Navigation path

Left navigation

Additional tools

MEMO/11/197

Brussel, 28 maart 2011

MEMO Vervoer 2050: belangrijkste uitdagingen en maatregelen

Waarom is vervoer zo belangrijk?

Vervoer is essentieel voor onze economie en maatschappij. Mobiliteit is van vitaal belang voor de economische groei en de werkgelegenheid. De vervoerssector zelf telt in de EU 10 miljoen werknemers en is goed voor ongeveer 5% van het bruto binnenlands product (BBP). Goed functionerende vervoerssystemen zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat Europese bedrijven op wereldschaal concurrerend blijven. Logistiek, zoals vervoer en opslag, vertegenwoordigt voor Europese bedrijven 10 tot 15% van de kostprijs van een afgewerkt product. De kwaliteit van vervoersdiensten heeft een grote invloed op onze levenskwaliteit. Gezinnen besteden gemiddeld 13,2% van hun inkomen aan vervoersproducten en –diensten.

De belangrijkste uitdagingen

De mobiliteit zal nog blijven toenemen, maar het Europees vervoer bevindt zich op een kruispunt. Ons vervoerssysteem staat voor een aantal grote uitdagingen:

  • Olie wordt de volgende decennia schaarser en zal nog meer dan nu afkomstig zijn uit onstabiele regio's. De olieprijzen zouden tussen 2005 en 2050 meer dan verdubbelen (59 $/vat in 2005). De actuele gebeurtenissen tonen aan hoe onstabiel de olieprijzen zijn.

  • Ons vervoer is energie-efficiënter geworden, maar blijft voor 96% van zijn energiebehoeften afhankelijk van olie.

  • Congestie kost Europa jaarlijks ongeveer 1% van het bruto binnenlands product.

  • De uitstoot van broeikasgassen moet drastisch worden verminderd om de opwarming van het klimaat te beperken tot minder dan 2°C. Om die doelstelling te halen, moet de EU haar totale uitstoot tegen 2050 met 80 tot 95% verminderen ten opzichte van 1990.

  • Congestie vormt een groot probleem, zowel op de weg als in de lucht. Men verwacht dat het goederenvervoer blijft groeien ten opzichte van 2005: met 40% in 2030 en met iets meer dan 80% tegen 2050. Het passagiersvervoer zou iets minder sterk stijgen dan het goederenvervoer: +34% tegen 2030 en +51% tegen 2050.

  • De infrastructuur in Oost-Europa is minder goed ontwikkeld dan in West-Europa. In de nieuwe lidstaten zijn er op dit moment ongeveer 4800 km snelwegen en nog geen hogesnelheidslijnen; de klassieke spoorlijnen bevinden zich vaak in slechte staat.

  • De vervoerssector van de Unie wordt geconfronteerd met een toenemende concurrentie op de snel ontwikkelende mondiale vervoersmarkten.

Voor een algemeen overzicht van de belangrijkste vervoersstatistieken, zie 50 feiten en cijfers.

Vervoer 2050: de belangrijkste maatregelen

De in "Vervoer 2050 - Stappenplan naar een eengemaakte vervoersruimte" ontwikkelde strategie beoogt een diepgaande structurele hervorming van de vervoerssector.

De volgende jaren (2011-2014) worden een aantal belangrijke maatregelen genomen:

  • Een grondige herziening van het regelgevingskader voor het spoor (spoorwegpakket 2012/2013). Een centraal onderdeel van het stappenplan vervoer 2050 is de behoefte aan een hervorming van de spoorwegsector om het spoor aantrekkelijker te maken en ervoor te zorgen dat het tegen 2050 een aanzienlijk groter aandeel verwerft op de markt voor passagiers- en goederenvervoer over middellange afstand (>300 km). Tegelijk moet het Europese hogesnelheidsnetwerk tegen 2030 driemaal zo lang worden. Dit vergt ingrijpende aanpassingen van het regelgevingskader, waaronder: de opening van de markt voor het binnenlandse passagiersvervoer; de invoering van centrale beheersstructuren voor goederencorridors; een structurele scheiding tussen infrastructuurbeheerders en dienstverleners en verbeteringen van het regelgevingskader om het spoor aantrekkelijker te maken voor private investeerders. In 2012-2013 zal de Commissie een ambitieus pakket wetgevingsmaatregelen voor het spoor voorstellen.

  • Een kernnetwerk van strategische infrastructuur is essentieel voor de invoering van een volwaardige eengemaakte Europese vervoersruimte. De Commissie zal in 2011 nieuwe voorstellen indienen voor een Europees multimodaal kernnetwerk (publicatie van richtsnoeren, kaarten en financieringsvoorstellen voor de trans-Europese netwerken (TEN-V)). De EU zal de financiering in één kader onderbrengen om de TEN-V-middelen en de begrotingsmiddelen van de cohesie- en structuurfondsen op een coherente manier te investeren. De financieringsvoorwaarden zullen waarborgen dat de nadruk op de EU-prioriteiten en op de invoering van nieuwe technologieën (oplaad-/tankstations voor nieuwe voertuigen, nieuwe technologie voor verkeersbeheer) komt te liggen.

  • Om een volledig functionerend multimodaal vervoerssysteem te creëren, moeten een aantal belangrijke knelpunten en belemmeringen worden weggewerkt, onder meer met een luchthavenpakket (2011) om de efficiency en capaciteit van luchthavens te verbeteren, een mededeling betreffende de binnenvaart (2011) om belemmeringen op de binnenwateren op te heffen en de efficiency te verhogen en het "e-maritime"-initiatief (2011) voor elektronische en intelligente verscheping – als eerste stap naar een reële blauwe gordel voor een scheepvaart zonder belemmeringen. De Commissie zal ook maatregelen nemen om de beperkingen op cabotage in het wegvervoer op te heffen (2012-2013).

  • billijk financieel kader tot stand brengen: een nieuw beleid inzake vervoersheffingen. De vervoersfiscaliteit moet worden hervormd met het oog op een consequente toepassing van de principes: "de vervuiler betaalt" en de "gebruiker betaalt". De volgende jaren worden op dat gebied de volgende belangrijke maatregelen genomen:

  • Publicatie van richtsnoeren voor de doorberekening van infrastructuurkosten aan personenwagens (2012). In een tweede fase wordt een kader voorgesteld voor de internalisering van de externe kosten van alle wegvoertuigen die niet onder de eurovignetrichtlijn vallen om de infrastructuurkosten en de maatschappelijke kosten van congestie, CO2 (indien nog niet doorberekend in de brandstofbelasting), plaatselijke verontreiniging, geluidshinder en ongevallen, door te berekenen. De lidstaten zijn vrij deze heffingen al dan niet toe te passen, maar zij die dat wel doen, kunnen daarbij steunen op een gemeenschappelijk EU-kader.

  • De internalisering van de externe kosten voortzetten bij andere vervoerswijzen.

  • Een stabiele vervoersfinanciering waarborgen, waarbij de door vervoersgebruikers betaalde inkomsten worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van een geïntegreerd en efficiënt netwerk (een deel van de heffingen moet worden aangewend voor vervoer en met name voor de financiering van een hoogwaardige vervoersinfrastructuur).

  • Geleidelijk Europese elektronische tolsystemen mogelijk maken. Zo zullen vanaf oktober 2012 elektronische tolsystemen voor vrachtwagens beschikbaar zijn en twee jaar later voor alle soorten voertuigen. Ook moet ervoor worden gezorgd dat vrachtwagenbestuurders de tolgelden voor het gebruik van snelwegen in heel Europa elektronisch en via één aanbieder kunnen betalen. Dit kan de talrijke verschillende tolsystemen vervangen die op dit moment door 21 lidstaten worden gebruikt. Het principe is hetzelfde als voor mobiele telefoons – de rekening wordt doorgestuurd naar de nationale exploitant/autoriteiten, ongeacht iemand in de EU aan het rijden is. Bij elektronische tolsystemen kunnen de heffingen gemakkelijk worden aangepast aan de variërende omstandigheden (spitsuren, meer vervuilende voertuigen).

  • Een strategisch vervoerstechnologieplan voor de EU (2011). Onderzoek en de reële invoering van nieuwe technologieën is essentieel om de vervoersemissies in de EU en de rest van de wereld terug te dringen in het stedelijk, interstedelijk en langeafstandsvervoer. In 2011 worden de Europese inspanningen inzake onderzoek en ontwikkeling op het gebied van vervoer gebundeld dankzij het strategisch vervoerstechnologieplan (STTP).

  • De productie van schone, veilige en stille voertuigen voor alle vervoerswijzen, van wegvoertuigen over schepen, binnenschepen, treinen tot vliegtuigen, is een prioriteit. Belangrijke actieterreinen zijn alternatieve brandstoffen, nieuwe materialen en aandrijfsystemen en IT- en verkeersbeheersinstrumenten voor het beheer en de integratie van complexe vervoerssystemen. In het STTP worden de prioriteiten bepaald voor de besteding van onderzoeksmiddelen en wordt uiteengezet welke strategie moet worden gevolgd om de marktintroductie van nieuwe technologieën te waarborgen/stimuleren en hoe de nodige EU-normen kunnen worden vastgesteld om een coherente invoering in heel Europa te verzekeren.

  • Als onderdeel van het algemene STTP zal de Commissie in 2012 een Strategie voor schone vervoerssystemen publiceren met enerzijds meer details over specifieke maatregelen om de invoering van schone voertuigen aan te moedigen en te faciliteren en anderzijds de ontwikkeling van EU-normen voor de invoering van schone voertuigen – bv. regels inzake de interoperabiliteit van oplaadinfrastructuur, richtsnoeren en normen voor tankinfrastructuur.

  • Een drieledig beleid voor het stedelijk vervoer. Een belangrijk element van de vervoerstrategie 2050 is het doel om voertuigen op klassieke brandstoffen in onze steden tegen 2050 stapsgewijs te vervangen door elektrische, hybride of waterstofauto's, openbaar vervoer en meer verplaatsingen te voet of met de fiets. De verantwoordelijkheid voor het stedelijk vervoersbeleid berust in de eerste plaats bij de lidstaten en elke stad moet zelf bepalen welke vervoersmix het best aan haar behoeften beantwoordt. Om de verschuiving naar schoner vervoer in steden te faciliteren, zal de Commissie de volgende maatregelen nemen:

  • Procedures en financiële bijstand invoeren voor steden die op vrijwillige basis een mobiliteitsaudit en -plan opstellen. Onderzoeken of de toekenning van middelen uit de regionale en cohesiefondsen kan worden gekoppeld aan de indiening van een stedelijk mobiliteitsplan.

  • De Commissie zal een voorstel formuleren voor een EU-kader inzake stedelijke tolheffingen en toegangsbeperkingen voor het toenemende aantal lidstaten die dergelijke systemen wensen in te voeren om de congestie terug te dringen en het verplaatsingsgedrag te beïnvloeden. Dit kader moet waarborgen dat de verschillende regelingen in een coherent EU-kader passen en niet-discriminerend zijn.

  • Wat de technologische oplossingen voor schone auto's betreft, kunnen steden niet alleen handelen. De EU zal de onderzoeksinspanningen op dit gebied kanaliseren, invoeringsstrategieën voor de EU uitstippelen en marktvoorwaarden creëren om de invoering van schonere voertuigen in steden te faciliteren – de overschakeling op schone auto's is een van de speerpunten van het Strategisch vervoerstechnologieplan (2011).

  • Voor vervoer over lange afstand, waar de lucht- en scheepvaart een dominante rol zullen blijven spelen, ligt de nadruk op de verbetering van het concurrentievermogen en de verlaging van de uitstoot door:

  • Een volledige modernisering van het Europese luchtverkeersleidingssysteem (SESAR1) tegen 2020 voor de invoering van het gemeenschappelijke Europese luchtruim: met kortere en veiliger vluchten en meer capaciteit. Als eerste stap worden tegen eind 2012 functionele luchtruimblokken (FAB) ingevoerd door samenwerking tussen de lidstaten. Dankzij het gemeenschappelijke luchtruim worden de vluchtroutes 10% korter en nemen het brandstofverbruik en de uitstoot sterk af.

  • Vergelijkbare verbeteringen op het gebied van verkeersbeheer zijn essentieel om bij alle vervoerswijzen de efficiëntie te verhogen en de uitstoot terug te dringen. Dit betekent dat geavanceerde beheerssystemen worden ingevoerd voor het vervoer over land en water (ERTMS, ITS, RIS, SafeSeaNet en LRIT2).

  • Andere belangrijke maatregelen voor de lucht- en scheepvaart zijn: de invoering van schonere motoren en ontwerpen en de overschakeling op duurzame brandstoffen (zie STTP); de voltooiing van het gemeenschappelijk Europees luchtruim met 58 landen en 1 miljard inwoners tegen 2020; samenwerking met internationale partners en binnen internationale organisaties zoals de ICAO (de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie) en de IMO (internationale Maritieme Organisatie) om de Europese concurrentiekracht en klimaatdoelstellingen op mondiaal niveau te bevorderen.

  • Voor de scheepvaart kan de doelstelling om de uitstoot van maritieme bunkerbrandstoffen met minstens 40% terug te dringen, worden bereikt dankzij operationele en technische maatregelen, zoals nieuwe scheepsontwerpen en koolstofarme brandstoffen. Gezien de mondiale dimensie van de scheepvaart moeten deze maatregelen binnen de internationale context van de IMO worden voorbereid om effectief te zijn.

  • Belangrijke stappen op weg naar multimodale routeplanning en ticketintegratie. Een eengemaakte Europese vervoersruimte vergt doeltreffende en interopabele Europese multimodale routeplanners en ticketintegratie.

  • Op korte termijn worden belangrijke stappen gezet op weg naar de nodige EU-maatregelen om multimodale routeplanners te faciliteren, te beginnen met de vaststelling van belangrijke normen voor een reisplanner voor de hele EU (2012) en de nodige wettelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat aanbieders van diensten toegang hebben tot reis- en verkeersinformatie in real-time.

Hoogwaardige vervoersdiensten in alle sectoren vergen de versterking en handhaving van de regelgeving inzake passagiersrechten voor alle vervoerswijzen. Na de voltooiing van het regelgevingskader voor passagiersrechten, zal de Commissie in 2011 verslagen publiceren over de toepassing van de rechten van luchtreizigers en later op het jaar voor alle vervoerswijzen richtsnoeren publiceren over de gemeenschappelijke interpretatie van de passagiersrechten.

De lijst hierboven is niet volledig, maar bedoeld om de belangrijkste maatregelen voor te stellen die in de periode 2011-2014 zullen worden genomen om de belangrijke structurele omwenteling op gang te brengen die nodig is om een geïntegreerde Europese vervoersruimte te creëren.

De volledige lijst van maatregelen uit het Stappenplan vervoer 2050 – voor meer dan 40 gebieden van het weg- en spoorvervoer, de lucht- en scheepvaart en de binnenvaart, is te vinden op: http://ec.europa.eu/transport/index_en.htm.

1 :

Voor het ATM-onderzoek voor het eengemaakte Europese luchtruim, zie: http://ec.europa.eu/transport/air/sesar/sesar_en.htm.

2 :

'European Rail Traffic Management System' (Europees beheersysteem voor het spoorverkeer), 'Intelligent Transport Systems' (intelligente vervoerssystemen voor het wegvervoer), 'River Information Services' (rivierinformatiediensten), de maritieme informatiesystemen van de EU 'SafeSeaNet' en 'Long Range Identification and Tracking of vessels' (identificeren en volgen van schepen over lange afstanden).


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website