Navigation path

Left navigation

Additional tools

Connecting Europe: het nieuwe kernvervoersnetwerk voor de EU

European Commission - MEMO/11/706   19/10/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

MEMO/11/706

Brussel, 19 oktober 2011

Connecting Europe: het nieuwe kernvervoersnetwerk voor de EU

De Commissie heeft vandaag een voorstel aangenomen om het huidige kluwen van Europese wegen, spoorwegen, luchthavens en kanalen om te vormen tot één geïntegreerd vervoersnetwerk (TEN-T). Om het nieuwe kernnetwerk tot stand te brengen worden knelpunten weggewerkt, wordt de infrastructuur verbeterd en wordt het grensoverschrijdend vervoer van passagiers en goederen binnen de EU gestroomlijnd. Dankzij het kernnetwerk komen er betere verbindingen tussen de verschillende vervoerswijzen, wat bijdraagt tot de klimaatdoelstellingen van de EU.

Vicevoorzitter van de Commissie Siim Kallas, bevoegd voor vervoer: "Vervoer is van vitaal belang voor een efficiëntie economie, maar er ontbreken op dit moment nog een aantal essentiële schakels. Op het Europese spoornet gelden 7 verschillende omgrenzingsprofielen en van onze belangrijkste luchthavens en havens zijn er respectievelijk slechts 20 en 35 aangesloten op het spoornet. Zonder degelijke verbindingen komen de Europese groei en welvaart in gevaar."

De nieuwe TEN-T-regelgeving is tot stand gekomen na een raadplegingsprocedure van twee jaar en voorziet in een kernvervoersnet dat tegen 2030 de ruggengraat moet vormen voor het vervoer binnen de interne markt. De vandaag gepubliceerde financieringsvoorstellen (voor de periode 2014-2020) betekenen dat de EU haar financiering specifiek zal toespitsten op dit kernnetwerk en met name op de aanleg van ontbrekende grensoverschrijdende schakels, het wegwerken van knelpunten en maatregelen om het netwerk intelligenter te maken.

Het nieuwe TEN-T-kernnetwerk wordt ondersteund door een wijdvertakt netwerk van regionale en lokale toevoerroutes. Dit uitgebreide netwerk wordt hoofdzakelijk gefinancierd door de lidstaten, met beperkte subsidiemogelijkheden via het regionaal en vervoersbeleid van de Unie, onder meer dankzij nieuwe innoverende financieringsinstrumenten. De EU wil ervoor zorgen dat de grote meerderheid van de Europeanen en bedrijven zich tegen 2050 op maximum 30 minuten van het toevoernetwerk bevinden.

In het algemeen zal het nieuwe vervoersnet zorgen voor:

  • veiliger verkeer met minder congestie;

  • snellere en vlottere verplaatsingen;

Het bedrag van 31,7 miljard euro dat in het kader van de Connecting Europe Facility van het meerjarig financieel kader voor vervoer wordt uitgetrokken, wordt gebruikt als hefboomkapitaal om de lidstaten ertoe aan te sporen verder te investeren in de voltooiing van moeilijke grensoverschrijdende verbindingen, die anders misschien niet zouden worden aangelegd. Voor elk miljoen euro dat de EU investeert, zullen de regeringen van de lidstaten 5 miljoen euro inbrengen en de private sector 20 miljoen euro.

De kaarten van het TEN-T-kernnetwerk (trans-Europees vervoersnetwerk) horizon 2030 en de belangrijkste corridors die in de periode 2014-2020 worden aangelegd, zijn bijgevoegd.

Achtergrond:

De nieuwe verordening voorziet in een veel beperkter maar strikter afgebakend vervoersnet voor Europa. Het is de bedoeling de financiering toe te spitsen op een kleiner aantal projecten met een reële Europese toegevoegde waarde. De lidstaten zullen over de grenzen heen striktere EU-voorschriften moeten toepassen en worden wettelijk verplicht om de projecten daadwerkelijk te voltooien.

Het TEN-T-netwerk omvat twee lagen: een kernnetwerk, dat tegen 2030 klaar moet zijn, en een uitgebreid toevoernetwerk, dat tegen 2050 moet zijn afgewerkt. Het uitgebreide netwerk zal de hele EU bestrijken en alle regio's ontsluiten. Het kernnetwerk omvat de belangrijkste verbindingen en TEN-T-knooppunten, die tegen 2030 volledig in gebruik moeten zijn. De twee netwerklagen hebben betrekking op alle vervoerswijzen: weg, spoor, luchtvaart, binnen- en zeevaart, aangevuld met intermodale platforms.

In de TEN-T-richtsnoeren zijn gemeenschappelijke eisen vastgesteld waaraan de TEN-T-infrastructuur moet voldoen. Voor het kernnetwerk gelden strengere eisen. Op die manier wordt een naadloos vervoer op het hele netwerk gewaarborgd. De verordening stimuleert de invoering van verkeersbeheersystemen om de infrastructuur optimaler te benutten en de CO2-uitstoot te verlagen dankzij een betere efficiency.

De realisatie van het kernnetwerk wordt ondersteund door de invoering van een corridoraanpak. 10 corridors vormen de basis voor een gecoördineerde ontwikkeling van de infrastructuur van het kernnetwerk. Voor de verwezenlijking van die corridors, die betrekking hebben op minstens 3 vervoerswijzen, 3 lidstaten en 2 grensovergangen wordt samengewerkt tussen de betrokken lidstaten en relevante actoren, zoals infrastructuurbeheerders en gebruikers. Europese coördinatoren zullen "corridorplatforms" voorzitten waarin alle actoren zijn vertegenwoordigd en die een belangrijk instrument zijn om de coördinatie, samenwerking en transparantie te waarborgen.

See http://ec.europa.eu/transport/index_en.htm for core network maps, national maps, projects lists.

Belangrijkste feiten en cijfers / FAQ

  • Vervoer is essentieel voor een efficiënte Europese economie.

  • Het goederenvervoer zal tegen 2050 met 80% toenemen; het passagiersvervoer met meer dan 50%.

  • Geen groei zonder handel; geen handel zonder vervoer. Europese regio's zonder goede ontsluiting blijven van welvaart verstoken.

Het nieuwe kernnetwerk in cijfers

Het kernnetwerk:

  • verbindt 83 belangrijke Europese havens met het spoor- en wegennet;

  • biedt 37 belangrijke luchthavens een spoorverbinding naar grote steden;

  • omvat 15 000 km aangepaste spoorlijnen voor hogesnelheidstreinen;

  • telt 35 belangrijke grensoverschrijdende projecten om knelpunten weg te werken.

Het kernnetwerk wordt de economische slagader van de interne markt en waarborgt het vrij verkeer van goederen en personen in de Unie.

Financiering van het nieuwe kernnetwerk

De kostprijs voor de aanleg van de eerste fase van het kernnetwerk in de periode 2014-2020 (zie bijgevoegde lijst met projecten) wordt op 250 miljard euro geraamd. Het kernnetwerk moet tegen 2030 klaar zijn.

Via de Connecting Europe Facility is een budget van 31,7 miljard euro beschikbaar voor de volgende financiële periode 2012-2020. 80% van dat budget wordt geïnvesteerd in:

  • prioritaire kernnetwerkprojecten op de 10 te realiseren corridors van het kernnetwerk. Ook een beperkt aantal andere trajecten van het kernnetwerk die een grote Europese toegevoegde waarde bieden, komen in aanmerking voor subsidies;

  • horizontale IT-projecten, zoals subsidies voor SESAR (de technologische dimensie van het luchtverkeersbeheersysteem voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim) of ERTMS (het European Rail Traffic Management System), waarmee de belangrijkste vervoerscorridors moeten worden uitgerust. Dit is een bijzondere prioriteit. Nieuw is dat voor het kernnetwerk voortaan strengere verplichtingen gelden om de vervoerssystemen in overeenstemming te brengen met de bestaande EU-normen, bv. inzake spoorwegseingeving.

De resterende middelen kunnen worden toegekend aan diverse projecten, ook aan projecten op het uitgebreide netwerk.

Hoe weet ik welke projecten in mijn land worden gefinancierd?

Het basisprincipe is dat elk land toegang krijgt tot een sterk Europees kernnetwerk, dat het vrij verkeer van goederen en personen mogelijk maakt. Alle Europese landen worden op dit netwerk aangesloten.

De lijst van de prioritaire projecten die in de volgende financieringsperiode (2014-2020) in aanmerking komen voor medefinanciering door de Unie, bevindt zich in de bijlage bij de Verordening inzake de Connecting Europa Facility - zie de bijlage bij deze MEMO … (link).

Deze projecten komen in de periode 2014-2020 in aanmerking voor EU-vervoerssubsidies omdat zij:

  • aan de criteria voor de afbakening van het kernnetwerk voldoen (zie hierna voor meer informatie over de methodologie en criteria);

  • een grote toegevoegde waarde voor de EU bieden;

  • in de periode 2014-2020 kunnen worden uitgevoerd.

Op basis van een gedetailleerd voorstel dat door de lidstaten bij de Commissie wordt ingediend, zal de financiering worden toegekend. Dat moet begin 2014 gebeuren. De uiteindelijk door de EU toegekende bedragen zijn ook afhankelijk van de concrete voorstellen die de lidstaten indienen. In het algemeen levert de EU tijdens elke 7-jarige financieringsperiode voor grote vervoersinfrastructuurprojecten een financiële bijdrage van 20% van de totale investeringskosten. Voor studies kan de subsidie oplopen tot 50% en voor studies voor en de bouw van grensoverschrijdende projecten tot 40%. De rest wordt gefinancierd door de lidstaten, regionale overheden of eventuele particuliere investeerders.

Wat indien ik me niet op het kernnetwerk bevind? Wat is het uitgebreide netwerk? Wie financiert het en hoe werkt het?

Op regionaal en lokaal niveau zal het uitgebreide netwerk aantakken op het kernnetwerk. Het uitgebreide netwerk is een integrerend onderdeel van het TEN-T-programma. Het wordt grotendeels door de lidstaten zelf beheerd, maar en zijn beperkte budgetten beschikbaar in het kader van het vervoersbeleid van de Unie en uiteraard het regionaal beleid.

Dit is de concrete vertaling van het subsidiariteitsbeginsel. Het is onze bedoeling om er stapsgewijs voor te zorgen dat de grote meerderheid van de Europeanen en bedrijven zich tegen 2050 op maximum 30 minuten van dit toevoernetwerk bevinden.

In de nieuwe TEN-T-richtsnoeren zijn veel strengere eisen opgenomen dan in het verleden. Voortaan gelden die ook voor het uitgebreide netwerk zodat dit wijdvertakte net tegen 2050 volledig interoperabel wordt en een efficiënt hoogwaardig geheel vormt voor spoorvervoer, elektrische voertuigen, enz.

Wat betekenen de strengere eisen voor het kernnetwerk?

Kernnetwerkprojecten waarvoor de EU medefinanciering verleent, moeten aan twee soorten eisen voldoen: a) technische eisen die moeten worden toegepast; en b) juridische verplichtingen om de projecten te voltooien.

De technische eisen:

Het spreekt voor zich dat met name het kernnetwerk op technisch vlak volledig interoperabel dient te zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat ERTMS (European Rail Traffic Management System) – het ITS-systeem voor de besturing van treinen – op het hele netwerk moet worden geïnstalleerd. Ook veiligheidsnormen voor wegtunnels en verkeersveiligheidseisen moeten op het hele netwerk van toepassing zijn en de technologie voor ITS (intelligente vervoerssystemen) moet compatibel zijn. Toekomstige laadpunten voor elektrische voertuigen moeten uiteraard aan gemeenschappelijke normen voldoen zodat auto's er op het hele netwerk gebruik van kunnen maken.

Juridische verplichtingen:

In de TEN-T-richtsnoeren worden aan de lidstaten strenge juridische verplichtingen opgelegd om de kernnetwerkprojecten waarvoor zij subsidies ontvangen ook daadwerkelijk te voltooien. Alle projecten van dat netwerk moeten klaar zijn tegen 2030 – de voltooiingsdatum voor het kernnetwerk. Deze juridische verplichting moet de lidstaten ertoe aansporen de vervoersprojecten volgens planning uit te voeren.

Waar zal de 250 miljard euro vandaan komen die nodig is voor de aanleg van het kernnetwerk?

Het bedrag van 31,7 miljard euro dat in het kader van de Connecting Europe Facility van het meerjarig financieel kader voor vervoer wordt uitgetrokken, zal worden aangewend als hefboomkapitaal om de lidstaten ertoe aan te sporen verder te investeren in de voltooiing van moeilijke grensoverschrijdende verbindingen, die anders misschien niet zouden worden aangelegd.

De TEN-T-financiering heeft een zeer sterk hefboomeffect. De jongste jaren is in de praktijk gebleken dat voor elk miljoen euro dat de EU investeert, 5 miljoen euro wordt ingebracht door de regeringen van de lidstaten en 20 miljoen euro door de particuliere sector.

Naast dit hefboomeffect kunnen ook dankzij innoverende financieringsinstrumenten zoals projectobligaties nieuwe particuliere middelen worden aangetrokken.

Hoe werkt Europese medefinanciering? Hoeveel geld komt van de EU en hoeveel van de lidstaten?

Vervoersinfrastructuur vergt grote investeringen, waarvan het merendeel altijd door de lidstaten wordt gefinancierd. Dankzij de Europese bijdrage tot de financiering en coördinatie worden knelpunten weggewerkt, ontbrekende schakels en verbindingen ingevuld en wordt de totstandkoming van een reëel Europees vervoersnet ondersteund.

De normale medefinancieringspercentages voor TEN-T-projecten van het kernnetwerk zijn:

  • tot 50% EU-medefinanciering voor studies;

  • tot 20% voor werkzaamheden (bv. de bouw van een exploratieschacht voor een belangrijke tunnel);

  • in bepaalde gevallen kan de medefinanciering worden verhoogd voor grensoverschrijdende spoor- en binnenvaartprojecten (tot 40%);

  • voor bepaalde ITS-projecten, zoals ERTMS, wordt een medefinanciering tot 50% toegekend om de lidstaten ertoe aan te sporen op de Europese systemen over te schakelen.

Hoe werden de projecten van het kernnetwerk geselecteerd?

De prioriteit was de EU-middelen voor vervoersinfrastructuur toe te spitsen op de totstandkoming van een reëel Europees netwerk in plaats van de knelpunten versnipperd aan te pakken.

Om dat te bereiken is op basis van uitvoering overleg met de lidstaten en de betrokken actoren een nieuwe methodologie ontwikkeld. Doel was een Europees netwerk te creëren dat de belangrijkste sociaaleconomische centra en poorten (havens, luchthavens en verbindingen over land) met derde landen verbindt en de nodige infrastructuur aan te leggen voor de werking van de interne markt en om de concurrentiekracht en de economische ontwikkeling te ondersteunen.

De methodologie omvat verschillende stappen. Eerst heeft men de belangrijkste knooppunten geselecteerd op basis van een aantal statistische criteria: bv. hoofdsteden en andere sociaaleconomische centra, grote havens (volume en geografische criteria), luchthavens (volume en geografische criteria) en poorten tot derde landen. Daarna werden deze knooppunten met elkaar verbonden met vervoer over land – spoor, binnenvaart en weg (sommige verbindingen bestaan reeds, op andere zijn er knelpunten en een aantal schakels ontbreken nog). Ten slotte werd rekening gehouden met een uitvoerige analyse van de belangrijkste verkeersstromen voor goederen en passagiers. Dit is essentieel om te bepalen welke trajecten van het kernnetwerk prioriteit verdienen en duidelijk aan te tonen welke infrastructuursegmenten moeten worden verbeterd, aangelegd of waar knelpunten moeten worden weggewerkt.

Op basis daarvan is een strategisch kernnetwerk uitgetekend dat de belangrijkste strategische knooppunten met elkaar verbindt met multimodale routes, rekening houdend met de belangrijkste verkeersstromen.

Alle projecten op het kernnetwerk genieten prioriteit voor medefinanciering door de EU. Voor de financieringsperiode 2014-2020 wordt echter voorrang gegeven aan de grensoverschrijdende projecten met de grootste meerwaarde op EU-niveau.

Wat zijn precies corridors en waarom zijn die nodig?

De ervaring uit het verleden heeft geleerd dat het zeer moeilijk is om grensoverschrijdende en andere vervoersprojecten in verschillende lidstaten op een gecoördineerde wijze uit te voeren. Het is eigenlijk zeer gemakkelijk om uiteenlopende systemen en verbindingen op te zetten en daardoor nieuwe knelpunten te creëren.

Een belangrijke nieuwigheid in de nieuwe TEN-T-richtsnoeren is de selectie van 10 te realiseren corridors binnen het kernnetwerk. Deze corridors moeten helpen bij de ontwikkeling van het kernnetwerk. Elke corridor moet drie vervoerswijzen omvatten, drie lidstaten bestrijken en twee grensovergangen tellen.

Er worden "corridorplatforms" opgericht om alle betrokken actoren en de lidstaten samen te brengen. De corridorplatforms zijn beheerstructuren die "corridorontwikkelingsplannen" zullen opstellen en ten uitvoer leggen zodat de werkzaamheden op een corridor in de verschillende lidstaten en stadia op elkaar worden afgestemd. Europese coördinatoren zullen de corridorplatforms voor de 10 belangrijke corridors van het kernnetwerk voorzitten.

Hoe draagt het TEN-T bij tot de milieudoelstellingen?

Het TEN-T is een essentieel instrument om ervoor te zorgen dat het vervoersbeleid bijdraagt tot de algemene doelstelling om de emissies door vervoer tegen 2050 met 60% te verlagen (zie het eerder dit jaar gepubliceerde Witboek Vervoer 2050). De ruggengraat van het TEN-T-netwerk is een multimodaal vervoersnetwerk dat zorgt voor een substantiële verschuiving van passagiers- en goederenvervoer over de weg naar andere vervoerswijze. TEN-T-projecten komen pas in aanmerking voor EU-subsidies na een strenge milieueffectbeoordeling. Om die beoordeling te doorstaan, moeten de projecten voldoen aan alle in de milieuwetgeving van de Unie vastgestelde eisen inzake planning en duurzaamheid.

Achtergrond TEN-T-beleid: Het programma voor de trans-Europese netwerken (TEN-T) is opgezet om de nodige vervoersinfrastructuur en ‑verbindingen tot stand te brengen voor de werking van de interne markt, om het vrij verkeer van goederen en personen te waarborgen en om de groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de EU te ondersteunen. De Europese vervoerssystemen zijn in het verleden grotendeels in de verschillende landen afzonderlijk tot stand gekomen. Dit heeft geleid tot ondermaatse of ontbrekende grensoverschrijdende verbindingen of segmenten op belangrijke corridors. Ontoereikende vervoersverbindingen belemmeren de economische groei. Sinds de jaren 1980 verleent de EU in het kader van het TEN-T-beleid subsidies voor de uitvoering van belangrijke Europese infrastructuurprojecten. Dat heeft talrijke geslaagde projecten opgeleverd (zie link). Gezien de moeilijke financiële situatie moet de EU-vervoersfinanciering echter worden toegespitst op de projecten met de grootste meerwaarde om een sterk Europees netwerk tot stand te brengen.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website