Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

MEMO/05/248

Brussel, 11 augustus 2005

Vragen en antwoorden over het beleid van de EU inzake elektrisch en elektronisch afval

1) Waarom vormt elektrisch en elektronisch afval een probleem?

Elektrisch en elektronisch afval is afkomstig van een groot aantal verschillende producten. Het gaat om kleine en grote huishoudelijke apparaten, IT- en telecommunicatie-apparatuur, verlichting en consumentengoederen zoals radio’s en tv’s, videocamera’s en hifi-installaties. Deze toestellen bestaan uit heel allerlei verschillende materialen en onderdelen, waarvan sommige schadelijk zijn. Dit afval kan ernstige milieuproblemen opleveren als het niet op de juiste wijze wordt verwijderd of verbrand.

Elk elektrisch of elektronisch onderdeel bestaat uit een combinatie van een aantal elementaire bouwstenen zoals printplaten/modules, kabels, snoeren en draden, kunststoffen met brandvertragers, kwikschakelaars, beeldapparatuur zoals beeldbuizen en LCD-displays, accu’s en batterijen, lichtproducerende elementen, condensatoren enz.

De meest milieubelastende stoffen in deze onderdelen zijn zware metalen (kwik, lood, cadmium en chroom), gehalogeneerde verbindingen (CFK’s, PCB’s, PVC’s en gebromeerde brandvertragers). Een groot deel van deze stoffen is giftig en vormt een risico voor de volksgezondheid wanneer ze vrijkomen. Lood bijvoorbeeld kan het zenuwstelsel aantasten en negatieve effecten hebben op het hartvaatstelsel. Ook cadmium tast de werking van de nieren aan en kan leiden tot hersenbeschadiging.

Op dit moment wordt meer dan 90% van het elektrisch en elektronisch afval zonder enige voorbehandeling gestort, verbrand of teruggewonnen waardoor vervuilende stoffen in het milieu terechtkomen en de lucht, het water of de bodem verontreinigen.

Uit cijfers van 1988 over de hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) blijkt dat elke inwoner jaarlijks gemiddeld 14 kg afval produceert – dit is in totaal van 6 miljoen ton per jaar (4% van het huishoudelijk afval). De hoeveelheid AEEA neemt naar schatting met 3 tot 5 % per jaar toe. Deze groei is drie maal zo groot als die van de gemiddelde afvalstroom en maakt van de AEEA de snelst groeiende afvalstroom. Geschat wordt dat elke burger tegenwoordig jaarlijks tussen 17 en 20 kg AEEA produceert.

2) Wat doet de EU aan het elektrisch en elektronisch afval?

De EU heeft twee richtlijnen uitgevaardigd om het probleem van het elektrisch en elektronisch afval aan te pakken.

De richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)[1] is gericht op de preventie van elektrisch en elektronisch afval en het bevorderen van hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing om te komen tot een vermindering van de hoeveelheid afval die moet worden verwijderd door storting of verbranding. Daartoe worden inzameling, nuttige toepassing en hergebruik/recycling van AEEA verplicht gesteld. Waar mogelijk moet voorrang worden gegeven aan hergebruik van het complete toestel.

De richtlijn betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (de zogenaamde RoHS-richtlijn)[1] heeft als doel lood, kwik, cadmium, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB’s) en polybroomdifenylethers (PBDE's) in elektrische en elektronische apparatuur te vervangen wanneer er alternatieven voorhanden zijn om nuttige toepassing te vergemakkelijken en problemen te voorkomen bij het afvalbeheer. (Er bestaat ook EU-regelgeving over CFK's, PCB's en PVC's).

3) De belangrijkste bepalingen en termijnen van de AEEA-richtlijn

De beide richtlijnen zijn in werking getreden op 13 februari 2003. De lidstaten kregen een termijn van anderhalf jaar, tot 13 augustus 2004, om de teksten om te zetten in nationale wetgeving.

2005: De lidstaten stellen een register op van producenten en delen de Commissie om de twee jaar mee hoeveel producten op de markt werden gebracht, zijn ingezameld, hergebruikt, gerecycleerd of nuttig gebruikt. Om de drie jaar dienen de lidstaten een verslag op te stellen over de toepassing van de richtlijn.

13 augustus 2005: De lidstaten zorgen ervoor dat uiterlijk op deze datum systemen zijn ingevoerd voor de inzameling van het afval en dat de producenten voorzien in de financiering van de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering. Inzameling betekent dat consumenten een oud elektrisch of elektronisch apparaat kunnen inleveren bij de aankoop van een nieuw gelijkwaardig toestel. Bovendien wordt ook voorzien in andere inzamelpunten waar alle bezitters van AEEA en distributeurs kosteloos apparaten kunnen inleveren. Bij de invoering van deze inzamelpunten moet rekening worden gehouden met de toegankelijkheid en de bevolkingsdichtheid.

Op alle producten die na 13 augustus 2005 op de markt worden gebracht moet een symbool worden aangebracht van een doorkruiste vuilnisemmer, zodat de consument weet dat deze producten niet met het huisvuil mogen worden meegegeven.

Het financieringssysteem is bedoeld voor de financiering van de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en verwijdering van AEEA. Producenten die na 13 augustus 2005 een nieuw product op de markt brengen, dienen een waarborg te stellen (bv. een verzekering, een geblokkeerde bankrekening of deelneming aan een collectieve regeling) die deze kosten dekt. Dit moet voorkomen dat “weesproducten” ontstaan waarvoor niemand verantwoordelijk is; dit zijn elektrische en elektronische apparaten waarvan de producent niet meer bestaat.

Wat de “historische AEEA” betreft, producten die vóór 13 augustus 2005 op de markt werden gebracht, dienen producenten aan te sluiten bij een collectieve regeling. Het kan gaan om een forfaitaire bijdrage of een heffing op nieuwe apparatuur.

31 december 2006: De lidstaten zorgen ervoor dat tegen deze datum per inwoner per jaar gemiddeld 4 kg AEEA gescheiden wordt ingezameld. Producenten moeten voldoen aan een aantal doelstellingen inzake nuttige toepassing en recycling/hergebruik van voor verwerking ingeleverde AEEA. Deze doelstellingen worden bepaald op basis van het gemiddelde gewicht van de betrokken toestellen. De toestellen dienen bij voorkeur te worden hersteld zodat ze opnieuw kunnen worden gebruikt. Voor het geval dat herstel niet mogelijk is, zijn in de AEEA-richtlijn streefcijfers opgenomen voor hergebruik van onderdelen, recycling en nuttige toepassing van de in de richtlijn opgesomde materialen.

Van grote huishoudelijke apparaten zoals koelkasten en magnetrons moet minimaal 80% nuttig worden toegepast en dient 75% van de onderdelen en materialen te worden hergebruikt of gerecycleerd. Voor kleine huishoudelijke apparaten zoals verlichting, elektrisch en elektronisch gereedschap, speelgoed, apparatuur voor sport en ontspanning, en meet- en controle-instrumenten geldt een nuttig toepassingspercentage van 70% en een percentage van 50% voor het hergebruik/recycling van onderdelen en materialen. Per categorie worden verschillende percentages vastgesteld voor nuttige toepassing en hergebruik/recycling.

Nieuwe lidstaten: De tien nieuwe lidstaten die op 1 mei 2004 zijn toegetreden tot de EU hebben 24 maanden uitstel gekregen (12 maanden voor Slovenië) voor het behalen van de gescheiden inzamelingsdoelstelling van 4 kg AEEA per inwoner per jaar en de doelstelling betreffende nuttige toepassing en hergebruik/recycling.

4) De belangrijkste bepalingen en termijnen van de RoHS-richtlijn

1 juli 2006: Vanaf deze datum mag geen nieuwe elektrische en elektronische apparatuur meer op de markt worden gebracht die de gevaarlijke stoffen lood, kwik, cadmium, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB's) of polybroomdifenylethers (PBDE's) bevat.

De bijlage van de richtlijn bevat een lijst met uitzonderingen op het verbod op het gebruik van deze stoffen voor toepassingen waarvoor geen alternatieven beschikbaar zijn. In de richtlijn is ook bepaald dat deze lijst kan worden aangepast aan de vooruitgang van wetenschap en techniek - indien de verwijdering of vervanging van de gevaarlijke stoffen om technische of wetenschappelijke redenen onmogelijk is of indien vervanging voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de consument meer nadelen dan voordelen inhoudt.

5) Welke rol spelen de verschillende actoren – de lidstaten, de consumenten en de Europese Commissie?

De lidstaten: De lidstaten dienen de bepalingen van de AEEA en RoHS-richtlijnen om te zetten in nationale wetgeving (zie punt 7). Voorts moeten zij erop toezien dat de producenten hun verplichtingen nakomen (zie punten 3 en 4).

Consumenten: Consumenten mogen elektrische en elektronische apparatuur niet langer met het gewoon huishoudelijk afval meegeven. Vanaf 13 augustus moeten zij een afgedankt toestel kosteloos kunnen inleveren, hetzij in een winkel bij de aankoop van een gelijkaardig nieuw toestel, hetzij bij een ander inzamelpunt. Vanaf dezelfde datum moet op nieuwe elektrische en elektronische apparatuur een symbool zijn aangebracht met een doorkruiste vuilnisemmer om de consument erop te wijzen dat het toestel niet met het restafval mag worden meegegeven (zie punt 3). Door AEEA gescheiden te verzamelen en naar inzamelpunten te brengen, dragen consumenten bij tot hergebruik, recycling of andere vormen van nuttige toepassing.
De Commissie: De Commissie verleent steun bij de invoering van de beide richtlijnen: zij geeft de lidstaten advies over eventuele problemen met de interpretatie van de richtlijnen. Hiertoe werd een document met “Frequently Asked Questions” over de richtlijnen opgesteld. De tekst staat op de website van het DG Milieu:

http://ec.europa.eu/environment/waste/weee_index.htm.

In 2003 keurde de Commissie een amendement op de AEEA-richtlijn goed om de financiële verplichtingen te verduidelijken van andere gebruikers dan particuliere huishoudens.[1] In 2004 heeft de Commissie een beschikking gegeven betreffende de vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de tenuitvoerlegging van de AEEA-richtlijn[1]. In 2005 volgde een beschikking over het formaat van de gegevens.

Op dit moment loopt de procedure voor een aantal aanvullende beschikkingen tot wijziging van de RoHS-richtlijn. De uitzonderingen op het verbod op het gebruik van gevaarlijke stoffen zullen worden uitgebreid door de vaststelling van maximumconcentraties voor een aantal gevaarlijke stoffen die onder de RoHS-richtlijn vallen.

6) Hoeveel zal de invoering van de twee richtlijnen kosten en wat zijn de gevolgen voor het concurrentievermogen van de industrie? Zullen de richtlijnen leiden tot een prijsstijging van elektrische apparaten?

De bepalingen van de richtlijnen gelden voor alle producenten, ongeacht of ze al dan niet in de EU gevestigd zijn. Ook de kosten van alternatieven voor schadelijke producten die onder de RoHS-richtlijn vallen, zullen zowel door producenten uit de EU als andere producenten worden gedragen. De concurrentie komt dus niet in het gedrang.

De totale kosten van de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de AEEA-richtlijn worden geschat op 500 tot 900 miljoen euro per jaar voor de hele EU. Van dit bedrag zal 300 tot 600 miljoen euro worden gebruikt voor inzameling en 200 tot 300 miljoen euro voor nuttige toepassing, hergebruik en recycling van AEEA.

De verwachte prijsstijging als gevolg van de richtlijn varieert van 1% voor de meeste elektrische en elektronische apparaten tot 2 à 3 % voor koelkasten, televisietoestellen en beeldschermen. De kosten en prijsstijging lijken verantwoord gezien de positieve gevolgen van beide richtlijnen voor het milieu.

De belangrijkste doelstelling van de richtlijnen is de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Recycling van AEEA zal echter ook leiden tot een energiebesparing van ongeveer 2,8 miljoen tot olie-equivalent. Hierdoor zullen de negatieve milieugevolgen door het gebruik van grondstoffen afnemen. Voorts zullen de twee richtlijnen leiden tot een daling van de productiekosten voor nieuwe grondstoffen en van de verwijderingskosten.

7) Stand van zaken van de omzetting van beide richtlijnen

De AEEA- en de RoHS-richtlijn zijn op 13 februari 2003 in werking getreden en dienden door de lidstaten uiterlijk op 13 augustus 2004 te worden omgezet in nationale wetgeving.

Tot nu toe hebben alle lidstaten, met uitzondering van Frankrijk, Malta, Polen en het Verenigd Koninkrijk, bij de Commissie maatregelen aangemeld voor de omzetting van de AEEA-richtlijn.

De RoHS-richtlijn is reeds omgezet in alle lidstaten, behalve Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De Commissie onderzoekt op dit moment of de richtlijnen door de aangemelde maatregelen correct worden omgezet. De Commissie kan inbreukprocedures starten tegen de lidstaten die de richtlijnen niet op de juiste wijze hebben omgezet. In juli 2005 heeft de Commissie de inbreukprocedure ingeleid tegen acht lidstaten die de richtlijnen nog niet hadden omgezet.
Uitvoeriger informatie over AEEA en RoHS staat op:

http://ec.europa.eu/environment/waste/weee_index.htm

Details over systemen die in de lidstaten werden ingevoerd, zijn bijvoorbeeld te vinden op:
Het Belgische terugnamesysteem:

http://www.recupel.be, in werking sinds 1 juli 2001
Het Nederlandse terugnamesysteem:

http://www.nvmp.nl, in werking sinds 1 januari 1999
Het Zweedse terugnamesysteem:

http://www.el-kretsen.se/Index-e.htm in werking sinds 1 januari 1999


[1] Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) [Publicatieblad L 37 van 13.2.2003], gewijzigd bij Richtlijn  2003/108/EG [Publicatieblad L 345 van 31.12.2003].

2 Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur [Publicatieblad L 37 van [1]3.2.2003].

3 Dit amendement, Richtlijn&#[1]2003/108/EG [Publicatieblad L 345 van 31.12.2003] gaat over de financiering met betrekking tot AEEA van andere gebruikers dan particuliere huishoudens. De producenten zijn financieel verantwoordelijk voor de verwerking van elektrische en elektronische toestellen die na 2005 op de markt worden gebracht. Voor de “historische voorraad“ die wordt vervangen door nieuwe gelijkwaardige producten of door nieuwe producten met dezelfde functie, worden de kosten gedragen door de producenten. Er wordt ook voorzien in de mogelijkheid om de kosten af te wentelen op niet-particuliere gebruikers. Voor andere historische voorraad worden de kosten gedragen door de gebruikers.
[1] Richtlijn 2004/249/EG.


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site