Navigation path

Left navigation

Additional tools

MEMO/11/503

Brussel, 13 juli 2011

Vragen en antwoorden over de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid

Het algemene doel van de Commissievoorstellen voor een modern en eenvoudiger gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) bestaat erin de visserij duurzaam te maken vanuit zowel ecologisch, economisch als sociaal oogpunt. Met het nieuwe beleid zullen de visbestanden worden teruggebracht op duurzame niveaus door een einde te maken aan de overbevissing en de vangstmogelijkheden vast te stellen op basis van wetenschappelijk advies. Op lange termijn zal dit de EU-burger een stabiel, veilig en gezond voedselaanbod garanderen. Doel is voorts de visserijsector nieuwe welvaart te brengen, een einde te maken aan de afhankelijkheid van subsidies en nieuwe mogelijkheden te creëren op het vlak van werkgelegenheid en groei in kustgebieden.

Waarom is een nieuw beleid noodzakelijk?

Het Europese visserijbeleid is dringend aan hervorming toe. De vangsten staan niet in verhouding tot de reproductiecapaciteit, waardoor individuele visbestanden worden uitgeput en het mariene ecosysteem wordt bedreigd. Drie op vier bestanden worden momenteel overbevist (82% van de bestanden in de Middellandse Zee en 63% van de bestanden in de Atlantische Oceaan). De visserijsector kampt met kleinere vangsten en gaat een onzekere toekomst tegemoet.

Tegen deze achtergrond stelt de Commissie een ambitieuze hervorming van het beleid voor. Met deze hervorming wordt beoogd de voorwaarden te scheppen voor een betere toekomst voor de visbestanden en de visserij, alsook voor het ondersteunende mariene milieu.De hervorming zal bijdragen tot de Europa 2020-strategie en het beleid zal worden ontwikkeld als onderdeel van de bredere maritieme economie. De beleidslijnen voor de zeeën en kustgebieden van de EU zullen beter op elkaar worden afgestemd door te werken aan een solide economische rentabiliteit van de sector, inclusieve groei en een versterkte cohesie in de kustgebieden.

Duurzaamheid staat in de voorgestelde hervorming centraal. Duurzaam vissen betekent vissen op niveaus die de reproductie van de bestanden niet in gevaar brengen en hoge opbrengsten op lange termijn opleveren. Dit vereist een beheer van de hoeveelheid vis die door de visserij uit zee wordt gehaald. De Commissie stelt voor dat de bestanden tegen 2015 op duurzame niveaus worden geëxploiteerd. Deze laatste worden gedefinieerd als het hoogste vangstniveau dat jaar na jaar zonder gevaar kan worden gerealiseerd en de vispopulatie op een maximaal productiviteitsniveau handhaaft. Dit is de zogenoemde "maximale duurzame opbrengst" (MSY). Deze doelstelling is neergelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, en is tijdens de wereldtop over duurzame ontwikkeling aangenomen als een tegen 2015 op wereldniveau te halen streefdoel.

Uit ramingen1 blijkt dat de omvang van de bestanden bij een dergelijke exploitatie met ongeveer 70% zou toenemen. De totale vangsten zouden met ongeveer 17% toenemen, winstmarges zouden kunnen worden verdrievoudigd, het rendement op investeringen zou zes maal hoger liggen en de bruto toegevoegde waarde voor de vangstsector zou toenemen met bijna 90%, wat overeenkomt met 2,7 miljard euro over de komende tien jaar.

Dankzij een duurzame visserij zou de vangstsector bovendien niet langer afhankelijk zijn van overheidssteun en zouden stabiele prijzen onder transparante voorwaarden haalbaarder zijn, wat de consument duidelijke voordelen zou opleveren. Een sterke, efficiënte en economisch levensvatbare sector die onder marktvoorwaarden opereert, zou een belangrijkere en actievere rol spelen bij het beheer van de bestanden.

Hoofdelementen van de nieuwe voorstellen

Meerjarig op ecosystemen gebaseerd beheer

Om de visserijsector in Europa weer levenskrachtig te maken, moet het mariene milieu efficiënter worden beschermd. Om de gevolgen van de visserijactiviteiten voor de mariene ecosystemen te beperken, zal de EU-visserij voortaan worden beheerd aan de hand van meerjarenplannen en zullen de beleidslijnen worden uitgezet op basis van de ecosysteemaanpak en het voorzorgsbeginsel. De visserijsector zal over een betere en stabielere basis beschikken voor planning en investeringen op lange termijn. Hierdoor zullen de hulpbronnen worden beschermd en de lange-termijnopbrengsten worden gemaximaliseerd.

De huidige meerjarige beheersplannen voor één enkel bestand moeten voortaan voor visserijen gelden, zodat met minder plannen meer visbestanden worden bestreken en tegen 2015 duurzame niveaus kunnen worden bereikt. Voor bestanden die niet onder een plan vallen, zullen door de Raad vangstmogelijkheden en andere instandhoudings- en technische maatregelen worden vastgesteld als onderdeel van het voorgestelde instrumentarium.

Verbod op teruggooi

Teruggooi, d.w.z. het overboord gooien van ongewenste vis, wordt op 23% van de totale vangsten geschat (en in sommige visserijen zelfs aanzienlijk meer!). Deze onaanvaardbare praktijk zal geleidelijk worden afgeschaft volgens een nauwkeurig tijdschema voor de tenuitvoerlegging, in combinatie met een aantal flankerende maatregelen. Vissers zullen voortaan verplicht zijn alle vangsten van commerciële soorten aan te landen. Ondermaatse vis mag niet worden verkocht voor menselijke consumptie.

De lidstaten moeten erop toezien dat hun vissersvaartuigen zo zijn uitgerust dat alle visserij- en verwerkingsactiviteiten volledig kunnen worden gedocumenteerd zodat kan worden gecontroleerd of de verplichting tot aanlanding van alle vangsten wordt nageleefd.

Deze aanpak zal betrouwbaarder gegevens over visbestanden opleveren, een beter beheer ondersteunen en het rendement van de hulpbronnen verbeteren. Vissers zullen ook worden gestimuleerd om ongewenste vangsten te vermijden door middel van technische oplossingen zoals selectiever vistuig.

Naar een rendabeler visserij

Vanaf 2014 zal voor vaartuigen met een lengte van ten minste 12 meter en voor alle vaartuigen met gesleept vistuig een systeem van overdraagbare vangstquota, “visserijconcessies” genoemd, worden ingevoerd. Deze visserijconcessies, die zijn gebaseerd op op EU-niveau overeengekomen beginselen, zullen door de lidstaten op transparante wijze worden verdeeld en de eigenaar ervan recht geven op een aandeel in de jaarlijkse nationale vangstmogelijkheden. Marktdeelnemers zullen hun aandelen kunnen leasen of ruilen binnen hun lidstaat, maar niet tussen verschillende lidstaten. De visserijconcessies hebben een minimale geldigheidsduur van 15 jaar, maar kunnen vroegtijdig worden ingetrokken in geval van een ernstige inbreuk door de houder ervan. De lidstaten kunnen een reserve aanleggen en vergoedingen voor het gebruik van de concessies vaststellen.

Het nieuwe systeem zal de visserijsector een perspectief op lange termijn, alsook meer flexibiliteit en een grotere verantwoordelijkheid bieden, en tevens de overcapaciteit beperken. Sommige marktdeelnemers zullen worden gestimuleerd om hun visserijconcessies te verhogen, terwijl anderen de sector wellicht zullen verlaten. Volgens prognoses zullen de inkomens dankzij het systeem tegen 2022 met meer dan 20% en de lonen van de bemanning met 50 tot meer dan 100% stijgen2.

Steun voor kleinschalige visserijen

In de EU is de kleinschalige vloot goed voor 77% van de totale EU-vloot wat het aantal vaartuigen betreft, maar slechts voor 8% wat de tonnage betreft (grootte van het vaartuig) en 32% wat het motorvermogen betreft. Kleinschalige kustvisserijen spelen vaak een belangrijke rol bij de sociale structuur en de culturele identiteit van tal van Europese kustgebieden. Zij hebben derhalve bijzondere steun nodig. Dankzij het hervormde GVB zullen de lidstaten tot 2022 het recht hebben om de visserij te beperken in een zone van 12 zeemijl vanaf de kustlijn. Kleinschalige visserijen kunnen ook worden vrijgesteld van de regeling inzake overdraagbare visserijconcessies. Het toekomstige financiële instrument voor de visserij zal maatregelen ten behoeve van kleinschalige visserijen omvatten en zal de plaatselijke economieën helpen zich aan de veranderingen aan te passen.

Ontwikkeling van een duurzame aquacultuur

Een beter kader voor de aquacultuur zal de productie en het aanbod van schaal- en schelpdieren in de EU verhogen, de afhankelijkheid van ingevoerde vis verminderen en de groei in kust- en plattelandsgebieden bevorderen. Tegen 2014 zullen de lidstaten nationale strategische plannen opstellen om de administratieve belemmeringen weg te nemen en de milieu-, sociale en economische normen voor de sector gekweekte vis te handhaven. Er zal een nieuwe adviesraad voor aquacultuur worden opgericht die advies moet verstrekken over sectorgerelateerde kwesties. De ontwikkeling van de aquacultuur heeft een duidelijke EU-dimensie: strategische keuzes op nationaal niveau kunnen namelijk van invloed zijn op ontwikkelingen in aangrenzende lidstaten.

Verbetering van de wetenschappelijke kennis

Betrouwbare en actuele informatie over de toestand van de levende rijkdommen van de zee is essentieel om verantwoorde beheersbeslissingen en een efficiënte tenuitvoerlegging van het hervormde GVB te ondersteunen. Het voorstel bevat de fundamentele voorschriften en verplichtingen voor de lidstaten inzake gegevensverzameling, beheer, de beschikbaarheid van gegevens en toegangsbepalingen voor de Commissie. De lidstaten zullen worden belast met het verzamelen, bewaren en uitwisselen van wetenschappelijke gegevens over visbestanden en de gevolgen van de visserij op het niveau van het zeebekken. Er zullen nationale onderzoeksprogramma's worden opgezet om deze activiteit te coördineren.

Een gedecentraliseerd bestuur

Met het voorstel van de Commissie worden de rol en de verplichtingen van alle actoren verduidelijkt en worden besluiten dichter bij de visgronden gebracht. EU-wetgevers zullen voortaan nog slechts het algemene kader, de fundamentele beginselen, de algemene streefdoelen, de prestatie-indicatoren en de termijnen vaststellen, waardoor een einde komt aan het microbeheer vanuit Brussel. De lidstaten zullen dan beslissen over de eigenlijke uitvoeringsmaatregelen en zullen samenwerken op regionaal niveau. Het voorstel bevat bepalingen die moeten garanderen dat de betrokken lidstaten compatibele en efficiënte maatregelen vaststellen. Er wordt voorzien in een noodmechanisme op grond waarvan de Commissie kan optreden in gevallen waarin de lidstaten het niet eens kunnen worden of de streefdoelen niet worden gehaald.

Nieuw marktbeleid – responsabilisering van de sector en betere consumenteninformatie

Het voorgestelde pakket omvat een voorstel voor een nieuw marktbeleid om ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het nieuwe GVB. Doel is het concurrentievermogen van de EU-visserijsector te versterken, de transparantie van de markten te verbeteren en te zorgen voor een gelijk speelveld voor alle in de Unie op de markt gebrachte producten.

Het omvat ook een modernisering van de interventieregeling, aangezien het spenderen van overheidsmiddelen om vis te vernietigen, niet langer kan worden gerechtvaardigd. Het huidige systeem zal worden vervangen door een vereenvoudigd opslagmechanisme, dat producentenorganisaties in de mogelijkheid zal stellen visserijproducten op te kopen wanneer de prijzen onder een bepaald niveau komen te liggen, en de producten op te slaan om ze in een later stadium op de markt te brengen. Dit zal de marktstabiliteit bevorderen.

Producentenorganisaties zullen ook een belangrijkere rol toebedeeld krijgen op het gebied van beheer, toezicht en controle op gezamenlijke basis. Dankzij een betere afzet van EU-visserij- en aquacultuurproducten zal verspilling kunnen worden tegengegaan en zullen de producenten feedback krijgen over de markt.

Dankzij nieuwe handelsnormen inzake etikettering, kwaliteit en traceerbaarheid zal de consument duidelijker worden geïnformeerd en zal hij duurzame visserijen beter kunnen steunen. Bepaalde vermeldingen op het etiket zullen verplicht worden, bijvoorbeeld om een duidelijk onderscheid te maken tussen visserijproducten enerzijds en aquacultuurproducten anderzijds; andere vermeldingen kunnen op vrijwillige basis worden aangebracht.

Een modern en aangepast financieel instrument

Om de duurzaamheidsdoelstellingen van het nieuwe GVB te ondersteunen, zal financiële bijstand van de EU worden verleend. De financiële bijstand zal worden gekoppeld aan de naleving van de voorschriften, en dit beginsel zal zowel voor de lidstaten als voor de marktdeelnemers gelden.

Voor de lidstaten kan niet-naleving resulteren in een onderbreking, opschorting of financiële correctie van de financiële bijstand van de EU. Voor marktdeelnemers kunnen ernstige inbreuken leiden tot een uitsluiting van financiële bijstand of tot financiële correcties. Bovendien worden de lidstaten door het voorstel verplicht om bij de toekenning van financiële bijstand rekening te houden met het recente gedrag van de marktdeelnemers (met name de afwezigheid van ernstige inbreuken).

Later in 2011 zal een voorstel voor een nieuw financieel instrument, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, voor de periode 2014-2020 worden ingediend. In het kader van het meerjarig financieel kader heeft de Commissie een budget van 6,7 miljard euro voor dit fonds voorgesteld.

Meer internationale verantwoordelijkheid

Bijna 85% van de visbestanden in de wereld waarvoor informatie beschikbaar is, wordt volgens de FA0 hetzij volledig bevist, hetzij overbevist. Als 's werelds grootste importeur van visserijproducten (uitgedrukt in waarde) moet de EU zowel op internationaal als op Europees niveau handelen. Het externe visserijbeleid moet integrerend deel uitmaken van het GVB. In internationale en regionale organisaties zal de EU dan ook pleiten voor de beginselen van duurzaamheid en instandhouding van visbestanden en voor mariene biodiversiteit. Om illegale visserij te bestrijden en overcapaciteit terug te schroeven, zal zij allianties oprichten en acties ondernemen met belangrijke partners.

In bilaterale visserijovereenkomsten met derde landen zal de EU duurzaamheid, goed bestuur en de beginselen van democratie, mensenrechten en de regels van de rechtsstaat promoten. De bestaande partnerschapsovereenkomsten inzake visserij zullen worden vervangen door duurzamevisserijovereenkomsten die moeten garanderen dat de visbestanden op basis van betrouwbaar wetenschappelijk advies worden geëxploiteerd en dat alleen het resterende deel van een bestand wordt bevist dat het partnerland zelf niet kan of wil bevissen. In het kader van de duurzamevisserijovereenkomsten zullen partnerlanden worden gecompenseerd voor het verlenen van toegang tot hun visbestanden en zal hun financiële bijstand worden verleend voor de tenuitvoerlegging van een duurzaam visserijbeleid.

Nieuwe voorschriften inzake controle en handhaving?

Het voorstel is consistent met de nieuwe controleregeling van de EU van 2010, en bevat de essentiële elementen van de controle- en handhavingsregeling van het GVB. In het licht van de invoering van de aanlandingsverplichting die erop gericht is teruggooi te vermijden, wil de Commissie voorzien in verplichtingen inzake toezicht en controle, met name met betrekking tot een volledig gedocumenteerde visserij, alsook in proefprojecten inzake nieuwe technologieën voor visserijcontrole die bijdragen tot een duurzame visserij.

Wanneer gaat de hervorming in?

De nieuwe voorschriften zullen van kracht worden zodra de Raad van Ministers en het Europees Parlement over de voorstellen hebben gestemd. De tenuitvoerlegging zal geleidelijk gebeuren omdat de sector de tijd moet krijgen om zich aan te passen en de nieuwe regels met succes toe te passen. De hervorming voorziet evenwel in duidelijke termijnen. De nagestreefde datum voor de goedkeuring en de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving is 1.1.2013.

Zie ook: IP/11/873

1 :

Effectbeoordeling bij het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid

2 :

Effectbeoordeling bij het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website