Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Update – De bankenunie

Commission Européenne - MEMO/12/478   22/06/2012

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

Europese Commissie

MEMO

Brussel, 22 juni 2012

Update – De bankenunie

De Commissie acht een duidelijke langeretermijnvisie op de economische en monetaire unie van de EU nodig om richting te geven aan de hervormingen en besluiten die in de EU en haar lidstaten noodzakelijk zijn met het oog op de aanpak van de huidige problemen.

Daarom heeft de Commissie ter bestrijding van de huidige crisis aangedrongen op een verdieping van de Europese economische integratie, waarbij een nieuwe stap wordt gezet die de monetaire unie moet vervolledigen. In dit verband komt de Commissie met het concept van een bankenunie.

De Europese bankenunie is nog geen nieuw rechtsinstrument, maar een politieke visie op een verdere EU-integratie waarbij wordt voortgebouwd op de grote stappen die recentelijk zijn gezet om het bankwezen sterker te reglementeren.

Tijdens de afgelopen informele bijeenkomst van de Europese Raad op 23 mei heeft voorzitter Barroso het concept van een bankenunie gepresenteerd. Het heeft sindsdien veel aandacht gekregen in het politieke debat en staat hoog op de agenda van de komende Europese top.

De vruchten van een verdieping van de economische en monetaire unie en van de vorming van de bankenunie kunnen alleen worden geplukt als parallel daaraan een begrotingsunie wordt opgezet.

De voorzitter van de Europese Raad zal tijdens de komende bijeenkomst van de Europese Raad (op 28 en 29 juni) een verslag indienen dat in nauwe samenwerking met de voorzitter van de Europese Commissie, de voorzitter van de Eurogroep en de president van de Europese centrale bank is opgesteld. In het kader daarvan zal uitvoerig overleg plaatsvinden over de voornaamste bouwstenen voor een verdieping van de economische en monetaire integratie, waaronder de bankenunie en de begrotingsunie, en over de te volgen werkwijze.

Zodra politieke overeenstemming is bereikt over deze visie, zal de Commissie voorstellen doen voor de nodige uitvoeringsmaatregelen. De Commissie kan daarmee al vroeg in het najaar van 2012 komen. Ook wil zij graag dat de Raad en het Europees Parlement meer vaart zetten achter het besluitvormingsproces rond de voornaamste wetgeving die al in de pijplijn zit.

1. EU-reglementering van het bankwezen: wat is er tot nu toe gebeurd?

Sinds het uitbreken van de crisis heeft de Europese Commissie zo'n dertig voorstellen gepresenteerd om het financiële stelsel beter te reglementeren en de reële economie daarvan te laten profiteren. Dit vormt een solide basis voor verdere stappen op weg naar een bankenunie. De Commissie heeft ook via haar beleid voor de toetsing van staatssteun en via de verschillende stabiliteits- en aanpassingsprogramma's een bijdrage geleverd aan de versterking van de financiële stabiliteit in het bankwezen.

Hieronder volgt een overzicht van de actie die de Commissie heeft ondernomen.

1.1. Maatregelen die een geïntegreerder toezicht op banken mogelijk maken

  • Op 1 januari 2011 zijn in het kader van de invoering van een toezichtsarchitectuur drie Europese toezichthoudende autoriteiten opgericht:

  • de Europese bankautoriteit (EBA) voor het toezicht op banken en de herkapitalisatie van banken;

  • de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) voor het toezicht op de kapitaalmarkten;

  • de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EAVB) voor het toezicht op verzekeringen.

De 27 nationale toezichthouders zijn vertegenwoordigd in alle drie toezichthoudende autoriteiten. Hun taak is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van één wetboek voor de financiële regelgeving in Europa, oplossingen te vinden voor grensoverschrijdende problemen, een accumulatie van risico's te voorkomen en het vertrouwen te helpen herstellen. Elke autoriteit heeft bepaalde taken. Zo houdt de EAEM in de EU toezicht op ratingbureaus, terwijl de EBA en de EAVB in hun sectoren stresstests uitvoeren. De EBA houdt ook toezicht op de herkapitalisatie van EU-banken die thans gaande is. DE EAEM mag in noodsituaties producten verbieden die een bedreiging vormen voor de stabiliteit van het financiële stelsel als zodanig.

Voorts is het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR) met de taak belast om macroprudentieel toezicht te houden op het financiële stelsel in de Unie.

Dit nieuwe kader voor het financieel toezicht is er sinds november 2010.

De EBA heeft goed werk verricht en heeft als nieuwe instelling al snel haar gezag weten te vestigen. Haar verdiensten moeten worden gezien in het licht van de beperkingen van de regels die de Raad en het Europees Parlement zijn overeengekomen. De meeste bevoegdheden op het gebied van het bankentoezicht zijn nu nog in handen van nationale toezichthouders, terwijl de EBA een coördinerende rol speelt. Het is duidelijk dat er in de toekomst rechtstreekse toezichtsbevoegdheden op EU-niveau moeten komen.

Zie MEMO/10/434 voor meer informatie over het financieel toezicht.

1.2 Versterking van het bankwezen

Verbetering van de kapitalisatie

Bankinstellingen gingen de crisis in met zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht onvoldoende kapitaal, waardoor nationale overheden ze met ongekende bedragen moesten steunen. Met de indiening van haar voorstel voor de kapitalisatie van banken (RKV IV) in juli afgelopen jaar heeft de Commissie het startschot gegeven voor een proces dat moet uitmonden in de invoering in de Europese Unie van de nieuwe mondiale normen voor bankkapitaal die op G20-niveau zijn overeengekomen (vooral bekend onder de naam Bazel III-akkoord). Europa zal deze normen van toepassing verklaren op meer dan 8 000 banken (die goed zijn voor 53 % van de mondiale activa) en vervult daarmee een voortrekkersrol. De voorstellen van de Commissie zijn momenteel in behandeling bij de Raad en het Europees Parlement. De Commissie verwacht dat daarover binnenkort overeenstemming wordt bereikt.

Voorts wil de Commissie een governancekader opzetten waarin nationale toezichthouders nieuwe bevoegdheden krijgen om de banken nauwgezetter te volgen en eventueel sancties op te leggen wanneer zij bepaalde risico's zien. Als er ergens een zeepbel lijkt te ontstaan, zouden zij bijvoorbeeld de kredietverlening aan banden mogen leggen. Europese toezichthouders zouden in bepaalde gevallen mogen ingrijpen, bijvoorbeeld bij geschillen tussen nationale toezichthouders in grensoverschrijdende situaties.

Zie IP/11/915 voor meer informatie over de EU-maatregelen inzake de kapitalisatie van banken.

Facilitering van de herstructurering van de bankensector

De beleidseisen die gesteld zijn aan de lidstaten die internationale financiële bijstand hebben ontvangen (de zogeheten programmalanden), omvatten ook uitgebreide voorwaarden inzake de financiële sector.

Voor het bankwezen bestaan de vereiste beleidsmaatregelen uit enerzijds een ordelijke liquidatie van niet-levensvatbare instellingen en anderzijds een herstructurering van banken die wel levensvatbaar zijn. Hogere kapitaalvereisten, een herkapitalisatie van banken, stresstests, schuldafbouwtargets en een versterking van de regelgevings- en toezichtskaders maken er ook deel van uit. Hoewel deze stabilisatiemaatregelen niet specifiek zijn bedoeld voor programmalanden, zijn ze het gemakkelijkst door te voeren in het kader van internationale financiële bijstand.

Voorts kunnen aan een niet-programmaland in het eurogebied via de Europese financiële stabiliteitsfaciliteit (EFSF) leningen worden verstrekt voor de herkapitalisatie van financiële instellingen. Daaraan worden wel voorwaarden verbonden die betrekking hebben op de specifieke instelling(en), en daarnaast horizontale voorwaarden, zoals een structurele hervorming van de binnenlandse financiële sector.

Voor banken die in het kader van het programma worden geherstructureerd, gelden de voorwaarden zoals vastgelegd in de EU-staatssteunregelgeving.

Concrete voorbeelden van bankmaatregelen die genomen zijn in het kader van een macro-economisch aanpassingsprogramma of een programma voor betalingsbalanssteun

In Griekenland is 50 miljard EUR toegewezen aan een financieel stabiliteitsfonds voor de herkapitalisatie van banken. In Portugal staat op een speciale rekening bij de centrale bank een bedrag van 12 miljard EUR dat bestemd is voor solvabiliteitssteun aan banken.

In het programma van Letland, dat als niet-euroland betalingsbalanssteun heeft ontvangen, is een bedrag van 600 miljoen EUR opgenomen voor steun aan de banken. Deze financiële middelen maken weliswaar een integrerend deel uit van de internationale financiële bijstandspakketten, maar het belangrijkst is toch dat de herstructurering van de bancaire sector die onder invloed van het programma is doorgevoerd, tot een stabilisatie van de financiële sectoren heeft geleid.

Voor meer informatie over de verschillende programma's zie:

http://ec.europa.eu/economy_finance/eu_borrower/greek_loan_facility/index_en.htm

http://ec.europa.eu/economy_finance/eu_borrower/portugal/index_en.htm

http://ec.europa.eu/economy_finance/eu_borrower/balance_of_payments/latvia/latvia_en.htm

Betere bescherming van bankdeposito's

Mocht een bank omvallen, dan zijn bankdeposito's dankzij de EU-wetgeving inmiddels gegarandeerd tot een bedrag van 100 000 EUR per depositohouder. Vanuit het oogpunt van financiële stabiliteit geldt dat deze garantie voorkomt dat depositohouders hun geld in paniek van de bank afhalen, met alle ernstige economische gevolgen van dien.

In juli 2010 heeft de Commissie voorgesteld om nog verdere stappen te zetten en de bescherming van deposito's te harmoniseren en te vereenvoudigen, sneller tot uitbetaling over te gaan, en de financiering van de stelsels te verbeteren, met name door de vorming vooraf van een reserve en door de verplichte invoering van een faciliteit voor wederzijds lenen. Het idee daarachter is dat een nationaal depositogarantiestelsel dat zijn middelen heeft opgebruikt, nog de mogelijkheid heeft om van een ander nationaal fonds te lenen. Dit zou de eerste stap zijn op weg naar een depositogarantiestelsel voor de gehele EU. Het voorstel is nog in behandeling bij de Raad en het Parlement in tweede lezing. De Commissie dringt er bij de wetgevers op aan meer vaart te zetten achter de medebeslissingsprocedure voor dit voorstel en niet te tornen aan de faciliteit voor wederzijds lenen.

In de afgelopen jaren hebben de nationale autoriteiten ter beheersing van de crisissituatie bij een aantal banken vaak vanuit de faillerende bank een nieuwe structuur opgezet en een aantal kritieke functies van de desbetreffende bank overgedragen naar deze structuur, zoals de waarborging van deposito's. Dit afwikkelingsmechanisme zorgt ervoor dat depositohouders altijd toegang houden tot hun spaargeld (zo is in het geval van Northern Rock de bank opgesplitst in een goede bank waarin de deposito's en goede hypothecaire leningen zijn ondergebracht, en een slechte bank voor de liquidatie van de probleemactiva).

Zie IP/10/918 voor meer informatie over het voorstel van de Commissie voor een Europees stelsel van depositogaranties.

Toetsing van staatssteun

Hoe heeft de Commissie de staatssteun aan banken tijdens de crisis getoetst?

Toen de financiële markten aan de rand van de afgrond stonden, was de natuurlijke reactie van sommige beleidsmakers om de gemeenschappelijke regels terzijde te schuiven en eenzijdig te handelen. Zonder een vorm van EU-brede coördinatie had er een subsidierace kunnen ontstaan, hadden er mogelijk grootschalige kapitaaloverdrachten van het ene naar het andere land plaatsgevonden en had de interne markt in zijn huidige vorm waarschijnlijk niet meer bestaan.

Er is schielijk een crisisregeling ingesteld. In het najaar van 2008 heeft de Commissie met spoed richtsnoeren bekendgemaakt over de wijze waarop de lidstaten noodlijdende banken en bedrijven mogen helpen zonder de EU-staatssteunregels te overtreden. Deze richtsnoeren berusten op artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat staatssteun toestaat bij een ernstige verstoring van de economie van een lidstaat.

In een eerste mededeling uit oktober 2008 worden de basisprincipes voor steunregelingen uiteengezet. Zo moet de steun qua tijd en omvang beperkt blijven en moet worden voorkomen dat een steunregeling alleen voor nationale instellingen geldt en dat de begunstigde banken nieuwe activiteiten naar zich toetrekken die zonder de overheidssteun niet mogelijk zouden zijn geweest (IP/08/1495). Een goed voorbeeld is de Ierse steunregeling voor banken, die zodanig is aangepast dat deze zou gaan gelden voor álle systeembanken in de Ierse economie, ongeacht hun land van herkomst (IP/08/1497).

Daarna volgden in december 2008 een mededeling over de herkapitalisatie van banken, die in het teken stond van de noodzaak om banken te herkapitaliseren, solvabiliteitsproblemen aan te pakken en de toegang tot krediet voor de reële economie te waarborgen (IP/08/1901), en in februari 2009 een mededeling over de behandeling van "aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa", die een kader biedt voor de aanpak van probleemactiva (IP/09/322).

Tot slot is de Commissie in juli 2009 met een mededeling over herstructureringen gekomen. Daarin wordt aangegeven waarop de Commissie let bij de beoordeling van de herstructurering van banken: ze moeten op lange termijn weer levensvatbaar kunnen worden, ze moeten zelf een deel van de kosten van hun redding dragen en ze moeten maatregelen nemen om te voorkomen dat de concurrentie in de interne markt wordt verstoord door de enorme steunbedragen die zij hebben ontvangen (IP/09/1180). Vanaf 1 januari 2011 moeten alle banken (dus niet alleen noodlijdende banken) die een beroep doen op staatssteun via kapitaalmaatregelen of maatregelen om ze van probleemactiva af te helpen, een herstructureringsplan indienen.

Voorbeelden van herstructureringen van belangrijke banken waarbij deze regels zijn gevolgd, zijn KBC (IP/09/1730) en Lloyds (IP/09/1728).

Welke praktijk heeft de Commissie tot dusver gevolgd ?

Bij de toetsing van staatssteun aan banken heeft de Commissie de facto geopereerd als een autoriteit voor de beheersing en afwikkeling van de crisis op EU-niveau en gewerkt aan een aanpak van de structurele problemen waarmee tal van banken al ruim voor de crisis te kampen hadden. Zij laat zich daarbij leiden door drie belangrijke doelstellingen: waarborging van de financiële stabiliteit, behoud van de integriteit van de interne markt, en ervoor zorgen dat de begunstigden van steun uiteindelijk weer levensvatbaar worden. De door haar verlangde herstructurering berust op drie uitgangspunten: de bank moet op den duur weer zonder overheidssteun verder kunnen, de bank en haar aandeelhouders en houders van hybride kapitaal dragen bij in de kosten van de herstructurering van de bank, en concurrentieverstoringen die voortvloeien uit de steun, moeten worden beperkt. Zo is een aantal banken verzocht om af te stappen van onhoudbare verdienmodellen die gebaseerd waren op een buitensporige hefboom en op een te sterke afhankelijkheid van korte wholesalefinanciering. In andere gevallen moesten banken afslanken en hun structuur vereenvoudigen. Als duidelijk was dat een bank niet meer levensvatbaar was, moest deze op ordelijke wijze worden afgewikkeld. In alle gevallen is de banken verzocht om de steun die zij van hun overheid hadden ontvangen, terug te betalen. Deze voorwaarde is van essentieel belang omdat deze ervoor zorgt dat roekeloos gedrag ("moral hazard") wordt afgestraft en de kosten voor de belastingbetaler worden beperkt.

Om een aantal voorbeelden te noemen: Banken als Hypo Real Estate (IP/11/898), Kommunalkredit (IP/11/389) en Northern Rock (IP/09/1600) zijn ingrijpend geherstructureerd en deels afgewikkeld. Duitse deelstaatbanken als LBBW (IP/09/1927) en HSH (IP/11/1047) hebben zich teruggetrokken op hun kernactiviteiten omdat hun verdienmodel onhoudbaar was. WestLB was niet meer levensvatbaar en werd op ordelijke wijze afgewikkeld (IP/11/1576). Wanneer overheden moesten opdraaien voor de financiële gevolgen van onjuiste commerciële beslissingen van systeembanken, is verzocht om een afslanking en een duidelijke vereenvoudiging van de structuur van de bank. Dit is gebeurd bij bijvoorbeeld ING en Commerzbank (IP/09/711).

Hoe lang blijft de crisisregeling voor staatssteun van toepassing op de financiële sector? Wat gebeurt er daarna?

De toetsing van staatssteun tijdens de crisis berustte telkens op twee doelstellingen: ten eerste moest de brand worden geblust en ten tweede moest de weg worden gebaand voor het post-crisisscenario. Vanaf het begin werden aan de herstructurering voorwaarden verbonden om de financiële markten te stabiliseren en de banken te helpen om de reële economie weer van financiering te voorzien. Onder meer is als voorwaarde gesteld dat de banken een vergoeding betalen voor de overheidssteun en deze steun uiteindelijk terugbetalen en dat de aandeelhouders en houders van hybride kapitaal een redelijk deel van de lasten dragen om de moral hazard tegen te gaan.

Net toen eind 2011 de overstap van de noodregeling naar een permanentere post-crisisregeling mogelijk leek, ontstonden nieuwe spanningen op de markten. Daardoor moest de crisisregeling tot 2012 worden verlengd. Alle vier bankmededelingen werden verlengd, zij het met enkele wijzigingen. Het voornaamste doel was ervoor te zorgen dat een lidstaat een passende vergoeding ontvangt als hij (zoals in de toekomst waarschijnlijk steeds vaker zal gebeuren) besluit tot herkapitalisatie van een bank met instrumenten als gewone aandelen, waarvoor de vergoeding niet bij voorbaat vaststaat. Ook is een herziene methodiek vastgesteld voor de vergoeding van garanties voor de financieringsbehoeften van banken (momenteel het overgrote deel van de steun). Dit moet ervoor zorgen dat de premies die banken betalen, hun intrinsieke risico tot uiting brengen, en niet het risico van de betrokken lidstaat of van de markt als geheel (IP/11/1488).

De regels blijven gelden zolang de marktomstandigheden daarom vragen. Zodra de marktomstandigheden het toelaten, zal de Commissie een permanente regeling voor staatssteun aan de financiële sector vaststellen.

1.3 Andere maatregelen die genomen zijn om de Europese financiële sector te versterken

Naast een intensivering van het toezicht op de financiële sector, een verbetering van de bescherming van depositohouders bij banken, een aanscherping van de kapitaalvereisten voor financiële ondernemingen, en een verbetering van de crisisbeheersing in de bankensector werkt de Commissie op dit moment aan:

  • een onderzoek naar een eventuele hervorming van de structuur van de bancaire sector, dat verricht wordt door een werkgroep op hoog niveau onder leiding van Erkki Liikanen (MEMO/12/129);

  • de reglementering van schaduwbankieren (IP/12/253);

  • een verhoging van de betrouwbaarheid van ratings (IP/11/1355);

  • een aanscherping van de regels voor hedgefondsen (IP/09/669), baissetransacties (short selling) (IP/10/1126) en derivaten (IP/10/1125);

  • een herziening van de huidige regels voor de handel in financiële instrumenten (IP/11/1219), voor marktmisbruik (IP/11/1217) en beleggingsfondsen (IP/10/869);

  • het aan banden leggen van bancaire beloningspraktijken die een roekeloos gedrag aanmoedigen (IP/09/1120);

  • een hervorming van de auditsector (IP/11/1480) en de financiële-verslagleggingssector (IP/11/1238).

2. Voorstellen die naar verwachting binnenkort van kracht worden

Voorstel inzake afwikkelingsinstrumenten voor banken die in een crisissituatie verkeren

Het voorstel van de Commissie van 6 juni inzake instrumenten voor het herstel en de afwikkeling van banken die in een crisissituatie verkeren, is het meest recente in een reeks van voorgestelde maatregelen om het Europese bankwezen te versterken en, mocht er in de toekomst een nieuwe financiële crisis uitbreken, te voorkomen dat partijen als depositohouders en belastingbetalers daarvan schade ondervinden.

Om ervoor te zorgen dat de particuliere sector een redelijk deel van de kosten van toekomstige reddingen voor zijn rekening neemt, heeft de EU een gemeenschappelijk kader van regels en bevoegdheden voorgesteld op basis waarvan EU-landen kunnen ingrijpen bij banken die in een problematische situatie verkeren. De herhaaldelijke reddingen van banken worden immers door het publiek als zeer onrechtvaardig ervaren, de staatsschuld is erdoor opgelopen en de belastingbetaler heeft ervoor moeten opdraaien.

Een gemeenschappelijk, EU-breed kader voor het herstel en de afwikkeling van banken biedt een instrumentarium waarmee crises kunnen worden voorkomen dan wel in de kiem kunnen worden gesmoord doordat banken en financiële instellingen zo nodig op begeleide wijze kunnen worden afgewikkeld.

Welke instrumenten biedt het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) ten aanzien van de bankensector?

Het ESM krijgt een leencapaciteit van 500 miljard EUR. Aan eurolidstaten zonder programma kan via het ESM een lening worden verstrekt voor de herkapitalisatie van financiële instellingen. Dergelijke financiële bijstand kan alleen worden verleend met goedkeuring van de Raad van gouverneurs van het ESM, namelijk de ministers van Financiën van de eurolidstaten. De voorwaarden die eraan worden verbonden, worden vastgelegd in een memorandum van overeenstemming en omvatten instellingsspecifieke én horizontale eisen. Herkapitalisaties zijn ook mogelijk in het kader van leningen waaraan een uitgebreid macro-economisch aanpassingsprogramma is gekoppeld. Het ESM-Verdrag biedt op dit moment nog niet de mogelijkheid om via het ESM rechtstreeks geld te lenen aan een financiële instelling.

3. Maatregelen die voor de middellange termijn worden overwogen

De Commissie kan in het najaar met belangrijke voorstellen komen voor de invoering van een geïntegreerder, rechtstreeks toezicht op banken op EU-niveau en van gemeenschappelijke depositogarantie- en afwikkelingsfondsen, zulks op basis van de politieke richtsnoeren van de Europese Raad.

De hieronder genoemde elementen moeten deel uitmaken van een en hetzelfde brede kader aangezien het basisprincipe duidelijk is: de deling van risico's in een garantiestelsel vraagt om een geïntegreerd en krachtig toezicht op de bankensector dat kan zorgen voor wederzijds vertrouwen tussen alle betrokken lidstaten.

  • een geïntegreerd stelsel voor het toezicht op grensoverschrijdende banken

Terwijl de Europese toezichthoudende autoriteiten momenteel hoofdzakelijk tot taak hebben toezicht uit te oefenen op de werking en convergentie van nationale toezichtsstelsels, wil de Commissie voorstellen om bancair toezicht op EU-niveau op te zetten. Het huidige systeem is te versnipperd om de huidige problemen aan te kunnen, hetgeen niet bevorderlijk is voor het nodige vertrouwen tussen de lidstaten. In dit verband is politieke overeenstemming over meer, onafhankelijk EU-toezicht nodig.

  • één depositogarantiestelsel (DGS)

In het kader van het DGS-voorstel in 2010 heeft de Commissie de mogelijkheid van wederzijds lenen voorgesteld, namelijk voor gevallen waarin de middelen van een van de stelsels zijn uitgeput. De Commissie bestudeert momenteel diverse opties om daarop voort te bouwen. Daarnaast overweegt zij om het depositogarantiestelsel en het afwikkelingsfonds op te nemen in hetzelfde kader, aangezien met een geslaagde afwikkeling van een bank wordt voorkomen dat een beroep moet worden gedaan op depositogaranties.

  • een EU-afwikkelingsfonds

Het Commissie-voorstel inzake instrumenten voor het herstel en de afwikkeling van banken die in een crisissituatie verkeren, kan een eerste stap zijn op weg naar een EU-afwikkelingsfonds. De Commissie stelt voor om op nationaal niveau fondsen op te zetten die samenwerken en aan elkaar geld moeten lenen onder bepaalde voorwaarden en indien nodig, zodat een Europees stelsel van afwikkelingsfondsen wordt gevormd.

Voorts zal vooraf een nauwere integratie van toezicht- en afwikkelingsregelingen voor grensoverschrijdende instellingen georganiseerd moeten worden. Het voorstel bevat mechanismen die ervoor moeten zorgen dat de nationale autoriteiten en de EBA samenwerken bij grensoverschrijdende banken die met problemen te kampen hebben.

De lidstaten mogen ervoor kiezen om niet een apart afwikkelingsfonds op te zetten, maar het DGS en de afwikkelingsfinancieringsregeling samen te voegen. Zie MEMO/12/416.

Het voorstel moet nog de medebeslissingsprocedure doorlopen en ligt nu bij het Europees Parlement en de Raad.

4. Overige ideeën - beschouwingen voor de toekomst

Een belangrijk issue is ook de vraag of het in de toekomst mogelijk moet worden om via de EFSF en/of het ESM rechtstreeks steun te verlenen aan banken. De mogelijkheid om een koppeling tussen overheden en banken te voorkomen of te verbreken, kan in overweging worden genomen als alternatief voor een rechtstreekse herkapitalisatie van banken, aangezien het ESM-Verdrag in zijn huidige vorm daar op dit moment niet in voorziet. Om tot de kern van de huidige schuldencrisis te komen, zal daarover moeten worden nagedacht.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site