzake de belastingheffing op dividenden. In België geldt voor dividenden van beursgenoteerde aandelen een verlaagd tarief van de roerende voorheffing. Zijn de betrokken aandelen evenwel aan een buitenlandse beurs genoteerd, dan kunnen enkel de dividenden van na 1 januari 1994 uitgegeven aandelen voor het verlaagde tarief in aanmerking komen. Deze beperking geldt niet voor dividenden van in België beursgenoteerde aandelen.

Verder is de eerste schijf van dividenden of interesten uitgekeerd door in België erkende coöperatieve vennootschappen of vennootschappen met een sociaal oogmerk vrijgesteld van de belasting op inkomsten van roerende kapitalen. Daarentegen bestaat er geen vrijstelling voor de eerste schijf van door een vergelijkbare buitenlandse vennootschap (coöperatief of met een sociaal oogmerk) uitgekeerde dividenden of interesten.

Als gevolg van deze ongelijke behandeling worden in België gevestigde investeerders die hun kapitaal in andere lidstaten willen investeren, zwaarder belast. Dit is in strijd met het in de Verdragen verankerde vrije verkeer van kapitaal.

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in een inbreukprocedure). Indien de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij beslissen het Koninkrijk België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen. (Referentie: IN/2008/4802).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Commissie verzoekt BELGIË om Waalse successiebelasting voor niet-ingezetenen te herzien

De Commissie heeft België verzocht om wijziging van de successiebelastingwet in Wallonië. Volgens deze wet geldt voor onroerend goed in de nalatenschap van niet-ingezetenen een hoger successiebelastingtarief dan voor een soortgelijke nalatenschap van ingezetenen. De wetgeving schept dus een verschil in fiscale behandeling. Dit betekent een beperking van het vrije verkeer van kapitaal in strijd met de EU-voorschriften (artikel 63 VWEU en artikel 40 EER-Overeenkomst).

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in een inbreukprocedure). Indien de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij beslissen de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. (Referentie: IN/2008/4777).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Volksgezondheid: DENEMARKEN verzocht om verkoop van snus te verbieden

Snus is een tabaksproduct voor oraal gebruik dat zowel los als in portiezakjes wordt verkocht. Het wordt genoten door het tussen het tandvlees en de lip te plaatsen, zonder het te kauwen of te roken. De verkoop van snus is overal in de EU verboden, behalve in Zweden, dat een vrijstelling heeft verkregen tijdens de toetredingsonderhandelingen. In Denemarken is de verkoop van snus in portiezakjes verboden, maar de losse verkoop ervan niet. Derhalve verzoekt de Europese Commissie Denemarken om zijn wetgeving te wijzigen teneinde alle vormen van snus te verbieden. De Deense autoriteiten hebben vanaf de verzending van dit verzoek twee maanden de tijd om de nodige maatregelen te nemen om aan het EU-recht te voldoen en de Commissie omtrent die maatregelen te informeren. Doen zij dit niet binnen deze termijn, dan kan de Commissie beslissen de zaak aan het Europees Hof van Justitie voor te leggen.

(meer informatie: F. Vincent - tel. +32 229-87166 - mobiel +32 498987166)

  • Commissie verzoekt DENEMARKEN om uitvoering te geven aan regels inzake bescherming van uitzendkrachten

De Europese Commissie heeft Denemarken verzocht om de EU-wetgeving die uitzendkrachten een minimaal beschermingsniveau waarborgt (Richtlijn 2008/104/EG) in nationaal recht om te zetten. De richtlijn bepaalt dat uitzendkrachten wat de essentiële arbeidsvoorwaarden betreft op gelijke voet als het vaste personeel van de desbetreffende onderneming moeten worden behandeld. Zij ondersteunt ook de positieve rol van uitzendarbeid met het oog op flexibilisering van de arbeidsmarkt. De uiterste termijn voor omzetting van de richtlijn was 5 december 2011; Denemarken heeft dit evenwel nog niet gedaan. Als gevolg daarvan is het mogelijk dat uitzendkrachten in Denemarken de gewaarborgde arbeidsvoorwaarden worden geweigerd waarop zij volgens de richtlijn aanspraak kunnen maken. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Denemarken heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van maatregelen ter uitvoering van de richtlijn. Anders kan de Commissie beslissen Denemarken voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  • Arbeidsrecht: Commissie verzoekt ESTLAND om richtlijn betreffende arbeid voor bepaalde tijd volledig toe te passen op onderwijs en kunst

De Europese Commissie heeft Estland verzocht personeel op universiteiten en in de culturele sector met arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te beschermen tegen het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, zoals Richtlijn 1999/70/EG vereist.

Deze richtlijn, en in het bijzonder de daaraan gehechte raamovereenkomst van de sociale partners op Europees niveau, beoogt de kwaliteit van arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren door de toepassing van het beginsel van non-discriminatie van werknemers in vaste dienst en werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te garanderen, en door een kader vast te stellen om misbruik als gevolg van het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd te voorkomen. De richtlijn moet voor alle sectoren van de economie worden uitgevoerd. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Estland heeft thans twee maanden de tijd om de Commissie in kennis te stellen van maatregelen om zijn verplichtingen volledig na te komen. Anders kan de Commissie beslissen Estland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  • Belastingen: Commissie verzoekt SPANJE om heffing van btw over bepaalde notarisdiensten

De Europese Commissie heeft Spanje verzocht om btw te heffen over door notarissen in verband met financiële transacties verrichte diensten. In Spanje zijn die diensten momenteel vrijgesteld, wat niet is toegestaan op grond van de btw-regels van de EU.

De btw-richtlijn voorziet in een vrijstelling voor financiële diensten. Zo zijn de verlening van een krediet of de verkoop van aandelen btw-vrije handelingen. Een notaris houdt zich daarentegen hoofdzakelijk bezig met het opmaken van openbare geschriften, namelijk civiel- en handelsrechtelijke akten en overeenkomsten, voor de authenticiteit en juistheid waarvan hij instaat. Zelfs indien deze diensten in verband met een financiële transactie worden verricht, zijn zij duidelijk onderscheiden van die transactie en derhalve niet financieel van aard.

Spanje wordt derhalve verzocht om zijn wetgeving binnen twee maanden in overeenstemming met het EU-recht te brengen (de tweede stap in een inbreukprocedure). Doet het dit niet, dan kan de Europese Commissie de zaak aan het Hof van Justitie van de EU voorleggen. (Referentie: IN/2011/4031).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Belastingen: Commissie verzoekt ITALIË om goedkopere tabaksproducten niet langer te discrimineren

De Europese Commissie verzoekt Italië om zonder het maken van onderscheid accijns op tabaksproducten te heffen. Dit betekent dat Italië op goedkopere sigaretten en tabak van fijne snede geen hogere minimumaccijns mag toepassen dan op concurrerende duurdere producten op de markt.

Op grond van de Italiaanse wetgeving bestaan accijnzen op tabaksproducten uit een specifieke belasting en een proportionele belasting. Wanneer beide soorten belastingen onvoldoende inkomsten genereren, is het Italië op grond van het EU-recht toegestaan om een vast bedrag in euro's (de zogenaamde minimumaccijns) vast te stellen en te innen. Dit hogere minimumtarief geldt enkel voor de goedkopere sigaretten en tabak van fijne snede. Als gevolg hiervan drukt op duurdere producten die worden belast tegen een lager tarief dan dat minimumtarief, minder belasting dan op de goedkopere alternatieven. Volgens de EU-accijnsregels mogen bepaalde categorieën producten niet tegen een lager tarief dan andere worden belast. Een dergelijke nationale praktijk druist in tegen het beginsel van eerlijke mededinging en leidt tot marktverstoringen.

Italië wordt derhalve verzocht om zijn wetgeving binnen twee maanden in overeenstemming met het EU-recht te brengen (de tweede stap in een inbreukprocedure). Doet het dit niet, dan kan de Europese Commissie de zaak aan het Hof van Justitie van de EU voorleggen. (Referentie: IN/2011/4175).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Milieu: Commissie verzoekt NEDERLAND om natuurherstelmaatregelen in Westerschelde-estuarium

De Europese Commissie verzoekt Nederland opnieuw om de aanhoudende verslechtering van het Westerschelde-estuarium een halt toe te roepen; het betreft hier een vrij uniek beschermd ecosysteem in Noordwest-Europa dat onderdeel is van het Natura 2000-netwerk. Het estuarium verkeert in een slechte staat van instandhouding, met name nadat herhaaldelijke uitdieping van de vaargeul en andere menselijke activiteiten hebben geleid tot een aanzienlijke achteruitgang van belangrijke estuariene habitats in het gebied. Nederland heeft in 2005 ermee ingestemd om deze situatie te verhelpen en zo'n 600 hectare polderland onder water te zetten. De discussie die daarop op gang is gekomen, heeft tot talrijke vertragingen en onzekerheid over de toekomstige koers geleid. De Commissie is er nog steeds niet van overtuigd dat de door de provincie Zeeland gecoördineerde maatregelen die nog eens 300 hectare beslaan, passend zijn om de verslechtering van het estuarium een halt toe te roepen. Zij hoopt dat Nederland snel een besluit zal nemen en doeltreffende maatregelen zal uitvoeren om te voorkomen dat dit belangrijke ecosysteem onomkeerbare verslechtering ondergaat. De Commissie doet een met redenen omkleed advies toekomen aan Nederland (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure), dat twee maanden de tijd heeft om te antwoorden.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  • Commissie verzoekt POLEN om toegang tot rechter te waarborgen

De Europese Commissie heeft Polen twee maanden de tijd gegeven om te voldoen aan de voorschriften van de Europese Unie betreffende de betekening en kennisgeving van stukken in burgerlijke of in handelszaken. De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de uit drie stappen bestaande EU-inbreukprocedure). Verordening (EG) nr. 1393/2007 inzake de betekening en de kennisgeving van stukken maakt het in grensoverschrijdende gevallen gemakkelijker om stukken te betekenen en daarvan kennis te geven. Met het oog op de goede samenwerking tussen de gerechtelijke autoriteiten van de EU-lidstaten dient de verzending van stukken tussen die autoriteiten snel en veilig te verlopen

Volgens de Poolse wetgeving zijn burgers die ingezetenen zijn van andere EU-lidstaten momenteel verplicht om een vertegenwoordiger in Polen aan te wijzen voor de betekening en kennisgeving van stukken in het kader van civiele of handelsrechtelijke procedures in Polen. Wordt geen vertegenwoordiger aangewezen, dan worden de stukken neergelegd bij de rechtbank en geacht te zijn betekend aan de procespartij. Wanneer niet bekend is dat dergelijke stukken bij de rechtbank zijn neergelegd, is het moeilijk ze in handen te krijgen. Dit is voor de EU-burgers een hindernis om deel te nemen aan gerechtelijke procedures in Polen. Deze praktijk houdt dus indirecte discriminatie op grond van nationaliteit in, waardoor de toegang van de EU-burgers tot de rechter wordt belemmerd.

Nadat zij op 27 januari 2012 een aanmaningsbrief heeft verzonden, heeft de Commissie vandaag een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin Polen wordt verzocht om aan de EU-voorschriften te voldoen.

(meer informatie: M. Andreeva - tel. +32 229-91382- mobiel +32 498991382)

  • Belastingen: Commissie verzoekt ROEMENIË om wetgeving inzake accijnsgoederenplaatsen te wijzigen

De Europese Commissie heeft Roemenië formeel verzocht om zijn wetgeving betreffende de verlening van vergunningen aan accijnsgoederenplaatsen te wijzigen. Accijnsproducten worden in het algemeen geproduceerd in accijnsgoederenplaatsen, waar zij nadien met schorsing van rechten kunnen worden opgeslagen. Dit betekent dat producten met schorsing van rechten van een opslagplaats in de ene lidstaat naar een opslagplaats in de andere lidstaat kunnen worden overgebracht. Accijnsgoederenplaatsen met vergunning zijn onder meer raffinaderijen, destilleerderijen, geregistreerde magazijnen en winkels, geregistreerde bedrijven etc. Momenteel kunnen in Roemenië alleen raffinaderijen een vergunning krijgen voor de exploitatie van een opslagplaats/accijnsgoederenplaats voor energieproducten (met uitzondering van opslagplaatsen die op luchthavengebieden zijn gevestigd). Deze maatregel is niet in overeenstemming met de EU-voorschriften inzake accijnzen en is discriminerend ten opzichte van energieproducten uit andere lidstaten. In de praktijk betekent hij dat accijnsproducten uit andere lidstaten niet in opslagplaatsen kunnen worden opgeslagen en niet in aanmerking kunnen komen voor de schorsingsregeling.

Roemenië wordt derhalve verzocht om zijn wetgeving binnen twee maanden in overeenstemming met het EU-recht te brengen (de tweede stap in een inbreukprocedure). Doet het dit niet, dan kan de Europese Commissie de zaak aan het Hof van Justitie van de EU voorleggen. (Referentie: IN/2010/4229).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)

  • Milieu: Commissie verzoekt SLOVENIË om stortplaatsen te saneren

De Europese Commissie heeft Slovenië verzocht om zijn stortplaatsen in overeenstemming met de EU-wetgeving te brengen. Dit maakt onderdeel uit van een horizontale exercitie jegens meerdere lidstaten. Op grond van het EU-recht mogen stortplaatsen alleen als laatste toevlucht worden gebruikt en mag storten enkel plaatsvinden onder voorwaarden waarmee gevolgen voor de gezondheid van de mens en het milieu worden vermeden. Bestaande stortplaatsen moeten voor een exploitatievergunning aan een aantal voorwaarden voldoen. Slovenië heeft ermee ingestemd om een aantal stortplaatsen te sluiten of te moderniseren. Hoewel enige vooruitgang is geboekt en een adequaat afvalbeheersysteem is ingevoerd, voldoen 18 stortplaatsen nog steeds niet aan de wettelijke voorschriften. Tien stortplaatsen voor gemeentelijk afval beschikken niet over de passende vergunningen en acht stortplaatsen worden nog steeds geëxploiteerd hoewel de nationale autoriteiten de nodige vergunningen daarvoor weigeren af te geven. De Commissie doet een met redenen omkleed advies toekomen aan Slovenië (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure), dat twee maanden de tijd heeft om te antwoorden.

(meer informatie: J. Hennon - tel. +32 229-53593 - mobiel +32 498953593)

  • Spoorwegvervoer: Commissie verzoekt SLOVENIË om EU-wetgeving inzake spoorweginteroperabiliteit uit te voeren

De Commissie verzoekt Slovenië om zijn nationale voorschriften in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2011/18/EU betreffende spoorweginteroperabiliteit. Deze richtlijn heeft tot doel wijzigingen aan te brengen in de beschrijving van de spoorwegsystemen en specificeert de procedures voor de keuring daarvan. Zij moest uiterlijk op 31 december 2011 zijn uitgevoerd. Indien Slovenië niet op bevredigende wijze reageert, kan de Commissie de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU. De Commissie heeft in januari van dit jaar een inbreukprocedure tegen Slovenië ingeleid en doet het thans een met redenen omkleed advies toekomen (de tweede stap in een inbreukprocedure). Slovenië heeft twee maanden de tijd om de Commissie te antwoorden.

(meer informatie: H. Kearns - tel. +32 229-87638 - mobiel +32 498987638)

  • Sociale zekerheid: Commissie verzoekt SLOWAKIJE om invalidititeitsuitkeringen te betalen aan in andere lidstaat woonachtige verzekerden

De Europese Commissie heeft Slowakije verzocht om ervoor te zorgen dat zij die zijn verzekerd op grond van de Slowaakse socialezekerheidsregeling maar in een andere lidstaat woonachtig zijn, in het genot kunnen komen van uitkeringen voor ernstig gehandicapten. Door deze uitkeringen te weigeren aan hen die in andere lidstaten wonen, komt Slowakije zijn verplichtingen uit hoofde van het EU-recht (met name artikel 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zoals uitgevoerd bij Verordening (EG) nr. 883/2004) niet na en ontzegt het ernstig gehandicapten uitkeringen waarop zij recht hebben. Volgens de Commissie moeten zij die aanspraak kunnen maken op de Slowaakse zorgtoelage ('peňažný príspevok na opatrovanie'), invaliditeitstoelage ('peňažný príspevok na osobnú asistenciu') en uitkering voor de compensatie van de hogere kosten voor ernstig gehandicapten ('peňažný príspevok na kompenzáciu zvýšených výdavkov') hiervan ook in het bezit worden gesteld wanneer zij niet in Slowakije woonachtig zijn. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een met redenen omkleed advies in het kader van de EU-inbreukprocedure. Indien Slowakije de Commissie binnen twee maanden niet in kennis stelt van maatregelen om aan deze verplichtingen uit hoofde van het EU-recht te voldoen, kan de Commissie beslissen de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU.

(meer informatie: J. Todd - tel. +32 229-94107 - mobiel +32 498994107)

  • Belastingen: Commissie verzoekt VK om successiebelasting voor echtgenoten te herzien

Volgens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk is voor overdrachten tussen ingezeten echtgenoten of geregistreerde partners geen successiebelasting verschuldigd. Overdrachten tussen ingezeten en niet-ingezeten echtgenoten of geregistreerde partners zijn evenwel niet vrijgesteld van successiebelasting. Voorts gelden in laatstbedoeld geval voor daaropvolgende overdrachten andere voorschriften inzake de bandbreedte voor de belastingvrije som, wat in het geheel genomen tot een hogere belasting kan leiden. Dit verschil in fiscale behandeling van overdrachten tussen ingezeten en niet-ingezeten echtgenoten is discriminatoir en in strijd met de EU-regels (artikel 18 VWEU).

De Commissie doet haar verzoek in de vorm van een met redenen omkleed advies (de tweede stap in een inbreukprocedure). Indien de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord ontvangt, kan zij beslissen de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. (Referentie: IN/2010/2111).

(meer informatie: E. Traynor - tel. +32 229-21548 - mobiel +32 498983871)


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site