Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE DA ES IT SV PT FI EL

MEMO/04/30

Brussel, 10 februari 2004

Vaak gestelde vragen: begroting en financiële vooruitzichten

1/ De EU-begroting

    Waar komt het geld vandaan?

Sedert de begrotingshervorming van 1970 beschikt de Europese Gemeenschap over eigen middelen om haar uitgaven te financieren. Er zijn vier soorten middelen waarop de Europese Gemeenschap recht heeft zonder verdere beslissingen van de nationale autoriteiten. In 2004 zal 73,4% van de inkomsten van de EU-begroting afkomstig zijn van de BNI-middelen, 1,3% van de landbouwheffingen, 10,4% van de douanerechten en 14,1% van de BTW-middelen.

Het stelsel van de eigen middelen wordt vastgelegd bij besluit van de Raad. Het laatste eigenmiddelenbesluit dateert van 29 september 2000

http://ec.europa.eu/budget/pdf/financing/decisionrp_09_2000/jol253nl.pdf

Een eigenmiddelenbesluit wordt met eenparigheid van stemmen aangenomen en moet worden bekrachtigd door de nationale parlementen voordat het in werking kan treden. Meer informatie over het stelsel van de eigen middelen.

http://ec.europa.eu/budget/financing/index_en.htm

    Waar gaat het geld naartoe?

Bijna 80% van de begroting van 2004 gaat naar landbouwsteun die wordt verleend onder het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie en naar structurele maatregelen (structurele en cohesie-uitgaven); respectievelijk 44% en 34% van de begroting wordt hieraan besteed. Andere uitgaventerreinen zijn extern beleid (6,9%), intern beleid (7%) en administratie (6%).

    Wie stelt de jaarlijkse begroting vast?

De Raad en het Europees Parlement zijn de begrotingsautoriteit voor de EU-begroting. De Commissie dient een voorstel in. Zowel de Raad als het Europees Parlement behandelt de begroting in twee lezingen. Over sommige uitgaven, in hoofdzaak landbouwuitgaven, heeft de Raad het laatste woord, over alle andere het Europees Parlement. De begrotingsprocedure gaat van start in mei wanneer de Commissie haar voorstel indient en wordt doorgaans beëindigd in december met de goedkeuring van de begroting door het Europees Parlement.

    Wat wordt bedoeld met "nettobijdragen"?

"Nettobijdrage" is geen technische en ook geen juridische term. Aangezien de Europese Gemeenschap over eigen middelen beschikt, kan strikt genomen geen sprake zijn van bijdragen van de lidstaten. In de praktijk kan de omvang van de bijdrage van een lidstaat evenwel worden berekend en vergeleken met de middelen die deze lidstaat ontvangt in het kader van verschillende communautaire programma's.

Deze gegevens worden jaarlijks gepubliceerd in het verslag over de jaarlijkse uitgaven opgesplitst per EU-lidstaat.

http://ec.europa.eu/budget/agenda2000/reports_en.htm

Dit is evenwel een louter technische operatie die geen rekening kan houden met de andere voordelen van het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap, zoals economische integratie of geopolitieke stabiliteit.

    Wie geeft het geld uit?

De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting, overeenkomstig het Financieel Reglement en onder de controle van de Rekenkamer en het Europees Parlement. Artikel 274 van het EG-Verdrag bepaalt: "De Commissie voert de begroting […] uit onder haar eigen verantwoordelijkheid, binnen de grenzen der toegekende kredieten en met het beginsel van goed financieel beheer."

Hoewel direct beheer de regel is, steunt de Commissie in de praktijk sterk op de lidstaten voor het beheer van bepaalde beleidsmaatregelen, in het bijzonder op het gebied van landbouwuitgaven en structurele uitgaven. Bijgevolg controleert de Commissie samen met de lidstaten of de projecten behoorlijk worden uitgevoerd en de middelen goed worden besteed.

    Wat is het maximum voor de EU-begroting?

Het maximum van de eigen middelen, dus de maximumbijdrage van de lidstaten tot de EU-begroting, bedraagt 1,24% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) van de Europese Unie. Dit percentage is vastgesteld in het eigenmiddelenbesluit dat alleen met eenparigheid van stemmen kan worden gewijzigd en door de nationale parlementen moet worden bekrachtigd. Het in de financiële vooruitzichten vastgestelde, algemene maximum kan onder dit absolute maximum blijven om enige ruimte te laten voor niet-voorziene uitgaven. De omvang van de jaarlijkse begroting blijft doorgaans onder beide maxima.

    Wat is een krediet voor vastleggingen?

Kredieten voor vastleggingen zijn de bedragen die zijn goedgekeurd voor programma's of projecten die in een bepaald jaar van start kunnen gaan. Hierdoor ontstaat een verbintenis van de EU ten opzichte van een begunstigde.

    Wat is een krediet voor betalingen?

Kredieten voor betalingen zijn daadwerkelijke geldbedragen, contanten, afkomstig van de lidstaten, die in een bepaald jaar kunnen worden uitgegeven. De bedragen van kredieten voor vastleggingen en die van kredieten voor betalingen verschillen omdat meerjarenprogramma's en projecten doorgaans worden vastgelegd in het jaar dat ertoe wordt besloten en de betalingen geleidelijk aan, gespreid over verschillende jaren plaatsvinden naarmate de uitvoering van het programma en het project vordert.

Doorgaans zijn de kredieten voor betalingen lager dan de kredieten voor vastleggingen, aangezien de EU-begroting groeit en sommige projecten niet worden uitgevoerd.

2/ De financiële vooruitzichten

    Wat zijn de financiële vooruitzichten?

De financiële vooruitzichten vormen het financiële raamwerk dat loopt over een periode van verscheidene jaren en dat de communautaire uitgaven afbakent. Ze leggen een verplichting op in de zin dat de maxima van de financiële vooruitzichten in de jaarlijkse begrotingsprocedure in acht moeten genomen. De financiële vooruitzichten worden goedgekeurd door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en leggen binnen het totale maximum van de aan de EU toegewezen eigen middelen - per uitgavenrubriek de maximumbedragen vast waarbinnen de jaarlijkse begroting tijdens de bestreken periode moet worden opgesteld.

De financiële vooruitzichten zijn de financiële vertaling van de beleidsprioriteiten van de Europese Unie. Ze zijn tegelijkertijd een instrument voor begrotingsdiscipline en planning en ze bakenen de grenzen af voor de financiering van de EU-begroting.

    Wat is de bedoeling van de financiële vooruitzichten?

Het belangrijkste doel is begrotingsdiscipline, dus ervoor zorgen dat evolutie van de begrotingsuitgaven in de hand wordt gehouden. Andere doelstellingen zijn: de voorspelbaarheid van de EU-uitgaven op middellange termijn, betere samenwerking tussen de instellingen tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Het politieke en institutionele evenwicht van het financiële stelsel van de Gemeenschap werd in de loop van de jaren tachtig geleidelijk verstoord. Deze periode werd gekenmerkt door steeds sterkere spanningen waardoor de jaarlijkse begrotingsprocedure steeds moeizamer verliep en de middelen steeds minder in overeenstemming waren met de behoeften van de Gemeenschap. Naar aanleiding van de opeenvolgende begrotingsgeschillen besloten de communautaire instellingen een methode op te stellen die het verloop van de begrotingsprocedure kon verbeteren en tegelijkertijd kon garanderen dat de begrotingsdiscipline zou blijven gehandhaafd.

    Wat is de goedkeuringsprocedure?

De huidige tabel van de financiële vooruitzichten is een integrerend onderdeel van een interinstitutioneel akkoord1 tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad. In de financiële vooruitzichten worden de maximumbedragen en de verdeling van de geplande communautaire uitgaven vastgelegd.

Op basis van een voorstel van de Commissie beslist de Europese Raad (de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de Europese Unie) met eenparigheid van stemmen over deze bedragen. Het Europees Parlement het voorstel aannemen met een meerderheid van zijn leden (ten minste 315 stemmen).

    Tijdschema voor goedkeuring

De mededeling van de Commissie is een eerste stap. (10 februari 2004)

Reactie van de Raad (wordt verwacht op de Europese Raad van juni) en het Europees Parlement (na uitbreiding, nieuw Europees Parlement). Voor het zomerreces zal de Commissie een formeel voorstel opstellen. Hopelijk zal de Europese Raad in het eerste halfjaar 2005 een besluit nemen.

    Redenen voor het gekozen tijdschema?

De vorige maal is gebleken dat de goedkeuring van Agenda 2000 in de lente van 1999 met inwerkingtreding op 1 januari 2000 te laat heeft plaatsgevonden: de programmering van de bijstandsverlening uit de structuurfondsen was niet klaar en tijdens de eerste jaren deden zich ernstige vertragingen voor.

Het is niet uitgesloten dat de goedkeuring van de financiële vooruitzichten in een Europese Unie met 25 lidstaten moeizamer zal verlopen dan in het verleden het geval was met 15 lidstaten.

    Is het mogelijk wijzigingen aan te brengen aan de financiële vooruitzichten nadat ze werden goedgekeurd, bijvoorbeeld als blijkt dat de bedragen ontoereikend zijn?

Bij de jaarlijkse technische aanpassing wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen op het gebied van BNI en inflatie. Onder strikte voorwaarden is een zogenaamde herziening mogelijk op voorstel van de Commissie; dit voorstel moet worden goedgekeurd door de Raad en het Parlement. Een dergelijke herziening komt evenwel slechts heel zelden voor.

    Wat is het rechtskader van de financiële vooruitzichten?

De cijfergegevens in de financiële vooruitzichten worden vastgelegd in een interinstitutioneel akkoord, namelijk een gemeenschappelijk besluit van de Commissie, de Raad en het Parlement. De financiële vooruitzichten worden niet vermeld in de bestaande verdragen.

    Wat waren de voorstellen van de Conventie over de financiële vooruitzichten?

In haar ontwerp-grondwet stelde de Conventie over de toekomst van Europa voor dat de financiële vooruitzichten worden opgenomen in de toekomstige grondwet, onder de nieuwe naam "meerjarig financieel kader". Hiermee wordt aangegeven dat de financiële vooruitzichten doeltreffend zijn geweest en een permanent karakter moeten krijgen. Het ontwerp bepaalt dat het meerjarig financieel kader wordt vastgesteld bij Europese wet van de Raad van Ministers voor ten minste vijf jaar. Het ontwerp bepaalt ook dat het eerste meerjarig financieel kader na de inwerkingtreding van de Grondwet door de Raad van Ministers met eenparigheid van stemmen wordt vastgesteld.

    Wat is de duur van de volgende financiële vooruitzichten?

De volgende financiële vooruitzichten gaan van start in januari 2007. De duur van de vorige financiële vooruitzichten bedroeg vijf of zeven jaar. De Commissie stelt voor om over te schakelen op een duur van vijf jaar om een grotere overeenstemming te bereiken met de duur van de mandaten van de Commissie en het Europees Parlement, ook al betekent dit dat de volgende financiële vooruitzichten nogmaals voor een periode van zeven jaar moeten worden vastgesteld om deze overeenstemming te kunnen bereiken.

    Wanneer zijn de eerste financiële vooruitzichten vastgesteld?

In 1988, voor een periode van 5 jaar.

De voorbije drie financiële vooruitzichten dienden ter ondersteuning van de Europese Akte (1988-1992 "pakket-Delors I"), de uitvoering van het Verdrag van Maastricht (1993-1999 "pakket-Delors II") en de uitbreiding van de Europese Unie (2000-2006 "Agenda 2000"). De periode waarop elk van deze "pakketten" betrekking had, varieerde tussen vijf (pakket-Delors I) en zeven jaar (pakket-Delors II en Agenda 2000). De huidige financiële vooruitzichten lopen tot 2006.

    Agenda 2000

In juli 1997 publiceerde de Commissie de mededeling "Agenda 2000: Voor een sterkere en grotere Unie" die handelde over volgende onderwerpen: de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de toekomst van het economisch en sociaal cohesiebeleid, de invoering van een pretoetredingsstrategie, de gevolgen van de komende uitbreidingen en de financiering van de Gemeenschap.

In maart 1998 stelde de Commissie, tegelijk met een aantal wetgevende maatregelen betreffende de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de nieuwe richtsnoeren voor structurele maatregelen en pretoetredingssteun, een nieuwe tabel van de financiële vooruitzichten voor de periode 2000-2006 voor en publiceerde zij een verslag over de tenuitvoerlegging en de vernieuwing van het Interinstitutioneel Akkoord van 29 oktober 1993. In oktober 1998 vulde de Commissie de in het kader van Agenda 2000 ingediende documenten aan met een verslag over de werking van het stelsel van eigen middelen.

Tijdens de Europese Raad van Berlijn van 24-25 maart 1999 werd een akkoord bereikt over de belangrijkste onderdelen van Agenda 2000. Na een laatste onderhandelingsronde heeft het Europees Parlement op 6 mei 1999 het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord goedgekeurd, waarvan de financiële vooruitzichten 2000-2006 deel uitmaken.

Financieel kader van de Europese Unie:

http://ec.europa.eu/budget/financialfrwk/index_en.htm#why

    Waar kan ik het interinstitutioneel akkoord terugvinden dat op dit ogenblik van kracht is?

De huidige financiële vooruitzichten 2000-2006 werden vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 6 mei 1999 en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (PB C 172 van 18.6.1999). De tekst kan worden geraadpleegd op de website van het directoraat-generaal Begroting:

http://ec.europa.eu/budget/pdf/financialfrwk/aii1999/aiinl.pdf

    Wat is een rubriek?

Een rubriek is een onderdeel van de financiële vooruitzichten. In de financiële vooruitzichten worden de belangrijkste categorieën van communautaire uitgaven opgesplitst in rubrieken. In de huidige rubriek 1 zijn bijvoorbeeld de landbouwuitgaven opgenomen, in rubriek 2 de uitgaven voor structurele maatregelen. Voor elke rubriek is per jaar een maximumbedrag van kredieten voor vastleggingen bepaald. De bedoeling is voor de betrokken periode een kerndoelstelling van de communautaire actie te bepalen.

Sedert 1988 worden de begrotingen systematisch opgesteld volgens de rubrieken van de financiële vooruitzichten, zodat makkelijker te zien is hoeveel middelen werden toegekend om specifieke doelstellingen te bereiken.

Voor de periode na 2006 stelt de Commissie een nieuwe rubriekenstructuur voor. De nieuwe indeling van de communautaire uitgaven in rubrieken van de financiële vooruitzichten is gebaseerd op een beleidsgestuurde aanpak. De verdeling van de totale uitgaven over de verschillende rubrieken moet dus de belangrijkste politieke prioriteiten weerspiegelen die voor de betrokken periode zijn vastgesteld.

    Wat is een maximum?

Een maximum is het hoogste bedrag dat voor een bepaalde rubriek in een bepaald begrotingsjaar kan worden opgenomen.

Het verschil tussen de financiële vooruitzichten en indicatieve financiële programmering is dat de maxima bindend zijn voor de partijen die het interinstitutioneel akkoord hebben gesloten. Toch kunnen de financiële vooruitzichten niet als meerjarenbegroting worden beschouwd, daar de jaarlijkse begrotingsprocedure noodzakelijk blijft om het werkelijke niveau van de uitgaven onder de maxima te bepalen en vooral om bedragen over de verschillende begrotingsonderdelen te verdelen.

In de tabel van de financiële vooruitzichten wordt ook het totaalbedrag van kredieten voor betalingen vermeld als een absoluut bedrag in miljoen EUR en als een percentage van het bruto nationaal inkomen (BNI) van de Gemeenschap, gebaseerd op een raming van de groei van het BNI. Hierdoor wordt een verband gelegd met het maximum voor de eigen middelen, dat door het eigenmiddelenbesluit ook wordt bepaald als een percentage van het BNI van de Gemeenschap. Op dit ogenblik is het maximum voor de eigen middelen vastgesteld op 1,24% van het BNI van de EU.

    Worden alle middelen die door de financiële vooruitzichten worden toegestaan, daadwerkelijk uitgegeven ?

    Uit historische gegevens blijkt dat de jaarlijkse begrotingen in de praktijk steeds ver onder het maximum zijn gebleven.

      Kredieten voor vastleggingen die in het verleden beschikbaar waren

'

1988

Delors I

1994

Delors II

1995

(EU 15)

2000

Agenda 2000

2001200220032004 (EU 25)
Financiële

Vooruitzichten

%

45 30373 48680 94393 79297 189100 672102 145115 434
% van BNP (BNI vanaf 2002)1,12%1,27%1,26%1,13%1,13%1,13%1,10%1.08%
Goedgekeurde begroting in Milj. EUR45 30371 78979 84393 32397 00099 43599 686111 300

1  Het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure, PB C 172 van 18.6.1999.

Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website