Navigation path

Left navigation

Additional tools

Erasmus voor iedereen – Veelgestelde vragen

European Commission - MEMO/11/818   23/11/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

MEMO/11/818

Brussel, 23 november 2011

Erasmus voor iedereen – Veelgestelde vragen

(zie ook IP/11/1398)

Wat is Erasmus voor iedereen?

Erasmus voor iedereen is het nieuwe door de Europese Commissie voorgestelde programma voor onderwijs, opleidingen, jeugdzaken en sport. Dankzij het programma, dat in 2014 van start gaat, zullen aanzienlijk meer financiële middelen worden toegewezen voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden. De basisgedachte van Erasmus voor iedereen is dat investeringen in onderwijs en opleidingen van cruciaal belang zijn om mensen – ongeacht hun leeftijd of achtergrond – de kans te geven hun mogelijkheden te benutten. Dankzij het programma kunnen mensen zich verder persoonlijk ontwikkelen, nieuwe vaardigheden verwerven en hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten.

Waaraan verleent Erasmus voor iedereen steun?

Dankzij een gestroomlijnde structuur kan Erasmus voor iedereen efficiënter functioneren, waardoor er meer beurzen voor studenten, stagiairs, leerkrachten en anderen beschikbaar zijn. De voordelen voor individuele personen zullen ook de EU-economie als geheel ten goede komen.

Het nieuwe programma biedt aanzienlijk meer mogelijkheden op het gebied van mobiliteit en samenwerking. Er zullen vooral meer middelen beschikbaar zijn voor studenten in het hoger en beroepsonderwijs, stagiairs, leerkrachten, opleiders en jeugdwerkers om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen, te onderwijzen of vrijwilligerswerk te doen. Ook onderwijsinstellingen, opleidingsinstituten en jeugdorganisaties krijgen meer mogelijkheden om partnerschappen te sluiten met het oog op de uitwisseling van goede praktijken en om samen met het bedrijfsleven de innovatie en de inzetbaarheid te bevorderen. Er zal ook meer steun worden verleend aan IT-platforms (bijvoorbeeld e-twinning) om scholen en andere aanbieders van onderwijs via internet met elkaar in verbinding te brengen.

Het programma zal steun verlenen aan drie soorten acties:

  • Leermogelijkheden voor individuele personen zowel binnen als buiten de EU: studies en opleidingen, stages, onderricht en beroepsontwikkeling en niet-formele activiteiten voor jongeren (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk). Dankzij Erasmus voor iedereen kunnen vijf miljoen mensen uit alle onderwijs- en opleidingssectoren in het buitenland leren. Europeanen krijgen de kans om overal ter wereld te studeren, een opleiding te volgen of te onderwijzen aan een instelling voor hoger onderwijs en niet-Europese studenten en leerkrachten krijgen meer mogelijkheden om in Europa te studeren, te onderwijzen en te leren. Door de reikwijdte van het programma te verruimen tot over de grenzen van de EU wordt het Europees hoger onderwijs attractiever en kan de ontwikkeling van het hoger onderwijs elders in de wereld worden bevorderd.

  • Institutionele samenwerking tussen onderwijsinstellingen, jeugdorganisaties, bedrijven, plaatselijke en regionale autoriteiten en ngo's om de innovatie op het gebied van onderwijs, opleidingen en jeugdactiviteiten te stimuleren en de inzetbaarheid, de creativiteit en het ondernemerschap te bevorderen.

  • Steun voor beleidshervormingen in de lidstaten en samenwerking met landen buiten de EU, waarbij vooral aandacht wordt geschonken aan de versterking van de kennisbasis voor beleidsvorming en de uitwisseling van goede praktijken. Er zal onder meer steun worden verleend voor het gebruik van EU-transparantie-instrumenten, cross-country studies en specifieke beleidsagenda's zoals het proces van Bologna (hoger onderwijs) en het proces van Kopenhagen (beroepsonderwijs en -opleiding).

Erasmus voor iedereen zal twee volledig nieuwe elementen omvatten:

  • Een leninggarantieregeling om masterstudenten te helpen hun studies in het buitenland te financieren en de nodige vaardigheden voor kennisintensieve banen te verwerven.

  • De creatie van 400 "kennisallianties" en "allianties voor sectorspecifieke vaardigheden". Kennisallianties zijn grootschalige partnerschappen tussen instellingen voor hoger onderwijs en bedrijven om creativiteit, innovatie en ondernemerschap te bevorderen door nieuwe leermogelijkheden en kwalificaties aan te bieden. Allianties voor sectorspecifieke vaardigheden zijn partnerschappen tussen aanbieders van onderwijs en opleidingen enerzijds en bedrijven anderzijds om de inzetbaarheid te bevorderen met behulp van nieuwe sectorspecifieke curricula en innovatieve vormen van beroepsonderwijs en -opleiding.

Waarin verschilt Erasmus voor iedereen van de huidige programma's?

Het hoofddoel blijft hetzelfde: de vaardigheden van mensen en uiteindelijk hun inzetbaarheid verbeteren en de modernisering van onderwijs- en opleidingsstelsels ondersteunen. Erasmus voor iedereen zal zeven bestaande programma's vervangen: het voegt het programma Een leven lang leren (Erasmus, Leonardo da Vinci, Comenius en Grundtvig), Jeugd in Actie en vijf internationale samenwerkingsprogramma's (Erasmus Mundus, Tempus, Alfa, Edulink en het programma voor samenwerking met geïndustrialiseerde landen) samen.

De belangrijkste activiteiten van de bestaande programma's zullen worden voortgezet (bijvoorbeeld leermobiliteit, samenwerkingsprojecten en steun voor beleidshervormingen), maar de aandacht zal vooral gaan naar activiteiten met het grootst mogelijk systemisch effect en een duidelijke EU-meerwaarde. Er worden ook een aantal nieuwe innovatieve voorstellen gedaan, zoals de leninggarantieregeling voor Erasmusmasterstudenten, de kennisallianties en de allianties voor sectorspecifieke vaardigheden. Het voordeel van één enkel programma is dat de voorschriften en procedures eenvoudiger zijn en versnippering en dubbel werk kunnen worden voorkomen.

Waarom is er behoefte aan een nieuwe EU-benadering van onderwijs en opleidingen?

De wereld is veranderd sinds de bestaande programma's in het leven werden geroepen. We beleven momenteel een van de meest tumultueuze economische perioden van de laatste decennia. De EU heeft op de uitdagingen gereageerd met de gecoördineerde Europa 2020-strategie voor groei en werkgelegenheid, waarvan onderwijs en opleidingen een integrerend deel uitmaken.

Ook de Europese arbeidsmarkt ondergaat veranderingen. Het aantal banen voor hooggeschoolden stijgt terwijl het aantal banen voor laaggeschoolden afneemt. Verwacht wordt dat in 2020 voor bijna 35% van alle banen alleen nog hooggeschoolde werknemers met voldoende innovatie- en aanpassingsvermogen in aanmerking zullen komen. De Europa 2020-strategie streeft er onder meer naar het percentage houders van een dipoma hoger onderwijs tot 40% te doen stijgen (het percentage bedraagt momenteel 32%). Erasmus voor iedereen kan een bijdrage aan de Europa 2020-strategie leveren door mensen te helpen meer en betere vaardigheden te verwerven tijdens studies of opleidingen in het buitenland.

Daarnaast beoogt de Europa 2020-strategie het percentage voortijdige schoolverlaters te verminderen van 14% tot minder dan 10%. Erasmus voor iedereen zal in dit verband de modernisering van alle onderwijs- en opleidingsniveaus ondersteunen (met inbegrip van het schoolonderwijs van het kleuteronderwijs tot het middelbaar onderwijs en de initiële beroepsopleiding). Ook niet-formeel leren zal worden gesteund via uitwisselingen van jongeren en vrijwilligerswerk.

Hoe wil Erasmus voor iedereen de jeugdwerkloosheid aanpakken?

Erasmus voor iedereen zal jongeren helpen een opleiding te volgen en vaardigheden te verwerven die hun persoonlijke ontwikkeling en hun kansen op de arbeidsmarkt ten goede komen. Door in het buitenland te studeren kunnen jongeren ook hun taalvaardigheden en hun aanpassingsvermogen ontwikkelen. Uit studies blijkt dat studenten die een deel van hun studietijd in het buitenland hebben doorgebracht, eerder bereid zijn in het buitenland te gaan werken.

Erasmus voor iedereen erkent ook het belang van niet-formeel leren. Om een baan te vinden is niet alleen het juiste diploma van belang: werkgevers zijn steeds meer op zoek naar vaardigheden die via niet-formeel leren (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk) zijn verworven. Volgens 75% van de deelnemers aan het Europees Vrijwilligerswerk zijn hun kansen op de arbeidsmarkt dankzij hun deelname aan het programma verbeterd.

Wie zijn de belangrijkste begunstigden?

Zoals de naam het zegt, staat Erasmus voor iedereen open voor al wie wil leren of onderricht wil geven in een publieke of particuliere instelling die op het gebied van onderwijs, opleidingen, jeugdzaken of sport actief is. Het programma ondersteunt ook formeel en niet-formeel leren in alle sectoren.

Verschillen de begunstigden van de begunstigden van de bestaande programma's?

Nee. Het nieuwe programma zal zich focussen op de behoeften van jongeren (leerlingen, studenten, stagiairs, vrijwilligers en jongeren die bij het verenigingsleven betrokken zijn). Het programma zal meer aandacht schenken aan steun voor leerkrachten, opleiders, voorlichters en jeugdwerkers, omdat zij een belangrijke rol als "multipliers" spelen.

Bij samenwerkingsprojecten zal meer aandacht worden geschonken aan de rol van bedrijven als partners van onderwijsinstellingen en jongerenorganisaties.

Scholen zullen worden gestimuleerd met scholen in andere EU-landen samen te werken om het effect van de EU-steun te vergroten en synergieën tussen verschillende vormen van samenwerking te bevorderen (bijvoorbeeld de mobiliteit van leerlingen en personeel en onderwijsprojecten). Wat het volwassenenonderwijs betreft, zal het programma de mobiliteit van leerkrachten en opleiders bevorderen en een nauwere grensoverschrijdende samenwerking tussen organisaties ondersteunen.

Sommige door de bestaande programma's ondersteunde activiteiten zullen worden teruggeschroefd of stopgezet omdat ze een beperkt systemisch effect sorteren, weinig rendabel zijn of doeltreffender via andere EU-financieringsbronnen (bijvoorbeeld het Europees Sociaal Fonds) kunnen worden gesteund. De mobiliteit van mensen op de arbeidsmarkt is bijvoorbeeld eerder een prioriteit van het ESF.

Wat is de meerwaarde van een Europese garantie voor studieleningen wanneer veel lidstaten hun eigen regeling voor studieleningen hebben?

In een aantal landen bestaan al regelingen voor studieleningen, maar die regelingen zijn vaak beperkt tot studies in nationale instellingen of tot undergraduates. Veel nationale regelingen zijn aan restricties gebonden wat de overdraagbaarheid naar het buitenland betreft.

De voorgestelde EU-studieleningfaciliteit is toegespitst op masterstudenten die in een ander Europees land studeren. Masteropleidingen zijn doorgaans duurder dan opleidingen voor undergraduates. Het initiatief zal eventuele nationale financieringsregelingen aanvullen.

Wat doet de Commissie nog meer om de mobiliteit van studenten en jongeren te bevorderen?

Financiële steun is belangrijk, maar geld alleen volstaat niet om iedereen de kans te geven mobiel te zijn. Het is daarom zaak gezamenlijke inspanningen te leveren en nieuwe partnerschappen te sluiten om hardnekkige obstakels op nationaal en regionaal vlak uit de weg te ruimen. In het kader van deze inspanningen is het onder meer belangrijk voor meer informatie te zorgen, beurzen en leningen "overdraagbaar" te maken (zodat studenten die in het buitenland studeren of een opleiding volgen, er gebruik van kunnen maken) en de erkenning van studie- en opleidingsresultaten te verbeteren.

In mei zijn de EU-ministers voor Onderwijs het eens geworden over een gezamenlijk plan [in de vorm van een aanbeveling van de Raad] om obstakels voor het studeren of het volgen van een opleiding in het buitenland uit de weg te ruimen.

Waarom heeft de Commissie besloten de bestaande namen van mobiliteitsprogramma's zoals Leonardo da Vinci, Comenius en Grundtvig niet meer te gebruiken?

Erasmus is een naam die door een groot deel van het publiek wordt herkend en sterk met leren in het buitenland en Europese samenwerking wordt geassocieerd. Bij de ontwikkeling van één geïntegreerd programma is het verstandig verschillende namen te vermijden en te kiezen voor een naam (Erasmus) die bekend is en veel populariteit geniet.

Welke landen kunnen aan Erasmus voor iedereen deelnemen?

Erasmus voor iedereen staat open voor alle EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland, de kandidaat-lidstaten waarvoor een pretoetredingsstrategie geldt, en de landen van de Westelijke Balkan.

Bovendien kunnen ook landen buiten de EU (meestal buurlanden) profiteren van activiteiten voor jongeren en activiteiten ter bevordering van studie en opleidingsmogelijkheden in het buitenland.

Belangrijke cijfers: Erasmus voor iedereen (2014-2020)

Algemene begroting

19 miljard euro (met inbegrip van 1,8 miljard euro voor internationale samenwerking)

Mobiliteitskansen

5 miljoen mensen

Hoger onderwijs

2,2 miljoen studenten

Mobiliteit van personeel

1 miljoen leerkrachten, opleiders, jeugdwerkers en andere personeelsleden

Beroepsonderwijs en -opleiding

735 000 studenten

Vrijwilligerswerk en uitwisselingen van jongeren

540 000 jongeren

Leninggarantieregeling voor masterstudenten

330 000 studenten

Internationale studenten

135 000 studenten

Beurzen voor een gezamenlijk diploma

34 000 studenten

Samenwerkingsdoelstellingen

Strategische partnerschappen

Meer dan 20 000 waarbij 115 000 instellingen zijn betrokken

Kennisallianties

200 opgezet door 2000 instellingen voor hoger onderwijs en bedrijven

Allianties voor sectorspecifieke vaardigheden

200 opgezet door 2000 onderwijs- en opleidingverleners en bedrijven


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website