Navigation path

Left navigation

Additional tools

Brussel, 13 mei 2011 - Flash Eurobarometer over Jeugd in Beweging

European Commission - MEMO/11/292   13/05/2011

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

MEMO/11/292

Brussel, 13 mei 2011

Brussel, 13 mei 2011 - Flash Eurobarometer over Jeugd in Beweging

53% van de Europese jongeren is bereid om in het buitenland te gaan werken

Meer dan de helft van de jongeren in Europa (53%) verklaarde eventueel bereid te zijn om in een ander Europees land te gaan werken, of zelfs dat ze dat graag zouden willen. Een kleine meerderheid daarvan (28%) zou de voorkeur geven aan een verblijf van beperkte duur, en 25% zou bereid zijn langere tijd in het buitenland te werken. Jonge mannen (56%) waren meer bereid in het buitenland te gaan werken dan jonge vrouwen (49%) en de leeftijdsgroep van 15-19 jaar vertoonde meer bereidheid dan de groep van 30-35 jaar (63% tegen 42%). Hoger opgeleide jongeren willen vaker naar het buitenland dan jongeren met lager secundair onderwijs (55% tegen 33%). Het feit dat meer dan de helft van de jongeren bereid is om ook over de grenzen heen werk te zoeken, is positief nieuws voor de Europese arbeidsmarkt, aangezien de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit in de EU momenteel slechts 3% bedraagt.

Bereidheid van jongeren om in een ander Europees land te gaan werken

14% van de Europese jongeren heeft in het buitenland gestudeerd of een opleiding gevolgd

Mensen die (een tijd lang) in het buitenland gestudeerd hebben, gaan ook vaker in het buitenland werken na hun studie. Een op de zeven Europese jongeren (14%) verklaarde dat zij in het buitenland gestudeerd of een opleiding gevolgd hadden, of dat nog deden op het moment van de enquête. Het percentage varieerde van 3% in Turkije tot 39% in Cyprus en 41% in Luxemburg.

Percentage jongeren dat in het buitenland heeft gewoond voor studie of opleiding

Van de 14% die voor studie of opleiding in het buitenland had gewoond, had 43% hoger onderwijs gevolgd en 26% had een stage in een onderneming gevolgd als onderdeel van hun academische studie. 43% gaf aan in het buitenland te zijn geweest in het kader van hun schoolopleiding (lager en hoger secundair onderwijs) en 33% als onderdeel van hun beroepsopleiding. 21% is als stagiair of leerling in het buitenland geweest als onderdeel van hun beroepsopleidingsprogramma.

Voornaamste doel van een periode van leermobiliteit in het buitenland van jongeren

Jonge volwassenen met een hogere opleiding, en degenen die nog hoger onderwijs volgden, verklaarden over het algemeen vaker dat zij in het buitenland hadden gewoond, en stadsbewoners gaven bijna tweemaal zo vaak als inwoners van kleinere gemeenten en plattelandsbewoners aan dat zij voor onderwijsdoeleinden in het buitenland waren geweest (21% tegen 12%).

65% financierde de leermobiliteit uit particuliere middelen

In antwoord op de vraag hoe zij hun langdurigste verblijf in het buitenland gefinancierd hadden, gaf bijna twee derde (65%) aan dat zij particuliere middelen of spaargeld hadden gebruikt. EU-programma's zoals Erasmus financierden 15% van de studies en opleidingen in het buitenland. 19% van degenen die dit type financiering vermeldden, volgden hoger onderwijs en 9% hoger secundair onderwijs of een beroepsopleiding.

Financiering van het langste verblijf van jongeren in het buitenland

Het percentage jongeren dat nationale of regionale studieleningen of -beurzen ontving voor hun verblijf in het buitenland liep sterk uiteen in de onderzochte landen. In Noorwegen, Luxemburg en IJsland gaf ongeveer de helft aan dat zij gebruik hadden gemaakt van dergelijke bronnen van financiering, maar in 17 van de 31 landen was dat percentage minder dan 20%.

Financieringsbronnen voor het langste verblijf van jongeren in het buitenland

Nationale of regionale studieleningen en -beurzen


Breed inzetbare vaardigheden voornaamste voordeel van een verblijf in het buitenland

Jongeren zijn van mening dat breed inzetbare vaardigheden zoals verbetering van de beheersing van een vreemde taal, cultureel bewustzijn, aanpassingsvermogen en sociale vaardigheden die alle zeer gewaardeerd worden door werkgevers – de voornaamste winst zijn van een verblijf in het buitenland voor onderwijs en opleiding. In 18 van de 31 onderzochte landen was een meerderheid van de respondenten van mening dat verbetering van hun vreemdetalenkennis de belangrijkste of op een na belangrijkste winst van hun verblijf in het buitenland was.

Voornaamste voordelen van het langste verblijf in het buitenland van jongeren


Financ
iering de belangrijkste hinderpaal om naar het buitenland te gaan

Een grote meerderheid van de Europese jongeren is nooit voor onderwijs of opleiding in het buitenland geweest. Degenen die aangaven dat wel te willen, werd gevraagd waarom zij het dan niet deden, en 33% verklaarde dat de voornaamste redenen een gebrek aan middelen en de kosten van een verblijf in het buitenland waren. Een kwart gaf aan dat gezinsverplichtingen hen beletten naar het buitenland te gaan. Deze reden werd door jonge vrouwen vaker aangevoerd dan door jonge mannen (31% tegen 19%). Ook respondenten met alleen lager secundair algemeen onderwijs selecteerden vaker deze reden (38%) dan respondenten met een hoger onderwijsniveau (24%-28%).

Door jongeren aangegeven redenen waarom zij niet een periode in het buitenland hebben doorgebracht voor onderwijs, opleiding, betaald werk of vrijwilligerswerk

Meer Europese jongeren willen in de toekomst een eigen bedrijf beginnen

43% van de Europese jongeren gaf aan dat zij in de toekomst een eigen bedrijf zouden willen beginnen, terwijl 42% daar niet in geïnteresseerd was. Het percentage met ondernemerszin was aanzienlijk hoger bij de leeftijdsgroep van 15-19 jaar (50%) dan bij de groep van 30-35 jaar (34%) en bij respondenten met een beroepsopleiding of een diploma van hoger onderwijs. 6% van de respondenten gaf aan dat zij al voor zichzelf begonnen waren. Bulgaarse jongeren waren het meest geïnteresseerd in het opzetten van een eigen bedrijf (74%) en Italiaanse jongeren het minst (27%). De aangegeven redenen om geen eigen bedrijf te willen beginnen, liepen uiteen; een op de zeven respondenten vond het te riskant en 13% dacht dat het te ingewikkeld zou zijn.

De wens van jongeren een eigen bedrijf te beginnen

Lidmaatschap van organisaties

Bijna de helft (46%) van de Europese jongeren is actief in een sportvereniging, jeugdvereniging, of een jongeren- of culturele organisatie.

Percentage dat actief was (geweest) in een sportvereniging, jeugdvereniging of culturele organisatie

Deelname aan vrijwilligersactiviteiten

Ongeveer een kwart van de jongeren (24%) verklaarde dat zij in de 12 maanden voorafgaand aan de enquête hadden deelgenomen aan een georganiseerde vrijwilligersactiviteit.

Deelname aan georganiseerd vrijwilligerswerk

Deelname aan verkiezingen

Acht van de tien jongeren (79%) gaven aan dat zij in de voorafgaande drie jaren gestemd hadden in een politieke verkiezing op lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau.

Deelname aan verkiezingen op lokaal, regionaal, nationaal of EU-niveau

Methodologie van de enquête

Voor deze Eurobarometer-Flash "Jeugd in beweging" (nr. 319a+b) werden tussen 26 januari en 4 februari 2011 57 000 Europese jongeren telefonisch ondervraagd. Het deel betreffende onderwijs, opleiding, mobiliteit en werkgelegenheid betrof de leeftijdsgroep van 15-35 jaar en omvatte de 27 EU-lidstaten, Kroatië, IJsland, Noorwegen en Turkije. Het deel betreffende de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren betrof jongeren van 15-30 jaar in de 27 EU-lidstaten.

Voor meer informatie:

Het Flash Eurobarometer-rapport is beschikbaar op: http://ec.europa.eu/public_opinion

IP/11/567


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website