Navigation path

Left navigation

Additional tools

MEMO/12/54

Brussel, 30 januari 2012

Veelgestelde vragen: Erasmus-programma

(IP/12/83)

1. Wat is een Erasmus-studieperiode en wie bepaalt de inhoud ervan?

Een Erasmus-studieperiode duurt 3 tot 12 maanden en vormt een integrerend onderdeel van het studieprogramma dat de student aan zijn eigen universiteit of instelling voor hoger onderwijs volgt. Een succesvol voltooide studieperiode in het buitenland moet een volledige academische erkenning krijgen op basis van de "studieovereenkomst” tussen de student, de instelling van herkomst en de gastinstelling. De studieovereenkomst is een soort contract dat voor het begin van de studieperiode wordt gesloten. Hierin wordt nauwkeurig vastgelegd welke modules de student zal volgen. Aan het einde van de studieperiode in het buitenland verstrekt de gastinstelling de Erasmusstudent en diens eigen instelling een verslag met de resultaten van het overeengekomen buitenlandse studieprogramma.

Universiteiten en andere instellingen van hoger onderwijs die deelnemen aan de regeling moeten een Erasmus University Charter hebben en erkend zijn door de nationale instanties van het land waar zij zijn gevestigd. De charter moet de kwaliteit van het programma garanderen door het vastleggen van de grondbeginselen en verbintenissen waaraan de betrokken instellingen moeten voldoen.

Studenten die zijn ingeschreven bij een instelling voor hoger onderwijs met een “uitgebreid” Erasmus University Charter kunnen ook in aanmerking komen voor een stageperiode bij een onderneming of organisatie in het buitenland. De eigen instelling moet de in het buitenland doorgebrachte periode volledig erkennen op basis van een "stageovereenkomst" die vóór de mobiliteitsperiode door alle partijen wordt onderschreven.

2. Hoe vraag ik als student een Erasmus-mobiliteitsbeurs aan?

Om deel te nemen aan het Erasmus-uitwisselingsprogramma moet een student aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • zijn ingeschreven voor een officieel studieprogramma van een deelnemende instelling voor hoger onderwijs dat tot een graad of diploma (waaronder het doctoraat) leidt in een van de 33 deelnemende landen (EU-27 + Kroatië, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland en Turkije)

  • minstens het eerste jaar van het studieprogramma van hoger onderwijs succesvol hebben afgerond (deze voorwaarde geldt niet voor stageplaatsen).

De overgrote meerderheid van de universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs in de EU neemt deel aan het Erasmus-programma. Het bureau buitenland of het Erasmusbureau van de instelling voor hoger onderwijs is het eerste contactpunt voor informatie over het aanvragen van een Erasmusbeurs. Zij kunnen informatie geven over alle Erasmus-uitwisselingen waarbij de instelling betrokken is.

3. Hoeveel studenten nemen deel aan het Erasmus-programma?

Het aantal Erasmusstudenten is sinds de start in 1987 voortdurend gestegen, en het total aantal zal naar verwachting oplopen tot 3 miljoen in 2012.

Vorderingen bij het bereiken van de doelstelling van 3 miljoen deelnemende studenten

Verdeling van uitgaande studenten die studeren of stage lopen bij een onderneming in het buitenland in 2009-2010

4. Hoeveel bedraagt een Erasmusbeurs?

In het academisch jaar 2009/10 bedroeg de gemiddelde Erasmusbeurs €254 per maand. In de meeste landen is de vraag veel groter dan het beschikbare aantal beurzen. In het jaar 2009/10 ontvingen meer dan 213 000 studenten een Erasmusbeurs om in het buitenland te studeren of stage te lopen – een toename van 7,4% (en een nieuw record) ten opzichte van het voorgaande jaar.

De beurzen worden toegekend aan studenten die bij hun eigen instelling een selectieprocedure hebben doorlopen en zijn toegelaten door de gastinstelling of onderneming (bij stages). Het is een basisbeginsel van Erasmus dat de gastinstelling de studenten geen inschrijfgeld mag aanrekenen.

Het bedrag van de beurs verschilt van land tot land, en is niet bedoeld om alle uitgaven van de student te dekken. De beurs is bedoeld om de hogere kosten voor levensonderhoud in het andere land deels te compenseren.

De Europese Commissie stelt een plafond vast voor het maandelijkse beursbedrag per land van bestemming; de nationale Erasmus-agentschappen en de instellingen voor hoger onderwijs beslissen uiteindelijk over de hoogte van het bedrag. Meestal wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk aantal begunstigden (studenten en personeel), maar soms wordt de voorkeur gegeven aan een hogere toelage voor een kleiner aantal begunstigden. De nationale agentschappen en de eigen instellingen kunnen bijvoorbeeld rekening houden met de sociaaleconomische situatie van de student en met de afstand tussen de lidstaat van herkomst en de gastinstellingen. De Erasmusbeurs kan worden aangevuld met extra middelen die beschikbaar worden gesteld door de universiteit, lidstaten, regio's of andere publieke of particuliere instanties. Steeds meer particuliere ondernemingen bieden mobiliteitsbeurzen aan en een toenemend aantal studenten kan een studielening bij een bank afsluiten.

5. Is het waar dat Erasmus ook de mobiliteit van het personeel en talencursussen ondersteunt?

Ja. De zogenaamde "gedecentraliseerde acties" ter bevordering van de individuele mobiliteit worden beheerd door de nationale agentschappen in de 33 deelnemende landen en omvatten Erasmus: mobiliteit van het personeel voor onderwijsopdrachten en opleiding, Erasmus: intensieve programma 's en Erasmus: intensieve taalcursussen.

Erasmus: mobiliteit van het personeel

Dankzij Erasmus kunnen onderwijzend personeel gedurende een periode doceren in het hoger onderwijs in het buitenland. De periode kan variëren van één dag (minimaal vijf lesuren) tot zes weken. Doel is hoogstaand onderwijs en de internationale samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs te bevorderen. Acht procent van het totale Erasmus-budget is uitgetrokken voor mobiliteit van het personeel. In het academisch jaar 2009/10 financierde Erasmus 29 031 leeropdrachten en 8745 opleidingssessies. Ook voor niet-onderwijzend personeel zijn opleidingen beschikbaar.

Toename in mobiliteit van het personeel van 2007/2008 t/m 2009/10

Erasmus: Intensieve programma’s en Intensieve Talencursussen

Een intensief programma (IP) is een kort studieprogramma dat studenten en docenten van hogeronderwijsinstellingen in ten minste drie deelnemende landen samenbrengt. De duur kan variëren van tien volledige ononderbroken dagen tot zes weken rond één thema. Doel is, het onderwijs te bevorderen van thema's die anders niet aan bod komen, en om studenten en docenten te laten samenwerken in multinationale groepen. De belangrijkste kenmerken van de intensieve programma's van Erasmus zijn het inter- en multidisciplinair karakter en de innovatieve aanpak. In 2009/10 namen 12 606 studenten en 4 378 docenten deel aan 384 intensieve programma's.

Erasmus: Intensieve taalcursussen

Via dit initiatief wordt steun verleend voor gespecialiseerde cursussen in de minder gebruikte en minder vaak onderwezen talen. Zij worden georganiseerd in de landen waar deze talen in instellingen voor hoger onderwijs als onderwijstaal worden gebruikt. De talen Engels, Duits, Frans en Spaans komen voor deze intensieve taalcursussen niet in aanmerking. Het doel is de toekomstige Erasmusstudenten qua taal en cultuur voor te bereiden op de mobiliteitsperiode in het gastland. In 2009/10 namen 5386 studenten deel aan 361 intensieve taalcursussen van Erasmus.

Andere acties

“Gecentraliseerde acties" zoals netwerken, multilaterale projecten en begeleidende maatregelen worden beheerd door het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur van de EU. Zij dragen bij aan de ontwikkeling van specifieke activiteiten bij instellingen voor hoger onderwijs en andere belanghebbenden (zoals ondernemingen) om verschillende aspecten van het hoger onderwijs te moderniseren en om beleid in deze sector uit te voeren en te ontwikkelen.

Beleidsgebied van geselecteerde Erasmus-samenwerkingsprojecten tussen universiteiten van 2007 tot 2010

Beleidsprioriteiten in het hoger onderwijs waarop ERASMUS-samenwerkingsprojecten betrekking hadden van 2007 tot 2010

6. Welke rol spelen de lidstaten bij Erasmus?

De lidstaten van de EU zijn betrokken op verschillende niveaus. In de eerste plaats stuurt elke lidstaat zijn nationale ministeriële vertegenwoordigers naar de Raad van de Europese Unie om wetgeving aan te nemen en beleid te coördineren, met inbegrip van het programma Een leven lang leren, waarvan Erasmus een onderdeel is. Het budget voor Erasmus wordt gezamenlijk vastgesteld door de Raad en het Europees Parlement voor een periode van zeven jaar. Het huidige budget voor Erasmus bedraagt ongeveer 450 miljoen euro per jaar. In de tweede plaats dragen de nationale autoriteiten financieel bij aan hun nationale bureau en aan het toezicht op de uitvoering van het programma van hun land. De Europese Commissie wordt bij de uitvoering van het programma Een leven lang leren bijgestaan door het comité Een leven lang leren van de Raad, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten. Tot slot moeten de instellingen voor hoger onderwijs worden erkend door de overheidsinstanties van de lidstaten om in aanmerking te komen voor het Erasmus University Charter teneinde deel te kunnen nemen aan het Erasmus-programma.

7. Wat is Erasmus voor iedereen?

Erasmus voor iedereen is het nieuwe programma van de Europese Commissie voor financiële steun aan onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport. Het uitgangspunt van Erasmus voor iedereen is dat investeringen in onderwijs en opleiding van cruciaal belang zijn om mensen te stimuleren zich persoonlijk te ontwikkelen, nieuwe vaardigheden te verwerven en aan hun carrière te bouwen.

Erasmus voor iedereen krijgt een gestroomlijnde, meer doeltreffende structuur waardoor er meer beurzen voor studenten, stagiairs, docenten en anderen beschikbaar komen. Het nieuwe programma biedt meer kansen op het gebied van mobiliteit en samenwerking. Er zal vooral meer geld zijn voor studie, opleiding, onderwijs en vrijwilligerswerk in het buitenland voor studenten in het hoger onderwijs en in beroepsopleidingen, stagiairs, leraren, opleiders en jongerenwerkers. Er worden ook meer kansen gecreëerd voor onderwijs- en opleidingsinstellingen en jongerenorganisaties om samenwerkingsverbanden aan te gaan om goede praktijken uit te wisselen of samen met het bedrijfsleven innovatie en inzetbaarheid te bevorderen. Er komt ook meer steun voor IT-platforms zoals een eTwinning om scholen en andere aanbieders van onderwijs met elkaar te verbinden via internet.

8. In welk opzicht verschilt Erasmus voor iedereen van de huidige programma's?

Het hoofddoel blijft hetzelfde: de ontwikkeling en de vaardigheden van mensen ­– en uiteindelijk hun inzetbaarheid – te verbeteren, en de modernisering van de onderwijs- en opleidingsstelsels te ondersteunen. Erasmus voor iedereen zal zeven bestaande programma's vervangen door één programma: Het verenigt de al bestaande programma’s Een leven lang leren (Erasmus, Leonardo da Vinci, Compendiums en Grundtvig), Jeugd in actie, en vijf internationale samenwerkingsprogramma's (Erasmus Mundus, Tempus, Alfa, Edulink en het programma voor de samenwerking met de industrielanden).

De belangrijkste doelen van de bestaande programma's blijven bestaan (namelijk de leermobiliteit, samenwerkingsprojecten en steun voor beleidshervorming), maar de acties worden versterkt waar de systeemimpact het grootst is en waar de EU een duidelijke toegevoegde waarde heeft. Er zijn ook een aantal nieuwe innovatieve voorstellen, zoals het Erasmus leninggarantiestelsel voor masterstudenten, de kennisallianties en de allianties voor de bedrijfstakspecifieke vaardigheden. Doordat er één programma is, worden de toepassingsvoorschriften en de procedures eenvoudiger en wordt fragmentering een overlapping voorkomen. ( See IP/11/1398).

Sinds 2007 hebben gemiddeld 400 000 mensen per jaar een EU-beurs ontvangen voor studie, opleiding of vrijwilligerswerk in het buitenland. Volgens het voorstel van de Commissie zal dit aantal bijna verdubbelen.

Het voorstel inzake Erasmus voor iedereen wordt momenteel besproken door de Raad (27 lidstaten) en het Europees Parlement, die de uiteindelijke beslissing over het begrotingskader voor de periode 2014-2020 zullen nemen.

9. Wie profiteert van het Erasmus-programma?

Doelgroep

Doelstellingen

Begro­ting 2009/10

Aandeel in begro­ting 2009/10

Aantal begunstigden
2009/10

Begroting * 2012

Aantal begunstigden*
2012/2013

Studenten hoger onderwijs

Studenten verwerven nieuwe kennis en ontwikkelen essentiële overdraagbare competenties door studie of stages in het buitenland;

studenten zijn goed voorbereid op de toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt;

betere taalvaardigheden en kennis van andere culturen.

330 mln EUR

77%

213 000 studenten

(±20% stagiair in het buitenland)

450 mln EUR

280 000 studenten


(30% stagiair in het buitenland)

Docenten hoger onderwijs

Beter onderwijs door de uitwisseling van beste praktijken en innovatieve leermethoden door korte bezoeken of opleiding in het buitenland

21 mln EUR

5%

30 500 verblijven in het buitenland voor docenten

28 mln EUR

40 000 verblijven in het buitenland voor docenten

Niet-onderwijzend personeel hoger onderwijs

Bevordering van internationale samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs door korte bezoeken

5 mln EUR

1%

7 000 verblijven in het buitenland voor niet-onderwijzend personeel

7 mln EUR

9 500 verblijven in het buitenland voor niet-onderwijzend personeel

Openbare lichamen, verenigingen en andere belang­hebbenden

Privésector

Hen aanmoedigen om bij te dragen aan de modernisering van instellingen van hoger onderwijs door samenwerkingsprojecten en initiatieven zoals communicatie, enquêtes, onderzoek.

3 mln EUR*

1%*

N.v.t.

4,5 mln EUR

N.v.t.

Meer concurrentievermogen van ondernemingen door uitwisseling van kennis, waaronder doceren op instellingen van hoger onderwijs;

verbeteren van de professionele vaardigheden en de inzetbaarheid van stagiaires;

betrekken van werkgevers en arbeidsmarktinstellingen bij het ontwerpen en uitvoeren van innovatieve programma's.

1 mln EUR*

<1%*

27 000 gast­ondernemin­gen / organisaties

1,5 mln EUR

N.v.t.

* Geschatte bedragen

10. Waar vind ik statistieken over het Erasmus-programma?

Statistieken over het Erasmusprogramma zijn beschikbaar op onderstaande website of in de brochure "Erasmus – facits, figuren & trends – The European Anion support for student Land staf decharges Land universitair coöperator in 2009/2010":

Statistieken: http://ec.europa.eu/education/erasmus/doc920_en.htm

Brochure: http://ec.europa.eu/education/pub/pdf/higher/erasmus0910_en.pdf

Bijlage 1

De Erasmus-ambassadeurs

De Erasmus-ambassadeurs zijn geselecteerd in de 33 landen die aan het programma deelnemen. In elk land is één student en één personeelslid gekozen op basis van de impact die Erasmus heeft op hun werk en privéleven; het is hun taak om andere studenten en docenten aan te moedigen om gebruik te maken van de geboden kansen.

Land

Student-ambassadeur

Personeelslid-ambassadeur

BE

Marc GOFFART
from University of Ghent
in 1990 (3 months)
to Free University of Amsterdam (Netherlands)

Hugo MARQUANT
Head of International Office and Erasmus Coordinator (1986-2003)
Léonard de Vinci University College

BG

Boryana KLINKOVA
from Burgas Free University
in 2001 (3 months)
to Chemnitz University of Technology (Germany)

Rumyana TODOROVA
Vice-Rector for International Relations
University of Shumen

CZ

Tomas VITVAR
from Czech Technical University in Prague
in 2000 (6 months)
to Cork Institute of Technology (Ireland)

Milada HLAVÁČKOVÁ
Erasmus department coordinator since 1998/99
VŠB – Technical University of Ostrava

DK

Nina SIIG SIMONSEN
from Roskilde University
in 2009 (4 months)
to Mykolas Romeris University (Lithuania)

Connie VÆVER
Lecturer
VIA University College (TEKO Design)

DE

Katja KROHN
from University of Greifswald
in 2007 (5 months)
to University of Oviedo (Spain)

Christiane BIEHL
LLP/Erasmus institutional coordinator since 1997
University of Cologne

EE

Helen MARGUS
from Tallinn University
in 2005 (5 months)
to University of Ioannina (Greece)

Sirje VIRKUS
Lecturer and Erasmus departmental coordinator
Tallinn University

IE

Jessica GOUGH
from University of Limerick
in 2009 (5 months)
to Autonomous University of Barcelona (Spain)

Miriam BRODERICK
Head of Department of Languages and Cultural Studies
Dublin Institute of Technology

EL

Maria KALIAMBOU
from Aristotle University of Thessaloniki
in 1995 (6 months)
to Ludwig-Maximilians-University of Munich (Germany)

Katerina GALANAKI-SPILIOTOPOULOS
Head of International Relations / LLP/Erasmus ECTS institutional coordinator
Athens University of Economics and Business

ES

Tomás SÁNCHEZ LÓPEZ
from Polytechnic University of Valencia
in 2002 (1 year)
to Helsinki Metropolia University of Applied Sciences (Finland)

Fidel CORCUERA MANSO
Vice-Rector of International relations
University of Zaragoza

FR

Julien PEA
from University of Franche-Comté
2003 (9 months)
to University of Birmingham (UK)

Nathalie BRAHIMI
Lecturer
Lycée Ozenne

IT

Maurizio OLIVIERO
from University of Perugia
in 1988 (9 months)
to University of Alicante (Spain)

Ann Katherine ISAACS
Lecturer
University of Pisa

CY

Stavroulla ANTONIOU
from University of Cyprus
in 2004 (6 months)
to Roma Tre University (Italy)

Maria HADJIMATHEOU
LLP/Erasmus institutional coordinator
University of Cyprus

LV

Madara APSALONE
from University of Latvia
in 2006 (5 months)
to Copenhagen Business School (Denmark)

Aleksejs NAUMOVS
Rector
Art Academy of Latvia

LT

Tadas ZUKAS
from Mykolas Romeris University
in 2001 (6 months)
to Christian Albrechts University of Kiel (Germany)

Vilma LEONAVICIENE
Lecturer
Vilnius Pedagogical University

LU

Matthieu CISOWSKI
from Paris IV – Sorbonne
in 2000
to Bremen University (Germany)

Lucien KERGER
Vice-President
University of Luxembourg

HU

Piroska BAKOS
from University of Pécs
in 1998
to European University Viadrina Frankfurt Oder (Germany)

Mária DUDÁS
Lecturer and institutional coordinator
Óbuda University

MT

David FRIGGIERI
from University of Malta
in 2000 (7 months)
to University of Rennes I (France)

John SCHRANZ
Lecturer
University of Malta

NL

Désirée MAJOOR
from Utrecht University
in 1987 (6 months)
to Bologna University (Italy)

Bram PEPER
Lecturer
Erasmus University Rotterdam

AT

René KREMSER
from Vorarlberg University of Applied Sciences
in 2005 (5 months)
to VAMK University of Applied Sciences (Finland)

Elena LUPTAK
Docent and Erasmus departmental coordinator
Konservatorium Wien University

PL

Diana DMUCHOWSKA
from Medical University of Bialystok
in 2005 (1 year)
to University of Duisburg-Essen (Germany)

Ryszard ZAMORSKI
Vice-Dean
Bydgoszcz University of Technology and Life Sciences

PT

Filipe ARAÚJO
from Catholic University of Portugal
in 1999 (10 months)
to LUMSA University (Italy)

José MARAT-MENDES
Lecturer
New University of Lisbon

RO

Laura Adelina POPA
from Academy of Economic Studies Bucharest
in 2008 (10 months)
to Istanbul University

Ion VISA
Rector
Transilvania University of Brasov

SI

Jure KUMLJANC
from Faculty of Tourism Studies Portorož
in 2007 (6 months)
to University College Birmingham (UK)

Vesna RIJAVEC
Lecturer
University of Maribor

SK

Jana VITVAROVÁ
from University of Žilina
in 2000 (5 months)
to National Institute of Telecommunications, Evry (France)

Jozef RISTVEJ
Vice-Dean for Development and International Relations
University of Žilina

FI

Elina YLIPELKONEN
from Seinäjoki University of Applied Sciences
in 2006
to Protestant University of Applied Sciences Berlin (Germany)

Paula PIETILÄ
Disability Coordinator
University of Turku

SE

Karl-Fredrik AHLMARK
from University of Gothenburg
in 2008 (6 months)
to Loughborough University (UK)

Hans ÅHL
Swedish and Swedish as a second language
Erasmus Intensive Language Course coordinator
Mid Sweden University

UK

Kate SAMWAYS
from Cardiff University
in 2008 (10 months)
to IT Institute for the Disabled in Aveyron (France) and Ca' Foscari University Venice (Italy)

Julia KENNEDY
Erasmus institutional coordinator
Robert Gordon University

HR

Jelena SIMIĆ
from University of Rijeka
in 2010 (4 months)
to University of Wrocław (Poland)

Katica ŠIMUNOVIĆ
Erasmus Faculty coordinator
Josip Juraj Strossmayer University of Osijek

TR

Begum YURDAKOK
from Ankara University
in 2004 (9 months study exchange) and in 2008 (10 months training exchange)
to University of Bologna (Italy) and Karolinska Institut Stockholm (Sweden)

Mr. Mustafa ÇOBAN
Lecturer
Akdeniz University Vocational High School of Health Services

IS

Ásgerður KJARTANSDÓTTIR
from University of Iceland
in 1997 (5 months)
to Umeå University (Sweden)

Guðmundur HÁLFDANARSON
Lecturer
University of Iceland

LI

Gerold BÜCHEL
from University of Liechtenstein
in 2001 (6 months)
to Catholic University of Lyon (France)

Hansjörg HILTI
Lecturer
University of Liechtenstein

NO

Frederik STRAND SARDINOUX
from INSA Toulouse
in 2008 (6 months)
to Norwegian University of Science and Technology

Wolfgang LASCHET
EU Programme coordinator
Norwegian University of Science and Technology

CH

Marco AMHERD
from Zurich University of the Arts
in 2011 ( 10 months)
to CESMD Toulouse (Centre d'Etudes supérieures Musique et Danse)

Antoinette CHARON WAUTERS
Lecturer and International Relations coordinator
University of Lausanne


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website