Navigation path

Left navigation

Additional tools

Gemeenschappelijke voorschriften voor een belasting op financiële transacties - Veelgestelde vragen

European Commission - MEMO/11/640   28/09/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

MEMO/11/640

Brussel, 28 september 2011

Gemeenschappelijke voorschriften voor een belasting op financiële transacties - Veelgestelde vragen

(zie ook IP/11/1085)

1. Algemene achtergrondinformatie

Waarom heeft de Commissie een nieuwe belasting voor de financiële sector voorgesteld?

Om twee belangrijke redenen:

  • De financiële sector levert zo een billijke bijdrage aan de kosten van de crisis nadat de sector sinds het begin van de huidige crisis zeer aanzienlijke financiële steun van regeringen heeft gekregen.

  • Een gecoördineerd kader op EU-niveau draagt bij aan een sterkere interne markt voor financiële diensten door concurrentieverstoringen te voorkomen en riskante handelsactiviteiten te ontmoedigen; het is bovendien een duidelijk signaal om de introductie van een dergelijke belasting op mondiaal niveau te bevorderen.

Waarom is een belasting op financiële transacties op EU-niveau nodig?

Het is gepast om een geharmoniseerde belasting op EU-niveau in te stellen om een solide interne markt voor financiële diensten te creëren. De belasting op financiële transacties voorkomt fraude, vermijdt dubbele belastingheffing en minimaliseert concurrentieverstoringen in de eengemaakte EU-markt. Het doel van het voorstel wordt onvoldoende bereikt als de lidstaten op zichzelf handelen.

Bestaat er steun voor de invoering van een belasting op financiële transacties?

Ja. Volgens de laatste Eurobarometer is 65% van de Europese burgers voorstander van een belasting op financiële transacties.

Genieten financiële diensten op dit moment een voorkeursbehandeling in vergelijking met andere sectoren?

Ja. Financiële diensten hoeven in de meeste gevallen geen btw te betalen (doordat het problematisch is de belastinggrondslag te meten). Dit leidt tot een te lage belastingheffing op financiële diensten.

De financiële sector profiteert bovendien van zeer hoge winstmarges en van de impliciete bescherming van regeringen tegen de huidige economische crisis.

Waarom wil de Commissie een belasting op financiële transacties op mondiaal niveau?

Een belasting op financiële transacties is niet alleen op Europees niveau maar ook op mondiaal niveau nodig omdat financiële markten steeds meer met elkaar verweven zijn en een mondiale dimensie hebben. Door eerst een belasting op financiële transacties op EU-niveau voor te stellen, wil de Commissie in de positie kunnen zijn om een dergelijke belasting op mondiaal niveau in het kader van de G20 te propageren.

De Commissie heeft de invoering van een financiële transactie sinds 2009 bij diverse gelegenheden in de G20 besproken (Pittsburgh, Toronto). Met de steun van het huidige Franse voorzitterschap van de G20 kan de invoering van een belasting op financiële transacties op mondiaal niveau bij de volgende G20-top in Cannes op 3 en 4 november ter tafel komen.

2. Definities

Wat is een belasting op financiële transacties?

Een belasting op financiële transacties (FTT) is een belasting die geldt voor financiële transacties, doorgaans tegen een zeer laag tarief. Een financiële transactie is van toepassing op de uitwisseling van financieringsinstrumenten tussen banken en andere financiële instellingen. De financieringsinstrumenten in kwestie omvatten waardepapieren, obligaties, aandelen en derivaten.

Het gaat niet om transacties die in de regel door retailbanken worden gedaan in hun betrekkingen met particuliere huishoudens of bedrijven, behalve wanneer de transacties te maken hebben met de aankoop van obligaties of aandelen.

Wat is een financiële instelling?

De definitie van een financiële instelling in het voorstel van de Commissie heeft betrekking op een breed scala aan instellingen, om belastingontduiking te voorkomen. Het gaat hoofdzakelijk om beleggingsondernemingen, georganiseerde markten, kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, alternatieve beleggingsfondsen (zoals hedgefondsen), financiële leasingmaatschappijen en voor een speciaal doel opgerichte ondernemingen.

Wat is het verschil tussen transacties op georganiseerde markten of buiten de beurs?

Op de derivatenmarkt worden veel producten verhandeld via de georganiseerde markt. Op de beurs verhandelde producten moeten gestandaardiseerd zijn met het oog op een transparante handel.

“Niet-standaard producten” worden op de zogenaamde “over-the-counter” (OTC; buiten de beurs) derivatenmarkt verhandeld. OTC-derivaten hebben een minder uniforme structuur en worden bilateraal verhandeld (tussen twee partijen).

Wat houdt het vestigingsbeginsel in?

De belasting op financiële transacties is gebaseerd op het beginsel van de fiscale verblijfplaats van de financiële instelling of handelaar. De belasting wordt daarom geheven in de lidstaat waar de financiële instelling, die bij de transactie is betrokken, is gevestigd. Dit verkleint de kans op het risico van “verhuizing” omdat in elke zaak waar een EU-inwoner bij is betrokken, een financiële transactie wordt belast, zelfs als de handeling buiten de EU wordt verricht.

3. Hoe werkt de belasting?

Wie wordt belast?

De belangrijkste belastingbetalers zullen financiële instellingen zijn die financiële transacties verrichten, d.w.z. banken, beleggingsondernemingen, andere financiële instellingen zoals verzekeringsmaatschappijen, effectenmakelaars, pensioenfondsen, instellingen voor collectieve belegging in effecten, alternatieve beleggingsfondsen zoals hedgefondsen, enz.

Om welke transacties gaat het?

De Commissie heeft voorgesteld dat de belasting wordt geheven op alle transacties met financieringsinstrumenten tussen financiële instellingen, indien ten minste een van de financiële instellingen geacht wordt gevestigd te zijn in de Europese Unie. De desbetreffende financieringsinstrumenten kunnen producten zijn zoals aandelen, obligaties, derivaten en gestructureerde financiële producten. Het maakt niet uit of transacties op georganiseerde markten dan wel buiten de beurs plaatsvinden: in beide gevallen worden zij belast.

Welke transacties worden vrijgesteld van de voorgestelde belasting?

Alleen transacties die betrekking hebben op financieringsinstrumenten vallen onder het voorstel van de Commissie. Dit betekent dat alle transacties waarbij particuliere huishoudens en het MKB zijn betrokken, buiten het toepassingsgebied van de belasting vallen. Uitgesloten zijn bijvoorbeeld hypotheken, bancaire leningen voor het MKB of bijdragen aan verzekeringspolissen. Evenmin belast worden het wisselen van contante valuta en het aantrekken van kapitaal door ondernemingen of openbare instellingen, bijvoorbeeld via de uitgifte van obligaties en aandelen op de primaire markt door banken voor ontwikkelingsfinanciering.

Waarom stelt de Commissie een zeer brede belastinggrondslag voor?

De Commissie heeft een zo breed mogelijke grondslag voor de belasting op financiële transacties voorgesteld om risico 's van belastingontduiking en verhuizing van de markt te verminderen. De belastinggrondslag wordt bepaald op basis van de handelsactiviteiten van de financiële instellingen. De financieringsinstrumenten waar het om gaat zijn aandelen, obligaties, vervangers daarvan en de daarmee samenhangende derivaten.

Welke belastingtarieven worden voorgesteld?

Om het risico van marktverstoringen te beperken, stelt de Commissie een zeer lage belasting op transacties voor. Zij heeft een minimumbelastingtarief van 0,1% voorgesteld voor de handel in obligaties en aandelen en van 0,01% voor derivaten. Het staat de lidstaten vrij om hogere tarieven toe te passen. De belasting moet bij een transactie door elke partij worden voldaan.

Waarom stelt de Commissie deze specifieke tarieven voor?

De Commissie heeft besloten minimumtarieven voor te stellen om enerzijds het risico van verhuizing te beperken en anderzijds opbrengsten voor de EU en de lidstaten te garanderen.

Waar wordt de belasting toegepast?

De belasting wordt toegepast op het grondgebied van de 27 lidstaten van de Europese Unie. Zij is van toepassing op alle financiële transacties op voorwaarde dat ten minste een van de partijen bij de transactie in een lidstaat van de EU is gevestigd en op voorwaarde dat een in een lidstaat gevestigde financiële instelling bij de transactie is betrokken.

In gevallen waarin EU-landen een nationale belasting op financiële transacties heffen, moet deze belasting in overeenstemming met de EU-voorschriften zijn. Alle EU-landen moeten de minimumbelastingtarieven voor de verschillende soorten transacties naleven.

Hoe werkt de belastingheffing op een transactie in de praktijk?

Beide partijen bij de transactie betalen hun deel van de belasting in het land waar zij gevestigd zijn of worden verondersteld gevestigd te zijn.

Hoe spoort een dergelijke belasting met de belastingstelsels van de lidstaten?

België, Cyprus, Frankrijk, Finland, Griekenland, Ierland, Italië, Roemenië, Polen en het Verenigd Koninkrijk hebben al een vorm van belasting op financiële transacties. Zij moeten hun nationale voorschriften wellicht aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met de door de Commissie voorgestelde richtlijnen. Dit houdt in dat de lidstaten het minimumtarief moeten hanteren en de belastinggrondslag moeten harmoniseren zoals bepaald in de EU-voorschriften voor de belasting op financiële transacties. Andere lidstaten zullen de door de Commissie voorgestelde belasting nog in moeten voeren.

4. Opbrengst van de belasting op financiële transacties

Waar worden de opbrengsten van een belasting op financiële transacties voor gebruikt?

Zoals elke andere vorm van belasting draagt een belasting op financiële transacties bij aan de overheidsfinanciën, die aan het algemeen belang worden besteed. In het geval van een financiële belasting op EU-niveau, kan een deel voor de EU-begroting worden gebruikt en een ander deel kan bijdragen om de begrotingen van de lidstaten te financieren. Hoewel de EU-begroting en de nationale begrotingen opbrengsten normaal gesproken niet aan een specifiek beleid toewijzen, is het zo dat een aanzienlijk deel van de EU-begroting wordt besteed aan groei en werkgelegenheid en aan de aanpak van wereldwijde uitdagingen zoals ontwikkeling en klimaatverandering.

Hoe worden de opbrengsten geïnd?

De belasting wordt direct door de financiële instellingen aan de lidstaten betaald op basis van de verrichte transacties en vóór verrekening en afwikkeling. Het gaat normaal gesproken om elektronische transacties en in dat geval wordt de belasting op dezelfde dag betaald als waarop de transactie plaatsvindt. Als het geen elektronische transactie betreft, wordt de belasting op financiële transacties binnen drie werkdagen voldaan om de handmatige verwerking van transacties mogelijk te maken en tegelijkertijd oneerlijke kasstroomvoordelen te voorkomen.

De financiële instellingen die de belasting op financiële transacties moeten betalen, dienen aangifte te doen bij de fiscus. De lidstaten dienen de nodige maatregelen te nemen om belastingontduiking te voorkomen. Tot die maatregelen behoren: registratie van financiële instellingen, boekhouding en verslaglegging om de betalingen zeker te stellen, het ter beschikking stellen van relevante gegevens over de financiële transacties aan de fiscus en controle of het juiste bedrag aan belastingen is betaald.

Welk bedrag levert de belasting naar schatting op?

Op basis van een tarief van 0,1% voor obligaties en aandelen en 0,01% voor de overige soorten transacties zoals derivaten, kan deze heffing een bedrag van ongeveer 57 miljard euro per jaar opleveren.

Waarom stelt de Commissie voor om een deel van de opbrengst van een belasting op financiële transacties te gebruiken als een toekomstige bron voor eigen middelen voor de EU-begroting?

In haar voorstel voor het komende financiële kader (2014-2020) heeft de Commissie twee nieuwe bronnen voor eigen middelen voorgesteld: een belasting op financiële transacties en een gemoderniseerd btw-stelsel. Het nieuwe stelsel van eigen middelen van de Commissie wordt eerlijker omdat er een transparantere koppeling tussen de EU-beleidsdoelstellingen en de financiering van de EU kan worden gemaakt. De belasting op financiële transacties kan de bijdragen van de lidstaten aanzienlijk verlagen en draagt zodoende bij aan de inspanningen van de lidstaten om begrotingsconsolidatie te bereiken. De nieuwe eigen middelen kunnen tegen het jaar 2020 naar verwachting tot bijna de helft van de EU-begroting oplopen, terwijl het deel aan bni-bijdragen van de lidstaten van het huidige driekwart naar ongeveer een derde zal dalen (IP/11/799, MEMO/11/468).

Wie profiteert ervan en op welke manier?

Alle burgers en ondernemingen profiteren van deze belasting via extra overheidsopbrengsten die voor het genereren van meer economische groei en de welvaart in de EU kunnen worden gebruikt. De lidstaten profiteren ook van deze nieuwe bron van overheidsinkomsten, zowel wat de directe financiering van hun eigen begroting als wat een lagere bijdrage aan de EU-begroting betreft.

Ten slotte kan de belasting op financiële transacties uitgroeien tot een nieuwe bron van “eigen middelen” voor de Europese Unie om beleid te financieren dat van belang is voor iedereen.

5. Het beperken van de risico´s

Hoe beperkt het voorstel het risico dat de belasting op de consument wordt afgewenteld?

De Commissie stelt voor dat de belasting alleen betrekking heeft op transacties als er financiële instellingen bij betrokken zijn. Het doel is om de financiële sector te belasten, niet de klanten ervan. Het streven is dat de belasting op 85% van de transacties tussen financiële instellingen van toepassing is.

Als particuliere huishoudens en bedrijven echter overgaan tot de aan- of verkoop van financiële producten, kunnen de financiële instellingen de belasting doorberekenen. Voor de aankoop van aandelen ter waarde van 10 000 euro kunnen banken bijvoorbeeld 10 euro in rekening brengen, wat niet buitensporig is.

Welke risico´s brengt de invoering van een dergelijke belasting met zich mee? En welke oplossingen worden voorgesteld om deze risico 's te beperken?

De belangrijkste risico´s zijn de effecten van de belasting (d.w.z. wie draagt de uiteindelijke lasten van de belasting), de verhuizing van financiële instellingen naar andere landen, economische verstoringen en een mogelijk verlies aan concurrentievermogen. Om deze risico 's te beperken, voorziet het voorstel in lage belastingtarieven (gedifferentieerd naar productgroep), een zeer brede belastinggrondslag, passende criteria om de territoriale toepassing van de belasting te bepalen (te belasten op de vestigingsplaats van de financiële instelling) en een geharmoniseerd toepassingsgebied.

6. Volgende stappen

Wat zijn de volgende stappen?

Het voorstel moet nu worden besproken en unaniem worden goedgekeurd door de lidstaten in de Raad van ministers van de EU, na advies van het Europees Parlement. De Commissie zal tegelijkertijd onderzoeken hoe een belasting op financiële transacties op mondiaal niveau ingevoerd kan worden, in het bijzonder samen met haar internationale partners in de G20.

Wanneer treedt het voorstel in werking?

De Commissie stelt voor dat de belasting vanaf 1 januari 2014 van kracht wordt, maar dit is afhankelijk van de vraag wanneer de Raad het voorstel goedkeurt.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website