Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

De Digitale Agenda voor Europa: belangrijkste initiatieven

Commission Européenne - MEMO/10/200   19/05/2010

Autres langues disponibles: FR EN DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

MEMO/10/200

Brussel, 19 mei 2010

De Digitale Agenda voor Europa: belangrijkste initiatieven

(zie ook IP/10/581 en MEMO/10/199)

Waarom een Digitale Agenda voor Europa?

Europa heeft een nieuw actieplan nodig om optimaal gebruik te kunnen maken van informatie‑ en communicatietechnologieën (ICT's), het economische herstel te bespoedigen en de basis te leggen voor een duurzame digitale toekomst. Het nieuwe actieplan behelst voorstellen om de obstakels die momenteel een optimaal gebruik van het ICT‑potentieel belemmeren, uit de weg te ruimen en langetermijninvesteringen aan te trekken om problemen in de toekomst tot een minimum te beperken.

30 % van de Europeanen heeft nog nooit gebruik gemaakt van het internet. In de VS wordt momenteel vier keer meer muziek gedownload dan in de EU, met haar tekortschietend legaal aanbod en versnipperde markten. Ook op het gebied van investeringen in ICT‑onderzoek en het gebruik van ultrasnelle netwerken hinkt Europa achterop in vergelijking met zijn industriële partners, zoals de VS en Japan. Slechts 1 % van de Europeanen heeft toegang tot hogesnelheidsglasvezelnetwerken. In Japan en Zuid‑Korea ligt dit cijfer op respectievelijk 12 % en 15 %. De EU‑investeringen in ICT‑onderzoek en ‑ontwikkeling bedragen slechts 40 % van wat de VS op dit gebied uitgeeft.

Europa moet deze problemen aanpakken, wil het een positieve spiraalwerking teweegbrengen waarin ICT's de economie van de EU een impuls geven. Dit doel kan worden verwezenlijkt wanneer in een grenzenloze online omgeving aantrekkelijke diensten ter beschikking worden gesteld en gebruikt die een vraag creëren naar sneller internet. Deze vraag naar sneller internet zal op haar beurt kansen creëren voor investeringen in snellere netwerken. Eenmaal aangelegd en op grote schaal gebruikt zetten deze snellere netwerken de deur open naar nog innovatievere diensten.

In de Digitale Agenda wordt aangegeven waarop Europa zich moet concentreren, wil het deze positieve spiraalwerking op gang brengen

Wat wordt met de Digitale Agenda beoogd?

In de Agenda worden zeven prioriteiten naar voren geschoven:

  • verwezenlijking van een eengemaakte digitale markt

  • verbetering van de kadervoorwaarden voor de interoperabiliteit van ICT‑producten en ‑diensten

  • versterking van het vertrouwen in het internet en de beveiliging van het internet

  • waarborging van het aanbod van veel snellere internettoegang

  • bevordering van investeringen in onderzoek en ontwikkeling

  • verbetering van digitale geletterdheid, digitale vaardigheden en digitale inclusie

  • gebruik van ICT voor de aanpak van maatschappelijke problemen, zoals de klimaatverandering, de toenemende kosten van gezondheidszorg en de vergrijzing.

Welke kernacties stelt de Europese Commissie voor?

Een eengemaakte digitale markt

Het is tijd dat een nieuwe eengemaakte markt wordt verwezenlijkt die in staat is de voordelen van het digitale tijdperk tastbaar te maken.

Europa is nog steeds een lappendeken van nationale online markten, met als gevolg dat de Europeanen verstoken blijven van de inherente voordelen van een waarlijk eengemaakte digitale markt. Zowel commerciële als culturele inhoud moet zich vrij over de grenzen kunnen bewegen. Dit doel kan worden gehaald aan de hand van de verwijdering van regelgevingsobstakels, invoering van de mogelijkheid tot elektronische betaling en facturering, invoering van een geschillenbeslechtingsregeling en waarborging van het consumentenvertrouwen. De mogelijkheden van het bestaande regelgevingskader kunnen en moeten beter worden benut, wil men de telecommarkt, die momenteel alle kenmerken van een lappendeken vertoont, tot een echte eengemaakte markt in elkaar weven.

Met de Digitale Agenda wordt onder meer het volgende beoogd:

  • stimulering van de muziekdownloadmarkt (het aandeel daarvan bedraagt in de EU slechts 25 % van dat in de VS) door de vereffening en het beheer van auteursrechten en de licentieverlening in dit verband te vereenvoudigen. Tegen eind 2010 zal de Commissie onder meer een kaderrichtlijn over het collectief beheer van rechten voorstellen om het beheer, de transparantie en de pan‑Europese licentieverlening op het gebied van (online) rechten te verbeteren. Na bekendmaking van een groenboek later dit jaar zal de situatie in 2012 opnieuw worden bezien.

  • vaststelling van een datum voor de overschakeling naar een eengemaakte markt voor online betalingen. Momenteel betrekt slechts 8 % van de online kopers in de EU zijn aankoop uit een ander land. 60 % van de grensoverschrijdende internetbestellingen loopt stuk op technische en juridische problemen, zoals weigering van een uit een ander land afkomstige kredietkaart.

  • bevordering van particuliere en openbare e‑handel aan de hand van de modernisering van de voorschriften inzake e‑handtekeningen in 2011, met als doel een beveiligde en over de grenzen erkende e‑authenticatie te waarborgen.

  • versterking van de rechten en het vertrouwen van de burgers aan de hand van de actualisering van het EU‑regelgevingskader inzake gegevensbescherming tegen eind 2010.

De Europese Commissie zal ook toezien op de bescherming van de consument in de cyberomgeving, door een digitale code met een duidelijke en makkelijk toegankelijke samenvatting van de rechten van de burger in de online omgeving op te stellen. Heel veel consumenten weten momenteel niet echt welke hun digitale rechten zijn, vooral wanneer deze over meerdere complexe rechtsdocumenten versnipperd zijn.

Andere acties in het kader van de Digitale Agenda moeten de consumenten ervan overtuigen dat zij online op een billijke manier zaken kunnen doen. De Commissie gaat door met het idee van EU-wijde online betrouwbaarheidskeurmerken, met name voor retailwebsites, en zal een EU‑wijd online geschillenbeslechtingssysteem voor e-handelstransacties voorstellen waarop de consument een beroep kan doen als iets misgaat.

Interoperabiliteit en normen

Europa heeft interoperabele IT-producten en -diensten nodig, wil het een waarlijk digitale maatschappij tot stand brengen.

Geen enkel voorbeeld illustreert het vermogen van technische interoperabiliteit beter dan het internet. Dankzij de open infrastructuur van het internet kunnen miljarden mensen overal ter wereld werken met interoperabele diensten en toepassingen. Om het onderste uit de kan te halen van wat ICT te bieden heeft, moet echter nog verder worden gewerkt aan de interoperabiliteit tussen apparatuur, toepassingen, databestanden, diensten en netwerken.

De kadervoorwaarden voor interoperabiliteit kunnen op verschillende manieren worden verbeterd, niet het minst door te garanderen dat goede ICT‑normen beschikbaar zijn en worden gebruikt, met name in het kader van overheidsopdrachten en wetgeving.

Met de Digitale Agenda wordt onder meer beoogd:

  • rechtsmaatregelen voor te stellen ter hervorming van de voorschriften inzake de toepassing van ICT-normen met als doel gebruik te kunnen maken van door bepaalde ICT-fora en -consortia vastgestelde normen.

    De Commissie zal zich echter ook buigen over situaties waarin normen geen oplossing bieden omdat deze niet op de steun van de significante marktspelers kunnen rekenen. Een ander doel bestaat erin de coördinatie tussen overheden te verbeteren via een nieuwe Europese interoperabiliteitsstrategie en een nieuw Europees interoperabiliteitskader, met als doel de interoperabiliteit tussen e‑overheidsdiensten en andere overheidsdiensten op Europese schaal te garanderen.

Vertrouwen en beveiliging

De Europeaan is wars van het gebruik van technologie die hij niet vertrouwt. Het digitale tijdperk mag niet het slachtoffer zijn van een “big brother”-, noch van een “wild west”-mentaliteit.

Europeanen zullen zich pas aan steeds gesofisticeerdere online activiteiten wagen, als zij het gevoel hebben dat zij, of hun kinderen, blindelings kunnen vertrouwen in de netwerken. Daarom moet Europa absoluut reactiemechanismen ontwikkelen om in te grijpen tegen de opkomst van nieuwe vormen van cybercriminaliteit, zoals kindermisbruik, identiteitsdiefstal en cyberaanvallen.

Parallel daarmee brengt de toename van het aantal databanken en nieuwe technologieën nieuwe problemen met zich. Het recht op bescherming van de particuliere levenssfeer en van persoonsgegevens is een grondrecht in de EU dat zowel online als offline doeltreffend moet worden gehandhaafd.

Het inmiddels essentiële belang van het internet als informatiestructuur voor zowel het individu als de gehele Europese economie vereist IT-systemen en -netwerken die de nodige veerkracht vertonen en beveiligd zijn tegen allerhande nieuwe dreigingen.

Met de Digitale Agenda wordt onder meer beoogd:

  • een Europees systeem voor een snelle respons tegen cyberaanvallen op te zetten, met inbegrip van responsteams voor computernoodgevallen (Computer Emergency Response Teams (CERT's), en in 2010 voorstellen te doen ter versterking van de rol van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA).

  • in 2010 strengere wetten voor te stellen ter bestrijding van cyberaanvallen tegen informatiesystemen, en tegen 2013 overeenkomstige voorschriften voor te stellen inzake de jurisdictie in de cyberruimte op Europees en internationaal niveau.

De Europese Commissie zal ook steun verlenen ten bate van hotlines voor de rapportage van illegale online inhoud door kinderen en ouders, en zal met de lidstaten van de EU samenwerken aan lessen over online beveiliging op scholen.

In het kader van de bijgewerkte telecomvoorschriften van de EU moeten exploitanten en dienstverleners inbreuken tegen de beveiliging van persoonsgegevens melden (zie MEMO/09/568). Naar aanleiding van de lopende herziening van het algemene gegevensbeschermingskader van de EU zal worden nagegaan of de plicht om inbreuken tegen de gegevensbeveiliging te melden, eventueel kan worden uitgebreid.

Toegang tot snel en ultrasnel internet

Zeer snel internet is een voorwaarde voor krachtige economische groei, werkgelegenheid, welvaart en gegarandeerde toegang van de burger tot inhoud en diensten.

Europa moet kunnen vertrouwen op breed beschikbaar en concurrerend geprijsd snel en ultrasnel internet. De EU wil alle Europeanen tegen 2013 van basisbreedband voorzien en er tegen 2020 voor zorgen dat i) iedereen toegang krijgt tot veel sneller internet (30 Mbps of meer) en ii) ten minste 50 % van de Europese huishoudens over een internetverbinding van meer dan 100 Mbps beschikt.

Om deze ambitieuze streefcijfers te halen, moet een omvattend beleid worden ontwikkeld, gebaseerd op een mix van technologieën en gericht op twee parallelle doelstellingen. Enerzijds moet worden voorzien in een breedbanddekking van 100 % (combinatie van vast en draadloos) met internetsnelheden die geleidelijk oplopen tot 30 Mbps en meer, en anderzijds moeten gaandeweg de installatie en het gebruik van toegangsnetwerken van de volgende generatie (NGA – next generation acces) in een groot deel van het grondgebied van de EU worden gestimuleerd, met het oog op ultrasnelle internetverbindingen van meer dan 100 Mbps.

Met de Digitale Agenda wordt onder meer beoogd:

  • ervoor te zorgen dat, overeenkomstig de EU‑streefdoelen, alle Europeanen tegen 2020 toegang kunnen hebben tot veel sneller internet. In 2010 zal de Europese Commissie indienen: een mededeling over breedband met daarin een gemeenschappelijk kader voor maatregelen op EU‑ en lidstaatniveau, onder meer over hoe investeringskapitaal kan worden aangetrokken via kredietverbetering (ondersteund met financiële middelen van de EIB en de EU), een ambitieus Europees programma op het gebied van spectrumbeleid, en een aanbeveling om investeringen in concurrerende toegangsnetwerken van de volgende generatie te bevorderen.

Onderzoek en innovatie

Wil Europa dat zijn beste ideeën de markt bereiken, dan moet het meer investeren in O&O.

Gezien de bijdrage van ICT tot de totale toegevoegde waarde van Europese economische sterkhouders als de automobielsector (25 %), de sector consumentenapparatuur (41 %) en de gezondheids- en de medische sector (33 %) houdt het gebrek aan O&O-investeringen op ICT-gebied een gevaar in voor de hele Europese productie- en diensteneconomie.

Het investeringstekort is in de eerste plaats terug te voeren op de zwakke en versnipperde overheidsinspanning op het gebied van O&O. De overheidssector in de EU geeft per jaar minder dan 5,5 miljard euro uit aan O&O op ICT-gebied en blijft daarmee ver achter bij met de EU concurrerende economieën. Ten tweede beperken de fragmentatie van de markt en de versnippering van financiële middelen voor onderzoek de groei en de ontwikkeling van innovatieve ICT‑bedrijven, met name MKB's. Ten derde verloopt de invoering van op ICT gebaseerde innovaties in Europa traag. Hoewel maatschappelijke uitdagingen, zoals de vergrijzing en de ernstige milieuproblemen, een belangrijke motor voor innovatie zijn, maakt Europa weinig gebruik van innovatie en O&O om de kwaliteit en de prestatie van zijn openbare diensten te verbeteren.

Om deze problemen aan te pakken wordt met de Digitale Agenda onder meer beoogd:

  • meer particuliere investeringen aan te trekken via precommerciële overheidsaanbestedingen en publiek-private partnerschappen, door de structuurfondsen in te zetten voor onderzoek en innovatie en door ten minste gedurende de looptijd van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (KP7) de begroting voor O&O op ICT-gebied jaarlijks met 20 % te verhogen.

De Commissie zal tevens werken aan de ontwikkeling van een op MKB's en jonge onderzoekers gerichte “lichte en snelle” toegang tot ICT-gerelateerde onderzoeksmiddelen van de EU. Tot slot heeft de Commissie er bij de EU‑lidstaten op aangedrongen hun jaarlijkse overheidsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling op ICT-gebied te verdubbelen van 5,5 miljard euro tot 11 miljard euro (met inbegrip van de middelen in het kader van de EU-programma’s) op een manier die zorgt voor een gelijkwaardige toename van de particuliere uitgaven van 35 miljard euro tot 70 miljard euro.

Digitale vaardigheden, digitale geletterdheid en e‑inclusie

Zelfverwezenlijking en emancipatie moeten centraal staan in het digitale tijdperk. Iemands achtergrond of vaardigheidsniveau mag er niet de oorzaak van zijn dat de toegang tot het digitale potentieel voor hem gesloten blijft.

Aangezien steeds meer dagelijkse taken online worden verricht - van het zoeken van een baan tot het betalen van belastingen of boeken van tickets - is het internet voor veel Europeanen een integraal onderdeel van het dagelijkse leven geworden. Tegenover de 250 miljoen dagelijkse internetgebruikers in de EU (de helft van de bevolking) staan nog steeds 150 miljoen Europeanen (ca. 30 %) die nog nooit hebben geïnternet. Vaak, naar eigen zeggen, omdat zij er geen behoefte aan hebben of omdat het te duur zou zijn. Deze groep bestaat voor het grootste deel uit 65- tot 74-jarigen, mensen met een laag inkomen, werklozen en laag opgeleiden.

Bovendien heeft Europa te kampen met een toenemend tekort aan professionele ICT-vaardigheden. Het opvullen van dat tekort zou Europa tegen 2015 maar liefst 700 000 IT‑banen kunnen bezorgen.

Als gevolg van deze knelpunten worden talloze burgers uitgesloten uit de digitale maatschappij en de digitale economie en wordt een rem gezet op het aanzienlijke multiplicatoreffect van ICT-gebruik op de productiviteitsgroei.

Om deze problemen aan te pakken wordt met de Digitale Agenda onder meer beoogd:

  • de lacune op het gebied van digitale vaardigheden op te vullen door een betere coördinatie van initiatieven op het gebied van ICT‑vaardigheden op lidstaatniveau te bevorderen, met name door digitale geletterdheid en digitale vaardigheden als prioriteit op te nemen in het Europees Sociaal Fonds.

  • vraag en aanbod op het gebied van ICT‑vaardigheden op de arbeidsmarkt te stimuleren door tegen 2012 instrumenten te ontwikkelen waarmee de vaardigheden van ICT-deskundigen en ICT-gebruikers kunnen worden omschreven en bedrijven die op zoek zijn naar werknemers met specifieke ICT‑vaardigheden, de vaardigheden van de kandidaten bijgevolg makkelijk kunnen vergelijken.

Op basis van een analyse van de opties zal de Commissie tegen 2012 bovendien voorstellen doen om te garanderen dat websites die openbare diensten aanbieden, tegen 2015 toegankelijk zijn voor alle burgers, inclusief ouderen en gehandicapten.

ICT als facilitator van maatschappelijke baten

Een slim gebruik van technologie en informatie zal bijdragen tot het aanpakken van maatschappelijk relevante problemen als de klimaatverandering en de vergrijzing.

ICT is niet meer weg te denken uit Europese beleidsdoelstellingen op het gebied van de vergrijzing, de klimaatverandering, het energieverbruik, vervoersefficiency en mobiliteit, patiëntenrechten en de inclusie van personen met een handicap.

Om deze problemen aan te pakken wordt met de Digitale Agenda onder meer beoogd:

  • ervoor te zorgen dat de ICT‑sector het voortouw neemt in de rapportage van zijn broeikasgasemissies, door te garanderen dat tegen 2011 een gemeenschappelijke methode wordt vastgesteld die de andere energie‑intensieve sectoren ertoe aanzet dezelfde weg te volgen.

  • grootschalige proefmaatregelen op te zetten om de Europeanen een beveiligde online toegang tot hun medische gegevens te geven zodat zij om het even waar hun medisch dossier toegankelijk kunnen maken voor een arts.

  • de Europeanen van meer veiligheid en betere medische bijstand te voorzien, bijvoorbeeld bij noodgevallen in het buitenland, door vast te stellen welke minimumreeks van medische gegevens moet worden opgenomen in het patiëntendossier dat om het even waar in de EU elektronisch toegankelijk is.

  • de online toegang tot het rijke Europese culturele erfgoed te verbeteren door een duurzaam model voor de financiering van de openbare digitale EU‑bibliotheek Europeana en voor de digitalisering van Europa's culturele werken voor te stellen.

  • van e‑overheidsdiensten een praktisch onderdeel van het gewone leven van de burger en het bedrijfsleven in Europa te maken door een lijst van gemeenschappelijke grensoverschrijdende diensten uit te werken die burgers en bedrijven in staat stellen om het even waar in de EU onafhankelijk te werken of te wonen, en door systemen op te zetten voor de wederzijdse erkenning van de elektronische identiteit.

Deze en tal van andere maatregelen maken de Digitale Agenda tot een ambitieus actieplan voor de komende jaren.

Wanneer zal de Digitale Agenda ten uitvoer worden gelegd?

Naar aanleiding van de bekendmaking vandaag is een reeks maatregelen naar voren geschoven die de komende 2 à 3 jaar ten uitvoer worden gelegd, dan wel voorgesteld. Follow‑upmaatregelen zijn gepland in de periode tot 2015. In de daarop volgende 10 jaar zal het initiatief met het oog op de doelstellingen voor 2020 zijn loop nemen als een vlaggenschip van de Europa 2020‑strategie.

Zal de Europese Commissie de Digitale Agenda in haar eentje ten uitvoer leggen. Hoe kunnen de belanghebbende partijen helpen?

De Commissie zal in het belang van de verwezenlijking van dit ambitieuze programma nauw samenwerken met het Europees Parlement (via een regelmatige dialoog), de lidstaten (via een groep van vertegenwoordigers op hoog niveau) en alle belanghebbende partijen op alle niveaus in alle lidstaten. De Commissie zal actiegerichte platforms van belanghebbende partijen organiseren, en een jaarlijkse bijeenkomst van de "digitale vergadering" die zowel de voortgang als eventuele nieuwe uitdagingen moet beoordelen.

Bijlage 1: Kern Kernacties

Verwachte leveringstermijn

Een dynamische eengemaakte digitale markt

Kernactie 1: De vereffening en het beheer van auteursrechten en de grensoverschrijdende licentieverlening in dit verband vereenvoudigen door:

• op het gebied van (online) rechten, het beheer, de transparantie en de pan‑Europese licentieverlening te verbeteren door een kaderrichtlijn inzake het collectieve beheer van rechten voor te stellen

2010

• een rechtskader in te voeren om de digitalisering en verspreiding van culturele werken in Europa te bevorderen door een richtlijn over verweesde werken voor te stellen en een dialoog met de belanghebbende partijen aan te gaan met het oog op verdere maatregelen inzake uitverkochte drukwerken, aangevuld door databanken met informatie over rechten;

2010

• herziening van de richtlijn inzake het hergebruik van overheidsinformatie, met name het toepassingsgebied en de tarifering voor toegang en gebruik

2012

Kernactie 2: Zorgen voor de verwezenlijking van de eengemaakte eurobetalingsruimte (SEPA), eventueel door aan de hand van bindende juridische maatregelen een termijn voor de omschakeling vast te stellen; de verwezenlijking van een interoperabele Europees e-factureringskader faciliteren door een mededeling over e-facturering uit te vaardigen en een forum van belanghebbende partijen op te zetten

2010

Kernactie 3: Voorstellen van een herziening van de richtlijn inzake e-handtekeningen als rechtskader voor grensoverschrijdende erkenning en interoperabiliteit van beveiligde e-authenticatiesystemen

2011

Kernactie 4: Herziening van het EU-regelgevingskader inzake gegevensbescherming ter versterking van het vertrouwen en de rechten van individuen

2010

Interoperabiliteit en normen

Kernactie 5: In het kader van de herziening van het normalisatiebeleid van de EU juridische maatregelen inzake ICT-interoperabiliteit voorstellen met het oog op de hervorming van de bepalingen voor het gebruik van ICT‑normen in Europa, met als doel het gebruik van bepaalde door ICT‑fora en -consortia opgestelde normen mogelijk te maken

2010

Vertrouwen en beveiliging

Kernactie 6: Maatregelen voorleggen voor een versterkt netwerk- en informatiebeveiligingsbeleid op hoog niveau, met inbegrip van wetgevingsinitiatieven als een gemoderniseerd Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA) en maatregelen ter verhoging van de reactiesnelheid bij cyberaanvallen, inclusief een CERT voor de EU-instellingen

2010

Kernactie 7: Maatregelen, inclusief wetgevingsvoorstellen, voorleggen ter bestrijding van cyberaanvallen tegen informatiesystemen, en overeenkomstige voorschriften voorleggen inzake de jurisdictie in de cyberruimte op Europees en internationaal niveau

2010 2013

Snelle en ultrasnelle toegang tot het Internet

Kernactie 8: Een mededeling over breedband aannemen met daarin een gemeenschappelijk kader voor acties die de EU en de lidstaten moeten uitvoeren om de in de Europa 2020-strategie vastgestelde doelstellingen voor breedband te halen

2010

• de financiering van hogesnelheidsbreedband uit EU-instrumenten (zoals het EFRO, het Europese POP, het ELFPO, TEN en het PCI) verhogen en rationaliseren, en nagaan hoe kapitaal voor investeringen in breedband kan worden aangetrokken via kredietverbetering (ondersteund met financiële middelen van de EIB en de EU)

2014

• een ambitieus Europees programma op het gebied van spectrumbeleid voorstellen waarover het Europees Parlement en de Raad een besluit moeten nemen en waarin een gecoördineerd en strategisch spectrumbeleid op EU-niveau tot stand zal worden gebracht teneinde het beheer van het radiospectrum efficiënter te maken en de voordelen voor de consument en het bedrijfsleven te optimaliseren

2010

• een aanbeveling uitvaardigen om investeringen in concurrerende toegangsnetwerken van de volgende generatie te bevorderen aan de hand van duidelijke en doeltreffende regelgevingsmaatregelen.

2010

Onderzoek en innovatie

Kernactie 9: Meer particuliere investeringen aantrekken via het strategische gebruik van precommerciële overheidsaanbestedingen en publiek-private partnerschappen, door de structuurfondsen in te zetten voor onderzoek en innovatie en door ten minste gedurende de looptijd van KP7 de begroting voor O&O op ICT-gebied jaarlijks met 20 % te verhogen

_

Verbetering van de digitale geletterdheid, de digitale vaardigheden en de digitale inclusie

Kernactie 10: Voorstel om digitale geletterdheid en digitale vaardigheden als prioritaire doelstellingen op te nemen in de verordening inzake het Europees Sociaal Fonds (2014-2020)

_

Kernactie 11: Instrumenten voor de omschrijving en de erkenning van de vaardigheden van ICT-deskundigen en ICT-gebruikers ontwikkelen, die in verband staan met het Europees kader voor kwalificaties en met EUROPASS, en een kader voor ICT-deskundigheid ontwikkelen om de vaardigheden en de mobiliteit van ICT-deskundigen binnen Europa te verbeteren

2012

ICT als facilitator van maatschappelijke baten in de EU

Kernactie 12: Beoordelen of de ICT-sector binnen de gestelde termijn gemeenschappelijke meetmethoden voor zijn eigen energieprestatie en broeikasgasemissies heeft vastgesteld, en zo nodig rechtsmaatregelen voorstellen

2011

Kernactie 13: Proefmaatregelen opzetten om de Europeanen te voorzien van een beveiligde toegang tot hun medische gegevens en om een brede verspreiding van telegeneeskundediensten aan te bieden

2015- 2020

Kernactie 14: Een aanbeveling voorstellen waarin een gemeenschappelijke minimumreeks van gegevens uit patiëntendossiers wordt vastgesteld die over de grenzen van de lidstaten heen elektronisch en interoperabel toegankelijk zijn of kunnen worden uitgewisseld

2012

Kernactie 15: Een duurzaam model voorstellen voor de financiering van Europeana, de openbare digitale bibliotheek van de EU, en voor de digitalisering van inhoud

2012

Kernactie 16: Een besluit van de Raad en het Europees Parlement voorstellen ter waarborging van de wederzijdse erkenning van e-identificatie en e-authenticatie in de hele EU op basis van online "authenticatiediensten" die in alle lidstaten moeten worden aangeboden (op basis van op het meest geschikte niveau - openbaar of particulier - afgegeven officiële documenten)

2012

Bijlage 2: Essentiële prestatiedoelstellingen

De indicatoren komen voornamelijk uit het benchmarkkader 2011-20151 dat de lidstaten van de EU in november 2009 hebben bekrachtigd.

1. Doelstellingen voor breedband

Basisbreedband voor iedereen tegen 2013: 100 % basisbreedbanddekking voor de burgers van de EU. (Vertreksituatie: in december 2008 beschikte 93 % van de bevolking in de EU over een DSL-verbinding.)

Snelle breedband tegen 2020: alle EU-burgers moeten beschikken over breedband met een snelheid van 30 Mbps of meer. (Vertreksituatie: in januari 2010 draaide 23 % van de breedbandverbindingen op een snelheid van ten minste 10 Mbps.)

Ultrasnelle breedband tegen 2020: dan moet 50 % van de Europese huishoudens over een verbinding met een snelheid van meer dan 100 Mbps beschikken. (Geen vertreksituatie)

2. Een eengemaakte digitale markt

Bevordering van e-handel: tegen 2015 moet 50 % van de bevolking online aankopen doen. (Vertreksituatie: in 2009 had 37 % van de Europeanen tussen 16 en 74 jaar gedurende de vorige twaalf maanden goederen en diensten voor particulier gebruik besteld via het internet.)

Grensoverschrijdende e-handel: tegen 2015 moet 20 % van de bevolking over de grenzen van het eigen land online aankopen doen. (Vertreksituatie: in 2009 had 8 % van de Europeanen tussen 16 en 74 jaar gedurende de vorige twaalf maanden via het internet goederen en diensten besteld bij verkopers in een ander EU-land.)

e-handel voor bedrijven: 33 % van de MKB’s moeten tegen 2015 online aankopen/verkopen. (Vertreksituatie: in 2008 bedroeg de online aankoop/verkoop door bedrijven respectievelijk 24 % en 12 %; de daarmee gemoeide bedragen bedroegen 1 % of meer van de omzet/totale aankopen.)

Een eengemaakte markt voor telecomdiensten: het verschil tussen roaming- en nationale tarieven moet tegen 2015 bijna nul zijn. (Vertreksituatie: in 2009 bedroeg de gemiddelde roamingprijs per minuut 0,38 cent (uitgaand gesprek) en de gemiddelde belprijs per minuut voor alle gesprekken in de EU 0,13 cent (met inbegrip van roaming).)

3. Digitale inclusie

Verhoging van het regelmatige internetgebruik van 60 % tot 75 % tegen 2015, en van 41 % tot 60 % in het geval van gehandicapten. (De cijfers die ten grondslag liggen aan de vertreksituatie, dateren uit 2009.)

Halvering van het deel van de bevolking dat nog nooit heeft geïnternet tegen 2015 (doel: 15 %) (Vertreksituatie: in 2009 had 30 % van de personen van 16 tot 74 jaar nog nooit geïnternet.)

4. Overheidsdiensten

Tegen 2015 te bereiken doelstelling inzake e-overheid: 50 % van de burgers dient deze diensten te gebruiken en meer dan de helft van hen dient ingevulde formulieren terug te sturen. (Vertreksituatie: in 2009 had 38 % van de burgers van 16 tot 74 jaar gedurende de vorige 12 maanden gebruik gemaakt van e-overheidsdiensten, 47 % van hen voor het versturen van ingevulde formulieren.)

Grensoverschrijdende overheidsdiensten: online beschikbaarheid van alle essentiële grensoverschrijdende overheidsdiensten die zijn opgenomen in de door de lidstaten tegen 2011 goed te keuren lijst. (Geen vertreksituatie)

5. Onderzoek en innovatie

Verhoging van de O&O-inspanningen op het gebied van ICT: verdubbeling van de overheidsinvesteringen tot 11 miljard euro. (Vertreksituatie: in 2007 bedroeg de nominale waarde van de overheidskredieten en -uitgaven voor O&O op ICT-gebied 5,7 miljard euro.)

6. Een koolstofarme economie

Bevordering van zuinige verlichting: tegen 2020 moet het energieverbruik voor verlichting met ten minste 20 % zijn verlaagd. (Geen vertreksituatie).

1 :

Voor meer informatie: Benchmarking framework 2011-2015. Dit conceptuele kader voor de verzameling van statistieken over de informatiemaatschappij bevat tevens een lijst van sleutelindicatoren voor benchmarkingsdoeleinden.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site