Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

MEMO/10/587

Brussel, 18 november 2010

Achtergrondinformatie : Mededeling van de Commissie over de toekomst van het GLB

De Commissie heeft vandaag een mededeling goedgekeurd over "Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten”. Met dit document wordt het startschot gegeven voor een overlegprocedure die loopt tot de lente van volgend jaar en die de Commissie als leidraad zal dienen bij het opstellen van regelgevingsvoorstellen tegen de zomer van 2011. Het hervormde GLB moet op 1 januari 2014 in werking treden.

Welke richting wil de Commissie uitgaan om de Europese landbouw concurrerender te maken?

Of de sector op de lange termijn concurrerend kan blijven, hangt af van de mate waarin hij een antwoord kan geven op de klimaatverandering en de behoefte aan een duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen, en tegelijk de productiviteit kan opdrijven. Daartoe moet de landbouw, op het hele grondgebied van de EU, zijn innovatiekracht behouden, voldoende blijven investeren en blijven inspelen op de ontwikkelingen van de markt.

In de mededeling van de Commissie worden verschillende kernelementen naar voren gebracht. In de eerste plaats moet de architectuur van de rechtstreekse betalingen worden herzien. In die betalingen moet een "groene" component worden opgenomen in de vorm van een ecologisch concurrentievermogen en de betalingen moeten billijker en transparanter worden verdeeld. Daarnaast moeten, in het kader van de programma’s voor plattelandsontwikkeling, de inspanningen worden opgevoerd zowel op het gebied van innovatie als op dat van de matiging van de klimaatverandering. Ten slotte moet de voedselketen transparanter worden gemaakt en moet worden gezocht naar nieuwe instrumenten waarmee de lidstaten de strijd kunnen aanbinden met de overdreven volatiliteit van de prijzen voor agrarische grondstoffen.

Waarom moet het GLB billijker zijn?

Steuncriteria uit het verleden. De referentiecriteria voor de rechtstreekse betalingen aan de landbouwers uit de oude lidstaten van de EU stammen uit de periode 2000-2002. De steunbedragen werden vastgesteld op basis van de toenmalige productievolumes. Nu is de tijd gekomen om geleidelijk over te schakelen naar een voor alle landbouwers en alle lidstaten objectiever en rechtvaardiger mechanisme.

Rekening houden met de uitbreidingen. Voor de directe steun bestaan er momenteel twee referentiemechanismen naast elkaar. Een voor de oude lidstaten dat is gebaseerd op historische criteria, een ander voor de lidstaten die vanaf 2004 tot de EU zijn toegetreden, dat is gebaseerd op een enkel bedrag per hectare. Er moet een nieuw, voor de hele EU bruikbaar systeem worden ingevoerd dat billijk en transparant is.

De diversiteit van de Europese landbouw beter ondersteunen. In de referentiecriteria moet zowel de economische dimensie van de rechtstreekse betalingen, die het landbouwinkomen moeten ondersteunen, als hun ecologische dimensie (de productie van collectieve goederen door de landbouwers garanderen) worden geïntegreerd. Momenteel worden economisch en politiek haalbare oplossingen onderzocht met het oog op het scheppen van de voorwaarden voor een billijke steunregeling waarin rekening wordt gehouden met een reeks parameters die verband houden met de sociale, economische en ecologische context waarin de landbouwers hun activiteiten uitoefenen.

Moeten de rechtstreekse betalingen worden geplafonneerd?

De rechtstreekse betalingen vormen inkomenssteun die noodzakelijk is om de landbouw in de hele EU in stand te houden. Bijgevolg moet ervoor worden gezorgd dat de overheidssteun wordt afgestemd op de actieve landbouwers die er echt behoefte aan hebben. Vanaf een bepaald bedrag zal de steun aan betekenis inboeten, behalve in gevallen waarin de steun, om concrete redenen die verband houden met loonarbeid, nog steeds verantwoord is.

Kan het GLB meer nut opleveren voor kleine bedrijven?

Het is niet de bedoeling steun te verlenen aan onrendabele bedrijven, maar wel de integratie van bedrijven in de markt te stimuleren. Het GLB moet eenvoudiger worden. Administratieve formaliteiten zorgen ervoor dat kleine bedrijven minder gemakkelijk toegang hebben tot de steun in het kader van het GLB, terwijl juist die kleine bedrijven een belangrijke economische rol spelen in de dynamiek van bepaalde plattelandsgebieden. Vereenvoudiging moet ertoe leiden dat alle economische actoren op billijke wijze toegang hebben tot het door de overheid gevoerde beleid.

Zullen probleemgebieden specifieke steun ontvangen?

Aan de huidige, in het kader van de programma’s voor plattelandsontwikkeling vastgestelde steunregelingen wordt niet geraakt. De instandhouding van de landbouw in gebieden met moeilijke productieomstandigheden is essentieel voor de instandhouding van de biodiversiteit en van een dynamisch platteland. Met de specifieke natuurlijke handicaps kan ook rekening worden gehouden bij de berekening van de rechtstreekse betalingen.

Welke landbouwpraktijken moeten worden gestimuleerd om klimaatverandering tegen te gaan en het milieu te beschermen?

In dit stadium is nog geen exhaustieve lijst opgesteld van de landbouwpraktijken die via een "groene" component van de rechtstreekse betalingen zullen worden ondersteund. Momenteel wordt onderzocht welke technieken ter zake de beste vooruitzichten bieden. In dit verband kan bijvoorbeeld worden gedacht aan groenbedekking, vruchtwisseling, ecologische braaklegging en blijvend grasland.

Voor het behoud van een groenbedekking in de winterperiode moeten bepaalde gewassen onmiddellijk na de oogst worden ingezaaid. Zo kan de grond worden verrijkt, het waterbergingsvermogen ervan worden verhoogd en bodemerosie worden tegengegaan.

Dit opent ook pespectieven voor de teelt van zogenoemde “tussengewassen”.

Vruchtwisseling is een traditionele methode die rekening houdt met het regeneratieve vermogen van de grond. Het voordeel hiervan is dat minder chemische producten (pesticiden, herbiciden, meststoffen) moeten worden gebruikt.

Grasland is zeer bevorderlijk voor de biodiversiteit. Het vormt een ecosysteem met een hoge toegevoegde waarde in termen van grond, watergebruik, vastleggen van koolstof en het landschap.

Ecologische braaklegging verrijkt de agrarische ecosystemen via de instandhouding van wijkplaatsen voor fauna en flora. Om het potentieel van de braakgelegde grond optimaal te benutten, moet zeer zorgvuldig worden gemaaid, zodat kleine struiken verder kunnen groeien.

Moeten de twee pijlers van het GLB worden behouden?

De twee pijlers zijn twee complementaire onderdelen van het GLB. De eerste pijler maakt het mogelijk op jaarbasis steun te verlenen aan de landbouwers om de voor de hele EU gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken. De tweede pijler, waaronder ook "Leader" valt, vormt een meerjarig en flexibel investeringsinstrument dat is afgestemd op de plaatselijke situatie in elke lidstaat en dat met name is bedoeld ter ondersteuning van het concurrentievermogen, de innovatie, de strijd tegen de klimaatverandering en de duurzaamheid van de landbouw.

Waarom gaat de mededeling niet dieper in op bepaalde punten ?

In de mededeling van de Commissie wordt niet op alle details van de hervorming ingegaan. Daarvoor moet worden gewacht op de regelgevingsvoorstellen die tegen de zomer van 2011 zullen worden ingediend. De vandaag ingediende tekst is een politiek document waarin de grote lijnen worden uitgezet op basis van de uitdagingen die naar voren zijn gekomen tijdens de in de eerste helft van het jaar gehouden openbare discussie. Als verdere voorbereiding op het indienen van de regelgevingsvoorstellen worden gerichte effectbeoordelingen uitgevoerd om te bepalen welke instrumenten het meest geschikt en het doeltreffendst zijn om de in de mededeling vastgelegde doelstellingen te verwezenlijken.

Wat zijn de volgende stappen na de bekendmaking van de mededeling ?

De mededeling van de Commissie zal worden besproken in de Raad en het Europees Parlement, alsmede in het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van de EU. De Commissie zal ook een raadpleging organiseren in het kader waarvan de belanghebbende partijen worden uitgenodigd hun mening te geven over verschillende opties en nuttige gegevens aan te leveren voor een grondige analyse van de effecten van elke optie. Mede op basis van de resultaten van de, nog lopende, gedetailleerde effectbeoordeling voor elke in de mededeling opgenomen optie, zal de Commissie haar regelgevingsvoorstellen voorbereiden die dan in de zomer van 2011 zullen worden ingediend. In verband met de inwerkingtreding van het nieuwe Verdrag zal, voor het eerst in het kader van een hervorming van het GLB, daarbij de medebeslissingsprocedure worden gevolgd. Het hervormde GLB zal in 2014 in werking treden.

Welke uitdagingen staan de Europese landbouw nog te wachten ?

De voedselvoorziening. Volgens de deskundigen van de FAO zullen de toename van de wereldbevolking en de wijzigingen in de voedingsgewoonten tot gevolg hebben dat de vraag naar landbouwproducten met 50% zal toenemen tegen 2030 en met 70% tegen 2050. Europa moet zijn verantwoordelijkheid opnemen in deze internationale context, door ervoor te zorgen dat het voldoende kwaliteitsproducten kan blijven produceren die aan zeer hoge hygiënenormen voldoen en door duurzame productiemethoden te stimuleren en zodoende het milieu niet te schaden.

Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De landbouwsector is een belangrijke gebruiker van grond, water en biodiversiteit en heeft een grote invloed op het karakter van het landschap. Bijna 14 miljoen bedrijven beheren meer dan de helft van het Europese grondgebied. Landbouw en bosbouw nemen 80% van het Europese grondgebied in beslag. De landbouw kan concrete antwoorden geven om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. Bovendien moeten de landbouwers hun methoden aanpassen aan de geleidelijk oplopende temperaturen.

Evenwichtige ontwikkeling van plattelandsgebieden. De landbouw is de economische motor van de meeste plattelandsgebieden, de hoeksteen van de Europese agrovoedingsketen. In de agrovoedinssector werken in totaal 17,5 miljoen mensen (13,5% van de werkgelegenheid in de industriële sectoren). Het is van essentieel belang dat de landbouw aantrekkelijk genoeg blijft voor de actieve beroepsbevolking, vooral om ervoor te zorgen dat elke generatie wordt afgewisseld door de volgende. De inkomens in de landbouw bedragen slechts 40% van het gemiddelde inkomen in Europa.

BIJLAGE: BESCHRIJVING VAN DE DRIE BREDE BELEIDSOPTIES

Rechtstreekse betalingen

Marktmaatregelen

Plattelandsontwikkeling

Optie 1

De rechtstreekse betalingen billijker verdelen tussen de lidstaten (het huidige stelsel van rechtstreekse betalingen blijft evenwel ongewijzigd)

De instrumenten voor risicobeheer versterken

Indien nodig de bestaande marktinstrumenten stroomlijnen en vereenvoudigen

Verder toepassen van het bij de “gezondheidscontrole” naar voren gekomen richtsnoer om de financiering te verhogen waarmee de uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, water, biodiversiteit, hernieuwbare energie en innovatie worden aangepakt

Optie 2

De rechtstreekse betalingen billijker verdelen tussen de lidstaten en het concept ervan grondig veranderen

De rechtstreekse betalingen zouden bestaan uit:

• een basisbedrag dat als inkomenssteun dient,

• een verplicht aanvullend steunbedrag voor de levering, via eenvoudige, algemene, jaarlijkse en niet-contractuele agromilieu-acties, van specifieke “vergroenende” collectieve goederen; dit bedrag wordt berekend op basis van de aanvullende kosten die deze acties met zich brengen,

• een aanvullende betaling als vergoeding voor specifieke natuurlijke handicaps,

• en een facultatief gekoppeld steunelement voor specifieke sectoren en regio’s1.

Invoering van een nieuwe regeling voor kleine landbouwbedrijven

Plafonnering van het basisbedrag, terwijl ook rekening wordt gehouden met de bijdrage van de grote landbouwbedrijven tot de plattelandsontwikkeling

Indien nodig de bestaande marktinstrumenten verbeteren en vereenvoudigen

De bestaande instrumenten aanpassen en aanvullen om ze enerzijds beter op de EU-prioriteiten af te stemmen, waarbij de steun vooral wordt toegespitst op het milieu, de klimaatverandering en/of de herstructurering en de innovatie, en om anderzijds de regionale en de lokale initiatieven te versterken

De bestaande instrumenten voor risicobeheer versterken en een facultatief instrument voor inkomensstabilisatie invoeren dat verenigbaar is met de “groene doos” van de WTO en bedoeld is om aanzienlijke inkomensverliezen te compenseren

Een zekere herverdeling van de middelen over de lidstaten, waarbij wordt uitgegaan van objectieve criteria, zou kunnen worden overwogen.

Optie 3

Geleidelijke afschaffing van de rechtstreekse betalingen in hun huidige vorm

In plaats daarvan voorzien in beperkte betalingen voor collectieve milieugoederen en in aanvullende betalingen voor specifieke natuurlijke handicaps

Afschaffing van alle marktmaatregelen, eventueel op de marktverstoringsclausules na, die in tijden van ernstige crisis zouden kunnen worden geactiveerd

De maatregelen zouden voornamelijk worden toegespitst op klimaatveranderings- en milieukwesties.

1 :

Dit zou overeenkomen met de huidige gekoppelde steun die in het kader van artikel 68 wordt betaald, en met andere gekoppelde steunmaatregelen.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site