Navigation path

Left navigation

Additional tools

MEMO/11/469

Brussel, 29 juni 2011

Het geld op de juiste plaats - Wat de EU-begroting u oplevert

De begroting van de Europese Unie voegt een belangrijke meerwaarde toe aan het dagelijkse leven van de 500 miljoen inwoners van de EU. Het is een kleine begroting (circa 1% van het bruto nationaal inkomen van de EU), waarmee concrete resultaten worden geboekt op terreinen waar investeringen door de EU een hogere return opleveren. Deze MEMO geeft een aantal voorbeelden van waar de huidige EU-begroting het verschil heeft gemaakt.

Inhoudstafel

1. Een stimulans voor groei en werkgelegenheid 2

De Europese landen met elkaar verbinden: Energie 2

De Europese landen met elkaar verbinden: vervoer 4

De Europese landen met elkaar verbinden: telecommunicatie en ICT 6

Investeren in de mensen van Europa: Onderzoek 7

Investeren in Europa's burgers: werkgelegenheid en sociale zaken 9

Investeren in Europa's burgers: onderwijs 11

Investeren in Europa's regio's: het cohesiebeleid 12

2. Een veiliger Europa voor de burgers 14

Veiligere grenzen 14

Veiliger voedsel: landbouw, visserij en gezondheid 17

Een veiliger milieu: klimaatactie en milieu 19

Meer veiligheid voor de burger 21

3. Een krachtigere stem voor Europa 23

Handel 23

Uitbreiding en nabuurschapsbeleid 24

Extern optreden 25

Ontwikkelingsbeleid 27

Humanitaire hulp en crisisrespons 28

4. Europese ambtenaren: waar voor uw geld 29

    1. Een stimulans voor groei en werkgelegenheid

Hebt u zich ooit afgevraagd waarom uw hogesnelheidstrein na het overschrijden van een grens binnen de Europese Unie plotseling moet vertragen van 200 km/u tot 90 km/u? Waarom bepaalde gasstromen niet kunnen worden omgekeerd en burgers en ondernemingen gedurende een gascrisis in de kou blijven staan? Of waarom het nog steeds niet gemakkelijk is in het buitenland te studeren en zijn beroepskwalificatie in een andere lidstaat erkend te krijgen? De EU-begroting kan ertoe bijdragen een oplossing te vinden voor deze nog steeds bestaande problemen en hinderpalen. Zij kan helpen de groei en werkgelegenheid te stimuleren door de Europese landen onderling te verbinden, door te investeren in de mensen van Europa en door te investeren in regio's van Europa.

De Europese landen met elkaar verbinden: Energie

De ontwikkeling van de energie-infrastructuur van de Europese Unie is een centraal en cruciaal element van de Europa 2020-strategie en de doelstelling van een Europa dat hulpbronnen op efficiënte wijze gebruikt. De voltooiing van netwerken en het wegwerken van leemten, knelpunten en energie-eilanden zijn essentiële onderdelen voor de ontwikkeling van de interne markt voor energie, voor de energievoorzienings­zekerheid en voor de transmissie van hernieuwbare energie. Zowel burgers als ondernemingen moeten erop kunnen rekenen dat gas en elektriciteit permanent en tegen een redelijk tarief beschikbaar zijn. Het aandeel van de EU-financiering is doorgaans vrij beperkt, maar EU-subsidies kunnen een hefboom zijn om andere openbare en particuliere investeringen vrij te maken. Naar raming was de hefboomwerking van het Europees programma voor economisch herstel van 2009 goed voor ongeveer een tienvoudige financiering.

Een verdubbeling van de transmissiecapaciteit tussen Frankrijk en Spanje: de EU heeft ongeveer een derde betaald van de totale investeringskosten van 700 miljoen euro voor bijna een verdubbeling van de capaciteit van de bestaande hoogspanningslijn tot 2800 MW. Spanje en Frankrijk konden het niet eens worden om die investering alleen te dragen. Het project werd gewoonweg als te duur beschouwd voor de baten die het beide landen zou opleveren. De EU is opgetreden omdat een verdubbeling van de capaciteit baten oplevert voor veel meer dan beide landen. Aangezien hierdoor de Spaanse verbindingen met de rest van Europa verbeteren, zullen burgers en ondernemingen in Duitsland, België, het VK en Italië in de toekomst stroom uit hernieuwbare energiebronnen (zonnepanelen en windturbines) in Spanje kunnen ontvangen. Dit houdt in dat in Europa meer hernieuwbare energie zal worden gebruikt, wat goed is voor het klimaat. Het houdt ook in dat consumenten en bedrijven energie kunnen krijgen tegen een billijk tarief aangezien zonne-energie op goedkopere wijze kan worden geproduceerd in Spanje dan in Noord-Europa, gewoonweg omdat er meer zonnige dagen zijn. Zonder deze verbinding zou Spanje zijn zonne- en windenergie onmogelijk kunnen exporteren.

Omkering van de gasstromen: de EU subsidieert de modernisering van de gashub in Baumgarten, Oostenrijk, en de installatie van compressoren die het transport mogelijk maken van gas uit Duitsland, via Oostenrijk, naar Slowakije, Hongarije, Slovenië en Kroatië. Door 50% van de totale investeringskosten van 13,4 miljoen euro op zich te nemen, verhoogt de EU vanaf 2012 de voorzieningszekerheid van Slowakije, Hongarije, Slovenië en Kroatië. Wanneer zich nog eens een gascrisis voordoet, zal Duitsland gas kunnen leveren aan deze landen. Dit was niet mogelijk tijdens de gascrisis tussen Oekraïne en Rusland in 2009 omdat de bestaande gaspijpleidingen gas uitsluitend van Oost naar West konden transporteren en niet in de andere richting. Zonder de EU had deze modernisering helemaal niet plaatsgevonden aangezien er voor Oostenrijk geen stimulans was om een investering te doen die uitsluitend gebruikers in andere landen ten goede zou komen.

Een nieuwe gaspijpleiding tussen Algerije en Italië: de EU medefinanciert ten belope van 3% (120 miljoen euro) de nieuwe gaspijpleidingen die niet alleen de gasreserves in Algerije verbinden met Italië, maar die ook de gasvoorzieningszekerheid van landen als Slowakije, Tsjechië, Hongarije, Roemenië en Slovenië zullen verbeteren.

De eerste Oost-West-elektriciteitsinterconnector tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk: met EU-steun ten belope van 110 miljoen euro werd een lening van de EIB van 300 miljoen euro verkregen, alsook leningen tegen gunstige voorwaarden van andere banken. De EU-financiering gaf het project de rugdekking van de EU en was een bevestiging van het politieke belang dat de EU hecht aan een verbinding van energie-eilanden met het grotere Europese elektriciteitsnetwerk. Ierland heeft de capaciteit om aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, meer bepaald windenergie, op te wekken. Via de interconnector kan het overschot naar het VK worden uitgevoerd. Het tegen 2012 te voltooien project zou nooit gerealiseerd zijn zonder de stimulans van de EU-subsidie.

De Estlink-2-elektriciteitsinterconnectie tussen Finland en Estland: in maart 2010 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een subsidie ten belope van 100 miljoen euro ter ondersteuning van de aanleg van de Estlink-2-elektriciteitskabel met een capaciteit van 650 megawatt tussen Estland en Finland. Die kabel zal in 2014 in gebruik worden genomen. De Estlink-2-verbinding, die naar schatting 320 miljoen euro zal kosten, vormt de grootste investering ooit in het elektriciteitsnetwerk van Estland. De kabel wordt gezamenlijk aangelegd door de elektriciteitssysteembeheerder van Estland en de Finse tegenhanger daarvan. Dankzij een verdubbeling van de capaciteit tussen beide landen zal het project aanmerkelijk bijdragen tot de verdere integratie van de energiemarkten van de noordse en de Oostzeelanden. Het zal ook de energievoorzieningszekerheid in de Oostzeelanden versterken.

De Europese landen met elkaar verbinden: vervoer

Het vervoersbeleid van de Europese Unie heeft als doel de nodige vervoersinfrastructuur en -verbindingen te creëren voor de eengemaakte markt, om het vrije verkeer van mensen en goederen te verzekeren en om de groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de Unie te ondersteunen. In het verleden zijn de vervoerssystemen in Europa grotendeels vanuit een nationaal perspectief opgezet. Hierdoor ontbreken grensoverschrijdende schakels of delen van belangrijke corridors. Ontoereikende transportverbindingen belemmeren de economische groei. Anderzijds levert elk miljoen euro dat de EU via het TEN-V-budget investeert 5 miljoen euro investeringen door de lidstaten op. Bovendien staat tegenover elk miljoen euro van de Unie 20 miljoen van de particuliere sector. Investeringen om de 20 tot 25 belangrijkste knelpunten weg te werken en tussen 2014 en 2020 een Europees kernnetwerk van vervoersverbindingen tot stand te brengen, zullen de economische groei sterk aanwakkeren en tot 2,9 miljoen nieuwe banen scheppen. Op dit moment vormt ook de interoperabiliteit een belangrijke uitdaging. De nationale systemen (spoorbreedte, veiligheidscertificering, elektrificatie, seingeving) zijn onderling verschillend. Vliegtuigen moeten in elk land dat ze doorkruisen verschillende luchtverkeersleiders contacteren. Dergelijke technische belemmeringen veroorzaken overlappingen en vertragingen en zijn bijzonder duur en inefficiënt. Sinds de jaren 1970 voert Europa een beleid om belangrijke vervoersverbindingen te creëren en de talrijke knelpunten en belemmeringen die het vrij verkeer van goederen en mensen in de weg staan, weg te werken. Dankzij dit beleid is reeds grote vooruitgang geboekt.

De liberalisering van de luchtvaart in de EU heeft de sector ingrijpend veranderd. Indien de EU haar markten in de jaren 1990 niet had opengesteld, zou er nu geen sprake zijn van low-costmaatschappijen. Terwijl er in 1990 nog geen enkele low-costmaatschappij was, zijn de 20 low-costmaatschappijen tegenwoordig goed voor 40,2% van de interne EU-markt. Dankzij de liberalisering van de luchtvaart beschikken miljoenen consumenten over een veel ruimere keuze aan vliegroutes tegen veel scherpere prijzen. De liberalisering heeft het aantal passagiers en routes sterk doen toenemen. Het aantal lijndienstmaatschappijen is toegenomen van 135 tot 152 en het gemiddelde aantal vliegroutes in de Unie is tussen 1992 en 2010 met 140% gestegen: van 1680 tot 4000. Tegelijk is de concurrentie scherper: het aantal routes waarop meer dan twee maatschappijen vliegen is met 415% gestegen van 93 tot 479 (bron: Official Airline Guide). Het aantal passagiers binnen de Unie is gestegen van 367 miljoen in 2000 tot 480 miljoen in 2009.

Aanleggen van missing links, moderniseren van infrastructuur: de EU verleent reeds lang medefinanciering – en spoort de lidstaten aan tot grote investeringen – voor de aanleg van ontbrekende schakels en de modernisering van belangrijke vervoersschakels en corridors. Deze ontbrekende schakels zouden wellicht niet door de individuele lidstaten op eigen initiatief worden gebouwd en vergen Europese steun en coördinatie, soms tussen meerdere lidstaten.

Malmö – Kopenhagen: de Øresundbrug is de langste gecombineerde weg- en spoorbrug in Europa. De brug werd heeft 2,7 miljard euro gekost en is op 1 juli 2000 in gebruik genomen. De geraamde budgetten werden niet overschreden. De EU verleende 127 miljoen euro subsidie. Het spoorvervoer is sinds 2001 met 230% toegenomen. In 2009 werden 11,2 miljoen treinpassagiers geteld. In datzelfde jaar reden 7 miljoen voertuigen over de Øresundbrug. Dankzij de nieuwe verbinding zijn steeds meer bedrijven aan beide zijden van de Øresund actief. Enkele van de meest geslaagde samenwerkingsverbanden zijn de Øresunduniversiteit en de "Øresund Science Region". De vaste Øresundverbinding toont aan hoe belangrijk infrastructuur is voor de werking van de interne markt.

Het hogesnelheidsnetwerk Parijs/Londen – Brussel – Keulen/Amsterdam: het eerste grensoverschrijdende Europese hogesnelheidsnetwerk tussen Parijs, Brussel, Keulen, Amsterdam en Londen was in 2007 klaar. Dit HST-netwerk heeft voor aanzienlijke tijdwinst gezorgd tussen de vijf landen en biedt passagiers een reëel alternatief voor het vliegtuig en de auto. De reistijden zijn meer dan gehalveerd (bv. Brussel-Parijs in 1.22 uur in plaats van meer dan 3 uur en Brussel-Londen in 1.50 uur tegenover meer dan 5 uur). In talrijke gevallen heeft de nieuwe hogesnelheidslijn de traditionele vliegtuigroutes volledig vervangen. Het project heeft een grote modale verschuiving van het vliegtuig en de auto naar de trein teweeggebracht. Het aantal passagiers van Eurostar en Thalys is toegenomen van 6,5 miljoen in 1995 tot 15,3 miljoen in 2009. Luchtvaartmaatschappijen vliegen niet langer tussen Parijs en Brussel aangezien de trein sneller is dan het vliegtuig. De Unie verleende via het TEN-V-programma 720 miljoen euro subsidie en de EIB verstrekte een lening van 1,8 miljard euro. De totale kostprijs van het project bedroeg 17,3 miljard euro.

Het Europees gemeenschappelijk luchtruim

Het Europese luchtruim en onze luchthavens raken verzadigd. Zonder aanzienlijke investeringen om de invoering van het Europese luchtverkeersbeheer te ondersteunen (het gemeenschappelijk Europees luchtruim) slibben onze luchthavens dicht. Concreet zal op 19 luchthavens tegen 2030 het hele jaar acht uur per dag de capaciteitsgrens worden bereikt. Dat heeft gevolgen voor 50% van alle aankomende of vertrekkende vluchten en soms op zowel het vertrek als de aankomst. In 2007 flirtten slechts 5 luchthavens met de capaciteitsgrens, met een impact op 17% van de vluchten. Indien Europa geen maatregelen neemt, zal een groot deel van de potentiële vraag niet kunnen worden opgevangen en zal het aantal regelmatige vertragingen en geschrapte vluchten enorm toenemen. In dat geval zullen de congestiekosten tegen 2050 met ongeveer 50% stijgen. Het belangrijkste probleem is het archaïsche luchtverkeersbeheersysteem, waarvan de basistechnologie nog uit de jaren 1950 stamt. Europa heeft echter een nieuwe oplossing klaar: SESAR is een gemeenschappelijk initiatief van de Europese Commissie, EUROCONTROL en de luchtvaartsector en moet a) de capaciteit van het luchtruim verdrievoudigen, b) de veiligheid met een factor tien verhogen, c) de milieueffecten met 10% verminderen, d) de kosten voor luchtverkeersbeheer met 50% verlagen; en e) de vluchten 10% sneller maken en zorgen voor een halvering van het aantal geannuleerde vluchten.

http://www.youtube.com/watch?v=k-2G_vxso9g

Elektrische auto's worden ontwikkeld en op de markt gebracht. We moeten echter gemeenschappelijk normen ontwikkelen voor elektrische oplaadpunten in de EU zodat u uw auto ook in een andere lidstaat kan opladen. Die werkzaamheden zijn gestart. 42 partners uit het bedrijfsleven, de energiesector, fabrikanten van elektrische voertuigen, gemeenten en universiteiten en onderzoeksinstellingen hebben de krachten gebundeld voor de ontwikkeling en demonstratie van een algemeen aanvaarde en gebruiksvriendelijk oplaadinfrastructuur. Het totale budget voor het "Green eMotion-project" bedraagt 41,8 miljoen euro. De Europese Commissie neemt daarvan 24,2 miljoen euro voor haar rekening. Green eMotion zal de lopende regionale en nationale elektromobiliteitsprojecten bundelen en de resultaten en gekozen technologische opties vergelijken om de beste oplossingen voor de Europese markt naar voren te schuiven.

De Europese landen met elkaar verbinden: telecommunicatie en ICT

Lagere prijzen, meer keuze van hoogwaardige diensten: de Europese consumenten en bedrijven beschikken nu over een ruimere keuze aan kwalitatief goede telefoondiensten die aanzienlijk goedkoper zijn geworden. Dit is het rechtstreekse gevolg van de liberalisering van de telecommunicatiemarkten in de EU en de invoering van meer concurrentie. Mensen kunnen nu kiezen tussen verschillende aanbieders van telecomdiensten en hebben het recht binnen één werkdag van aanbieder te veranderen (met behoud van hetzelfde nummer). Daardoor zijn de tarieven voor nationale gesprekken over de vaste lijn sinds 1998 met meer dan 60% gedaald. De prijzen voor mobiele telefonie zijn tussen 2006 en 2010 gedaald met minstens 30%.

Roaming: Dankzij de door de Commissie voorgestelde wetgeving met de invoering van prijsplafonds zijn de tarieven voor mobiele telefoongesprekken met roaming binnen de EU sinds 2005 gedaald met 73%. Deze plafonds zijn van jaar tot jaar verder omlaag gegaan en de laatste prijsdaling zal plaatsvinden op 1 juli 2011. Daarnaast krijgen consumenten en zakenlieden niet langer te maken met onverwacht hoge facturen voor het downloaden van gegevens over mobiele netwerken – de maandelijkse facturen voor dataverkeer zijn beperkt tot 50 euro tenzij de klant uitdrukkelijk anders heeft bepaald. De Commissie heeft zich tot doel gesteld dat de verschillen tussen de roamingtarieven en de nationale tarieven tegen 2015 vrijwel nul zullen bedragen. Daarom zal de Commissie nieuwe roamingregels voorstellen die vanaf 1 juli 2012 van toepassing moeten worden.

Een digitale interne markt: De Europese Commissie werkt samen met de lidstaten om te komen tot een digitale interne markt. Europese ondernemingen die op het internet opereren, kunnen alleen gedijen in een omgeving zonder grenzen, maar momenteel is Europa een lappendeken van nationale onlinemarkten. De Europese consumenten die de voordelen van een eengemaakte digitale markt willen plukken, worden daarin belemmerd. 60% van de grensoverschrijdende bestellingen die via het internet worden verricht, mislukken. Slechts 8% van de personen die in de EU online kopen, verrichten die aankoop in een ander land. Consumenten zijn vaak niet in staat onlinemuziek legaal te downloaden uit een ander EU-land. Als Europa er niet in slaagt de digitale interne markt te realiseren, zou het in de komende 10 jaar zijn concurrentievoordeel kunnen verliezen. Om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt, is de Commissie de versnippering in de markt aan het wegwerken en versterkt zij de eengemaakte markt.

Ultrasnel internet: Ruim beschikbare en scherp geprijsde ultrasnelle internettoegang is de "digitale zuurstof" die Europa nodig heeft om te groeien en welvarender te worden. Daarom wil de EU alle Europeanen tegen 2013 van basisbreedband voorzien en er tegen 2020 voor zorgen dat i) iedereen in Europa toegang krijgt tot veel sneller internet (30 Mbps of meer) en ii) ten minste 50 % van de Europese huishoudens over een internetverbinding van meer dan 100 Mbps beschikt.

Mobiele telefonie en breedband: 3G en 4G: Dankzij EU-financiering heeft de Europese industrie wereldwijd leiderschap verworven in mobiele en draadloze technologieën en normen. De Europese 3G-norm wordt wereldwijd op meer dan 600 miljoen mobiele telefoons gebruikt. Door een investering van 120 miljoen euro die Europa 10-15 jaar geleden heeft verricht, bestaat er nu een bloeiende markt van producten en diensten voor 3G-telecomruitrusting ter waarde van zowat 250 miljoen euro. Met EU-financiering hebben onderzoekers het eerste concept van de 4G-mobielenetwerkinfrastructuur ontwikkeld. 4G is de nieuwste draadloze technologie voor mobiel internet met snelheden die 10 keer hoger zijn dan in de huidige 3G-netwerken. 4G zal de noodzakelijke snelheden leveren om in de komende 100 jaar te voldoen aan de vraag naar grote bandbreedtes voor diensten en zal de economische ontwikkeling stimuleren. Volgens ramingen zullen in 2016 zowat 500 miljoen personen gebruik maken van 4G-communicatienetwerken. Marktanalisten verwachten dat exploitanten tegen 2013 wereldwijd ongeveer 6 miljard euro zullen investeren in 4G-uitrusting.

Investeren in de mensen van Europa: Onderzoek

Sommige onderzoeksactiviteiten zijn niet alleen erg duur maar moeten ook op zeer grote schaal plaatsvinden om interessante resultaten te kunnen opleveren. Het is belangrijk dat het onderzoek rendeert. Voor bepaalde onderzoeksactiviteiten wordt op EU-niveau samengewerkt, waardoor duplicering van onderzoek wordt vermeden en het mogelijk wordt vaardigheden en kennis te bundelen. Op die manier komt dan ook meer toegevoegde waarde tot stand dan wanneer alleen nationale financieringsbronnen zouden worden aangesproken. Voor elke euro die in het budget van het EU-kaderprogramma wordt uitgetrokken, stijgt de door de industrie geproduceerde toegevoegde waarde met 7 tot 14 euro. De macro-economische effecten van het lopende zevende kaderprogramma (ongeveer 8 miljard euro per jaar) zijn op lange termijn 900.000 banen, waarvan 300.000 in onderzoek, een extra stijging van het bbp met 0,96%, een extra toename van de uitvoer met 1,57% en een vermindering van de invoer met 0,88%.

Alleen door het bundelen van middelen, door gebruik van EU-financieringsprogramma's en door verdere coördinatie van nationale financiering kan de EU de kritische massa in wetenschap en onderzoek bereiken die nodig is om de grootste Europese en mondiale uitdagingen te kunnen aangaan, nu en in de toekomst. Die uitdagingen zijn: klimaatverandering, veiligheid van de energievoorziening en voedselzekerheid, efficiënt gebruik van hulpbronnen, gezondheid en de vergrijzing van de bevolking.

Als we vooruitgang kunnen boeken en oplossingen kunnen vinden voor die uitdagingen zal niet alleen het bestaan van miljoenen Europeanen verbeteren, maar het zal Europa ook een concurrentievoordeel opleveren in de industrieën van de toekomst en voor de producten en diensten die andere landen, geconfronteerd met dezelfde uitdagingen, nodig zullen hebben. Dit betekent ook dat daarmee in Europa duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid ontstaat.

Dankzij het Europese Green Car Initiative (EGCI) beginnen elektrische voertuigen door hun wijdverspreide invoering in Europa een commerciële realiteit te worden. Door 51 onderzoeksprojecten samen te brengen, met deelname van belangrijke apparatuurfabrikanten zoals Siemens naast leidende autofabrikanten zoals Volkswagen en Renault, is het EGCI erin geslaagd de grootste belanghebbende partijen in dezelfde richting te doen bewegen. Het EGCI bestrijkt werkdomeinen zoals Europese normen, netwerken voor elektriciteitsdistributie, slimme ICT-technologieën, snelopladende batterijen met een langere levensduur, en lichtere en sterkere auto-onderdelen. Terwijl olieschaarste dreigt en de druk op autofabrikanten om te "vergroenen" toeneemt, heeft een groot aantal landen ambitieuze doelstellingen voor de invoering van elektrische auto's: China mikt op 50% van de verkochte nieuwe auto's in 2020. De wereldmarkt wordt reusachtig groot en Europa moet een van de grote spelers worden: technologieën voor elektrische auto's kunnen zorgen voor ongekende banengroei en economische ontwikkeling. De totale investeringen in het EGCI bedragen 5 miljard euro, waarvan 4 miljard van de Europese Investeringsbank afkomstig is en 1 miljard euro uitgetrokken is binnen het budget van het EU-onderzoeksprogramma. Europa kan in deze nieuwe sector alleen wereldleider worden door samenwerking, door het vaststellen van gemeenschappelijke normen en door het zoeken naar overeenstemming over de ontwikkeling van onderling compatibele en complementaire technologieën.

EU-financiering brengt privé-investeringen op gang. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de Europese financieringsfaciliteit met risicodeling (Risk-Sharing Finance Facility — RSFF), een vorm van financiering voor grootschalige, hoogriskante technologische projecten met grote potentiële economische en sociale voordelen, levert de EU-bijdrage 12 keer meer aan leningen op en wordt 30 keer meer aan bijkomende investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie op gang gebracht.

Ten gevolge van gericht onderzoek door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) van de Commissie ten belope van 1 miljoen euro daalde de kostprijs voor BSE-tests en kon de rechtstreekse EU-subsidie per test worden teruggebracht van 20 euro tot 7 euro, hetgeen heeft geresulteerd in cumulatieve besparingen op de gemeenschapsbegroting van ongeveer 250 miljoen euro over de periode 2002-2006.

Een eerste proefproject waarin nationale onderzoeksprogramma's en financiering worden gecombineerd om onderzoek naar neurodegeneratieve aandoeningen, en in het bijzonder de ziekte van Alzheimer, vooruit te helpen, werd gelanceerd in 2009. Tot op heden participeren 23 landen. Door een betere coördinatie van de onderzoeksinspanningen binnen de EU zal Europa de maatschappelijke uitdagingen die in dit verband rijzen, efficiënter kunnen aanpakken.

Wij moeten onze middelen en onze kennis voor het onderzoek bundelen als wij daadwerkelijk de concurrentie willen aangaan met de VS en Japan. Die twee landen hebben immers een grotere bevolking en beschikken dus over hogere openbare en particuliere budgetten voor onderzoek en innovatie dan eender welk EU-land. Nieuwe opkomende economieën beginnen ook mee te dingen en halen hun achterstand snel in. Hoewel de Europese investeringen voor onderzoek in de periode 1995 tot 2008 in reële termen met 50% zijn toegenomen, bedroeg de toename 60% in de VS terwijl de investeringen met 75% zijn toegenomen in de vier meest kennisintensieve landen van Azië (Japan, Zuid-Korea, Singapore en Taiwan). Het tempo waarin de investeringen groeien, ligt zelfs hoger in de BRIS-landen (Brazilië, Rusland, India, Zuid-Afrika) met 145% en in China met 855%. Met een dergelijke groei zal China, wat de omvang van de R&D-uitgaven betreft, de EU tegen 2014 inhalen.

Investeren in Europa's burgers: werkgelegenheid en sociale zaken

Ongeveer 10 miljoen Europeanen profiteren jaarlijks van het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het ESF helpt jaarlijks 2 miljoen burgers aan werk. Van al wie tussen 2000 en 2008 werk heeft gevonden, heeft 25% een ESF-opleiding gevolgd. De lidstaten doen nieuwe investeringen die zonder steun van de EU niet mogelijk zouden zijn. Door meer geld te besteden in minder welvarende lidstaten helpt het ESF die landen veel meer in menselijk kapitaal te investeren, wat essentieel is om de kloof met de meest welvarende landen te dichten. Polen ontvangt in de periode 2007-2013 250 euro aan ESF-middelen per persoon, Denemarken slechts 50 euro. Sinds 2000 hebben de lidstaten 80 miljard euro ESF-steun ontvangen oftewel ongeveer 10% van de totale begroting van de Europese Unie. Daarbij komt nog meer dan 40 miljard euro aan nationale en particuliere medefinanciering. In de periode 2000-20081 heeft het ESF aan ongeveer 76 miljoen mensen en 1,7 miljoen organisaties steun verleend. Ongeveer 10 miljoen Europeanen profiteren jaarlijks van het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het ESF helpt jaarlijks 2 miljoen burgers aan werk. Bijna een kwart van de jaarlijks 10 miljoen ESF-deelnemers zijn jongeren. De steun van het ESF komt de werkgelegenheid van jongeren, het ondernemerschap en de mobiliteit van jonge werknemers ten goede, helpt schooluitval bestrijden en verhoogt de scholingsgraad. (3,1 van de 11,0 miljoen in 2009).

Sinds de oprichting ervan in 2006 heeft het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF) 77 aanvragen uit 19 landen voor bijna 353 miljoen euro beheerd. Daarbij werden bijna 75 000 Europese werknemers die hun werk hadden verloren, geholpen bij het volgen van een opleiding of het vinden van werk. Het EGF financiert maatregelen die niet beperkt blijven tot de maatregelen waartoe bedrijven na grootschalige afvloeiingen verplicht zijn. In 2009 heeft 40% van al wie met steun van het EGF een opleiding heeft gevolgd, werk gevonden.

Dankzij de nieuwe microfinancieringsfaciliteit Progress werkt de financiering door de EU als een hefboom voor financiering door internationale financiële instellingen, waardoor microfinanciering tot risicogroepen wordt verruimd en ondernemerschap, de sociale economie en micro-ondernemingen in de EU worden gesteund. Tot eind 2013 bedraagt de bijdrage van de Unie aan de microfinancieringsfaciliteit 100 miljoen euro (2010-2013). De Commissie schat dat de bijdrage van de Unie door als een hefboom voor financiering door andere internationale financiële instellingen (bijvoorbeeld het Europees Investeringsfonds) te werken 500 miljoen euro aan microkredieten kan opleveren.

Als reactie op de economische crisis hebben extra door de EU gefinancierde voorschotten in 2009 voor een onmiddellijke geldinjectie van 6,25 miljard euro gezorgd (1,76 miljard euro voor het ESF en 4,5 miljard euro voor het EFRO), waardoor het mogelijk was snel meer geld aan prioritaire projecten van de lidstaten te besteden, kmo's bij te staan en de meest kwetsbare groepen te ondersteunen.

In Duitsland konden gedeeltelijk werklozen (Kurzarbeiter) in het kader van een door het ESF medegefinancierd programma nieuwe kwalificaties verwerven.

De zaak MG Rover (Verenigd Koninkrijk)

Het in het kader van het project Better West Midlands in Engeland verleende steunpakket is toegesneden op de behoeften van zowel werkgevers als individuele personen. Het pakket omvat individueel advies en steun en toegang tot vaardigheden en opleidingen. Dankzij het Europees Sociaal Fonds kunnen werknemers die worden ontslagen of met ontslag worden bedreigd, profiteren van een ruim aanbod aan steunmaatregelen en opleidingen. Doel is de werknemers optimaal uit te rusten zodat ze onmiddellijk opnieuw werk kunnen vinden. Het project zal ten goede komen aan ongeveer 14 500 werknemers die in de West Midlands actief zijn in de industrie en andere sectoren.

Het EGF verleent steun aan meer dan 3 000 werknemers in Duitsland

In juni 2007 heeft Duitsland EGF-steun aangevraagd nadat 3 303 banen verloren waren gegaan doordat de Taiwanese producent van draagbare telefoons, BenQ, alle financiële steun voor zijn twee Duitse dochterondernemingen had stopgezet en de twee bedrijven insolvent waren geworden. De dochterondernemingen waren gevestigd in München (Beieren), Kamp-Lintfort en Bocholt (Nordrhein-Westfalen). 2 528 van de ontslagen werknemers besloten in dienst te treden van een transferbedrijf om van actievearbeidsmarktmaatregelen te kunnen profiteren. Dankzij het EGF kon de periode van 12 tot 17 maanden worden verlengd en de kwaliteit van de steunmaatregelen worden verbeterd. Uiteindelijk konden 1 879 (oftewel 74%) van de EGF-begunstigden opnieuw werk vinden.

Investeren in Europa's burgers: onderwijs

De EU investeert jaarlijks 2,5 miljard euro in onderwijs, jeugdzaken, cultuur, film en de mobiliteit van onderzoekers (1,8% van de totale begroting van de EU). Dit betrekkelijk kleine percentage van de begroting genereert aanzienlijke resultaten en een belangrijke meerwaarde voor lidstaten die niet over soortgelijke financieringsinstrumenten beschikken. De organisatie van transnationale studentenmobiliteit en de samenwerking tussen onderwijsinstellingen (bijvoorbeeld universiteiten en scholen) verloopt efficiënter op EU-niveau dan via een labyrint van bilaterale initiatieven. Het geld dat via EU-programma's wordt uitgegeven, is gewoonlijk "zaaigeld": het genereert extra particuliere en overheidsmiddelen waardoor vele waardevolle projecten uit de startblokken raken. De ervaring leert dat de financiële middelen van de EU een zeer hoog rendement hebben.

Via het programma Een leven lang leren zal de EU tussen 2007 en 2013 ongeveer 7 miljard euro investeren in transnationale mobiliteit en grensoverschrijdende projecten. Jaarlijks kunnen ongeveer 300 000 Europese studenten en leerkrachten een tijdlang in het buitenland studeren of een opleiding volgen en ongeveer 20 000 onderwijsinstellingen kunnen deelnemen aan transnationale samenwerkingsprojecten. Het programma helpt ook de kloof tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt dichten (vooral via stages in bedrijven). Sinds 1987 hebben 2,5 miljoen studenten via Erasmus steun gekregen om in het buitenland te studeren of een bedrijfsstage te volgen. Uit studies blijkt dat Erasmusstudenten flexibeler en gemotiveerder zijn en hun verblijf in het buitenland komt hun vooruitzichten op de arbeidsmarkt ten goede. Erasmus heeft ook de weg gebaand voor beter vergelijkbare universiteitsprogramma's en de erkenning van studies in het buitenland (het proces van Bologna). Het budget van het programma wordt elk jaar volledig opgebruikt en ongeveer de helft van alle aanvragen moet worden geweigerd.

De EU biedt jaarlijks 8 000 onderzoekers via de Marie Curie-acties de mogelijkheid in het buitenland te werken en stimuleert partnerschappen tussen onderzoekers en bedrijven. Het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) vormt de allereerste poging om de "kennisdriehoek" van onderwijs, onderzoek en innovatie op EU-niveau te versterken. Het EIT zal de "innovatiekloof" in toenemende mate dichten en zo het concurrentievermogen van de EU versterken en banen creëren.

Cultuur: De culturele en creatieve sector is goed voor 4,5% van het BBP van de EU en 3,8% van de werkgelegenheid (een hoger percentage dan voor vele andere sleutelsectoren). Steun van het programma Media voor de distributie van films versterkt het concurrentievermogen van de sector, helpt kleine ondernemingen en creëert zo werkgelegenheid. Het multipliereffect van de Mediasteun in de fimindustrie wordt geraamd op 13 euro inkomsten per geïnvesteerde euro.

Mobiliteit in het kader van bedrijfsstages

Stages in bedrijven of organisaties vormen de snelst groeiende actie binnen het programma Een leven lang leren van Erasmus. In 2009-2010 werden meer dan 35 000 arbeidsstages in het buitenland gesubsidieerd (een jaarlijkse stijging van ruim 17%). Met behulp van een beurs kunnen studenten drie tot twaalf maanden stage lopen in het buitenland. Door een stage in een bedrijf in het buitenland kunnen studenten zich beter voorbereiden op de eisen van de arbeidsmarkt en specifieke vaardigheden ontwikkelen. Bovendien bevorderen stages de samenwerking tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven.

Investeren in Europa's regio's: het cohesiebeleid

Dankzij het cohesiebeleid kunnen armere regio's en landen hun achterstand wegwerken en zich beter in de interne markt integreren. Het is een toekomstgericht investeringsbeleid, dat ook de rest van Europa ten goede komt doordat het over de hele linie groei en werkgelegenheid creëert.

De uitvoer binnen de EU naar door de cohesiefondsen gesteunde regio's is bijvoorbeeld aanzienlijk gestegen. Er bestaat een duidelijk verband tussen het cohesiebeleid en groei in de EU. Uit studies blijkt dat het BBP in de EU-25 in 2009 0,7% hoger was dankzij investeringen in het kader van het cohesiebeleid tijdens de periode 2000-2006. Geraamd wordt dat dit percentage tegen 2020 tot 4% zal stijgen. Voor de EU-15 wordt tegen 2020 een cumulatief netto-effect op het BBP van 3,3% verwacht. Met andere woorden: regionale investeringen leiden tot Europese ontwikkeling. Groei in een armere regio leidt tot de aankoop van goederen en diensten uit een rijkere regio. De ontwikkeling van de interne markt – goed voor 60 à 80% van de uitvoer van de lidstaten en dus in termen van uitvoer aanzienlijk belangrijker dan de markt van derde landen zoals China, India en de VS – wordt hierdoor bevorderd.

Het cohesiebeleid heeft in de periode 2000-2006 voor elke geïnvesteerde euro een rendement van 2,1 euro opgeleverd. Verwacht wordt dat het rendement uiterlijk 2020 tot 4,2 euro per geïnvesteerde euro zal stijgen. Het cohesiebeleid heeft ook bijgedragen aan de werkgelegenheid. Uit ramingen blijkt dat dankzij het cohesiebeleid in de periode 2000-2006 in 2009 5,6 miljoen meer mensen aan het werk waren (oftewel gemiddeld 560 000 per jaar).

In de nasleep van de recente crisis en in landen met een schuldencrisis komt het cohesiebeleid een cruciale rol toe bij het economisch en sociaal herstel. Het cohesiebeleid werkt niet alleen als een hefboom voor investeringen in groeisectoren (bijvoorbeeld energie-efficiency), maar dankzij het beleid kunnen mensen ook een opleiding volgen en hun vaardigheden met het oog op een nieuwe baan verbeteren.

De uitgaven voor cohesie komen meerdere lidstaten ten goede

In 2009 heeft Polen, tijdens de huidige programmeringsperiode de grootste ontvanger van financiële middelen uit hoofde van het cohesiebeleid, een studie2 uitgevoerd naar de voordelen van het cohesiebeleid in Polen voor landen van de EU-15. Uit een overzicht van de aan ondernemingen uit de EU-15 gegunde contracten bleek dat ongeveer 8% van alle contracten in Polen aan ondernemingen uit de EU-15 werd gegund. Veruit de belangrijkste groep waren Duitse ondernemingen. Typisch is dat deze ondernemingen bij grotere Poolse projecten zijn betrokken.

Lahti Clean-Tech Cluster (Finland)

De bijdrage van de EU aan dit project heeft een katalysatoreffect gehad: de innovatie en de ontwikkeling van milieutechnologie werd bevorderd door kleine en grote ondernemingen, onderwijsorganisaties en regionale overheden samen te brengen. De cluster verleent diensten waardoor het voor de 200 deelnemende bedrijven gemakkelijker is om netwerken op te zetten en zich op de internationale markt te begeven.

Het Lahti Science and Business Park, dat de cluster coördineert, is het leidinggevende centrum voor milieutechnologie in Finland geworden. Tussen 2005 en 2007 zijn ongeveer 20 bedrijven en organisaties die op het gebied van schone technologie actief zijn, naar de regio verplaatst. 1,5 miljoen euro uit de EU-begroting is aan dit project besteed. De bedrijfsontwikkeling en de relocatiediensten van het park hebben meer dan 30 miljoen euro aan investeringen en ongeveer 170 nieuwe banen in de regio opgeleverd.

Een nieuwe benadering van hernieuwbare energiebronnen in Güssing (Oostenrijk)

Güssing (een kleine stad in het zuidwesten van Oostenrijk) staat model voor een toekomstgericht hernieuwbare-energiebeleid op plaatselijk vlak dat de economische ontwikkeling van een hele regio nieuwe impulsen geeft. Door hout uit plaatselijke bossen te gebruiken in een met biomassa aangedreven warmtecentrale produceert de stad meer elektriciteit dan ze verbruikt en kan ze de hele regio van energie voorzien. Alleen in de sector van hernieuwbare energiebronnen zijn meer dan 50 bedrijven opgericht en Güssing heeft de kooldioxide-emissies sinds 1995 met 100% verlaagd.

Dankzij de beschikbaarheid van 30% goedkopere warmte zijn in en rond de stad meer dan 1 000 nieuwe banen gecreëerd (waarvan 100 in een nieuw kantoorgebouw waarin het European Centre for Renewable Energy is gehuisvest). Om de uitwisseling van ervaring op het gebied van hernieuwbare energiebronnen te vergemakkelijken, is een netwerk opgezet van onder meer regionale, nationale en internationale partners.

De EU heeft 461 000 euro uit de EU-begroting aan dit project bijgedragen.

    2. Een veiliger Europa voor de burgers

De grenzen en het grensverkeer stellen de Europeanen dagelijks voor heel wat kleine en grote problemen. Het is de taak van de EU te zorgen voor een ruimte van recht, rechten en rechtvaardigheid die het dagelijkse leven van de burgers vergemakkelijkt. Wat de buitengrenzen betreft, hebben de recente gebeurtenissen in het Zuidelijke Middellandsezeegebied niet alleen aangetoond dat Europa de democratische omwentelingen in de Arabische wereld ondubbelzinnig moet steunen, maar ook dat meer samenwerking en solidariteit vereist zijn om de tienduizenden migranten die in Europa aankomen, op te vangen. Ook de milieu-uitdagingen houden niet bij onze grenzen op en kunnen het beste met actie en steun op Europees niveau worden aangepakt. Een groenere economie zal gemakkelijker tot stand kunnen worden gebracht met actie en steun op Europees niveau om investeringen in eco-innovatie, een efficiënt gebruik van hulpbronnen en klimaatactie te stimuleren. Het aanbod van levensmiddelen is overal in de EU bijzonder uitgebreid en dat is een goede zaak. Daarvoor zijn overkoepelende Europese systemen en regels nodig inzake voedselveiligheid, consumentenbescherming en diergezondheid. De beste manier om te waarborgen dat onveilige producten de Unie niet binnenkomen, is samen te werken op het vlak van douanecontroles.

Veiligere grenzen

EU-proefproject voor hervestiging binnen de EU vanaf Malta (Eurema): De Commissie heeft in het kader van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF) twee projecten gefinancierd inzake de hervestiging binnen de EU van vluchtelingen vanaf Malta: een proefproject met medewerking van Frankrijk voor een bedrag van 777 000 euro en een ander, lopend, project onder de titel "Eurema" (European Relocation Malta) voor een bedrag van ongeveer 2 miljoen EUR. Eurema staat onder leiding van Malta en er wordt aan deelgenomen door tien lidstaten (Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Luxemburg, Hongarije, Polen, Slovenië, Slowakije en Roemenië), die hebben toegezegd op hun grondgebied bijna 260 in Malta gestrande vluchtelingen te hervestigen. Het UNHCR en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) nemen eveneens aan het project deel. De Europese financiering dekte de kosten en stelde de lidstaten in staat de vluchtelingen op te nemen, hen een betere toekomst te bieden en de bijzondere migratiedruk waaronder Malta vanwege zijn geografische ligging staat, te verlichten.

Agentschappen als Europol en Frontex helpen de lidstaten om op het terrein samen te werken, bijvoorbeeld in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en bij de controle aan de EU-buitengrenzen, of om de Europese open ruimte veilig te houden. De oprichting van gezamenlijke onderzoeksteams die worden gecoördineerd door Europol (budget in 2011: 83 miljoen EUR), heeft geleid tot succesvolle operaties tegen internationale criminele groeperingen die zich met drugshandel of valsemunterij bezighouden. In 2008 werd aan cocaïne alleen al 77 ton onderschept, wat bijna het dubbele was van de in 2003 in Europa gemelde hoeveelheid. De "markt" is Europees en daarom moet het antwoord ook Europees zijn.

Het Schengenakkoord houdt in dat de lidstaten die deel uitmaken van het gebied hun deel van de buitengrenzen controleren namens alle andere Schengenlanden. De EU moet de lidstaten kunnen steunen die vanwege hun geografische ligging, de reispatronen en de migratieroutes met moeilijke situaties worden geconfronteerd. Deze taak berust bij het Frontex-agentschap (budget in 2011: 78 miljoen EUR), waarop de lidstaten in toenemende mate een beroep doen. In juni 2011 werd besloten Frontex te versterken.

In Griekenland zijn snelle grensinterventieteams (Rapid Border Intervention Teams (RABIT)) actief geweest. In het kader van deze operatie, die van 2 november 2010 tot 2 maart 2011 duurde, stonden elke week bijna 200 goed opgeleide gastfunctionarissen uit 26 lidstaten hun Griekse collega's bij met het controleren van de grensgebieden en het identificeren van aangehouden illegale immigranten. De inzet van de snelle grensinterventieteams onder leiding van Frontex heeft de Griekse autoriteiten ook geholpen informatie te verzamelen over de migratieroutes en over de netwerken die de wanhoop van de illegale immigranten uitbuiten. Vóór de operatie, in oktober, werden aan de Grieks-Turkse landgrens in totaal 7607 personen aangehouden. Tijdens de 4 maanden waarin de operatie liep, werden ruim 11 800 migranten ontdekt en daalde het aantal illegale binnenkomsten met meer dan 70%.

De door Frontex gecoördineerde gezamenlijke operatie Hera is Europa's grootste opsporings- en reddingsoperatie. Door illegale migranten ervan te weerhouden in gammele bootjes zee te kiezen voor een gevaarlijke tocht van West-Afrika (Senegal, Mauretanië en Kaapverdië) naar de Canarische Eilanden, konden talloze slachtoffers worden voorkomen. De opeenvolgende Hera-operaties hebben bijgedragen tot de bijna volledige sluiting van de Westafrikaanse route van illegale migratie (waarlangs in het piekjaar 2006 bijna 32 000 vluchtelingen de Canarische Eilanden bereikten). Mensensmokkelaars en -handelaren laten zich evenwel niet gemakkelijk afschrikken. Geld is de drijfveer van de georganiseerde misdaad en de gebruikte methoden worden steeds complexer en listiger. Sinds het begin van Hera is de mensensmokkelroute systematisch via het centrum naar het oosten van het Middellandse Zeegebied verschoven, naar de Grieks-Turkse grens.

Douane: toen na het Fukushima-incident in Japan in maart 2011 in Europa grote ongerustheid ontstond over mogelijke radioactieve besmetting van voedsel en goederen uit Japan, waren het in de eerste plaats de Europese douanediensten die erover waakten dat de stralingswaarden niet werden overschreden en dat er geen gecontamineerde producten de EU binnenkwamen.

De Europese douane-unie bestaat al meer dan 40 jaar en de meerwaarde ervan overstijgt ruimschoots het Europese douanebeleid. De douane is niet alleen verantwoordelijk voor het innen van meer dan 20 miljard EUR per jaar aan douanerechten en landbouwheffingen voor de EU-lidstaten en de EU-begroting, maar helpt de lidstaten eveneens bij het innen van de btw, accijnzen en andere inkomsten en controleert de export om onterechte restituties van btw en accijnzen te vermijden. Daarnaast houdt de douane zich bezig met de rechtstreekse controle op en uitvoering van andere vormen van EU-beleid, bijvoorbeeld op het gebied van vervoer, landbouw, gezondheid of milieu. De douane-unie staat ook in de frontlinie waar het gaat om de zekerheid van de voorzieningsketen, de strijd tegen smokkel en fraude, en het beschermen en handhaven van intellectuele-eigendomsrechten bij de grenzen.

Om op het gebied van fraudebestrijding, facilitering van de handel en uniforme toepassing van de wetgeving dezelfde resultaten te boeken als de Commissie, zouden de 27 lidstaten samen minstens vier keer zoveel kosten moeten maken. Elke euro die door de Commissie wordt uitgegeven, betekent met andere woorden voor de 27 lidstaten een besparing van ten minste 4 euro.

Het programma "Douane" (budget in de periode 2008-2013: 324 miljoen EUR) is voor de EU een cruciaal instrument dat ervoor zorgt dat de douane-unie als één naadloos geheel functioneert, en geen lappendeken van 27 afzonderlijke diensten is. Dankzij het programma kunnen de nationale douenediensten, onder andere, 7 douane-aangiften per seconde ofwel 211 miljoen stuks per jaar verwerken, zonder verstoring van de import en export.

Het veilige computernetwerk dat geheel Europa bestrijkt en alle douane- en belastingdiensten met elkaar verbindt, kost 11 miljoen EUR per jaar en bespaart de lidstaten jaarlijks 35 miljoen EUR aan kosten voor de totstandbrenging van bilaterale netwerken.

Het centrale it-systeem ("Taric" genoemd), dat alle EU-heffingspercentages en handelsmaatregelen op dagelijkse basis online beschikbaar maakt, is een ander voorbeeld van de enorme schaalvoordelen die door middel van beheer op EU-niveau kunnen worden bereikt. De Commissie heeft sinds 2007 3,7 miljoen EUR besteed aan de ontwikkeling van dit systeem. Als alle lidstaten hun eigen systeem hadden moeten ontwikkelen, zouden de totale kosten zijn opgelopen tot 80 miljoen EUR, ofwel 20 keer meer!

Een ander voorbeeld op douanegebied is het EOS-systeem voor de identificatie en registratie van marktdeelnemers, waarin informatie is opgeslagen over 2,5 miljoen in de 27 EU-lidstaten geregistreerde juridische entiteiten die contacten onderhouden met de douanediensten. Door het eengemaakte systeem besparen bedrijven tijd en middelen, aangezien zij zich voor de uitoefening van hun activiteiten niet langer in elke lidstaat hoeven te laten registreren. De ontwikkeling van EOS kostte de Commissie 5 miljoen EUR en het zou de lidstaten 25 miljoen EUR hebben gekost om het elk afzonderlijk te ontwikkelen.

Veiliger voedsel: landbouw, visserij en gezondheid

Voedselveiligheid is van strategisch belang voor de Europese Unie en voor alle landen. Voor de meeste EU-burgers is dit zelfs een kwestie van levensbelang. 70% van de overheidsmiddelen voor landbouw en plattelandsontwikkeling in Europa komt uit de EU-begroting, dit is een wezenlijk onderdeel van de begroting.

Met het beleid wordt een breed scala aan doelstellingen nagestreefd. Het grondgebied van de EU bestaat voor 77% uit plattelandsgebieden (47% landbouwgrond en 30% bossen), die worden bewoond door ongeveer de helft van de EU-bevolking (landbouwgemeenschappen en andere inwoners). 13,7 miljoen landbouwers voeden 500 miljoen Europeanen, houden onze landschappen in stand, spelen een cruciale rol in de bescherming van het milieu en de biodiversiteit en in de strijd tegen klimaatverandering, en dragen zo bij tot de instandhouding van een platteland dat leeft. Dankzij strenge normen voor consumentenbescherming wordt de burger kwaliteitsvoedsel gegarandeerd.

De middelen voor het GLB zijn beperkt, ondanks het relatief grote aandeel ervan in de EU-begroting.

De uitgaven voor het landbouwbeleid in het kader van het GLB bedragen minder dan 1% van de overheidsuitgaven van alle lidstaten. Ter vergelijking: de EU en haar lidstaten spenderen 3 maal zo veel aan defensie en bijna 5 maal zo veel aan onderzoek (dat niet geharmoniseerd is).

De totale kosten voor de EU bedragen ongeveer 55 miljard euro per jaar, omgerekend per burger is dit ongeveer 110 euro per jaar, 2,20 euro per week of 30 cent per dag – de prijs van een sigaret.

Aangezien landbouw de enige sector is die hoofdzakelijk uit de begroting van de Europese Unie wordt gefinancierd, komen de uitgaven op Europees niveau grotendeels in de plaats van de nationale uitgaven, wat niet het geval is voor andere beleidslijnen. Dit verklaart het grote aandeel van deze uitgaven in de EU-begroting: 40% van de totale EU-begroting in het afgelopen jaar. In 1984 was dat nog 71% (met slechts 10 lidstaten), maar het aandeel daalt gestaag. In 2013 (met 27 lidstaten) zal het nog slechts 39% bedragen. Deze neergaande trend zal zich na 2013 voortzetten.

Zonder een gemeenschappelijk beleid zou de beleidsvoering in de 27 verschillende lidstaten gezien de verschillende interventieniveaus en het risico voor concurrentievervalsing meer kosten en minder efficiënt zijn. Door de hervormingen heeft de Europese landbouw zich ontwikkeld tot een veel meer marktgerichte economie: de openbare voorraden zijn vrijwel weggewerkt en er wordt niet langer voedsel weggegooid.

Er is ook een hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid aan de gang. De Unie heeft een exclusieve bevoegdheid voor de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee en een gedeelde bevoegdheid voor de rest van het beleid. Op het gebied van maritiem beleid en visserij moeten de proefprojecten "MARSUNO" en "BluemassMed" de weg effenen voor een efficiënter en kosteneffectiever maritiem toezicht in de hele EU. Bij het project BluemassMed in het Middellandse Zeegebied zijn de autoriteiten van 6 kuststaten betrokken. Het project MARSUNO brengt de autoriteiten van 9 lidstaten rond de Noord-Europese Zeegebieden en Noorwegen bijeen. BluemassMed en MARSUNO leveren dus een aanzienlijke bijdrage om door behoorlijk overleg tussen de genoemde autoriteiten kostelijk dubbel werk bij het verzamelen van gegevens te vermijden BlueMassMed, dat door Frankrijk wordt gecoördineerd, kost 10,2 miljoen euro, waarvan de EU 3,6 miljoen voor haar rekening neemt. MARSUNO, dat door Zweden wordt gecoördineerd, kost 3,05 miljoen euro, waarvan de EU 1,9 miljoen voor haar rekening neemt.

Dier- en plantenziekten en verontreiniging van de voedselketen stoppen niet aan grenzen. De EU maakt jaarlijks ongeveer 300 miljoen euro vrij om jaarprogramma’s of meerjarenprogramma’s ter bestrijding en uitroeiing van ziekten te cofinancieren. Voedselveiligheid wordt door de EU gegarandeerd via wetgeving en andere middelen als onderdeel van een totaalaanpak om voedsel veilig te houden van de productieplaats tot ons bord, d.w.z. van riek tot vork. Ondanks het ontstaan van nieuwe ziekten zoals bluetongue is de gezondheidsstatus van de EU continu verbeterd, ook in de nieuwe lidstaten, wat positieve gevolgen heeft voor de werking van de interne markt voor levende dieren en levensmiddelen van dierlijke oorsprong, de uitvoermogelijkheden van de EU en het vertrouwen van de consument. Steun op EU-niveau is belangrijk, omdat de impact grensoverschrijdend is terwjil de kosten doorgaans door één enkele lidstaat moeten worden gedragen. Op fytosanitair gebied kunnen de lidstaten EU-cofinanciering ontvangen voor uitgaven voor de uitroeiing en de inperking van voor planten schadelijke organismen. Grootschalige uitroeiingsmaatregelen voor uitbraken op het niveau van de lidstaten zijn zonder EU-steun moeilijk haalbaar vanwege de hoge kosten voor de betrokken lidstaat. Bovendien komen de maatregelen grotendeels ten goede aan andere lidstaten en de hele Unie.

Klassieke varkenspest is bijvoorbeeld een belangrijke ziekte bij varkens en wildzwijnen die in de negentiger jaren rampzalige uitbraken in verschillende EU-lidstaten heeft veroorzaakt. De directe en indirecte verliezen als gevolg van de uitbraak in 1997-1998 in Nederland werden op ongeveer 2 miljard euro geschat. Sinds medio jaren negentig stelt de EU ongeveer 218 miljoen euro beschikbaar voor noodmaatregelen op het gebied van uitroeiing en bewaking. De ziektesituatie is aanzienlijk verbeterd: de afgelopen tien jaar is er geen grote uitbraak geweest. De ziekte is in het grootste deel van de EU vrijwel uitgeroeid en ook in de nieuwe lidstaten wordt een aanzienlijke verbetering vastgesteld. Wanneer men alleen de kosten in Nederland meerekent, betekent dit dat elke euro die op EU-niveau wordt uitgegeven, een potentiële kostenbesparing inhoudt van 9 euro of zelfs meer wanneer de kosten in andere lidstaten ook in aanmerking worden genomen. Als gevolg van gericht onderzoek door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek, waarvoor ongeveer 1 miljoen euro is uitgetrokken, konden de kosten van tests voor BSE - beter bekend als gekke-koeienziekte – worden gereduceerd. De rechtstreekse subsidie van de Europese Commissie per test is teruggebracht van 20 euro op 7 euro, wat in de periode 2002-2006 tot een cumulatieve besparing van ongeveer 250 miljoen euro heeft geleid.

Een veiliger milieu: klimaatactie en milieu

De meeste milieuproblemen, waaronder klimaatverandering, houden zich niet aan grenzen en kunnen niet door de lidstaten afzonderlijk worden opgelost. Deze moeten hun krachten bundelen en partnerschappen met belanghebbenden creëren om deze problemen aan te pakken die, als ze niet worden opgelost, de EU als geheel duur te staan kunnen komen.

De klimaatmaatregelen van de EU omvatten niet enkel de eerste en meest ambitieuze reeks juridisch bindende streefcijfers inzake emissiereducties en hernieuwbare energie, maar tevens 's werelds eerste en grootste regeling voor de handel in emissierechten (ETS). Het is voor iedereen duidelijk dat pakweg een Belgische of een Deense nationale koolstofmarkt geen zin zou hebben en niet doeltreffend zou bijdragen aan het verlagen van de emissies, laat staan dat onze mondiale partners erdoor zouden worden overtuigd hun voorbeeld te volgen. Enkel als Europa de handen in elkaar slaat, zal het erin slagen doeltreffende maatregelen tegen klimaatverandering te nemen, met de daaruit voortvloeiende positieve effecten van meer duurzame groei en werkgelegenheid. Bovendien zorgen de klimaatmaatregelen van de EU voor een lagere energierekening: in 2010 heeft Europa zo'n 50 miljard euro meer voor de invoer van olie betaald dan in 2009. Dat is bijna een derde van wat alle EU-lidstaten samen aan onderzoek en ontwikkeling besteden. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen en meer gebruik maken van hernieuwbare energie betekent dat er geen fortuinen meer aan het buitenland hoeven te worden betaald telkens wanneer de olieprijzen de hoogte inschieten. In plaats daarvan kan het uitgespaarde geld worden geïnvesteerd in Europees onderzoek, onderwijs of andere maatregelen die bevorderlijk zijn voor groei en banen.

Vastberaden en tijdig Europees optreden in het klimaat- en energiebeleid kunnen tegen 2020 netto 1,5 miljoen extra banen opleveren, bijvoorbeeld voor het renoveren van gebouwen en het aanleggen van slimme elektriciteitsnetten in Europa. Zonder zulke collectieve maatregelen zal de invoer van fossiele brandstoffen naar verwachting tegen 2050 verdubbelen. Mét zulke maatregelen neemt de invoer van fossiele brandstoffen met meer dan de helft af ten opzichte van vandaag en dalen de gemiddelde brandstofkosten met 175 tot 320 miljard euro per jaar.

Met het Wereldwijde Fonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie heeft de Commissie een innoverend mondiaal risicokapitaalfonds opgericht om particuliere investeringen los te maken in projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in ontwikkelingsladen en landen met een economie in opkomst. Tussen 2007 en 2010 is uit de EU-begroting slechts 80 miljoen euro bijgedragen, maar naar verwachting zal zo'n 300 miljoen euro aan particuliere investeringen worden vrijgemaakt. EU-uitgaven ten behoeve van technologische ontwikkeling en de invoering van technologie in een vroege ontwikkelingsfase (bijvoorbeeld met betrekking tot koolstofafvang en -opslag) bieden het voordeel dat het risico van innoverende demonstratieprojecten waarbij technologie voor het eerst wordt getest, gezamenlijk wordt gedragen. De risico's met behulp van de EU-begroting delen en op nationaal niveau voordeel halen uit de resultaten zijn welkome manieren om de klimaatverandering via nieuwe technologie te beperken.

Met het LIFE+-milieuprogramma van de EU worden partnerschappen gecreëerd die anders moeilijk zijn op te zetten en wordt door een grotere bundeling van middelen en deskundigheid voor een doeltreffender optreden gezorgd dan via afzonderlijke actie van de lidstaten mogelijk is. Het programma heeft een totaalbudget van 2,2 miljard euro (of circa 300 miljoen euro per jaar), inclusief klimaatmaatregelen. Hoewel het programma veeleer kleinschalig is, hebben de afzonderlijke projecten ervan vaak een verhoudingsgewijs grote impact.

Tal van voordelen voor het milieu: "Donaaufer", een Oostenrijks LIFE-project, is een goed voorbeeld van wat voor veelvuldige voordelen milieufinanciering op Europees niveau kan opleveren. Het ging om een kleinschalig project waarbij langs een drie kilometer lang stuk van de Donau natuurlijke oevers en overstromingsgebieden zijn hersteld, maar waarvan de resultaten tot ver buiten de onmiddellijke omgeving merkbaar waren. Behalve voor plaatselijke verbeteringen van de staat van instandhouding van bedreigde vissen, planten en vogels, zoals de zeearend, hebben het vertragen van de stroming en het deblokkeren van de rivierarmen in het overstromingsgebied voor een lager overstromingsrisico in het nabijgelegen Hainburg en het verder stroomafwaarts gelegen Bratislava (Slowakije) gezorgd. Het project is bezocht door talloze deskundigen en strekt nu tot voorbeeld voor soortgelijke initiatieven langs de Donau en elders. Toch heeft het project slechts 1,7 miljoen euro gekost (met 0,7 miljoen euro medefinanciering van de EU).

In de hele EU modder omzetten in goud: aangezien water duidelijk een gemeenschappelijke hulpbron is, is er in de milieuwetgeving van de EU een belangrijke rol weggelegd voor afvalwaterbehandeling. Een van de producten van afvalwaterbehandelingsprocessen is zuiveringsslib: elk jaar wordt in Europa negen miljoen ton zuiveringsslib geproduceerd, dat genoeg energie bevat om in de behoefte aan elektriciteit en verwarming van 1,7 miljoen woningen te voorzien. Maar vanuit milieuoogpunt is slib een gevoelige kwestie, waardoor er bij het publiek een grote behoefte aan vertrouwenwekkende maatregelen bestaat. In het kader van een LIFE-project genaamd "MAD but Better" is een volledig behandelingsproces ontwikkeld dat goed kan worden aangepast aan een reeks bedrijven in aanverwante afvalindustrieën en dat is uitgegroeid tot de drijvende kracht achter beter afvalwaterbeheer. De technologie van het project is nu de standaard voor de behandeling van zuiveringsslib voor de hele waterindustrie van het Verenigd Koninkrijk. Tegen augustus 2007 waren in het Verenigd Koninkrijk vier installaties voor enzymatische hydrolyse gebouwd en werd de opdracht gegeven voor nog eens vijf. Een twaalftal EU-lidstaten en 26 landen over de hele wereld hebben belangstelling getoond voor het nabouwen van de behandelingsinstallatie. De lage prijs vormt een deel van de aantrekkingskracht: de kosten voor de verwijdering van slib worden verder verlaagd tot slechts 210 euro per ton droge vaste stof; dat is de helft van de standaardkosten voor storting. De techniek bespaart landbouwers ook ongeveer 175 euro per hectare aan mestvervanger.

Het Europees programma voor aardobservatie kan het bedrijfsleven per jaar zo'n 6,9 miljard euro of 0,2 % van het jaarlijkse BBP van de EU opleveren. Door de natuur en de mens veroorzaakte rampen in Europa, Amerika, Azië en Afrika, gecombineerd met toegenomen veiligheidsbehoeften, zetten het pleidooi voor betere monitoringsystemen nog kracht bij. Om in de behoeften van beleidsmakers te voorzien, worden in het kader van het Europese initiatief voor de Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES) relevante gegevens verzameld, bijvoorbeeld met betrekking tot milieuverontreiniging, overstromingen, vluchtelingenstromen, bosbranden of aardbevingen. GMES heeft een groot potentieel voor bedrijven op de dienstenmarkt, die kosteloos gebruik kunnen maken van de gegevens die erdoor worden verstrekt. In de periode 2006-2030 zouden de potentiële GMES-voordelen samen overeenkomen met ongeveer 0,2 % van het huidige jaarlijkse bbp van de EU. De door alle volledig functionerende GMES-diensten gegenereerde voordelen zouden 130 miljard euro (prijzen van 2005) of ongeveer 6,9 miljard euro per jaar bedragen.

Meer veiligheid voor de burger

De verwezenlijking van een ruimte van recht, rechten en rechtvaardigheid die de hele EU omvat: met haar voorstellen op het gebied van justitie streeft de Europese Commissie naar praktische oplossingen voor grensoverschrijdende problemen waarbij zowel burgers als ondernemingen baat hebben: burgers moeten met een gerust gemoed kunnen leven, reizen en werken in een andere lidstaat en moeten erop kunnen vertrouwen dat hun rechten worden beschermd, ongeacht waar ze zich bevinden in de EU en ondernemingen moeten ten volle gebruik kunnen maken van de mogelijkheden van de interne markt. Hoewel slechts 0,1% van de middelen uit de EU-begroting voor justitie is bestemd, leveren de talrijke beleidsinitiatieven op justitieel vlak daadwerkelijke kostenbesparingen op en bevorderen zij de groei.

Gegevensbescherming

Snelle technologische ontwikkelingen en de mondialisering hebben de wereld grondig veranderd. De Commissie streeft ernaar om de regelgeving op het vlak van gegevensbescherming in overeenstemming te brengen met de uitdagingen van dit nieuwe tijdperk van mondialisering en nieuwe technologieën. Met een robuust, samenhangend en eenvormig Europees kader voor gegevensbescherming wordt de internemarktdimensie van de gegevensbescherming versterkt. De nieuwe voorschriften zullen de administratieve lasten voor ondernemingen verminderen (bijvoorbeeld voor de aanmeldingen, waarvoor de kosten op 80 miljoen euro per jaar worden geraamd) en zorgen voor eerlijke concurrentieverhoudingen voor alle ondernemingen die persoonsgegevens opslaan en in verschillende lidstaten actief zijn.

Richtlijn consumentenrechten

De richtlijn consumentenrechten levert consumenten en ondernemingen tastbare voordelen op. De huidige regelgeving inzake consumentenrechten is versnipperd, hetgeen burgers en ondernemingen belet maximaal gebruik te maken van de voordelen die de interne markt biedt. Het voorstel zal de consumentenbescherming verhogen door het wegwerken van verborgen kosten op het internet. Ondernemingen zullen baat hebben bij één enkel pakket basisregels voor overeenkomsten op afstand en buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten in de Europese Unie, waardoor voor grensoverschrijdende handelaren – en met name op het vlak van de elektronische handel – gelijke concurrentievoorwaarden tot stand komen en de transactiekosten worden verminderd. Een standaardpakket van voorwaarden voor consumentenovereenkomsten zal de nalevingskosten aanzienlijk verlagenmet wel 97% voor marktdeelnemers die in de hele EU actief zijn.

Integratie van de Roma

De tien à twaalf miljoen Roma in Europa worden nog steeds gediscrimineerd, buitengesloten en in hun rechten belemmerd. De Europese samenlevingen hebben baat bij de sociale en economische integratie van de Roma, niet in het minst omdat de integratie van de Roma aanzienlijke economische voordelen kan opleveren. De Roma maken een steeds groter deel uit van de beroepsbevolking: hun gemiddelde leeftijd is 25 jaar, terwijl het EU-gemiddelde 40 jaar is. In Bulgarije en Roemenië behoort circa een vijfde van alle starters op de arbeidsmarkt tot de Roma. Volgens onderzoek van de Wereldbank zou volledige integratie van de Roma economische voordelen van jaarlijks zo’n half miljard euro kunnen opleveren door grotere productiviteit, lagere uitkeringen en hogere belastingopbrengsten. De Europese Commissie roept lidstaten dus op om nationale strategieën voor integratie van de Roma vast te stellen.

Vrouwen op de arbeidsmarkt.

Hoewel vrouwen bijna de helft van de beroepsbevolking uitmaken en 60% van alle nieuwe academici in de EU vrouw is, blijven vrouwen ondervertegenwoordigd in leidinggevende functies, met name in topfuncties. De EU streeft ernaar dit onaangeboorde talent te gebruiken voor de verwezenlijking van haar economische en sociale doelstellingen. Ondernemingen hebben baat bij meer vrouwen op topfuncties, aangezien ongeveer 80% van consumentenaankoopbesluiten door vrouwen wordt gemaakt. Uit een prognose van Goldman Sachs bleek dat het dichten van de kloof tussen mannen en vrouwen zou kunnen zorgen voor een stijging van het bruto binnenlands product van de eurozone met maximaal 13%.

    3. Een krachtigere stem voor Europa

Gelooft u werkelijk dat één enkele EU-lidstaat groot of belangrijk genoeg is om vorm te geven aan de mondialisering en onze belangen en waarden in de wereld te verdedigen? Op een ogenblik dat de wereldorde snel verandert en opkomende economieën zoals China, India en Brazilië hun invloed laten gelden, moet Europa de krachten bundelen en wereldwijd als een actieve partner optreden. Om wereldwijd meer gewicht in de schaal te leggen en haar belangen en waarden te verdedigen, moet Europa zijn middelen bundelen en gezamenlijk optreden, bijvoorbeeld door middel van het gemeenschappelijk Europees handelsbeleid, door kandidaat-lidstaten voor te bereiden op het lidmaatschap en door te investeren in de nabuurschap van de EU en door wie in nood verkeert, te helpen.

Handel

De EU is 's werelds grootste handelsblok. De totale waarde van het EU-handelsverkeer (export en import van goederen, diensten en directe buitenlandse investeringen) bedraagt ongeveer 3,5 biljoen euro per jaar (2010). Het EU-handelsbeleid heeft tot doel groei en werkgelegenheid tot stand te brengen voor Europese ondernemingen door het voor Europese bedrijven gemakkelijker te maken om overal ter wereld te ondernemen. Het handelsbeleid verbindt Europa met de belangrijkste bronnen en regio's van de mondiale groei. Meer dan 36 miljoen banen in Europa hangen rechtstreeks af van de handel van de EU met de rest van de wereld. In de komende vijf jaar wil de EU met haar handelsbeleid ongeveer 150 miljard euro aan onze economie toevoegen. Door intensiever handelsverkeer kunnen consumenten kiezen tussen een grotere variëteit aan goederen tegen lagere prijzen. De voordelen voor de gemiddelde consument worden geraamd op ongeveer 600 euro per jaar.

Een gemeenschappelijk handelsbeleid (inclusief handel in goederen, diensten en buitenlandse investeringen) op EU-niveau is doeltreffend omdat de 27 lidstaten van de Europese Unie een interne markt en een gemeenschappelijke buitengrens hebben, hetgeen betekent dat de EU als één blok handelt met het buitenland. Zowel in de Wereldhandelsorganisatie, waar de regels voor de internationale handel worden vastgelegd en gehandhaafd, als ten opzichte van afzonderlijke handelspartners spreken de EU-lidstaten met de stem van de Europese commissaris voor Handel, die hen bij onderhandelingen over belangrijke handelsakkoorden vertegenwoordigt.

De opkomende economieën krijgen een steeds groter aandeel in de mondiale groei. Tegen 2015 zal 90% van de mondiale groei buiten Europa tot stand worden gebracht, waarbij een derde van China alleen afkomstig is. De ontwikkelings- en opkomende landen zullen tegen 2030 wellicht bijna 60% van het wereldwijde bbp vertegenwoordigen ten opzichte van minder 50% dan vandaag. Ondanks de opkomst van deze economieën heeft de EU de afgelopen tien jaar haar gemiddelde aandeel van 17,5% in de wereldhandel kunnen handhaven.

Het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Zuid-Korea is op 1 juli 2011 in werking getreden. De inwerkingtreding van deze vrijhandelsovereenkomst (FTA) vormt een belangrijke mijlpaal in de handelsbetrekkingen tussen de EU en Zuid-Korea, met besparingen ten belope van 850 miljoen euro voor EU-exporteurs vanaf de eerste dag van de inwerkingtreding. Deze overeenkomst is de meest ambitieuze handelsovereenkomst die de EU ooit heeft gesloten en de eerste met een Aziatisch land. Naar verwachting zal de FTA nieuwe handel in goederen en diensten ter waarde van 19,1 miljard euro voor de EU genereren en de bilaterale handel tussen de EU en Zuid-Korea in de komende twintig jaar meer dan verdubbelen ten opzichte van een scenario waarin geen FTA zou zijn gesloten.

Uitbreiding en nabuurschapsbeleid

De EU is het best in staat om (potentiële) kandidaat-lidstaten voor te bereiden op de toetreding en de economieën van de buurlanden te begeleiden bij hun afstemming op de EU-regels en -normen. Met het verlenen van steun voor nauwere integratie met onze buurlanden bevordert de EU de verwezenlijking van haar doelstellingen op een aantal gebieden die essentieel zijn voor haar eigen welvaart en veiligheid alsook voor het economisch herstel en voor duurzame groei, zoals energie, netwerkinfrastructuur, milieubescherming en inspanningen om de klimaatverandering tegen te gaan.

Overal in de EU, zowel in de oude als de nieuwe lidstaten, levert het uitbreidingsbeleid tastbare resultaten op het vlak van groei en werkgelegenheid. Uitbreiding levert een win-winsituatie op voor zowel de huidige als de toekomstige lidstaten.

Sinds de uitbreidingen van de EU in 2004 en 2007 (twaalf landen) zijn er bijvoorbeeld 150 000 nieuwe banen gecreëerd in Oostenrijk. De helft van de Oostenrijkse export is thans bestemd voor deze nieuwe lidstaten. De Oostenrijkse rechtstreekse investeringen in landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) stemmen overeen met bijna 50% van de totale directe buitenlandse investeringen van Oostenrijk.

Het vooruitzicht op toetreding vormt een sterke aanmoediging voor politieke en economische hervormingen in de dichtstbijgelegen buurlanden van de EU. Hervormingen op het vlak van de rechtsstaat, inclusief hervormingen van de justitiële instellingen en de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, zijn niet alleen voordelig voor de desbetreffende landen, maar ook voor burgers en ondernemingen in de Europese Unie. Met die hervormingen worden de vrede, de stabiliteit en de democratie in Europa versterkt en kan de EU middelen besparen die anders zouden moeten worden uitgetrokken voor crisispreventie, versterkte grenscontroles en de strijd tegen illegale immigratie.

In 2004 is het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) tot stand gekomen om de welvaart, stabiliteit en veiligheid van zowel de EU als haar buurlanden te versterken. Voor de versterking van het partnerschap beperkt de EU zich niet tot het voeren van een klassiek buitenlands beleid, maar ondersteunt zij hervormingen en modernisering en draagt zij haar ervaringen tot buiten de EU-grenzen uit. Het ENB heeft betrekking op een brede waaier van vraagstukken, zoals vervoer, energie, onderzoek en migratie.

Met de oprichting van de ENB-investeringsfaciliteit (NIF) is in de nabuurschap het voortouw genomen voor het gebruik van innovatieve financiële instrumenten. De NIF is een instrument waarbij een financieringsmix tot stand komt waarbij subsidies uit de EU-begroting als hefboom werken voor leningen van internationale financiële instellingen ter ondersteuning van de ENB-doelstellingen en de regionale ENB-initiatieven (Unie voor het Middellandse Zeegebied, het Oostelijk Partnerschap of de Synergie voor het Zwarte Zeegebied). Sedert de oprichting in mei 2008 is voor de faciliteit bijna 308 miljoen euro ter beschikking gesteld (245 miljoen euro uit de EU-begroting, 62,5 miljoen euro van de lidstaten) en zijn er subsidies toegekend voor 39 projecten voor een totaalbedrag van ongeveer 277 miljoen euro, hetgeen heeft bijgedragen tot een hefboomeffect voor een bedrag van meer dan 5 miljard euro aan leningen van Europese financiële instellingen voor totale investeringskosten van meer dan 10 miljard euro. De NIF heeft bewezen een efficiënt instrument te zijn voor het beschikbaar maken van extra steun voor de ENB-landen (ten oosten en ten zuiden van de EU) en heeft ook bijgedragen tot de bevordering van donorcoördinatie in de nabuurschap.

Extern optreden

De Europese Unie is een economische en politieke speler die wereldwijd actief is, met regionale en mondiale veiligheidsbelangen en verantwoordelijkheden. De EU is actief betrokken bij de bescherming van mensenrechten, de bevordering van waardig werk en andere universele waarden en de naleving van internationale milieu- en sociale verdragen. De EU is steeds meer actief op het vlak van conflictpreventie, crisisbeheer en vredesopbouw via door de EU geleide crisisbeheersmissies. Voorts blijft de EU vastbesloten om het multilaterale stelsel en de hervorming ervan te ondersteunen. Extern beleid is bijgevolg een belangrijk actieterrein van de EU, dat binnen het nieuwe institutionele kader van het Verdrag van Lissabon nog is versterkt. De EU heeft een comparatief voordeel omdat zij wereldwijd aanwezig is, over een brede deskundigheid beschikt, een supranationaal karakter heeft en door haar optreden coördinatie vergemakkelijkt en schaalvoordelen tot stand brengt.

De EU beschikt over een wereldwijd netwerk van internationale overeenkomsten met partnerlanden en organisaties, dat door individuele lidstaten niet kan worden geëvenaard, maar waardoor alle lidstaten wel invloed verwerven op bijna alle gebieden van de internationale betrekkingen. Met haar 27 lidstaten die optreden in het kader van gemeenschappelijke beleidslijnen en strategieën beschikt de EU op zich reeds over de nodige schaalgrootte om mondiale uitdagingen zoals armoedebestrijding, klimaatverandering, migratiebeheer en stabiliteit aan te pakken. Als mondiale speler beschikt de EU over een geloofwaardigheid en neutraliteit die door individuele lidstaten niet kan worden geëvenaard wanneer het gaat om mensenrechten, verkiezingswaarneming, governance en crisisbeheer, neutraliteit en onpartijdigheid bij de verlening van humanitaire bijstand. De EU is ook uniek door haar gestage inzet op lange termijn voor ontwikkelingshulp, samen met de resultaten die zij in het verleden reeds heeft geboekt bij de steun aan de meest hulpbehoevende bevolkingsgroepen overal ter wereld.

Uit de onderstaande uiteenlopende voorbeelden blijkt dat de EU een meerwaarde biedt op het vlak van het externe optreden. In deze voorbeelden komt duidelijk de capaciteit van de EU tot uiting om essentiële financiële en politieke middelen in te zetten om een aanzienlijke invloed uit te oefenen op een bepaalde situatie, hetgeen de lidstaten afzonderlijk eigenlijk niet met dezelfde impact kunnen bewerkstelligen.

Transitie

Sinds het uitbreken van de crisis in Noord-Afrika heeft de EU aanzienlijke politieke en financiële middelen vrijgemaakt om de overgang naar democratie van onze buurlanden te begeleiden. Hiervoor moeten vanzelfsprekend aanzienlijke middelen worden ingezet. Voor Tunesië is bijvoorbeeld sinds begin 2011 al 60 miljoen euro vrijgemaakt om de humanitaire gevolgen van de Libische crisis in Tunesië en Egypte op te vangen. De EU bereidt zich momenteel ook voor om het verkiezingsproces in Tunesië te ondersteunen en past de lopende samenwerking met Tunesië aan door te voorzien in een extra bedrag van 140 miljoen euro voor de periode 2011-2013. Er is ook een beroep gedaan op andere instrumenten om het Tunesische maatschappelijk middenveld te bereiken en de democratische transitie te ondersteunen. Momenteel bespreekt de EU een mogelijke bijsturing van het Europese nabuurschapsbeleid. De meerwaarde van de externe acties van de EU is erin gelegen dat binnen een afgebakend gemeenschappelijk interventiekader snel een beroep kan worden gedaan op aanzienlijke politieke en financiële middelen.

Veiligheid

In het licht van de snel verslechterende situatie in de westelijke Sahel, een regio waarin veiligheid en ontwikkeling nauw met elkaar samenhangen, heeft de EU aanzienlijke financiële middelen en toenemende politieke druk aangewend om een probleem aan te pakken dat tot rampzalige gevolgen zou kunnen leiden. De middelen voor de huidige en geprogrammeerde verbintenissen die door de EU zijn aangegaan, bedragen ongeveer 450 miljoen euro en zijn grotendeels afkomstig van het Europees Ontwikkelingsfonds. Daarnaast kan ook een beroep worden gedaan op middelen van het Stabiliteitsinstrument. De EU-strategie inzake veiligheid en ontwikkeling in de Sahel moet resulteren in een bredere en beter gecoördineerde Europese betrokkenheid, waarbij een beroep kan worden gedaan op extra financiële en politieke middelen.

Crisis

In de nasleep van de aardbeving in Haïti in januari 2010 hebben de EU en haar lidstaten besloten om met een gemeenschappelijke reactie de wederopbouwinspanningen te ondersteunen. De EU en haar lidstaten hebben gezamenlijk een bedrag van 1,234 miljard euro toegezegd op de donorconferentie over de wederopbouw van Haïti, die in maart 2010 in New York plaatsvond, waarvan 522 miljoen euro van de EU afkomstig zijn. Een dergelijke gezamenlijke inzet heeft bijgedragen tot de versterkte zichtbaarheid en relevantie van de EU als de belangrijkste internationale donor bij de wederopbouw. De lidstaten en de EU hebben ook een gezamenlijke programmering opgesteld die heeft geleid tot een herziening van de gemeenschappelijke strategie voor de periode 2011-2013. Met deze gezamenlijke programmering wordt bijgedragen tot de doelstelling van beter gecoördineerd en doeltreffender optreden van de EU en de lidstaten.

Ontwikkelingsbeleid

De EU en haar lidstaten verstrekken meer dan de helft (56%) van de mondiale ontwikkelingshulp. De EU streeft ernaar de millenniumdoelen voor ontwikkeling op tijd, dat wil zeggen vóór 2015, te verwezenlijken.

In de huidige economische context is het belangrijker dan ooit om de ontwikkelingshulp beter te coördineren, het effect ervan te maximaliseren en tegelijkertijd overlap en geldverspilling te voorkomen. Volgens een recent onderzoek kunnen de lidstaten tussen de drie en zes miljard euro per jaar besparen door op Europees niveau op te treden ("The benefits of a European approach" van HTSPE, 2009).

Samenwerking met de EU is ook goedkoper. De administratieve kosten, die op grond van de gegevens van 2009 op 5,4% worden geschat, zijn lager dan de gemiddelde administratieve kosten van de belangrijkste bilaterale donors. De administratieve regels, met strenge criteria die kunnen worden gecontroleerd, zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat het geld van de Europese belastingbetaler op de juiste wijze wordt besteed, en om transparantie en goed beheer te waarborgen.

Ontwikkelingshulp is een investering voor alle Europeanen. Dankzij ontwikkelingssamenwerking kunnen sommige vraagstukken in een vroeg stadium worden aangepakt, waardoor geld wordt bespaard. Door te investeren in ontwikkelingslanden werken we aan problemen zoals migratie, klimaatverandering, voedselzekerheid, piraterij, seksueel geweld enz. Vaak is het veel goedkoper om de onderliggende oorzaken van armoede aan te pakken dan de symptomen.

De Afrikaanse Vredesfaciliteit is een goed voorbeeld van een initiatief van de EU, waarbij ook de lidstaten zijn betrokken. De meeste lidstaten zijn niet actief op dit terrein, maar via de EU kunnen ze hier snel en gemakkelijk aan bijdragen. Sinds 2004 heeft de EU 740 miljoen euro ter beschikking gesteld van deze faciliteit, waarmee wordt bijgedragen tot het voorkomen van conflicten en het creëren van stabiliteit na afloop van een conflict.

De Voedselfaciliteit is een ander project dat alleen kan worden opgezet door een donor met het nodige gewicht, zoals de EU. Deze faciliteit is in december 2008 opgericht om snel te reageren op de stijgende voedselprijzen in ontwikkelingslanden. In de periode 2009-2011 is 1 miljard euro extra beschikbaar gesteld voor programma's en projecten in 50 ontwikkelingslanden. Daarmee zijn tot nu toe ongeveer 50 miljoen mensen geholpen. De faciliteit toont aan dat Europa bij een mondiale voedselcrisis meer en betere hulp kan verlenen dan de individuele lidstaten.

Met het instrument "Vulnerability FLEX" (V-FLEX), dat in 2009 door de Europese Unie werd opgezet, is hulp verleend aan tussen de 40 en 80 miljoen mensen in ontwikkelingslanden die het risico liepen in ernstige armoede af te glijden door de mondiale economische crisis. Van de 500 miljoen euro die voor het mechanisme zijn uitgetrokken, is in 2009 en 2010 434 miljoen euro toegekend aan zeventien van de armste landen in Afrika en het Caribisch gebied.

Humanitaire hulp en crisisrespons

Bij crises en rampen verstrekt de Europese Unie humanitaire hulp en bijstand bij civiele bescherming. Het EU-optreden op dit terrein wordt beheerd door de Commissie. Humanitaire crises en door de natuur of de mens veroorzaakte rampen zijn steeds frequenter, ernstiger en complexer, wat Europees optreden rechtvaardigt. Mondiaal gezien is het aantal natuurrampen tussen 1979 en 2010 vervijfvoudigd. Alleen al in 2010 deden zich wereldwijd 950 rampen voor (waarvan vijf grootschalige), waardoor honderden miljoen mensen werden getroffen. Ook in Europa lopen we gevaar: overstromingen, bosbranden, aardbevingen en extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. In 2010 kostten humanitaire crises naar schatting ongeveer 100 miljard euro. Het probleem zal in de toekomst waarschijnlijk nog groter worden: naar verwachting zal het aantal mensen dat door een klimaatramp wordt getroffen, vanaf 2015 jaarlijks met 375 miljoen toenemen. Als de Europese Unie eendrachtig reageert op deze toenemende behoeften op het gebied van humanitaire en civiele bescherming, zijn onze acties en investeringen efficiënter, effectiever en relevanter dan wanneer de lidstaten ieder afzonderlijk zouden proberen de gevolgen van een crisis in Europa en daarbuiten aan te pakken.

De EU verstrekt ongeveer 50% van de officiële humanitaire hulp en is daarmee wereldwijd de grootste donor. De Commissie is de op een na grootste donor van humanitaire hulp. Alleen al door haar omvang sorteert de begroting voor humanitaire hulp meer effect dan de anders versnipperde inspanningen; dit wordt nog versterkt doordat de EU streeft naar een efficiënte taakverdeling. Een voorbeeld van de toegevoegde waarde van de EU zijn de zogenaamde "vergeten crises" – rampen of conflicten waar de media niet meer over berichten, maar waarbij de slachtoffers internationale hulp nodig hebben. De Europese Commissie speelde bijvoorbeeld een belangrijke rol in het genereren van internationale aandacht voor de crisis in de Sahellanden (Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauritanië en Niger), die kampen met chronische droogte, politieke instabiliteit, hoge voedselprijzen en epidemieën waardoor de situatie van reeds kwetsbare gemeenschappen nog ernstiger wordt, maar waarvoor in het buitenland weinig belangstelling bestaat.

Individuele lidstaten zijn vaak niet toegerust om effectief te reageren op complexe crises als in Haïti, Japan en Libië, of hun respons zou extreem veel kosten. Daarentegen beschikt de Europese Unie dankzij de bundeling van hulpmiddelen en capaciteit van de lidstaten over voldoende middelen, ervaring en deskundigheid om doeltreffend en efficiënt te kunnen optreden. Een voorbeeld daarvan is de bijstand aan Japan na de drievoudige ramp van maart 2011, toen de hulpverlening (van dekens tot water en stralingsmeters) werd gecoördineerd via het mechanisme voor civiele bescherming, terwijl de Commissie deze steun voor civiele bescherming van de lidstaten aanvulde met humanitaire hulp aan geëvacueerden. Een ander voorbeeld is Libië: tijdens de eerste week van de maatschappelijke onrust inventariseerde, faciliteerde en cofinancierde de Commissie het vervoer voor de onmiddellijke evacuatie van 5 800 Europese burgers. Deze operatie werd uitgevoerd met vliegtuigen en schepen van de lidstaten en werd gecoördineerd en deels gefinancierd door de Europese Commissie. Diezelfde week werden humanitaire teams naar de grenzen met Egypte en Tunesië gezonden, waar duizenden mensen gestrand waren toen ze het geweld in Libië probeerden te ontvluchten. De Commissie was de eerste internationale humanitaire donor die permanent aanwezig was in Libië. Tot de aankomst van de Verenigde Naties op 9 april coördineerden Europese humanitaire deskundigen in Benghazi de internationale hulp in het oosten van Libië.

    4. Europese ambtenaren: waar voor uw geld

Burgers krijgen niet alleen waar voor hun geld door de manier waarop Europese beleidslijnen en programma's worden opgezet en uitgevoerd, maar ook doordat bij de Europese instellingen hooggekwalificeerde mensen werken die de Europese wetgeving opstellen en controleren, het optreden van de lidstaten coördineren, fusie-, kartel- en antitrustbesluiten opstellen, ervoor zorgen dat de EU goed functioneert in 23 talen en de financieringsprogramma's beheren. Hieronder worden een aantal voorbeelden beschreven van de bijdrage die de medewerkers van de Europese Commissie vertegenwoordigen.

De ambtenaren van de directoraten-generaal Economische en financiële zaken en Interne markt spelen een cruciale rol bij de aanpak van de ernstigste financiële crisis sinds decennia en met name van de gevolgen voor de eurozone. De Europese Commissie heeft het voortouw genomen bij de ontwikkeling van een collectieve, brede Europese respons op de crisis. Het pakket van zes voorstellen dat de Europese Commissie in september 2010 indiende, zal leiden tot een ommekeer in de coördinatie van en het toezicht op het economisch beleid in Europa.

Het directoraat-generaal Interne markt en diensten (DG MARKT) heeft voorstellen uitgewerkt voor de nieuwe Europese structuur voor financieel toezicht. De nieuwe autoriteiten die in dat verband zijn opgericht, zijn dit jaar begonnen met hun werk. Deze nieuwe toezichthoudende autoriteiten zullen het optreden van de nationale toezichthouders faciliteren en coördineren. Deze aanpak op Europees niveau betekent een drastische verbetering van de doelmatigheid ten opzichte van de eerdere fragmentatie. Bij deze toezichthouders zullen in 2011 ongeveer 150 mensen werkzaam zijn en dit aantal zal de komende vier jaar stijgen tot ongeveer 300. Dit aantal is veel kleiner dan het personeelsbestand van de meeste nationale toezichthouders (bij de financiële toezichthouder van het Verenigd Koninkrijk werken bijvoorbeeld ongeveer 3 300 mensen), maar zal voldoende zijn om de taken uit te voeren.

DG MARKT is ook verantwoordelijk voor de Europese regels die hebben geleid tot open, concurrerende overheidsopdrachten, wat ongeveer twintig miljard euro aan besparingen heeft opgeleverd. Dit bedrag is veel groter dan de kosten voor het regelgevingskader, die op vijf miljard euro worden geschat.

Roaming: Dankzij wetgeving van de Europese Commissie waarbij maximumtarieven zijn ingesteld, zijn de kosten voor Europese mobiele telefoongesprekken vanuit het buitenland sinds 2005 met 73% gedaald.

Na de rampen met de olietankers Erika en Prestige heeft de EU de regelgeving ingrijpend hervormd en nieuwe regels en normen goedgekeurd om ongelukken op zee te voorkomen. Ook hier waren het Commissieambtenaren die de wetgevingsvoorstellen opstelden om verdere olierampen te voorkomen.

De helpdesk voor vragen over intellectuele-eigendomsrechten in China, die mede door de Commissie wordt gefinancierd, helpt kleine en middelgrote ondernemingen gratis om hun intellectuele-eigendomsrechten in of met betrekking tot China te beschermen en te handhaven.

Directoraat-generaal Mededinging voert het concurrentiebeleid van de EU uit, dat Europese consumenten en bedrijven direct en indirect vele miljarden euro voordeel oplevert. Het gaat steeds om gevallen waarin er sprake is van een aanzienlijk grensoverschrijdend effect, dat beter op Europees dan op nationaal niveau kan worden aangepakt. De Commissie heeft in 2010 veertien antitrust- en kartelbesluiten goedgekeurd, waarmee voor 2 873 676 433 euro aan boetes is opgelegd. Dankzij deze boetes kan de bijdrage van de lidstaten aan de EU-begroting worden verlaagd. In 2010 hebben de kartelbesluiten van de Commissie de consument naar schatting minstens 7,2 miljard euro (en misschien wel 10,8 miljard euro) voordeel opgeleverd. In 2010 heeft de Commissie ook 274 fusiebesluiten vastgesteld, waarbij de betrokkenen in zestien gevallen gedwongen werden om hun fusieplannen te wijzigen. De fusiebesluiten van de Commissie in 2010 hebben naar schatting minstens 4,2 miljard euro (en misschien wel 6,3 miljard euro) voordeel opgeleverd. Sinds de invoering van de fusieverordening in 1989 heeft de Europese Commissie ongeveer 4 500 zaken behandeld. Als we er in een voorzichtige schatting van uitgaan dat bij een gemiddelde fusie vier lidstaten betrokken zijn, hebben we in twintig jaar tijd 18 000 nationale procedures voorkomen. In 2010 heeft de Commissie ook 435 staatssteunbesluiten genomen. Een groot aantal daarvan was cruciaal voor de respons van de EU op de financiële en economische crisis.

DG Justitie van de Europese Commissie heeft in december 2010 een voorstel ingediend voor de Europese erkenning van rechtbankbeslissingen door de afschaffing van het exequatur – een ingewikkelde en dure procedure voor de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken tussen de lidstaten. Dankzij de hervorming van de Commissie zijn beslissingen van een rechtbank ook buiten de betrokken lidstaat van toepassing. Met de afschaffing van de exequaturprocedure worden de beslissingen van een rechtbank erkend in de andere lidstaten. Gemiddeld kostte een exequaturprocedure een bedrijf of individu ongeveer 2 000 euro voor een standaardzaak in de EU (uiteenlopend van 1 100 euro in Bulgarije tot 3 800 euro in Italië). Voor meer complexe zaken kon dit oplopen tot 12 700 euro. De procedure zorgde ook voor onnodig oponthoud door tussentijdse procedures, die soms wel twaalf maanden duurden. Met het Verdrag van Lissabon gelden de beslissingen in burgerlijke en handelszaken onverkort in de 27 lidstaten.

Op de interne markt kunnen verschillen in belastingregels een obstakel vormen voor efficiënt zakendoen. Daarom heeft de Raad op basis van voorstellen van de Commissie op 13 juli 2010 een richtlijn vastgesteld waardoor de belastingdiensten nu elektronische facturen uit andere lidstaten moeten aanvaarden. Tot dan toe was dat niet mogelijk door verschillen tussen de lidstaten wat betreft de regels voor elektronische facturen. De Commissie schat dat bedrijven jaarlijks tot achttien miljard euro zouden kunnen besparen als de hindernissen in de btw-regels voor elektronische facturen worden weggenomen.

De belangrijkste taak van het directoraat-generaal Handel is het onderhandelen over bi- en multilaterale handelsovereenkomsten om nieuwe markten open te stellen voor Europese bedrijven. De Europese onderhandelaars maken jaarlijks ongeveer 2000 dienstreizen om de openstelling van markten te bewerkstelligen en de handelsregels voor het bedrijfsleven te verbeteren. DG Handel telt nog geen 750 personeelsleden in Brussel en de EU-delegaties overal ter wereld. Dat is een bescheiden personeelsbestand in vergelijking met de tegenhangers in de Verenigde Staten, Canada of Japan. Doordat de EU één handelsbeleid voert, hoeft een land niet langer marathononderhandelingen met 27 verschillende landen te voeren waarvoor 27 onderhandelingsteams naar 27 hoofdsteden moeten worden gestuurd. Het Europese handelsbeleid is dus effectief en efficiënt en biedt echt waar voor uw geld. Een andere taak van DG Handel is erop toezien dat onze handelspartners eerlijk handel drijven, volgens de regels van de EU en de WTO en juridische stappen nemen namens Europese bedrijven als dat niet het geval is. We leggen ook extra heffingen op aan importeurs die zich niet aan de Europese regels houden. Het directoraat-generaal verleent ook allerlei diensten aan Europese bedrijven, zodat zij optimaal kunnen profiteren van het Europese handelsbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van een onlinedatabank inzake markttoegang voor Europese exporteurs, een exporthelpdesk voor ontwikkelingslanden en speciale teams binnen en buiten de EU die proberen oneerlijke handelsbarrières waarmee Europese bedrijven worden geconfronteerd, weg te nemen.

De meer dan 100 deskundigen op het gebied van humanitaire hulp van de Commissie zijn de ogen en oren van Europa. In crisis- en rampsituaties inventariseren zij de humanitaire behoeften en de eerste prioriteiten – een taak die individuele lidstaten onmogelijk alleen zouden kunnen verrichten. Deze deskundigen verstrekken de Commissie en de lidstaten regelmatig betrouwbare informatie uit de eerste hand over de humanitaire behoeften (bijvoorbeeld door verslagen over de situatie). Zij werken ook samen met de humanitaire partners ter plaatse om te voorkomen dat er overlap of lacunes in de hulp ontstaan. Daarnaast houden Europese humanitaire deskundigen toezicht op de uitvoering van de projecten waarvoor de EU financiering verstrekt en vormen zo de voorhoede van het strenge systeem voor controle en toezicht.

1 :

De gegevens in dit hoofdstuk zijn ontleend aan de ex-postevaluatie van het ESF en aan de door de lidstaten opgestelde jaarlijkse uitvoeringsverslagen van 2009.

2 :

Instytut Badan Strukturnalnych, Beoordeling van de voordelen van de uitvoering van het cohesiebeleid in Polen voor de EU-15-landen (2009).


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website