Navigation path

Left navigation

Additional tools

Vragen en antwoorden in verband met tot het voorstel voor een richtlijn betreffende de geologische opslag van kooldioxide

European Commission - MEMO/08/36   23/01/2008

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL CS ET HU LT LV MT PL SK SL BG RO

MEMO/08/36

Brussel, 23 januari 2008

Vragen en antwoorden in verband met tot het voorstel voor een richtlijn betreffende de geologische opslag van kooldioxide

1) Wat is koolstofafvang en -opslag?

Met koolstofafvang en -opslag worden verscheidene technologische processen bedoeld die resulteren in het isoleren van kooldioxide (CO2) uit door de industrie uitgestoten gassen en vervolgens het transporteren en injecteren daarvan in geologische formaties.

De voornaamste toepassing van de techniek van koolstofafvang en -opslag (CCS) is de vermindering van de CO2-emissies bij elektriciteitsproductie op basis van fossiele brandstoffen, voornamelijk kolen en gas. CCS kan echter ook worden toegepast in CO2-intensieve industrieën zoals de cementindustrie, raffinaderijen, de ijzer- en staalindustrie, de petrochemie, de olie- en gasbehandelingssector en andere industrietakken. Nadat het CO2 is afgevangen wordt het getransporteerd naar een geschikte geologische formatie, waar het wordt geïnjecteerd met het oog op isolatie van de atmosfeer voor onbeperkte duur.

Er zijn andere opslagopties dan geologische opslag, zoals opslag in de waterkolom en opslag in mineralen. Opslag in de waterkolom wordt als een groot risico voor het milieu beschouwd. Krachtens de door de Commissie voorgestelde richtlijn betreffende geologische opslag van CO2 wordt opslag in de waterkolom dan ook verboden in de Unie. In verband met minerale opslag is momenteel onderzoek aan de gang. De ontwikkeling daarvan wordt nauwlettend gevolgd.

2) Hoe werkt geologische opslag?

Er zijn vier grote mechanismen waarbij CO2 wordt opgesloten in goedgekozen geologische formaties. Het eerste is structurele opsluiting, wat gebeurt wanneer er een ondoordringbare afsluitende laag is die van bij het begin belet dat het CO2 ontsnapt. Het tweede wordt residuale CO2-insluiting genoemd, waarbij CO2 wordt gebonden door de capillaire krachten in de poriën en spleten van de rotsformatie. Dit gebeurt ongeveer 10 jaar na de injectie. Het derde mechanisme is insluiting door oplosbaarheid, waarbij CO2 oplost in het water dat zich bevindt in de geologische formatie en neerzinkt, aangezien water waarin CO2 is opgelost zwaarder is dan gewoon water. Dit wordt belangrijk tussen 10 en 100 jaar na de injectie. Tenslotte ontstaat er minerale insluiting wanneer CO2 chemisch reageert met het formatiegesteente en er zo mineralen worden gevormd.

3) Waarom bestaat er behoefte aan CCS?

Hoewel energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen op lange termijn de meest duurzame oplossingen zijn voor het veilig stellen van energievoorziening en klimaat, kunnen de CO2-emissies van de EU en de wereld niet met 50% worden teruggedrongen in 2050 zonder ook gebruik te maken van andere opties zoals koolstofafvang en -opslag.

De timing is een cruciaal probleem. Ongeveer een derde van de bestaande kolengestookte elektriciteitsproductiecapaciteit in Europa moet binnen de komende 10 jaar worden vervangen. Op internationaal vlak zal het groeiende energieverbruik van China, India, Brazilië, Zuid-Afrika en Mexico tot een enorme toename van de wereldwijde vraag leiden, die grotendeels zal gedekt worden met fossiele brandstoffen. Er moet met de grootste spoed worden gewerkt aan de capaciteit om deze zeer aanzienlijke potentiële emissies op te vangen.

4) Is CCS in technische zin rijp?

De afzonderlijke elementen van afvang, transport en opslag van kooldioxide zijn elk op zich gedemonstreerd, maar het blijft een uitdaging om die elementen te verenigen in een compleet CCS-proces en de kosten daarvan te verlagen.

De grootste CO2-opslagprojecten waarbij Europese ondernemingen betrokken zijn, zijn het Sleipner[1]-project in de Noordzee (Statoil) en het In Salah[2]-project in Algerije (Statoil, BP en Sonatrach). In beide projecten wordt CO2 van aardgas 'gestript' – een proces dat moet worden uitgevoerd voordat het aardgas kan worden verkocht – en opgeslagen in ondergrondse geologische formaties. Tot het Sleipner-project werd de aanzet gegeven door de Noorse belasting op kooldioxide die aanzienlijk hoger is dan wat het Statoil kost per ton CO2 om het kooldioxide in de geologische formatie van Sleipner op te slaan. De stimulans voor het In Salah-project was het interne systeem voor koolstofhandel van BP. Andere projecten die weldra een aanvang nemen zijn het Vattenfall-project te Schwartze Pumpe[3] in Duitsland dat medio 2008 operationeel wordt en het CCS-project van Total in het Lacq-bekken in Frankrijk. In het kader van het European Technology Platform on Zero Emission Fossil Fuel Power Plant (ETP-ZEP), een door de Commissie ondersteund initiatief van belanghebbenden, zijn een vijftiental volwaardige demonstratieprojecten geïdentificeerd die kunnen worden opgestart zodra het vereiste economische kader is opgezet.

5) Hoeveel zal koolstofafvang en -opslag kosten?

De kosten van CCS zijn deels de kapitaalinvesteringen voor apparatuur om het CO2 af te vangen, te transporteren en op te slaan en deels de kosten voor de exploitatie van deze apparatuur teneinde CO2 in de praktijk op te slaan, zoals de hoeveelheid energie die vereist is voor CO2-afvang, -transport en -injectie. Tegen de huidige prijzen van de desbetreffende technologie, liggen de initiële investeringskosten ongeveer 30 tot 70% (i.e. verscheidene honderden miljoenen euro per stookinstallatie) hoger dan bij standaardinstallaties, terwijl de exploitatiekosten momenteel 25 tot 75% hoger liggen dan bij kolengestookte installaties die niet met de CCS zijn uitgerust. Naar verwachting zullen deze kosten aanzienlijk dalen naarmate de technologie op commerciële schaal bewezen wordt.

6) Wanneer kan CCS op grote schaal worden ingevoerd?

Een succesvolle invoering van CCS hangt af van de koolstofprijs en van de prijs van de technologie. Vanaf het tijdstip dat de prijs per ton van dankzij CCS vermeden CO2 lager ligt dan de koolstofprijs zal er een begin worden gemaakt met CCS. Hoewel beide prijzen momenteel nog hoogst onzeker blijven, zal het klimaat- en energiepakket bijdragen tot een zekere stabilisering ervan.

In het kader van het EU-emissiehandelssysteem zal CO2 dat wordt afgevangen, getransporteerd en op een veilige manier opgeslagen, als niet-uitgestoten worden beschouwd. De herziening van het systeem teneinde het voor de sectoren die deel uitmaken van het emissiehandelssysteem mogelijk te maken hun bijdrage tot het behalen van de 20%-reductiedoelstelling van de Europese Unie te leveren, zal resulteren in een stevige koolstofprijs.

In haar Mededeling betreffende de ondersteuning van de vroegtijdige demonstratie van duurzame elektriciteitsproductie heeft de Commissie beklemtoond dat zij de effectieve demonstratie van CCS in een vroeg stadium wil ondersteunen en richt zij een oproep aan industrie en overheid om tijdig en met kracht initiatieven op te zetten. Het doel van demonstratie is te leren uit de praktische integratie van processtappen op commerciële schaal. Het juridische kader dat CCS mogelijk maakt, zal gelden voor alle demonstratieprojecten en toekomstige CCS-projecten. Nadat er demonstratieprojecten zijn opgestart, zal de prijs van de technologie in het komende decennium aanzienlijk teruglopen.

Overeenkomstig de prognoses van de Commissie, neergelegd in de effectbeoordeling van het voorstel voor een richtlijn betreffende de geologische opslag van kooldioxide, wordt de tenuitvoerlegging van CCS op commerciële schaal verwacht vanaf ongeveer 2020 en zal het procédé vanaf dan steeds meer worden toegepast.

7) Wie zal de kosten dragen?

Het voorstel om CCS mogelijk te maken zal niet resulteren in extra kosten bovenop de kosten om te voldoen aan de doelstelling van 20% vermindering van broeikasgasemissies. Zodra de CCS-technologie uitgerijpt is, is het aan de afzonderlijke exploitanten om te beslissen of ze kooldioxide uitstoten en voor de desbetreffende emissiehandelsrechten (EHR) betalen, dan wel of ze CCS gebruiken om hun uitstoot en dus hun EHR-kosten te verminderen. Het maximum dat een exploitant zal betalen hangt grotendeels af van de koolstofprijs: CCS zal alleen worden gebruikt wanneer de kost per ton vermeden CO2 lager ligt dan de koolstofprijs. In dat opzicht internaliseert de koolstofprijs de klimaatkosten van CO2-emissies. Naar gelang van de omstandigheden op de markt in kwestie kunnen de exploitanten een deel van de koolstofkosten afwentelen op de consument (Zie de memorandums over het delen van de kosten en het herziene voorstel voor een emissiehandelssysteem).

Aangezien de huidige kosten van de CCS-technologie aanzienlijk hoger liggen dan de koolstofprijs, zullen CCS-demonstratieprojecten in een eerste fase een extra investering vergen bovenop de door de koolstofmarkt geleverde stimulansen. Als katalysator voor deze extra financiering is een duidelijke verbintenis van de industrie vereist, terwijl ook ondersteunende maatregelen van de lidstaten belangrijk zijn.

Gezien het belang van de demonstratie in een eerste fase van CCS in de elektriciteitsproductie en gezien het feit dat een aantal van dergelijke projecten door de overheid zullen moeten worden gesubsidieerd, zal de Commissie staatssteun ter dekking van de extra kosten van CCS-demonstratie in de elektriciteitsproductiesector toestaan. Deze verbintenis is geëxpliciteerd in de herziene Richtsnoeren betreffende staatssteun in de milieusector, die samen met dit pakket zijn aangenomen.

8) Wordt CCS verplicht?

Niet in dit stadium. Het voorstel van de Commissie maakt koolstofafvang en -opslag mogelijk door een kader in te voeren om de milieurisico's te beheren en door belemmeringen in de bestaande wetgeving weg te werken. Of CCS in de praktijk zal worden ingevoerd hangt af van de koolstofprijs en de technologische kosten. Het zal aan elke exploitant zijn om te beslissen of het in commerciële termen zinvol is om de CCS-technologie te benutten.

In de effectbeoordeling met betrekking tot de voorgestelde richtlijn wordt nagegaan wat de effecten zijn van een verplichting tot CCS. Hoewel CCS dan sneller zal worden aangewend, zal dit gebeuren tegen aanzienlijke kosten, terwijl de verplichting geen duidelijke voordelen biedt, noch qua stimulansen voor de technologische ontwikkeling en verbetering van de luchtkwaliteit, noch qua snelle invoering van CCS in landen die niet tot de EU behoren. CCS verplicht maken, druist ook in tegen de marktgebaseerde aanpak van het Europese emissiehandelssysteem. Bovendien brengt het verplicht stellen van een technologie die nog op commerciële schaal moet worden gedemonstreerd, risico's mee die momenteel niet te rechtvaardigen zijn.

Deze situatie kan echter evolueren. Om de doelstelling qua vermindering van broeikasgassen na 2020 te kunnen behalen, wordt het essentieel om van CCS gebruik te maken. Rond 2015 zal er bovendien meer duidelijkheid bestaan over de technologische opties. Als de invoering van CCS op commerciële basis te traag blijkt te verlopen, zullen de beleidsmakers zich tegen die tijd opnieuw moeten buigen over een eventuele verplichte invoering van de CCS-technologie.

9) Hoe zal CCS worden behandeld in het kader van het emissiehandelssysteem van de EU?

Het emissiehandelssysteem zal de voornaamste stimulans zijn voor de invoering van CCS. Afgevangen en in overeenstemming met het EU-kader veilig opgeslagen CO2 zal binnen het emissiehandelssysteem als niet-uitgestoten worden beschouwd. In fase II van het emissiehandelssysteem (2008-2012) kunnen CCS-installaties worden opgenomen in het systeem. Vanaf fase III (2013 en verder) worden, overeenkomstig het voorstel om de emissiehandelsrichtlijn te wijzigen, installaties voor afvang, transport en opslag expliciet opgenomen in bijlage I van het emissiehandelssysteem.

10) Hoeveel zal CCS bijdragen tot het terugdringen van de CO2-uitstoot in de EU?

De exacte bijdrage zal afhangen van de penetratie van CCS, maar in het kader van de effectbeoordeling met betrekking tot de voorgestelde richtlijn zijn prognoses gemaakt. Wanneer CCS wordt ingebed in het emissiehandelssysteem en uitgaande van een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 20% in 2020 en verdere belangrijke vooruitgang op weg naar de 2050-doelstelling in 2030, zal er in 2020 wellicht 7 miljoen ton CO2 worden afgevangen en opgeslagen, wat kan oplopen tot ongeveer 160 miljoen ton in 2030. Het op die manier vermeden CO2 zal in 2030 goed zijn voor ongeveer 15% van de in Europa vereiste uitstootvermindering[4]. Ramingen voor de potentiële bijdrage op wereldschaal zijn van dezelfde grootteorde, namelijk ongeveer 14% in 2030[5].

11) Welk type locaties wordt gezocht en hoe?

Er zijn twee belangrijke types geologische formatie die voor CO2-opslag in aanmerking komen: uitgeputte olie- en gasvelden en zoute waterhoudende lagen (grondwaterlichamen waarvan het zoutgehalte drinkwaterwinning of gebruik in de landbouw onmogelijk maken).

De selectie van een geschikte locatie is een cruciale fase van elk opslagproject. De lidstaten hebben het recht om te bepalen welke zones op hun grondgebied mogen worden gebruikt voor CO2-opslag. Wanneer er exploratie vereist is om de nodige informatie te verzamelen, moeten er exploratievergunningen worden uitgereikt op niet-discriminerende basis, geldig voor twee jaar met mogelijkheid tot verlenging.

De voorgestelde locatie moet aan een gedetailleerde analyse worden onderworpen overeenkomstig de in bijlage I van de voorgestelde richtlijn neergelegde criteria, inclusief een modellering van het verwachte gedrag van het CO2 na injectie. De locatie komt uitsluitend in aanmerking als uit deze analyse blijkt dat onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden er geen belangrijk risico op lekkage bestaat en er geen belangrijke risico's voor het milieu en de volksgezondheid te verwachten zijn.

De eerste analyse van de voorgestelde locatie gebeurt door de toekomstige exploitant, die dan alle gegevens en documenten aan de bevoegde autoriteit van de relevante lidstaat toezendt in het kader van zijn vergunningsaanvraag. De bevoegde autoriteit bestudeert deze informatie. Als zij van oordeel is dat aan de voorwaarden is voldaan, verleent de autoriteit een ontwerp-vergunning.

Bij de eerste opslagprojecten wordt er een extra veiligheidsbepaling ingebouwd. Teneinde een samenhangende tenuitvoerlegging van de richtlijn in het geheel van Europa te waarborgen en het vertrouwen van het publiek in koolstofafvang en -opslag te bevorderen, kunnen de ontwerp-vergunningen worden geëvalueerd door de Commissie die daarbij wordt bijgestaan door een wetenschappelijk panel van technische deskundigen. Het advies van de Commissie wordt openbaar gemaakt, maar overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel blijft het aan de nationale bevoegde autoriteiten om de uiteindelijke vergunning te verlenen.

12) Wordt opslag ook toegestaan buiten de EU?

De voorgestelde richtlijn kan slechts gelden voor opslag binnen de Europese Unie en (wanneer zij wordt opgenomen in de EER-overeenkomst, zoals de Commissie verwacht) in de Europese economische ruimte. Emissies die in overeenstemming met de voorgestelde richtlijn in deze regio's worden opgeslagen, worden als niet-uitgestoten in het kader van het emissiehandelssysteem beschouwd. Opslag van CO2 buiten de Europese Unie wordt niet verboden, maar voor emissies die buiten de EU worden opgeslagen worden geen emissiehandelsrechten verleend; er zal dus weinig animo bestaan om kooldioxide op een dergelijke manier op te slaan.

13) Hoe groot is het risico op lekkage? Wat gebeurt er wanneer uit de opslaglocatie CO2 weglekt?

Het risico op lekkage hangt sterk af van de opslaglocatie in kwestie. In het speciale IPCC-rapport inzake CCS wordt geconcludeerd dat:

'uit waarnemingen blijkt dat de fractie [van CO2] die ingesloten blijft in goedgeselecteerde en -beheerde geologische reservoirs zeer waarschijnlijk meer bedraagt dan 99% in een periode van 100 jaar en waarschijnlijk meer bedraagt dan 99% in een periode van 1000 jaar'[6].

De cruciale kwestie is dus de selectie van een geschikte locatie en het beheer van dergelijke locaties. De eisen met betrekking tot de locatieselectie hebben tot doel te waarborgen dat uitsluitend locaties worden gekozen die een minimaal risico op weglekken van kooldioxide vertonen. De evaluatie van de ontwerp-vergunningen door de Commissie – bijgestaan door een onafhankelijk wetenschappelijk panel – vergroot het vertrouwen in een samenhangende toepassing van de voorschriften van de richtlijn in het geheel van de EU.

Er moet een monitoringsplan worden vastgesteld om te verifiëren dat het geïnjecteerde CO2 zich gedraagt zoals wordt verwacht. Wanneer er, ondanks de voorzorgen die zijn genomen bij de selectie van de locatie, toch lekkage blijkt op te treden, moeten er corrigerende maatregelen worden getroffen om de situatie recht te trekken en de locatie opnieuw in een veilige toestand te brengen. Als er CO2 weglekt moeten er emissiehandelsrechten worden afgestaan om het feit te compenseren dat de opgeslagen emissies in het kader van het emissiehandelssysteem als niet-uitgestoten werden gecrediteerd. Bij het weglekken van kooldioxide gelden ten slotte de voorschriften van de richtlijn betreffende milieuaansprakelijkheid[7] met betrekking tot het herstel van schade aan het milieu in de omgeving van de opslaglocatie.

14) Wie wordt verantwoordelijk voor de inspectie van CO2-opslaglocaties?

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten erover waken dat inspecties worden uitgevoerd om te verifiëren dat de bepalingen van de voorgestelde richtlijn in acht worden genomen. Er moeten routinematig inspecties gebeuren, ten minste jaarlijks, die een controle inhouden van de injectie- en monitoringsfaciliteiten, alsook van alle milieueffecten van het opslagcomplex. Voorts moeten er onregelmatige inspecties worden uitgevoerd wanneer lekken zijn gemeld, als uit het aan de bevoegde autoriteit gerichte jaarverslag van exploitant blijkt dat de installatie niet in overeenstemming is met de voorgestelde richtlijn en als er enige andere reden tot zorg is.

15) Hoe wordt de verantwoordelijkheid voor de opslaglocatie gewaarborgd op de lange termijn?

Geologische opslag verloopt over een langere periode dan de levensduur van een gemiddelde commerciële entiteit. Er moeten dus regelingen worden getroffen om het langetermijntoezicht op de opslaglocaties te waarborgen. Overeenkomstig het voorstel worden de locaties na afsluiting daarom overgedragen aan de lidstaten voor de lange termijn. Overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt moet de exploitant echter verantwoordelijk blijven voor een locatie wanneer daar een belangrijk lekkagerisico bestaat. Er zijn dus regels nodig om te waarborgen dat er geen concurrentievervalsing optreedt door een verschillende aanpak in de onderscheiden lidstaten. Overeenkomstig de voorgestelde richtlijn wordt een afgesloten opslaglocatie aan de staat overgedragen wanneer uit alle beschikbare gegevens blijkt dat het CO2 volledig ingesloten blijft gedurende onbeperkte tijd. Aangezien dit de tweede cruciale beslissing is in de levensloop van een opslaglocatie (de eerste is het besluit tot verlening van een vergunning voor de opslaglocatie) wordt een evaluatie van het desbetreffende besluit door de Commissie voorgesteld.

Voor meer informatie:
De website van de Commissie in verband met koolstofafvang en -opslag:

http://ec.europa.eu/environment/climat/ccs/index_en.htm
Speciaal rapport over afvang en opslag van kooldioxide van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering:

http://arch.rivm.nl/env/int/ipcc/pages_media/SRCCS-final/IPCCSpecialReportonCarbondioxideCaptureandStorage.htm


[1] http://www.statoil.com/statoilcom/technology/SVG03268.nsf?OpenDatabase&lang=en.

[2] http://www.colloqueco2.com/IFP/fr/minisiteCO2/presentations2007/ColloqueCO2-2007_Session2_3-Wright.pdf.

[3] http://www.vattenfall.com/www/vf_com/vf_com/365787ourxc/366203opera/366779resea/366811co2-f/index.jsp.

[4] Energiebesparing (SEC(2008) XXX) met betrekking tot de richtlijn betreffende geologische opslag van kooldioxide.

[5] Effectbeoordeling (SEC(2007) 8) in verband met Mededeling COM(2007) 2 'De wereldwijde klimaatverandering beperken tot 2 graden Celsius'

[6] Speciaal IPCC-rapport (zie voetnoot 1) blz. 14.

[7] Richtlijn 2004/35/EG.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website