Navigation path

Left navigation

Additional tools

MEMO/07/7

Brussel, 10 januari 2007

Een energiebeleid voor Europa: de Commissie gaat de energie-uitdagingen van de 21ste eeuw aan

De wereld wordt geconfronteerd met uitdagingen op energie- en milieugebied. Deze uitdagingen, die acuut zijn voor Europa en zich in alle lidstaten voordoen, luiden als volgt: hoe kunnen we, tegen de achtergrond van klimaatverandering, een wereldwijde escalatie van de vraag naar energie en onzekerheid over de toekomstige bevoorrading, ervoor zorgen dat Europa over concurrerende en schone energie kan beschikken? Als één lidstaat deze uitdaging uit de weg gaat, zullen ook de andere lidstaten daar de gevolgen van dragen. Problemen die buiten de Europese Unie hun oorsprong vinden, kunnen een impact hebben op de volledige EU. Dit is waarom Europa behoefte heeft aan een sterk energiebeleid. De door de Europese Commissie voorgestelde strategische toetsing van het energiebeleid is een belangrijke stap op weg naar een doeltreffend energiebeleid voor Europa.

Het Europese energiebeleid is gebaseerd op drie uitgangspunten: de klimaatverandering bestrijden, de werkgelegenheid en groei bevorderen en de kwetsbaarheid van de EU ten gevolge van olie- en gasinvoer van buiten de EU beperken.

De belangrijkste pijler van het nieuwe beleid is de broeikasgasemissies ten gevolge van energieverbruik in de EU tegen 2030 met 20% te doen dalen. Deze doelstelling zal de EU in staat stellen te meten hoeveel vooruitgang wordt geboekt bij de ombuiging van de huidige energie-economie naar een economie die volledig tegemoet komt aan de uitdagingen van duurzaamheid, concurrentievermogen en continuïteit van de bevoorrading.

De doelstelling van de EU moet worden gezien in het kader van de behoefte aan internationale actie van geïndustrialiseerde landen op het gebied van de klimaatsverandering. Als een dergelijke verbintenis tot stand komt, moet de EU meer doen. Daarom moet ernaar worden gestreefd de doelstelling op te trekken tot een vermindering met 30% tegen 2020 en met 60-80% tegen 2050.

Naast de klimaatverandering zijn ook de continuïteit van de energiebevoorrading van Europa, de economie en het welzijn van de burgers punten van bezorgdheid. Zelfs indien er geen sprake zou zijn van klimaatverandering zijn er goede redenen om de door de Europese Commissie voorgestelde maatregelen te nemen. De verwezenlijking van de doelstelling kan immers de blootstelling van de EU aan de toegenomen volatiliteit en de stijgende olie- en gasprijzen beperken, de energiemarkt van de EU concurrerender maken en stimulansen bieden op het vlak van technologie en werkgelegenheid.

Deze uitdaging valt niet te onderschatten: om de algemene doelstelling van de vermindering van de broeikasgasemissies te halen, moet de EU de hoeveelheid CO2-emissies ten gevolge van energiegebruik in de loop van de volgende 13 jaar met minstens 20%, en waarschijnlijk met meer, doen dalen. Dit zal Europa helpen omschakelen naar een bijzonder energie-efficiënte en CO2-arme energie-economie die de toekomstige uitdagingen op energiegebied met vertrouwen tegemoet kan zien. Dit betekent dat de EU op wereldschaal een voortrekkersrol moet spelen bij het totstandbrengen van een nieuwe industriële revolutie, waarbij de omschakeling naar emissiearme economische groei en de drastische toename van het gebruik en de productie van lokale, emissiearme energie zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden ten goede komt.

De Commissie stelt voor dit doel te verwezenlijken door te focussen op een aantal energiegerelateerde maatregelen: het verbeteren van de energie-efficiëntie, het verhogen van het aandeel duurzame energie in de energiemix; het nemen van nieuwe maatregelen om te garanderen dat iedereen profijt kan trekken van de voordelen van de interne energiemarkt, het versterken van de solidariteit tussen de lidstaten, een langetermijnvisie voor de ontwikkeling van energietechnologie, nieuwe aandacht voor nucleaire veiligheid en beveiliging en vastberaden inspanningen om de EU "met één stem te laten spreken" met haar internationale partners, zoals energieproducenten, energie-importeurs en ontwikkelingslanden.

De toetsing omvat een energieactieplan met tien punten en een kalender met maatregelen om de EU op weg te zetten naar de verwezenlijking van de nieuwe strategische doelstelling. Samen met het actieplan is een eerste pakket concrete maatregelen voorgesteld, waaronder:

  • een verslag over de toepassing door de lidstaten van de interne gas- en elektriciteitsmarkt en de resultaten van een onderzoek naar het concurrentievermogen in deze twee sectoren;
  • een plan voor prioritaire interconnecties in de elektriciteits- en gasnetwerken van de lidstaten, zodat een Europees netwerk een realiteit wordt;
  • voorstellen om de duurzame opwekking van energie uit fossiele brandstoffen te promoten;
  • een stappenplan en andere initiatieven om hernieuwbare energiebronnen te promoten, met name biobrandstoffen voor vervoer;
  • een analyse van de situatie op het gebied van kernenergie in Europa;
  • een werkplan voor een toekomstig Europees strategisch technologieplan inzake energie.

Het actieplan inzake energie-efficiëntie, dat op 19 oktober 2006 door de Commissie is vastgesteld, maakt ook deel uit van het actieplan. De mededeling van de Commissie "Beperking van de klimaatverandering tot 2 graden Celsius - Beleidsopties voor de EU en de wereld voor 2020 en daarna" en de strategische toetsing vullen elkaar aan en versterken elkaar.

De Commissie zal de Europese Raad vragen haar voorstellen goed te keuren tijdens de voorjaarsbijeenkomst van 8 en 9 maart 2007. Aangezien de staatshoofden en regeringsleiders zich ertoe verbonden hebben de energiekwesties regelmatig te bespreken, wordt over twee jaar in een tweede strategische toetsing van het energiebeleid opnieuw verslag uitgebracht over de vooruitgang.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website