Navigation path

Left navigation

Additional tools

MEMO/10/468

Brussel, 4 oktober 2010.

Hoe worden de aanpassingen van de salarissen en pensioenen van EU-ambtenaren berekend?

Het statuut van de ambtenaren bevat duidelijke regels over de jaarlijkse aanpassing van de salarissen en pensioenen van EU-ambtenaren: zij worden gekoppeld aan de ontwikkeling van de salarissen in acht lidstaten die 76% van het BBP van de EU vertegenwoordigen. De salarissen van EU-ambtenaren volgen dus dezelfde ontwikkeling als die van de nationale ambtenaren in de acht betrokken landen (DE, FR, UK, IT, ES, NL, BE, LU). Deze regels geven de Commissie of de Raad niet de bevoegdheid om andere criteria toe te passen.

De methode voor de aanpassing van de salarissen en pensioenen maakte integraal deel uit van het hele hervormingspakket van 2004, dat onder meer volgende punten omvatte: invoering van een categorie arbeidscontractanten met lagere salarissen, hogere pensioenleeftijd, lagere pensioenrechten, hogere pensioenbijdragen, een tot 2012 jaarlijks stijgende speciale heffing (tot maximaal 5,5%) en lagere beginsalarissen. De methode voor aanpassing waarin het statuut voorziet, zorgt ervoor dat de ontwikkeling van de koopkracht van de nationale ambtenaren en die van de EU-ambtenaren parallel verlopen en weerspiegelt de ontwikkelingen van de kosten van levensonderhoud in Brussel (de waarde van de aanpassing is gelijk aan het product van het indexcijfer dat de wijziging van de kosten van levensonderhoud in Brussel weergeeft en de specifieke indicator die de ontwikkeling van de koopkracht van nationale ambtenaren meet).

Eurostat berekent de aanpassing op grond van statistische gegevens die de acht lidstaten verstrekken en vóór het einde van elk jaar moet de Raad daarover een beslissing nemen.

Er is altijd een tijdsverschil van een jaar omdat de jaarlijkse aanpassing van de salarissen van de EU-ambtenaren gebaseerd is op cijfers van de lidstaten die betrekking hebben op ontwikkelingen in het voorafgaande referentiejaar en die gevolgen hebben voor de aanpassing van de salarissen van EU-ambtenaren voor het volgende jaar.

De methode heeft mettertijd haar waarde bewezen als een mechanisme dat zowel voor het personeel als voor de Europese belastingbetaler eerlijk is, aangezien de aanpassing van de salarissen in de instellingen van de EU gekoppeld is aan de koopkracht van de nationale ambtenaren. Met de methode wordt ook vermeden dat jaarlijks moeilijke salarisonderhandelingen met de Raad moeten worden gevoerd.

Wat is de situatie voor 2011? Een daling van 0,4%1 – dit is het voorlopige cijfer voor de aanpassing van de salarissen van EU-ambtenaren dit jaar; dat zou leiden tot

  • een daling van de koopkracht van EU-ambtenaren met 2,8% (0,4% daling plus 2,4% toename van de kosten van levensonderhoud); en

  • een daling van de koopkracht van EU-ambtenaren met bijna 6% in de periode 2004‑2010 die voortvloeit uit de toepassing van de methode voor de jaarlijkse aanpassing van de salarissen die bij de hervorming van 2004 in het statuut van de ambtenaren werd vastgelegd.

EU-ambtenaren delen het leed van nationale ambtenaren wier salaris daalt. Dit illustreert de doeltreffendheid van de methode, die ervoor zorgt dat de wijzigingen van de koopkracht van nationale ambtenaren en EU-ambtenaren parallel verlopen.

De kritiek waaraan de methode vorig jaar onderhevig was, was te wijten aan het tijdsverschil in de berekening van de salarissen van nationale ambtenaren.

Hoe staat het met de zaak voor het Hof (C-40/10 Commissie/Raad)?

Vorig jaar besliste de Raad eenparig om het voorstel van de Commissie waarin rekening werd gehouden met de stijgingen in de lidstaten, niet te volgen. De Raad keurde een stijging van 1,85% goed in plaats van de 3,7% die was berekend volgens de in het ambtenarenstatuut neergelegde methode.

De Commissie heeft daarop, als hoedster van het Verdrag en van het EU-recht en gesteund door het Parlement, een beroep tot nietigverklaring van de verordening van de Raad ingesteld wegens schending van het ambtenarenstatuut. De zaak is aanhangig, de zitting zal naar verwachting op 21 oktober 2010 plaatsvinden en het arrest kan in de eerste helft van 2011 worden verwacht.

1 :

Deze cijfers zijn voorlopig en moeten nog door de statistische autoriteiten van de lidstaten worden gevalideerd.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website