Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Creatief Europa: veelgestelde vragen

Commission Européenne - MEMO/11/819   23/11/2011

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

MEMO/11/819

Brussel, 23 november 2011

Creatief Europa: veelgestelde vragen

(zie ook IP/11/1399)

Wat is het programma Creatief Europa?

Het programma Creatief Europa zou de Europese film en de culturele en creatieve sectoren ondersteunen, waardoor hun bijdrage aan de creatie van banen en groei kan worden vergroot. Met een voorgesteld budget van 1,8 miljard euro voor de periode 2014-2020 zou het tienduizenden kunstenaars, professionals uit de cultuursector en culturele organisaties in de sectoren podiumkunsten, beeldende kunst, uitgeverij, film, TV, muziek, interdisciplinaire kunsten, cultureel erfgoed en videogames steunen, waardoor zij in geheel Europa actief kunnen zijn, een nieuw publiek kunnen bereiken en de vaardigheden kunnen verwerven die in het digitale tijdperk vereist zijn. Door Europese culturele werken te helpen om in andere landen een nieuw publiek te bereiken, zal het nieuwe programma ook bijdragen aan het behoeden en bevorderen van de culturele en taalkundige verscheidenheid van Europa.

Waarom heeft Europa een programma Creatief Europa nodig?

Cultuur speelt een belangrijke rol in de economie van de EU-27. EU-onderzoek heeft uitgewezen dat de culturele en creatieve industrieën zorgen voor ongeveer 4,5% van het bbp van de EU en voor 3,8% van het aantal arbeidsplaatsen (8,5 miljoen banen, en nog veel meer als rekening wordt gehouden met het overloopeffect in andere sectoren). Uit onderzoek blijkt dat deze sectoren een indrukwekkend groeipotentieel hebben: van 2000 tot 2007 groeide de werkgelegenheid in deze sectoren jaarlijks met gemiddeld 3,5%, vergeleken met 1% in de economie van de EU-27 in haar geheel. Ook in de VS en China groeide de werkgelegenheid in deze sectoren snel, met gemiddeld bijna 2% per jaar. Europa is veruit de wereldleider in de uitvoer van producten van de creatieve industrie. Om die positie te handhaven, moet worden geïnvesteerd in de capaciteit van de sector om grensoverschrijdend te werken.

Creatief Europa beantwoordt aan die behoefte, met een meer strategische benadering en plannen om daar te investeren waar het grootste effect kan worden bereikt.

Creatief Europa houdt rekening met de uitdagingen van de globalisering, met name de gevolgen van de digitale technologie, die verandering brengt in de wijze waarop culturele goederen geproduceerd, verdeeld en toegankelijk gemaakt worden, en in de inkomensstromen en bedrijfsmodellen. Die ontwikkelingen bieden de Europese culturele en creatieve industrieën echter ook kansen, en het programma wil hen helpen om die kansen aan te grijpen, zodat zij voordeel halen uit de digitale omwenteling en meer internationale loopbanen en werkgelegenheid creëren.

Waarom stelt de Commissie voor, de bestaande programma's Cultuur, MEDIA en MEDIA Mundus samen te brengen in één enkel programma?

Deze sectoren worden geconfronteerd met vergelijkbare uitdagingen, waaronder fragmentering van de markt ten gevolge van de culturele en taalkundige verscheidenheid, de globalisering en de digitale omwenteling, en ernstige moeilijkheden om toegang te krijgen tot commercieel krediet.

Zij hebben ook soortgelijke behoeften in termen van het behoeden en bevorderen van de culturele en taalkundige verscheidenheid, en van versterking van hun concurrentievermogen teneinde bij te dragen aan de creatie van banen en groei.

De Commissie erkent evenwel dat deze sectoren uiteenlopende structuren hebben. Daarom stelt zij één kaderprogramma voor, met verschillende onderdelen voor passende steunverlening.

Wat is het verschil tussen Creatief Europa en de huidige programma's Cultuur en MEDIA? Zullen die namen verdwijnen?

Het programma Creatief Europa zal de huidige, van elkaar losstaande steunmechanismen voor de culturele en audiovisuele sector in Europa samenbrengen in één loket, dat toegankelijk is voor alle culturele en creatieve industrieën.

Het zal met zijn specifieke onderdelen Cultuur en MEDIA echter verder blijven inspelen op de specifieke behoeften van de audiovisuele industrie en de andere culturele en creatieve sectoren. Die onderdelen zullen voortbouwen op het succes van de huidige programma's Cultuur en MEDIA.

Bovendien zal een nieuwe financiële garantiefaciliteit worden gecreëerd, waardoor kleine marktdeelnemers toegang zullen krijgen tot maximaal 1 miljard euro in bankleningen.

Wat zal het programma bereiken?

De Commissie schat dat in de periode 2014-2020 ten minste 8 000 culturele organisaties en 300 000 kunstenaars, professionals uit de cultuursector en hun werken steun zullen ontvangen om over grenzen heen actief te worden en de ervaring op te doen waardoor zij een internationale loopbaan kunnen opbouwen. Het programma zal ook steun verlenen voor de vertaling van meer dan 5 500 boeken en andere literaire werken.

Het onderdeel MEDIA zal steun verlenen voor de wereldwijde verspreiding van meer dan 1 000 Europese films via traditionele en digitale platformen; het zal professionals in de audiovisuele sector ook financiering aanbieden om beter toegang te kunnen krijgen en te werken op de internationale markt, en zal de ontwikkeling van films en andere audiovisuele werken met een grensoverschrijdend potentieel bevorderen.

Er is veel waarop kan worden voortgebouwd: mede dank zij MEDIA-steun is het aandeel van de Europese films onder alle in Europese bioscopen vertoonde premières gestegen van 36% in 1989 tot 54% in 2009. Het netwerk Europa Cinemas, dat meer dan 2 000 bioscoopschermen in hoofdzakelijk onafhankelijke bioscopen omvat, biedt in 475 steden een ruim en divers aanbod aan films. In 2009 trokken hun films 59 miljoen bezoekers, tegen 30 miljoen in 2000.

Welke uitdagingen gaat het programma aan?

De culturele en creatieve industrieën maken thans niet ten volle gebruik van de eengemaakte markt. Eén van de moeilijkheden waarmee de sector wordt geconfronteerd, is de taal: de Europese Unie heeft 23 officiële talen, 3 alfabetten en ongeveer 60 officieel erkende regionale en minderheidstalen. Die verscheidenheid is een onderdeel van Europa's rijkgevarieerde culturele landschap, maar zij belemmert de inspanningen van auteurs om lezers te vinden in andere landen, van bioscoop- of theatergangers om buitenlandse werken te bekijken, en van musici om nieuwe toehoorders te bereiken. Uit een peiling van Eurobarometer uit 2007 bleek dat slechts een minderheid van Europeanen televisie-uitzendingen of films in een vreemde taal bekijkt, en dat slechts 7% boeken in vreemde talen leest.

Een grotere aandacht voor steunverlening voor publieksopbouw en op de capaciteit van de sector om meer rechtstreeks te interageren met het publiek, bijvoorbeeld door initiatieven inzake mediageletterdheid of nieuwe interactieve on-linehulpmiddelen, kan veel meer niet-nationale werken toegankelijk maken voor het publiek. De Commissie schat dat meer dan 100 miljoen mensen rechtstreeks of zijdelings zullen worden bereikt door projecten die door creatief Europa worden ondersteund.

Hoe zal Creatief Europa beheerd worden?

Creatief Europa zal een eenvoudigere, gemakkelijk herkenbare en toegankelijke toegangspoort zijn voor Europese culturele en creatieve professionals, ongeacht hun kunsttak, en het zal steun bieden voor internationale activiteiten binnen en buiten de EU. De huidige wijze van beheer via het Uitvoerend Agentschap voor onderwijs, audiovisuele middelen en cultuur blijft behouden.

Mogen particulieren financiering aanvragen?

Particulieren zullen geen aanvragen kunnen indienen bij Creatief Europa. Via de door culturele organisaties ingediende projecten zullen echter ongeveer 300 000 individuele kunstenaars en professionals uit de culturele sector en opleidingsinstellingen worden bereikt. Dit is een veel kosteneffectievere manier om resultaten te boeken en een blijvend effect te realiseren.

Welke landen mogen financiering aanvragen?

Creatief Europa staat open voor lidstaten, landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland), toetredingslanden, kandidaat-lidstaten, potentiële kandidaat-lidstaten en buurlanden. Andere landen kunnen betrokken worden bij specifieke acties.

Momenteel nemen de lidstaten van de EU, de EVA-landen, Kroatië, Turkije, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Servië, Montenegro en Bosnië-Herzegovina deel aan het programma Cultuur.

De lidstaten van de EU, Kroatië, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland nemen deel aan het programma MEDIA.

Wat gebeurt er met MEDIA Mundus?

MEDIA Mundus, het bestaande programma voor de ondersteuning van samenwerking tussen Europese en niet-Europese professionals en van de internationale distributie van Europese films, zal worden opgenomen in het onderdeel MEDIA van Creatief Europa.

Creatief Europa zal een sectoroverschrijdend subprogramma omvatten. Wat betekent dat?

Dit subprogramma bestaat uit twee onderdelen: een financiële garantiefaciliteit, die zal worden beheerd door het Europees Investeringsfonds, om het voor kleine marktdeelnemers gemakkelijker te maken om toegang te krijgen tot bankleningen; en financiering voor studies, analyses en de betere verzameling van gegevens om de basis voor het beleid te verbeteren.

Is het niet efficiënter om rechtstreekse subsidies te verlenen dan om aan te bieden een deel van de banklening van de begunstigden te garanderen?

Een garantiefaciliteit heeft een groot multiplicatoreffect en trekt extra middelen van investeerders aan doordat het risico wordt gedeeld met de EU. Dat blijkt nu al bij het bestaande MEDIA-productiegarantiefonds, waar de EU-bijdrage van 2 miljoen euro reeds leningen ter waarde van 18 miljoen euro aan filmproducenten heeft gegenereerd.

Waarom is het nodig dat voor de culturele en creatieve sectoren een speciaal garantiefonds wordt opgezet? Kunnen het kaderprogramma Concurrentievermogen en Innovatie of de Financieringsfaciliteit voor risicodeling in deze sectoren niet worden toegepast?

De bestaande initiatieven houden geen rekening met de extra hindernissen die in de weg staan aan de toegang van culturele en creatieve KMO's tot financiering:

  • de meeste van hun activa, zoals auteursrechten, zijn van immateriële aard;

  • creatieve producten worden meestal niet in grote aantallen geproduceerd. Films, boeken, opera's en videogames kunnen als unieke prototypes worden beschouwd;

  • de vraag van culturele en creatieve KMO's naar financiële diensten is voor de banken vaak niet groot genoeg om commercieel aantrekkelijk te zijn, en om de deskundigheid op te doen die vereist is om het risicoprofiel daarvan naar behoren in te schatten.

Ten gevolge daarvan hebben andere Europese financiële instrumenten die sectoren niet kunnen ondersteunen, en is een specifiek financieel instrument nodig.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site